Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Com Truise

Com Truise – Moustachen en bretellen

Geschreven door

Eigenlijk hadden we Seth Haley aka Com Truise einde vorig jaar al op onze Democrazy-agenda vastgepind, maar een gebrek aan toursupport stak daar toen een stokje voor.  Sinds begin mei is deze eenzame reiziger op tournee doorheen Europa en Democrazy wist hem toch terug te overtuigen voor een passage in de DOKkantine in het kader van het 'Trash?'-festival.
Vanavond echter geen voorprogramma, wel een goedkoper ticket en ongedwongen gezelligheid in overvloed.  Bretellen klikvast en de netjes getrimde moustache mooi in de plooi. Klaar om met het selecte publiek een nostalgische, retrofuturistische ruimtereis te maken richting jaren '80.

Com Truise komt op de proppen met een pretentieloze strategie. Een paar van zijn geliefde analoge synths, effectenboxen en laptop. Een bijkomende percussionist zou het geheel van botergeile slomobeats en kreunende analoge synths alleen maar smeuïger kunnen maken. Toch bewijst Seth zeer zeker dat hij naast een goede producer - denk maar aan zijn album ‘Galactic Melt’ - ook  als live performer duchtig uit de voeten kan. Misschien verwachten we van een synthfreak van zijn formaat net iets meer live jams. Hij haalt wel als een bezetene alles uit zijn digitale kas om een volle, warme sound te produceren. Zijn sound klinkt overwegend melancholisch, mistig en donker maar tegelijkertijd ook zeer fris en optimistisch. Misschien is dit heel persoonlijk maar ik vind übergeile muziek. Het is heel moeilijk om Com Truise in een vakje te duwen. Een soort vintage synthwave electronica dat heel dicht aanleunt bij Boards Of Canada. Sommige van zijn tracks zouden evengoed deel kunnen uitmaken van een soundtrack van een 80's-film à la 'Gop Tun'.

Com Truise heeft zonder twijfel zijn plaatsje in het elektronisch muzieklandschap verworven. Kwestie van voortdurend keihard te werken om zich te onderscheiden van de massa. We zijn in ieder geval benieuwd naar zijn toekomstige producties. Onze radar staat zonder twijfel op scherp. Op 17 augustus kan je op Pukkelpop opnieuw inchecken voor één van zijn psychedelische sci-fi trips.

Organisatie Democrazy, Gent (ism DOK)

Beoordeling

Other Lives

Other Lives & Mooi afscheid van Club Terminus

Geschreven door

 

Als u de eindejaarslijstjes van 2011 er nog eens terug wil bijnemen, dan zal u merken dat ‘Tamer Animals’ van Other Lives overal hoog scoorde. Terecht, ook wij vonden dat het één van de meest veelbelovende debuutplaten van het jaar was.

Het is altijd afwachten hoe zulke bandjes dit live weten te vertalen. Other Lives slaagde er in ieder geval aardig in om die filmische sound met folky en psychedelische invloeden in een overtuigende live act te gieten. Een projectie van stokoude zwart-wit beelden op de achtergrond werkte perfect bij de melancholische en sferische muziek die de band live neerpootte.
Tegenwoordig is het ‘bon ton’ om een (doorbraak)album van voor naar achter integraal te spelen, bij groepjes als Other Lives die nog maar één plaatje hebben is dat pure noodzaak. Geen probleem echter, want ‘Tamer Animals’ is gevarieerd en avontuurlijk genoeg om een vol uur te kunnen blijven boeien, en dat zeker met zo een breed instrumentarium. Een uitgebreid arsenaal aan instrumenten is waarschijnlijk nefast voor de vliegtuigfactuur, maar bij Other Lives zorgde het wel  voor een unieke sound.
Naast de klassieke bas/drum/gitaar merkten we ondermeer piano, synths, violen, trompet, contrabas, klavecimbel en allerlei soorten cymbalen. Voeg daarbij een handvol hemelse en melancholische songs als “Tamer Animals”, “As I lay my head down”, “Old Statues” en “Desert” en je krijgt een bijzonder mooie sfeer. Naast een winderige woestijn en Morricone spaghetti western taferelen, haalden wij ons achtereenvolgens vroege Pink Floyd (Barrett periode), Calexico, Radiohead, Dylan en Mumford & Sons voor de geest. Wie dergelijke gedachten kan oproepen, is goed bezig.

