logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Suede 12-03-26
Concertreviews

The Human League

The Human League –Simpele feel good nostalgie

Geschreven door

Het doet wat met een mens, een band die je dertig jaar niet meer gezien hebt weer kunnen aanschouwen. Het doet je glimlachen, meezingen en toch even meewarig denken: was dat nu ‘the sound of the future’ eind jaren tachtig? The Human League was in de AB en wij keken, genoten en schudden soms eventjes meewarig het hoofd.

Het label van ‘Sound of the future’ dat The Human League in de late seventies opgespeld kreeg was van niemand minder dan David Bowie, de opperkameleon en een onaantastbaar icoon in die tijd. En het klonk toen ook allemaal fris en futuristisch. En toch zo simpel.
Tijden veranderen, The Human League niet, op wat kilootjes en haartooi na. Hun synthesiser-disco-pop-hits, die staan er nog, zelfs in hun eenvoud. Want laten we wel wezen, ingewikkelde muziek is het niet. Het laatste album van THL (‘Credo’, 2011) is niet anders, maar slaat niet meer aan. Gedateerd.
Zo voelde ook de AB. Frontman Phil Oakey (nog steeds met de volle stem, al zat hij er wel eens even naast) en zijn ladies Susan Ann Sulley en Joanne Catherall hadden hun set wel doorspekt met de hits, zodat de saaiere tussenstukken fijn weggemoffeld werden.
Oakey maakte er ook een ‘show’ van, verdwijntrucjes en verkleedpartijtjes  incluis. Hij kwam op met een lange zwarte jas en een kap waaronder nog een zwarte kaalkoppenbril wat mysterie creëerde. Langzaam aan ging alles uit en zou hij nog een aantal keer veranderen van outfit.
Ook de achtergrond was seventies: kubussen, strak wit, zoals alles wat niet bewoog. Je waande je in Star Wars. En het paste wel. Eerst allemaal (de drie originals en hun drie nieuwe huurlingen) samen op het controledek van het ruimteschip, waarna ze – op de drummer na – allemaal wel neerdaalden.
Het ‘oudere’ publiek was gekomen om mee te brullen, zoveel was duidelijk. Op de gouwe ouwe, die als een kapstok de set stevig rechthielden. “Sound of the Crowd” was de eerste herkenning, gevolgd door “Open your Heart” en maximum duwden ze twee nieuwe nummers tussen hun oldies. “One Man” deed onze fotograaf, wiens vrouwtje voor het eerst zwanger is, even twijfelen om de song straks als slaapliedje te gebruiken.
De zaal was echter écht mee en genoot onder meer van Oakey solo in “Seconds”, ging uit de bol op “Love Action”, maar keek ook berustend naar de band toen ze met “Tell Me When” tegen een roze achtergrond een K3-like opstap maakten. Met Blondje en Bruintje vooraan en Oakey ergens opnieuw achter de schermen, ontbrak nog rosse Karen. In die nieuwe nummers was het meestal ook wachten op een hoogtepunt, een doorbraak, die er maar niet kwam.
Maar nog eens, die ademruimtes waren te schaars om de gig naar beneden te halen. Op “Mirror Man” kwam voor de tweede keer (na “Lebanon”) de gitaar naar voor en de hele band trok de coulissen in na “Fascination”.

Eerste bisnummer “Goodbye to the bad Times” begon dan weer als een slecht Eurosongnummer, maar daarna kreeg België waar het op had zitten wachten: “Don’t you want me”, dat toch niet langer dan vijf minuten uitgesponnen werd. Er kon nog een extra toegift van af en iedereen ging neuriënd en vrolijk naar huis na een feel good avondje van anderhalf uur nostalgie.


Play List
1. Sky 2. Sound of the Crowd 3. Open your Heart 4. Heart like a Wheel 5. All I ever wanted 6. Things that Dreams are made of 7. Seconds 8. Lebanon 9. Louise 10. One Man 11. Night People 12.Electric Shock 13. Love Action 14. Tell me when 15. Mirror Man 16. Fascination
Bis 17. Goodbye Bad Times 18 Don’t you want me
Extra 19. Electric Dreams

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-human-league-21-11-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The XX

The xx – Twee ‘xx’-en tot in de derde macht op 1 week …

Geschreven door

The xx  mag de ‘xx’-en met fierheid op hun borst dragen en laten schitteren op de dj booths, na de overtuigend standvastige sets in de l’Aeronef, Lille , tijdens hun StuBru Club 69 sessie en in de Lotto Arena, Antwerpen … Twee ‘xx’ tot in de derde macht …

Hun concerten blijven ons écht bij , wat al bij al niet zo eenvoudig is als je hun niet alledaagse minimal spaarzame , fluisterende ‘popnoir’ beluistert. The xx mag een sobere, meeslepende gig prefereren, de sound en de belichting intrigeren, prikkelen en verrassen.
The xx schittert!, een  unieke klankenwereld; summiere witte spotlights, stroboscoops en een groot verlichte ‘XX’ ; weinig franjes om het lijf, maar het plaatje is er eentje die impact heeft! Thx xx heeft alle troeven om groots te worden . Toegegeven, als je de optredens van hen op één week er door weet te jagen,  houdt het een beetje dezelfde lijn , maar wat is het heerlijk wegdromen en huiveren op hun apart toegankelijk en avontuurlijk geluid, die op de tweede plaat ‘Coexist’ wat meer diepgang heeft gekregen.
We bleven gekluisterd en geboeid aan het aparte sfeerbeeld , die series als Twin Peaks, The virgin suicides, Fringe en Walking Dead oproept. Tja, de synths en drumtrics van Jamie ‘xx’ Smith , de indringende galmende gitaartokkels van Romy Madley-Croft en de diepe basstunes van Oliver Sim, elk geluidje van hen neemt een belangvolle rol op  en tot slot de sterke zalvende zangpartijen, alles te samen biedt nét dat tikkeltje meer. Een minimum aan middelen en een maximum aan intensiteit creëren, een donker, dreigend spanningsveld, en toch op en top gevoelig, broos en kwetsbaar!
Qua setlist en opbouw hebben we zo goed als dezelfde keuze, maar wat opvalt zijn de slepende, diep dreunende beats, de 80s tunes en de (licht) exploderende ritmes, op songs als “Reunion” , “Sunset” en  “Swept away” die de vroegere wavegolf hoog in het vaandel hielden! De gekende  singles “Crystalised” , “Shelter”, “VCR” en “Islands”, niet toevallig bijna allemaal na elkaar, klonken snediger, kregen een forsere beat mee of werden met finesse uitgewerkt. En tot slot de afsluitende “Chained” en “Infinity” klonken fel , grimmig en gingen naar een climax toe. Ook hun “Intro” , “Tides” en “Stars” trekken de karakteristieke ‘xx’ elementen naar boven, een ingehouden spanning van hartzeer en huivering , met een verslavende, verdwaalde , spooky trippende melodie.
Het trio geniet van de respons . Een terecht onthaal, want The xx staat er volledig , zonder ook maar een zwak moment . Die  toegankelijke , bezwerende en weerbarstige minimalistische popnoir is groots geworden. Meer diepgang … Magie!


