logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Concertreviews

Supergrass

Supergrass - Meer dan zomaar Alright

Geschreven door

Supergrass wordt traditioneel gecatalogiseerd als Britpop, en dat klopt natuurlijk wel voor een stuk, in die zin dat het een ontegensprekelijk een Britse band is uit midden jaren ’90 die ook popachtige muziek maakt. Maar binnen het hele Britpopgebeuren lijkt Supergrass toch vooral the odd one out. Terwijl Blur en Oasis - de voortrekkers van het genre - in 1995 een heuse Britpop Battle uitvochten met op voetbalstadions gerichte anthems voor Cool Britannia, kwam Supergrass in hun schaduw met ‘I Should Coco’ op de proppen. Die debuutplaat staat boordevol humoristische songs schatplichtig aan bands als Squeeze, Madness en Half Man Half Biscuit en ademt de jeugdige branie die je ook vindt bij The Buzzcocks en The Undertones. “Alright” werd tegen wil en dank wel zo’n (Britpop-)anthem, al bewees het nummer en de bijhorende absurde videoclip vooral dat Supergrass zichzelf niet al te serieus neemt. Vandaar dat ze er ook lachend mee dwepen everyone’s second favourite band te zijn, Supergrass zal je leven niet veranderen, maar je zal er altijd wel een hoop plezier mee beleven.

De band verdween na zes albums en dik vijftien jaar op de planken eerder geruisloos in 2010, en stellen dat er in het vorige decennium massaal gesnakt werd naar een Supergrass-reünie is waarheid oneer aandoen. Naar amusement en afleiding van de penibele politieke situatie snakken doen ze in thuishaven Groot-Brittannië dezer dagen wel, en dan is Supergrass met hun “laten-we-ons-bovenal-gewoon-amuseren”-ingesteldheid het perfecte tegengif voor de globale maatschappelijke tendens naar verruwing.
Ook België kan dergelijk tegengif best gebruiken, en dus hield de reünietour op 5 februari ook halt in de Ancienne Belgique.
Wie zich aan een reünietour waagt zal steevast het etiket van poenpakker opgekleefd krijgen. Supergrass beseft dat maar al te goed, en opende daarom met “In It For The Money”, in de jaren ’90 een aanklacht tegen groepen die zichzelf verloochenen in een zoektocht naar commercieel succes, anno 2020 vooral een vette knipoog naar henzelf. “We’re in it for the money, we’re in it for the money!” Op papier een grappige keuze dus, ware het niet dat het als opener vreemd genoeg niet direct binnenkwam. Ook “I’d Like To Know” werd nogal vlot afgehaspeld, van de subtiliteit op de albumversie bleef weinig over. “Diamond Hoo Ha Man” van hun gelijknamig laatste album uit 2008 klonk dan weer strakker, al leek vooral het een glamrockpastiche van The White Stripes waarin zanger Gaz Coombes z’n rockstarmoves en gitaartechnische capaciteiten mocht etaleren, en dat kan hij allemaal wel, maar het zit ‘m toch een pak minder gegoten dan het recreëren van het jeugdig enthousiasme dat de band in hun begindagen kenmerkte. Dat laatste kwam mooi tot uiting in het energiek yeah-yeah-yeah-refrein van “Mary”, het vierde nummer. Gevolgd door een op gejuich onthaald “Moving”, leek dit het echte startschot van de set, waarvan een slepend “Time” het eerste hoogtepunt was. Het nummer werd in ’94 geschreven door de piepjonge Coombes die tijdens z’n studentenjob als afwasser verlangde naar het vrijer leven van de volwassene, vijfentwintig jaar later doet het ironisch genoeg dienst als nostalgische terugblik naar diezelfde ‘onbezonnen’ jeugd. Ach, - komt-ie! - ook ‘supergras’ is altijd groener aan de overkant. De powerpop van “Mansize Rooster” ging door op datzelfde euforische elan dat na afloop wat onbegrijpelijk verstoord werd door een eerste intermezzo waarin de lichten doofden en muziek op tape afspeelde door de boxen. Verwarring: de band was amper een halfuur bezig. Het bleek niet het einde van de set maar louter een instrumentenwissel. Wat volgde was dat “Fin”, “Low C” en “Late In The Day”, nochtans allesbehalve slechte songs, de net ontwikkelde vaart uit de set haalden. De vinnigheid maakte plaats voor een traag voortkabbelend middenstuk, waarin halverwege gelukkig een verpletterend “Richard III” ervoor zorgde dat het publiek niet in slaap gewiegd werd. 
Het tweede intermezzo verliep volgens hetzelfde stramien (lichten uit, muziek op tape door de boxen, instrumentenwissel) en was ditmaal het signaal om een versnelling hoger te schakelen. Al snel werd duidelijk dat vooral de up tempo powerpopsongs van Supergrass zich in het collectieve Belgische geheugen genesteld hebben.
Het leeuwendeel van het publiek was naar de AB getrokken om met jeugdvrienden mee te brullen op de tonen van “Lose It”, “Lenny”, en “She’s So Loose”, armen en bekers bier in de lucht houdend. Een eervolle vermelding voor “Grace” ook, het nummer uit de wat vergeten plaat ‘Life On Other Planets’ (2002) wist goed stand te houden tussen deze ninetiesklassiekers. Het trio dat op de grootste respons kon rekenen hoeft niet te verbazen: “Alright” was een drie minuten lange uitbarsting van joie de vivre, dankzij het opwindende “Sun Hits The Sky” leek het alsof Gaz I’ll be your doctor Coombes alle ziektes de wereld had uitgeholpen, en wie z’n ogen sloot tijdens “Pumping Up Your Stereo” hoorde The Rolling Stones spelen.

