AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Flipper

Flipper - Met dank aan David Yow

Geschreven door

 Het blijft een vreemd verhaal, dat van Flipper. De band ontstond in 1979 in San Francisco en na amper zes maanden werd oprichter en bedenker van de groepsnaam reeds ontslaan wegens teveel ongeleid projectiel nadat hij onder meer tijdens een optreden al zwaaiend met zijn microfoonstandaard de bassist K.O. mepte. Met zijn vervanger, Bruce ‘Loose’ Calderwood, die eigenlijk als origineel lid mag beschouwd worden, verschenen de eerste platen en verwierf de band een zekere cultstatus tot bassist Will Shatter in 1987 stierf aan een overdosis.
Drie jaar later werd de groep heropgestart met John Dougherty tot ook die in 1993 het leven liet. Daarna duurde het twaalf jaar vooraleer Flipper terug overeind krabbelde om tot op heden stand te houden, weliswaar met een komen en gaan van bassisten, waaronder ook Krist Novoselic van Nirvana. In 2015 moest ook zanger Bruce Loose wegens rugproblemen afhaken. Hij werd door niemand minder dan David Yow (The Jesus Lizard) vervangen en sinds kort maakt ook Mike Watt (The Minutemen, fIREHOSE,..) deel uit van wat men stilaan een supergroep mag noemen. Een gouden zet om Flipper in leven te houden want sinds die eerste drie platen begin jaren ‘80 verscheen er nauwelijks nieuw werk en als er al eens iets uitkwam bleek dat steeds inferieur. Flipper wist al die jaren te overleven dankzij een stevige live reputatie en die deden ze ook in Gent alle eer aan.

Gitarist Ted Falconi zag eruit als een woudloper op leeftijd met een perkamenten huid terwijl zijn gitaar duidelijk al evenveel natuurelementen had getrotseerd. Samen met drummer Steve DePace en de immer goedlachse Mike Watt stond hij op het podium wat te keuvelen, wachtend om er dan stipt om 21u aan te beginnen met “The Light, The Sound”. Zanger David Yow ging vanaf de eerste noten meteen hangen aan een grote jongen vooraan en die innige verstrengeling werd niet meteen gelost. Meteen werd duidelijk dat het beest in de nu 59-jarige Yow nog lang niet getemd is. De gekste capriolen uithalend op het podium, worstelend met zijn microfoonstandaard maar ook veelvuldig rondhossend tussen het volk bleef hij voortdurend de aandacht naar zich toe zuigen. Dat gebeurde altijd spontaan en onvoorspelbaar zodat het nooit storend werd. Bovendien vertoonde zijn, in alcohol gemarineerde, stem geen sporen van sleet zodat je rustig kan stellen dat Yow de beste zanger is die Flipper ooit had. Er was verassend veel volk komen opdagen en ook daar zal hij wel voor iets tussen gezeten hebben.
Ver hoefde je niet te zoeken om iemand in een Jesus Lizard shirt te vinden. Met zo’n frontman zou je haast vergeten dat er ook nog een groep op het podium stond. Wat bescheiden -Ted Falconi stond meestal met zijn rug half naar het publiek gekeerd- zorgden ze voor een stevige, aanstekelijke sound. Meestal wordt Flipper onder de post hardcore gecatalogeerd. Een nogal manke omschrijving voor een mix van sludge, grunge en punk. Meestal traag, bas gestuurd en met een zichzelf voortdurend herhalende gitaar die bol stond van de distortion. Alle nummers dateerden uit de periode ‘81-‘84: de allereerste singles (die soms op latere platen opnieuw opdoken) en nummers uit de eerste twee LP’s, ‘Generic Flipper’ en ‘Gone fishin’’. Het zal wel geen toeval zijn dat het latere werk straal genegeerd werd. Het was niet alleen de enige juiste keuze, sommige van die oude nummers zoals “Sacrifice” bleken na al die jaren aan intensiteit gewonnen te hebben. “Sacrifice” werd trouwens samen met The Melvins opnieuw opgenomen voor de recente EP, ‘Hot Fish’. Logische uitsmijter werd “Sex bomb”, hun doorbraaksingle uit ’81. Niet veel meer dan een slordige riff maar wel het sein om compleet loos te gaan en waarvoor ze zelfs een jonge saxofonist bereid vonden, om net als op de plaat, wat te komen meetoeteren terwijl een ontketende David Yow zijn sex bomb tussen het volk zocht.

