logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
avatar_ab_01
Concertreviews

Xavier Rudd

Zomers enthousiasme in deze koude winterdagen

Geschreven door

Xavier Rudd heeft blijkbaar de wat donkere en mysterieuze inslag van zijn vorige plaat ‘Dark shades of blue’ (schitterende plaat trouwens) achter zich gelaten. Zijn volgende ‘Koonyum Sun’ (binnenkort in release) zal zo te horen een stuk vrolijker klinken, want in de AB was het vooral de happy factor die de hoogte in ging. Kon misschien ook geen kwaad in deze gure winterperiode, en dan nog op een dag waarop een twintigtal mensen het leven lieten bij de treinramp in Halle. Xavier Rudd droeg trouwens een song op aan de overledenen en hun nabestaanden, waarvoor alle aanwezigen hem dankbaar waren.

Maar verder wou Rudd vanavond duidelijk de opgewekte toer op en hij had daarvoor met zijn Zuidafrikaanse ritmesectie (de twee ervaren supermuzikanten Tio Molontoa op bass en Andile Nqubezelo op drums en percussie) de ideale band meegebracht. Zij hielden voortdurend de drive erin via opzwepende ritmes en gezwind tromgeroffel. Xavier Rudd liep over van de goesting en toonde een ‘joie de vivr’e die we ook van Manu Chao kennen, hij zette geregeld een indianendansje in waarbij hij de fans op het podium riep om gezellig met hem mee te swingen op de ophitsende jungleritmes.
Wij onthouden toch vooral zijn instrumentale klassestaaltjes op de slide gitaar, niet zelden in combinatie met de aboriginal geluiden die hij uit zijn didgeridoo toverde. Elders haalde hij dan weer een mondharmonica naar boven die hij op de snelle funky ritmes van zijn elektrische gitaar liet meedrijven. Een gedreven multi-instrumentalist dus, en ook wel een goeie zanger, laten we dat niet vergeten.

Zoals gezegd, vanavond lag de klemtoon geheel op fun en optimisme, wat zeer in de smaak viel bij het dolenthousiaste publiek. De nummers werden soms wel wat te lang uitgesponnen, maar niemand die daarover mekkerde, want de spelvreugde maakte alles goed.
De enige vorm van kritiek die wij dan ook willen uiten is dat we ergens toch wel een intiem moment misten, want van zijn platen weten we dat Xavier Rudd hele mooie breekbare liedjes kan schrijven die in de AB schitterden door hun afwezigheid. Maar verder hoort u ons niet morren, de wereld is al triestig genoeg in deze barre winterdagen.

Een zomerse festivalweide lijkt me bijgevolg de aangewezen plaats om dit staaltje nog eens over te doen. Hallo, Schuer.

Organisatie: Live Nation + AB, Brussel

Beoordeling

Front 242

Een hard, fel en meedogenloos Front 242

Geschreven door

Front 242: electronic body music pioniers, opgericht in ’81, uit Brussel, waren één van Belgisch (Brussel) invloedrijke en baanbrekende bands in de dance. Zij haalden de mosterd bij de electro van Kraftwerk, de synthwave van Suicide, de avantgarde van Einstürzende Neubauten en de punkfunk van Cabaret Voltaire en waren samen met Nitzer Ebb, DAF, The KLF, Front Line Assembly, SPK en Lords Of Acid de vaandeldragers van de ‘90’s en huidige dance/electro/techno/industrial scene.
Front 242 had naam en faam door z’n energieke en opzwepende live acts. De heren waren toen gekleed in uniforme commando-gevechtskleding. Platen als ‘Geography’ (’82), ‘No Comment’ (’85) en ‘Official version’ (’87) zijn in het geheugen gegrift door de dwingende, monotone en pompende beats van synthesizers, (elektronische) percussie en de felle zegzang. Ze evolueerden naar een breder, kleurrijker en meer geraffineerd klankenspectrum. ‘Tyranny for you’ (’91) en ‘I Up Evil/Off’ (’93) waren doorspekt met pop en trancegerichte beats.
De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing), Tim Kroken (live drums) en Daniel B aan de mengtafel, gaven de jaren ’80 ‘smile new beat’ een bepalende push. En de wave/electrorevival zorgde ervoor dat naast dertigers en veertigers, jongeren de muziek leerden kennen. De motivatie van het touren scherpte terug aan met hun 25 jarig bestaan in 2006, toen ze letterlijk op handen werden gedragen op hun twee uitverkochte jubileumconcerten in de AB.

