logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...
Concertreviews

Dinosaur Jr.

Dinosaur Jr - Geniale pokkeherrie

Geschreven door

Dinosaur Jr is wat je kan noemen een legendarische band, zij introduceerden de gitaarsolo in rauwe punkrock en stonden hiermee zonder het zelf te beseffen aan de wieg van de grunge. Zij gingen destijds nog op tournee met Nirvana als support act (en ‘Nevermind’ was toen al uit !). De band van Jay Mascis en Lou Barlow was dus, om maar te zeggen, een zeer invloedrijke gitaargroep, ook al hebben zij nooit een massaal publiek bereikt. Een onmisbare cult groep, zeg maar. Als generatiegenoten van inmiddels toch wel grotere namen Pixies en Sonic Youth waren zij minstens even belangrijk voor de geschiedenis van de gitaarrock.
Alle drie deze bands zagen wij in het laatste jaar aan het werk en laat ons toe om even te vergelijken. SonicYouth speelde, ondanks een schitterende nieuwe plaat, op automatische piloot en haalde zelf zo de angel uit hun sound. De Pixies die er eerlijk voor uitkomen dat ze nog louter voor het geld live hun ding doen, hebben hoegenaamd geen stap vooruit gezet, maar we zagen ze wel zeer overtuigend hun ‘Doolittle’ uitvoeren.

Maar de band die toch wel het meest authentiek hun eigen oorspronkelijke sound benadert, en dat weten we nu wel zeker, is met voorsprong Dinosaur Jr. Dat hoort u op hun laatste twee geweldige reünie platen ‘Beyond’ uit 2007 en ‘Farm’ uit 2009, en ook in de AB was het duidelijk. Geen compromissen, slordig, pokkeluid, moddervet, vlijmscherpe en loeiende gitaarsolo’s met tonnen reverb en feedback. Kortom, weergaloos fantastisch.
Dat de vocals, mede door de aanwezigheid van een muur aan Marshall versterkers, naar de achtergrond werden verwezen, kon ons geen moer schelen, want het klonk geweldig. Dinosaur Jr ramde wild en onverstoorbaar door. Mascis, met lange grijze haren en gezonde bierbuik, had geen enkele aandacht voor het publiek, maar des te meer voor zijn gitaar waaruit hij de meest smerige riffs en splijtende solo’s wurmde. Hij is ongetwijfeld één van de meest indrukwekkende gitaristen die we ooit aan het werk zagen.
Lou Barlow richtte wel heel zelden enkele woordjes tot de zaal en ging dan vervolgens als een bezetene op zijn basgitaar tekeer. De opzet was ook opmerkelijk, de drum was mooi centraal opgesteld tussen Barlow en Mascis, niks op de achtergrond, eerder iets van “We maken met zijn drieën geniaal lawaai, we doen het dan ook op één lijn”, enkel bij The Jon Spencer Blues Explosion, niet toevallig ook zo een band met de ballen op de juiste plaats, hebben wij eerder zo een podiumopzet mogen meemaken.
Dinosaur’s drummer was trouwens een vervanger, want de oorspronkelijke drummer Murph werd om familiale redenen midden in de tour terug naar huis geroepen. Geen nood, want de manier waarop interim-drummer Kyle Spence op zijn trommels mepte was, laat ons zeggen, nogal indrukwekkend. Enig opzoekwerk leert ons dat de man niet aan zijn proefstuk toe was en eerder reeds met Dinosaur Jr de hort op ging, vandaar dus.

De totaalsound die Dinosaur Jr verwekte was vuil en hard, een wervelwind met punk spirit en ontspoorde Crazy Horse gitaren, en met de middelvinger omhoog. Er ging vanavond een oerkracht uit van deze muziek die we bij de passages van Pixies en Sonic Youth nooit mochten ervaren. Dit optreden van Dinosaur was geniale pokkeherrie met een air van “Jullie kunnen allemaal onze kloten  kussen, wij rammen onze songs er loeihard door, u beslist maar zelf wat u ervan vindt, ons probleem is het niet”. Zo klonk het twintig jaar geleden, zo klinkt het ook nu nog. Heerlijk, toch.
Eén van de beste ‘Fuck you’ optredens die we in jaren gezien hebben.

