logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Epica - 18/01/2...
Concertreviews

Great Lake Swimmers

Leuk, innemend concertje van Great Lake Swimmers

Geschreven door

De Canadezen van Great Lake Swimmers zetten op de Dag van de Arbeid voet aan wal te Gent om er met gepaste trots hun nieuwste worp, ‘Lost Channels’, voor te stellen aan de volgestroomde Balzaal van de Vooruit. Vooral de eerste helft van de nieuwe plaat - met o.a. de huidige single “Everything is moving so fast” - kwam in ruime mate aan bod. Graag hadden we ook wat meer songs uit de andere helft gehoord (parels als “Stealing tomorrow” en “New light” blijven ons inziens immers ook live overeind), maar bon, we mogen niet klagen want alleen al de naar de keel grijpende versie van “Moving Pictures, Silent Films” (uit hun 6 jaar oude, titelloze debuut) rechtvaardigde de aanschaf van ons ticket. Nummers als “Your Rocky Spine” en “Various Stages” bevestigden dat de groep rond Tony Dekker al een aardig oeuvre bij elkaar gespeeld heeft.
De iets te korte reguliere set werd afgerond met “Song for the Angels” uit ‘Bodies and Minds’ (2005). Ook de eerste bisronde werd besloten met een nummer uit diezelfde plaat, de solo gebrachte versie van het onvolprezen “Imaginary Bars” kon op zodanig veel bijval rekenen dat de voltallige groep nog eens het podium betrad om “Harvest” van Neil Young ten berde te brengen. Een ander hoogtepunt tussen de vijf bissen was “I am part of a large Family” uit ‘Ongiara’ (2007).

Voorafgaand had Marissa Nadler de gelegenheid gekregen om haar vierde album te presenteren. Vocaal neigt ze nu en dan naar Heather Nova, muzikaal tapt ze echter uit een folkier en tekstueel uit een vaak donkerder vaatje. Na het eerste nummer solo gebracht te hebben, liet ze zich bijstaan door een drummer en gitarist. Songs als “Silvia” en “Mistress” konden op bijval rekenen bij het geïnteresseerde publiek. Spijtig genoeg kwamen sommigen duidelijk enkel voor de hoofdact hetgeen hen verhinderde om de soms breekbare muziek met de gepaste stilte te aanhoren. Vooral op de momenten dat ze haar begeleiders rust gunde en solo met een tamboerijn op het podium stond, ware ze gebaat bij een muisstil publiek.
Persoonlijk vonden we niet dat Nadler de verwachtingen volledig inloste, maar dat was ook niet evident aangezien deze na de jubelende recensies van haar laatste CD, ‘Little Hells’, misschien onrealistisch hooggespannen waren.

Gans in het begin van de avond weerklonk de elektronica van Alaska in Winter, het elektronica-project van Brandon Bethancourt. Het feit dat verschillende mensen aan de promo-stand een Alaska in Winter-plaat kochten, wijst erop dat de liefhebbers van het genre op hun wenken bediend werden.

Onze eerste mei verliep dus zeer voorspoedig en dat was niet enkel aan de sociale verworvenheden (waaraan de Vooruit ons uiteraard steeds doet denken) te danken.

Organisatie: Vooruit, Gent (ism Democrazy)

Beoordeling

The Big Pink

The Big Pink: eentonige geluidsbrij doet shoegazer revival oneer aan

Geschreven door

dNet vóór Les Nuits Botanique opnieuw uit haar voegen barst slaagde de Botanique er nog in om met het Londense The Big Pink een ultrahippe band te programmeren in de gezellige Rotonde. Want zeg nu zelf, als recente winnaar van de ‘NME Radar Award’ voor beste nieuwkomer én een nominatie voor ‘BBC sounds of 2009’ zijn alle ingrediënten ruimschoots aanwezig om deze band rond het Londense duo Milo Cordell en Robbie Furze tot ‘hype’ te katapulteren nog vóór hun debuutplaat in de winkels ligt. Het feit dat één van deze heren bovendien eigenaar is van het Merok platenlabel, waar hedendaagse groepen als The Klaxons, Crystal Castles en The Teenagers momenteel de grote sier maken, doet hier zeker geen afbreuk aan…

