logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
Concertreviews

Muse

Muse: beste stadionrock van het moment

Geschreven door

Als er vandaag één band is waar de term stadionrock voor uitgevonden is dan is het Muse wel. Meer nog dan U2 zijn zij de absolute live act van het moment. Terwijl U2 nu meer dan ooit teert op hun status en de credibility die zij vooral in het verleden verworven hebben, is Muse de groep van het moment, met een nieuw album dat weliswaar bol staat van het bombast en theatraal gedoe, maar de formule werkt wonderwel, op een podium nog meer dan in de studio.

Aan kosten is er niet gespaard in hun live act. Prachtige videobeelden en een originele opbouw met wolkenkrabbers op een rond podium zorgen voor een maximale respons bij de fans. Hun repertoire met uitmuntende songs doet de rest. Schitterend nieuw werk als “Uprising”, “United States of Eurasia”, “Unnatural Selection” en zelfs het semi klassieke “Exogenesis symphony, part 1” (hier in de bisnummers opgenomen), staat mooi te pronken tussen de klassiekers van de vorige platen. Enkel de fletse ballad “Guiding light”, ook al een zwak broertje op ‘The Resistance’, valt door de mand wegens te weinig om het lijf. Maar voor de rest: super !!
Matthew Bellamy is de grote man achter Muse. Zijn stem die eenzame hoogten bereikt en vooral zijn machtige gitaarspel maken van de man een supertalent. Tevens weet hij op de rustige momenten, een geweldig “Feeling good” en een intiem “Unintended”, fijne klanken uit een vleugelpiano te toveren. Hij mag dan al een beperkte pianist zijn, hij slaat de juiste toetsen aan op het juiste moment.
Het bombast waarvoor wij een beetje vreesden na beluistering van ‘The Resistance’ blijft live binnen de perken en dat is de sterkte van dit ganse optreden. Muse speelt krachtig, luid, loepzuiver en vooral geweldig.
Hoogtepunten, vraagt u ? Het volledige optreden is één lang hoogtepunt. Laat ons als mega fantastische momenten de volgende eruit halen : Een machtig “New Born”, een uiterst fel “Plug in baby” en als absolute knaller een immens wervelend “Knights of Cydonia” dat een ideale intro meekrijgt met een hier volledig op zijn plaats staande schitterende interpretatie van “The man with the harmonica” uit ‘Once upon a time in the West’ van Morricone.

Muse is dé supergroep van het moment. Ook een zekere Herman S. kan hier niet aan voorbijgaan.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Muse

Muse: the next story in theatraliteit

Geschreven door

Eventjes vooraf: le Stade Couvert Régional de Liévin is een spliksplinternieuwe grote zaal waar ruim 12000 bezoekers terecht kunnen. Mooi, imposant, groots en een loepzuivere akoestiek zijn zaken om even de aandacht naar de andere kant van Brussel of Antwerpen te richten, met name op zo’n 80 km over de grens in Noord-Frankrijk … Een DéCouvert …

