logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Epica - 18/01/2...
Concertreviews

Zita Swoon

Zita Swoons tryout van ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon viert z’n vijftiende verjaardag met een retrospektief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. In deze set groef Stef Camil zelfs diep in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de Zita Swoon bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.

Ongeveer 150 man mocht zich gelukkig prijzen om van deze originele, afwisselende en overtuigende set op deze tryout in de Kreun te genieten. In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. Op luchtige wijze gaf Stef Camil nog wat aanwijzingen, wat meteen het ijs brak met het publiek. Vooral in het begin was hij nog wat onwennig en zenuwachtig. Terecht, want solo de set en de show op gang trekken is geen evidentie. Hij greep eerst terug naar de bluesy roots; enkele gevoelige gitaarslides sierden “The longing stays inside”, “Blues for Sammy” en “Jo’s wine song”, onder z’n melancholisch lichthese, warme stem. Een mooie sobere, intieme, ingehouden start! Hierop volgend kwamen de charmante zusjes (btw één van de twee zal volgend jaar bevallen!) op het podium en met een beperkte instrumentatie hoorden we breekbare versies van “Selfish girl” en “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’). Een even sfeervol kader hoorden we ergens halfweg de set toen Stef Camil als een jonge RL Burnside spruit twee slepende bluesy nummers speelde, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, wat kon gelinkt worden aan Arno’s Charles & Les Lulus.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, het krachtige nieuwe “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met  “l’Opaque paradis”, het oude “Hello Melinda” en het aan Miossec ontleende “Quand meme content”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele “Maridadi”, door één van de dames gezongen. Na de bluesy hommage, ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Hot, hotter, hottest”, “Everything’s not the same”, “Temptation inside your head” (The Pipettes achterna!) en My bond with you …Disko”. Verder kon met het goede uitgebouwde, opzwepende “Stamina” de feestneus worden opgezet. Door de jaren is “Stamina” niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs! Zita Swoons plankgas nam af met de sfeervolle “Take ina ride in a big city”, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” en “Infinite down”, die de ruim twee uur durende trip besloten.

De afwisselende, gevarieerde set en de komende drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Beoordeling

The Mars Volta

The Mars Volta speelt een meer dan degelijke set met weinig verrassingen

Geschreven door

Na hun memorabele en straffe doortocht op Rock Werchter dit jaar, waren we benieuwd of het Amerikaanse progrockgezelschap The Mars Volta ons opnieuw kon imponeren. Met het opvallend conventionele, ingetogen en toegankelijke 'Ocathedron' waren onze verwachtingen eerder bescheiden. Het Texaanse zestal onder leiding van zanger Cedric Bixler-Cavala en meestergitarist Omar Rodriguez-Lopez serveerden ons een vrij afgelijnde show, wat we niet echt verwachtten van deze geweldenaren.

Er werd afgetrapt met "Son et lumière" en "Inertiatric ESP", twee songs van hun indrukwekkende debuutplaat 'De-loused in the comatorium'. Meteen werd duidelijk dat de vocalen van Cedric Bixler-Cavala nog wat opwarming nodig hadden. Met de geluidsmix zat het wel goed, die was helder en uitgebalanceerd wat geen makkelijke opgave was met zes muzikanten op het podium. Nieuwe drummer Dave Elitch was goed ingespeeld maar was duidelijk een maatje minder dan zijn voorganger Thomas Pridgren. "Cotopaxi" van hun nieuwe en meer ingetogen album 'Octahedron' passeerde daarna de revue middels een bruisende en explosieve versie.
Vervolgens kwamen drie songs van het experimentele meesterwerk 'Frances the mute' aan de beurt: het stompende en energieke "L' via l'viaquez", het opzwepende en mooi opgebouwde “Miranda the ghost just isn't that holy amore" en het swingende en groovy "The widow", waarbij keyboarspeler Isaiah Ikey Owens en percussionist Marcel Rodirugez-Lopez een belangrijke rol speelden.
De ballad "Since we've been wrong" deed ons wat denken aan Led Zeppelin en klonk intiem en overtuigend, vooral dankzij de knappe vocale prestaties van Cedric. Met het complexe en proggy "Halo of nembutals" en het funky en met latino-invloeden doorspekte "Teflon" was het genieten geblazen. Er werd duidelijk meer aandacht besteed aan de muzikale kwaliteit en de composities op zich dan aan de oeverloze en vaak slaapverwekkende improvisaties bij hun vorige passages in ons landje. Opvallend is ook dat frontman/zanger Cedric het redelijk 'rustig' aan deed, weinig wilde en spastische bewegingen vanavond.
"Eriatarka" en "Cicatriz ESP" (beide van 'De-loused...') waren complexer en focusten meer op experimentele en orkestrale zijde van de band. Dit was messcherpe, viriele en geniale progrock met een sterk solerende Lopez in de hoofdrol. Toch had dit geen storend effect op het enthousiaste publiek. Ook het uitgesponnen en waanzinnige “Visceral eyes" (van 'Amputechture') en het broeierige en dreigende "Goliath' (van voorganger 'The bedlam in Goliath') konden rekenen op een groot applaus. Bijzonder knap.