Met o.a. Adele, MGMT en Vampire Weekend als voormalige laureaten hebben NME en BBC al meermaals bewezen over visionaire gaven te beschikken bij het voorspellen van ‘The next big thing’. Maar de kans dat u deze zomer songs van The Big Pink vlotjes zal meefluiten op de radio lijkt ons toch erg klein te noemen.
Het feit dat The Big Pink zich inschrijft in een steeds langer wordende rij aan groepjes die de mosterd halen bij de Schotse cultband The Jesus and Mary Chain (J&MC), waardoor sommigen zelfs al volop spreken van een heuse ‘shoegazer revival’, geldt als verzachtende omstandigheid. Het is nu eenmaal bekend dat dit onderschatte genre, dat haar bloeiperiode kende begin jaren ’90 in Groot-Brittannië met My Bloody Valentine, Slowdive en Ride als voornaamste hoogtepunten, door haar veelgelaagde, galmende pedaaleffecten sound een stuk minder radiovriendelijk klinkt dan de hoekige postpunk waar groepen als pakweg Franz Ferdinand, Bloc Party en Arctic Monkeys een patent op hebben.
Een fundamenteler reden is dat The Big Pink live op geen enkel ogenblik de indruk wekte om met deze erfenis op een verfrissende manier aan de slag te gaan.
Het begon nochtans niet slecht met “Too Young To Love”. Maar waar J&MC er destijds op onovertroffen wijze in slaagde om de psychedelica van The Velvet Underground en de hemelse melodieën van The Beach Boys te transformeren tot een vernieuwend geheel dankzij een forse injectie aan feedback guitar, reverb en noise, gingen songs als “Count Backwards”, “Stop The World” en “At War With The Sun” gebukt onder de kwalen die ons vroeger definitief deden afhaken van The Smashing Pumpkins: bombastisch, drammerig en vooral… vervelend.
Enkel tijdens de knappe nieuwe single “Velvet”, die herinneringen opriep aan het oeuvre van Curve begin de jaren ’90 (en niet toevallig gemixt door Alan Moulder, getrouwd met ex-frontvrouw Toni Halliday), aan het eind van de set slaagden de elektronische arrangementen erin een nummer meer ruimte te geven in plaats van dicht te plamuren tot een eentonige geluidsbrij.

Helaas was het kalf op dat ogenblik al definitief verdronken. Na amper 8 nummers gaf The Big Pink er al de brui aan en opvallend weinig concertgangers bleken dit echt te betreuren.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Falling Man

Geen Billy Childish, maar versplinterde rock van Falling Man

Geschreven door

Ik had hier al mijn pen geslepen en een vers blik superlatieven laten aanrukken om een ware lofrede te schrijven over een monument uit de Britse garagerock: Billy Childish. Maar de snoodaard blies ter elfder ure zijn ganse tour af. Niet lucratief genoeg misschien of een nieuw lief gevonden, Billy? Zo promoveerde Falling Man tot hoofdgroep en werden Gentlemen Of Verona alsnog opgeroepen.

Deze Gentlemen, een vijftal uit Sint-Truiden, begonnen vrij stevig aan hun set en even leken ze op de Yeah Yeah Yeahs minus de electronica. Twee heftige en verschrikkelijke grimassen trekkende gitaristen (vooral die ene die verschrikkelijke buikpijn leek te hebben, te veel onrijpe appelen gegeten?) en een ferme zangeres, wiens stem het midden hield tussen Karen O en Lena Lovich, konden ons ondanks hun onverdroten inzet helemaal niet overtuigen. Na een drietal songs het voordeel van de twijfel genoten te hebben sloeg de balans volledig de negatieve richting uit. Dit klonk veel te stereotiep en te vlak.

Toen Falling Man aantrad, bleek meteen dat we hier heel wat ander vlees in de kuip hadden. Nochtans had ik vooraf de nodige reserves jegens hun zanger Sam Louwyck (acteur in Ex-Drummer en gewezen balletdanser) maar die bleken onterecht. Integendeel, het leek erop alsof Louwyck al gans zijn leven achter de microfoon stond in een rockband: zelfverzekerd, serieus geschift en met een onnavolgbare grom die ons grinnikend deed denken aan de Beasts Of Bourbon of Captain Beefheart. En ook muzikaal kwam die laatste soms om het hoekje gluren, vooral zoals we hem kenden tijdens zijn ‘Doc at the radar station’-periode. Op hun site halen ze Jon Spencer aan als één van hun invloeden maar buiten het gebruik van twee gitaren en het ontbreken van een bas hoorde ik hier niet veel van.
Afgekloven rock met twee alles versplinterende gitaren, regelmatig voorzien van een portie noise, met daarbovenop het dementerende gerochel van Louwyck zorgden voor een lugubere sound die heel goed zou gedijen op het kerkhof. Absolute topper vond ik meteen al het tweede nummer waardoor ook nog eens een schurende countrywind waaide. Ondanks enkele mindere momenten, die er echt ook wel waren, bleef dit boeien tot het einde en voelden we ons nog bekocht, ook toen er geen bisnummer volgde. Na Sticky Monster lijkt Falling Man weer een hele stap voorwaarts voor gitarist Lode Sileghem en hopelijk horen we nog meer van deze band.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Envy

