logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
L7
Concertreviews

Deer Tick

Deer Tick - Schuurpapieren neocountry-pracht

Geschreven door

’Deer Tick, a band.’John Macauley legt op zijn - van alle franjes gestripte - website kort de essentie van zijn band bloot. “We consider ourselves a rock n roll band” en ook “If you don't want to get covered in beer or confetti at one of our shows, I'd suggest not standing up in the front.” Spijtig dat zowat iedereen in de Rotonde-zaal van de Botanique deze raad ter harte nam. Het werd dus een oerdegelijk rock’n’roll concert, maar wel één voor een braaf zittend publiek.

Dat publiek was al reeds zacht in een dromerige rust gewiegd door de onschuldige countrypop van Caitlin Rose. Liedjes met een suikerzoete angel gecombineerd met wat vrolijke bindteksten. Maar, met daar nog twee goed gekozen covers van Dillard & Clark (“He Darked the Sun”) en Randy Newman (“Marie”) bovenop werd het toch een aangename opener.

Deer Tick doorprikt die dromerigheid onmiddellijk met een bluesy “Choir Of Angels”. Met veel schwung trekken ze nummer na nummer alle registers open. Het aan Tom Petty schatplichtige “Hope Is Big”, de écht aanstekelijke rock’n’roll van “Something To Brag About” en het live prachtig ingetogen gehouden “Ashamed” waarin de toetsenist Rob Crowell zich ook een begenadigd saxofoon-speler toont.
De rode draad doorheen de hele set (en bij uitbreiding natuurlijk ook de hele geschiedenis van de band) is zonder twijfel de spilfiguur met de schuurpapieren nasale stem, John Macauley. Hij tilt zijn band moeiteloos boven de country-middelmaat uit en schaart zich daarbij bij andere uitstekende neocountry folkies als bijvoorbeeld The Tallest Man On Earth, Bright Eyes of Those Darlins.
Naast de nieuwe te promoten plaat (‘The Black Dirt Sessions’) komt er ook genoeg oud materiaal voorbij maar de groep bouwt toch naar een ongelofelijk psychedelisch en zwaar rockend orgelpunt toe met het uit het nieuwe album geplukte “Mange”. Wat begint als een degelijke rocksong groeit gestaag uit tot een ‘aardverschroeier’ van jewelste, opgezweept door drummer Dennis Ryan die op het einde echt de razernij uit zijn vege lijf lijkt te meppen op alles wat in zijn buurt komt.

En het publiek, dat zat erbij en genoot toch zichtbaar. In de bissen volgden nog een cover van ZZ Top’s “Cheap Sunglasses”, opnieuw met sax, en als échte ongeplande toegift “These Old shoes”. Romantiek op zijn Deer Tick’s als afsluiting van een goed concert dat nog meer in zijn mars had.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Wim Mertens

Wim Mertens Ensemble - Klassieke wervelwind doorheen dertigjarige carrière

Geschreven door

De nu bijna 60-jarige pianist uit Neerpelt staat de laatste jaren meer en meer bekend als de man van het Proximusmelodietje waarbij menig muziekfan wel eens durft te vergeten wat voor een indrukwekkend oeuvre (om van de invloeden nog niet te spreken) deze man op zijn actief heeft staan.
Na zijn debuut als radioproducent begon Wim zich toe te leggen op minimale klassieke muziek waarbij zijn groep Soft Verdict één van de best verkochte acts op Les Disques Du Crépuscule werd. Midden jaren ’80 ging Wim de solotoer op en vandaag de dag kan hij terugblikken op zo’n 50-tal uitgebrachte cd’s.