Other Lives had vanavond de trieste eer om het allerlaatste optreden in de Oostendse Club Terminus te verzorgen en bedankte hiervoor met een schitterend concertje. Het sympathieke zaaltje waar de tijd heeft stilgestaan moet nu plaats ruimen voor het grote kapitaal. Vanaf morgen gaan de bulldozers erover en wordt er een groots appartementencomplex opgetrokken, it’s money that matters.
De stempel die Other Lives op het zaaltje heeft gezet zullen wij in ere houden.
…En wij kunnen zeggen dat wij de allerlaatste Terminus pint ooit gedronken hebben (zeker weten, want het vat was af) ! Zowaar een onvergetelijk moment.

Other Lives, een groepje met potentieel, veel potentieel. In tegenstelling tot het arme zaaltje, …snik

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/other-lives-04-06-2012/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

Beoordeling

Bob Mould

Bob Mould - Tomeloze energie van een dolle vijftiger

Geschreven door

 

“Three is the magic number” was het vaste devies van de Amerikaanse underground held Bob Mould telkens hij op het punt stond om in de loop van de muziekgeschiedenis een band uit de grond te stampen. Als zanger/gitarist van Hüsker Dü, een trio dat hij in de prille jaren ’80 vormde met Grant Hart en Greg Norton vanuit thuisbasis Minneapolis, lag hij mee aan de basis van wat een decennium later grunge of indie zou gaan heten. Na het imploderen van het commercieel weinig potten brekende Hüsker Dü haalde Mould een paar jaar later alsnog zijn gram, dit keer als onbetwiste frontman van het powertrio Sugar dat in ’92 de klassieker ‘Copper Blue’ hoog in de eindejaarslijstjes deed belanden. Ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van deze mijlpaal uit de catalogus van het ooit toonaangevende gitaarlabel Creation gaat Mould dit jaar alweer de boer op als trio.

De Bob Mould performs ‘Copper Blue’ tour hield afgelopen zondag halt in de Brusselse AB. Aanvankelijk zou Mould in de grote zaal met de 100 dB geluidslimiet flirten, maar vanwege een tegenvallende voorverkoop werd het uiteindelijk slechts de AB Box die trouwens ook nog flink wat benenruimte op overschot had. Conform de traditie van de rewind formule passeerde ‘Copper Blue’ integraal en volgens de oorspronkelijke tracklist de revue, te beginnen met de uit staal en beton intro van het gruizige “The Act We Act”. Hoe hard zijn jongere kompanen Jason Narducy (bas) en Jon Wurster (drums) ook hun best deden, toch torende de gebiedende stem van een duidelijk goedgemutste Mould al meteen netjes boven hun ‘wall of sound’ uit. Ook met zijn gitaarspel leek alles van meet af aan snor te zitten: hoekig, energiek, beukend, strak maar altijd melodieus zoals in ‘s mans hoogdagen. De set kwam al heel vroeg in een stroomversnelling terecht met “A Good Idea”, ingeleid door een baslijntje dat Kim Deal niet verkocht kreeg bij de Pixies, en het majestueuze “Changes” dat ook zonder de urgente intro het beste nummer uit ‘Copper Blue’ en bij uitbreiding de volledige Sugar catalogus is en blijft.
Sommige nummers op ‘Copper Blue’ kan je bijna bestempelen als pure poprock, maar daar lijken Mould & co twee decennia later maar weinig boodschap aan te hebben.
Zo werd de synth intro van “Hooverdam” al vlug opgeslorpt door een orkaan van snarengeweld, maar door de puike samenzang van Mould en Narducy bleven de decibels toch verteerbaar. Mould wisselde een eerste keer van gitaar bij het relatieve rustpunt “The Slim”. De frontman bewees tijdens dit nummer dat hij na bijna 51 lentes nog steeds tot vocaal hartverscheurende dingen in staat is, en ja, heel even moesten we zelfs aan Hüsker Dü’s “Diane” terugdenken.
Hoe “If I Can’t Change Your Mind” ooit op ‘Copper Blue’ is terecht gekomen is ons nog altijd een raadsel. Een luchtig folkrock riedeltje waar The Byrds in hun tijd nog konden mee wegkomen, dat wel, en niet toevallig heeft deze vreemde eend in de bijt het tot Sugar’s bekendste radiohit geschopt. In de AB kreeg het nummer de Hüsker Dü injectie waar het al die jaren al recht op had, dus ons hoor je niet klagen. Het strakke “Fortune Teller”, nog zo’n uppercut die op een album van Mould’s eerste groep had kunnen staan, en de broeierige bombast van “Slick” en “Man On The Moon” besloten de herontdekking van ‘Copper Blue’.

