logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab

Juno Reactor

Gods and Monsters

Geschreven door

Juno Reactor bestaat onderhand vijftien jaar. Ze begonnen op het toch wel legendarisch Novamute-label, maar zijn nooit de underground ontstegen. Gezien hun psychedelische goa-trance van de eerste platen, nog sterk met het travellers-milieu geassocieerd, is dat ergens ook weinig verwonderlijk. Muziek voor ingewijden, in zekere zin. Mensen worden ouder en dan wordt hun muzikale horizon vaak wel breder. Dat hoor je duidelijk aan hun ondertussen toch alweer zevende plaat, die ‘Gods en Monsters’ heet. Daarop tappen ze uit een heleboel stijlvaatjes, van drum ’n bass over dub tot wat we maar ‘wereldmuziek’ zullen noemen. Ook het lijstje muzikanten dat een muzikale bijdrage tot de plaat levert is behoorlijk indrukwekkend, volgens de persinfo gaat het dus om goed volk als Ghetto Priest, Steve Stevens, Sugizo, Budgie en de Zuid-Afrikaanse Amampondo’s.
Ondertussen zijn ze stilistisch al ver afgedwaald van goa-trance en nog afgezien van een oordeel over dit of welk genre dan ook, dient worden gezegd dat ze daarbij een essentieel element van hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren, met name de opwinding. De songs die je op ‘Gods en Monsters’ te horen krijgt zijn vakkundig gemaakt en eten stilistisch van verschillende walletjes maar deze plaat klinkt nergens gevaarlijk, wat bij een underground-act zou moeten. Monsters ben ik nergens tegengekomen en als er al ergens goden rondwaren is het de gedegenereerde soort. Nochtans zijn er goede songs te horen op de plaat, zoals opener “Inca Steppa”, hoewel ook daar de vocals niet echt overtuigen, of “Las Vegas Future Past”. Soms zitten er te veel ideeën in één song en vaak pakt de mayonaise niet. Uiteindelijk is dit gewoon geen rave meer maar meditatieve muziek, die wat te weinig ballen heeft om echt indruk te maken. De ravers van weleer hebben zich blijkbaar teruggetrokken in de chillout-zaal, hebben de LSD voor een beschaafd gebruik van tetra-hydro-cannabinol ingeruild, zijn aan kinderen toe en onderhand vaak moe. Het besluit moet zijn dat deze plaat niet slecht is, maar dat dat voor een band met een reputatie als die van Juno Reactor wat minnetjes is.

 


 

Starsailor

All the plans

Geschreven door

Het Britse Starsailor heeft met ‘All the plans’ een plaat uit, die het midden houdt van de vorige drie cd’s. Een verzameling van maar liefst 14 songs die wat uitbundiger, directer kunnen klinken of die bol staan van dramatiek door de semi-akoestische aanpak, toetsen en pianopartijen, gedragen door de gekwelde, emotievolle stem van de immer sympathieke zanger/gitarist/songschrijver James Walsch.
Starsailor doet waar ze goed in zijn. De groep eigent zich een plaatsje binnen de scène van Coldpaly, Elbow, Muse en Keane, draagt bands als het onvolprezen James en Ash diep in het hart en is inspiratievol voor jonge wolven als Air Traffic en Melee.
Starsailor verrast misschien niet echt, maar staat wel garant voor subtiele poprock en fraai gedragen ballads. Uit het rijke luistervoer halen we volgende nummers als vaandeldrager voor hun sfeervolle en goed opbouwende pop: “You never get what you deserve”, “Listen up”, “Darling be home soon”, “Tell me it’s not over” (wat een rockende single!) en de titelsong.

Lily Allen

It’s not me, it’s you

Geschreven door

Sinds haar debuut ‘Allright, still’ (06) kwam de Londense dame ook buiten haar muziek nogal veel in de persbladen. Interessante Paparazziverhalen van haar felgebektheid, drankmisbruik en party’s. Na het beluisteren van de opvolger ‘It’s not me, it’s you’ is het duidelijk dat ze haar ‘ei’ eens kwijt wou, in de zin van weergeven wie ze écht is, waar ze staat, maar niet altijd raad weet met zichzelf. Grote mond –klein hartje princiep… waarvan je wel weet dat er meer achter schuilt … oud - wijzer - beroemder?! …de tol van de roem.
Qua muziek is haar tweede plaat (net als de eerste trouwens!) opnieuw een frisse, aanstekelijke en sfeervolle mengeling van dromerige en groovy popnummers, met een vleugje soul, hiphop, reggae en dance. Bij een eerste beluistering bleek de plaat gewoontjes en niet écht bleek te verrassen, maar per luisterbeurt intrigeerden die poppy deuntjes en onderstreepten ze de muzikale variëteit onder haar emotievolle vocals. “Everyone’s at it”, “Not fair” en “Fuck you” zijn de meest uptempo nummers die inwerken op de dansspieren, maar ook de sfeervolle benadering van “Him”, “Never gonna happen” (wat een leuke carroussel!) en vooral de eerste single “The fear” overtuigen sterk.
Fijne pop van een dame die toch nog iets meer in petto heeft dan enkel in roddelbladen te verschijnen.