Voor afsluiter “Strange Ones” zei Coombes: “Thank you Brussels, we were The Strange Ones.” Dit brengt ons weer bij het begin: Supergrass als de vreemde eend in de bijt, de rare kwieten van de Britpop. Everyone’s second favourite band omdat ze zichzelf niet al te serieus nemen en ook nooit je leven zullen veranderen, maar waar je wel verdomd veel plezier kan aan beleven. En daar slaagden ze anno 2020 in de AB ook in, weliswaar na een lange aanloop. Echt memorabel werd het daardoor niet, maar het was wel meer dan zomaar alright.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/supergrass-05-02-2020.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Strand of Oaks

Strand of Oaks - Warm-Up show - De grote Neil Young show

Geschreven door

Strand of Oaks trapte zijn Europese tournee af in Diksmuide of all places. Timothy Showalter werd hier vroeg in zijn carrière goed ontvangen en was dit niet vergeten, een select publiek kreeg dan ook de kans om de man met zijn band in een intieme omgeving aan het werk te zien voor deze try-out die hem deze week ook naar de AB bracht. Showalter’s laatste plaat ‘Eraserland’, is nogal zwaar op de hand en klinkt door de mix van keyboards en gitaar best wel donker. Hoewel hij die plaat op nam met leden van My Morning Jacket, is Strand of Oaks eigenlijk een eenmansband.
Voor het Europese deel van tour doet Showalter een beroep op de Nederlands blues- en hardrock-band RUV, vandaar ook deze try-out om goed ingespeeld te raken. Die band deed dit ook al eens in 2018, waarbij ze onder meer op het Cactusfestival stonden.

Wie hardrock zegt, zegt gitaren, de depressieve synths van ‘Eraserland’ waren dus volledig afwezig. In de plaats kregen we een gloedvolle countryrock-klank volledig in de geest van Neil Young, met pedalsteel gitaren, en af en toe stevige hardrock gitaarsolo’s. Showalter bracht een ‘best of’ uit zijn laatste drie platen, was goed bij stem, en de band weefde een gloedvol dekentje om zijn donkere teksten die daardoor toch weer iets hoopvol kregen.
De opbouw van de set stak goed in elkaar, met de deur in huis vallen met “Radio kids”,oudere en nieuwe nummers afwisselen, met in het midden een solomoment voor Showalter, waarin hij bewees dat ook enkel met een electrische gitaar hij het publiek in zijn greep kan houden. Hij bracht een nieuw nummer dat het onder meer had over het laatste concert van Jimi Hendrix in Duitsland in 1970. Bij een ander artiest zou het ten toon spreiden van rauwe emotie als ongemakkelijk overkomen, maar de eerlijkheid van Showalter wordt nooit pijnlijk, ook al maakt hij nogal gechargeerde statements zoals dat het publiek zijn leven gered heeft. “Shut in” kreeg in de solo-bewerking een trager tempo, maar bleef staan als een huis, ook zonder piano of uitgebreide gitaarsolo’s.
Hierna kwam de band terug met ”Forever chords” ,een uitgerekte slowburner die op het einde losbarst die Neil Young tot zijn handelsmerk gemaakt heeft: de piano van de plaatversie werd hier ingeruild voor de slepende steelpedal, en zangeres Ella O’Connor Williams van voorprogramma Squirrel Flower tilde het nummer naar een hoger plan met haar samenzang met Showalter.

Met “Weird ways” sloeg de vonk over op het publiek, dat enthousiast meeklapte. We hadden al gezegd dat de set heel slim in elkaar zat, van hier af ging het zonder inzakker naar de finale in de bis, via “Goshen 97” dat nu een nieuwe gitaarsolo kreeg.
Die bis kon natuurlijk niets anders zijn dan Showalter’s eigen “Cortez the killer”, namelijk “JM” het magnus opus over Jason Molina, dat iedere live-uitvoering anders is maar steeds verpletterend binnenkomt.