De finale was weggelegd voor het oudje en de ultieme adrenalinestoot "Roulette dares", waarbij alles uit de 'kast' werd getrokken. Een onnavolgbare en magistrale wervelwind raasde over de Vooruit en liet ons murw en verdwaasd achter. Bisnummers waren er niet. Dit was ook niet nodig, ze hadden ons inmiddels ruim twee uren meegenomen op een fantastische en meeslepende trip!

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons: verstilde, intieme pracht

Geschreven door

Voorbije zomer slaagde William Fitzsimmons erin om ons in het Brusselse Warandepark uiterst aangenaam te verrassen met zijn passage op de Feeërieën. Ook als voorprogramma van Sophia had hij enkele maanden eerder al hoge ogen gegooid. Niet verwonderlijk dus dat de Rotonde aardig volgelopen was voor deze opvallende verschijning.

Eerst kreeg Kate York de gelegenheid om het publiek op te warmen met de folky liedjes uit haar eerste twee platen, ‘Sadlylove’ uit 2006 en het recente ‘For you’. Ietwat schoorvoetend betrad ze voor het eerst een Brussels podium. We vermoedden dat haar onzekere opkomst te wijten was aan een stille, verlegen persoonlijkheid (iets wat we geaccentueerd zagen in haar twee vlechtjes) maar na het eerste nummer, “Stay with me”, kwam de aap uit de mouw toen ze schuldbewust opbiechtte met een knoert van een kater te kampen. De avond voordien hadden de Belgische biertjes blijkbaar iets te goed gesmaakt. Het weze haar echter vergeven want zowel haar breekbare liedjes (zoals het beklijvende “Rains here too” en “Go”) als haar droogkomische intermezzo’s zorgden ervoor dat op het einde van de verdienstelijke set velen bereid waren om in te gaan op haar verzoek tot meezingen tijdens “Holding on” (dat trouwens eveneens de afsluiter is van haar laatste plaat). Vooraf was York trouwens stomverbaasd toen bleek dat er zowaar een met haar werk vertrouwde fan in het publiek bleek te zitten. Ze schaamde zich dood en excuseerde zich uitgebreid omdat ze niet op diens verzoeknummers in kon gaan. Naar eigen zeggen herinnerde ze zich immers nauwelijks nog de tekst en muziek van die songs, iets waar haar reeds vernoemde kater ongetwijfeld debet aan was. Als troostprijs voor het door die bewuste fan gevraagde “Boys don’t cry” waagde ze zich aan “Always something there to remind me” van Burt Bacharach, iets waar iedereen zich tevreden mee kon stellen.