De forse kracht van Envy

Geschreven door

De loeiharde sound waarmee Amenra ons bij het betreden van de Labozaal verwelkomde, contrasteerde sterk met de desolate stilte die maandagavond heerste in de binnenstad. De groep kende recentelijk allerhande tegenslagen waaruit ze blijkbaar toch voldoende kracht geput hebben om menigmaal meer indruk te maken dan de 50 betogers die de Leuvense politie zodanig de daver op het lijf joegen dat de grote middelen werden ingezet om een aanzienlijk deel van het stadscentrum te barricaderen. Kortrijks burgervader blijkt van plan om op korte termijn enkele extra gevangenissen te bouwen, we raden hem bij deze aan om deze vijf parochianen uit te nodigen wanneer de stevigheid van die nieuwe bouwsels getest moet worden.

De Japanners van Envy begonnen in 1997 als hardcore/punk-band maar evolueerden later richting het “screamo”-subgenre binnen hardcore om uiteindelijk meer melodische en sfeervolle elementen te incorporeren en zo de stempel ‘postcore’ te krijgen. De set in het STUK bestond maandag voornamelijk uit nummers van ‘Insomniac Doze’, de ‘Abyssal’-EP en de splits met Jesu en Thursday (hun 4 laatste releases).
Voorts brachten ze ook enkele oudere nummers uit ‘A dead sinking story’ en ‘All the footprints you've ever left and fear expecting ahead’. Tetsuya Fukagawa kwam vocaal wat schraal voor de dag, maar dat willen we hem niet euvel duiden want ook hij ‘smeet’ zich als een ware kamikaze zodat we moeiteloos een (spleet)oogje dichtknepen bij de nogal monotone zang.
De set werd afgesloten met “A warm room”, een songkeuze die ons inziens geen toeval was in de aardig verhitte Labozaal. Al wie niet vertrouwd is met de muziek van Envy, raden we trouwens aan om kennis te nemen middels dit prachtige slotnummer dat - als voldoende luid gespeeld! - kippenvel oplevert van hier tot in Tokyo. Wie maandag afwezig was, heeft dus reden om de aanwezigen te benijden.

Organisatie: Stuk, Leuven

Beoordeling

Daan

CD voorstelling ‘Manhay’ Daan

Geschreven door

Daan trekt momenteel het clubcircuit rond om de vijfde, nieuwe cd ‘Manhay’ voor te stellen. De titel is vernoemd naar het Waalse dorpje waar Daan naar toe ging om inspiratie op te doen en om de songs uit te schrijven. De klemtoon kwam op z’n singer/songwriterschap. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. Hij deed beroep op z’n vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.
We hoorden al enkele trailers van de songs, die een terugkeer naar de essentie van de pure popsong deden vermoeden, en die sfeervolle toetsen en piano laten doorklinken. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed. Op de vooravond van de te verschijnen nieuwe plaat, waren we dus uiterst benieuwd hoe deze zouden klinken.