Eerder werden we opgehitst door het goedgemutste Canadese Austra . Een kleurig en fleurig feestje hoorden en zagen we door hun dansbare, hypnotiserende ‘sprookjes’electropop. We hotsten mee in die aanstekelijke, bezwerende en bedwelmende trancepop . Geen podiumvrees, maar positieve energie, die mag knallen, én voor de nodige smileys zorgde op de gezichten. Austra stond garant voor een energieke, bruisende set en entertainment.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-xx-21-11-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/austra-21-11-2012/

Organisatie: Live Nation 

Beoordeling

Beth Orton

Beth Orton – ingenomen warme huiselijkheid

Geschreven door

Een huiselijk, intieme sfeer werd gecreëerd, een aandachtig , vriendelijk publiek genoot.

Beth Orton kwam in de spotlights met haar ingetogen en dromerige mix van intieme folk en trippende elektronica soundscapes , nog vooraleer de term folktronica over onze lippen kwam. De opnames “She cries your name”, “Tangent” en “Someone’s daughter”, 16 jaar terug in de tijd , gaf de vrouwelijk sing/songwriterpop een verfrissende wind. Huidige exponenten als de dames Laura Veirs/Gibson/Marling, Gemma Ray en Mariee Sioux refereren graag naar de intussen 42 jarige Orton.
De eerste platen, ‘Trailer park’ en ‘Central reservation’ koesteren we, en de prikkelende emotionaliteit van het materiaal werd naar een hoger niveau getrokken door haar breekbare, broze,  neuzelende, hemelse stem. En haar stem ging niet onopgemerkt voorbij, want voor sommige nummers “Alive , alone” , “Where do I begin” en “The state we’re in”, kwamen de  psychedelische dance/elektronica spits ‘Chemical Brothers’ Rowlands/Simons langs. Ook Red Snapper en William Orbit deden beroep op haar. In de mid nineties was Orton alvast een veelgevraagde vocaliste. 
Ze ging meer richting akoestische folk , en trok de kaart van bezielde sfeervolle treurnissongs, die minder hecht en beklijvend klonken. We zagen haar dan nog op Festival Dranouter , ook al bijna tien jaar terug.
Intussen is er veel veranderd . Ze is samen met de veel jongere sing/songwriter Sam Amidon, die de support verzorgde en ze is moeder van twee kinderen .
Het songmateriaal horen we nu in hun meest naakte vorm op haar comeback ‘Sugaring season’, zes jaar na het fletse ‘Comfort of strangers’; een reeks ongedwongen intieme, hartverscheurende songs .

Ook vanavond was de elektronica de afwezige partij, en werd het materiaal ontdaan van enige franjes . Orton werd enkel begeleid door een paar akoestische gitaren en haar vleugelpiano. Manlief Sam gaf bijstand en vulde aan met akoestische gitaar, viool en fiddle.
Vocaal moest Orton op opener “Magpi”, van de recente cd, nog even de keel schrapen en wat onwennigheid overwinnen . De leuke interventies met publiek en haar man braken het spanningsveld, wat zorgde voor een klein anderhalf uur elegant dromerige pop, kort en kernachtig in een pure, eerlijke vorm .
Toegegeven, niet alle songs hielden onze aandacht , we misten wel eens die tunes , bleeps of opgenomen strijkers, maar we konden ons vastklampen aan de warme folky landelijkheid van een “State of grey”, “Sweetest decline”,  “Mystery” en “Candle”. Ook de handvol oudjes ademden die melancholische akoestische gitaarfolk, en de afsluitende reeks “Touch me with with your love”, op verzoek,  en “Central reservation” klonken wonderlijk en boeiend door hun diversiteit. Tijdens deze kille winterdagen waren het prachtige duet “Poison tree” en het frisse, luchtige “Call me the breeze” een hart onder de riem!  Heerlijk genieten van songs geleest op het summiere  gitaarspel. Op “Last leaves of autumn werd in de donkerte eenmaal de grote vleugelpiano van onder het stof gehaald . De  ingehouden, verstilde cover “Ooh child” besloot definitief de set .

Beth Orton  putte uit haar rijkelijk gevulde oeuvre. De Engelse sing/songschrijfster is nog niet van de aardbodem verdwenen , en schreef een fijne, boeiende set. 