Setlist: Radio Kids-Same emotions-Final fires-Keys-Ruby-Eraserland- Nieuw nummer-Shut in-Forever chords-Weird ways-Goshen '97-Rest of it-
Bis:JM

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Beoordeling

Schoolboy Q

Schoolboy Q - Steengoed Hiphopfeestje in de AB

Geschreven door

Toen Schoolboy Q in 2009 bij Top Dawg Entertainment (TDE) tekende , kwam hij met het idee om een hip hop groep te vormen met enkele artiesten binnen datzelfde label. Black Hippy was geboren en moest de horizonten van de man zijn mogelijkheden verder exploreren. “The new N.W.A.” zoals sommigen het noemen wordt naast Schoolboy Q nog altijd bezet door Jay Rock, Ab-Soul en Kendrick Lamar himself. Dat grote geweld resulteerde nog niet in een album, maar het viertal was doorheen de jaren nooit te beroerd om vooral elkaars solo carrière tot een hoger niveau te tillen.

In dat opzicht was het niet meer dan logisch dat Schoolboy Q één van die homies meenam naar Brussel. Met een klepper als Jay Rock mochten de hiphop fans zich dan ook meermaals in de handen wrijven en dus was je er maar beter vroeg bij in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Al na één nummer werd duidelijk dat er van een voorprogramma eigenlijk geen sprake was. Met "Knock It Off" zette Jay Rock de tent meteen in lichterlaaie en dat hield hij meer dan een dozijn aan nummers vol. Qua show gehalte hield de man het dan weer kurkdroog, want met enkel een licht bezopen beatmaker achter zich moest het publiek het vooral hebben van Jay Rock's vuur en dat was er gelukkig in overvloed. Nummers als "The Bloodiest", "Tap Out", "King's Dead" of"Vice City" deden de tongen twisten en de heupen dansen en dat op een maandagavond nog wel. Het boefje uit L.A. is uitgegroeid tot een graadmeter als we het hebben over hiphop en met die status mocht de man al eens een kleine speech houden over het alom gekende cliché dat je je dromen moet volgen. Voor één keer namen we het er bij. Jay Rock in één woord beschrijven wordt moeilijk, maar in drie woorden lukt nog net 'WIN WIN WIN'.

Een ander straatboefje kreeg de eer om zijn voorganger te overtreffen. Op papier misschien een lastige klus, maar daar trok Schoolboy Q zich maar weinig van aan. Wat in de man zijn voordeel speelde was dat Jay Rock het publiek meer dan alleen ontdooide en daar kon zijn maatje de vruchten van plukken. Een opener als "Gang Gang" deed wat we hadden verwacht, want die schijf hitste het publiek alleen maar meer op. Het gevolg was dat Q's hiphop en stevige trap beats voor een kolkende massa zorgden die we vroeger al eens tegenkwamen bij een stevige hardcoreshow. De grote kracht die van Schoolboy Q een straf artiest maakt was zijn overtuiging en onvermoeibaarheid, waarmee hij zelf de zitplaatsen omtoverde tot een swingende staantribune. En wanneer het bij bijvoorbeeld "CHopstix" al eens wankelde, wel dan was het diezelfde overtuiging die ons een oogje deed dichtknijpen. Nummers als "Floathing", That Part", "Man of the Year"" en "5200" kwamen wel heel stevig binnen, waarbij het publiek tussendoor wat ademruimte nodig had en kreeg in de vorm van "Dangerous" en een acapella versie van "Numb Numb Juice".

Schoolboy Q stak net als Jay Rock de keet moeiteloos in brand en deed daar een schepje bovenop wanneer hij ons nog dit jaar een nieuwe plaat beloofde. Hoera, Schoolboy Q is nog lang niet uitgezongen en dat werd ook in de Ancienne Belgique duidelijk. Wie fan is van
steengoeie hiphop moest in de Ancienne Belgique zijn en wie de trein had gemist zal hem in de nabije toekomst nog wel ergens tegenkomen op één of ander belangrijk festival. En zo werd het vanavond een Top Dawg Entertainment (TDE) feest, die we met veel plezier nog eens willen over doen, maar dan in het weekend a.u.b.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Schoolboy Q
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/schoolboy-q-03-02-2020.html
Jay Rock
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/jay-rock-03-02-2020.html

Organisatie: Greenhouse Talent ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Sabaton

Sabaton - The Great Show

Geschreven door

Hoewel de jongens van Sabaton quasi ieder jaar wel ergens op een Belgisch podium te vinden zijn, is de band populairder dan ooit. Bewijs hiervan is het feit dat het concert dat eerst in de Lotto Arena geprogrammeerd stond al snel verplaatst werd naar grotere broer het Sportpaleis. Met een tourtitel als ‘The Great Tour’ (n.a.v. het kakelverse album ‘The Great War’ (2019)) en een resem bombastische shows op het palmares waren de verwachtingen hoog. Opwarmers van dienst waren Amaranthe en Apocalyptica.

Toen we een gezellig gevuld Sportpaleis betraden had Amaranthe net zijn set afgewerkt. De landgenoten van Sabaton deden klaarblijkelijk wat van hen verwacht werd want de sfeer bij het publiek zat er al aardig in.

