Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Gavin Friday - ...
Concertreviews

Of Monsters And Men

Of Monsters And Men - Een zachtaardig monstertje

Geschreven door

De IJslandse band Of Monsters And Men kwam met een bom op de wereld. Ze veroverden in 2012 alle radiozenders en muziekharten met hun debuutalbum ‘My Head Is An Animal’ en wereldhit “Little Talks”. De start van een grote carrière zou je denken, maar de band wist dat niveau niet meer te halen. Opvolger ‘Beneath The Skin’ ging onopgemerkt voorbij, net als nieuwe plaat ‘Fever Dream’, die eind juli verscheen. Toch was De Roma lang op voorhand uitverkocht voor de band uit IJsland. We waren dan ook erg benieuwd wat de band te bieden heeft buiten dat debuut.

Maar eerst kregen we de Britten van Black Honey als opwarmer. We zagen de groep al enkele keren aan het werk, en ook nu konden ze maar matig overtuigen. Hun mix van pop en rock slaat de bal soms heel verkeerd, maar kan bij momenten ook hard binnenkomen, zoals bij een “Hello Today”. Het charisma van de frontvrouw was vandaag iets te onverschillig en ook de rest van de band speelde gewoon hun setje. Het publiek babbelde dan ook lekker door de show heen, een vergeetbaar optreden dus.

Of Monsters And Men had wat sterallures en kwam een tiental minuten te laat op het podium, of het moet zijn omdat hun set dan net de voorziene eindtijd zou halen. Hoe het ook mag zijn, met “Alligator” had de groep alvast een sterke opener in het arsenaal. Een stevige gitaar, wat opvallende synths en een aanstekelijk refrein wisten onze aandacht meteen op te eisen. Ook de bombastische drums kwamen hier voor het eerst opvallend naar voor, maar dit keer stoorde het niet.
Die bombast kwam helaas in de rest van de set tot vervelens toe terug. Grootse drums, grootse synths en elektrische gitaren die een soort van stadionsound van de muziek van Of Monsters And Men maakten. Het kwam de unieke sound van de band niet ten goede. Een nummer als “Empire” kon nog het perfecte evenwicht tussen magie en bombast vinden, maar “Ahay” waren we vergeten nog voor het goed en wel gedaan was.
Gelukkig wist de band ook dat ze vooral op dat debuut moesten teren, en zo kregen we met “King And Lionheart” meteen een breekbaar momentje en kon het publiek met “Mountain Sound” aan het dansen slaan. De prachtige samenzang tussen alle bandleden en de interactie tussen frontvrouw Nanna Bryndís Hilmarsdóttir en frontman Ragnar Þórhallsson maakten de sterkte van de band. De sfeer zat goed, het publiek was volledig mee. Of Monsters And Men dacht waarschijnlijk dat de sfeer iets te goed was, want daarna werd ons een serietje slaapverwekkende nummers voorgeschoteld.
“Sleepwalker” was trager en donkerder, “Human” bevatte een overvloed aan drama en bombast en “Wild Roses” was een traag, dynamisch en vooral voorspelbaar popliedje. Voor de echte fans was dit leuk, en die waren er talrijk aan het gekrijs te horen, maar de rest van de zaal was niet echt geïnteresseerd in dit soort inspiratieloze muziek. Vooral “Wars” vonden we vreselijk. Het nummer werd als iets dansbaar aangekondigd, maar het leek een flauw afkooksel van de hippe funkpopbands van het moment. Het vleugje magie van bij het begin van de set verdween als sneeuw voor de zon en de band nam het woord ‘monster’ in hun naam iets te letterlijk.
Een saai middendeel is niet meteen een garantie voor een slecht concert en dat is ook iets wat Of Monsters and Men weet. Zo spaarden ze maar liefst vijf nummers van het debuut op voor op het eind te spelen, en toen kwam er weer ambiance en plezier in de show. “Lakehouse” bouwde op naar een episch einde, waarbij iedereen in het rond sprong en werd aangemoedigd om mee te zingen, en bij “Little Talks” was het kot natuurlijk te klein. En hoewel de band dit tamelijk routineus leek te spelen, kregen we er toch weer een warm gevoel van. Natuurlijk was ook “Dirty Paws” het meest magische bisnummer en met het openbloeiende “Yellow Light” kregen we nog een eerlijk folkpopliedje, waarbij zangeres Nanna Bryndís Hilmarsdóttir het publiek in dook. De fans omarmen deed de band dus op het eind.