Beeldrijke countryfolk drong nog meer door bij haar man Sam Amidon . Ingetogen gevoelige en zwierig speelse songs , die wat ontstemd en slordig mochten zijn …

Organisatie: Botanique , Brussel

Beoordeling

Selah Sue

Selah Sue opent het nieuwe Depot - Put on your dancing shoes

Geschreven door

Om de opening van het nieuwe Depot in Leuven te vieren, werd Selah Sue teruggehaald van haar Amerikaanse tour. De keuze voor de Leuvense zangeres leek vrij vanzelfsprekend, want Sanne Putseys heeft een speciale band met Het Depot. Ze werd hier immers vijf jaar geleden ontdekt door Milow tijdens één van de Open Mic-avonden. Dus werd haar maar direct gevraagd om drie avonden na elkaar, 16, 17 en 18 november, op te treden. Door groot succes werd daar nog een vierde concert aan toegevoegd op 20 november.

Na anderhalf jaar verbouwingswerken ziet het oude cinemapand tegenover het station er goed uit. De veranderingen zijn niet wereldschokkend, maar enkele zaken zoals de toegang zijn wel duidelijk verbeterd. De concertzaal heeft nu een maximumcapaciteit van 850 personen, maar ondanks dat het optreden uitverkocht was, voelde je je toch niet onvrijwillig tegen je buren gedrukt.

Toen Billie Kawende de avond opende met enkel haar krachtige stem en keyboard, dacht iedereen dat Selah Sue een Amerikaans talent met haar mee terug had gebracht. Groot was de verbazing toen ze ons na het tweede nummer in het Nederlands toesprak. Met haar mix van r&b en soul wist Billie K het publiek te intrigeren. Een stem als een klok, zeggen ze dan.

Maar Selah Sue had niet één, maar twee voorprogramma's meegebracht. Niels Delvaux, aka Delvis, en zijn band bedolven ons onder hun funky soulful sounds. Dansschoenen werden aangetrokken. Delvis wist duidelijk dat een voorprogramma dient om het publiek op te warmen en slaagde er merkbaar in om de temperatuur op te voeren in de zaal.

En dan waarvoor we gekomen waren. Selah Sue. Opener was het breekbare "Summertime". Terwijl ze met de ogen ten hemel geslagen "I just know, but I can't change" zong, leek het wel alsof ze het publiek tot een gemeenschappelijke bezinning leidde. Daarna vertrouwde ze ons toe hoe blij ze was om terug te zijn. Terug op de plaats waar alles vijf jaar geleden begon met haar onzekere zelf die twee nummertjes te horen bracht in het oude Depot. Dat het al de vierde keer was dat ze dat zei, deed niets af aan haar oprechtheid. Met het volgende nummer speelde ze verder in de fragiele emoties van het nu al adorerende publiek. Voor haar mama, zei ze. "Mommy" werd méér dan de originele vrij sobere versie dankzij de toevoeging van piano op keyboard.

Daarna werden we in een heel andere sfeer gedompeld. De haast intergalactische lasergeluiden waren een teken dat er ons iets groots te wachten stond. "Just because I do" werd verder gestuwd door sterkere gitaren dan we van Selah Sue gewend zijn en met "Black Part Love" ging ze dan helemaal los. En met haar het publiek. De schreeuw "you'd better go insane" werd bijna letterlijk genomen als de kleine gestalte het hele podium vulde met haar bezwerende dans. Op zo'n moment kan je er niet aan twijfelen hoeveel plezier ze beleeft aan muziek maken. Hierna kregen we heel even de ruimte om boven water te komen en naar adem te happen tijdens de instrumentenwissel. Een pauze die we zeker konden gebruiken, want vanaf de eerste noten van "This World" moest er weer voluit voor gegaan worden. Genietbaar tussendoor, maar niet uitzonderlijk in de live-uitvoering waren "Fyah", "Break", "On the run" en "Soulbreak".
Als je een cover speelt, moet je het goed doen. En Selah Sue deed het goed met haar loopstation-versie van Tweets "Oops, Oh My", volgens haar het beste r&b-lied aller tijden. Als het publiek het daarvoor nog niet warm had, dan had het het daarna toch zeker wel. Daarna volgde het overbekende "Fade Away" met zijn bluesy, nostalgische sfeer. Dat het tegenwoordig grijsgedraaid wordt op de radio, kon het enthousiasme van het publiek niet temperen. Delvis diende als waardige vervanger van Cee Lo Green in "Please".
In plaats van de publiekssuggestie "I eat your bananas raw" werd toch gekozen voor het langverwachte "Raggamuffin". Hierna werd de energie op maximumniveau gehouden met "Peace of Mind", "Crazy Vibes" en als laatste het hoogtepunt "Crazy Sufferin Style". Een speciale vermelding van de uitzonderlijke muzikanten die Selah Sue vergezelden is hier zeker wel op zijn plaats, want alleen had ze nooit voor zo'n buitengewone muziekervaring kunnen zorgen.
Selah Sue had al een aanzienlijke setlist afgewerkt, maar toch werd het publiek nog op twee bisnummers getrakteerd. Ze liet ons nog een laatste dansje doen op "Zanna" en zorgde daarna met "All I need from you" voor een grandioze cooldown, zoals het hoort na elke inspanning.

Selah Sue gaf ons alles wat ze had. En wij aanvaardden gretig.

Setlist Selah Sue: Summertime, Mommy, Just because I do, Black Part Love/Lauryn, This World, Fyah, Break, On the run, Oops, Oh My (Tweet cover), Soulbreak, Fade Away, Please (Feat Delvis), Raggamuffin, Peace of Mind, Crazy Vibes, Crazy Sufferin Style
Bis: Zanna, All I need from you

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/selah-sue-20-11-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/delvis-20-11-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/billie-kawende-20-11-2012/

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Motörhead

We are Motörhead and we play rock’n’roll

Geschreven door

Lemmy Kilmister heeft binnenkort 67 lentes op de teller staan, dus is de tijd meer dan rijp om een wijd verspreid misverstand de wereld uit te helpen vooraleer deze zware jongen er definitief het loodje bij neerlegt. Tegen wil en dank wordt zijn Motörhead sinds eind jaren ’70 immers versleten voor één van de meest prototypische heavy metalbands, terwijl in werkelijkheid Lemmy & co zweren bij authentieke rock’n’roll die met de sneltreinvaart van de Ramones en de zompige bluesfeel van ZZ Top tussen de ribben wordt gespietst. Ook al is de formule van hun asskicking drug-fueled rock intussen genoegzaam bekend en worden hun platen de jongste decennia steeds meer inwisselbaar, op het podium is en blijft Motörhead een begrip.