40 jaar bestaat Flipper intussen maar dankzij de inbreng van Mike Watt en vooral David Yow bleek de groep veel meer te zijn dan zomaar een nostalgie-act.

Vooraf zagen we nog We Are The Asteroid, een drietal uit Austin, Texas, waarvan ik toch iets verwachtte. Al was het maar omdat Amyl van The Sniffers op hun laatste single even mag meezingen. Ze begonnen mooi met een monumentaal klinkende gitaar in een volvette instrumental. Daarna bleef de stevige sound nog overeind maar de muzikale gekte waarin de groep zich wentelde was lang niet altijd even inspirerend. Soms mijmerde ik dat stadsgenoten Ed Hall dit lang geleden zoveel beter hadden gedaan. Toch had We Are The Asteroid zeker wel zijn momenten zoals in dat ene nummer dat opgehangen werd aan een verloren gewaande Black Sabbath-riff. Leuke opwarmer maar ook niet veel meer dan dat.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Cloud Nothings

Cloud Nothings - Allesverslindende show op een nagelbedje van rauwe punk

Geschreven door

In plaats van een zonnige zomeravond, waar velen waarschijnlijk op hoopten, moest de zon plaats ruimen voor grijze, koelere wolken. Maar och ja, wat kon het mij eigenlijk schelen. Ik kwam gewoon voor de indie-rockband Cloud Nothings en ik vond het geen probleem om deze avond te delen in hun punkattitude.

Voorprogramma van dienst was de Gentse formatie: Teen Creeps. Een volgens hun facebook in muziekgenre omschreven ‘post-anything’ band. Omdat ik hen nog niet kende, wist ik dus lekker niet wat te verwachten. De band startte met een stevig eerste nummer dat hun volgende songs ook goed zou karakteriseren: stevig, up-tempo, melodieus en dit alles met een ‘grungy’ topping. Als ik de band toch mag categoriseren, zou ik vooral opperen voor post-punk. Teen Creeps deed mij op bepaalde momenten ook denken aan bands als Title Fight, Supergenius en Self Defense Family. De zanger heeft een ruwe stem, maar die wisselde hij vaak af met cleane vocalen, die jammer genoeg soms vals klonken (om toch maar een punt van kritiek te leveren).
Wat mij opviel was de grote hoeveelheid van mensen die ook al waren afgezakt vanaf het voorprogramma. De band werd door hen steeds onthaald met een gemeend en enthousiast applaus. Duidelijk was dat iedereen -waaronder mijzelf ook- genoot. En vooral: Teen Creeps was naar mijn bescheiden mening het ideale voorprogramma voor Cloud Nothings. Check gerust hun debuutalbum ‘Birthmarks’, ik ben geboeid en zal dit zeker ook doen.

Een dikke tien minuten vroeger dan aangegeven hoorde iedereen plots hard en straight-forward gitaarwerk vanop het podium. Geen aankondiging, niets. Het was overduidelijk ook geen soundcheck, daar klonk het te goed voor. Het was wel gewoon Cloud Nothings, die er al aan begon en zijn laars lapte aan de vooropgestelde timing. En eerlijk gezegd, ik vond dit op zich al heerlijk. Ook had Cloud Nothings geen set-list of dergelijke bij, ze wilden gewoon spelen en hun ding doen. Echt punk dus!

Na het eerste snelle nummer passeerden verschillende songs aan hoog tempo de revue. Mijn zintuigen werden geprikkeld door de strakke gitaarsolo’s, het vele jammen tussen verschillende nummers door, de verscheidene melodieën/tempo’s die elkaar afwisselden en de bijna feilloze stem van Dylan Baldi (frontman, zanger/gitarist). De vier leden van Cloud Nothings speelden hiernaast ook nagenoeg perfect samen. Voor mij zagen ze er eigenlijk als drie verjaarde studenten die een café concert kwamen geven, maar zonder enig besef van elkaar dat ze de keet wel plat speelden.
Dit was ook duidelijk zichtbaar aan het publiek die heel enthousiast genoot van het optreden. Ondanks deze de laatste van hun Europese tournee was… kwamen ze, smeten ze zich volledig en gaven ze een concert van topniveau.
Een perfecte set list heb ik niet, maar deze nummers werden ons zeker op een nagelbedje van punk gepresenteerd: “No Future/No Past” - “Separation” - “Psychic Trauma” - “Modern Act” - “I’m Not Part of Me” - “Quieter Today” - “Our Plans” en “In Shame”. Hun magnifieke set eindigde met een keihard nummer en een rauw, noisy einde. Ik voelde dat het (meer dan) goed was.

