logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
Concertreviews

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Kate Nash

Kate Nash: ruwe bolster, maar blanke pit?!

Geschreven door

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Harlem

Harlem: dartele veulens vallen live wat licht uit …

Geschreven door

Aangekondigd in het Beurskaffee bleek het concert door te gaan in de Zolderzaal die we na een ellenlange reeks trappen bereikten. Unieke locatie waaraan een prachtig terras hoog boven Brussel is gekoppeld en die tijdens de zomermaanden gebruikt wordt om enkele muziekfilms te projecteren. Ook hier dezelfde ziekte als in zoveel grote steden: veel te lang wachten om het optreden te laten beginnen waarna men de groep voortijdig laat stoppen. Het overkwam hier ook het Israëlische Tv Buddhas, die ik onlangs nog zag schitteren in de 4AD. Hier waren ze een stuk minder maar dat had veel te maken met de akoestiek. Hun aan de seventies schatplichtige harde rock bleef te veel galmen onder de metalen dakplaten. Toch was het weer genieten van die spetterende gitaren, een aan Zen Guerrilla herinnerende brulboei en een ,ondanks haar wel erg rudimentaire spel, adembenemende drumster.

Harlem, afkomstig uit Tucson, Arizona maar inmiddels verkast naar Austin, Texas, had minder te klagen van de klank maar toch bleek dit een slag in het water. Nochtans heeft dit drietal twee behoorlijk goeie platen uit met de niet mis te verstane titels ‘Free drugs’ en ‘Hippies’. Op vinyl weet hun rammelpop, een soort Black Lips light, wel te beklijven maar live viel dit veel te licht uit. De bandleden sprongen als dartele veulens in het rond maar dat kon niet verhelpen dat de voortdurende samenzang wat klungelachtig overkwam. Bovendien was zanger/drummer/gitarist Michael Coomers (het kan ook Curtis O'Mara geweest zijn, beiden spelen gitaar en drums en zingen en wisselen regelmatig van plaats) serieus dronken. Sommigen kunnen dit euvel ombuigen in een voordeel (cfr Jack Oblivian), hier was het ronduit gênant. Na zowat de hele ‘Hippies’ lp erdoor te hebben gejaagd volgden op het einde nog de krakers van de eerste plaat "Psychedelic tits" en "Caroline" maar zelfs dat kon het schip niet meer behoeden van het kapseizen. Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zeur want zowat de ganse zaal stond zich in het zweet te dansen en wordt Harlem straks nog een hele grote.

Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Beoordeling

Gentlemen & The Evolution

Gentleman And The Evolution - Zonnig reggaefeestje op een koude lenteavond

Geschreven door

Ondanks de crisis in de muziekindustrie zijn er nog genres die je nooit hoort op de radio of waar weinig of geen publiciteit wordt voor gemaakt, en toch verkoopt het als zoete broodjes.
Zonder enige twijfel behoort reggae tot deze categorie en enkele weken na het verjaardagsfeestje van Lee Scratch Perry in de Vooruit hadden de mensen van Democrazy het reggaeminnend publiek ditmaal uitgenodigd voor een avondje swingen op Gentleman And The Evolution. Ook al mag een groep als Gentleman & The Evolution voor de modale muziekliefhebber volslagen onbekend zijn, toch slaagde deze Duitser er in om de Vooruit zo goed als vol te laten lopen.

Gentleman And The Evolution hadden voor hun huidige toer (naar het schijnt stoppen die niet met toeren) hadden Soja als voorprogramma meegebracht. Voor mij onbekend maar bij de eerste tonen ging de massa meteen (tja) massaal uit de bol. Door de grote hoeveelheid van iets wat normaliter verboden is (ja hoor, gisteren had het rookverbod in de Vooruit een bijna surrealistische betekenis), de vele rasta’s en een feestvierend publiek had je meteen de indruk dat je in Kingston was belandt. Soja’s reggaemuziek is er één met een hoog popgehalte. Muzikaal niks vernieuwend maar het swingt als een trein en niets kon beter dienen als ideale opwarmer..

