Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Deadletter-2026...

The Icarus Line

All Things Under Heaven

Geschreven door

Wat gebeurt er als je Swans, The Birthday Party en The Stooges veertien dagen ergens in het hartje van de jungle bij een kannibalenstam laat overnachten ? Dan krijg je zo iets als ‘All Things Under Heaven’, de nieuwe van The Icarus Line, een onherbergzame band die alle uithoeken van de ongecultiveerde wereld opzoekt. De band wordt met de jaren meer ongrijpbaar en kleurt steeds verder buiten de lijnen, maar klinkt ook steeds beter.
‘Slave Vows’ en ‘Avowed Slavery’ waren al twee schuimbekkende lappen roerigheid, deze ‘All Things Under Haven’ is zowaar nog uitzinniger, grimmiger en intenser. Gitaren scheuren en barsten open, noise erupties snijden diepe gleuven in het beton en allerlei ongedierte komt voortdurend van achter de struiken geslopen.
Frontman Joe Cardamone spuwt zijn getormenteerde ziel er uit op songs als “Ride Or Die” en “Total Pandemonium”, het zijn agressieve monsters met doordringende giftanden en ongure levensdriften. In zwaarmoedige hompen als “El Sereno” en “Little Horn” huist bijna de geest van Michael Gira, dit is het soort schrikwekkende dreiging die hij ook uit zijn almachtige Swans zou puren. Nog zo een onvermijdelijke invloed die door Cardamone’s aderen loopt is de onvermijdelijke Nick Cave, en dan meer bepaald de jonge Cave toen die nog aan allerlei verboden stuff zat. Of ook de Nick Cave van Grinderman natuurlijk, check de desolate klanken van “Bedlam Blue”, de onbeteugelde agressie van “Mirror” en de ontspoorde gospel van “Solar Plexus” .
‘All Things Under Heaven ‘ is allesbehalve een hapklare brok muziek, het is een gewaagde trektocht doorheen een wildernis van hachelijk struikgewas waarachter allerlei akelige creaturen verscholen zitten.

Fuzz

Fuzz II

Geschreven door

Hoera, weer eentje uit de Ty Segall stal. Voor de tweede keer al zit onze garageheld achter de drumvellen bij Fuzz voor een plaat die alweer grossiert in seventies rock die in een patchouli-bad gemarineerd is. De gitaren doen de groepsnaam alle eer aan en klinken gruizig als het meest zompige van Blue Cheer, de vocals brengen het hele goedje geregeld terug naar de sixties en de drums roffelen alsof Jon Bonham terug tot leven is gewekt. In de garage heeft Fuzz een heet brouwsel van maar liefst 14 driftige songs gesmeed, het gaat van hard-rock langs psychedelica naar stoner-rock en een occasionele streep punk.
Bij wijze van apotheose is de laatste song “II” een 13 minuten durende jam van uitzinnige gitaren, op hol geslagen drums, uitwaaierende echo’s, geschifte riffs, psychedelische weed-wolken en Hendrix-solo’s die in een vat wijn werden ondergedompeld.
Hoewel een bedrijvige Charles Moothart hier onder invloed van een flinke dosis Tony Iommi extracten de gitaar beroert, klinkt dit toch zéér Ty Segall. Benieuwd waar hij hierna zijn tanden zal inzetten.

Ought

Sun Coming Down

Geschreven door

Het Canadese Ougth is samen met Protomartyr één van de fijnste indie-bands van het moment. Vorig jaar kwamen ze de neus aan het venster steken met het scherpzinnige en frisse ‘More Than Any other Day’, een meer dan veelbelovend debuut. De bevestiging is een feit met de al even indringende opvolger ‘Sun Coming Down’. Ook dit jaar lonken de eindejaarlijstjes.
Geen dwarse stijlbreuken, wel het verder uitdiepen van een eigen hoekige sound die zich manifesteert in een stel fijnzinnige en brandende indie- en postpunksongs. Nog een stuk nadrukkelijker dan op het debuut zijn de referenties naar The Fall, en dat heeft veel te maken met de prompte en vaak declamerende vocals van Tim Beeler.
De man spuwt het er uit op de punktonen van een gebeten “The Combo” (Captain Beefheart in overdrive) en hij begeestert in volle Mark E Smith stijl het absolute pareltje “Beautiful Blue Sky”, het gepassioneerde centerpunt van dit album dat hier zowat acht minuten staat te schitteren.
Een stel furieuze en prikkelende gitaren nemen een prominente rol in op deze plaat. Als de distortion knop zijn gang mag gaan hebben ze bovendien een doordringende Sonic Youth geur (“Sun’s Coming Down”) terwijl ze elders hellen naar de subtiliteit van een gedreven Television (“Passionate Turn”).
Amper acht songs staan er op ‘Sun Coming Down’, zoals op een goeie ouwe vinyl LP met vier nummers per kant. Dus van overdaad geen sprake, alle songs zijn even penetrant en krachtig.