Wat een band! En wat een allesverslindende show. Hopelijk komen ze snel terug, dan zal ik zeker opnieuw van de partij zijn.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

All-Seeing Eyes + Margaret Airplaneman

All-Seeing Eyes + Margaret Airplaneman - Memorabele avond

Geschreven door

De wegen van Johnny Walker (All-Seeing Eyes) en Margaret Airplaneman kruisten elkaar in Lille en dat wou ik onder geen beding missen. Plaats van de afspraak was l’Imposture, een sympathieke bruine kroeg qua capaciteit te vergelijken met de Pit’s en waar de rock-‘n-roll in de vorm van talloze vergeelde affiches van de muren droop. Ik voelde me er meteen op mijn gemak en het werd bovendien een memorabele avond waar ook oude bekende James Leg getuige van was.

Niet dat we iets wereldschokkends meemaakten. Margaret Airplaneman durfde al eens een noot te missen en All-Seeing Eyes borduurden gewoon voort op de nalatenschap van de Soledad Brothers maar de passie en de liefde waarmee ze hun ding brachten maakte het onweerstaanbaar. Dit zijn van die zeldzame artiesten die je gewoon dood wil knuffelen.
Vorig jaar zag ik Mr. Airplane Man schitteren op het Binic Folks Blues Festival, voor deze tour moest Margaret het, na het afhaken van een zieke Tara McManus, alleen zien te klaren. Maar hier in Lille zorgde ze voor een unieke setting.
De eerste paar nummers liet ze zich bijstaan door drummer Matt Ayers, daarna mochten ook de overige leden van All-Seeing Eyes het podium op. Nu kennen Johnny Walker en Margaret Garrett elkaar wel en probeerden ze vroeger al eens iets samen, toch bleef deze onverwachte bezetting onuitgegeven. Het haalde wel wat de vaart uit de set - voor ieder nummer dienden er immers telkens afspraken gemaakt te worden - maar dat nam ik er graag bij.
Vooraf had Margaret haar muziek omschreven als ‘John Lee Hooker ontmoet The Velvet Underground’ en dat klopte grotendeels wel. Vooral die laatsten kwamen soms, met dank aan de band, uitdrukkelijk om de hoek piepen. Heel veel verschil met Mr. Airplane Man is er niet. Ook hier drapeerde Margaret haar zweverige zang op een bedje van gruizige gitaren met duidelijke wortels in de blues. Wellicht iets etherischer, breekbaarder en een stuk opgeschoven richting drone blues. Het kwam het hypnotiserende aspect alleen maar ten goede en zorgde voor een wat mysterieuze sfeer. Toch was het vooral die bedwelmend mooie gitaar die me aan haar voeten kluisterde. Gruizig en subtiel tegelijkertijd, ingetogen maar toch niet te verlegen om af en toe eens uit te halen.
Mijn favoriete nummers bleven, buiten “I’m in love”, achterwege en veel songs kon ik niet meteen thuiswijzen. Maar ook dat vormde geen enkel bezwaar om me in complete vervoering te laten brengen door een fenomenale Margaret Airplaneman, die nu ook een solo cd (vinyl volgt later) uit heeft: ‘Live at the Charles River Museum of Industry’.
De Soledad Brothers maakten het mooie weer tussen 1998 en 2006. Een sensationele liveband die ik toen ettelijke keren aan het werk zag. Helaas bleek het sprookje na acht jaar definitief uit. Er werd nog een reünie aangekondigd maar die werd in laatste instantie dan toch weer afgeblazen. Frontman Johnny Walker zag ik nog terug met Cut In The Hill Gang (de laatste keer samen met James Leg) en ook solo zo’n acht jaar geleden. Flink verouderd en wat bijgekomen maar het heilige vuur is hij duidelijk nog lang niet kwijt.
Hij heeft naar eigen zeggen de laatste jaren wat geld verdiend als arts zodat hij nu opnieuw kan doen wat hij graag doet. Daar kunnen we alleen maar blij mee zijn. Met drummer Matt Ayers (ook te horen op enkele platen van James Leg) en bassist Kane Kitchen (beiden van de Cincinnati, Ohio band The Guitars) heeft hij nog maar eens een nieuwe band uit de grond gestampt. Cut In The Hill Gang vond ik destijds altijd nogal stroef klinken maar met All-Seeing Eyes (uitvalsbasis Dayton, Kentucky) lijkt de souplesse van de Soledad Brothers teruggekeerd. Blues die schaamteloos mikt op de heupen, wat klonk dit weer swingend.
Uiteraard was het een feest om die paar oude Soledad Brothers songs (waaronder “Break ‘em on down”) terug te horen maar het nieuwe werk klonk minstens even geïnspireerd. Nonchalant peuterde Walker de ene na de andere infectueuze stomende riff uit zijn gitaar en daar was werkelijk geen ontkomen aan. Een scheurende mondharmonica zorgde er nog net voor dat ik niet volledig weggleed in een zaligmakende narcose. Dit was, met dank aan zijn twee kompanen, een Johnny Walker in bloedvorm, zonde dat we hier zolang op moesten wachten. De paar nummers die drummer Matt Ayers zong klonken ietsje harder en leken een voedingsbodem te hebben in de Britse sixtiesblues waarbij ik dan vooral aan Savoy Brown denk.
Het zorgde voor de nodige afwisseling maar de verrassing van de avond was zonder twijfel de cover van “Et moi, et moi, et moi”. Het werd een erg vrije, veramerikaniseerde interpretatie en een mooi eerbetoon aan monument Jacques Dutronc.