Wanneer je een concertzaal met een behoorlijke staat van dienst als de Brielpoort in Deinze opnieuw op de kaart wil zetten met een muzikale knaller dan is dit Engelse powertrio zonder enige twijfel de juiste groep op de juiste plaats. En knallen deed het. De brutale openers “I Know How To Die”, “Damage Case” en “Stay Clean” boden al meteen een fraaie staalkaart van Lemmy’s way of life. Poeders en pillen waren er al bij de vleet toen hij als jonkie spacerock geschiedenis schreef met Hawkwind, later maakten whisky en slechte vrouwen het plaatje compleet. De motherfucker attitude stroomt niet alleen door elke ader in zijn korte lijf, ook de fotogenieke combinatie van walrussnor, bakkebaarden, cowboyhoed, Iron Cross en zwarte denim vest maken dat hij er uitziet als de ultieme belichaming van de stoere biker met de schorre stem.
De groep imponeerde echter niet enkel in decibels en snelheid, maar ook in het feit dat hun set toch vrij afwisselend was samengebokst. Uiteraard verzekeren Lemmy & co zich al sinds jaar en dag van succes door het beste uit ‘Overkill’ (‘79) en ‘Ace Of Spades’ (‘80) boven te halen. Tussendoor de Sturm und Drang anthems uit deze essentiële platen werd het publiek toch ook wat ademruimte gegund met ‘rustiger’ spul zoals de extreem smerige bluesslepers “Metropolis” en “You Better Run”. Zoals het elke rockgroep met een 70ies verleden overigens betaamt is het niet meer dan normaal dat ook Motörhead zich bezondigde aan soleermomenten voor gitarist Phillip Campbell en drummer Mikkey Dee. Het gaf Lemmy tot tweemaal toe de gelegenheid om backstage het peil van zijn voorraad Jack Daniels te checken en een lokale schone een tong te draaien.
Het massaal aanwezige legioen zwart lederen jekkers kreeg in de tot de nok gevulde Brielpoort een korte maar krachtige uppercut als finale. Het obligate maar onverslijtbare “Ace Of Spades” haalde de meest gevaarlijke gebaren boven in de rolstoelpatiënten die op een apart podium even uit de bol konden gaan. Even hartverwarmend was ook de stomende versie van Thin Lizzy’s “Are You Ready”, door Lemmy himself opgedragen aan diens veel te vroeg gesneuvelde drinkebroer Phil Lynott. Het genadeschot werd gegeven met “Overkill”, één van de weinige nummers uit de Motörhead catalogus die vlotjes de kaap van de 5 minuten haalt en aan een onwaarschijnlijk tempo hoofd en ledematen een beurt geeft.

Uit de brede grijns op zijn bejaard smoelwerk viel af te leiden dat ook Lemmy er een meer dan geslaagde avond had opzitten. Of hij ooit een flinke kluif wordt voor de geriatrie laten we nu eventjes in het midden. Zolang hij op deze manier blijft flirten met zijn houdbaarheidsdatum verdient Mr. Kilmister tot nader order alle respect. Of om R.J. Dio zaliger te citeren: Long live rock’n’roll!


Eerder op de avond pikten we nog een streepje Anthrax mee, één van de twee opwarmers van dienst die de zaal al vroeg zo goed als vol deed lopen. Het New Yorkse kwartet behoort tot één van de absolute pioniers van de trashmetal, en greep logischerwijs dan ook bijna uitsluitend naar hun glorieuze mid-80ies tot early 90ies periode terug. Ook al zijn we geen zelfverklaarde fan van het genre, op veilige afstand van het podium en dicht bij de toog ging die speedrock versie van Joe Jackson’s “Got The Time” er toch maar lekker in.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/motorhead-20-11-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/anthrax-20-11-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Anathema

Anathema – Super concert, maar veel te kort …

Geschreven door

Anathema – Super concert, maar veel te kort …
Opeth en Anathema
Ancienne Belgique
Brussel

We hebben absoluut recht op een dubbele affiche vanavond in de Ancienne Belgique, aangezien twee speerpunten uit de progressieve metal hun scherpste kant zullen laten zien. Anathema en Opeth hebben gemeen dat ze hun carrière begonnen met een Death Metal gebaseerd op gutturale stemmen en een apocalyptische sfeer, maar daarna in de loop der tijd geëvolueerd zijn naar een complexere muziek, geïnspireerd op – onder andere – de progressieve rock. Ander gemeenschappelijk kenmerk: ‘King Wilson’ (Steven Wilson), het brein achter Porcupine Tree, die beide groepen heeft geproducet en zonder enige twijfel een belangrijke rol heeft gespeeld bij hun muzikale evolutie.

Het is Anathema die het startschot geeft voor een intens maar veel te kort optreden (slechts 35 minuten!). Er moet toch eens iets gedaan worden aan die vervelende avondklok van 22u30, die het leven van vele concertorganisatoren in de binnenstad bederft. Vanaf 19u30 neemt de groep uit Liverpool het podium in beslag, geleid door Vincent Cavanagh (zang, gitaar) en Daniel Cavanagh (zang, lead guitar), geflankeerd door broer Jamie (bas), John Douglas (drums), Daniel Cardoso (synthesizer) en de mooie Lee Douglas als backing vocal. “Deep”, van het album ‘Judgement’ (1999) en “Thin Air” van op ‘We're Here Because We're Here’ (2010) leggen de lat meteen al zeer hoog. De succesformule van Anathema berust op prachtige riffs tot leven gebracht op de gitaar van Daniel Cavanagh, gevolgd door zweverige regels zang, gepresenteerd op een bedje van synthesizer of viool, die in perfecte harmonie in elkaar verstrengeld zitten. Het geheel evolueert vervolgens langzamerhand naar een hoogtepunt waar gitaren en percussie exploderen, alvorens plaats te laten voor rust en sereniteit.