Front 242 kan rekenen op een trouwe fanshare; de weken op voorhand uitverkochte Vooruit was er het harde bewijs van; ze hadden nog steeds een puike livereputatie en toonden aan dat ze een act zijn om rekening mee te houden, ondanks het feit dat ze zich wat ‘krampachtig’ vasthouden aan dezelfde playlist. We zagen een Front, die nog maar bitter weinig zo hard, fel en meedogenloos z’n publiek inblikte. Wat een (neverending) jeugdig enthousiasme, ondanks hun gezegende leeftijd! ‘Play it loud & hard’, dachten ze, want “98” en “Moldavia” klonken aanstekelijk, militant, pompend en gedreven en zorgden voor pogoënde taferelen vooraan. Het kon even geen kwaad zich een frisse tiener of jeugdige gast te voelen. “Together” en “Circling overhand” waren gematigder door de bezwerende, trancy ritmes en de krachtige, duistere beats. Op die manier stak het kwartet voldoende afwisseling en variatie in de set. Een stuwende “Religion” en een luidkeels meegezongen “Welcome to Paradise” volgden. Wat een broeierige, verbeten ritmes en hels tempo! De commandostijl wakkerden ze aan met “Funkhadafi” en de ‘warnings’ en ‘emergencies’ van “Commando” zelf. De spannende dreiging droop er van af!
Ze kwamen even op adem met slepend en lomer materiaal, maar draaiden letterlijk de beheersingknop om in een schitterende ‘closing final’. Moest er nog zand zijn na de mokerslagen van “No shuffle”, “Take one”, “In rhythmus bleiben” en de vette bezwerende “Quiet unusual” en “Tragedy for you”.
Ze speelden een perfecte, uitgebalanceerde set, injecteerden de arm- en dansspieren en deden het pogoën heropleven. De uitgelaten menigte schreeuwde om meer en werd op hun wenken bediend met enkele voortreffelijke salvo’s van “Headhunter” en het oude, steengoede “Kampfbereit”, die “Radio activity” van Kraftwerk in een repetitieve pianoloop integreerde. Ze besloten en verve de set met “Unidentified man”, live al lang opgeborgen, maar één van de smaakmakers op fuiven. Het maakte hun feestje compleet en de Vooruit daverde op z’n grondvesten. De oude electrowave liefhebbers genoten van de dolgedraaide vijftigers op het podium …

Ook A Split Second, een trio rond Mark Ickx, kreeg ruim de tijd om het oude materiaal van onder het stof te halen. Dat ze opnieuw te zien zijn is te zoeken in het verschijnen van de ‘Complete Discography’. Midden de jaren ‘80 slaagden ze erin de discotheken te veroveren met “Flesh” een song die snelle, onrustige en neurotische electrobeats vuurde en een monotoon lomer, trager en slepend ritme kreeg door het toerental van 45rpm naar 33rpm te veranderen, de kiem van de new beat rage. Samen met “Rigur mortis” zat het nummer middenin de set verstopt. We hoorden dreunende, zwaardere en opzwepende ritmes en beats, waarvan we Suicide, Die Krupps en Front in één adem konden opnoemen, en ze schuwden hierin de pure industrial niet.
A Split Second was een leuk weerzien en vormde de aanzet van een resem gigs buiten de discotheken van weleer …

Organisatie: Amusez-Vous

Beoordeling

The XX

The XX: door een minimum aan middelen een maximum aan intensiteit creëren

Geschreven door

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

King Khan

The King Khan & BBQ Show: beter dan ooit!

Geschreven door

Support act Catacombo omschrijft zichzelf op hun MySpace als ‘Antwerp's only real garage band’. ‘Poor Antwerp’ zou ik daar meteen kunnen aan toevoegen maar ik geloof hen niet. Nochtans begon dit drietal schitterend met een catchy garagerocker, gebracht met een licht huilende stem, die zo uit de ‘Nuggets’-reeks geplukt had kunnen zijn. Een toevalstreffer of was ik toen nog te mild gestemd? Hetgeen wat volgde was alleszins van een veel minder allooi. De groep grasduinde in de immense catalogus van de sixties garagerock maar bleef telkens steken in wat amateuristisch geknoei. Misschien is dit te pruimen in een donker, rokerig café met twintig pinten in je kraag maar hier viel dit toch veel te licht uit. Zelf vonden ze het blijkbaar wel leuk ondanks de bijzonder lauwe reactie van het publiek.