Let wel, van een ander zal u misschien horen dat dit een niet aan te horen brei was. Wij mochten het dan wel fantastisch vinden, de reacties waren voor het overige nogal gemengd.  Van ons een welgemeende ‘fuck you’ voor diegenen die vonden dat er te veel noise was. Als u niet van noise houdt, waarom ga je dan in hemelsnaam naar een concert van Dinosaur Jr ? Ga dan de volgende keer naar Coldplay kijken, en laat onze kop gerust.

Opwarmers van dienst, de indie rock band Built To Spill, hier nooit echt van de grond gekomen maar toch ook al bezig van in de jaren negentig, gingen een stuk minder fel tekeer. De band, met maar liefst drie gitaristen in de rangen, was nogal statisch (iemand had een tube lijm aan hun schoenen gekleefd, ze roerden echt voor geen meter) en de zanger was ook niet echt toonvast (en dat is nog zacht uitgedrukt, haal u een verkouden Neil Young voor de geest, of Grandaddy’s Jason Lytle met darmproblemen), maar de songs bloeiden vaak mooi open en haalden zowel Pavement als Crazy Horse referenties naar boven. Best wel interessant dus, maar we gaan nu ook niet in allerijl naar de platenboer hollen om hun volledige back-catalogue aan te schaffen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Snow Patrol

Snow Patrol tovert Vorst om in gigantische sauna

Geschreven door

Op Pinksterenmaandag moest je in Vorst Nationaal zijn voor het zinderende concert van de Schotse powerpop band Snow Patrol. Onaangenaam heet werd het in de Brusselse concerttempel maar gelukkig kunnen we ons wel zeer lovend uitspreken over het optreden van deze vaste waarde binnen de hedendaagse popmuziek. In laatste instantie liep Vorst Nationaal dan toch nog helemaal vol voor het eerste zaalconcert van Snow Patrol op Belgische bodem. In het verleden liet de band zich meerdere malen ultrapositief opmerken met o.a. sterke optredens op Pukkelpop en Rock Werchter. Nu was de tijd aangebroken om het Belgische publiek ook indoor te overtuigen met een headline show…een show vol klassiekers bleek naderhand.

De jonge veulens van Foals, een nieuwe, Britse indierockband mocht opwarmen. Hun debuutalbum ‘Antidotes’ werd in eigen land erg lovend ontvangen. Nu de tweede plaat ‘Total Life Forever’ ook bij ons in de rekken ligt, is ook de opmars in ons land een feit. Een veelbelovende band, die best wel wat in zijn mars heeft. Al hoorden we wel een beetje teveel referenties naar de band van Robert Smith & co. Een gedreven, kort setje waarvan het publiek toch zichtbaar genoot.

Even later was het dan eindelijk zover en stonden we oog en oog met de band Snow Patrol rond boegbeeld Gary Lightbody. Reeds vanaf de eerste tonen van “Open Your Eyes” ontstond het vermoeden dat dit wel eens een memorabele avond zou kunnen worden. Een strakke versie van “Take Back The City” scherpte die hoop nog wat aan maar tegen “Chocolate” stonden we echter weer met onze beide voeten op de grond. Hier moest de band vechten tegen de sterke weerstand van de betonnen concerthal en kon ze maar niet de juiste bassound op ons loslaten. Helaas kregen we hierdoor ook een veel te harde versie van “Hands Open”, waarbij ook nu weer de rommelige bassound de song deels verstoorde. Tijdens “Crack The Shutters” sprong Gary Lightbody, als een ware popgod in het publiek om handjes te schudden met de gefortuneerde fans op de eerste rijen. Meer dan eens werd de vergelijking met Chris Martin (Coldplay) gemaakt. Ook hier strooide de kwakkelende sound flink wat roet in het eten want af en toe was zanger Gary Lightbody nauwelijks nog te horen. Gelukkig werd het nadien allemaal een stuk oorvriendelijker. Het fragiele “You Could Be Happy” werd een leuke afwisseling en belichtte de andere kant van onze sneeuwpatrouille. ‘Audience Particpation time’ tijdens de meezinger “Shut Your Eyes”. Een beetje een voor de hand liggende keuze maar zelden een Vorst Nationaal gehoord dat zo luidkeels meezong.
Nog meer hoogtepunten volgden in de vorm van “Run”, dat akoestisch begon maar elektrisch tot een climax evolueerde. Ook “Set The Fire To The Third Bar” werd verrassend uitgevoerd. Hier mocht onze bloedeigen Eva De Roovere mee op het podium. Lightbody & De Roovere, het klikte en Marta Wainwright, die het origineel inzong, werd zo vergeten. “Just Say Yes”, flirtte naar mijn gevoel wat teveel met de dancebeats maar het publiek lustte er wel pap en veerde voor het eerst op uit de zitjes. De doorbraakhit “Chasing Cars” kreeg een aangepaste, sterke live uitvoering, waarna de band veel te vroeg het podium verliet.
Gelukkig kwam er nog een bisronde. “The Lightning Strike”, Snow Patrol’s meest progressieve en fascinerende werkstuk (een episch drieluik van meer dan 15 minuten) deed echter bij velen de wenkbrauwen fronsen. De song werd voorzien van sfeervolle kosmische projecties maar ook dit kon een aantal fans niet weerhouden om vroegtijdig de zaal te verlaten. Voor hen die de rit volledig uitzaten kwam er nog een gedreven “You’re All I Have” voorbij.