De voorstelling van de nieuwe cd werd ter harte genomen door Daan, want ze speelden al het nieuwe materiaal. Meteen trok onze James Dean lookalike in leren jekker en met een sigaret in de hand de aandacht met de aan REM gelinkte single “Exes”, een zwierig rockende popsong. De piano en toetsen hadden een zalvende werking op “Friendly fire”en “Beauty calls collect”. “Decisions” en “The great retriever” klonken uiterst intiem en waren geënt op Daan’s pianospel. Hij stapte over naar “Woods” en “Boots”, die een intens broeierige, meeslepende opbouw hadden, onder z’n doorleefde zang.
Hecht klinkend, compact songmateriaal was de eerste indruk van deze band, die al goed op elkaar ingespeeld was. En we onderstrepen het afwisselende en gevarieerde geluid: enkele nachtburgemeestersongs à la Arno, “Brand new truth” en “Bad boy”, een sfeervol “Your eyes” en het snedig rockende “Radio silence”. Naar het eind van de set hoorden we Daan’s ‘80’s aanstekelijke, dansbare synth classics: “The player”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”, die eerst mooi werd ingeleid op piano en Daans’s grauwe, rappende brabbelzang. Dan klonken de gitaren en drums meer door, wat een verbeten en krachtiger rocksound gaf. Ook “Crawling from the wreck”, de enige electrosong op ‘Manhay’, hielden ze doelbewust binnen dit genre.
Het broeierige “The stealing kind” en een niet te ontbreken hommage aan Johnny Cash besloten de ‘new face en sound’ van een Daan, die zich duidelijk heeft herbronnen en niet meer verder sleutelde en leuterde aan z’n onmiskenbare ‘80’s synthwave.

Wat de eindafrekening maakt van een minder vertrouwd geluid, een happy return naar het archief van ‘Profools’/’Brigde burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode.
‘Manhay’ is een te ontdekken plaatje en live zagen we een geoliede band, klaar voor het clubcircuit en de festivalpodia …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Bob Dylan

Bob Dylan: Grootmeester nadrukkelijk terug van nooit weggeweest

Geschreven door

Robert Allen Zimmerman, beter bekend onder de naam Bob Dylan, mag zonder twijfel tot de allergrootste en invloedrijkste zangerliedjesschrijvers uit de muziekgeschiedenis gerekend worden. Hij maakt reeds 50 jaar muziek, heeft intussen minimaal 800 nummers geschreven, gecomponeerd en op plaat gezet, ontving diverse onderscheidingen en is winnaar van onder meer diverse Grammy Awards en in 2000 van een Oscar voor beste liedje (het beeldje heeft hij trouwens steeds mee op tournee).
Ondanks zijn leeftijd van 67 is hij ook nu nog steeds niet uit de actualiteit weg te denken. Zo maakte hij in 2006 met ‘Modern Times’ een van de beste platen uit zijn carrière, verscheen in 2007 de biografische film ‘I’m Not There’ (in de Belgische bioscoopzalen te zien in 2008), gaf hij vorig jaar opnieuw inkijk in zijn archieven via het uitstekende ‘Tell Tale Signs: The Bootleg Series Vol. 8 – Rare And Unreleased 1989-2006’ en verschijnt volgende week uit bijna het niets zijn nieuwe album ‘Together Through Life’.

Ondertussen heeft hij ook al enkele jaren een fel gesmaakt wekelijkse radioprogramma ‘Theme Time Radio Hour’ op XM Satellite Radio. Iedere aflevering is opgebouwd rond een thema, wordt door Dylan zelf samengesteld en gepresenteerd en geeft blijk van zijn onmetelijke muziekkennis.
Ook wat het toeren betreft, laat Dylan zich niet onbetuigd. Hij vindt namelijk ook nog tijd en zin om jaarlijks ongeveer 100 optredens te doen waarbij per avond uit het immens grote repertorium steeds een andere setlist gekozen wordt. Elk concert is daarbij dus even uniek als onverwacht, mede omdat de nummers andere arrangementen aangemeten kunnen krijgen. Met andere woorden, met Dylan kan er niet alleen muziek beleefd en geademd worden. Dylan belichaamt gewoonweg muziek.
Als de grootmeester dan ook een concertdatum aankondigt, vindt er steeds een vorm van volksverhuizing plaats. Het uitverkochte concert van afgelopen woensdag in Vorst Nationaal vormde op deze regel geen uitzondering. Ook nu weer bleken heel wat mannen of vrouwen hun partner, ouders hun kinderen of grootouders hun kleinkinderen te hebben meegebracht in de hoop dat zij de adoratie voor deze artiest zouden overnemen of alleszins zouden begrijpen.
En toch moet gezegd dat het bijwonen van een optreden van Dylan intussen evenveel onzekerheden kan inhouden als het beleggen op de beurs. Soms is de toeschouwer aan de winnende hand maar hij kan evengoed met een leeg gevoel achterblijven. De stem van Dylan is bij momenten meer geneuzel dan dat er sprake is van zang en zijn humeur kan dermate wisselend van aard zijn en te wensen overlaten dat dit een negatieve weerslag heeft op de kwaliteit en de bezieling van zijn podiumprestaties.
Gelukkig bleven de toeschouwers afgelopen woensdag bespaard van dit alles tijdens zijn passage in Vorst Nationaal.  