Apocalyptica mocht verder het vuur aan de lont steken. De band die bestaat uit 3 cellospelers en een drummer, kennen we als gevestigde ambassadeurs van de ‘classical metal’. De Finnen brachten een korte, doch gevarieerde set waarbij Elize Ryd van Amaranthe enkele nummers van zang mocht voorzien. Hoewel Apocalyptica over een lijvig repertoire eigen nummers beschikt, waren het toch vooral de coverversies van Metallica die het meeste bijval oogstten. Niet moeilijk als je weet dat hun eerste album ‘Plays Metallica By Four Cellos’ (1996) zorgde voor hun grote doorbraak.

Omstreeks twintig na negen werd de aandacht van het publiek getrokken door de tonen van ‘In Flanders Fields’. Geen koor deze keer, enkel een zwart doek met het logo van Sabaton. De klassieke opener was ook nu weer “Ghost Division” waarbij de pyrotechnische kraan onmiddellijk aardig opengedraaid werd. Langs alle kanten ontplofte wel iets toen het Zweedse metalcommando na het vallen van het doek tevoorschijn kwam. In een artificieel geschapen niemandsland vol prikkeldraad en zandzakken overzag drummer Hannes van Dahl vanop zijn tank het geheel en liet zanger en volksmenner Joakim Brodén begaan. Laatstgenoemde, zoals steeds gehuld in gemetalliseerde debardeur en met typerende zonnebril, had er klaarblijkelijk zin in en liet het publiek al snel uit zijn hand eten.

Ook nu weer kregen we een show te zien waarbij kosten noch moeite gespaard werden. Zo leek tijdens “Great War” de zaal haast letterlijk in vuur en vlam te staan, vuurde Brodén een bazooka af op de tank, waren er kostuumwissels en kregen we uiteraard begeleidende projecties op de reusachtige ledwand te zien. Hoewel al deze elementen zeker extra smaak gaven aan het optreden, was hoegenaamd niet alles even geslaagd te noemen. Zo werd er voor de start van “The Red Baron” een Hammondorgeltje in de vorm van de gekende rode tweedekker op het podium gerold en kon Brodén het niet laten om wat introdeuntjes van bekende klassiekers (“Jump” van Van Halen en “Thunderstruck” van AC/DC) te spelen. Deze goedkope zet werd gelukkig snel vergeten toen enkele nummers later de vrienden van Apocalyptica op het podium verschenen om een stuk van de set te begeleiden. De synergie die hierbij ontstond was een streling voor het oog en oor.
Op de setlist stonden uiteraard veel nummers uit ‘The Great War’ (2019) waarbij vooral “Great War” en “The Attack of the Dead Men” bijbleven, maar het waren toch vooral de afsluiters “Primo Victoria”, “Swedish Pagans” en “To Hell and Back” die enige seismologische activiteit veroorzaakten.

Sabaton imponeerde met de welgekende formule en bewees wederom dat het thema oorlog paradoxaal genoeg ook voor vreugde en verbondenheid zorgt. Tot deze zomer?

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/sabaton-02-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/apocalyptica-02-02-2020.html

Organisatie: Biebob

Beoordeling

Editors

Editors - Voor elk wat hits

Geschreven door

Eind vorig jaar bracht Editors ‘Black Gold’ uit, een best of album met hits uit hun zes studioplaten, voor koopgrage fans aangevuld met een drietal nieuwe nummers. Lag dit album onder jouw kerstboom, dan is de kans groot dat je er gisteravond ook bij was in Antwerpen. De band kwam er hun ‘best of’ live brengen in een ruim op voorhand uitverkocht Sportpaleis. Zeker in België en Nederland zijn de Britten uitgegroeid tot een stadionband met een hele schare trouwe fans. Een status die ze in eigen land nooit hebben verworven.

Wie die status in eigen land wel aan het verwerven is, is het Limburgse vijftal van Whispering Sons. Toch wel dé Belgische postpunkband van het moment. Dat zij door Editors zijn uitverkoren tot voorprogramma voor de volledige ‘Black Gold’ tour spreekt boekdelen. Een naar eigen zeggen zeer vereerde Fenne Kuppens gooide zich dan ook voluit. Wie denkt dat het Sportpaleis enkele maatjes te groot was voor de jonge Vlamingen, had het mis.
Whispering Sons bedwong moeiteloos de Antwerpse evenemententempel met hun onheilspellende, aan The Sisters of Mercy schatplichtige sound. De diepdonkergevooisde frontvrouw, opvallend gekleed in lang wit, flaneerde onbevreesd over het grote podium terwijl de rest van de band, onopvallend gekleed in bescheiden zwart, eventjes liet horen waaraan ze die stevige livereputatie danken. Vooral met snedige versies van “Alone” en “Hollow” toonden ze zichzelf een meer dan waardige opener voor Editors. Kuppens’ oerkreet aan het einde van “Waste” ging door merg en been en was voor Tom Smith, Russell Leetch, Ed Lay, Justin Lockey en Elliot Williams zelfs het signaal dat ze dadelijk uit hun pijp zouden mogen komen.