King Khan (toen nog Blacksnake) en BBQ (aka Mark Sultan) maakten ooit deel uit van het legendarische bandje Spaceshits. Toen dat ter ziele ging volgden beiden hun eigen weg. Khan ging meer de soul en funktoer op met zijn zeer uitgebreide ‘Shrines’ terwijl BBQ de rock-'n-roll trouw bleef, eerst in het onvergetelijke ‘Les Sexareenos’, later als one-man-band. Ondanks die nog steeds lopende eigen projecten zijn ze nu ook al weer een hele tijd samen bezig in de King Khan & BBQ Show waarmee ze nu reeds aan hun vierde plaat toe zijn. ‘Invisible girl’ heet die en ze viel net buiten mijn top 10 vorig jaar.
King Khan en BBQ moesten eerst nog soundchecken en vuurden daarbij de ene na de andere oneliner af. Die soundcheck op zich had al veel meer amusementswaarde dan het optreden van Catacombo.
King Khan had zich ondanks de vele bijgekomen kilo's toch nog maar eens in een glitterjurkje gewurmd maar de obscene taferelen van vroeger bleven dit keer achterwege. En die misten we geenszins want muzikaal zijn de heren duidelijk nog een stuk gegroeid. Er werd geopend met een instrumental: twee gitaren en wat drums via de voeten van ‘sultan’ BBQ volstonden om onze nekharen meteen steil overeind te doen staan. Maar hun grootste troef blijft zonder twijfel die harmonieuze stemmenpracht. Beiden beschikken over een prachtige stem met een groot bereik waarvan ze optimaal gebruik maken. Vooral wanneer Khan de laagste regionen opzoekt en in pure doowopstijl BBQ van antwoord dient is het wegsmelten geblazen. Ze blijven het nog steeds in de fifties rock-'n-roll zoeken maar weten het wel een eigen draai te geven zodat dit zo veel meer is dan een nostalgische trip.
Tijdens de bissen verscheen BBQ in een hilarisch kostuum als (r)octopus ten tonele, wat hem niet verhinderde nog wat knappe songs te brengen. Na eerst nog een schuimbekkende punkrocker gebracht te hebben werd er afgesloten met de tearjerker "Why don't you lie".

Het was bijzonder mooi geweest. Achteraf maakte ik nog de bedenking dat al die rock rally deelnemers die massa's verschrikkelijk duur materiaal op het podium slepen, hadden moeten zien hoe de The King Khan & BBQ Show aan twee onnozele mini-versterkers genoeg had.


Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

John Hiatt - Lyle Lovett

You Lovett or you Hiatt it? We doubt it !

Geschreven door

Als twee oude(re) mannen van minuut één beginnen te zeuren over kou en over verhuizen naar warmere oorden, dan laat je hen maar in hun geneuzel en stap je beter zelf de vlokken in. Dat was de boodschap die we aan twee uur John Hiatt (58) en Lyle Lovett (53) over hielden. Het is (even?) winter in beider muzieklevens.

Nochtans kan witte winter wonderschoon zijn. En warm. En knus. Met twee klasbakken van muzikanten in een gezellige en verlangende AB bijvoorbeeld. Het duidelijk oudere publiek stond open. En hier en daar kwam zelfs een jeugdige zonderling - in de vorm van Jef (22) - voor de tweede keer naar Hiatt kijken. Omdat papa trakteerde, akkoord, maar hij was er wel. Opnieuw zelfs. En met zuslief…!  Vol verwachtingen en verlangens. En met wanten vol hoop op een staaltje meesterwerk van twee iconen. Niet dus, die woensdag in februari met Hiatt & Lovett, een combinatie die twee jaar geleden wereldwijd nochtans hartverwarmend lekker gesmaakt werd.
De kracht van twee van de meestersongwriters van de laatste decennia ging verloren na een nochtans aangename opening. Hun (iets te duidelijk ingestudeerde) grappen bonden het eerste deel nog op zijn Muppets veilig aaneen, maar ebden weg na de ingebeelde pauze. Het concert en de heren zakten stilaan onderuit, de songs kookten elkaar bijwijlen af. Ook wij sleepten ons naar de verplichte bisnummers na een tour door de States, al was hun (te weinige) samenspel af en toe een eye-opener. Met steevast de terechte handshake er achteraan.
Nu zijn de heren-op-toch-nog-niet-zo’n-gezegende leeftijd wel eerder beroemd en bekend om hun tekstschrijven dan om hun optredens, maar toch… De meer gitaargedreven Hiatt (voor wie de meeste bezoekers de sneeuw getrotseerd hadden) zwengelde de motor af en toe nog aan met zijn ruwe(re) stem en ruiger en direct rock’n’roll-gehalte, maar zijn afgeborstelde sparring partner paste bij momenten eerder in wassencowboybeeldenmuseum, al haalde hij stemgewijs wel een meer dan behoorlijk niveau met zijn country en soul-songs.
”I am not gone, just dead”, citeerde Hiatt de grafsteen van een vriend. Tja, ze blijven groots, maar waren eventjes doods. Een paar nummers die ons wel bijgebleven zijn: “Tennessee Plates”, “I will rise up”, “Home is where my horse is”, “Nobody knows me”, “She’s no lady”, “If I had a boat”. En o ja, “Have a little faith in me”, maar vooral dan omdat het in een snel-snel-want-we-moeten-voor-elven-in-bed-tempo afgehaspeld werd.