Snow Patrol overtuigde vooral met een sterke setlist. Visueel bleef het spektakel beperkt tot een weinig ophefmakkende lichtshow en een kleine LED wall. Pas tijdens de bisronde trok de band met grote projecties alle registers open. Het publiek genoot, ondanks de bij momenten tegenvallende sound, van een groot aantal tijdloze pophits. Best indrukwekkend dat een jonge band als Snow Patrol na al kan uitpakken met dit palmares. Lightbody & co hadden er duidelijk veel zin in. Moeiteloos zweepte de band een -in het zweet badend Vorst Nationaal -op tot ongekende hoogtes.
Pukkelpop mag dan ook supertrots zijn dat het deze band aan zijn affiche heeft kunnen toevoegen!

Video Live Reports (Youtube)
Part 1:
http://www.youtube.com/watch?v=lHLppQFs2OI
+Part 2:
http://www.youtube.com/watch?v=ZymcDBdpNtc
+Part 3:
http://www.youtube.com/watch?v=vSX1ikg5bAA
+Part 4:
http://www.youtube.com/watch?v=d3L3WxQVc9s

Setlist:
*Open Your Eyes *Take Back The City *Chocolate *Hands Open *Crack The Shutters *The Golden Floor *You Could Be Happy  *If There's A Rocket Tie Me To It *Make This Go On Forever *Shut Your Eyes *Run *Set The Fire To The Third Bar *Just Say Yes *Chasing Cars


*The Lightning Strike *You're All I Have

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The Hex Dispensers

The Hex Dispensers: Pit's werd één kolkende moshpit

Geschreven door

Het leek wel alsof er één of andere manifestatie aan de gang was, wat een meute volk was er daar voor de deur van de Pit's, genietend van een stralende zon. Maar wel een beetje beangstigend als je bedacht dat ze binnen enkele ogenblikken ook allemaal naar binnen zouden willen. Populair zijn ze dus wel, deze Hex Dispensers uit Austin, Texas maar het is dan ook de enige punkgroep van de laatste jaren die er echt toe doet. Toch blijven ze bescheiden : zo sloegen ze een aanbod af om op Sinxen Vlas Vegas te spelen (gegarandeerd een volle Kreunzaal van 600 man!) omdat ze hun Europese tour absoluut wilden afsluiten in de Pit's, naar eigen zeggen ‘de beste plaats om te spelen in Europa’.