Anathema vervolgt met “Intouchable I & II” van op hun laatste album ‘Wheather Systems’ (2012). De riff in picking van Daniel Cavanagh opent deze suite van meer dan 11 minuten. Anathema toont er geëvolueerd te zijn naar een uiterst originele 'dream prog-rock'. In het laatste deel van de suite belonen Vincent Cavanagh en Lee Douglas ons met een vocaal duo van verbijsterende schoonheid. Vincent straalt meer spontaniteit en charisma uit, terwijl Lee Douglas eenvoudigweg de perfectie benadert. Na dit grote moment kondigt Daniel Cavanagh het volgende nummer, “A Simple Mistake”, aan als een nummer vanop het nieuwe album, geproduceerd door Steven Wilson. Hij verbetert zichzelf snel en preciseert dat het weldegelijk om het voorlaatste album gaat. Een onthullende vergissing, die de belangrijke invloed van ‘King Wilson’ verraadt! We worden in vervoering gebracht door de prachtige compositie, van waaruit een heldere schoonheid opborrelt. Wanneer de muziek ophoudt, kan Daniel Cavanagh zijn geweldige hispanistenriff beginnen op zijn Fender Stratocaster. Het publiek reageert enthousiast, klapt in de handen en laat zich meeslepen tot de slotexplosie.
Daarna volgt “Closer”, deze ‘electro ovni’, die uitstekend zou passen op een album van Vitalic, Air of M83. De stem van Vincent Cavanagh is vervalst met de vocoder en het stuk heeft een zeer lange, repetitieve en hypnotiserende opbouw. Daniel Cavanagh maakt het publiek goed warm en wanneer het nummer zijn hoogtepunt bereikt, verlaat zijn broer de vocoder, gaat vooraan het podium staan en tovert hevige geluiden uit zijn gitaar. De storm waait uiteindelijk voorbij zodat de laatste noten in alle zachtheid uit de vocoder kunnen ontsnappen. Een topmoment! Bekijk hier de video: https://www.youtube.com/watch?v=ZIuTdQWNXS4
Voor het vervolg krijgen we een stukje taalles aangeboden door Vincent Cavanagh, die zich zowel in het Nederlands (met een mooi plat Vlaams accent) als in het Frans tot het publiek richt : indrukwekkend! Het kost de twee broers niet de minste moeite om met hun publiek te communiceren, waardoor een waas van sympathie en authenticiteit om hen heen hangt. Het optreden eindigt in schoonheid met de grootste hit van de groep: “Fragile Dreams”. Een uitmuntend concert en we kunnen niet wachten om de groep als hoofdact op de affiches te zien staan!

De achtergrondmuziek die de komst van Opeth voorafgaat verraadt de muzieksmaak van diens leider, Mikael Åkerfeldt. Eerst is het de beurt aan “21st Century Schizoid Man” van King Crimson en terwijl de muzikanten hun intrede doen op het podium horen we het sombere “Through Pains To Heaven”, dat Popol Vuh in 1978 componeerde voor de remake van de film ‘Nosferatu’. Opeth begint met kracht, dankzij “The Devil’s Orchard” van op hun laatste album ‘Heritage’. Een zeer snelle riff op de gitaar, afgelost door een orgel dat heel Jon Lords aandoet en gevolgd door stemmen die aan Ronnie James Dio doen denken: de invloed van de hard rock van Rainbow en Deep Purple wordt meteen duidelijk. Maar in het midden van het stuk wordt het ingewikkelder en slaan we een andere richting in, die helemaal jazz-rock, zelfs kraut-rock is en waarbij we ook aan Hawkind denken. We zullen het begrepen hebben, de nieuwe stijl van Opeth is een echt patchwork van verschillende invloeden, een beetje zoals Porcupine Tree (kijk eens aan…).