Margaret Airplaneman en All-Seeing Eyses zorgden last minute voor een zweterig avondje in Lille die nog lang zal nazinderen.

Organisatie: Imposture, Lille

Beoordeling

Rammstein

Rammstein - Hier kommt die rookpluim!

Geschreven door

Tien jaar heeft het geduurd maar dit jaar was het eindelijk zo ver. Het nieuwe album van Rammstein ligt in de rekken. Gelukkig was de inspiratie voor de nieuwe nummers groter dan bij het kiezen van hun albumnaam. ‘Rammstein’ heet de nieuwe plaat met een nieuw geluid. Meer techno en beats verweven met de vertrouwde metal en gothic.

Nog steeds in de originele bezetting schuimt dit zestal de Europese stadions af. Kilo’s vuurwerk en ontelbare gasflessen werden richting Brussel gesleurd om allemaal in rook te zien opgaan. Geen nummer gaat voorbij of er gebeurt wel iets. Dat is nu éénmaal de sterkte van Rammstein. De performance die wordt gebracht is onafscheidelijk met deze Duitsers. Het is belangrijk maar de songs zijn nog steeds het belangrijkste. In tegenstelling tot andere metalbands van middelbare leeftijd slaagt Rammstein er wel in om nieuwe nummer uit te brengen die aanslaan. Bewijs daarvan, acht van de elf nummer op de nieuwe plaat werden live gebracht. Beginnen met “Was Ich Liebe” en later met “Zeig Dich” die zelf een vleugje gospel bevat. “Diamant” was als ballade stilte voor de storm want achtereenvolgens kregen we “Deutschland” en “Radio”.
Ondertussen was de kinderwagen bij “Puppe” vakkundig in brand gestoken en gingen de handen ritmisch de lucht in bij “Mein Herz Brennt”. “Sonne” werd gebracht in een vuurzee waarbij ons haar recht kwam op onze armen en vervolgens werd afgebrand. “Ausländer” klinkt dan weer heel melodieus en doet ons een seconde denken aan Zoutelande. Op het einde galmde “Ich Will” door de boxen.
We hebben Rammstein kunnen zien, we hebben ze gehoord en ook gevoeld. Ze kennen hun gelijke niet in de metalwereld. Dat je een groot publiek kan bereiken door een perfect uitgekiende show te brengen , hebben ze perfect gesnapt. Want onder de 45000 aanwezigen zijn er zeker die het visuele primeren boven de muziek. Het is een staaltje Duitse efficiëntie, oerdegelijk gebracht door vakmannen die erin slagen om van begin tot einde te entertainen. Het is geniaal en hun nummers  zijn tegelijk zeer simplistisch. Dat hebben ze van hun landgenoten van Kraftwerk  geleerd. Een invloed die ze de jongste jaren niet meer onder stoelen of banken kunnen steken.
Rammstein zal altijd stof doen opwaaien, laat nu net dat hun bedoeling zijn. Heel wat spierballengerol en gevoelige thema’s die voor controverse zorgen , worden niet uit de weg gegaan. Hoe ver kan je daarin gaan? Op die slappe koord balanceert Rammstein al 25 jaar. Iets waar ze verdomd goed in zijn en al die tijd overal mee weg komen. Ze zijn meesters in hun vak, misschien wel enig in hun ideeën en dat heeft hen een wereldwijd monopolie bezorgd. Het is een groot toneel van choqueren waarbij de grens wordt afgetast van spot en humor. Een uitlaatklep van zes voormalige Oost-Duitsers die van horen zeggen in de normale omgang zeer rustig en zelf kunstzinnige mensen zijn. Niets is wat het lijkt maar toch is het er bij Rammstein.