Die Pit's zat dan ook barstensvol en veranderde vanaf de eerste tonen van "Doomsday" in een kolkende moshpit. Terwijl de temperatuur hoogten bereikte, vergelijkbaar met die in een sauna, en het bier met liters door de lucht spoot bleven The Hex Dispensers onverstoorbaar verder spelen, ook toen de bassist een bekertje pal op de neus kreeg. Verbeten punkrock met een vuilzwart garagerandje, denderend als een op hol geslagen locomotief. Veel verschillen de nummers niet van elkaar maar geen mens die zich daaraan kon storen. Iedereen werd meegezogen in een maalstroom van (niet eens té) luide gitaren, die dwingende stem van Alex Cuervo en het nonchalante geroffel van Alyse Mervosh.
Hoogtepunten? Uiteraard "Forest Ray Colson" (dat nu al een verplichte vermelding heeft in de annalen van de punkrock), "Buy you a ring" (gezongen door bassist Dave Bessenhoffer, ook bekend van The Gimmicks) en zowat alle overige nummers zeker? Eén keer werd het tempo drastisch verlaagd wat niet meteen het beste nummer opleverde.
Maar het siert hen dat ze ook een trage song proberen en zo kregen de aanwezigen meteen eens de gelegenheid om alle ledematen terug op de juiste plaats te schikken. Woorden schieten schromelijk tekort voor dit optreden dat er beslist één was om in te lijsten.
Het lijkt erop dat Alex Cuervo na veel omzwervingen, bij o.a. Blacktop, King Sound Quartet, The Gospel Swingers, Feast Of Snakes en The Now Time Delegation, eindelijk de groep van de waarheid heeft gevonden!

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

NoMeansNo

No Means No: het architype van de punk

Geschreven door

Wie in ons landje wel eens buiten het nauwe pad van Studio Brussel durft te gaan luisteren kent gegarandeerd No Means No. Zo ongeveer voor de honderduizendste keer zakte dit senioren-trio van Canada (Vancouver) af naar Europa om de plaatselijke fanbase nog maar eens te tonen hoe je een gevoelsechte show neerzet, zonder franjes en met meer ballen dan de huidige muzikale twintigers betrachten in hun beste poging om hun eigen helden na te bootsen. Opgericht in 1979 en nog steeds hun ding doende op talrijke stages, stelden de broers Rob en John Wright en gitarist Tom Holliston in de Zwerver te Leffinge hun nieuwste ‘Tour EP 1’ voor.

Voor deze korte Europese tour brachten de punksenioren hun stadsgenoten Invasives mee. Wat van bij het begin direct opviel was dat deze jongere band voor de promotie van hun plaat ‘Desk Job At Castle Dracula’ een rock/punk set neerzetten die sterk neigde naar de grondvesten van NMN. Invasives had echter nog veel lesgeld te betalen. Ze deden (net iets té) goed hun best om contact te maken met het luisterpubliek en bereden bij momenten de grens van het sympathieke met het ergerlijke. Hoewel ze punkgewijs vrij proper klonken, en in hun songs vaak minder slaagden om de spanning op te bouwen, bracht Invasives enkele songs met mokerriffs (“After Midnight”) die een echte Helmet fan zeker kon bekoren.

NMN stak van wal met het nieuwe “Old”, een traag en melodisch nummer dat zich uitstekend leende als opener. Wat volgde was een set waarbij de nieuwe EP met “Slave” en “Faceless May” zich geruisloos mengde tussen de songs uit een door de tientallen jaren heen geproduceerde poel van vele LP’s en EP’s. Het publiek leek de band meegegroeid te zijn en de vooral 30-40’ers genoten al luisterend naar deze show, eerder dan een dancepit open te breken zoals dit, vooral in vroegere tijden, nogal vaak het geval was bij een NMN concert.
Dat het publiek de band kende bleek merkbaar bij het enthousiaste onthaal van songs als “Jubilation”, “All Lies”, “Till I Die”, “Humans”, “Body Bag” en de magistrale basskiller “Rags And Bones”. Jammer genoeg putte de band voor deze gelegenheid niet meer uit hun meesterwerk ‘Wrong’ uit 1988.
De typische smakelijke instrumentale passages en de afwisselende melodieuze en wordspoken vocals in de songs werden, zoals steeds, opgesmukt door de droge en gezapige humor van de Wright brothers (“We’ll have senior discount on the bus when we get back”). Ze smeten vaak een gemeende smile op je toot en toverden ook dit concert om tot een pretpunkcircus zoals alleen grootmeesters dit kunnen evenaren.
Als kers op de taart sleurden de heren de Invasives mee op het podium. John Wright kroop van achter zijn drumstel en transformeerde zich als frontman van The Hanson Brothers (zijproject als ode aan The Ramones en ijshockey) en deed met een fenomenale versie van “Beat On The Brat” het publiek luidkeels meezingen.