Als het epitheton ‘buitenbeentje’ op iemand van toepassing is, dan is het wel op William Fitzsimmons. Deze fel bebaarde kerel werd grootgebracht door twee blinde ouders. Tot op heden staan er drie platen op zijn actief waarvan het in eigen beheer uitgebrachte debuut (‘Until when we are ghosts’, 2005) nog niet officieel verkrijgbaar is in onze contreien. Sedert enkele maanden is dit wel het geval voor het initieel in 2006 uitgebrachte ‘Goodnight’, enkele weken terug kon men hier bij de betere platenboer eindelijk ook het vorig jaar op Amerika losgelaten ‘The Sparrow and the Crow’ terugvinden. Opwekkend valt ‘s mans muziek allesbehalve te noemen. Elkaar zien hebben zijn ouders om begrijpelijke redenen nooit gedaan, elkaar graag zien bleek uiteindelijk ook niet meer mogelijk hetgeen tot een pijnlijke scheiding geleid heeft die William bezong op zijn voorlaatste plaat. Op de laatste plaat gaat het er niet veel vrolijker aan toe want daarop bezingt hij zijn eigen echtscheiding. Gelukkig stelt Fitzsimmons het ondertussen al heel wat beter waardoor hij zich meermaals excuseerde voor de deprimerende invloed die zijn muziek op het publiek kan hebben, een impact die hij trouwens voortreffelijk countert door na elk nummer wat toelichting te geven en dit steeds op een dusdanig grappige wijze dat we gisteren tot het besef kwamen dat Kate York en William Fitzsimmons even volle zalen zouden lokken indien ze zich als komisch duo presenteerden. Niet getreurd echter dat ze zich tot op heden tot de muziek beperken want ook daarin excelleert de man die op basis van zijn kinbeharing met een lid van ZZ Top verward kan worden.
De eerste vier nummers bracht Fitzsimmons solo waarna hij zich vanaf het bezwerende “Afterall” liet begeleiden door Kate York op akoestische gitaar, door een bassist annex banjo- en mandolinespeler en door een drummer annex synthesizer- en tamborijnspeler (we beperken ons bij deze twee laatsten voor het gemak tot de voornaamste van de vele door hen bespeelde instrumenten). Tijdens “You still hurt me” werd het publiek opgeroepen om mee te zingen hetgeen aardig lukte. Voorafgaand aan “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)” biechtte hij op dat de blaam voor zijn scheiding bij hemzelf en zeker niet bij zijn ex gelegd moet worden. Muzikaal week een redelijk stuwend “Everything has changed” licht af van de albumversie. Tekstueel was “Just not each other” de vreemde eend in de bijt aangezien er in dat lied zowaar hoop weerklonk, iets waarvoor hij zich excuseerde bij diegenen die enkel op mistroostige muziek zaten te wachten.
Na “If you would come back home” verdween de groep plots met de mededeling dat ze een minuutje later terug zouden zijn. Het verbaasde publiek werd niet veel later getrakteerd op het adembenemende “Goodmorning” dat (zonder versterking) gebracht werd als een serenade vanop het Rotonde-balkon. Uit dankbaarheid voor de laaiend enthousiaste reacties keerde Fitzsimmons solo op het podium terug met het vroege kerstlied getiteld “Covered in snow”. De verstilde pracht deed het publiek aan ’s mans bebaarde lippen hangen hetgeen hem motiveerde om nog een extra bisnummer toe te voegen aan de sterke set. Ook “You broke my heart” is een in wezen intriest lied, Fitzsimmons beweerde dan ook dat hij niet begreep waarom men hem bleef smeken om bijkomende nummers, temeer daar – en we citeren – “they all sound the same”. Die laatste bekentenis kunnen we niet tegenspreken en is illustratief voor de zelfkennis van deze bescheiden bard.

Terwijl een verwante muzikant als Damien Rice aardig wat variatie in zijn werk incorporeert, beperkt Fitzsimmons zich heel erg tot eenzelfde register. De verstilde pracht van zijn pure muziek is in combinatie met zijn zachte, zalvende zang echter van een dusdanige schoonheid dat we deze troostbrengende troubadour op hetzelfde niveau als Elliot Smith, Iron & Wine en Nick Drake durven te plaatsen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat zijn drie albums na afloop van het concert gretig aftrek vonden aan de merchandising stand.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Isis

Isis: een bezwerende en verwoestende pletwals

Geschreven door

Na twee knappe en indrukwekkende optredens in de Voouit (Balzaal) en in Dour, kwamen de postmetal grootheden van Isis hun nieuwste en felbejubelde worp, 'Wavering radiant' voorstellen in een goed gevuld Hof ter Lo. We waren benieuwd of ze de hoge verwachtingen konden inlossen.