Na bijna een uur dolenthousiast te hebben gespeeld gaven ze de fakkel over aan Otto Tillman. Na het uitbrengen van vijf cd’s mag deze Duitser zich zonder twijfelen rekenen tot één van de meest succesvolste reggae-acts van het moment. In thuisland Duitsland haalt hij moeiteloos de eerste plaats van de hitparade maar sinds een paar jaar lijkt ook de rest van de wereld te vallen voor de reggae van deze man, tot in Jamaica toe! Otto werkte samen met de grootste namen uit het actuele reggaemilieu en hij moet het vooral hebben van mond aan mondreclame, ook wel te vertalen als hard werken door op te treden.
Vanaf de eerste minuut is het duidelijk dat Otto een megafeest wil, zelfs als het moet door de muziek een beetje in een vergeethoekje te duwen want het moet gezegd worden : zelden zag ik een man zijn publiek zo gemakkelijk bespelen (want geef toe, doe het maar na om een bomvolle Vooruit gedurende 20 nummers met de armen doen zwaaien en de aansteker in de lucht te houden) maar zoals gezegd, draait hij er ook zijn hand niet voor om door een geweldig nummer op te schorten met slogans die tot doel hebben de concertmeute aan het dansen te laten blijven.
De kritische mens moet echter ook naar de muziek luisteren en het moet gezegd worden: dit is een groep waar geen plaats is voor subtiliteit en dat merk je ook zelfs niet in hun boodschappen want soms tot vervelens toe hoor je Otto het publiek met slogans bestoken die klinken als “Keep the fire burning” of andere van deze reggaeclichés.
Muzikaal verviel Gentleman & The Evolution ook regelmatig in platgereden reggaedeuntjes dat door de mooie vocals van Tamika (in het dagelijks leven mevrouw Tillman) soms omgevormd werden tot mooie soulliedjes. Maar geen mens die zich daar aan stoorde en deze band wist dan ook dat ze gewoonweg om het in hun woorden te zeggen, het vuur brandende moesten houden…en dat deden Gentleman & The Evolution en verve!
Zeker bij de uitvoering van hun hit “Celebration” die de Vooruit door de meebrullende massa bijna deed daveren. Muzikaal niet meteen de hoogvlieger maar als feest kon het wel tellen en dat was voor de bezoekers van dit concert de reden waarom ze naar hier waren afgezakt. Dus toch een geslaagde avond…

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Pixies

We Love The Pixies

Geschreven door

’We love The Pixies’ …scandeerden we in onze jonge jaren. Frank Black, Kim Deal, Joey Santiago en David Lovering lagen aan de basis van de noisepop en de grunge eind de jaren ‘80. Samen met tijdsgenoten Sonic Youth bepaalden zij het geluid van een Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden. De nostalgische sound vormde voor de huidige gitaarbands een voorname referentie.
Een eerste reünie was er op Rock Werchter 2004. We konden spreken van een welgekomen terugkeer waarbij het viertal een frisse indruk naliet, een goede set speelde en aangenaam speelplezier had. Verder was de band te zien op Pukkelpop, waar ze een meer gematigde set speelden. Sinds vorig jaar begonnen ze aan een volgende ronde reünieconcerten in het teken van de ‘Doolittle’ plaat. Eerst was er nog sprake om eventueel in die tussentijd nieuw materiaal uit te werken, maar toen we een paar songs hoorden tijdens de festivals, konden we net als de band zelf besluiten dat ze deze wijselijk hebben opgeborgen.
Vier platen brachten ze uit tussen ’87 en ’93, ‘Surfer Rosa & Come on pilgrim’ (‘87/’88), ‘Doolittle’, ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’, waarvan de meeste songs in ons geheugen gegrift staan. De eigen carrière van de artiesten, specifiek van Frank Black en The Breeders (de zusjes Kim & Kelly Deal) was muzikaal wisselend, net als hun livegigs. Dat ze het momenteel doen om een aardig spaarpotje te hebben, nemen we er weliswaar bij, zolang ze maar overtuigende optredens spelen.