Tussen de stukken door toont Åkerfeldt zich meer op zijn gemak dan vroeger. Hij vertelt meer mopjes en maakt meer gevatte opmerkingen: een ‘stand-up comedian’! Op die manier steekt hij de draak met zijn bassist, Martin Mendez, en diens ‘grenzeloze’ ego. Hij vertelt ook hoe een werknemer bij een 'Press Shop' in Brussel weigerde te geloven dat hij geen Åkerfeldt-lookalike was, maar gewoon Åkerfeldt zelf. Maar zijn favoriete thema is de moeilijkheid van zijn Death Metalfans om de evolutie binnen zijn muziek te aanvaarden. “Nu ik 38 ben zeggen ze me dat hun favoriet album het eerste is, dat ik gemaakt heb toen ik 19 was. Ik ben sindsdien blijkbaar alleen maar verslechterd!” (gelach).  
Eigenlijk brengt de setlist van het concert alle belangrijke albums van de groep bijeen, met een focus op ‘Ghost Reveries’ (2005). Vooral het nummer “Ghost Of Perdition” raakt het publiek: de ‘heavy’ passages en de ‘grunts’ wisselen mooi af met de kalmere momenten, vooral wanneer rond minuut drie de prachtige melodie zich laat horen… Schitterend. Op het einde biecht Åkerfeldt op dat hij het spijtig vindt de avond voordien Dweezil Zappa in de AB gemist te hebben, en dit omdat hij om 20u30 is gaan slapen! “We're not exactly Mötley Crüe”, verduidelijkt hij…
Vervolgens leidt hij “White Cluster” in, uit het vierde album ‘Still Life’, een albumtitel die hij koos met betrekking tot het lied van Iron Maiden. Een brok muziek van 10 minuten, waarin we de buitengewone samenhang van de muzikanten ontdekken. Naast Åkerfeldt en bassist Martín Méndez, bespeelt Fredrik Åkesson met maestria de lead guitars, terwijl Martin "Axe" Axenrot, op de drums, en Joakim Svalberg, de laatste aanwinst (ex-Yngwie Malmsteen) op het keyboard, zorgen voor perfectie. Wellicht de beste ‘avatar’ van Opeth sinds tijden, vertelde Åkerfeldt in een interview. Het geluid is krachtig en nauwkeurig : het volgt perfect de immense variaties in dynamiek van de composities.
“We hebben ook kalmere nummers”, grinnikt Åkerfeldt. “Hope Leaves” vanop “Damnation” (2003) doet (opnieuw) denken aan Steve Wilson en culmineert in een prachtige gitaarsolo. “Nu, een klassieker”. Het is het fantastische “ Deliverance” (2002). De intro met gitaar en dubbele bassdrum is gewoonweg heftig. In het publiek onderscheiden we meer en meer headbangers in volle actie… Dit epische stuk van 13 minuten slaagt er echt in u in trance te brengen. Bekijk hier dit groot moment: https://www.youtube.com/watch?v=2HunttukNuM.
Na een prachtige, zeer bluesy gitaarintro begint Åkerfeldt de folkgetinte riff van “Hessian Peel” (‘Watershed’, 2008). Åkesson komt erbij en we worden meegevoerd naar een vreemd universum, gesust door  de mellotron en de jazzy ritmes. Daarna begint een verheven opbouw die ons herinnert aan “Shadow Of The Hierophant” (Steve Hackett), die verrassend opduikt in een explosie van ‘grunts’ en gitaren. Wellicht één van meest ambitieuze nummers van Opeth! 
“Er gebeurt niet veel op het podium tijdens onze concerten”, zegt Åkerfeldt ironisch. “Als jullie vuurwerk willen zien, moeten jullie naar Kiss gaan kijken! Hier is het fijn om mensen te zien die vooral in muziek geïnteresseerd zijn”. Daarna komt “Häxprocess”, het tweede nummer uit ‘Heritage’, dat in diezelfde ‘néo-prog’ geest verder gaat. Een echt genot voor de oren. Het concert eindigt met “Reverie/Harlequin Forest”, van het album ‘Ghost Reveries’, een pronkstuk van 11 minuten! Wanneer de muzikanten zich terugtrekken schreeuwt het veroverde publiek om meer.
Op een vriendelijke en humoristische manier bedankt Åkerfeldt het publiek en kondigt het laatste stuk aan, “Blackwater Park” van op het gelijknamige album. Het zijn 12 minuten vol geluk, waarin een ongelooflijke kracht en een hallucinerende muzikale vaardigheid met elkaar verenigd worden. 

Er is geen twijfel mogelijk : Opeth is momenteel op zijn hoogtepunt. Åkerfeldt heeft de meest perfecte muzikanten gevonden en heeft zich muzikaal ontluikt. Net als bij Steven Wilson is zijn muziek een som van 40 jaar muziek; Een fantastisch concert!

Setlist Anathema
Deep ; Thin Air ; Intouchable I - Intouchable II ; A Simple Mistake ; Closer; Fragile Dreams

Setlist Opeth
The Devil's Orchard ; Ghost of Perdition ; White Cluster ; Hope Leaves ; Deliverance ; Hessian Peel ; Häxprocess ; Reverie/Harlequin Forest
Bis: Blackwater Park

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/opeth-20-11-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/anathema-20-11-2012/


Philippe Bauwens – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Beoordeling

Opeth

Opeth – patchwork van verschillende invloeden

Geschreven door

Opeth – patchwork van verschillende invloeden
Opeth en Anathema
Ancienne Belgique
Brussel

We hebben absoluut recht op een dubbele affiche vanavond in de Ancienne Belgique, aangezien twee speerpunten uit de progressieve metal hun scherpste kant zullen laten zien. Anathema en Opeth hebben gemeen dat ze hun carrière begonnen met een Death Metal gebaseerd op gutturale stemmen en een apocalyptische sfeer, maar daarna in de loop der tijd geëvolueerd zijn naar een complexere muziek, geïnspireerd op – onder andere – de progressieve rock. Ander gemeenschappelijk kenmerk: ‘King Wilson’ (Steven Wilson), het brein achter Porcupine Tree, die beide groepen heeft geproducet en zonder enige twijfel een belangrijke rol heeft gespeeld bij hun muzikale evolutie.

De achtergrondmuziek die de komst van Opeth voorafgaat verraadt de muzieksmaak van diens leider, Mikael Åkerfeldt. Eerst is het de beurt aan “21st Century Schizoid Man” van King Crimson en terwijl de muzikanten hun intrede doen op het podium horen we het sombere “Through Pains To Heaven”, dat Popol Vuh in 1978 componeerde voor de remake van de film ‘Nosferatu’. Opeth begint met kracht, dankzij “The Devil’s Orchard” van op hun laatste album ‘Heritage’. Een zeer snelle riff op de gitaar, afgelost door een orgel dat heel Jon Lords aandoet en gevolgd door stemmen die aan Ronnie James Dio doen denken: de invloed van de hard rock van Rainbow en Deep Purple wordt meteen duidelijk. Maar in het midden van het stuk wordt het ingewikkelder en slaan we een andere richting in, die helemaal jazz-rock, zelfs kraut-rock is en waarbij we ook aan Hawkind denken. We zullen het begrepen hebben, de nieuwe stijl van Opeth is een echt patchwork van verschillende invloeden, een beetje zoals Porcupine Tree (kijk eens aan…).