You Lovett or you Hiatt it? Ewel, we doubt it.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhousetalent ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Charlie Winston

Charlie Winston: een overtuigende man-van-alle-kunstjes

Geschreven door

Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota waren we onder de indruk van de Britse singer/songschrijver Charlie Winston. De man palmde als muzikant en als performer probleemloos z’n publiek in; live kreeg de innemende pop een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem. We zagen een dampend, stomend concert van de lieve, charismatische songschrijver. Hij dompelde de songs en de show onder in een eigentijdse ‘50’s revival door z’n danspasjes en z’n look (ondervestje, hemd, das en hoed) en leek de reïncarnatie wel van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’.
Hij overtuigde vooral onze Franstalige vrienden met z’n tweede plaat ‘Like a hobo’, wat niet te verwonderen is, want hij opereert vanuit Parijs, spreekt al een aardig mondje Frans, staat in de Franse top en probeert nu Europa langzamerhand te veroveren. Hij is een groots artiest in wording, die ergens het midden houdt tussen Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing.

De Club van Vorst Nationaal zat goed vol met Franssprekenden om Winston en z’n band aan het werk te zien. De kennismakingsronde vorig jaar deed ons uitkijken wat hij in petto zou hebben. Aanstekelijke, frisse nummers waren “Generation spent” (die eerst apart werd ingezet door de toetsenist!), “Tongue tied”, “In your hands” en “Can we do it”.
Hij trok de kaart van de variëteit en behield met “I’m a man” en “Lonely alchemist” de intimiteit en het sfeervolle karakter van op plaat; ze werden sober ingezet en hij gaf ze dan crescendoweg een vollere instrumentatie. Of hij raakte de gevoelige ziel in ons met een akoestisch ingetogen “Soundtrack to fallin’ in love”, samen met z’n zus gezongen, een dromerig orkestrale “Boxes” (we zagen hem in een sterrenhemel op piano!), een ingenomen “Every step” en een liefdevol gepassioneerde “My name”.
De ‘do-it-all’ is een man van alle kunstjes, die gepast kon inspelen op z’n publiek. Hij gaf “Kick the bucket”, “My life as a duck” en “I love your smile vs Hands Perc” elan door een brede instrumentatie, stemvariaties, beatboxing, het neuriën van obligate “Oohoohs” en een show van gekke danspassen. Hij slaagde erin de boel op te zwepen en zorgde die momenten voor een leuk feestje. In de outtro van “Hands Perc” waren er 10 trommels en de band voerde hier zelfs een soort regendans/ voodooritueel uit, wat een uitstekende respons opleverde.
Ze hadden er na anderhalf uur nog niet genoeg van; Winston had z’n eigen instrumentale versie klaar van Morricone’s “Once upon a time” bepaald door een ingehouden gitaargetokkel en flute. De titelsong van de recente tweede cd ‘Like a hobo’, de doorbraak naar het grote publiek, klonk uiterst groovy en werd één van de hoogtepunten. “Bleeding heart” kreeg kleur door sitar en voerde ons naar een onschuldige droomwereld. Een akoestisch solo gespeelde “Calling me” besloot en verve de set, die in z’n totaliteit innemender was dan vorig jaar, maar een groots talent in de schijnwerpers plaatste! De Winston tour werd op die manier overtuigend besloten in ons landje!