Na het schitterende optreden in Vorst oktober ll, stonden ze ook vanavond op scherp. De eerste 45 minuten waren bijzonder goed, dan was er een meer gematigd middendeel, en tot slot hadden ze genoeg reserves over om een schitterend derde deel te spelen. Kortom, de drive en de muzikale spetters waren er nog met de selectie songs die ze serveerden. Frank Black kon nog steeds schreeuwen en brullen en ook Kim Deal wist de songs mooi te ondersteunen met haar backing vocals.
Van start gingen ze met korte opwindende en dynamische tracks als “Cecilia”, “Rock music” en “Bone machine”. De eerste rijen konden al wild om zich heen slaan, en de dertig- en veertigers vooraan konden zich al uitleven! Subtieler klonken alvast “Monkey gone to heaven”, “Velouria”, “Dig for fire” en “Hey”, maar de adrenaline bleef door de aderen stromen door de venijnige speldenprikjes en explosies. Ondanks het slepende middendeel boeiden pareltjes als “Planet of sound”, “Debaser”, “Break my body” en een broeierige “Caribou”. ‘They keep the flame alive’ hoorden we ergens boven ons … terecht, want in het derde deel van de set werd het tempo terug voortgestuwd door gitaarexplosies, pedaaleffects, diepe bas en opzwepende drums als op “Tame”, “Isla de encanta”, “Head on” (remember Jesus & Mary Chain), “River euphrates”, “Wave of mutilation”, “Broken face” en “Nimrod’s son”. Alle registers werden nog eens opengezet met een mooi uitgesponnen “Vamos”, die ongelofelijk sterk was door de noise en de dosis experiment. Tussenin ontbraken de melodieuze “Gigantic”, “Where is my mind” en “Here comes your man” niet.
Een dertigtal songs kregen we voorgeschoteld, en net als het publiek genoot het kwartet ervan. Ze bedankten uitgebreid de fans.
Tussenin was het commentaar misschien schaars maar werd eerder onderhouden door Kim Deal.

De Pixies stonden garant om oude herinneringen te koesteren, er eens te kunnen op headbangen en te springen, maar op onze gezegende leeftijd ook te kunnen genieten van hun broeierige songs.

Voor het jonge tienerbandje Bombay Bicycle Club was de Lotto Arena te hoog gegrepen. De aanstekelijke, broeierige en soms rauwe opbouwende gitaarsongs konden niet beklijven. De afwissende rocksound van hard en zacht, uitbundigheid versus donkere melancholiek en de lekker in het gehoor liggende pop konden onvoldoende doorwegen … De vier gasten uit Londen verdienen zeker een volgende kans , zoals eerder dit jaar in de Vk*, toen ze overtuigden in de kleinere zaal …

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Adamo

Adamo – ‘rien ne peut détruire un coeur de 20 ans…’

Geschreven door

Voor het mooie lenteweer moest je zondag alvast niet in Oostende zijn. De goden bedienden ons royaal van hemelwater en de zon liet zich pas aanschouwen toen het schemerdonker bijna over het strand was gevallen en de wind de zilte wolken uit het hemeldak had geblazen. Gelukkig konden wij de zee de rug toekeren en achteroverleunen in de fluwelen zetels van het Kursaal om te genieten van wat Siciliaanse warmte. Salvatore Adamo was zondag in Oostende de gastheer van dienst en vergastte ons op variété van de bovenste plank.

Ok, voor de ene een charmezanger, voor de andere de Belgische Aznavour, feit is dat deze arbeiderszoon van Siciliaanse roots één van de succesvolste Belgische artiesten ooit is met een verkoop van om en bij de 90 miljoen platen wereldwijd, en zijn ietwat androgyne stem en aanstekelijke levensliederen niemand onberoerd laat.Adamo staat reeds op de planken sinds begin jaren ‘60 en sprokkelde gedurende zijn carrière een indrukwekkend oeuvre bijeen. De hoogtepunten van de beginjaren (jaren ’60 en ’70) bleken moeilijk te evenaren, maar Adamo blijft een bezige bij: zijn laatste plaat, ‘Le Bal des Gens’, dateert van 2008 en compileert een aantal van zijn hits in een nieuw arrangement. O.a. Olivia Ruiz, de (Belgische en ondergewaardeerde) Maurane en Raphael brengen op de plaat hulde aan de Belgische zanger.