’Rock for clever people’ lezen we op de site van het Britse Muse … Ze zijn uitgegroeid tot één van de gezichtbepalers van het nieuwe millennium. Er was het groeipotentieel met de cd’s ‘Showbizz’ en ‘Origin of symmetry’ naar de ‘real’ stadionrock en theatrale bombast op ‘Absolution’ en ‘Black holes & revelations’. De pas verschenen nieuwe cd, de vijfde in de reeks, gaat nog een stapje verder en wordt overspoeld door de dramatiek van potsierlijke pathos van Queen’s ‘A night in the opera’ en Chopin, te horen door de elektronica en de opera accenten en –koortjes.
Muse maakt dus de link tussen rock, klassiek, bombast en symfo door een pittig, gedreven en sfeervolle, dramatische sound, gedragen door de gekwelde zang van Matthew Bellamy. Toegegeven, de hoogdravende dramatiek is er misschien op de laatste plaat soms over, waardoor ik als fan van het eerste uur, soms even de draad moet loslaten. Anno 2009 staat Muse dus garant voor pompeuze stadionrock of ‘scifi rock’, wat tegenwoordig de juiste term is ... Gelukkig hoorden we nog het ‘ouderwets’ gas geven op een handvol nummers en in hun liveset.
We waren nog steeds getuige van een opwindende, sterke liveband; het enthousiaste trio, (Bellamy – Wolstenholme –Howard) aangevuld met vierde groepslid op toetsen en synths, ging nog steeds als een muzikale wervelwind tekeer en koos voor een gevarieerd wisselende aanpak. We hadden snedige, krachtige en subtiele gitaarpartijen, ondersteund door een diepe, soepele (soms dreunende) bas en opgezweept door de drums. Bellamy legde zich meer toe op z’n gitaarspel, en liet de vierde man de ruimte om de pathos te laten doorklinken. Maw Muse zorgde voor het gepaste evenwicht zonder te verzuipen  in die pompeuze dramatiek van de “Exogenesis symfonies” van de laatste cd.
Gedurende twee uur liet de band een rits gekende songs op ons los, afgewisseld met het gevarieerde, brede materiaal van hun ‘Resistance’ plaat. Ook op het podium viel er wat te beleven. De bandleden speelden eerst apart op een soort verkapt verhoog. De visuals van de drie en een overdaad aan licht en laserlights beklemtoonden de stadionallures. Na “Uprising” en “The resistance” daalden de leden naar de dagdagelijkse realiteit op een ‘ stage’.
Wat een dynamische start, waarbij de songs op gepaste wijze rijkelijk gearrangeerd waren. Het tempo hielden ze strak door “Newborn”, “Maps of the problematique” en “Supermassive black hole”; ze stapten dan moeiteloos over naar de potsierlijkheid en het elektronisch vernuft van “Guiding light” en de Queen’s pastiche “United States of Eurasia”, waarbij Bellamy zelf piano speelde. Zonder echt te verglijden in de Chopin lijkende bombast, trok de band de aandacht met een steviger en opbouwende “Hysteria” en de klassieke motiefjes van “Undisclosed desires”, bepaald door de harmoniumgitaar van Bellamy.
Tientallen ballonnen werden net als de vorige keer het publiek ingegooid en gaf de aanzet van een schitterende ‘closing final’: van het poprockende “Starlight”, de knallende rocker “Plug it in” naar “Time is running out”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen en de band letterlijk op handen werd gedragen! Ohja, in de set hoorden we dikwijls een ‘interlude’ naar de volgende song . Ook hier maakten ze er handig gebruik van om even op adem te komen en de overgang te verzekeren naar “Unnatural selection”, een klassieker in wording btw!, die de beide Muse stijlen integreert, en een terechte afsluiter was. Enkel “MK Ultra” misten we nog in deze apotheose …
 
We kregen een deel van het drieluik van het ambitieuze “Exogenesis” te horen, balancerend tussen klassiek, de dreiging van Halloween en een lichtpuntje rock. Ze hadden voor deze gelegenheid zelf een duivels pak aan en speelden de demonen letterlijk van hun lijf met dampende rockversies van “Stockholm syndrome” - waarop de drie heren hun spelvirtuositeit kwijt konden -, en “Knights of Cydonia”, een definitief wordende afsluiter op hun concerten, die eerst ingeleid werd door bassist Wolstenholme, die ‘The man with the harmonica’ van Ennio Morricone speelde. De song was letterlijk een knaller van formaat, want op het eind van het refrein “You & I, fight for our rights, you & I, fight to survive” verdween Muse in een rookgordijn …

Duidelijk was dat deze band nog niks heeft ingeboet aan vitaliteit. Ze smeten zich letterlijk voor een opwindende show, bezeten, gedreven en enthousiast. De symfonische stukjes die Muse een eigen identiteit gaven met de jaren zitten feilloos in het totaalconcept en –spektakel van de band. Muse wordt de niet te ontbreken band op de komende festivals …

Hun landgenoten The Horrors konden de uitnodiging van Muse niet weigeren om met hen op tournee te trekken. Daardoor weken hun eigen clubconcerten. Hun punk/garagerock&rollende electrowave klonk uiterst beheerst en gestroomlijnd. Geen rommelige kantjes te bemerken, maar een toegankelijk, melodieus geluid, wat een doorbraak kan betekenen naar een breder publiek. Toch blijkt een immense zaal als le Stade Couvert Régional of het Sportpaleis iets te hoog gegrepen om te beklijven …