Een uitgekookt Boudewijnstadion genoot van deze passage van Rammstein. Geen afscheid want volgend jaar volgt nog een passage in Oostende. Wat de toekomst dan brengt , weet niemand. Stoppen op dit nooit eerder gezien hoogtepunt of toch nog eens die grens proberen te verleggen van het toelaatbare. Als we dit hebben gezien gaan wij voor optie twee!

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Neil Young

Neil Young + Promise Of The Real - Nog lang geen oude man

Geschreven door

Het was ondertussen al drie jaar geleden dat Neil Young en zijn Promise Of The Real ons land een bezoekje brachten. Na een solocarrière van vijftig jaar (als je zijn jaren met Buffalo Springfield niet meetelt) en rond de veertig studioalbums hoeft de Canadees al lang niet meer te worden geïntroduceerd. Op zijn gezegende leeftijd van 73 tourt hij nog steeds lustig rond, en krijgt sinds enkele jaren hulp (alsof hij die nodig zou hebben) van Promise Of The Real. Frontman van die band? Lukas Nelson, zoon van Willie Nelson.

De eer om de avond te openen was echter weggelegd voor de Britse band Boy Azooga. Met hun energieke melodieën en bij momenten stevige doorhalen probeerden ze het bombastische Sportpaleis te vullen, al ging hun sound in het begin wat verloren. De stress was duidelijk bij de bandleden af te lezen, tot ze na enkele nummertjes hun draai vonden. Toen ze het publiek meedeelden dat ze al jaren fan zijn van Neil Young, konden ze niets meer mis doen en groeide hun vertrouwen elke minuut wat meer. Het zorgde ervoor dat de band hun voorprogramma sterk kon afsluiten.

Neil Young + The Promise Of The Real - Tien minuutjes na aanvang kwam dan de ster van de avond ten tonele, en net als het voorprogramma eerde ook Neil Young zijn helden. Een t-shirt van Howlin' Wolf met daaronder een paar hippe sneakers, Neil Young geeft echt geen moer om zijn dresscode. Het enigste dat bij de man telt, is muziek, en dat was meer dan in orde. Starten deed de man met een strakke versie van "Mansion On The Hill" waarmee hij het publiek direct meetrok in zijn verhaal. Een verhaal dat Neil Young altijd vertelt zonder al te veel woorden, zo sprak hij het publiek maar aan na een uur spelen. Het concert begon pas om negen, wat twijfels opriep over de duur van het concert. Young staat ervoor bekend shows van drie uur te spelen, maar eerder was al aangekondigd dat zijn show ten laatste om elf zou eindigen. Spoiler alert: de show eindigde niet om elf.