Tussen de stukken door toont Åkerfeldt zich meer op zijn gemak dan vroeger. Hij vertelt meer mopjes en maakt meer gevatte opmerkingen: een ‘stand-up comedian’! Op die manier steekt hij de draak met zijn bassist, Martin Mendez, en diens ‘grenzeloze’ ego. Hij vertelt ook hoe een werknemer bij een 'Press Shop' in Brussel weigerde te geloven dat hij geen Åkerfeldt-lookalike was, maar gewoon Åkerfeldt zelf. Maar zijn favoriete thema is de moeilijkheid van zijn Death Metalfans om de evolutie binnen zijn muziek te aanvaarden. “Nu ik 38 ben zeggen ze me dat hun favoriet album het eerste is, dat ik gemaakt heb toen ik 19 was. Ik ben sindsdien blijkbaar alleen maar verslechterd!” (gelach).  
Eigenlijk brengt de setlist van het concert alle belangrijke albums van de groep bijeen, met een focus op ‘Ghost Reveries’ (2005). Vooral het nummer “Ghost Of Perdition” raakt het publiek: de ‘heavy’ passages en de ‘grunts’ wisselen mooi af met de kalmere momenten, vooral wanneer rond minuut drie de prachtige melodie zich laat horen… Schitterend. Op het einde biecht Åkerfeldt op dat hij het spijtig vindt de avond voordien Dweezil Zappa in de AB gemist te hebben, en dit omdat hij om 20u30 is gaan slapen! “We're not exactly Mötley Crüe”, verduidelijkt hij…
Vervolgens leidt hij “White Cluster” in, uit het vierde album ‘Still Life’, een albumtitel die hij koos met betrekking tot het lied van Iron Maiden. Een brok muziek van 10 minuten, waarin we de buitengewone samenhang van de muzikanten ontdekken. Naast Åkerfeldt en bassist Martín Méndez, bespeelt Fredrik Åkesson met maestria de lead guitars, terwijl Martin "Axe" Axenrot, op de drums, en Joakim Svalberg, de laatste aanwinst (ex-Yngwie Malmsteen) op het keyboard, zorgen voor perfectie. Wellicht de beste ‘avatar’ van Opeth sinds tijden, vertelde Åkerfeldt in een interview. Het geluid is krachtig en nauwkeurig : het volgt perfect de immense variaties in dynamiek van de composities.
“We hebben ook kalmere nummers”, grinnikt Åkerfeldt. “Hope Leaves” vanop “Damnation” (2003) doet (opnieuw) denken aan Steve Wilson en culmineert in een prachtige gitaarsolo. “Nu, een klassieker”. Het is het fantastische “ Deliverance” (2002). De intro met gitaar en dubbele bassdrum is gewoonweg heftig. In het publiek onderscheiden we meer en meer headbangers in volle actie… Dit epische stuk van 13 minuten slaagt er echt in u in trance te brengen. Bekijk hier dit groot moment: https://www.youtube.com/watch?v=2HunttukNuM.
Na een prachtige, zeer bluesy gitaarintro begint Åkerfeldt de folkgetinte riff van “Hessian Peel” (‘Watershed’, 2008). Åkesson komt erbij en we worden meegevoerd naar een vreemd universum, gesust door  de mellotron en de jazzy ritmes. Daarna begint een verheven opbouw die ons herinnert aan “Shadow Of The Hierophant” (Steve Hackett), die verrassend opduikt in een explosie van ‘grunts’ en gitaren. Wellicht één van meest ambitieuze nummers van Opeth! 
“Er gebeurt niet veel op het podium tijdens onze concerten”, zegt Åkerfeldt ironisch. “Als jullie vuurwerk willen zien, moeten jullie naar Kiss gaan kijken! Hier is het fijn om mensen te zien die vooral in muziek geïnteresseerd zijn”. Daarna komt “Häxprocess”, het tweede nummer uit ‘Heritage’, dat in diezelfde ‘néo-prog’ geest verder gaat. Een echt genot voor de oren. Het concert eindigt met “Reverie/Harlequin Forest”, van het album ‘Ghost Reveries’, een pronkstuk van 11 minuten! Wanneer de muzikanten zich terugtrekken schreeuwt het veroverde publiek om meer.
Op een vriendelijke en humoristische manier bedankt Åkerfeldt het publiek en kondigt het laatste stuk aan, “Blackwater Park” van op het gelijknamige album. Het zijn 12 minuten vol geluk, waarin een ongelooflijke kracht en een hallucinerende muzikale vaardigheid met elkaar verenigd worden. 

Er is geen twijfel mogelijk : Opeth is momenteel op zijn hoogtepunt. Åkerfeldt heeft de meest perfecte muzikanten gevonden en heeft zich muzikaal ontluikt. Net als bij Steven Wilson is zijn muziek een som van 40 jaar muziek; Een fantastisch concert!


Het is Anathema die het startschot geeft voor een intens maar veel te kort optreden (slechts 35 minuten!). Er moet toch eens iets gedaan worden aan die vervelende avondklok van 22u30, die het leven van vele concertorganisatoren in de binnenstad bederft. Vanaf 19u30 neemt de groep uit Liverpool het podium in beslag, geleid door Vincent Cavanagh (zang, gitaar) en Daniel Cavanagh (zang, lead guitar), geflankeerd door broer Jamie (bas), John Douglas (drums), Daniel Cardoso (synthesizer) en de mooie Lee Douglas als backing vocal. “Deep”, van het album ‘Judgement’ (1999) en “Thin Air” van op ‘We're Here Because We're Here’ (2010) leggen de lat meteen al zeer hoog. De succesformule van Anathema berust op prachtige riffs tot leven gebracht op de gitaar van Daniel Cavanagh, gevolgd door zweverige regels zang, gepresenteerd op een bedje van synthesizer of viool, die in perfecte harmonie in elkaar verstrengeld zitten. Het geheel evolueert vervolgens langzamerhand naar een hoogtepunt waar gitaren en percussie exploderen, alvorens plaats te laten voor rust en sereniteit.