In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten teert Mould niet enkel op oude successen, maar levert hij met de regelmaat van de klok nog nieuwe albums af. Het publiek kreeg in de AB een voorproefje van Mould’s volgende solo schijf die komende herfst zal verschijnen. “Star Machine”, “Dissent” en “Round the City Square” klonken vintage Hüsker Dü en Sugar, en werden met de nodige gretigheid de zaal in geslingerd alsof ze al jaren op de setlist van de groep pronken.
Voor de oudere fans die trouwens in behoorlijke getale de weg naar de AB hadden gevonden was het echte orgelpunt van de avond aangebroken toen Mould tot vier keer toe in de catalogus van Hüsker Dü ging grasduinen. We waanden ons heel even terug in de onrustige tienerjaren anno 1985 toen “I Apologize” en “Celebrated Summer” uit het legendarische ‘New Day Rising’ album werden opgediept. Mould & co lieten nagenoeg alle remmen los tijdens de manische brok emocore geschiedenis “Chartered Trips” uit het één jaar eerder verschenen ‘Zen Arcade’. Met de finale encore “Makes No Sense At All” serveerde Mould zijn come-back match uit met een ace.

Elke set die gedurende een klein anderhalf uur geen enkel dieptepunt kent, bulkt van de energie en zijn afspraak met de muziekgeschiedenis niet heeft gemist krijgt van ons steevast het etiket ‘memorabel’ opgespeld. Wie deze afspraak om welke drogreden dan ook toch heeft gemist krijgt straks van Chokri een herkansing. De Amerikaanse indie held gaf te kennen om er dan opnieuw met volle goesting in te vliegen, we hopen van U hetzelfde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/bob-mould-03-06-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Scorpions

Scorpions - Final Sting Tour

Geschreven door

 

'Scorpions'. Als deze naam je niks zegt, dan moet je haast 40 jaar op een andere planeet geleefd hebben. Deze Duitse jongens hebben er een indrukwekkende carrière opzitten en hebben beslist dat het mooi geweest is. In november spelen ze in een reeds ruime tijd uitverkocht Vorst Nationaal één van hun laatste concerten, maar vooraleer we zo ver zijn kwamen ze nog even het Antwerps Sportpaleis de hand schudden.

Na de support act laten de heren Scorpions echter wat op zich wachten en een ongeduldig ritmisch handgeklap stijgt op uit het publiek. Om 11 minuten na negen is het dan zover. Ze duiken kop voor het optreden in met “Sting in the Tail”, de titelsong uit hun jongste plaat. De sfeer zit meteen goed. Maar waar het eerste nummer een voltreffer is, is het tweede een stuk minder. Zanger Klaus Meine blijft heel “Make It Real” zoeken naar de juiste toon maar echt goed komt het toch niet. Het blijft echter bij één nummer en vanaf “Is There Anybody There” weet Meine weer exact waar de klepel hangt. Tijd voor wat actie! Nummers zoals “Coast to Coast” en “Loving You Sunday Morning” (waar het publiek duidelijk op zat te wachten) vliegen ons om de oren, en zelfs een drumsolo is niet te veel gevraagd.
Dat de Scorpions ook teder kunnen zijn bewijzen ze met “The Best Is Yet To Come” en het onsterfelijke “Send Me an Angel”, waarbij het luidkeels meebrullende publiek moeiteloos het compleet in het rood gehulde Sportpaleis vult.
Met “Holiday” wordt het intermezzo afgesloten en gaan we naadloos terug naar het rockende gedeelte van de avond. “Raised on Rock” lijkt in het geval van de Scorpions wel autobiografisch. Het publiek eet uit hun handen en iedereen is uitzinnig. Met “Tease Me, Please Me” en “Hit Between the Eyes” doen ze er nog een schepje bovenop. Het dak moet er af, hier in het Sportpaleis. We krijgen nog “Kottak Attack”, “Blackout”, “Six String Sting” en “Big City Nights” naar ons hoofd geslingerd en wanneer het publiek unaniem vindt dat dat nog niet genoeg is keren ze terug voor nog drie van hun meest onvergetelijke wapenfeiten: “Still Loving You”, “Wind of Change” (het moest er van komen), en ze gaan zoals ze gekomen zijn; Keihard, met “Rock You Like a Hurricane”.