Adamo bracht in Oostende een afwisselende set met oud en nieuw materiaal en liet zich omringen door een resem veelzijdige (jonge) muzikanten die zich bedienden van de cello, contrabas, klarinet, trombone, mandoline, banjo, piccolo, om maar enkele instrumenten te benoemen. De gelaagdheid van de muziek door de perfect op elkaar ingespeelde band, tilde de (toegegeven) soms wat schlager-achtige liedjes, zeker naar een hoger niveau.
Adamo charmeerde meteen met een zomers “Ma tête”, gevolgd door zijn eerste hit “Sans toi ma mie”, dat voluit wordt meegezongen (en dat Adamo later op de avond nog een keer zal brengen op vraag van een fan). “20 ans” grijpt meteen naar de keel door zijn poëtische tekst en afwisselende snelle en trage ritmes, ondersteund door het melancholische  timbre van een gedempte trompet. De bijnaam ‘jardinier d’amour’, waarmee Brel hem bedachte, krijgt meteen bijvalbij het horen van “Amour perdu”, “Une mêche de tes cheveux”, “T’aimer quelque part” en “Ik zie een engel”, een vertaling van één van zijn eigen liedjes door Jan Leyers.
Tombe la neige”, een schlager van wereldformaat en instant karaokehit in Japan, was een tweede hoogtepunt van de avond. Tegen die tijd was reeds duidelijk dat een kwart van het zaalpubliek uit die-hard fans bestond: om de haverklap stond er een dame van middelbare leeftijd voor het podium met één of andere attentie. In de wereld van Adamo gooit men geen bierblikjes op het podium, maar geeft men een boeket bloemen, in de hoop hiervoor bedankt te worden met een tedere handkus…
Adamo is ook een onderschat tekstschrijver, een dichter bijna, getuige een voorbeeld uit “Mourir dans tes bras”: “Y en a qui meurent tous les soirs / Quand le spectacle est terminée / Quand ils retrouvent dans leur miroir / Leur vérité démaquillée”.
De violiste en trombonespeelster Fanny Rome was Adamo’s tweede stem op o.a. het Ella & Louis-gewijze “Ce George” en het prachtige “Pourquoi tu chantes?”, een ode aan Maria Callas. In het lied beschrijft Adamo de stormachtige romance die de operazangeres had met de Griekse zakenman Aristoteles Onassis, die haar veelvuldig vraagt waarom ze zingt: “Hier encore j’étais ton roi / Tu est cruelle indifférente tu chantes et je n’existe pas”. Waarop zij antwoordt: “Si tu demande à l’oiseau pourquoi il vole / Il poursuivra au plus haut sa course de folle / Plus haute que les orages et la tourmente / Le oiseau vole libre et moi je chante…”.
Misschien is dit wel autobiografisch? Adamo geniet écht van het optreden, straalt een enorme energie uit en danst op 67-jarige leeftijd even levenslustig op het podium als Charles Trenet in de jaren ‘30.
De liefde voor de muziek en de behoefte om het publiek een onvergetelijke avond te bezorgen, zijn in het leven van Adamo waarschijnlijk even noodzakelijk als de Belgische kust voor de frigoboxtoeristen. Zoals hij het zelf verwoordt: “Ik bedank jullie voor jullie trouw want ik heb het geluk om voor jullie te zingen”.
De voorlaatste cd van Adamo was maatschappelijk geëngageerd, ook in Oostende verkondigt hij een politieke mening (zelf al herhaalt hij dat het géén politieke song is). Akoestisch op zijn gitaar brengt hij hulde aan de vriendschap tussen de Vlamingen en de Walen en betreurt hij de communautaire twisten in het land, wat op toch wat applaus kan rekenen in het publiek.Even daarvoor bracht Adamo een medley met akoestische versies van o.a. “Quand les roses” en “Viens ma brume”, wat muzikanten met een uitgebreid oeuvre wel vaker doen,maar die de songs, jammer genoeg, absoluut geen eer aandoen.
Na iets meer dan 2u40minvalt het doek over het theater en neemt Adamo afscheid van het publiek met een overdonderende “Inch ‘Allah”, gevolgd door “Vous permettez Monsieur”, “Je te tiens, (je te lâche)” en, toepasselijk, “Les filles du bord de Mer”.

Adamo bracht een volwaardig muzikaal spektakel dat, zeker in het pluchen kader van het Kursaal, nostalgisch terugreikt naar de bal-orkesten van vroeger. Adamo zelf is bewonderenswaardig goed bij stem en heeft zich omringd door een fantastische band. We zullen zeker nog meer van hem horen, ‘rien ne peut détruire un coeur de 20 ans…’.