Anathema vervolgt met “Intouchable I & II” van op hun laatste album ‘Wheather Systems’ (2012). De riff in picking van Daniel Cavanagh opent deze suite van meer dan 11 minuten. Anathema toont er geëvolueerd te zijn naar een uiterst originele 'dream prog-rock'. In het laatste deel van de suite belonen Vincent Cavanagh en Lee Douglas ons met een vocaal duo van verbijsterende schoonheid. Vincent straalt meer spontaniteit en charisma uit, terwijl Lee Douglas eenvoudigweg de perfectie benadert. Na dit grote moment kondigt Daniel Cavanagh het volgende nummer, “A Simple Mistake”, aan als een nummer vanop het nieuwe album, geproduceerd door Steven Wilson. Hij verbetert zichzelf snel en preciseert dat het weldegelijk om het voorlaatste album gaat. Een onthullende vergissing, die de belangrijke invloed van ‘King Wilson’ verraadt! We worden in vervoering gebracht door de prachtige compositie, van waaruit een heldere schoonheid opborrelt. Wanneer de muziek ophoudt, kan Daniel Cavanagh zijn geweldige hispanistenriff beginnen op zijn Fender Stratocaster. Het publiek reageert enthousiast, klapt in de handen en laat zich meeslepen tot de slotexplosie.
Daarna volgt “Closer”, deze ‘electro ovni’, die uitstekend zou passen op een album van Vitalic, Air of M83. De stem van Vincent Cavanagh is vervalst met de vocoder en het stuk heeft een zeer lange, repetitieve en hypnotiserende opbouw. Daniel Cavanagh maakt het publiek goed warm en wanneer het nummer zijn hoogtepunt bereikt, verlaat zijn broer de vocoder, gaat vooraan het podium staan en tovert hevige geluiden uit zijn gitaar. De storm waait uiteindelijk voorbij zodat de laatste noten in alle zachtheid uit de vocoder kunnen ontsnappen. Een topmoment! Bekijk hier de video: https://www.youtube.com/watch?v=ZIuTdQWNXS4
Voor het vervolg krijgen we een stukje taalles aangeboden door Vincent Cavanagh, die zich zowel in het Nederlands (met een mooi plat Vlaams accent) als in het Frans tot het publiek richt : indrukwekkend! Het kost de twee broers niet de minste moeite om met hun publiek te communiceren, waardoor een waas van sympathie en authenticiteit om hen heen hangt. Het optreden eindigt in schoonheid met de grootste hit van de groep: “Fragile Dreams”. Een uitmuntend concert en we kunnen niet wachten om de groep als hoofdact op de affiches te zien staan!

Setlist Anathema
Deep ; Thin Air ; Intouchable I - Intouchable II ; A Simple Mistake ; Closer; Fragile Dreams

Setlist Opeth
The Devil's Orchard ; Ghost of Perdition ; White Cluster ; Hope Leaves ; Deliverance ; Hessian Peel ; Häxprocess ; Reverie/Harlequin Forest
Bis: Blackwater Park

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/opeth-20-11-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/anathema-20-11-2012/


Philippe Bauwens – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Die! Die! Die!

Die!Die!Die! – Arena van de Punknoise !

Geschreven door


We komen toe in een kille, nogal verlaten Café Video die bij het verstrijken van de minuten een trekpleister werd voor de nachtraven van Gent en omstreken. Cafe Video maakte vanavond plaats voor een ‘old school’ punknoiserockband uit Nieuw Zeeland Die!Die!Die!
De term old school omvat de authentieke punksfeer die ze creëren door hun grillige, stuivende sound want oud is dit trio niet. Ze brachten hun eerste album ‘Die!Die!Die!’ uit in 2005 en nog geen tien jaar later brengen ze hun vierde kind ‘Harmony’ ter wereld. In september kwam er een eind aan hun Australische tour, en met deze pitstop in de hamam van alternatief geweld eindigen ze hun Europese tour om begin volgende maand terug te keren naar hun roots.

Die!Die!Die! verrast niet zozeer door hun muzikale finesse, maar des te meer met hun roekeloze punkdrift die op ieder leek te spatten. Ze drijven het tempo langzaam aan op zonder het doel tot een finale te komen, breken los in een zaligmakende waanzin en stoppen abrupt zoals het een echte punkrockband betaamt. Vaak is er ook een flirt met psychedelische rockfragmenten.
Het café was half vol en toch bruiste de dynamiek van dit trio tot in de uithoeken ervan. Ze bleven niet braaf ter plaatse maar als ontembare ‘die hards’ komen ze tussen het publiek te staan zodat de grens tussen luisteraar en band vager wordt en je wordt meegezogen in hun enthousiasme.
We hadden deze avond het genoegen de adem te delen met Jan Paternoster, beter bekend als zanger en gitarist van The Black Box Revelation die het ook naar z'n zin leek te hebben. Dit kan enkel tellen als extra referentie.
Kortom, ze konden op een willig publiek rekenen die hun na het laatste nummer toch wist te overtuigen een bis te doen. Toen ging het hek helemaal van de dam want de jongens van Die!Die!Die! vulden letterlijk en figuurlijk de ruimte, en ruilden de toog in als extra podium. Een bezielende show, een ruig optreden en een café Video die hun als enige in België een plaats kon en wou geven! Enkel hiervoor klap ik nogmaals in de handen want dergelijk bereidwillige uitbaters met de nodige lef om meer ongekende bands een podium te bieden zijn een zeldzaam ras in de vaak commerciële gehypte muziek'business' de dag vandaag. Dank u dus Café Video!

Of dit optreden me kan bekeren tot het punkdom, absoluut niet, maar deze band is dan toch de persoonlijke uitzondering op de regel. Op Facebook vind je hun terug onder diediedieband. Volgende tip op de kalender van Café Video is PVT, een pop rock noiseband uit Sydney, die er op 27 november een optreden geeft. Komt dat zien, komt dat zien!

Organisatie: Café Video, Gent

Beoordeling

Pagina 261 van 386