Een lichtshow om U tegen te zeggen, een torenhoog drumpodium en gitaren waar er rook uit komt… Klaus Meine en zijn kornuiten mogen dan misschien geen drie maal zeven meer zijn, ze staan op het podium als een bende jonge veulens. Het podium is voor hen een speeltuin geworden, en ze bouwen een feestje in één van de grootste zalen van het land alsof het niks is. Petje af!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/scorpions-01-06-2012/

Organisatie: AJA concerts

Beoordeling

Tennis

Peaking Lights & Tennis: het wordt een lange, hete zomer

Geschreven door

Een klein jaar geleden gooide DOK zijn deuren open voor het grote publiek. De site, gelegen in de oude Gentse havenbuurt, staat synoniem voor een ongedwongen sfeer. Op donderdag 31 mei mochten Tennis en Peaking Lights aantreden in de DOKarena, een tijdelijke ruimte die ondergebracht wordt in een grote open loods.

Verblijvend in de ijdele hoop dat het prachtige weer van de voorbije dagen zou blijven duren, werd ondergetekende verrast door een korte maar hevige regenbui. Tennis zorgde er echter voor dat het zomergevoel even terugkwam tijdens hun set.
Patrick Riley en Alaina Moore, respectievelijk man en vrouw, startten als muzikaal duo na een maandenlange zeilreis. Waar Moore synthlijnen en een heel idyllische, fris klinkende stem voor haar rekening neemt, maakt Riley het af met een retro-klinkend gitaarspel (de typische Telecaster-twang!).
Voor de Europese tour werd het koppel bijgestaan door een tweede synth/gitaar en drums.
Deze overigens zeer jonge band brengt pop-rock met een knipoog naar vervlogen tijden, maar deed ook denken aan het Belgische Intergalactic Lovers. Waar wij onder de indruk van waren: “Origins” en “Petition”.

Na een korte verpozing in de gezellige DOKkantine werden we door de tonen van Peaking Lights opnieuw naar buiten gelokt. Wederom man en vrouw, brengt deze groep psychedelische elektropop (denk aan lang uitgesponnen nummers, monotone synthlijnen,…) maar het duo is ook niet vies van dub en minimal house.
Hoewel Peaking Lights veel duisterder klinkt dan het voorprogramma Tennis, is hier ook een grote feelgood-factor te herkennen. Het eerste full-album ‘936’ werd heel goed onthaald.  Op het podium enkel het duo: via samples, loops en vocals met heel veel delay/reverb werd getracht de dromerige sfeer over te brengen. (“Hey Sparrow” bijvoorbeeld, is een nummer dat perfect aanleunt bij the XX, zonder klakkeloos te kopiëren.)
Het publiek bedwelmen lukte bij aanvang redelijk goed (nu werd echt duidelijk hoeveel DOK waard is, prachtige setting!) maar gaandeweg begon de aandacht te verslappen, mede doordat wederhelft Indra Dunis zelf nogal in een muzikale trance verkeerde.
Na wat nieuw materiaal te proberen, verbeterde de sfeer doordat Peaking Lights zwaardere baslijnen gebruikte, die tegen dub aanleunen.
Hoe dan ook is de live-performance niet echt denderend, de muziek op zich is wel OK.

Als het van ons afhangt, mag het druilerige weer zijn valiezen pakken en naar andere oorden vertrekken. Met bands als deze zijn we werkelijk klaar voor een maandenlange hittegolf: Tennis als achtergrondplaat bij de barbecue, en wanneer de avond valt kunnen we heerlijk wegdromen met Peaking Lights.

Organisatie: Democrazy, Gent ( i.s.m. DOK)

Beoordeling

Rival Sons

Rival Sons - Te weinig killer riffs

Geschreven door

 

‘Bluesrock’ is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vies woord. Nochtans was het ooit anders maar de tijd dat de radio niets dan bands als The Animals, Rolling Stones, Cream of Fleetwood Mac liet horen ligt al een eeuwigheid achter ons. Enige argwaan was dan ook op zijn plaats toen ik op de site van de Zwerver las dat Rival Sons bluesrock ging brengen. Niet dat het enig verschil uitmaakt maar zelf omschrijven ze hun muziek als door blues geïnspireerde hardrock.