De set van de superster was allesbehalve een best of, zo kregen minder bekende nummers een plek in de spotlight. Grote afwezigen waren "Like A Hurricane", "Heart Of Gold" en verrassend genoeg "Down By The River". De bekende versie waarbij de gitaarvirtuoos het nummer tot twintig minuten uitrekt en daarbij verschillende gitaarsolo's op het publiek afvuurt, was dus niet te horen. Jammer, gelukkig bracht de man een wondermooie versie van "Old Man" en bracht hij iedereen aan het dansen met een lange versie van "Rockin' In The Free World". Afsluiten deed hij echter met "Roll Another Number", een iets minder bekend nummer.
Het publiek liet de nummerkeuze weinig aan hun hart komen, zo ging het dak er net niet af bij "Hey Hey, My My (Into the Black)", waarop elke ziel in de zaal het refrein meebrulde. Het publiek bestond zowel uit jongere als oudere fans, maar van die leeftijdsgrens was er meestal niks te merken. Er werd gesprongen, lustig geklapt en vooral luidkeels meegezongen. Dat was allemaal te danken aan Neil Young, maar ook aan de band, iedereen is duidelijk heel erg goed op elkaar ingespeeld. We waren vooral onder de indruk van het drumwerk, heel energiek en altijd correct. Er kon tussen Young en de rest meermaals een glimlach en een schouderklop af, wat aantoont dat iedereen zich gewoon amuseert.
De mix van meezingers, stevige rocknummers en wondermooie ballads zorgde voor een mooie afwisseling waardoor de twee en een half uur durende set als een trein voorbijraasde. Ook de afwisseling van instrumenten hield de vaart erin, zo werd ons "Are You Ready For The Country" voorgeschoteld met Young op piano. Het toonde nog maar eens aan dat Neil Young nog steeds relevant is en dat hij er duidelijk ook zelf van geniet. Na een carrière van jewelste zou je denken dat er al wat slijt op de grootvader van de country rock zou zitten, maar ook op zijn leeftijd blijft de man zijn stem onaangetast. Zelfs zonder zijn backing band hield hij het Sportpaleis in z'n greep. Hoe hij tijdens "Rockin' In The Free World" een meer dan stevige gitaarsolo uit zijn mouw schudde, deed onze mond kwijlend openvallen. Dat Neil Young nog steeds meester is over zijn instrumenten, is nog steeds een understatement.

Ondanks dat het concert niet volledig uitverkocht was, werd er toch reikhalzend uitgekeken naar de passage van Neil Young. Aanvankelijk bleef het publiek nog rustig, maar het strakke spel van de Canadees en zijn band zorgde ervoor dat het enthousiasme bij elk nummer hoger de lucht in ging. Young kon ontroeren, maar ook ouderwets rocken. Het zorgde voor een divers schouwspel, met als kers op de taart het slotstuk. Niemand weet hoe veel kansen we nog zullen krijgen om deze absolute oerlegende aan het werk te zien, maar laat ons hopen dat dit niet de laatste was.

Setlist: Mansion on the Hill - Over and Over - Mr. Soul (Buffalo Springfield cover) - Love to Burn - The Loner - When You Dance, I Can Really Love - On The Beach - Unknown Legend - From Hank to Hendrix - Old Man - Are You Ready for the Country? - Long May You Run - Fuckin' Up - Cortez the Killer - Cinnamon Girl - Danger Bird - Hey Hey, My My (Into the Black) - Throw Your Hatred Down - Rockin' in the Free World - Roll Another Number

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Gracia Live

Beoordeling

!!!

!!! - Stomend feestje liet ons eerder koud

Geschreven door

Winters weer weerhield er ons van om de aftrap van het voorprogramma, The Bewitched Hands, mee te maken. Het weinige dat we ervan konden meepikken, deed denken aan The Magic Numbers gebracht met de snedigheid van Arcade Fire. Veel wijzer worden jullie hier ongetwijfeld niet van, maar bon, zelf stellen we ons eindoordeel eveneens uit tot op het moment dat we die Franse groep ooit eens een volledig concert geproefd hebben.

Over naar de hoofdact van de avond (waar we trouwens ook niet al te veel woorden aan vuil gaan maken, ze doen dit tenslotte zelf ook niet aan hun groepsnaam): !!! kwam zijn laatste plaat, het maandagavond zeer gepast getitelde ‘Strange weather, isn’t it?’, voorstellen aan de blijkbaar ruime Belgische fanbase. Een blik op het publiek maakte duidelijk dat niet enkel jonge danslustigen, maar ook aardig wat dertig- een veertigplussers van de partij waren. Frontman Nic Offer was zijn enthousiaste zelve, in het eerste half uur – dat met o.a. “AM/FM”, “Wannagain wannagain” en “Jamie, my intentions are bass” haast integraal puurde uit hun laatste plaat - verdween hij drie keer in het publiek om enkele twijfelaars alsnog tot dansen te dwingen.
De eigenlijke set nam ongeveer 70 minuten in beslag, gans die tijd werkte Offer zichzelf, alsook een aanzienlijk deel van het publiek, letterlijk in het zweet dus gebrek aan inzet kunnen we !!! alvast niet verwijten. Andere glansrollen waren er voor de te zelden op de voorgrond tredende saxofonist en achtergrondzangeres.
Heel geslaagd vonden we het optreden echter niet, hun muziek vertoont het gebrek aan variatie dat ook het choreografisch repertoire van de zanger kenmerkt. De mix van dance en rock helt naar onze persoonlijke smaak te veel over naar dance om permanent te kunnen boeien.
In het tweede bisnummer kwamen plots enkele in berenpakken verklede dansers het podium inpalmen waardoor de sleur eindelijk toch wat doorbroken werd, het zegt veel indien we moeten toegeven dat dit één van de hoogtepunten van de avond was...
De echte fans zullen ongetwijfeld geen kwaad woord spreken over deze passage maar een twijfelaar, zoals ondergetekende, werd uiteindelijk niet over de streep getrokken. Velen genoten van een best wel stomend feestje, maar enkele jaren terug waren wijzelf veel meer onder de indruk van hun passage op Feest in het Park dan van hetgeen we nu in de uitverkochte Orangerie gepresenteerd kregen.