Maar voor het zover was kregen we eerst de sludgemetal/stoner van Keelhaul uit Ohio, Cleveland voorgeschoteld. De band, die inmiddels al twaalf jaar meedraait en vier langspelers op hun naam heeft, deed dat met een loeiharde en intense set. Hun sound klonk als een kruisbestuiving van Mastodon, The Melvins, High on Fire, Baroness en andere zware jongens. Niet bijzonder origineel of grensverleggend maar wel degelijk en met overtuiging gebracht. Een ideale opener dus voor wat komen zou.

Het Finse Circle kon aanzienlijk minder luisteraars bekoren met hun eigenzinnige en vreemde mix van metal, progrock, psychedelica, avantgarde en krautrock. Het theatrale karakter van hun performance en de Finse teksten zorgden ervoor dat na enkele songs de zaal voor de helft leeggelopen was. Zanger en gitarist, Bruce Duff, deed enkele vergeefse pogingen om de toeschouwers te entertainen met strijdlustige kreten en heldhaftige rockposes. Hier zaten maar weinigen op te wachten. Enkel voor de volhouders.

Isis had duidelijk geen moeite om te imponeren. Vanaf opener "Hall of the dead" namen zanger/gitarist/frontman Aaron Tuner en co ons anderhalf uur mee in een bedwelmende en magische trip. Er werd duidelijk gekozen voor materiaal van 'Wavering radiant' met precisiebommen als het magistraal opgebouwde "Hand of the ghost", het loodzware en logge "20 minutes/40 years", het heldere en sfeervolle "Ghost key" en "Threshold of transformation", dat met zijn uitwaaierende gitaarpartijen en de tribale en hypnotiserende drumpatronen zondermeer het hoogtepunt van het concert vormde.
De nagenoeg perfect afgestelde geluidsmix zorgde ervoor dat het volop genieten was. Bandleider Aaron Turner switchte moeiteloos van brute grunts naar cleane vocals. Dit is niet iedereen gegeven. Indrukwekkend en straf. Ook de ritmesectie van bassist Jeff Caxide en drummer Aaron Harris vormden een goed geoliede machine.
Van voorganger 'In the absence of the truth' herkenden we het verzengende en zware "Holy tears". Verder kwamen ook enkele oudjes aan bod: het fantastische en ietwat verrassende "Wills desolve" (van 'Panopticon') en de kopstoot van jewelste "Carry" (uit blauwdruk 'Oceanic'). Er werd afgesloten met de sublieme sonische geluidsstorm van "Altered course" (uit 'Panopticon'). Perfect opgebouwd met een onafwendbare climax. We hingen in de touwen, wat een allesverwoestende wall of sound!

Met een sterke livereputatie en opvallend toegankelijk en 'gepolijst' materiaal bevestigt het Amerikaanse kwintet zijn status als band van een genre dat zij meegeschapen hebben. Het artistieke hoogtepunt is dus nog niet bereikt. Isis moet je ondergaan, dat staat buiten kijf! We kijken al uit naar de volgende passage!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Therapy?

Fxx Therapy rock’n’roll …

Geschreven door
Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Living Colour

Living Colour: Te weinig volk voor een bende klasbakken

Geschreven door

Einde jaren tachtig en begin jaren negentig waren wij volledig weg van baanbrekende bands als Pixies en Living Colour. Beide groepen maakten in het toen nog alternatieve circuit furore met enkele essentiële platen en verdwenen dan even snel als ze gekomen waren.
Vandaag worden we overstelpt van reünies en zowel Pixies als Living Colour zijn terug op tournee. Legt u ons nu maar eens uit waarom The Pixies Vorst Nationaal uitverkopen en Living Colour voor ocharme 200 mensen in de Vaartkapoen staat te spelen. Wij snappen er niks van.