Het valt dus op dat het debuut nog steeds het sterkste werk van Of Monsters and Men bevat. Daar zijn de hoopvolle, hartverwarmende en magische nummers die niemand in de zaal onberoerd laten, en zelfs zeven jaar later klinken ze nog even magisch als toen. De nieuwe nummers van Of Monsters And Men zijn op zich niet super slecht, maar ze zijn voorspelbaar en klinken vooral heel inspiratieloos. En dat vertaalt zich ook op het optreden, waardoor die nummers er dan ook helemaal niet uitschieten. Teren op oud werk, dat is wat Of Monsters and Men nog steeds doet. We zijn benieuwd hoe ze zich in de toekomst nog verder zullen ontwikkelen.

Setlist: Alligator – Empire – Ahay - King and Lionheart - Mountain Sound – Sleepwalker – Human - Wild Roses - Stuck In Gravity - I of the Storm – Wars – Crystals – Lakehouse - Little Talks - Six Weeks - Waiting for the Snow - Dirty Paws - Yellow Light

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-roma-antwerpen/of-monsters-and-men-05-11-2019.html

Organisatie: Live Nation ism De Roma, Antwerpen

Beoordeling

Spinvis

Spinvis + Jan Verstraeten - Nosta holdup! Op stap met koffer vol poëzie!

Geschreven door

Spinvis + Jan Verstraeten - Nosta holdup! Op stap met een koffer vol poëzie!
Spinvis
CC Strombeek
Strombeek
2019-11-02
Jérôme Bertrem

Na twee succesvolle edities (Amenra en Hydrogen Sea) nam Nosta Opwijk dit jaar opnieuw CC Strombeek voor een avond over om er een hold-up te plegen. Met deze keer op het programma een double bill met Jan Verstraeten en Spinvis

Zomaar een opwarmertje was het niet wat Jan Vestraeten bracht. De graficus van opleiding gooide tijdens het maken van een film het over een andere boeg. Hij zorgde met uitgepuurde filmische muziek op zijn debuutEP ‘Cheap Dreams’ voor één van de revelaties van dit jaar. 
Moeiteloos swingde Jan van bossanova tot jazz tot pop waarbij een zevenkoppige band de finesse van zijn muziek extra in de verf zette. Het visuele ontbrak ook niet, want tijdens een bevreemdend interlude waren ze allen gemaskerd en zorgde een opname op een speelgoedrecorder voor de lyrische invulling. Jan waagde zich ook een cover van Destiny’s Child “Survivor” en Iggy Pop’s “I don’t wanna be a dog”. Een flinke pluim op de hoed voor de klankman die het plaatje van Jan Verstraeten perfect deed kloppen. Leuk detail wat Jan’s revelatie alleen maar benadrukt: hij staat geprogrammeerd op de showcasefestivals Eurosonic en SXSW. 

Na de korte koffie- en/of plaspauze was het de beurt aan Spinvis, de geliefde Nederlandstalige down-to-earth poëtische muzikant die zich omringt door topmuzikanten. Vergelijk een concert van Spinvis als een reis waar je onderweg geluk en ongeluk tegenkomt, nieuwe boeiende ontmoetingen doet terwijl je als toeschouwer je bagage aan eigen beleving meedraagt. Deze avond was het dan ook niet anders. 

Na een oprecht en terecht compliment voor Jan Verstraeten nam Spinvis ons mee op pad met de openers “De grote zon”, “Oostende” en “het voordeel van video”. In “Hallo Maandag” kwam het muzikaal vernuft van de band tot zijn recht dat bleef vanaf dan boeien. Na omwegen met “Artis” en “Herfst en Nieuwegein” maakten “Stefaan en Lisette” hun blijde doch sombere intrede. Dit weemoedig portret over een noodlottige non-relatie bezorgt je zowel een lach als en een traan, een tweeledigheid dat we vaak tegenkomen bij Spinvis. 
De band won aan charme wanneer Erik de nummers ludiek inleidde en soms ook wat - maar ook niet te veel - uit de doeken deed. Net daar schuilt ook de luisterplezier voor Spinvis: je breidt er aan wat je er persoonlijk aan wilt haken. Dit kon je naar hartenlust doen tijdens “Aan de Oevers van de Tijd” of zelfs nog met meezinger “Bagagedrager”. Met “Kom terug” kwamen we terug van een deugddoende en hartverwarmende reis. Maar eer we afscheid namen , werden we nog even verwend met “Ik wil maar alleen zwemmen” en “Wespen op de appeltaart”. 

Hoewel het een fijn optreden was, bleven we toch op onze honger aangezien er geen nieuw materiaal gebracht werd. Vol ongeduld blijven we dus uitkijken naar volgend jaar wanneer Spinvis, al zeggen ze het zelf, klaar is voor iets nieuws. Dat het maar snel al volgend jaar is!  