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Beoordeling

Johann Johannsson

Music In Mind 2009: Johann Johannsson - Verbeelding aan de macht

Geschreven door

Een festival dat zichzelf aankondigt als ‘een gebeuren dat letterlijk tot de verbeelding wil spreken’ en als ‘een atmosferische trip door een fascinerend geluidsuniversum’ kon zich eigenlijk moeilijk permitteren om Jóhann Jóhannsson links te laten liggen. Wie erin slaagt om op amper 6 jaar tijd met ‘Englabörn’, ‘IBM 1401, A User’s Manual’ en ‘Fordlandia’ 3 tijdloze, ‘tot de verbeelding sprekende’ albums op ons los te laten, had die avond zijn bekroning als hoofdact zeker niet gestolen.
Met dit ijzersterke repertoire onder de arm heeft Johann Johannsson de voorbije jaren heel wat klassieke concertzalen en kerken afgeschuimd in Europa en daarbij een uitstekende reputatie opgebouwd. Ook in het Brugs Concertgebouw stelde hij niet teleur.

Tijdens nummers, of beter gezegd ‘composities’ als “Fordlandia”, “Sun’s Gone Dim” en “Odi Et Anno” nam Johann Johannsson zelf plaats achter de piano om een eenvoudig, repetitief motief in te zetten dat naar verloop van tijd werd aangezwengeld met een strijkkwartet en elektronische arrangementen om uiteindelijk los te barsten in een overrompelende climax die weinig concertgangers onberoerd liet. “Melodia (Guidelines For A Space Propulsion Device Base don Heim’s Quantul Theory)” vulde het imposante Concertgebouw, dat qua volume de omringende middeleeuwse kerken naar de kroon steekt, tot de nok met luide decibels terwijl de interactie van violen en elektronische drums tijdens “The Rocket Builder” griezelig perfect klonk.
Klassieke muziek puristen zullen hoogstwaarschijnlijk hun neus opgehaald hebben voor deze blasfemie waarbij het geluid van ‘kille’ machines infiltreerden met dat van ‘natuurlijke’ klassieke instrumenten. En laat dat nu juist hét handelsmerk zijn van Johann Johannsson!
Ook de knappe, zwart wit projecties, waarbij woest beukende zeegolven afgewisseld werden met industriële bouwwerven, illustreerden de fascinatie van de IJslandse multi-instrumentalist en producer voor de interactie tussen mens en natuur, en dan meer bepaald voor het grenzeloze vooruitgangsoptimisme van eerstgenoemde, met alle gevolgen van dien. Zo is ‘Fordlandia’, het vorig jaar verschenen album waaruit live de meeste nummers gebracht werden, zelfs integraal gewijd aan een mislukt utopisch experiment om een rubberplantage neer te poten midden in het Amazonewoud. Wat onszelf betreft in ieder geval een interessanter en diepzinniger inspiratiebron dan de bemoste lavavelden, zwaveldampen en afsmeltende gletsjers waarmee Johann Johannsson en zijn artistieke landgenoten de laatste jaren tot vervelends toe geconfronteerd worden.

Al na 75 minuten kwam Johann Johannson zich stuntelig excuseren dat hijzelf en zijn begeleidingsband niet meer songs in petto hadden. Toch wel een anticlimax voor een voor de rest bij momenten erg beklijvend concert en een ruw ontwaken uit de ‘atmosferische trip’.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

Beoordeling

Warp Label Night

Music In Mind 2009 – Warp label night – Red Snapper, Plaid

Geschreven door

Het door de organisatoren van de Cactus Club opgezette festival Music In Mind probeert de vinger aan de muzikale pols te houden, en dan kan je slechtere dingen doen dan bijvoorbeeld het Warp-label voor een avond in huis halen. Dit label is onder electronica-adepten in de jaren 90 vrij legendarisch geworden met releases van projecten zoals Autechre en lag ook aan de basis van de vaak verguisde term intelligent techno. Voor velen was het probleem dat je op intelligent techno helemaal niet kon met de benen kon benen en slechts wat meewiegen op het ritme in je hoofd. Muziek kortom die te veel enkel voor het hoofd gemaakt was.
Na al die jaren heeft Warp ondertussen wel een aantal artiesten in huis die niet meer in dat hokje gestoken kunnen worden en deze avond gaf ook de gelegenheid om dat te ontdekken.