Aanvankelijk omzeilden Rival Sons handig de valkuilen eigen aan het genre (eindeloos uitgesponnen nummers, egotripperij of doodsaaie solo's). Nee, ze begonnen vrij strak en hielden de nummers opmerkelijk kort gebonden. Deze groep uit Long Beach, Californië is al ontelbare keren vergeleken met Led Zeppelin maar daar viel in Leffinge alleszins weinig van te merken. Enige gelijkenissen met de vroege Black Crowes waren er wel te bespeuren. Met hen deelden ze alvast hun liefde voor oude soul. Dit soort luide en harde rock staat of valt met de aanwezigheid van killer riffs. En die schudde Scott Holiday net iets te weinig uit zijn mouw. Nochtans vond ik hem een schitterend muzikant, vooral toen hij al eens het rechte pad der hardrock verliet om verrassend spacey uit te halen op zijn gitaar. Ook zijn solo's waren steeds inventief en beknopt.
Met zanger Jay Buchanan had ik wat meer problemen. Fantastische stem en een briljante zanger, daar niet van, maar de man had een soort koele berekendheid over zich, die me wat irriteerde. Zelfs een halve glimlach kon er niet vanaf en zijn jeansjasje bleef merkwaardig de hele tijd met enkel de twee bovenste knoopjes dicht. Pas in de finale werd duidelijk waarom. Daaronder verschool zich een t-shirtje dat vakkundig van de hals tot het middenrif was opengeknipt en duidelijk niet eerder gezien mocht worden.

En tijdens die finale liep het na een meer dan aanvaardbare set nog grondig mis. Tijdens het eindeloos uitgerokken eindoffensief hoorden we warempel nog een paar covers : het totaal overbodige want veel te flets gebrachte “Baby, please don’t go” en een iets beter maar toch niet echt overtuigend “It's a man's man’s world”. Alsof dat nog niet genoeg was kregen we er nog een drumsolo bovenop (mocht niet ontbreken!). Toen de laatste noten uitstierven was het anders wel enthousiaste publiek behoorlijk murw en drong het niet echt aan op bisnummers, die gelukkig in de kast bleven.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rival-sons-31-05-2012/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Elvis Costello

Koninklijk Circus omarmt King Costello

Geschreven door

 

Voor de tweede avond op rij werden de fans van Elvis Costello op hun wenken bediend. Het tweede solo-concert in het Koninklijk Circus was initieel voorzien voor eind oktober 2011, maar toen diende de zanger verstek te laten gaan wegens familiale omstandigheden. ’s Mans vader, Ross McManus, stierf enkele weken later. Ook voor een man met 35 jaar live-ervaring betrof dit dus geen alledaags optreden.