Een jaar geleden zagen wij Living Colour al eens aan het werk in de Brusselse Botanique, toen voor iets meer volk, en eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat het concert van toen iets meer memorabel was. En wel hierom :
Vanavond in de Vk* speelde Living Colour in het eerste deel van de set lekker strak, hard en snedig, ondermeer met uitmuntende buffelstoten als “Ignorance is bliss”, “Go away” en “Elvis is dead”. Tot daar geen probleem dus, maar halverwege de set werd de veer gebroken met een overbodige drumsolo (dat Will Calhoun kan drummen wisten we al, hij hoefde zich helemaal niet zo uit te sloven om ons daarvan te overtuigen), waarna het toch wel een beetje te lang duurde vooraleer de heren terug goed op dreef kwamen. Met knappe uitvoeringen van loepzuivere popsongs als “Bi” en “Glamour boys” was immers al wat gas teruggenomen en daartussenin had Living Colour ook behoorlijk wat nieuw werk gebracht uit hun nieuwste ‘The chair in the doorway’. En dat is nu niet bepaald een onvergetelijk album, ook al kwamen de songs er live sterker door dan de wat kleurloze versies op het album (kleurloos, inderdaad, een beetje een pijnlijke omschrijving voor een band die zich Living Colour noemt). Het vuur bleef dus een beetje te lang weg en de boel ontplofte maar echt opnieuw met “Cult of personality”, nog steeds de beste Living Colour song, zeker live. Dit was echter al het laatste nummer, wij zaten dus tevergeefs nog te wachten op “Love rears its ugly haed” en “Nothingmen”.

Toch hebben we genoten van deze klasbakken, want dat zijn het alleszins. Bij Vernon Reid kon, met uitzondering van de laatste song, er niet echt een lachje af (slecht geslapen waarschijnlijk) maar zijn verbluffende gitaarspel bleef intact. Doug Wimbish viel op met een euh… gitaarsolo op zijn bass (dan nog midden in het publiek) en zanger Corey Glover heeft nog steeds die soulvolle stem. Er waren dus nog genoeg momenten om van te smullen en daarom begrijpen wij echt niet waarom hier zo weinig volk op af kwam.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

The Tragically Hip

The Tragically Hip: positieve balans van 26 jaar music@work

Geschreven door

Canadezen, het zijn best wel eigenzinnige jongens in het muzikale landschap van de jongste decennia. In het rijtje waar ook meestertroubadour Neil Young en meesterproducer Daniel Lanois thuishoren kan The Tragically Hip uiteraard niet ontbreken: een eigen geluid door velen gekopieerd doch nooit echt geëvenaard, het hardnekkig vastklampen aan artistieke integriteit los van commerciële belangen, en bovenal een dijk van een live reputatie. In de vroege 90ies maakte dit sympathieke vijftal zijn groepsnaam zelfs heel even helemaal waar toen ze na de release van het album ‘Fully Completely’ (’93) eensklaps tot één van de grote beloften van de arenarock werden gebombardeerd. De geschiedenis heeft ons intussen geleerd dat het (gelukkig) niet zo’n vaart is gelopen. The Tragically Hip liet in de 90ies wel nog tal van andere klassieke albums los op een hondstrouw legioen liefhebbers van pure rootsrock, maar de eerlijkheid gebiedt ons om de relevantie van Hip’s jongste platen toch te betwijfelen. Over een avondje uit met deze oerdegelijke Canadese rockers moeten we echter geen twee keer nadenken. Afgelopen zondag hield de ‘We Are The Same’ tour halt in de Brusselse AB ter promotie van Hip’s gelijknamige en inmiddels 12de studioalbum. Getuige de grijzende kopjes en versleten Hip shirts, een beleving waar menig dertiger en veertiger met een boontje voor doorleefde rootsrock zat naar uit te kijken...