NMN bracht een concert zoals je het kon verwachten. Een wat uitzinniger publiek maar vooral een iets betere setlist zou van dit concert een memorabele ervaring gemaakt hebben. Toch was dit er eentje dat goed nasmaakte. Op naar de NMN concerten in het volgende decennia en de nieuwe LP dit jaar!

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Gotan Project

Gotan Project - De betaversie van de nuevo tango

Geschreven door

Het plaatje paste perfect en de frisse kleedjes in de volle AB-zaal wuifden het toe: de eerste echte zomerbroeierigheid was het geschikte bad om de nuevo tango van Gotan Project in onder te dompelen. Van zon buiten naar zon binnen, al kregen de ‘Argentijnse’ Fransen ons nooit op cocktailtemperatuur.
Ooit mochten we op Dranouter Folk (Festival Dranouter nu) kennis maken met die ‘nieuwe tango’-groep die toen nog achter witte doeken een schimmenspel speelde met haar toeschouwers. Briljant. Enkele jaren later huppelden we bij de voorstelling van hun tweede cd ongedwongen mee. Briljant. Deel drie kwamen ze donderdag 20 mei in de AB voorstellen. Iets minder briljant.

Dat deel drie kwam een maand eerder ter wereld en luistert naar de simpele naam ‘Tango 3.0’. Analoog naar computersoftware die evolueert noemde men het album ‘Tango 3.0’ omdat het tango op een nieuw niveau, een nieuwe stap is.  Of zou moeten zijn. Dat de vaders van Gotan Project toevallig met drie zijn en het hun derde CD is, prijkt mooi op het geboortekaartje.
Philippe Cohen-Solal is de man achter Gotan Project en zijn portemonnee vult hij er aardig mee, want ze zijn populair. Vandaar ook de snelle uitverkoop van de AB, al waren de prijzen ook wel aan de ‘zwoele’ kant. Cohen-Solal, zelf ook geboren uit migratie (vader Tunesiër, moeder Nederlandse), liet de tango immigreren van het oorspronkelijke Argentinië naar Frankrijk waar hij als DJ met samples en enkele knappe artiesten de elektronicatango uitvond.
Amper een jaar geleden vergastte Gotan Project de wereld op een schitterende live dubbel cd. Daarin werd duidelijk hoe hun muziek aanslaat, wat we zelf aan den lijve ondervonden. Trouwens, de dubbelaar vonden we nog een stuk broeieriger, intenser en voller dan hun twee eerste studio-albums. Maar, vier jaar na wat we achteraf gezien 2.0 kunnen noemen, volgt nu een ‘Tango 3.0’.
En die 3.0 brengt ons – in tegenstelling tot vele anderen – niet in  vervoering. Hij verrast ons niet, brengt niets bij aan wat Gotan tevoren al deed. En heeft ten gronde minder schwung in zich. Het concert in de AB was dan ook goed, tot heel goed zelfs, maar het werd vooral gedragen door de steunpilaren uit hun eerste twee werken.
Het begon twee nummers lang in een super donker AB. We voelden wel de vibes in ons lichaam door het loungy dansgevoel, de emotie bleef wat achterwege en onze ogen kregen wel de kost door de geprojecteerde achtergrondvideo’s. En ja, gedurende anderhalf uur wilden we wel even in Argentinië zijn, maar we bleven in Brussel. Jammer.
Wij hadden het vooral voor de warme stem van Cristina Vilallonga die jammer genoeg niet constant op de bühne stond. De dansmomenten zaten er ook wel nog in – zoals in hun jongste en (vrolijke) single “La Gloria” en ook in “Mil Miliones”, maar het accent lag meer op de sfeer: zwoel en sensueel. Met een (te?) traag en slaperige “Mensajero” en een duidelijk dicht bij de originele tango aanleunende “Tango Suare” en “Pelgiro”. “Rayuela” was dan weer lief met het kinderkoortje.