Joe Jackson

Fast Forward

Geschreven door

Wie zit er nog te wachten op een nieuwe plaat van Joe Jackson ? We weten immers dat de sympathieke halve kaalkop in jaren geen deftig album meer uit zijn kennelijk leeggelopen creatieve brein heeft weten te persen. Op de koop toe werd Joe Jackson dit jaar gevraagd voor Night Of The Proms, het opvangtehuis voor artiesten die hopeloos op retour zijn en hun eigen hits met behulp van de plaatselijke harmonie in een georkestreerde recyclageverpakking terug aan de man proberen te brengen.
Het moet dan ook nog eens lukken dat wij, net nu dat nieuwe schijfje hier voor onze neus ligt, zopas op een tweedehandsmarkt Joe Jackson zijn schitterende debuutplaat ‘Look Sharp’ (1979) op heerlijk zwart vinyl hebben aangeschaft.
Briljante plaat, nog steeds, met onsterfelijke klassiekers als “One More Time”, “Is She Really Going Out With Him”, “Got The Time”, “Fools In Love”, “Sunday Papers”,…. Na al die jaren terug enorm van genoten. Wat moeten we dan met deze ‘Fast Forward’ ? Hier kunnen we echt weinig mee aanvangen. Natuurlijk, Jackson’s heldere en mooie stem klinkt onaangetast en zijn fijne pianosound is uit de duizenden herkenbaar, maar songs van het kaliber van hierboven zijn in geen mijlen te bekennen. Zowat alle tracks zijn lauwe doorslagjes van dingen die hij eerder al veel beter heeft gedaan. De ballads, en dat zijn er nogal wat, probeert hij even aangrijpend als destijds te brengen, maar die komen er wat onbeholpen en vooral slijmerig uit.
De uptempo songs ontberen het venijn van de jonge Jackson en ook de coverkeuze is op zijn minst gezegd nogal misplaatst. Geen idee wat Jackson zijn bedoeling was met Television’s “I See No Evil”, maar het resultaat is een draak waar Tom Verlaine zeker niet zal kunnen mee lachen. En het kan nog erger, op een afschrikwekkend onding als “Good Bye Jonny” zouden we Jackson vroeger nooit betrapt hebben, dit vehikel lijkt te zijn weggelopen uit een geflopte Broadway musical. Pijnlijk.
In volle bewustzijn hebben wij beide platen nog eens naast mekaar gelegd : ‘Look Sharp’ is een pittig en fris debuut dat schittert van begin tot einde, ‘Fast Forward’ is behang met een saai motiefje.
Het is helaas waar, Joe Jackson is klaar voor Night Of The Proms. Om het met Will Tura’s woorden te zeggen : Arme Joe.

Windhand

Grief’s Internal Flower

Geschreven door

Het land van de doom-metal is een oord waar nevel en mist nooit optrekken, waar de gitaren als sloophamers de grond bewerken en waar tergend trage heavy riffs diep in het canvas snijden. De songs overschrijden niet zelden de tien minuten en laten daarbij steeds een aanzienlijk spoor van vernieling achter. We denken aan bands als Bell Witch, Electric Wizard, Pallbearer en Sleep (pioniers in het genre, hun meesterwerk ‘Dopesmoker’ bestaat uit welgeteld één song, en die klokt af boven het uur).
Vooral met Pallbearer heeft Windhand veel gemeen, het is loodzware slow-motion metal met een heldere melodie die komt aanwaaien vanuit de gure achtergrond. Songs als “Forest Clouds” en het bijzondere lange en intrigerende “Kingfisher” doen een mens wegzweven onder een wolk van loden bassen en bedwelmende leadgitaren die het oneindige opzoeken.
Vrouwen zijn sowieso zeldzaam in de metal-wereld, maar hier zorgen de ijle vocals van Dorthia Cottrell voor aangename nuances in het logge gevaarte, dit is iets helemaal anders dan de potsierlijke kermis-metal van pakweg Nightwitch of Within Temptation. Bovendien weet Cottrell hier ook de gevoelige snaar te raken met “Sparrow” en “Aition”, twee bekoorlijke akoestische rustpunten die een fraai contrast vormen met het brute bulldozergeweld op de rest van de plaat.