Dat liep niet meteen van een leien dakje. Editors opende met “An End Has A Start”, maar het bleek een beetje een valse start. Het geluid zat niet onmiddellijk goed, en dat lag niet alleen aan de legendarische slechte akoestiek van het Sportpaleis.
Het duurde toch een liedje of vier vooraleer de band de juiste sound te pakken kreeg. Dat vonden we jammer, want zo passeerden een aantal zwakke versies van sterke nummers uit hun eerste twee platen. Maar niet getreurd. Vanaf “Magazine” gingen de rode podiumlichtjes aan en daarmee vond de band precies ook de schakelaar van de goeie klank. Qua intensiteit ging het concert nu in stijgende lijn, met frontman Tom Smith die zich bijna letterlijk als een showrunner in het zweet liep en van de ene  naar de andere kant van het podium sprong, sloop en kroop. Zijn handdoekje was al snel uitwringbaar.
Helaas zat het met de intensiteit nu en dan beter dan met de kwaliteit van de songs. Zoals te verwachten viel, zagen we twee gezichten van Editors: enerzijds de spannende band die samen met The Killers en Interpol rond 2005 de postpunkrevival inluidde en anderzijds de bij momenten nogal flauwe band die na het vertrek van gitarist Chris Urbanowicz in 2012 een richting insloeg waarin we ze met de beste wil van de wereld niet helemaal konden volgen. Getuige het nummer “Violence”. Met hoeveel overtuiging ze het ook brachten, geweldig is het geenszins. Het blijft een op flauwe beats getrokken stukje pathetiek voor huismoeders en -vaders. Of de nieuwe single “Frankenstein”: een makkelijke meestamper met veel ‘oe-oe’ maar geen aha-erlebnis.
Op zich getuigt het van moed en innovatiedrang dat de band omstreeks 2012 een meer dansbare elektronische weg insloeg. Alleen postpunkpuristen houden wél van Joy Division en niét van New Order. Maar Editors is New Order niet. De band slaagt er niet in om met elektronica dezelfde spanning op te wekken als met snerpende gitaren. De elektronica komt helaas te dikwijls uit dezelfde synthesizerklankenwinkel waar ook David Guetta en co klant zijn. Nu, een groot deel van het Sportpaleis was gekomen om ook die liedjes te horen en ze kregen waar voor hun geld. “Papillon”, de op een Tiësto-remix geënte megahit van de band, kon wel bekoren. Het nummer blijft aanstekelijk als een malariamug. Het kreeg de zaal voor het eerst van voor tot achter aan het dansen.
Met een akoestische versie van “The Weight Of The World” deed Tom Smith, helemaal in zijn eentje midden op het podium, het gestamp even vergeten. Verademend. Het vormde een mooi opstapje naar “Spiders”, dat met hetzelfde akoestische gitaartje aanving om vervolgens uit te groeien tot een klein meesterwerkje van ingetogen melancholie. Waarna de band weer alle registers opentrok met “A Ton Of Love”, maar dan wel die registers die we ze graag zien opentrekken: die van gejaagde gitaren en loeiende lyrics. Lockey die zijn snaren geselt en Smith die half over het podium kruipend de woorden van diep uit zijn onderbuik uit zijn strot perst: ‘Desire! Desire!’ Het zal wel zijn.
Met “Eat Raw Meat = Blood Drool” wist de band de teneur van het concert in één strofe te vatten: ‘I give a little to you, I give a little to him, I give a little to her’. Voor elk wat wils dus. Voor de fans van de matige meestampers, de fans van de melancholische meezingers en zeker ook de fans van het prille postpunkwerk. De Britten waren gekomen om werkelijk iedereen tevreden te stellen. Ze gooiden er als tegengewicht voor de commerciële krakers een handvol songs ‘from the early days’ tegenaan en bedankten het publiek met een wellicht op de Brexit alluderende ‘Thanks for spending your Saturday night with us British bastards’.
Het hoogtepunt van de avond bewaarden ze voor een straffe bisronde met magistrale versies van “Munich” en “Smokers Outside The Hospital Doors”. Dat laatste nummer leek alles van een finale te hebben. We konden ons niet voorstellen dat het erna nog meer crescendo kon gaan. Dat deed het ook niet, maar terwijl de rest van de band triomfantelijk het podium verliet, gordde Smith toch de akoestische gitaar weer om. En wel om in zijn eentje het tot gevaarlijke temperaturen verhitte volk even opnieuw af te koelen met een liedje dat hij naar eigen zeggen speciaal had bewaard voor het Belgische publiek: “No Sound But The Wind”, of wat dacht je? ‘Our little secret’, noemde Smith het. Het werd een magisch Mia-moment, compleet met smartphonelichtjes.
Our little secret… Wat een sympathieke frontman, toch. Je vergeeft ‘m met plezier de valse start en ook de stinkers in de set van een over het algemeen sterk concert vol fun en hits voor iedereen. Ook voor kniesoren zoals ondergetekende. Live staat de band nog altijd als een huis. Dat er enkele lelijke bakstenen in de muren zitten, nemen we er dan maar bij.