In elk geval bewees Gotan Project opnieuw dat akoestische instrumenten perfect kunnen samengaan met ritmiek en gevoel en elektronica. En het werd wel broeierig op de gekende oude nummers. Maar als je het ons vraagt is ‘Tango 3.0’ misschien nog maar een betaversie.

Playlist: Cuesta abajo, Epoca, Divan, Tango Square, Rayuela, Una Musica Brutal, Tu Misterio, De Hombre a Hombre, Toda mi vida, Mi Confession, La Gloria, Differente, La Musica de Siempre, El Mensajero, Panamericana + Triptico
Bis
Mil Miliones / Queremos Paz, Desillusion, Peligro, Santa Maria, Immigrande

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pavement

Standvastig Pavement behoudt jeugdige rommeligheid

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet Pavement is goed tien jaar na de laatste vijfde worp ‘Terror twilight’ terug bij elkaar voor enkele reünie concerten. Stephen Malkmus en de zijnen, waarvan we ook vooral Mark Ibold (ook nog een tijdje op tour met Sonic Youth) en Bob Nastanovich (multi-instrumentalist en tweede zang) onthouden, maakten zich in de jaren ‘90 populair met de ‘do it yourself’ gedachte van rammelende, soms opzwepende, lofi gitaarmuziek en opmerkelijke sfeervolle werkstukjes. Onderhuids behielden ze de melodieuze kracht, gedragen door de nasale, melancholische en onvaste zang van gitarist Stephen Malkmus. ‘Crooked rain, crooked rain’ en ‘Brighten the corners’ overtuigden een breder publiek, de andere cd’s beklemtoonden het vluchtige karakter en de ongekunstelde chaos! Indie nonchalance! Hun livegigs waren bijgevolg dan ook wisselend, desondanks kon de groep rekenen op een welverdiend respect.

’Welcome back’ prevelden ze … Een happy weerzin was het alvast, waarbij dertig - en veertigers en de nieuwsgierige (jonge) fan present waren op het heel snel uitverkochte concert in de AB. Pavement stelde bijna dertig songs voor, ruwer, rauwer of introspectief en ingetogen. Af en toe explodeerde het. Nastanovich was er deels verantwoordelijk voor door vocaal het voortouw te nemen en z’n teksten letterlijk uit te spuwen, wat de band een versnelling rapper deed gaan.
Malkmus was eerder speels, onbevangen en zelfrelativerend; hij liet alles wat meer z’n gang gaan, zwierde z’n gitaar wat heen en weer en gooide ze af en toe eens in de lucht.
Pavement wisselde sterke met minder boeiende songs af en speelde ook enkele lofi probeersels. In het eerste deel hadden we “Cut your hair”, “Elevate me later”, “Starlings”, “In the mouth a desert”, “The hexx” en “Triggercut”, die de tijd van toen deden herleven. In het tweede deel waren het “Grounded”, “Stereo”, “Summerbabe” en “Spit on a stranger”, die het vuur aanwakkerden. De lightshow, de spotlights en de versiering van witte lampjes waren uitermate leuk. “Range life” mocht na goed anderhalf uur besluiten, maar de band breidde er nog een uitgebreide bis aan; de klemtoon kwam op het materiaal van het succesvolle ‘Crooked rain, crooked rain’; de songs gingen op ontspannende wijze bijna in elkaar over, van “Silence kit”, “Stop breathin’” en “Gold soundz”. “Box elder” en “Shady lane” zaten ergens middenin.

Pavement had nog niet veel ingeboet van hun jeugdige rommeligheid, maar was duidelijk standvastiger! … wat maakt dat in de evaluatie van de set er nog altijd twee kampen zullen zijn om te maken of dit een uiterst goed concert was. De band gaf de indruk er losjes over te gaan , maar hield de touwtjes goed in handen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Phosphorescent