The Tragically Hip live betekent eigenlijk zoveel als Gordon Downie & band. De manische frontman zoog zoals steeds alle publieksaandacht moeiteloos naar zich toe met zijn onnavolgbare mimiek, een occasioneel schaduwgevecht met de microfoonstandaard en, als rode draad van de avond, zijn talloze visuele kunstjes met een dozijn witte zakdoeken die hij één voor één vanuit de coulissen toegeworpen kreeg. En toch, ondanks Downie’s unieke performance en zijn prima musicerende maats liet de groep gedurende het eerste concertkwartier niet echt een bevlogen indruk. Er werd nochtans sterk geopend met “New Orleans Is Sinking” uit Hip’s debuutalbum ‘Up To Here’ (‘89). De ironie van de recente geschiedenis wil dat dit nummer een tijdlang werd geweerd door verschillende Amerikaanse radiostations na de doortocht van orkaan Katrina in 2005, maar op Europese bodem nooit echt uit Hip’s setlist is verdwenen. Het langdradige “The Depression Suite” en het routineus afgehaspelde “Fireworks” klonken vervolgens toch wat te gewoontjes om van een geslaagde start te spreken, en het duurde tot “Courage (For Hugh MacLennan)” en “Fully Completely” vooraleer de groep echt op kruissnelheid kwam. Spijtig genoeg kon de groep dit momentum niet vasthouden door een foute songkeuze waarbij klassieke oudjes te snel werden afgewisseld met mindere nieuwe nummers. Meteen werd duidelijk waarom het eerder dit jaar verschenen ‘We Are The Same’ als één van de minst memorabele albums uit de Hip catalogus wordt beschouwd. De groep lijkt tegenwoordig te hard zijn best te doen om andere muzikale wegen te verkennen, maar verliest daardoor een stuk identiteit. Het country niemendalletje “Morning Moon” hoort eerder thuis op een vroege Eagles plaat, en met “Coffee Girl” komt de groep zowaar gevaarlijk dicht in de buurt van een afgeborstelde hitparadesong. Nee, dan liever rauwere vintage Tragically Hip nummers als “Poets” en “Love Is A First” die de eerste set afsloten.
Zoals vooraf aangekondigd deelden Downie & co hun optreden op in twee sets van elk tien nummers. Bij aanvang van de tweede set verschenen onze Canadese vrienden op het podium enkel vergezeld van akoestische instrumenten. Het leverde een mooi kampvuurmoment op met naast “Thompson Girl” en “The Last Recluse” een doorleefde versie van “Fiddler’s Green”, het enige rustpunt op onze all-time favourite Hip plaat ‘Road Apples’ (’91). De groep plugde vervolgens de elektrische gitaren in voor een overrompelend “Gift Shop” dat eindigde in ware Crazy Horse stijl. Na ruim een kwarteeuw lijkt niet de minste sleet te zitten op de gitaartandem Bobby Baker en Paul Langlois, en ook Gord Sinclair (bas) and Johnny Fay (drums) geven menige ritmesectie vandaag nog steeds het nakijken. In de tweede set stak overigens nauwelijks een nieuw nummer, waardoor de groep heel wat beter uit de verf kwam dan tijdens de eerder matige eerste set.
Vele van Downie’s teksten mogen dan al doortrokken zijn van dramatiek en melancholie, toch is de begenadigde songschrijver niet te beroerd om als eerste sommige van zijn schrijfsels te relativeren. Volgens de boomlange Canadees had “Ahead By A Century” bij nader inzien (bijna 15 jaar na datum) immers beter “Behind By A Century” kunnen heten. Het publiek reageerde laconiek en genoot met volle teugen van deze zeldzame radiohit uit Hip’s repertoire, alsook van doorleefde versies van “Springtime In Vienna”, “Bobcaygeon” en “Nautical Disaster”. De tweede set werd afgesloten met het enthousiaste “My Music At Work” dat moeiteloos alle handen de lucht in kreeg. Downie slaagde er in om de microfoon tot bijna in het midden van de zaal door te geven, tot groot jolijt van heel wat plaatselijke zangtalenten die in verschillende toonhoogten en Amerikaans/Engelse accenten de titel van het nummer eindeloos meebrulden. De volksmenner in Downie was duidelijk in zijn opzet geslaagd en kon met een welgemeend “Thank you music lovers!” meer dan tevreden de gordijnen induiken.
Een korte bisronde werd op gang getrapt door “Family Band”, al dan niet een verdoken verwijzing naar het feit dat The Tragically Hip sinds 1983 nog steeds bestaat uit dezelfde vijf jeugdvrienden. Een begeesterend “Grace, Too”, het openingsnummer uit ‘Day For Night’ (’95), sloot met verve een ruim twee uur durend concert af en stuurde ons uiteindelijk toch met een voldaan gevoel huiswaarts.