Setlist: An End Has A Start - Bullets - Bones - Escape The Nest - Magazine - Sugar - Upside Down - Violence - Frankenstein - Papillon - Ocean of Night - The Weight Of The World - Spiders - A Ton Of Love - Formaldehyde - Eat Raw Meat = Blood Drool - Blood - Fingers In The Factories - Walk The Fleet Road - You Are Fading - Distance - The Racing Rats - Munich - Smokers Outside The Hospital Doors - No Sound But The Wind

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be  

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/editors-01-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/whispering-sons-01-02-2020.html
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Freya Ridings

Freya Ridings - Op de rand van de Grote Doorbraak …

Geschreven door

Jack Cullen is de eer te beurt om het publiek in de stemming te brengen en dat doet hij met verve. De jonge blonde god met Brits-Ierse roots is een voormalig rugbyspeler, zijn professionele sportcarrière kon hij wel vergeten na teveel blessureleed & toen hij tevens zijn 'girlfriend' aan den einder zag verdwijnen, was dat reden te over om zijn verdriet in muziek om te zetten. Hij vult het podium in zijn ééntje samen met zijn 2 gitaren en het publiek geniet van de songs en de enthousiaste zanger. Bij “I don't know much better” maakt hij nog een leuk zijsprongetje naar “Get down on it” en na nog wat promo voor zijn merchandising verdwijnt hij na een 7-tal songs achter de coulissen.

Dat de Orangerie te klein zou zijn wisten we wel, het concert was al zo goed als uitverkocht van bij zijn aankondiging en vélen zochten tevergeefs nog naar tickets, althans volgens de berichtgevingen op TicketSwap. Wij waren erbij en maar goed ook ! Op de klanken van de cello en wat licht gedrum wisten we dat het startsein gegeven was. En zowaar daar was ze Freya Ridings, in een ietwat bombastische met gouddraad doorstikte gobelin minijurk, ze gleed achter de piano en stak van wal.
Van de eerste noot zat het raak en bracht ze de zaal in vervoering samen met haar muzikanten. Wat een dijk van een stem, een tril, bibber of timbre, noem het zoals je wilt, het geeft emotie en power aan haar songs. “You mean the world to me”, we geloven het graag. Haar foute keuze in mannen resulteert in de 'gebroken/verbroken' liefdesballads die ze aan mekaar rijgt en welke ze ons onder begeleiding van de piano één na één voorschotelt. Halfweg de set krijgen we het wondermooie “Castles” , ‘I'm gonna build castles from the rubble of your love' hoeveel hartzeer kan een vrouw hebben vraag je je af, maar we moeten toegeven dat de muziek gebouwd op het puin van Freya's woelige liefdesleven opmerkelijke songs teweeg brengt. De vergelijking met Adele en ook met Florence Welch , die lazen we wel al vaker, maar in mijn ogen is Freya gewoon Freya.
Samen met haar band brengt ze steengoede muziek met een hoog rockgehalte. Aangezien ze al 10 jaar dagelijks een dagboek bijhoudt, een geheim welk ze ons verklapte, zal ze nog niet gauw zonder onderwerp vallen. “Unconditional” is één van de weinige happy love songs die ze brengt en naast de piano is Freya ook de gitaar meester, geleerd van papa Ridings.
Het einde nadert en als toemaatje krijgen we nog “Lost without you” en vervolgens een streepje gospel met “Holly Water”. Dat laatste maakt dat we met een goed gevoel de zaal verlaten.
In 2017 maakte Freya een passage in de Rotonde, nu is het de Orangerie, waar ze de volgende keer haar tenten optrekt zal geheid nog een maatje groter zijn van locatie. Maar misschien eerst heel even van Tinder af, Freya ? We houden de concertagenda in de gaten en zien je graag snel weer terug. Thank you for the music !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/freya-ridings-01-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/jack-cullen-01-02-2020.html

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Nick Cave

Nick Cave - Conversations with Nick Cave - Een surrealistische, emotionele avond

Geschreven door

Nick Cave - Conversations with Nick Cave - Een surrealistische, emotionele avond

Drie maanden vóór zijn gepland en al volgeboekt bezoek in het Sportpaleis met de Bad Seeds gaf Nick Cave ons ‘zijn Conversations’ twee intieme avonden in de Bozar. Een concept dat de Australiër eind mei 2019 al in ons land in de Roma had gepresenteerd. Een soloconcert, afgewisseld met vraag- en antwoordsessies (soms excentriek), evenals een signeersessie, dat in totaal meer dan drie uur duurde. We verdiepen ons in deze surrealistische, emotionele avond.