Gisteren streek het Belgisch genie nog eens neer in de Gentse Handelsbeurs, het Wim Mertens Ensemble, met dezelfde tournee die hem net vóór de zomer in de AB bracht. De backing band (alhoewel dit een understatement is) bestaat nog steeds uit Ruben Appermont (contrabas), Lode Vercampt (cello), Bert Van Laethem (viool), Liesbeth De Lombaert (viool) en Tatiana Samouil (viool).
Wie goed leest merkt meteen dat dit enkel strijkers zijn en waar er dus geen plaats meer is voor blazers wat op zich een klein beetje jammer is want al bij al zijn de trompetjes onvoorwaardelijk verbonden met het vertrouwde Wim Mertens-geluid, tenminste die van zijn bekendste periode toch.
Iedere artiest die zichzelf respecteert opteert om zijn nieuw werk in de kijker te stellen en dat is bij Wim Mertens niet anders en daarom bestond het overgrote deel van het concert dan ook uit nummers die staan te schitteren op zijn laatste ‘Zee versus zed’.
Wie de vertrouwde hits als “4 mains”, “Struggle for pleasure” of “Close Cover” wou horen, werd weliswaar ruimschoots op zijn wenken bediend, maar moest zich toch eerst zo’n dikke twee uur doorheen het meer recentere repetitieve werk van de pianovirtuoos worstelen. Niet dat dit op zich een opgave was want als er één pianist zijn stempel gedrukt heeft op de hedendaagse klassieke muziek dan is het Mertens wel.
Is het dan niet vervelend om bijna drie uur lang naar zo’n klassiek concert te zitten kijken? Het antwoord ligt hem in het feit dat vijf mensen een bijna uitverkochte Handelsbeurs ruim een halve arbeidsdag hebben kunnen boeien zonder enige visuele ondersteuning en wanneer je zoiets aankan dan kan de muziek enkel maar magistraal zijn.
Voor een doorwinterde concertganger als ik, is het wel even wennen om van de arrogante rocker naar de klassieke geschoolde pianist over te gaan die bij elk nummer applaudisseert voor zijn medemuzikanten en met een heen en weer bewegend vingertje het publiek aantoont dat hij de waardering weet te appreciëren.

Een concert bijwonen van Wim Mertens vergt weliswaar wat inspanningswerk maar wat je er voor terug krijgt is quasi onbetaalbaar. Zonder twijfel een genie in zijn genre.

Organisatie : Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Isobel Campbell & Mark Lanegan op elkaar afgestemd

Geschreven door

De onmogelijk mogelijke samenwerking tussen de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan is al toe aan de derde cd. ’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ gingen ‘Hawk’ vooraf. Ze kregen de stempel van ‘the beauty & the beast’ en de ‘60s icoontjes Nancy Sinatra - Lee Hazelwood en Jane Birkin en Serge Gainsbourg. Allemaal toffe benamingen van de muzikale magie tussen beiden. De songs worden geschreven door Campbell, zijn donker, dreigend of dromerig, sfeervol, worden bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang, die z’n stem ontleent aan de nummers, en Campbell’s frêle, hemelse backing vocal en neurie. De druilerige, bezwerende americana heeft iets van een soort ‘film noir’, in countryblues gedrenkt, en tekent voor een soundtrack van Quentin Tarentino, David Lynch of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

En net als bij platen van Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, dringt een luchtige, lichtvoetige noot en Willie Nelson-country door, die dan eenvoudig en irritant kan zijn, maar door de variaties ontspanning en relativering biedt van nét die ‘dark, melancholische side’. Kortom, nighttripsongs, die een ochtendzon toelaten …
En ondanks het feit hun tours geconfronteerd worden met ups & downs, zijn ze uiterst geconcentreerd en elkaars steun en toeverlaat, wat toeliet goed op elkaar afgestemd te zijn; vanavond resulteerde het in een evenwichtige onderhouden set. Tja, eerder hadden we al optredens gezien dat de spanning te snijden was en dat ze elkaar geen blik gunden, wat dan ervoor zorgde dat hun duo optreden een verplicht nummertje werd.
Tweede wapenfeit was dat Campbell haar nervositeit en onwennigheid kon laten vallen in de duetten met support Willy Mason en zelfs het publiek aanporde een danspasje te maken.