In tegenstelling tot toen hadden we maandagavond over het algemeen weinig moeite om onze benen in bedwang te houden. Misschien worden we gewoon oud? Of keerden we te vroeg huiswaarts want terug buiten in de vrieskou weerklonk precies nog een vervolg dat we aan ons lieten passeren omdat we onze tsjoeketsjoeketsjoek (heb je ’m?) wilden halen. We hadden ons trouwens beter de moeite bespaard want door vertragingen hebben we daar in Brussel-Noord nog een uur staan schilderen.
Jezus, hoor ons eens zagen en klagen….we worden echt wel oud, dzju toch!!!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Grinderman: 2-1

Geschreven door

Na zes jaar heeft Jon Spencer zijn Blues Explosion weer samengeroepen. Terwijl Jon Spencer in die zes jaar met zijn rockabilly band Heavy Trash drie platen uitbracht en uitgebreid toerde, speelde Judah Bauer in de Dirty Delta Blues Band van Cat Power en remixte en producete Russell Simins onder meer Duran Duran, Yoko Ono, Fred Schneider en Asian Dub Foundation.

Het Depot was volledig uitverkocht voor het eerste concert van hun Europese tour. Een ouder publiek, met veel Franstaligen, liet de tapkranen van het Depot op volle toeren draaien. De dj van dienst had nog eens Public Enemy opgezet, en het viel op hoe slecht die band uit de tijd van Jon Spencer Blues Explosion verouderd was.
De vele rockers vroegen zich wellicht af waarom de dj het in zijn hoofd haalde om old school hiphop te draaien also opwarmer voor de garageblues van Blues Explosion, maar eigenlijk is dat vrij evident: JSBX heeft altijd geëxperimenteerd met hiphop beats, en werkte samen met onder meer Chuck D, Beck en Dan the Automator. Zo rond halftien betrad de band het podium: Spencer ziet er op zijn vijfenveertigste nog altijd even strak uit, de archetypische leren broek kon natuurlijk niet ontbreken, Judah Bauer had een vuile hangsnor gekweekt, terwijl Simins,  serieus in de breedte uitgezet, achter zijn laag drumstel plaatsnam.
Hoewel een deel van de band nog maar net uit New York City overgevlogen was, en dus met jetlag kampte, was dat er niet aan te merken: Jon Spencer schreeuwde, gromde, beatboxte en huilde als vanouds , zakte door de knieën als een jong veulen, om zijn micro dan van onderuit aan te vallen en de “Yeah”s, “Blues explosion ladies and gentleman” en ‘Ughs” vlogen als mantras om de oren. Misschien dat die constante kreten sommigen irriteren omdat ze als tics overkomen, maar Spencer gebruikt die kreten heel bewust, als een zuiderse predikant die reclameboodschappen tussen de nummers smijt, een beetje in de stijl van de “Come on”s van Flaming Lips voorman Wayne Coyne. Simins mepte er stevig maar rudimentair op los, de afgeleefde muurpanelen van het Depot trilden op het ritme van zijn basdrum terwijl Bauer een maximaal effect bereikte met zijn minimale blues riffs.
“Dang”, met Bauer op harmonica, was een eerste hoogtepunt. In het eerste deel van de set, speelde de band  rauwe bluesrockers, die elkaar in ware Ramonesstyle zonder stops opvolgden,  de bekende singles werden achterwege gelaten. Het viel op hoe veel invloeden er in de minimale sound van JSBX zitten, dit gaat veel verder dan de rauwe garagerock met bluesinvloeden van bands zoals White Stripes en Grinderman: de zanglijnen van Spencer stelen zowel van Elvis, James Brown als David Byrne, als van hiphop MCs, en stokoude blues wordt ongegeneerd vermengd met rauwe punk, soul en rudimentaire beats. De set groeide naar een hoogtepunt in de outro van “Magical Colours”, waar Spencer met de theremin aan de slag ging. Van dan af kregen we een rist oudjes geserveerd zoals “2kindsa love”, “ Afro”en” Bellbottoms”. In “Flavor” verkondigde Spencer: “Blues explosion is number one in Loevain” (iemand had de man moeten zeggen dat het (Luiveun( is) en daar konden we volmondig mee instemmen.