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The Black Angels

’Tune On , Tune In, Drone out” met The Black Angels

Geschreven door

Als The Black Angels een plaat uitbrengen of in ons land te zien zijn, draaien we even de knop van de dagdagelijkse (harde en stresserende) realiteit om. Ze intrigeren met hun psychedelische retrorock’n’roll, waarin ze een bezwerende, hallucinante droomwereld en een hypnotiserende nighttrip creëren, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een galmende zang. Het kwintet refereert rijkelijk aan oudjes Rocky Erickson, The Doors, Hawkwind en V.U (btw groepsnaam is afkomstig van “The black angels’s death song”), de laatjaren ’80 met Jesus & Mary Chain, de ‘90’s psychedelica van Spacemen 3 en Spiritualized en tot slot komt de rits geestesgenoten bovendrijven The Black Keys en BRMC met hun melancholische en opzwepende retrowaveblues, Dead Meadow, Warlocks, Archive en Black Mountain.
’Tune On , Tune In, Drone out” is het mantra van de psychedelische rockband. Zelf noemen ze het patriottistische psychedelica uit de jaren veertig, twintig jaar voor onze tijd uit, nu 65 jaar achteruitlopend. Wat het ook moge betekenen, het zullen wel de drugs van ‘music is the dope’ zijn die de aparte muzikale trip moeten doen begrijpen.
Bizar genoeg heeft de band nog geen definitieve doorbraak kunnen forceren, maar ze prikkelen alvast de alternatieve muziekliefhebber die houdt van de trips van het debuut ‘Passover’ (2006) en de tweede ‘Directions to see a ghost’, die al wat meer toegankelijke poppier songs bevat.

Een volgepakt 4AD kon het enig optreden in ons landje (hun support van Wolfmother niet meegerekend!) bijna twee uur lang ondergaan!
Live dompelden ze ons onder in ‘hun duistere, andere wondere (droom)wereld’ van aanstekelijke, repeterende ritmes en een trancegericht opbouwend geluid, waarbij de ene keer de gitaren, de andere keer de drums of de synths wat meer doorklonken. Het bezwerende gedreun klonk allemaal iets zwaarder. De moddervette psychedelica (met een knipoog naar de sixties) ontnam de voeten op de grond. Een belangrijke meerwaarde live vormde de spannende, dreigende emotie van de ‘80’s wave.
De toon werd meteen gezet met slepende thrillers “You on the run” en “Mission district” uit de vorige cd en “Black grease” van hun debuut. De ‘60’s invloed van The Beatles was onmiskenbaar aanwezig op het nieuwe “Telephone”, een chaotische kakafonie, die de ‘Sgt. Peppers’ nieuw leven inblies! We hoorden midden de set opstootjes shoegaze, funk, surfrock en rock’roll en een strakker geluid op “The first Vietnamese war” en “Yellow el”/“Haunting” (waarschijnlijk ook nieuwe nummers). Hogere sferen wakkerden ze aan met adembenemende psychedelische versies van het gekende materiaal, “Science killer”, “Doves”, “Young men dead” en “Entrance”. We misten enkel de stroboscoops hier, maar niettemin begonnen de eerste rijen te dansen en te springen. Totaal opgaan noemt zoiets. En The Black Angels verwenden ons af en toe met nieuw materiaal, dat mooi in de andere verweven zat.
Ook in de bis was het zalig genieten en wegzakken van oudjes “Empire”, “Sniper at the gates of heaven” en “Bloodhound on my trail”, die een ongelofelijke eruptie en outtro van noisegalm, fuzz en distortion meekregen!

De Gentse support Needle and the Pain Reaction kwam in eerste instantie maar flauwtjes over met lawaaierige eenvoudige pop, doornsnee snedige power gitaarrock’n’roll, die te pas en te onpas wou refereren aan Iggy & The Stooges, maar halfweg de set overtuigde de band met een pittiger, gevarieerder en boeiender geluid van degelijke en aanstekelijke riffs en een broeierige intensiteit. Kwalitatief sterk, scherp, leuk en emotioneler klonken ze. De set balanceerde tussen voorspelbaarheid en avontuur. Oh ja, het trio is al een kleine tien jaar bezig en debuteert uiteindelijk met ‘Obsessions of an epic womanizer’.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Brett Anderson

Brett Anderson presenteert het singer/songwriterschap in een groots Suederecept

Geschreven door

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 337 van 389