Setlist Spinvis: (niet in juiste volgorde): De grote zon - Oostende - Het Voordeel van video - Hallo maandag  - Artis - Herfst en Nieuwegein - Dageraadplein - Loop der dingen - Een kindje van God - Stefaan en Lisette  - Tienduizend zwaluwen - Ronnie knipt zijn haar - Astronaut - Aan de oevers van de tijd - Club Insomnia (melodica) - Bagagedrager - Kom terug - Ik wil alleen maar zwemmen - Wespen op de appeltaart

Organisatie: Nijdrop - Nosta, Opwijk ism CC Strombeek, Strombeek

Beoordeling

Volbeat

Volbeat - Vollenbak show!

Geschreven door

Volbeat kreeg de laatste jaren vaak het verwijt dat ze te resoluut voor het commerciële pad kozen. Hun laatste telg ‘Rewind, Replay, Rebound’ (2019) was voor velen een bevestiging van dit gevoel. Desalniettemin was de Lotto Arena in een mum uitverkocht en moest uitgeweken worden naar het grotere Sportpaleis. Dit betekende dat Volbeats passage in Antwerpen hun grootste indoorshow in België ooit was.

Danko Jones had de ondankbare taak om om 19:00 de avond op gang te trekken, en dat wel voor het volle half uur. Het Sportpaleis was zich toen nog met mondjesmaat aan het vullen, maar toch liet het Canadese enfant terrible het zich niet aan het hart komen. Met opener “I Gotta Rock” maakte hij het zuiverste statement van de avond en vond hij connectie met het aanwezige publiek. Wie Danko Jones zegt, zegt gemene grimassen en ADHD deluxe. De Canadees leek ook nu weer een Red Bull te veel tegen de amandelen gegoten te hebben en ontpopte zich tot een duivel in een wijwatervat. In totaal kregen we zeven songs voorgeschoteld, waarvan “Burn in Hell” en “My Little RNR” op het trommelvlies bleven druisen.  

Special guest van de avond was Baroness. De Amerikaanse band die een mix brengt van sludge, alternative en progressive metal trok minder hard van leer dan Jones, maar zorgde voor een intensere beleving. De Amerikanen openden met “Kerosene”, een goed gekozen opener om de zaal figuurlijk in lichterlaaie te zetten. Zanger John Baizley had zich eerder statisch in het midden geplaatst tussen het hoofdpodium en de uitloper en werd sporadisch vergezeld door gitariste en spring-in-‘t-veld Gina Gleason die haar haar langs alle kanten van het podium zwierde. De nummers met bijhorend kleurenpalet naargelang het album, verveelden niet en werden met de grootste zorg gebracht. Baroness veroverde met hun passage ongetwijfeld veel Volbeathartjes. Het was zelfs mogelijk mensen te spotten met Volbeatgympjes en een kakelvers Baroness T-shirt onder de arm in de pauze erna. Met veel plezier en verlangen zien we Baizley en co. woensdag 20 november terug in Trix bij de voorstelling van hun nieuwe album ‘Gold & Grey’.

Iets na negenen was het dan tijd voor de guitar gangsters van Volbeat om het podium te bestijgen. De heren hadden kosten noch moeite gespaard om het publiek visueel te verwennen. Na het vallen van een groot doek met logo doemde een grote video wall op en werd de dimmer van de spots op maximaal gezet. Om te zorgen dat niemand vergeten werd tijdens de show, had men ook overal op het podium en de uitloper microfoons geplaatst die met de regelmaat van de klok gebruikt zouden worden.
Op de tonen van “Lola Montez” trad zanger Michael Poulsen naar voren en begroette breedlachend een enthousiast Sportpaleis. Een goed gekozen opener die iedereen omver blies.  Het te luide volume van de boxen had hier ook wel zijn aandeel in. Hierna volgde “Pelvis on Fire”, een eerste nummer van het recentste album. Hoewel het nummer strak gebracht werd en onder luid applaus onthaald werd door de meesten, bloedde het hart van sommigen ongetwijfeld ook. Dit nummer lijkt zo hard op “Sad Man’s Tongue” dat het wat goedkoop in de oren klinkt.  Gelukkig volgde niet veel later het laatstgenoemde nummer dat na een eerder verplicht eerbetoon aan grote voorbeeld Johnny Cash, voor de eerste pogo zorgde.
Verder werd voornamelijk geput uit de laatste albums en werden de vroegere (helaas) wat verwaarloosd. Gelukkig werd dit in de bisronde goedgemaakt door het publiek met “I Only Want To Be With You” (cover van Dusty Springfield) en “Still Counting” de Antwerpse nacht in te sturen. Dat een Volbeatshow anno 2019 meer is dan louter het spelen van rockabilly getinte rock ’n rolldeuntjes werd duidelijk doorheen de set. Het publiek werd namelijk op verrassingen getrakteerd die misschien niet altijd nodig waren. Zo verscheen bij  de begintonen van “Black Rose” plots Dank Jones midden de uitloper d.m.v. een ingebouwde lift. Op zich leuk, ware het niet dat de volumeknop van Jones’ microfoon op het laagste pitje stond en de Canadees quasi niet te horen was. Bij het nummer “Die To Live” bracht diezelfde lift ZZ Bottom  (lees: een bebaarde pianist en saxofonist) op het podium die het lied wat opsmukte. Dit was minder geslaagd en om eerlijk te zijn zelfs overbodig. Verder werden soms aritmisch rookpluimen de lucht ingejaagd en deed een confettikanon dienst als sfeerschepper.