De show van Spencer en kompanen is misschien niet zo luid en overrompelend als het geweld van Grinderman, maar qua rock ‘n roll gehalte moet JSBX niet onderdoen voor Cave & co. We kunnen ons best voorstellen dat Nick Cave na zijn show de pantoffels aanschiet en voor een boek in de sofa gaat zitten, om maar te zeggen dat dit soort rauwe bluespunk altijd een beetje toneel is, waarbij de artiest op podium een  rol speelt. De tijden dat er moordenaars zoals Robert Johnson op het podium stonden is lang voorbij, moordenaars zitten vandaag meestal ietsje verder op de Leuvense ring, in Leuven-Centraal, noch Cave noch Spencer zijn in het echte leven de podiumpsychopaten van hun shows. Qua podium presence houden Cave en Spencer het dus op een gelijkspel. De kwaliteit van de Blues Explosion songs (buiten “No Pussy Blues” blijven er weinig andere Grinderman songs hangen) en de keuze voor het experiment leveren in de negentigste minuut  de winning goal op voor het New Yorkse trio rond bakkebaard Spencer.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Een potje kolkende rock’n’roll

Geschreven door

Na enkele uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson is The Jon Spencer Blues Explosion weer helemaal terug, en daar kunnen wij alleen maar om juichen. De nieuwste plaat ‘Black Mold’ heeft het vuur in zich van Jon Spencer in zijn jonge dagen en ook op het podium heeft dit zijn effect.

Spencer is de verpersoonlijking van rock’n’roll, hij gromt en roept als een bezeten jakhals en ondertussen haalt zij gensters uit zijn gitaar met solo’s die op het eerste zicht verhakkeld klinken maar die bulken van de rock’n’roll. Met ouwe getrouwe Judah Bauer op gitaar en Russel Simins op het meest primitieve drumstelletje dat u ooit heeft gezien (zelfs een beginnend rock rally groepje zou hier zijn neus voor ophalen) is die gruizige, ophitsende en vuile sound van JSBE volledig intact gebleven. De songs volgen elkaar in ijltempo op, een track is nog niet helemaal beëindigd als de drie wildebrassen al een nieuwe gortige riff inzetten. Spencer hitst het zootje op met zijn kenmerkende ‘howl’, hij roept al zijn demonen op om er een gloeiend potje oververhitte rock’n’roll uit te spuwen. Tussen een felle greep (zowat alles eigenlijk) uit die knetterende nieuwe plaat hebben we ook nog agressieve monstertjes herkend als “2 kindsa love” en helemaal op het eind een openbarstend “Bellbottoms”, daartussenin ook een vlammende cover van The Beastie Boys “She’s on it”, zonder enige verdere commentaar Spencer’s eerbetoon aan wijlen Adam Yauch.

Zelden hebben wij een band gezien die zoveel rauwe en primitieve energie op een podium kan neerzetten. We hebben het trio dit al meerder keren zien doen, maar hier kunnen we nooit genoeg van krijgen, net zoals we keer op keer ook overdonderd worden door ons zoveelste Stooges optreden.
Jon Spencer Blues Explosion is heter dan ooit. U krijgt nog een kans om dat te gaan proeven in de AB op 11/12. Er zijn nog tickets, haast u !

Ook support act Joe Gideon & The Shark weet ons te bekoren. Het duo heeft nog maar net een nieuw album uit maar het zijn toch de krakers uit dat fameuze debuut ‘Harum Scarum’ die er uitspringen. En dan hebben we het vooral over een prachtig spitsvondige song als “Kathy Ray”.
Joe Gideon & The Shark blinken uit in originaliteit en dit met songs die zowel naar The Doors, The White Stripes als naar The Fall neigen. Knap.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/joe-gideon-the-shark-2-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-2-12-2012/

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

Pagina 108 van 386