Een broeierige spanning van weemoed, verlatingangst, alleen op de wereld door een spaarzame begeleiding en een dosis luchtigheid en carrousel hoorden we door een forsere, krachtige aanpak en swingende countrypop.
De klemtoon kwam eerst op het nieuwe materiaal door “We die & see beauty reign”, “You won’t let me down”, “Come on down” en “Snake song”, doortastend en indringend door Lanegan, die de gevoelige backing vocals van Campbell verdrong. Een eerste herkenning met vroeger was er met het broeierige “Who built the road”, het ingetogen “The ballad of broken seas” en een pakkende “The cicrus is leaving town”; het akoestisch gitaargetokkel en de cellopartij van Campbell gaven kippenvel.
Na deze intense songs hoorden we ergens een “Thank you” van Lanegan. Een klein half uurtje verdween hij in de coulissen en liet ruimte voor de duetten Campbell - Mason. Doorsnee (kampvuur) countrypop sfeertje creëerden ze met “Cool water” en “How to say goodbye”. Campbell nam het voortouw op “To hell & back again” en “Saturday’s gone” … Hier loerde Hope Sandoval om de hoek. Ze bleef misschien ietwat verlegen en gaf haar ongemak aan van het continue touren, de vele citytrips en busstops om in de clubs te geraken.
Maar geen betere en treffende vonken zonder Lanegan. Toen hij terug ten tonele verscheen, waren we er volmondig over eens dat in snedige versies van het duistere, sinistere “Back burner” het lichtvoetige “Time of the season” en het frisse “Honey child, what can I do” hij de final touch geeft op het muzikale recept van de samenwerking. “Come on over, turn me on” had de meest ideale, evenwichtige zangpartij en het countryrockende “Get behind me” met opvallende toetsen, besloot na anderhalf uur de set.

De bis zinderde na, want sterk waren de spaarzame “Revolver” en “Do you wanna come back with me”, een indringende “Ramblin’ man” die niet kan ontbreken tijdens de gigs, en een doorleefde “Wedding dress”, gehaald van Lanegans platen.

We houden nog steeds van die aparte stijl van Campbell – Lanegan. Lanegan is net als Arno een soort dolende nachtburgemeester en abonneert op donkere bruine kroegen. Onderhuids komt een meer luchtige toon naar boven en Campbell probeert het Lanegan statement en - sfeertje breekbare en luchtige speldenprikken toe te dienen, wat de slotsom maakt van een fijn concertje …

Sing/songwriter Willy Mason is mee op tournee met het duo, zingt enkele songs mee en krijgt terecht de ruimte eigen materiaal voor te stellen in een klein half uurtje. Intiem dromerige songs die een broeierige spanning hebben. De man stoeit wat met z’n helder indringende vocals en echo’s, die refereren aan het ouder werk van Bruce Springsteen en Bruce Cockburn. Eventjes dachten we dat hij van op een heuvel zong. Muzikaal niet echt iets nieuws, maar raken kon z’n gevoelig innemend materiaal wel …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Kid Creole & The Coconuts

Kid Creole & The Coconuts - feestelijk erotiserende cocktailparty

Geschreven door

We beleefden ‘a fine time’ met het immer sympathieke gezelschap Kid Creole rond de oorspronkelijke leden August Darnell (zang/performer)en Bongo Eddi (percussie), die geflankeerd werden door drie tot de verbeelding sprekende dames, The Coconuts, in (Tarzan &) Jane plunje. Darnell is een entertainer eerste klas die als geen ander het publiek naar z’n hand krijgt, weet warm te maken en de menigte aan het dansen brengt.