Phosphorescent – een lichtjec in de duisternis bij Bobbejaans heengaan

Geschreven door

Merkbaar nerveus opende Boston Tea Party de avond. Een gebroken snaar gooide onmiddellijk wat roet in het branievol geserveerde eten maar het werd snel duidelijk dat dergelijke pech hun jeugdig enthousiasme niet kon temperen. Het koppel maakt wat ze zelf ‘gestoorde noisepop’ plachten te noemen, een op zichzelf nietszeggende term die dus een heel brede lading kan dekken. Wat we zagen, waren een vinnige jongen op gitaar en een niet minder energieke meid die voor de percussie zorgde. Dit slagwerk werd voornamelijk beheerst door de zelfgemaakte ‘stompbox’, een instrument dat toelaat om een stevige beat te genereren maar na verloop van tijd te eentonig klinkt om te blijven boeien.
Met een beetje fantasie kan men dit tweetal koppelen aan o.a. The White Stripes (om evidente redenen), Anne Clarck (omwille van het krachtig declameren van bepaalde songteksten door de jongedame), Peaches (omwille van de flair en onverschrokkenheid waarmee diezelfde dame bepaalde liedjes durft te zingen) en The Stooges (omwille van de riffs die de gitarist door de boxen joeg). Ook Gossip en The B52’s zouden we als referentie durven vernoemen. Met “The Mercy Seat” brachten ze een Nick Cave-cover die alleszins een zeer eigen stempel kreeg. De jongedame verklaarde de keuze door met een flinke portie ironie te beweren dat dit lied zo dicht bij haar stem ligt. Voor het overige hoorden we een zestal uit hun debuutplaat (“Little trouble kids”) geputte songs waaronder hun eerste single (het eerder donkere “90’s Dream”) en het met een stevige “I wanna be your dog”-gitaarflard gelardeerde “Zero One”.
Afsluiten deden ze met “She made me dance”. We hadden graag hetzelfde beweerd maar dat zou overdreven zijn. Qua inzet krijgen ze minstens een acht op tien, maar hun ruwe rock en technische bagage behoeven progressie alvorens potten te kunnen breken. Het siert hen wel dat ze dit zelf ook inzien, de slotwoorden van de gitarist (die trouwens een ware recidivist bleek op het vlak van snarenvernieling) luidden immers: ‘Volgende keer doen we beter.’ We hopen het met hen. Dat ze weinig pretentie hebben is duidelijk, over hun potentie durven we echter nog geen finale uitspraken doen.

Phosphorescent presenteerde zich tot twee jaar terug voornamelijk als een solo-act. Zo zagen we Matthew Houck op het Domino-festival van april 2008 veelvuldig gebruik maken van loops om de meerstemmigheid van de gelaagde muziek uit het prachtige ‘Pride’ (2007) te kunnen vertalen naar het podium. Sedert de aan ‘To Willie’ (2009) gekoppelde tournee verkiest hij echter het gezelschap van een 5-koppige begeleidingsband. Muzikaal sluit zijn nieuwste CD, ‘Here’s to taking it easy’, trouwens erg aan bij hetgeen hij op dat eerbetoon aan Willie Nelson op plaat liet persen. Terwijl zijn eerste drie albums minder toegankelijk waren en vaak getuigden van een onbestemde en beklijvende sfeer, gooit Phosphorescent het sedert vorig jaar duidelijk over een vlottere countryrock-boeg.
Na een lange instrumentale intro hoort men in het STUK de eerste vier nummers van ‘Here’s to taking it easy’. Dit alles in identiek dezelfde volgorde als op plaat, het hoeft dus niet te verbazen dat Houck apetrots is op zijn laatste werkstuk. Zelf zijn we iets minder opgetogen want geluidstechnisch liep er het eerste kwartier aardig wat mis, pas vanaf “Mermaid Parade” horen we de nodige beterschap. Vervolgens krijgt het op “Pride” onbeschrijfelijk sterk klinkende “A Picture Of Torn Up Praise” een grondige herwerking die ons niet voor het laatst doet beseffen dat de winst aan (samen)speelplezier tot een verlies aan impact geleid heeft. Niet dat die klassesong plots middelmatig klinkt, maar we durven ons afvragen of Houck die nieuwe live-versie zelf beter vindt dan het door merg en been gaande origineel. Gelukkig doet “Tell Me Baby (Have You Had Enough)”ons toch nog verzoenen met de sound die zijn begeleiders creëren. Ook de samenzang in het uit
‘Aw Come Aw Wry’ (2005) stammende “Joe Tex, These Goddam Taming Blues (Are Killing Me)” vloeit mooi over in puike arrangementen.
De Willie Nelson-hattrick (“It’s not supposed to be that way”, “Too sick to pray” en “Reasons to quit”) doet Houck opmerken dat Phosphorescent ballen heeft want dat geleende materiaal is zodanig sterk dat - en we citeren -  ‘the Phosphy-songs will sound as shit’. Een bewering die hij stande pede ontkracht door twee andere hoogtepunten uit ‘Pride’ ten berde te brengen: “Wolves” komt mede door technische problemen wat moeizaam op gang maar vloeit uiteindelijk uit in de prachtige hymne die ons bij elke beluistering een krop in de keel bezorgt, “At Death, A Proclamation” kent evenmin een vlekkeloos verloop maar evolueert naar een verschroeiend slot dat terecht op luid applaus onthaald wordt.