Everything Everything

Get to heaven

Geschreven door

De uit Manchester afkomstige Everything Everything is al aan toe aan hun derde cd . In hun indiepop , sijpelt de artrock nog meer dan vroeger door de electro/toetsen. Hun songs zijn toegankelijk, hebben pakkende dromerige melodieën, aanstekelijke, broeierige ritmes, niet vies van dramatiek en pathos ,  en er is een meerstemmige zang . De falset zang van gitarist/toetsenist Jonathan Higgs is indringend . Finesse en subtiliteit . Stuart Price als producer (zie Zoot Woman, Les Rhytmes Digitales e.a.) is niet vreemd dat de keys een prominent plaatsje innemen. “Sping – sun - winter – dread” en “Fortune 500” zijn de singles die moeten zorgen dat de band een breder publiek bereikt , maar ook “Zero pharaoh” en “No reptiles” dringen zich op . Mooi!

Zita Swoon Group

Nothing that is everything

Geschreven door

Altijd wel iets bijzonders als Stef Camil Carlens als zijn avontuurlijke drummer Aarich Jespers aan het werk zijn Naast het ‘gewone’ werk met Moondog Jr en Zita Swoon schreven ze filmmuziek ( remember ‘Sunrise’) , waren er de inspiratievolle ‘Bandinabox’ optredens , de voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’, Rosas, en voegden ze er het woord ‘Group’ aan de bandnaam toe , wat ‘Wait for me’ opleverde, een muzikale ontdekkingstocht door Burkina Faso en Mali . Het gezelschap opereerde muticultureler dan ooit . En ook met ‘New old world’ toonden de twee dat zij het (vertrouwde)  muzikale pad een andere bredere wending geven. Een eindeloze reeks projecten, zo lijkt het wel .
Voor het Klarafestival creëerden de twee vast leden van Zita Swoon ‘Nothing that is everything’ , een kleurrijke performance, die muziek , ritme , beeldende kunst en hun voorliefde aan dadaïsme met zijn klankpoëzie en absurde humor samenbrengt.
De groep vertrekt vanuit een fragment uit de film 'Dada' (1969) van Greta Deses, over de eerste dadaïstische voorstelling in het Cabaret Voltaire in Zürich (1916). Hugo Ball bracht er zijn klankgedicht ‘Karawane’.
Een vloeiende overgang tussen dans en muziek opnieuw , een theatrale, multidisciplinaire presentatie , die groovy , aanstekelijk, sfeervol , filmisch en leuk , ontspannend klinkt door de eigen , unieke identiteit. “Dada for spring radio” en “Why say it once” zijn twee singles , een  barometer voor dit project .

Desaparecidos

Payola

Geschreven door

Die Conor Oberst is een muzikale duizendpoot en multi-instrumentalist , maar hij komt de laatste jaren nog maar mondjes maat met plaatwerk … het is wat stil geworden , solo als met Bright Eyes of met The Mystic Valley Band en het project Monsters Of Folk.
Net tegen die achtergrond van opmerkelijke stilte schudt hij ons hardhandig wakker met Desaparecidos , die nu na 2002 nog maar hun tweede plaat uithebben . Hier wordt de indie/alt amercana van de man weggeblazen , de donkere gedachtenkronkels maken plaats voor een maatschappijkritische noisy punksound van 14 krachtdadige songs , puur, oprecht, bevlogen ,  ergens tussen Gaslight Anthem en Dropkick Murphys in . Ze gaan lekker tekeer in een furieus, stevig , gebald geluid . Muzikaal sterk en  mooi meegenomen!

Pagina 245 van 460