Algemeen gezien viel op dat vooral de oudere nummers veel bijval oogstten en de recentere eerder het muzikale feest temperden, ondanks het commerciële gewicht. Toch was er geen gevaar dat de show een sleur werd. Het totaalspektakel in combinatie met het strakke gitaarwerk van Robb Caggiano (ex-Anthrax) en de heldere klok van Poulsen zorgde ervoor dat de twee uur durende set smakelijk te verteren was.
Graag zien we Volbeat terug op een zomerfestival, eentje waar er hopelijk wel plaats is voor een ‘pool of booze, booze, booza’!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/danko-jones-04-11-2019.html 
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/baroness-04-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/volbeat-04-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The Long Ryders

The Long Ryders - Eindelijk nog eens in België

Geschreven door

Genoemd naar de iconische western van Walter Hill werden The Long Ryders in 1981 door Sid Griffin in Los Angeles opgericht, aanvankelijk nog met Steve Wynn maar die verliet al snel de groep om er zelf één te vormen, The Dream Syndicate. De levensloop van beide bands loopt verrassend parallel: een korte succesperiode in de jaren ‘80 om er al snel mee op te houden (The Long Ryders in 1987, The Dream Syndicate in 1989) om dan veel later met succes terug te keren (The Long Ryders in 2014, The Dream Syndicate in 2012).
The Long Ryders maakten deel uit van de zogenaamde Paisley Underground maar bleek al snel een buitenbeentje te zijn in die beweging. Hun eerste EP ‘10-5-60’ sloot nog aan bij die garageachtige gitaarsound maar daarna werd resoluut voor sterk door country geïnspireerde gitaarrock gekozen waardoor ze door sommigen zelfs als de uitvinders van de americana beschouwd worden. Wat teveel eer misschien, toch zullen groepen als Wilco, The Jayhawks of zelfs Slobberbone niet ontkennen dat ze schatplichtig zijn aan The Long Ryders.

Waar ze tijdens een vorige tournee België nog links lieten liggen wist De Zwerver ze dit keer wel te strikken en daar kunnen we alleen maar heel blij om zijn. The Long Ryders verschenen in een nagenoeg originele opstelling met de twee gitaristen Stephen McCarthy en Sid Griffin plus bassist Tom Stevens. Enkel drummer Greg Sowders was er wegens andere verplichtingen niet bij maar werd uitstekend vervangen door Simon Hancock.
De groep opende stevig met meteen één van hun beste songs: het behoorlijk rockende “Gunslinger man”. Daarna volgde een vrij evenwichtige keuze uit hun vier reguliere studioplaten met net iets meer aandacht voor hun dit jaar verschenen ‘Psychedelic country soul’, die zowaar in de Record One-studio van Dr. Dré werd opgenomen. Die nieuwe nummers zoals “Greenville”, “Molly somebody” of “What the eagle sees” moesten trouwens absoluut niet onderdoen voor het oudere werk. Alleen de Tom Petty cover, “Walls”, vond ik iets minder al zal dat wellicht komen omdat ik nooit een groot fan van de heer Petty geweest ben.
De vier beleefden duidelijk de tijd van hun leven en hoewel een erg spraakzame Sid Griffin zich duidelijk als frontman opwierp was het aandeel van gitarist Stephen McCarthy en bassist Tom Stevens, die één keer zijn bas mocht ruilen voor een gitaar, minstens even groot. Drie volwaardige zangers en een drummer die naarstig meezong maar dan wel zonder micro. Tijdloze muziek die toch wel refereerde naar de hoogtijdagen van de countryrock en dan denk ik niet aan The Eagles maar aan de ware diamanten als The Flying Burrito Brothers, Gram Parsons of Gene Clark. Het was niet zonder trots dat Griffin kon vermelden dat die laatste ooit meezong op hun “Ivory tower”.
Niet alle nummers hadden de tand des tijds even goed doorstaan, toch zakte de groep nooit weg. Integendeel, ik vond ze meermaals veel beter klinken dan op plaat terwijl het slotakkoord die mindere momenten, als die er eigenlijk al geweest waren, helemaal deed vergeten. Eerst nog “Capturing the flag” waarin Griffin zijn Rickenbacker liet rinkelen zoals Roger McGuinn van The Byrds dat zo goed kon om ten slotte te eindigen met die song waar iedereen op zat te wachten: “Looking for Lewis and Clark”.