Het was belangrijk om op tijd te komen en je een weg te banen door de gangen van de Bozar. Een zaal met een capaciteit van 2.000 zitplaatsen , verdeeld over de verschillende balkons, twee bloembedden (enigszins bovenop) en een groot podium waarop tafels werden opgesteld (waar honderd bevoorrechte mensen konden zitten).
Na een opgenomen intro komt Nick Cave sober het podium op en gaat naar z’n piano om "Papa Won't Leave You, Henry" te spelen, uiterst origineel en in z’n meest pure vorm.
Als een ceremonieleider zal de ‘grootmeester’ de regels van de avond uitleggen. Hij geeft aan dat dit de allerlaatste avond zal zijn van de ‘Conversations’, die gelanceerd werden na de tragische gebeurtenis, het ongeval van zijn 15-jarige zoon met de dood als gevolg; deze avonden zijn een katharsis , een therapie. En zijn de mogelijkheid voor de fans om hun medeleven, hun support te uiten en te tonen op de blog ‘The red hand files’.
Vanavond werden de vragen doorgegeven via een handvol stewards verspreid over de zaal, uitgerust met lichte stokjes. De steward wees in de richting en Nick Cave kon dan de toeschouwer (incluis de vraag) kiezen.
Hij houdt een bepaalde afstand met de groupies, door te specificeren dat hij aanvragen voor foto's zal weigeren, maar aan het einde van z’n Conversations tijd reserveert voor z’n publiek en handtekeningen zal uitdelen.
Een eerste vraag van een toeschouwer , die direct vroeg om met hem op het podium te gaan, werd nuchter op een ‘Nee’ beantwoord. Of een uitnodiging van een dame , die hem wou vergezellen naar de piano, werd geweigerd. Kort daarna stond een andere toeschouwer erop hem bloemen te brengen, die hij accepteerde , maar de bijbehorende kus weigerde. Even later vraagt nog een andere toeschouwer een handtekening. Nick accepteert, maar geeft aan dat het ‘de laatste’ zal zijn.
Na de doorsnee eenvoudige, kwamen de diepere vragen met inhoud, o.m. een fan die duidt dat hij tijdens zijn ziekteperiode naar zijn muziek luisterde en vraagt of het ook een manier is voor de auteur om zijn verdriet te vullen . “Mijn muziek brengt me naar een hoger level. Ik geef vaak een plaats aan mijn gevoelens. En ik werk elke ochtend veel om het beste uit mijn gevoelens te halen” antwoordt Cave.
Een onvoorzien intermezzo komt dan, met een huwelijksaanzoek op het podium, goedgekeurd door de grootmeester hemzelf. Hij geeft aan dat de toekomstige bruidegom zijn bruid in zijn armen moet brengen, wat onder een fors applaus werd uitgevoerd.
Er is nauwelijks tijd om je te vervelen; de composities zijn gekoppeld aan het gesprek o.a. "Into my arms" en het nogal zeldzame "Where's the Playground Susie? ".
Een toeschouwer verrast vervolgens het publiek (die niet direct weet te reageren) door te beweren Jezus te hebben gezien en zich in een andere dimensie te hebben gevoeld. Ze vraagt of Nick dit soort getuigenis ooit heeft ontvangen. In het begin maakt onze man er grapjes over en geniet het publiek ervan. Maar deze toeschouwer blijft serieus en beweert dat hij het echt gezien heeft en nu … een beetje verkouden is. Nick wordt dan flegmatiek en verwijst naar het belang van overtuigingen; het publiek is en blijft beleefd.
Een ander uniek moment is de getuigenis van een weduwe die haar echtgenoot begeleidde in z’n laatste momenten (met de song "The ship song"). Waarna de zanger veel medeleven en support toont door te praten over de afwezigheid van een geliefde. En hij gaat direct verder met "The Ship Song", ondersteund van een enthousiast publiek.
Andere meer klassieke vragen maken de avond als inspiratie van zijn nieuwste album, een logische verderzetting in "Waiting for you" als tijdens een religieuze ceremonie.
Een persoon met een beperking in het publiek, die moeilijk kan spreken, roept naar hem. Hij vertelt dat hij op dezelfde dag is geboren als Nick, en biedt hem aan om iets te drinken na het concert. Weer een ontroerend moment van de avond vanwege de spontaniteit van de twee speakers.
Tijdens de avond komen duidelijk verlieservaringen en zich gedeprimeerd kunnen voelen aan bod ; er wordt ook veel gepraat van liedjes die voor huwelijken zijn gebruikt. En in deze context: “Are you the one I’ve been waiting for ?” wordt logisch naar boven gehaald.
Cave brengt ook hulde aan de Griekse schilder Stefanos Rokos, die 17 jaar geleden niet minder dan 14 schilderijen maakte die gekoppeld waren aan het album "Nooit meer afscheid nemen". Een tentoonstelling over dit onderwerp is nog open in Antwerpen (Bernaerts Gallery) tot 9 februari. Terloops opgemerkt dat deze composities kunnen groeien; elke luisteraar interpreteert het op zijn eigen manier.
De timing van de Conversations lijkt te worden bepaald door de manager (bodyguard) aan de zijkant van het podium. De laatste aarzelt niet om de leider mee te geven aan zijn songs te beginnen of de encores te beginnen. Soms jammer toch, ervaarde ik, want zonder dat , had onze grootmeester de hersenspinsels en de nummers wat meer vrije loop kunnen laten gaan.
De encores bevat enkele prachtige improvisaties, als "Palaces of Montezuma" (Grinderman) en zelfs "Shivers" (van zijn jonge jaren met Boys next door).