Op het podium zagen we wel dertien leden, want naast Kid Creole en z’n drie Coconuts, hadden we een toetsenist, gitarist, bassist, een Vlaamse drummer, aangevuld met een blazersectie (sax/trompet/trombone) en Christina Channee, de bevallige backing vocaliste met Indianenbloed.
Beïnvloed door members als Earth, Wind & Fire, James Brown en Chic, droop de funk, disco en clubdance er van af. In ’82 bereikte de band z’n hoogtepunt met de plaat ‘Tropical gangsters’; de latin van salsa, samba, limbo, rumba, merengue, conga, chacha en afro drongen door.
Op die manier genoten we van de feestelijke, erotiserende cocktailparty. De sensuele, exotische synchrone danspassen van de dames riepen een ‘Lekker Live’ gevoel op. Een uiterst leuke, genietbare, zorgeloze en ontspannende avond dus, die wel onreine en onkuise gedachten deed opborrelen …
Op de ophitsende en aanstekelijke tunes van “Caroline was a drop out” kwamen de bandleden één voor één op, Bongo Eddie voorop, zagen we de opmerkelijke aan Prince refererende outfit van Darnell, en klap op de vuurpijl - niet te ontbreken - de drie deernes in schaars geklede tijgerplunje. Wat een onthaal. Wat volgde was een wervelende show van sprankelende, zwoele uitgesponnen versies van “I’m a wonderful thing”, “No fish today” en “Stool pigeon”. Een perfect op elkaar ingespeelde band en een samenhorigheidsgevoel noteerden we. Soms leek het erop dat het OLT Rivierenhof was omgetoverd tot een gospel kerkje, die de zondagmis inleidde …
Het dipje zat middenin de set toen de knappe Indiase – voor de gelegenheid gekleed als een ‘Heidi-aus-Tirol’ schoolkind -, zelf een nummer mocht zingen, “My Boy Lollipop”, die muzikaal nergens naartoe ging. Maar zoals het bij een mis kan horen, waren we vergevingsgezind en kon ze in vrede gaan. Darnell gaf de zegen van “If you don’t love yourself, love someone else”. Wat op z’n beurt “Annie, I’m not your daddy” inleidde, voor alle ‘Annies’ die vanavond nog wilden doorfuiven. Alle mogelijke Zonnige en Zuiderse stijlen werden op een hoopje gegooid, en door de opbouwende, vollere instrumentatie ging het naar een climax; “Welcome to the lifeboat party” was de gelijke die de party nog meer aanwakkerde.
The Coconuts, in vele gedaantes te zien, kwamen tot slot in de spotlights op “Don’t take my Coconut”. De bijhorende, ingestudeerde act van aantrekken en afstoten en de ‘Egyptian walks’ vormden een speelse afsluiter.
We misten kleppers als “Endicott” en “The sex of it” niet echt, want in de anderhalf uur durende set bleef de glimlach behouden, zorgde voor ‘body heats’ en zette aan tot vingertics, handclaps, heupwiegen en dansen.

Leki And The Sweet Minds warmden de party op en dat deden ze meer dan verdienstelijk. De dame knipoogt naar de Motown stal en geeft een groovy tik aan haar soulfunkypop. We hoorden een onweerstaanbare streling voor oog en oor en ze straalde een ‘positive vibe’ uit. Vooraan het podium was er sprake van een familiehappening met huppelende kids, die zich rot amuseerden. De multi-getalenteerde singer/songschrijfster met Kongolese roots heeft ook een boodschap te vertellen en komt op voor de zwaksten door ‘Goede Doel’ projecten. Niet alle nummers waren sterk, maar wat ze met haar band speelde, was meer dan de moeite waard!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg) 

Beoordeling

Black Mountain

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Caribou

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Here We Go Magic

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

LCD Soundsystem

LCD Soundsystem houdt de punkfun ‘flame alive’ …

Geschreven door

Het NY-se LCD Soundsystem liet in het voorjaar weten dat ze er na de worldtour van de nieuwe cd ‘This is happening’ zullen mee stoppen. Bijgevolg hielden we de clubtour goed in het oog. Na een fijn ‘hot hotter’ concert in de AB, overtuigde de band van James Murphy en ‘lovely lady’ Whang op Rock Werchter en werden we nu met een tweede concert nog eens op de wenken bediend; na een intense festivalzomer is de band blij te besluiten in het clubcircuit. Ze waren alvast onder de indruk van de authenticiteit van de Vooruit.
De recente worp klinkt minder overweldigend en bevat afgelijnd, zalvend materiaal binnen een pop/punkfunkstijl.