Red Snapper maakt niet eens elektronische muziek, wat ik nou niet per se als blasfemie wil beschouwen. Ze maken een soort instrumentale jazz, die steeds gekenmerkt wordt door een goeie groove. Heel ritmische muziek die soms wat te weinig punch had en ergens ook wel last van een gebrek aan variatie. Kwaliteit zonder meer, maar er ontbrak iets wat de songs boven de middelmaat deed uitsteken. Op het einde ging iedereen enthousiast op vraag van de frontman recht staan maar meer dan wat meedeinen op de groove werd er door de meesten ook niet gedaan, behalve dan door die ene enthousiasteling helemaal vooraan. Leuk moment.

Dan was ik meer bekoord door Plaid, een echte Warp studio-act, die hier haar typische abstracte soundscapes bracht, ondersteunt door sterke visuals. Het kraakte en knisperde dat het een lust was. Dit is zo een act die in het verlengde van de dubtech monumenten als Basic Channel en Rhythm & Sound ligt, maar er zit nog meer dynamiek in, onder meer door de bijkomende breakbeats. De visuals waren heel atmosferisch en ik denk dan haast iedereen wel heel erg op ging in het geheel. Later kwamen er meer afgewerkte filmpjes waarvan ik gerust zou willen weten wie ze in elkaar gestoken heeft. De muziek evolueerde ook mee naar minder vloeiende klankexperimenten, wat ik op zich geen verbetering vond. Het satirisch filmpje op het eind deed vermoeden dat deze gasten in de linkse hoek gezocht moeten worden, maar in dat aspect heb ik me ook niet verder verdiept.

De afterparty heb ik niet meer gehaald, en dat kon ik niet anders dan jammer noemen.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

Beoordeling

Placebo

Placebo herboren

Geschreven door

Op de tournee die Placebo maakte na ‘Meds’ uit 2006 gaven de heren een beetje een uitgebluste indruk. Ze stonden toen ook op Rock Werchter maar gaven daar in geen geval een onvergetelijk optreden, integendeel, wij waren geen klein beetje ontgoocheld.

Maar kijk, het kan verkeren, anno 2009 werd de band nieuw leven ingeblazen en dit vooral via nieuwe drummer Steve Forrest die met ware Dave Grohl allure zijn trommels molesteert. Ook de uiterst vinnige nieuwe plaat ‘Battle for the sun’ zorgt ervoor dat Placebo er weer helemaal staat. Dit album is zo sterk dat de band er hier maar liefst 9 songs uit puurde, waarvan de kleppers “For what it’s worth” , “Ashtray heart” en “Battle for the sun” al helemaal vooraan zaten. Hiermee was de toon gezet voor een pittig en krachtig optreden. Op het podium is Placebo niet langer een trio, een extra gitarist en bassist en een ravissante blondine die af en toe de strijkers en toetsen beroerde, zorgden voor een volle en krachtige sound. Die extra muzikanten bleven netjes onopvallend op de achtergrond zodat half vrouw half man Brian Molko en lange wapper Stefan Olsdal, die bijna gans het optreden gitaar speelde in plaats van bas, als gewoonlijk de show konden stelen. Beiden waren trouwens goed op dreef en speelden al hun songs met power en vuur.
We kregen niet zozeer een greatest hits ( met uitzondering van “Every you en every me” dat in een ander kleedje zat werden de eerste twee albums volledig achterwege gelaten) maar dat misten we nergens.
De set was evenwichtig, barstte van sterke songs en was van een constant hoog niveau. Placebo hield er twee uur lang een strak tempo op na en werd dan ook door een tevreden publiek op handen gedragen.

Setlist : For what it’s worth - Ashtray heart – Battle for the sun – Soulmates – Speak in tongues – Follow the cops – Every you and every me – Special needs – Breathe underwater – Because I want you – 20 years – Julien – Neverending why – Blind – Devil in the details – Meds – Song to say goodbye – Bright lights – Special K - Bitter end – Trigger happy – Infra red – Taste in men