Met “The Wicked Messenger” afkomstig van het album ‘John Wesley Harding’ uit 1967 en “It's All Over Now, Baby Blue” van ‘Bringing It All Back Home’ uit 1965 kon het nog alle kanten op met het concert. Maar wanneer Dylan hierna zijn gitaar omgordde en “Man In The Long Black Coat” van ‘Oh Mercy’ uit 1989 inzette, was dit het signaal dat alles wel eens goed kon zitten. Net zoals deze door Daniel Lanois geproduceerde plaat een nieuw elan aan de carrière van Dylan gaf, voorzag ook dit nummer het optreden van een positief duwtje in de rug.
Het zou trouwens de enige keer zijn dat Dylan de gitaar bespeelde. Bij de overige nummers nam hij plaats achter zijn Korg keyboard en liet hij de rest van het instrumentarium - met uitzondering van de zo kenmerkende mondharmonica natuurlijk - over aan zijn inmiddels vaste begeleidingsgroep die getooid in donkergrijs pak (Dylan had tevens een grotere hoed en geel hemd aan) sterk en vrij ontspannen stond te spelen. Het was mooi om zien hoe Dylan op meerdere momenten met de ogen dirigeerde en Stu Kimball (elektrische en akoestische gitaar), Denny Freeman (elektrische en akoestische (slide)gitaar), Tony Garnier (basgitaar en staande bas), George Receli (drums) en Donnie Herron (pedal en lap steelgitaar, elektrische mandoline, banjo en viool) van de nodige richtlijnen voorzag. Vooral met laatstgenoemde was het contact nauw en kon er bij beide heren af en toe zowaar een glimlach af.
De klemtoon lag vooral op het album ‘Highway 61 Revisited’ uit 1965, en dit met nummers als “Desolation Row” (voorzien van staande bas), “Highway 61 Revisited” (mooie steelgitaar, crescendo gaande gitaren en een mooie rustige bluesy outro), “Ballad Of A Thin Man” (met een orgelgeluid dat deed denken aan de versie van “The House Of The Rising Sun” door The Animals) en de klassieker “Like A Rolling Stone” (te neuzelend in het begin maar naar het einde toe beter). Maar ook de recentste plaat ‘Modern Times’ was – met succes want woensdag steevast aanleiding gevend tot een hoogtepunt – sterk vertegenwoordigd met drie nummers, zijnde “Ain’t Talking” (rustig tempo, viool en vergezeld van een klankkleur die perfect zou passen in het oeuvre van Nick Cave), “Thunder On The Mountain” (lekker swingende rockabilly) en het als een tweede bis gebrachte “Spirit On The Water” (jazzy mede door de staande bas).
Verder passeerden ook “Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again” (‘Blonde On Blonde’, 1966), de ode aan de gelijknamige blueszanger ‘Blind Willie Mc Tell’ (om onbegrijpelijke redenen niet de plaat ‘Infidels’ gehaald maar gelukkig opgevist via ‘The Bootleg Series Vol. 1-3) en “I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)” (‘Another Side Of Bob Dylan’, 1964) waarbij de mondharmonica een confrontatie met het ritme aanging, de revue.

Twee sterkere momenten noteerden we bij een rockende, van gitaarsolo’s en stevig drumwerk voorziene versie van ‘Honest With Me’ en een rustige ‘Sugar Baby’, allebei terug te vinden op ‘Love And Theft’ uit 2001.
Dylan trakteerde het publiek op drie toegiften waaronder een bij momenten rammelende en mompelende “All Along The Watchtower” (‘John Wesley Harding’, 1967). Het overbekende, helder gezongen en meer akoestische “Blowin' In The Wind” (‘The Freewheelin’ Bob Dylan’, 1963) deed deze keer dienst als afsluiter. Dylan verliet daarbij zijn vaste stek op het podium, trad naar voor om solo mondharmonica te spelen en wiegde tot erg uitbundig applaus van het publiek zelfs voorzichtig ritmisch met de heupen mee.