Achteraf gezien bleek het opnemen van nieuwe nummers in de setlist zowel een verdienste als een vloek voor de groep. Fans van het recente afgelikte werk (ja, ze blijken te bestaan!) werden niet ontgoocheld, terwijl de eerste generatie Hip adepten vooral in het tweede concertdeel de vertrouwde vonken van het podium zagen spatten. The Tragically Hip blijft na drie decennia ontegensprekelijk één van Canada’s belangrijkste muzikale exportproducten, doch hopelijk evolueert hun marktaandeel niet tot Billboard’s eenheidsworst…

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Ian Siegal

Ian Siegal: gematigd positief concert

Geschreven door

Stel: je bent een gevierd bluesartiest en drie dagen voor je op tour vertrekt breek je je duim zodat van gitaarspelen, toch het meest essentiële onderdeel van je show, geen sprake meer kan zijn. Wat doe je: de tour cancellen of alsnog een wonderoplossing zoeken?
Wel, Ian Siegal koos voor het laatste en stoomde in 24 uur de jonge Dusty Ciggaar van The Rhythm Chiefs klaar en het dient meteen gezegd: het ging die laatste bijzonder goed af, daar zal iedereen het wel over eens zijn. Schitterend gitaristje maar of je het publiek hier echt een dienst mee bewijst, blijft de vraag want die kwamen uiteindelijk allemaal om Siegal zelf te zien excelleren op gitaar. Ik had er alleszins een dubbel gevoel bij.

Het concert begon desondanks geweldig met een broeierig "Bo Diddley" gevolgd door een paar zompige nummers waarin je zo de swamps van Louisiana rook. Bij gebrek aan gitaar struinde Siegal dan maar over het podium, een wandelstok en bijna voortdurend een glas wijn in de hand. Hij bleek over een meer dan behoorlijke stem te beschikken waarmee hij zelfs Howlin' Wolf kon imiteren. Na Bo Diddley kreeg ook de onlangs overleden Willy DeVille een speciale vermelding via Warren Zevon's "Carmelita". Allemaal best aardig maar toch zaten er een paar serieuze dippen in de set door enkele te lichtvoetige nummers die zowaar naar pop zweemden. En Dusty Ciggaar durfde zich al eens te bezondigen aan het nodeloos etaleren van zijn kunstjes : zo was het eindeloos herhalen van enkele noten er voor mij te veel aan. Toch was dit slechts een kleine smet op een glansprestatie.
Dat we gans de avond naar een noodoplossing stonden te kijken werd pijnlijk duidelijk tijdens de bisnummers. Toen bleek dat de ingestudeerde songs erdoor gejaagd waren en er werd gekozen voor enkele covers die zowel Ciggaar als Siegal bekend waren. Zo kreeg Chuck Berry's "Nadine" een ellendige bluesbehandeling. Siegal, die even voordien nochtans beweerd had geen blues maar een rock-'n-roll band te zijn, zou beter moeten weten! Nadien volgden nog totaal overbodige versies van "I shall not be moved", "Mystery train", "That's allright mama" en "Folsom prison blues", aan elkaar gebreid in een medley. Zo schopte Ian Siegal een gematigd positieve quotering alsnog onderuit.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Pagina 340 van 389