Pretentieloos maar knap concertje!

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

Archive

Archive - In één woord Fantastisch!

Geschreven door

Een concert van Archive is een allesomvattende belevenis. De band uit Londen laat zich niet in één vakje categorizeren, het label ‘trip-hop’ doet hen eigenlijk tekort, en ook ‘progressieve rock’ dekt niet de volledige lading. Na 11 albums in 25 jaar hebben ze keuze zat om een geheel eigenwijze ‘best-of’ set samen te stellen. Het enige probleem is dat de groep hun lange nummers zo zorgvuldig uitwerkt dat 2 uren eigenlijk niet volstaan, vandaar dat het optreden al om 19:45 aanvat.

Archive - Onder een helblauw licht betreden ze de heilige arena, om er meteen in te vliegen met “You Make Me Feel”, een nummer voor de fans van het eerste uur. “Fuck You” wordt daarna luidkeels meegezongen, alsook “Bullets”, de parel vanop hun grote plaat ‘Controlling Crowds’ uit 2009. De afwisseling tussen elektronische invloeden en postrock werkt wonderwel, telkens geflankeerd door ofwel de hese Dave Pen, de hemelse Pollard Berrier, of de engelachtige stem Maria Q.
Waar we bij “The Empty Bottle” moeten denken aan de new-wave van Echo & The Bunnymen, kon “Whore” zomaar een Massive Attack nummer op speed zijn. O ja, de band maakte in 2014 ook een eigen kortfilm ‘Axiom’, waarbij “Baptism” een heerlijke soundtrack vormt en live ook perfect tot zijn recht komt. “Finding It So Hard” vormt even later één van de hoogtepunten van de avond. De opbouw, de melancholie, de dwang waarmee Pollard Berrier zijn ziel blootlegt, de onwaarschijnlijke apotheose, het raakt je.
Hoe mooi de muziek ook is, Archive werkt redelijk zwaar op het gemoed, de band zuigt als het ware de energie uit jouw lijf. Met “Collapse/Collide” krijgt Maria Q de ganse zaal stil, om dan de grote hit “Controlling Crowds” op het publiek af te vuren. De matige samenzang tussen de 2 heren vormt hier misschien het enige puntje van kritiek op een voor de rest overweldigende performance.
“Dangervisit” sluit het eerste deel af, de lichten gaan uit, en wanneer ze terug aangaan, trakteert de band ons op een 18-minutenlang uitgesponnen “Lights”, inclusief een fantastische lichtshow. Afsluiter van de set is “Again”, en met dat gevoel gaan we ook opnieuw huiswaarts. We zijn er kapot van, maar dit is zo goed dat we dit nog een keer live willen beleven, of liever, ondergaan.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

King Hiss

King Hiss - release show - Een geboortefeest van majestueuze omvang!

Geschreven door

Deze avond kregen de heren van Arson en Psychonaut de opdracht om het publiek op te warmen voor de releaseshow van King Hiss nieuwe kindje, ‘Earthquaker’.

Eerst was het de beurt aan Arson. Ik had nog nooit over deze band gehoord en was heel benieuwd naar wat ze zouden brengen. Arson ontstond anno 2016 toen verschillende leden van Gentse metal- en screamobands tezamen kwamen om een potje te jammen. En al snel ging de bal aan het rollen…
Arson **** gaf ons vanavond een stevige maar ook stijlvolle cocktail van rock’n roll, punk en hardcore. Ieder nummer kwam bij mij bijzonder goed over en ik was oprecht gelukkig om een ‘jonge’ band te zien, met een geheel eigen sound. De zanger heeft een puike stem die veel aankan en alles klopte in verhouding met de muziek. Hiernaast had de zanger ook een bepaald charisma over hem, wat het publiek zeker hielp om aandachtig te blijven luisteren. Arson had duidelijk ook geen zin om ‘gewoon’ een set te spelen…: op de hoek van het podium stond er een kleine bar waar ieder die zin had, een gratis whisky kon nuttigen. Dit ter ere van de geboorte van King Hiss’ nieuwe schijf. Verder was het podium ook aangekleed met gezellige nachtlampjes, tapijten,… en waande ik mij eigenlijk in een stijlvolle ‘lieving’. Een ‘lieving’ waartegenover hun muziek sarcastisch genoeg totaal contrasteert. Ik hou van paradoxen als deze, vooral omdat ze moed vragen. Hopelijk blijft Arson nog lang bestaan, want ik werd instant fan!