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Beoordeling

Absynthe Minded

Absynthe Minded: een warme, aangename, onderhouden avond

Geschreven door

Om een druilerige herfstavond door te spoelen repte ondergetekende zich naar Kortrijk waar 2 vliegen in één klap te vangen waren met de cd voorstelling van Absynthe Minded en de 'nieuwe' locatie van de kreun.
De nieuwe zaal oogde fris en trendy en deed denken aan een mini AB, daar het Gentse vijftal op zich liet wachten werd het nieuwe gebouw van kop tot teen gekeurd en goed bevonden.
Iets voor 21u kwam de band onder leiding van Bert Ostyn bijna geruisloos het podium op en nam plaats achter hun respectievelijke instrument.
Er werd afgetrapt met de opener van hun nieuwe album “If you don't go, I don’t go”, meteen was de toon gezet voor het eerste halfuur waarbij we ahw op een trein zaten met een constante 'lage' snelheid maar waarop het aardig toeven was.
”Multiple choice”, “Heaven knows “( wordt zeker een single) en “Paramount” werden volgens het vaste ingetogen recept gebracht en goed bevonden maar gaven ook weinig duiding van vernieuwing in hun oeuvre.
Na het openingshalfuur met 6 nieuwe tracks was het uptempo “Plane song” een verademing in de set waarin duidelijk was geworden dat de rocky gitaren volledig verdwenen waren en alles nog meer jazzy klonk en de balkan invloeden nooit veraf waren.
Het knappe “Weekend in Bombay” leidde ons naar de Hugo Claus vertolking “Envoi” wat voor het éérste hoogtepunt uit hun set zorgde, kort daarna gevolgd door het onvermijdelijke “My heroics” en het speelse nieuwe “Fortress Europe”.
Lag het aan het makke publiek of de lauwe reacties van de band feit was dat er de hele avond een behouden 'sit and relax' sfeertje hing in Kortrijk.
Eindelijk werd er een versnelling hoger geschakeld en met “Stuck in reverse” en “There is nothing” beiden uit hun vorige langspeler kwam er meer animo en schwung in hun set, we klokten na een kleine 90 minuten reeds af op 17 tracks.

In de bisronde volgden de klassiekers “I like you when you're sad”, “I'm a fan” en “Twisted” wat voor de spreekwoordelijke apotheose zorgde, we zagen een goed geoliede band zonder veel verrassingen volgend het aloude Absynthe Minded recept, een warme, aangename, onderhouden avond.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Beoordeling

White Lies

White Lies tekenen voor de nieuwe lichting waverock …

Geschreven door

Kijk, soms kan een live review in alle eenvoud worden opgemaakt …Het Londense White Lies leverde één van de debuten van het jaar af met hun donkere, intens bedreven en meeslepende waverock/postpunk; ze dingen (het oude) Editors en Interpol naar de kroon en staan probleemloos naast de ‘80’s bepalende waverockers The Chameleons (remember “Up down the escalator”), The Lords Of The New Church (remember “Dance with me”), The House Of Love (remember “Shine On”), Teardrop Explodes en Echo& The Bunnymen. Kortom, een CV om U tegen te zeggen.
Inderdaad, het kwartet onder de vriendelijke, licht nerveuze zanger/gitarist Harry McVeigh wist zich op een jaar tijd letterlijk uit de vergetelheid te spelen, van een handvol geïnteresseerden op Pukkelpop 2008, naar een onmiddellijk uitverkochte Bota Rotonde in maart jongstleden, een ijzersterke set op de Mainstage in Werchter en nu … een uitverkocht concert in de AB. Zo zie je maar …

White Lies stak vaart in de songs; we kregen een broeierig sfeertje door hun strak snedige rock. Binnen deze wave explosie zijn er sommige bands, waaronder ook iLikeTrains die hun dosis dramatiek van een krachtiger, directer en steviger geluid voorzien. Het rockte …goed en elk instrument kwam goed uit de (zwarte) verf.
Ze vielen met de deur in huis met de huidige single “Farewell to the fairground”. Ze trokken de lijn van een forser geluid door in een opbouwende “The price of love”, “To lose my life” en “Unfinished business”, gekenmerkt door een bezwerend uptempo ritme en bepaald door de invloedrijke, indringende, heldere vocals van McVeigh. Hij zong de ziel uit z’n lijf en ging soms totaal op in z’n teksten.
White Lies moest niet inboeten in die typische ‘80’s ’darkwave’, integendeel de verschillende invalshoeken gaven een sterk elan en fundament. Hun melodramatiek, met een dreigende, donkere ondertoon, kwam door in “Taxidermy”, een b side nummer; de toetsen namen een prominente rol in, wat we ook hoorden op “A place to hide”, “Fifty on the foreheads” en “Nothing to give”. Ze refereerden hiermee sterk aan de melancholie van Joy Division, The Sound en Ultravox. En op het podium hielden ze de belichting uiterst sober door staande witte spotlights.
In de bis speelden ze een onverwachte cover van de Talking Heads, een opwindend rockende “Heaven”, een broeierige “From the stars” en tot slot de doorbraaksingle “Death”, die de nodige adrenalinestoten toebedeeld kreeg als apotheose. Het refrein werd luidkeels meegezongen en in een rookwolk verdween het kwartet van het podium.