Betreffende die punkfunk, een goede vijf jaar recycleerde LCD een geheel van elektro, wave, rock, punk, funk en disco uit de stal van Suicide, Cabaret Voltaire, Gang Of Four en New Order, manifesteerde met bands als !!!, The Rapture, The Klaxons, Radio 4 en bracht de hippe dance van Underworld en Daft Punk in een muzikaal jasje van trancy bezwerende, repetitieve, dansbare ritmes en een rockende stijl, wat gegarandeerd feestjes opleverde. Songs met een intrigerende opbouw, een fris tintelend, aanstekelijk, groovy geluid, verwoestende beats en Murphy’s trefwoorden; iets unieks toch door de hitsende, dreigende (eighties) elektronica, vervormde sounds, opzwepende percussie en de bleeps & belletjes. Hun debuut dito optreden was toen in ons geheugen gegrift. De band houdt nu wel ‘the flame alive’, maar onweerstaanbaar is het toch niet meer.
Versta ons niet verkeerd, we hebben uitermate genoten van de bijna twee uur durende set van het sextet, die afwisselend putte uit de drie cd’s, maar probleemloos kon je het nieuwe materiaal van het oude onderscheiden. “Us vs them” werkte onmiddellijk in op de dansspieren, “Drunk Girls” refereerde aan de kitsch en glamour van David Bowie en “Get innocuous” benadrukte de geliefde‘80s electro. Het oude “Your city’s is a sucker” is nog altijd een instant klassieker binnen de punkfunk door de gitaarriedels, de diep dreunde basses, de doortastende bleeps en de opbouwende groove. Murphy spuwde z’n praatzang de overgemoduleerde microfoon in. Losgeslagen gekte die door de ontspoorde en repeterende ritmes van de andere songs van het debuut, “Trials & Tribulations”, “Movement” en de afsluitende klassesong “Yeah, yeah” een hoogtepunt bereikte. Tussenin rockte LCD met rauwe en retestrakke versies van “Pow pow” en “Daft punk is playing at my house”. Ook de uitgesponnen single “All my friends” paste mooi in dit rijtje. Hier lieten de eerste rijen zich makkelijk gaan. De security moest de handen uit de mouwen steken om de talrijke dansende jongeren van het podium te houden. Even kwamen we op adem bij de doorsnee leuke popelektronica van “All I want” en “I can change”, die aardige, spannende en stekelige wendingen hadden.
Af en toe doken wat technische problemen op, die speels en trefzeker met de glimlach en de mantel der liefde aangepakt werden door frontman Murphy, even roadie van de band. De gemoedelijkheid straalde van de band en plezier beleefden ze alvast aan de gig.
LCD liet z’n fans zeker niet bleekjes achter; we hoorden een ruim half uur durende bis door het rustige, sfeervolle “Someone great” en een geniale “Losing my edge”, hallucinant door de opbouwende lagen elektronica, drums en Murphy’s klaaglijke praatzang. In de ingetogen pianoballade “NY I love you …” schemerde Frank Sinatra’s voorliefde voor de Ground Zero stad door en hoorde je samples van Jay Z feat. Alicia Keys’ “Empire state of mind”. De song werd krachtiger om dan net op tijd te draaien, innemend te zijn en te eindigen in een acapella versie … Mooi op een boogscheut van Nine Eleven …

We genieten nog steeds van een avondje punkfunk van de warrige, verwaaide Murphy. Samen met z’n band slaagt hij er op venijnige wijze in met scherp te schieten. Of het liedje van LCD nu uitgezongen zal zijn, laten we voorlopig in het midden, maar indien toch, stoppen ze op hun hoogtepunt …

Organisatie Vooruit ism Democrazy, Gent

Beoordeling

Pagina 329 van 395