Setlist: Ma tête, Sans toi ma mie, Une mêche de cheveux, 20 ans, Mon voisin la lune, Amour perdu, Ik zie een engel, Dolce Paola, T’aimer quelque part, Quiero, Un petit caillou gris rose, un petit caillou vert gris, Car je veux, La couleur du vent, Tombe la neige, J’irai au soleil, La beauté des femmes, J’avais oublié que les roses sont roses, Mourir dans tes bras, C’est toi que je préfère, La nuit, Ce Georges, Mon cinéma, Mes mains sur tes hanches, Pourquoi tu chantes?, C’est ma vie, Tous sur le même bateau (gedeeltelijk in het Nederlands)
Medley: N’est-ce pas merveilleux?, Quand les roses, Si jamais, Viens ma brune (Lied over de vriendschap)
À demain sur la lune, Le néon, Petit bonheur, Sans toi ma mie (herhaald op aanvraag), Inch ‘Allah, Vous permettez Monsieur, Je te tiens, je te lâche plus, Les filles du bord de mer

Organisatie: Concertevents ism Kursaal Oostende

Beoordeling

Red Zebra

Aroma di Amore & Red Zebra - Nostalgische Belpop trip naar de donkerste helft van de jaren ‘80

Geschreven door

Het lijkt wat onwerkelijk als je er tegenwoordig de inhoud van De Rode Loper op na slaat, maar er was ooit een tijd waarin Belgische bands het moesten rooien zonder buitensporige media aandacht, dure opnamestudio’s en dito buitenlandse producers. Platen werden eigenhandig opgenomen, eigenhandig geproduceerd, en ja, als het moest zelfs eigenhandig aan de man gebracht. Begin jaren ’80 werd het Vlaamse muzieklandschap overspoeld door een heuse golf van dergelijke D.I.Y. exponenten, waarvan de meeste er niet veel meer dan een cult status hebben aan over gehouden. Naar aanleiding van nieuw (verzameld) werk steken twee van deze vaderlandse cult acts, Aroma di Amore en Red Zebra, momenteel terug de neus aan het venster. Afgelopen zondag kwamen beide bands in eerste instantie de versheidsdatum van hun back catalogue testen in een matig gevulde Balzaal van de Gentse Vooruit.

Net als generatiegenoten De Brassers en -het binnenkort even terug springlevende- Arbeid Adelt! valt het van oorsprong Mechels gezelschap Aroma di Amore (AdA) terug op het Nederlands als muzikale voertaal en is hun geluid te situeren in de minimale, vaak tegendraadse new wave hoek. Sinds hun Rock Rally avontuur in 1982 en enkele meningsverschillen daargelaten bleef de creatieve spil van AdA tot op de dag van vandaag nagenoeg ongewijzigd. Frontman Elvis Peeters (aka Jos Verlooy) oogt naast het podium als een minzame en ietwat verstrooide boekenworm die zo uit de jury van De Gouden Uil geplukt lijkt, maar eens op het podium ontpopt hij zich al vlug tot een politiek (in)correcte linkse activist met een messcherpe tong, onnavolgbare woordenschat en dito gebarentaal. Peeters’ cynische teksten worden muzikaal nog steeds ondersteund door de hoekige gitaarriffs en stuiterende drumcomputer van Fred Angst (aka Gerry Vergult) en de dwingende aan Jah Wobble refererende bas van Lo Meulen.
Ondanks de echo’s van Gang Of Four, Wire en het vroege PIL lijkt AdA’s muzikale formule anno 2010 verre van uitgewerkt. De pompende ritmebox van “Overleven” uit de vergeten mini LP ‘De Sfeer Van Grote Dagen’ (’85) opende een dik uur eigenzinnige bloemlezing uit drie decennia AdA. Ook de recente vinyl compilatie ‘Ongehoord’ met voornamelijk nooit eerder uitgebrachte nummers kwam hierbij aan bod, zoals tijdens het snedige “Snoep Voor Haar”. Zielsgenoten Wire hoorden een fraai vertimmerde versie van hun “Heartbeat” langskomen als “Hartslag”, het enige echt nieuwe nummer in de set dat pas afgelopen februari in muziekcentrum TRIX werd ingeblikt. De Belpop classic “Gorilla, Dans De Samba” (‘83) werd weliswaar geweerd uit de set, maar in ruil werd diens even aanstekelijke B-kantje “Dobberman” geserveerd.
Zonder ooit te vervallen in gepreek deelde de alerte analist in Peeters zoals in de grote dagen hier en daar een linkse uppercut uit aan het politieke establishment zoals tijdens “De Aarzel”, een niet mis te verstane sneer naar de voorstanders van het confederalisme. Ook persoonlijke favoriet “In Jou Maag” ontbrak gelukkig niet, het was opnieuw genieten toen het geniale stukje poezie “Ja ik wou met jou naar bed, maar niet als een maagtablet” voorbij kwam draven. De encores “Mongool” en de bijna-hit “Voor De Dood” besloten een indringende set propvol vaderlandse muziekgeschiedenis. Benieuwd of Vanthilt, Van Roelen & Van Acker dit komende herfst nog kunnen overtreffen...