We zagen een uiterst geconcentreerde en perfect spelende band, die een goed uur voluit ging, Voor White Lies is een mooie toekomst weggelegd. Hun kernachtige, krachtige en emotievolle sound en présence onderscheidt zich duidelijk binnen de huidige rits retrowave …Een terechte hype ...

Het Californische vijftal Darker My Love trad aan als support. Zij speelden catchy americana rock, waarin waverock en shoegaze (vooral in het tweede deel van de set) onderhuids aanwezig waren. Ze tekenden voor een boeiende, broeierige, emotievolle set door de subtiele, snedige gitaarpartijen en een meerstemmige (zweverige) zang.
Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Brendan Benson

Brendan Benson: overtuignede poppy retro-rock

Geschreven door

Iets na acht uur begon de ons onbekende Cory Chisel aan zijn half uur durende set. In dat korte tijdsbestek werden we echter meteen omgetoverd tot fans voor het leven. De appel is duidelijk niet ver van de boom gevallen want deze zoon van een predikant (met een naar het schijnt erg hoog showgehalte) bleek getooid met een stem die vol bezieling het ene kippenvelmoment na het andere teweeg bracht. Normaliter tourt hij met The Wandering Sons, een zevenkoppige band waarvan hij in de Rotonde enkel toetseniste Adriel Harris kon presenteren. De bewuste selectie gebeurde volgens een goedgeluimde Chisel enkel maar omdat de optredens aldus meer geld zouden opbrengen. De combinatie tussen de zichzelf op akoestische gitaar begeleidende Chisel en de af en toe ook hemels zingende Harris was voldoende om al meteen van een geslaagde avond te spreken. Enkel al “Your love is so wrong for me” (waarin Harris de toetsen - maar alleszins niet onze harten - onberoerd liet door met de handjes op de rug haar vocale inbreng te doen) deed ons stante pede besluiten om in de toekomst blindelings alle platen van Cory Chisel aan te schaffen, iets wat niet evident is want hij excuseerde zich dat er na afloop van het concert enkel t-shirts beschikbaar waren. Eén van de komende dagen reppen wij ons dus naar de platenboer in de hoop aldaar ’s mans debuut, getiteld ‘Death won’t send a Letter’, aan te schaffen. Evident zal dit niet blijken want als we het goed begrepen hebben zou het hier slechts in maart 2010 beschikbaar zijn. Eén van de daarop prijkende songs, “Born Again”, schreef Chisel trouwens in samenwerking met Brendan Benson en Adriel Harris. Dat wondermooie lied was de afsluiter van een korte set die ons nog lang zal bijblijven. De manier waarop Cory Chisel zong, deed ons doen vermoeden dat hij vaak naar Bruce Springsteen, Elvis Costello en Tom Petty geluisterd heeft. Ook Tom Waits heeft een belangrijke invloed gehad, iets waarvoor Chisel Waits wilde bedanken middels een heel eigen versie van “Rosie” (uit het onvolprezen “Closing Time”). In tegenstelling tot de zonet vernoemde grootheden bedient ons nieuwe idool zich echter steeds moeiteloos van loepzuivere stembanden, geen enkele noot kwam geforceerd uit zijn strot hetgeen dus wel frequent het geval is bij elk van die tijdens de jaren ’70 gedebuteerde idolen.