Het tweede voorprogramma mochten de Mechelaars van Psychonaut*** verzorgen. Psychonaut brengt psychedelische post-metal en leerde ik in het verleden al kennen als een band met een verpletterend geluid. Ook vanavond deden ze dit opnieuw alle eer aan. De gitaren klonken zwaar, de riffs waren snijdend en de drum zat er steeds ‘boenk’ op. De muziek van Psychonaut zoog mij op in een soort van bubbel waardoor ik geen oog meer had voor alles wat rondom mij gebeurde. Enkel de band kreeg mijn volledige aandacht. En dit maak ik eerder zelden dan vaak mee. Na ongeveer 40 minuten spelen zat hun set erop, en bleef ik achter met het brandend verlangen om ze zo snel mogelijk opnieuw aan het werk te zien.

Na die twee strakke voorprogramma’s was het eindelijk tijd om samen met King Hiss**** hun nieuwe plaat ‘Earthquaker’ te vieren. En niet zomaar een plaat, wel een ijzersterke plaat waarmee ze opnieuw zoveel gegroeid zijn als band. King Hiss zette meteen in met “Revolt!”, een nummer vanop de nieuwe plaat. De groep stond ongelooflijk scherp, want dit nummer ging snel, hard en eiste al meteen verschillende solo’s op. Het geluid zat puik en King Hiss klonk gewoonweg nu al majestueus. De manier waarop Josh Fury zijn gitaar beheerste was bijna te gek voor woorden. Al had ik dit stiekem ook kunnen verwachten, gezien Josh (lees: levende legende) lid was van Congress en Liar, twee bands die de West-Vlaamse ‘H8000’-hardcore scene ook internationaal op de kaart hielpen te plaatsten. Bij verschillende nummers, kon ik nog een subtiele invloed horen van het typerend ‘militant metallic-hardcore’ geluid uit de H8000-scene. Toch overheerste dit niet en legde ik er mij meteen bij neer dat dit gewoon Josh z’n signatuur  sound is. Was mij betreft een groot geluk voor deze band!
Ondertussen werd iedereen in de zaal razend enthousiast. De koppen bewogen mee op de maat van de muziek en in de frontlinie werd er zelfs nog heviger bewogen of gecrowdsurft. De kracht van King Hiss zit ‘em volgens mij vooral in het feit dat hun songs oerdegelijk geschreven zijn en live nog zoveel sterker tot hun recht komen. King Hiss bestaat stuk voor stuk uit uitmuntende muzikanten en het gegeven dat Jan Coudron’s stem ook live heel veelzijdig en krachtig is, maakt het allemaal nog zoveel beter.
De setlist bestond voor een grote helft uit nieuwe nummers, maar ook het eerdere werk kreeg nog zijn welverdiende plaats. Tijdens het nummer “Killer Hand” werden we verrast toen Jeroen Camerlynck aliasFleddy Melculy’ op het podium werd geroepen om mee te zingen. “Killer Hand” was hierdoor gewoon een regelrechte aanslag op onze trommelvliezen (in positieve zin). Nieuwe nummers die ik live opvallend goed vond, waren: “Revolt!” vanwege de catchy intro en denderend gitaarwerk (lees: solo’s!), en “Butcher”, omdat Jan’s veelzijdige stem hier zo goed tot z’n recht komt. Maar ook binnen het oudere werk waren er een aantal hoogvliegers: het nummer “King Hiss”, vanwege de machtige intro, het nummer “Killer Hand”, omwille van de reeds hierboven vermelde reden en “Homeland”, vanwege de ‘wall of sound’ die mij tijdens dit nummer steeds opnieuw overrompelt.
‘Virtuositeit’… ja… dit is eigenlijk de beste noemer om deze band zowel live, als op plaat te typeren. King Hiss is een band die het niet verdient om te blijven teren op binnenlandse club- en festivalshows. Het is wel een groep die op grote podia hoort te staan, naast evenwaardige kleppers als High on Fire en Mastodon.