Vlak na AdA’s uppercut leek het optreden van hoofdact Red Zebra op het eerste zicht wat overbodig. Want laat ons eerlijk zijn: de Brugse punkwave veteranen hebben hun muzikale sporen vooral verdiend in de donkerste helft van de jaren ’80, maar blonken de jongste decennia niet bepaald uit in memorabel songmateriaal. Eén constante valt er echter wel te bespeuren sinds hun Rock Rally deelname in 1980, met name de uitstekende live reputatie van de West-Vlamingen die hen trouwens ook in onze buurlanden momenteel nog heel wat krediet oplevert.
Zoals aangekondigd door organisator New-Wave-Classix koos Red Zebra voor een soort ‘best of’ formule en werden recente of nieuwere nummers (gelukkig) slechts bij vlagen de set binnen gesmokkeld. Opener “Agent Orange” is zo een eerder doordeweekse rocker uit het jongste live album van Red Zebra, maar gaf wel aan dat de groep hecht en strak op elkaar ingespeeld leek. De grappen en grollen van de clowneske frontman
Peter Slabbynck zijn soms wat belegen, maar gelukkig heeft Red Zebra met gitarist Geert Maertens en drummer Johan Isselee nog twee andere oudgedienden in de rangen die de groep anno 2010 de nodige credibiliteit opleveren. Beste bewijs hiervan kregen we tijdens het indrukwekkende trio “The Ultimate Stranger”, “Paradise Lost” en “Shadows Of Doubt” dat ons prompt terug flitste naar de hoogdagen van de vaderlandse cold wave. Minder geslaagd waren dan weer de covers van “Winning” (The Sound) en “Transmission” (Joy Division), twee holy grails uit het new wave tijdperk waarbij de groep weliswaar verdienstelijk musiceerde maar Slabbynck vocaal toch wat te kort door de bocht ging.
Aan het einde van de set werd in de voorste gelederen een bescheiden pogo feestje ingezet met de weliswaar onvermijdelijke doch onverslijtbare Belpop anthems “I Can’t Live In A Living Room” en “The Art Of Conversation”. Uit de twee daaropvolgende bisrondes onthouden we vooral de nog steeds heel knappe cold wave instrumental “Bastogne”, het vergeten B-kantje “Innocent People” van Red Zebra’s eerste single uit 1980 en de obligate mond-vol-banaan act tijdens “Man Comes From Ape”. En wat de covers betrof leek derde keer echt wel de goede keer, want Slabbynck & co slaagden er wonderwel in om via een gedreven versie van Magazine’s “Shot By Both Sides” met brio afscheid te nemen van het publiek.

Aroma di Amore en Red Zebra mogen dan wat uitstraling op en naast het podium betreft wel elkaars tegenpolen zijn, elk op hun eigen manier bezorgden beide bands een leuke new wave avond aan zowel nostalgische oudere fans als aan nieuwsgierige jongelingen. Dus wat dat betreft zit het met de versheidsdatum van het Aroma en (vroege) Zebra oeuvre wel snor...


Organisatie: Amusez-Vous

Beoordeling

Pagina 326 van 389