Na de groepsleden te hebben voorgesteld en het publiek te danken met de woorden ‘Thank You Friends’ (waarmee we meteen aangeven dat er ook ruimte werd vrijgemaakt om enkele woorden te spreken) verlieten Dylan en zijn begeleidingsgroep onder diepe buiging na twee uur het podium en trokken een figuurlijke streep onder de doortocht op Belgische bodem van de Never Ending Tour anno 2009.
Devote fans zullen na woensdag hopen dat de concertenreeks inderdaad nooit zal eindigen en vonden het concert in Vorst Nationaal ongetwijfeld uitstekend, nieuwkomers werden mede door de vrij goede zang van Dylan niet geconfronteerd met een onmogelijk hoge instapdrempel, terwijl de sceptici op basis van wat gepresenteerd werd in Vorst Nationaal, ook nu niet van hun mening zullen afwijken. Met andere woorden: Dylan heeft zijn doel bereikt door de gemoederen te blijven beroeren.
Wijzelf houden het op een blij weerzien met een eigenzinnige doch goedgeluimde Dylan en een concert variërend van bijzonder aardig tot erg goed.

Setlist:
The Wicked Messenger; It's All Over Now, Baby Blue; Man In The Long Black Coat; Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again; Blind Willie Mc Tell; Desolation Row; Honest With Me; Sugar Baby; Highway 61 Revisited; Ballad Of A Thin Man; I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met); Ain't Talking; Thunder On The Mountain; Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower; Spirit On The Water; Blowin' In The Wind

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy: een gezapig folkcountry/americana bandje!

Geschreven door

Palace, Palace Brothers, Bonnie ‘Prince’ Billy en Will Oldham, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z’n verhaal van levenservaringen en emoties prijs geeft in introvertie, ontroering en weemoed. Hij trad op met Matt Sweeney op het Cactusfestival (2005) en sloeg ons met verstomming toen hij solo, twee jaar terug, te zien was in Le Grand Mix (Tourcoing) en Ancienne Belgique; een intens pakkend, huiveringwekkend en magistraal solo-optreden was dat, waar hij z’n uitgebreide catalogus afgaspelde!
Bonnie ‘Prince’Billy houdt er de vaart in om cd’s uit te brengen. De melancholische americana bard/singer/songwriter verbaasde vorig jaar met de bredere en krachtiger aanpak op ‘Is this the sea’; hij liet zich begeleiden door het Schotse Harem Scarem. En ook op het recente ‘Beware’ klinkt het allemaal iets luchtiger, vrolijker en catchy; door de vioolpartijen, steelpedal, banjo en harmonium schemert de countryfolk wat meer door, onder z’n lichthese, zalvende zachte stem.

Vanavond was hij te zien met de band, die net instond voor de ‘Beware’ plaat, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, maar enkele bloedmooie songs van mans innemend, ingetogen werk werden niet vergeten.
We hoorden een gevarieerde set van ruim anderhalf uur binnen die folkcountry/americana: de gestileerde en krachtige rootsrock op “You don’t love me” (gelinkt aan Presley’s “Marie’s the name”), de folky poprock van “Strange from of life” en “After I made love to you” en het afsluitende broeierige “I am goodbye”, die samen met “Just to see my holly home (uit ‘Ease down the road’) één van de hoogtepunten vormde; ze stonden moeiteloos naast o.a. het adembenemende “Death to everyone” (uit ‘I see a darkness’) en het sfeervolle “Big friday”. Het was leuk om aan te zien hoe iedereen zich op het podium amuseerde: een enthousiast spelende band en een grapjes vertellende en licht dansende Oldham. Hij werd vocaal bijgestaan door violiste Cheyenne Mize, die met haar indringende, heldere Emmylou Harris stem een mooi aanwinst was en elan gaf op songs als “I don’t belong to anyone”, “Won’t ask again en “You won’t that picture” (uit ‘Lie down the light’). En ook Susanna was van weerwoord tijdens de bis in het intieme “Spite of ourselves”.

Bonnie ‘Prince’ Billy balanceerde van het singer/songwriterschap van Johnny Cash/Gram Parsons naar de aanpak van een gezapig folkcountry bandje … Een ‘Beware this only friend’- mentality …

Support was Susanna Wallumrod. Op piano liet ze haar sfeervolle songs spaarzaam begeleiden met een gitarist en een drummer. Ergens tussen Tori Amos en Joan As Police Women te situeren, waarbij haar heldere stem soms neigde naar een Loreena McKennitt gehalte. Mooi leek alvast de liefdesverklaring tussen Oldham en haar, toen Badfinger’s “I can’t live without you” werd ingezet …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Barzin

Peter Doherty: gevoelige zijsprong op eigenzinnige levenswandel van een rockicoon (in wording)