In de bisronde grijpt Houck terug naar
“Aw Come Aw Wry”. Terwijl het solo gebrachte “Dead heart” de zaal muisstil krijgt, bevestigt “Endless” (vocaal begeleid door de gitarist) dat Phosphorescent op zijn best is in zijn meest breekbare versie. Geholpen door zijn hoorbaar vermoeide stembanden is Matthew Houck capabel om koude rillingen op te roepen in een nochtans meer dan voldoende verwarmde Labozaal. Het zou ons niet kunnen deren indien “Endless” zijn titel waarmaakte. Spijtig genoeg komt echter aan alle mooie liedjes een eind, zelfs Bobbejaan Schoepen moest dit dezelfde dag nog onder ogen. Een lang uitgesponnen versie van “Los Angeles” liet alle muzikanten nog eens het beste van zichzelf geven zodat we alsnog een positief eindoordeel kunnen vellen over deze passage van Matthew Houck en de zijnen. Bobbejaan weet zich alleszins verzekerd van een waardige opvolger…

Organisatie: Stuk, Leuven

Beoordeling

Paul Weller

Paul Weller - Op klasse staat geen leeftijd

Geschreven door

De, laat ons zeggen, vrij productieve Paul Weller heeft met ‘Wake up the Nation’ alweer een puike plaat uit, en dit kort na het nogal uitgebreide ’22 dreams’. Opnieuw een hoop materiaal dus om mee op tournee te gaan.
Wat een live optreden van Weller steeds zo bijzonder maakt is de variatie en de vrij verassende keuze van setlist. In de AB was dit niet anders.

Gedreven als altijd begon Weller stevig aan zijn werk, met al heel vroeg in de set een vinnig “Changingman”. Een straffe nieuwkomer als “Moonshine” kon perfect het tempo aanhouden. The modfather, zoals we hem kennen, schakelde moeiteloos over van gebalde rock naar klare soul (“No tears left to cry”), zwevende seventies rock (de klassieker ‘Porcelain Gods’ was alweer één van de hoogtepunten) en akoestische intimiteit (de eerste bisronde met een knap “All on a misty morning” was volledig unplugged).
Grasduinen in het verleden van zijn andere bandjes deed hij met “Pretty Green”, “Start” en, als zeer aangename verassing in de tweede bis, de gebalde punk van “Art School”, alle drie van The Jam. Doch het was vooral een soulvolle opzwepende versie van “Shout to the top” (Style Council) die de zaal deed ontploffen.
Weller’s band, met nogal wat keyboards, musiceerde foutloos en zonder veel franjes. De tendens van de nieuwste plaat werd met overwegend korte songs volledig doorgetrokken.
We vonden weinig of geen schoonheidsfoutjes, alhoewel “You do something to me” ons een beetje te routineus was, maar dat is dan ook zowat het enige wat we kunnen bedenken.

Dit optreden blonk weer eens uit door de veelzijdigheid en de klasse van een zeer invloedrijke en immer boeiende artiest. Die gast is nog niet versleten, gewoon al omdat hij zichzelf nooit herhaalt. Daarom ook, beste fans, zal hij nooit of te nimmer The Jam terug uit de kast halen, en eigenlijk is dat maar goed ook. Oude koeien uit de gracht halen is niets voor een creatieve geest als goeie ouwe Paul.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 327 van 389