Met bijna 3 uren hebben de toeschouwers waar voor hun geld gekregen. De tickets waren soms erg duur , afhankelijk waar je zat. Een onderwerp dat Cave zelf aan het begin van de set aansneed. Hij zei dat hij hier geschokt van was.
Een signeersessie volgde, een goed kwartier lang, na het einde van de show.

Setlist : « Papa Won't Leave You, Henry », « God Is in the House», «The Mercy Seat », « Avalanche », « Into My Arms », «Where's the Playground Susie? », « The Ship Song », « Waiting for You »,« Jubilee Street »,  « (Are You) The One That I've Been Waiting For? », « Sad Waters », «Love Letter ».
Encore: « Fifteen Feet of Pure White Snow», « Palaces of Montezuma », « Shivers », « Stranger Than Kindness », « Skeleton Tree ».

Vertaling Sébastien Leclercq - Johan Meurisse

Organisatie : Bozar, Brussel

Beoordeling

Herman van Veen

Herman van Veen - Een oude schuur brandt het best

Geschreven door

Herman van Veen - Een oude schuur brandt het best

75 … Dat kun je wel zien dat is hij … En je zal het geweten hebben, want van Veen viert zijn 75ste op geheel eigen wijze met een tournee doorheen de lage landen. Nog tot eind dit jaar kan je hem samen met zijn virtuoos genootschap bijna elke avond ergens op een podium bewonderen en geloof ons als we u zeggen dat u dit voor geen geld ter wereld mag missen!

Voor alle duidelijkheid: dit is geen afscheidstournee, maar een jubileumtournee. Na  55 jaar op de planken, heeft van Veen heel wat om op terug te blikken. De rode draad is het ouder worden, waarvan hij zegt: “dat gaat vanzelf … en dat gaat vanzelf weer over”. In een soort van dagboekformule laat hij je meanderen doorheen zijn leven en dat begint bij zijn vader en moeder die de 6de juni 1944 “op zijn idee kwamen en de spons eruit mocht”. Op zulke toon vertelt hij over zijn liedjes, waar ze vandaan komen en wat ze vandaag voor hem betekenen. Hij is een meester verteller die de zelfspot niet schuwt en bij momenten verrassend intiem wordt, met zoveel overtuiging dat hij je lach in luttele seconden weet om te toveren tot een traan.
Verwacht je niet aan de frivole greatest hits, die heeft van Veen trouwens amper. We kregen veel onbekend werk, maar toch ook enkele klassiekers zoals “Anne”, “Anders”, “Suzanne” dat hij ooit zong toen hij verliefd wilde worden op de oma van zijn kleinkinderen en dan nog dat nummer dat vroeger “Later” heette. Daarnaast passeerde ook Willem Vermandere de revue met “De vaders” en meermaals Jacques Brel met “Ik hou van jou” (Les vieux amants) en “Moenie weggaan nie” (Ne me quitte pas). Van Veen had zich duidelijk aangepast aan zijn Belgisch publiek.
Tussendoor dreef hij de spot met het Eurosongfestival en veel te theatrale operazangers en concertpianisten: een persiflist pur sang. Dit alles, vernuftig aan elkaar verweven door ontroerende anekdotes en surreële beschouwingen. Zo kwamen we te weten dat een politicus iemand is die het tegendeel bedoelt van wat hij/zij ten onrechte heeft willen ontkennen en dan toch maar bevestigt, weliswaar onder voorbehoud. En dat als je jezelf wil voortplanten, je iemand moet zoeken die over het aan jou ontbrekende geslachtsdeel beschikt en dat best ook even aan je wil uitlenen. De harlekijn in hem was nooit ver weg.
Wat misschien nog het meest verbaasde, is dat de tand des tijds zijn muzikaliteit onbevlekt heeft gelaten. Hij klinkt nog altijd even warm van stem en swingt op piano, viool en mondharmonica. Een brok energie, werkelijk indrukwekkend, waar de levensvreugde van af spat. Samen met zijn vaste muzikanten, ook stuk voor stuk multi-getalenteerd, geeft dat vuurwerk. Ieder kreeg even de spotlight en ze zongen en speelden met hun solo’s werkelijk de pannen van het dak.

Het was 2,5 uur een en al beleving. Onvoorstelbaar hoe al die generaties in het publiek gekluisterd aan de lippen hingen van een zeventiger met peper in zijn gat. Wie die avond maar als een half mens de AB betrad, ging na het zien van zoveel moois en liefs, als een compleet mens weer naar buiten.
Muzikanten:
Herman van Veen: zanger/violist/pianist
Jannemien Cnossen: violiste/zangeres
Wieke Garcia: harpiste/percussioniste/zangeres
Edith Leerkes: componist/gitariste/zangeres
Kees Dijkstra: bassist/toetsenist

Pics homepag @Markus van Offern

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 95 van 386