Tijdens het eerste half uur (“(The angels wanna wear my) Red Shoes”, “When I paint my masterpiece”, “Veronica”, “Bullets for the new born king” en “Briljant mistake”) vreesden we dat hij nog niet hersteld was van de indrukwekkende prestatie die hij de avond voordien in de Ancienne Belgique geleverd had. Door zich deze keer solo en dus ietwat naakt op het podium te wagen, viel enorm op hoe hees en breekbaar Costello klonk. Iedereen weet dat hij het er vocaal-technisch gezien nooit smetteloos vanaf brengt, niemand stoort zich daar echter aan want de kracht van Costello ligt nu net in het feit dat hij van dit nadeel een voordeel weet te maken: de man zingt steeds met zodanig veel ‘grinta’ dat het moeilijk is om onbewogen te blijven bij zijn muziek. Na verloop van tijd verminderde het aantal schoonheidsfoutjes trouwens geleidelijk. Misschien was het dus gewoon een kwestie van opwarming. Vanaf “New Amsterdam” (dat “You’ve got to hide your love away” van The Beatles omzwachtelde) vielen ons in ieder geval geen overdreven stemproblemen meer op.
Hoewel hij naar eigen zeggen een hekel heeft aan succes (waarbij het maar de vraag is of dit effectief ironisch bedoeld is), bleek hij bereid om “Everyday I wrote the book” ten berde te brengen. Het daaropvolgende “Bedlam” kreeg een vrij funky versie mee. Een volgende hoogtepunt betrof het zittend gebrachte “All or nothing at all” dat zo’n zeventig jaar geleden de geschiedenis ingezongen werd door Frank Sinatra. Het van Charles Aznavour geleende “She” kon minder imponeren. Tijdens “Watching the detectives” ging Costello een eerste keer volledig loos op zijn Gibson Super 400, iets waarbij hij uiteindelijk iets te veel ‘loops’ gebruikte om te blijven boeien. Chuck Berry werd geëerd middels “No particular place to go” waarna het mooie “Our little angel” een terechte plaats op de setlist kreeg.
De tijd was vervolgens gekomen om middels “Church Underground” expliciet eer te betuigen aan zijn vader. Na “Suit of lighs” maakten “A slow drag with Josephine” en “Jimmie standing in the rain” nogmaals duidelijk dat Costello trots is op het eind 2010 uitgebrachte “National Ransom”-album. Hoe zou je zelf zijn?!
Met “Poison Moon” werd na al die jaren nog eens een parel uit ‘My aim is true’ heropgevist. Vervolgens kreeg de maatschappijcriticus in Costello de bovenhand. Zowel “Tramp the dirt down”, het nog niet uitgebrachte “For more tears” als “Shipbuilding” betreffen anti-oorlogsliederen die mede opgedragen werden aan zijn grootvaders (Patrick & Jimmy) die een kleine 100 jaar geleden strijd leverden in Flanders’ Fields.
Plots weerklonk dan door de boxen een instrumentale versie van “National Ransom” dat door Costello ter plekke op fenomenale wijze gelardeerd werd met gitaar en zang. Alsof het publiek nog niet genoeg verwend was, stormde daarna Steve Nieve het podium op: “My all time doll”, “My three sons” en “Accidents will happen” bewezen opnieuw dat Elvis Costello & Steve Nieve een onverwoestbare tandem vormen. Een duidelijk geëmotioneerde zanger dankte het publiek vervolgens voor de steun gedurende de – gezien de in de inleiding geschetste omstandigheden - toch wel moeilijke avond.
Na “All these strangers” kreeg Brussel vervolgens voor de tweede avond op rij een onvergetelijke versie van “I want you”: duivels gitaarspel en getormenteerd getokkel overtuigden zelfs de laatste twijfelaar om de onverslijtbare Elvis Costello een staande ovatie te gunnen. En nog was het niet genoeg want “(What’s so funny ‘bout) Peace, Love and Understanding” maakte duidelijk dat niemand ooit zijn versie van deze Nick Lowe-song zal overtreffen. Een magistraal slot van een puik optreden dat er mede door de speciale context toe leidt dat we het woord ‘legendarisch’ niet moeten schuwen.

In het Koninklijk Circus werd het entertainmentgehalte van de voorgaande avond ferm teruggeschroefd. In de plaats kregen we een gedurfde selectie uit een rijkgevulde carrière aangevuld met enkele knappe covers. Niet iedereen zal dit concert evenzeer gesmaakt hebben. Wie kwam voor ‘the fun and the hits’, was eraan voor de moeite. Wie zich openstelde voor een tocht door de minder gekende (maar daarom niet minder boeiende!) kanten van het spectrum dat Elvis Costello al zovele jaren beslaat, kreeg gedurende 160 minuten waar voor zijn geld.
Op twee dagen tijd kreeg Brussel meer dan vijf uur muzikale klasse geserveerd. Wie rouwt er nog om een eerste Elvis als de tweede hem overtreft? Eens te meer is de volgende leuze dus van toepassing: ‘the king is dead, long live the king!’ Ross McManus mag beretrots zijn op zijn zoon. We vrezen dat het eerbetoon aan onze eigen vader heel wat minder indruk zal maken dan dit dat we 10 dagen eerder mochten meemaken in het Koninklijk Circus…. Sorry, pa….maar ja, dat komt ervan als je ons op muzikaal vlak zo ongetalenteerd geboren laat worden….