Geschreven door

Enfant terrible Pete Doherty kwam de laatste jaren met de regelmaat van de klok en om uiteenlopende redenen op de voorpagina’s van de tabloids terecht. Zijn drugsverslaving en mislukte ontwenningskuren, gevangenisstraffen voor het bezit van illegale roesmiddelen, zijn klantenkaart bij het gerecht en een jojo-relatie met model Kate Moss: allemaal extra-muzikale problemen die zorgden voor een erg ongeloofwaardige reputatie als betrouwbare performer en een hoop geannuleerde Babyshambles-concerten. Vandaag gaat het klaarblijkelijk weer de goede kant op met hem: met ‘Grace/Wastelands’ bracht hij een prachtig solo-meesterwerk uit dat nu al meer dan een maand in onze cd-speler is blijven steken en ook de gewoonte om steevast concerten te annuleren lijkt voorlopig verleden tijd. De plaat geeft de gevoeligere kant van Doherty weer met veel aandacht voor de totaalsfeer en tekstuele rijkdom waarbij zijn stem volledig tot zijn recht komt. Grace/Wastelands is een bijzonder consistente plaat geworden, een plaat die alles in zich heeft om binnen afzienbare tijd tot een klassieker te worden aanzien. Ze toont Doherty op een volwassen manier: Pete is Peter geworden.

Exact een jaar geleden, op 20 april 2008, annuleerde Pete Doherty nog een concert in Lille. We waren dan ook meer dan tevreden dat we hem gisteren voor het eerst (lees: na een reeks teleurstellingen door geannuleerde optredens in het verleden) eindelijk eens aan het werk konden zien! Voor de opnames van de plaat had Doherty met Mik Whitnall, Drew McConnell en Adam Ficek van Babyshambles en Graham Coxon van Blur een mooie band rond zich verzameld. In het prachtige Théâtre Sébastopol in Lille deed hij het, op en wel heel erg indrukwekkende manier, echter solo.
Wie kwam om het solodebuut van Doherty live te aanhoren kwam, wat ‘Grace/Wastelands’ betreft, van een kale reis terug thuis. Met enkel het frisse “Arcady”, single “Last Of The English Roses” (met twee balletdanseresjes als aanvullende artistieke act) en “Salome” (een nummer over de dochter van Herodias die verantwoordelijk was voor de dood van Johannes De Doper) deed hij niet veel moeite om te putten uit ‘Grace/Wastelands’. Over dit feit waren we enigszins teleurgesteld. Bijzonder leuk was echter dat we als fan van wijlen (volgens geruchten binnenkort weer te verrijzen?) The Libertines op onze wenken werden bediend door Pete(r) met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte versies van “Can’t Stand Me Now”; “Music When The Lights Go Out”; “The Ha Ha Wall”; “The Man Who Would Be King” en “Up The Bracket”. Ook nummers van Babyshambles passeerden de revue: “Sticks & Stones”; “Killamangiro”; “Albion” en “Back from the Dead” vanop ‘Down in Albion’ en “There She Goes” en “Delivery” vanop ‘Shotter’s Nation’. Doherty putte dus ruim uit zijn bij het brede publiek bekende oeuvre. Daarnaast echter ook een aantal nummers die, behalve bij de echte fans, minder bekend zijn: o.a. “Don’t Look Back into the Sun”; “Conversation Diva”; “East of Eden”; “Darling Clementine” en “The Ballad of Grimaldi”.

Pete(r) Doherty bracht met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte nummers bijna anderhalf uur lang een bloemlezing van zijn oeuvre over The Libertines naar Babyshambles en zijn solowerk en terug. Hoewel het een knap concert was in een prachtige setting bleven we toch ietwat op onze honger zitten wat het repertoire van zijn solodebuut ‘Grace/Wastelands’ betreft. Voor de rest absoluut geen klagen want dit was vakmanschap van een rockicoon (in wording)! Binnenkort is Peter Doherty te gast op Polsslag in Hasselt en is hij te zien in de Bota ikv 5 jaar Pure FM.

Support van dienst was Roses Kings Castles, een zijproject van Babyshambles-drummer Adam Ficek. We hoorden breekbare songs die heel wat bijval genoten bij het opgekomen publiek. Een knappe opwarmer voor zijn frontman.

Organisaitie: Agauchedelalune, Lille (ikv Les Paradis Artificiels)

Beoordeling

Pagina 349 van 386