Setlist: Revolt! – Desertsurfer - We Live In Shadows - La Haine – Monolith - Black Wolf – Snakeskin -Mastosaurus – GTWHR – Earthquaker - King Hiss – Butcher - Killer Hand – Mountains - Homeland

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-kreun-kortrijk/king-hiss-01-11-2019.html
Organisatie: King Hiss ism Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Lauren Daigle

Lauren Daigle - God zij dank

Geschreven door

De Amerikaanse zangeres Lauren Daigle heeft al twee Grammy-awards op haar schouw staan, maar het is pas sinds dit jaar dat haar succes verder ging dan enkel Amerika. In haar thuisland is ze al een gevierde ster en behoort ze tot de top van ‘contemporary christian music’. In ons land is dit genre niet meteen een begrip, maar in het gelovige Amerika is dit een populaire muzikale richting die nog steeds relevant is. Sinds dit jaar kent ook België de prachtstem van Daigle en zo mocht het ‘uitverkocht’ bordje gisterenavond in de Botanique bovengehaald worden.

Met tien verteerbare minuten vertraging kwam Lauren Daigle na een korte intro op. De bal kwam dan aan het rollen door “Still Rolling Stones” dat met het legendarische “Think” van Aretha Franklin werd gemengd. “Look Up Child” bleef in datzelfde vrolijke elan en onderstreepte voor het eerst het goede samenspel van haar band en de drie backing vocals. Een van de dames kreeg in “Sir Duke”, in het origineel uiteraard van Stevie Wonder, de kans om vocaal helemaal uit te halen, en of ze dat deed.
Naast Daigle’s mooie stem was het toch ook wel de trompettist die de aandacht wist te trekken. In heel wat nummers kreeg het instrument een belangrijke rol toebedeeld. In bijvoorbeeld “Trust in You” was het blaasinstrument de rode draad en maakte het de sound nog iets voller. Een volle sound misten we dan in “Rescue”, dat de campagnesong van Studio Brussel’s Warmste Week is. In de eerste strofe en het eerste refrein leek Lauren een andere key te zingen, waardoor het ietwat raar overkwam. De liveversie focuste iets te veel op de orgel, waardoor we de magie van de studioversie moesten missen.
Terwijl muziek tegenwoordig vooral over alcohol, drugs, seks, liefdesverdriet of een politieke frustratie gaat, zingt Daigle allemaal nummers die een religieuze betekenis hebben. Niet elk nummer is echter een schot in de roos, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld “How Can It Be” en “Love Like This” was “Losing My Religion” iets te saai en gebeurde er met het nummer weinig boeiends op podium. “Love Is” werd dan weer gered door een meezingmoment en haar grote hit “You Say” was uiteraard het moment waarop iedereen gewacht had.
Ondanks dat de Amerikaanse zangeres al drie albums uit heeft, kregen we toch net iets te veel covers te horen. Haar Bob Marley mash-up “Your Wings/One Love” was niet bijster memorabel en belandde al snel in de vergeetput. “Don’t Dream It’s Over”, in het origineel van Crowded House, was dan wel weer interessant door een interessante live-uitvoering. Toch hadden we graag nog iets meer van haar eigen nummers gehoord, want die moet ze niet meer naar haar eigen hand zetten. “Tremble” of  “Rebel Heart” waren alvast songs waarvan we er vaker zouden willen horen terugkeren in haar set.
Afsluiten deed ze met vier bisnummers, wat misschien ook iets te veel van het goede was, vooral omdat het (weeral) om drie covers ging.

Dat al de teksten een christelijke inhoud hebben, zal een groot deel van het publiek niet geweten hebben, omdat ze Daigle misschien enkel kenden van “You Say” en “Rescue”. Los van de boodschappen die ze brengt, is de muziek ook zeker mooi te noemen, al zou her en der wat extra pit geen kwaad kunnen.
Op vocaal vlak zong Daigle de hele avond subliem en kon ze het publiek begeesteren met haar stemgeluid dat lichtjes nasaal en hees klinkt.
Charmant was ze bovendien ook en zo liet ze ons voor bijna elk nummer weten dat het een van haar favoriete nummers was.
Een warme persoonlijkheid, die dankzij God de weg naar muziek vond. God zij dank.