De pauze tussen voor- en hoofdprogramma was welgekomen want het gebeurt niet vaak dat je nietsvermoedend een concertzaal betreedt om iets later volledig verbluft te worden. Er werd dus gretig gebruik gemaakt van de beschikbare zitplaatsen want wie niet omver geblazen werd door de schoonheid van hetgeen Cory Chisel gepresenteerd had, was ons inziens doof (of zou het moeten zijn want zo iemand verdient het niet om over gehoor te beschikken!). Maar bon, genoeg over de ondertussen al genoeg opgehemelde ‘sound of CC’, tijd om verslag uit te brengen over ‘the sound of BB’.
Brendan Benson bracht enkele weken terug zijn vierde solo-album (‘My Old, Familiar Friend’) uit., het eerste sedert hij aan de zijde van Jack White als Raconteur grote bekendheid verwierf. Deze singer-songwriter wijkt af van de meeste hedendaagse collega’s aangezien hij niet de neo-folk-toer opgaat doch opteert voor een iets meer poppy retro-rock.
De openingstrack van zijn laatste plaat, “A whole lot better”, zette meteen de toon voor een snedige show waarin aan een hoog tempo de voor het merendeel catchy songs elkaar afwisselden. Tot tevredenheid van Benson veerde het publiek na het eerste lied massaal op om plaats te vatten in het staanplaats-gedeelte voor het podium. Pas na een viertal nummers uit zijn jongste worp (waaronder “Don’t wanna talk” en “Eyes on the Horizon”) greep Benson met “Good to me” (uit het in 2002 verschenen “Lapalco”) terug naar ouder werk.
Daarna schakelde Benson over naar de akoestische gitaar maar dit niet om een meer intimistisch nummer te brengen want zijn band bleef nog steeds voluit gaan. Als Benson twee songs later terug de elektrische gitaar ter hand nam, leek het alsof Costello’s versie van de Nick Lowe-klassieker “What’s so funny ‘bout peace, love and understanding” verweven werd met de ritmische rock van “I can’t stand up for falling down”. Costello bleef door onze hoofden spoken als in het volgende nummer diens “Pump it up” vermengd leek met “I’ll be there for you” van The Rembrandts. Tijdens sommige songs drongen zich echter nog andere vergelijkingspunten op, nu eens meenden we “Lucky Man” van The Verve te herkennen, dan is het alsof Joe Jackson zijn oude vorm hervonden heeft, een andere keer neigde het naar The Beatles en soms (zoals in “Poised and Ready”) kwam je tot de conclusie dat de inbreng van Benson in The Raconteurs allesbehalve minnetjes geweest is. Het verschil met deze laatste band is dat Benson solo minder de experimentele (lees: vaak nogal gecompliceerde en minder toegankelijke) toer opgaat, zijn muziek krijgt bijna altijd een poppy injectie die ervoor zorgt dat ze nooit moeilijk te verteren valt. Nu en dan levert dit alles eerlijk gezegd wel iets te vlotte (en dus eigenlijk weinig grootse) songs op, maar niet van die aard dat die schaarse mindere nummers in ons waardeoordeel de doorslag geven.
Na een 15-tal songs (die er trouwens aan een heerlijk strak tempo doorgejaagd werden) verlieten Benson en zijn band het podium om zo’n vijf minuten later terug te keren. De bisronde werd afgetrapt met “What I’m looking for” uit ‘The Alternative to Love’. Nadien bracht hij “Listen to her Heart” op een zodanige manier dat we plots beseften dat het tijd wordt dat Tom Petty zelf nog eens naar ons land komt afgezakt. Wanneer vervolgens Cory Chisel vanachter de coulissen gehaald werd om mee te zingen tijdens “American Girl”, kregen we de bevestiging van hetgeen we eerder op de avond vermoed hadden: Cory Chisel verslaat moeiteloos alle soundmixshow-concurrentie wanneer hij een nummer van Tom Petty ten berde brengt. Die “American Girl” was voor ons persoonlijk misschien wel het hoogtepunt van de avond want eindelijk konden we zelf ook eens van de eerste tot de laatste noot meezingen…..spijtig genoeg dan wel tijdens een nummer dat diegenen die de rest van de avond met Benson meebrulden tot zwijgen bracht. Die anderen zijn dus meer vertrouwd met het oeuvre van Benson dan wijzelf. We waren in de Rotonde echter zodanig ‘verkocht’ dat we beloven om die achterstand tegen ’s mans volgende passage goed te maken.

Concluderend kunnen we stellen dat het niet eerlijk is om beide artiesten tot copycats te reduceren. Ze zijn ontegensprekelijk hevig beïnvloed door verschillende voorgangers maar die invloed dringt niet dusdanig door dat hun songs slechts afkooksels zouden zijn van de sterke originelen. Zowel Chisel als Benson drukken immers hun eigen ferme stempel op het vele lekkers dat ze ons presenteerden. De volgende keer dat ze in de buurt zijn, zullen we dus weer van de partij zijn. We raden U ten zeerste hetzelfde aan.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Beoordeling

Pagina 340 van 386