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/elvis-costello-solo-31-05-2012/

Organisatie: Greenhouse Talent

 

Beoordeling

Camille

Camille – vol lof over de prestatie en performance van deze zangeres – actrice

Geschreven door

 

Woensdag daalde een engel neer in Brussel, in de vorm van de frêle Camille, een drieëndertigjarige actrice-zangeres die vijftien jaar geleden haar eerste muzikale stappen zette in de rokerige jazzkroegen van haar thuisstad Parijs.  Opgegroeid in de intellectuele kringen van Saint-Germain-en-Laye, studeert ze ballet, literatuur en politieke wetenschappen, maar gaandeweg neemt de muziek terecht de bovenhand. In november vorig jaar kwam haar vijfde studioalbum uit, ‘Ilo Veyou’ (staat allicht voor “I love you”- absurde woordspelingen zijn één van haar handelsmerken).  Ik kende haar alleen van haar passage in Later with Jools Holland, waar ze een subliem optreden en een blijvende indruk naliet. 

Camille maakte haar entrée niet onopgemerkt, met een gloeilamp onder een licht doorschijnende tuniek in een volledig verduisterde Cirque Royal brengt ze het Keltisch aandoende “Le Berger”, begeleid door gitaar, contrabas en viool.  Haar loepzuivere stem legt de uitverkochte zaal meteen het zwijgen op, even wanen we ons – ondank de hitte – in de groene highlands. Verder spelend met de gloeilamp die haar bewegingen volgt in schaduw op een wit doek, brengt ze “l’Etourdie” en het speelse “Ilo Veyou”, waarin ze voor het eerst op wonderbaarlijke wijze toont welke kunstjes ze zoal in petto heeft: ze zingt, danst, klapt, slaat op de borst, stampt op de grond en klikt en klakt met een stem die van de bas tot de sopraan reikt.
Bij het prachtige akoestische “She was” plachtten we zelf de zaal te verlaten wanneer ze zo mooi “go, go, go away” zingt. “Mars is no fun” en “Bubble lady”  brengt de zaal weer op temperatuur, met uitvergrote danspassen en stampende voeten, als was ze een marionet gemanipuleerd door een onzichtbare hand ergens vanuit de coulissen.
Camille haalt ook de sfeer van ‘le vieux temps’ van onder het stof in het in draaimolens en volksfeesten gedrenkte “Message” en “La France”. “La France” is ondertussen een klassieker geworden bij onze zuiderburen, nochtans laten de lyrics er geen twijfel over bestaan: “la Chine excelle dans la textile, le Japon fait des automobiles… les anglais ont un humour exquis… La France, La France, des photocopies…”.
De andere bandleden vergezellen Camille in het a capella gebrachte “Ta douleur”, een nummer dat in de Verenigde Staten een bescheiden hit werd. In “Cats and Dogs”, laat de zangeres – tot groot jolijt van het publiek - een aantal figuranten aanrukken die op knieën en met het gat omhoog een parendans imiteren. Ondertussen is de temperatuur in de zaal boven het aanvaardbare gestegen, maar Camille blust met het van alle ballast ontdane “Pâle décembre” –begeleid op piano – en het intieme “Au port”.
Als de mensenmassa na al deze indrukken in de waan vertoeft dat hen nu niets meer kan overkomen en iedereen terug in zijn stoel is neergestreken, wordt het licht plots volledig gedoofd en verrast Camille opnieuw: in complete duisternis kreunt ze “Pleasure”, een nummer dat we het best kunnen omschrijven als een ode aan de ‘zelfliefde…’.  Alsof dat nog niet voldoende was gaat ze languit op de grond liggen en brengt ze het sublieme “Wet boy”,  zonder meer één van de mooiste ‘love songs’ van het decennium – maar ook hier geven de lyrics niet echt uitsluitsel…
Voor de bisronde neemt Camille afscheid met “Le Banquet”, waarin ze subtiel wraak neemt op een vrouwverslaafde man en met “Tout dit”, waarin haar technisch perfecte zangtechniek voor een laatste keer in de verf wordt gezet: in dit nummer geïnspireerd op de Benedictijnse componiste Hildegarde, slaagt Camille erin – louter en alleen bij wijze van haar stem – de mystieke en bovenmenselijke sfeer van de Middeleeuwse liturgische gezangen en hymnen op te roepen.

Prachtig concert dus en geen wonder dat Jools Holland vol lof over haar sprak in zijn Late Nights.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/camille-30-05-2012/

Organisatie: Live Nation + Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 272 van 386