Setlist: Still Rolling Stones/Think (Aretha Franklin cover)  - Look Up Child  - O’ Lord  - Trust in You - Sir Duke (Stevie Wonder cover) - This Girl  - Rescue  - Your Wings/One Love (Bob Marley cover) - Losing My Religion  - How Can It Be - Love Like This - Don’t Dream It’s Over (Crowded House cover) - Love Is - Rebel Heart - You Say - Tremble - Move On Up (Curtis Mayfiel cover) - Love Like This - Turn Your Eyes Upon Jesus (cover) - Something Beautiful (cover)

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics (@Dieter Boone)
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/lauren-daigle-31-10-2019.html

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Machine Head

Machine Head - Metalmarathon

Geschreven door

Het was nog maar een jaar geleden dat Machine Head te bezichtigen was in ons land, toen ze de AB helemaal tot op de fundering afbraken. Aangezien dit jaar hun debuutplaat ‘Burn My Eyes’ 25 kaarsjes mag uitblazen, zijn de metalheads terug aan het touren. Het was ook 25 jaar geleden dat de band voor het eerst in ons land speelde, toen knutselden ze in dezelfde zaal het voorprogramma van Slayer in elkaar. Een kwarteeuw later is de band uitgegroeid tot één van de meest gerespecteerde metalbands ter wereld. Vorig jaar hielden drummer Dave McClain en gitarist Phil Demmel ermee op, zij werden vervangen door respectievelijk Matt Alston en Vogg Kiełtyka.

De band stond voor twee en een halfuur geprogrammeerd, al was er geen ziel in de zaal die dat geloofde. Machine Head speelt meestal shows van een imposante drie uur en dat was gisteren in Vorst niet anders. Openen deed de band om 20u al met “Imperium”, zo luidden de Amerikanen het eerste deel van de show in. Veel hits, riffs en scheurende baslijnen. Het vroege uur zorgde ervoor dat de zaal nog quasi leeg stond, al stroomde ze na enkele nummers zoetjesaan vol. Zanger Robb Flynn jutte het publiek op, echter was op enkele enthousiastelingen na de sfeer maar flauwtjes. Het was aan het viertal om er schwung in te krijgen.
De bom barstte bij “Locust”, een nummer uit 2011. Hier werd de paradox duidelijk die Machine Head is. Ze zijn tegelijkertijd zeer ruw, maar ook verfijnd, op bepaalde momenten traag én snel. Het feit dat de band zo lang speelde, gaf hen de kans om het publiek helemaal onder te dompelen in hun specifieke sfeer en dan is het jammer dat het publiek soms steken liet vallen. Niet dat de temperatuur onder nul zat, toch moest Flynn meermaals om een circle pit vragen en haalde hij al zijn trucs uit de kast om de show gaande te houden. Dat was vooral nodig bij minder bekende nummers, waarbij een deel van het publiek aan het babbelen sloeg.
Gelukkig is de muziek van Machine Head steenhard en werd de irritante persoon naast ons prompt de mond gesnoerd met een bas van jewelste. Op de momenten dat de band zijn duivels ontbond, kon het concert omschreven worden als muzikaal de beste performance waar men om kon wensen en was het publiek voor de volle honderd procent mee. Steenhard en zonder ademruimtes. Voor een anderhalf uur dan toch, na het eerste deel van de show nam de band toch een welverdiende tien minuten pauze.

Hét signaal voor het publiek om een nieuwe halve liter bier in de handen te nemen, tot op de tonen van “Real Eyes, Realize, Real Lies” deel twee in de steigers stond. Met een licht gewijzigde bezetting speelde de band ‘Burn My Eyes’ integraal, met hier en daar enkele covers tussen gemixt. Voor de gelegenheid kon Flynn originele gitarist Logan Mader en originele drummer Chris Kontos overtuigen om mee te touren. Fantastisch als zoiets lukt, de heren toonden aan dat ze het nog in de vingers hebben.
Na het concert noteerden we Slayer, Metallica en Iron Maiden, al werden de meeste covers tijdens deel twee gespeeld. Leuk, het helpt ook dat ze muzikaal naadloos werden gebracht. Niet gemakkelijk om die bands te coveren, ze doen het toch maar.
Tegen het einde van de show werden we nog op een enorme circle pit getrakteerd en werd het publiek dan toch helemaal wild. Na een valste start trok de mensenmassa zich als een diesel op gang, om dan op volle toeren de barrière in te vlammen. Dat voelde de band, die alsmaar harder ging spelen. Zij tevreden, wij tevreden.

Al bij al zette Machine Head een sterke performance neer en kon het die drie uur goed vullen.

Setlist: Imperium - Take My Scars - Now We Die - I Am Hell (Sonata In C#) - Aesthetics of Hate - Darkness Within - Catharsis - From This Day - Ten Ton Hammer - Is There Anybody Out There - Hallowed Be Thy Name (Iron Maiden cover) - Halo - Davidian - Old - A Thousand Lies - None but My Own - The Rage to Overcome - Death Church - A Nation on Fire - Blood for Blood - I’m Your God Now - One / Thunder Kiss 65 / South Of Heaven / Raining Blood - Block

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be   

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 103 van 386