White Lies

To lose my life

Geschreven door

Deze Londenaren sloegen eind 2007 het roer om met Fear Of Flying, doopten White Lies en speelden een donkerder geluid. Ze komen nu af met hun debuut ‘To lose my life’. De groep plaatst zich binnen de postpunk/waverock en voorziet hun meeslepend en bedreven materiaal van dramatiek. Ze stralen, ondanks het gebrek aan eigenheid, klasse uit. De songs zijn in een typical ‘80’s jasje gegoten van Joy Division, OMD, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, Chameleons en liggen in de markt van Editors en Interpol. De vocals van zanger/gitarist Harry McVeigh en de backing vocals van bassist Charles Cave hebben iets mee van Sam Endicott van het onvolprezen Bravery. De groep weet van begin tot einde te boeien (wat een start met “Death”, “A place to hide” en de titelsong en het dramatieke, puike besluit van “Nothing to give” en “The price of love”) en brengt voldoende varianten aan binnen dit kenmerkend geluid.

Ray LaMontagne

Gossip in the grain

Geschreven door

Ray LaMontagne, singer/songwriter/ freefolky/hippie lookalike met houthakkershemd, bracht al twee sobere platen uit, enkel begeleid op akoestische gitaar. Hij had een teruggetrokken bestaan op het platteland van Maine. Hij stond wat wereldvreemd in deze popwereld. De derde plaat ‘Gossip in the grain’ is er eentje van rijkelijk gevulde arrangementen en laat subtiele stijlelementen horen waarin we een gevarieerde aanpak horen van pop, folk, (freefolk), soul, jazz, funk, americana/country en ‘60’s hippe psychedelica. Enkel “Sarah” en “Winter birds” hebben mee van mans oude werk en het broeierige “Meg White” is een ode aan de drumster van de White Stripes.
Het is een erg boeiende plaat van 10+ 1 tracks, waarop geen enkele zwakke song te horen is! Samen met producer/multi-instrumentalist Ethan Johns vormt hij een twee-eenheid. Blazers, strijkers, steelpedal, soundscapes, allerhande geluidjes en dameskoortjes worden soms toegevoegd. Zijn doorleefde zang refereert aan één van de zangers van het Britse Gomez. Iron & Wine, Ryan Adams, Devandra Banhart en artiesten als Van Morrison en Jeff Buckley hebben er een interessant songschrijver bij …

Glasvegas

Glasvegas

Geschreven door

In het kielzog van het succesverhaal van The Editors zijn er nu hele nieuwe lichting nieuwe bands die zweren bij het geluid van de jaren tachtig. We denken niet in het minst aan White Lies, maar ook aan The Airborne Toxic Event en GlasVegas. Deze laatste komen uit Schotland en zijn heel even de nieuwste hype geweest bij de Britse pers. GlasVegas zoekt het op hun gelijknamige debuutplaat in een epische en grootse sound waarmee ze eerder lijken te mikken op grote concertzalen en stadions dan op het clubcircuit. Hun combinatie van sterke melodieën met heldere vocals doet ons wel eens aan The Sheila Divine denken. Ik weet niet of dit voor GlasVegas een compliment  is. Artistiek misschien wel, maar commercieel is het immers nooit iets geworden met de inmiddels ter ziele gegane Sheila Divine, goeie platen , dat wel, maar geen mens kocht ze.
Knappe songs als “Geraldine” en “It’s my own cheating heart” bewijzen dat er potentieel zit in Glasvegas maar het is toch vooral nog vechten om er bovenuit te steken in een wereld waar de ene nieuwe band steeds de andere komt verdringen. En met deze debuutplaat zal die strijd nog iets te moeilijk zijn. Lang niet alle songs zijn even goed, naar het einde toe van deze toch vrij korte plaat ging onze aandacht wat verslappen, en dat zou niet echt mogen bij een schijfje waar maar 10 nummers op staan. Toch is dit een groepje om in de gaten te houden, een tweede plaat zal meer klaarheid moeten brengen.

Oasis

Dig out your soul

Geschreven door

Oasis: coolness, arrogantie, Beatlesque invloeden , Britpop bepalende band samen met Blur en Suede … Bijna 15 jaar later hebben de broertjes Gallagher na de compilatie ‘Stop the clocks’ (2006) een nieuwe plaat uit. Hun zevende trouwens was in een productie van Dave Sardy. Een erg toegankelijk album, dat strakke, opwindende, vitale rockers bevat ( “Bag it up”, “The turning”, “The Shock of the lightning” en “Ain’t got nothing”), als sfeervol poppy opbouwende songs waarin een psychedelica groove terug te vinden is (“I’m outta time”, “Get off your high horse lady”, “Falling down” en het afsluitende “Soldier on”. En er is nu de gedoseerde, minder geforceerde zang van Liam. Tja, Oasis en The Verve (Liam vs Richard), het lijken wel broertjes.
Maar Oasis is eigenlijk Noel Gallagher, die maar liefst voor zes van de elf songs instond. De doorbraak ‘Definitely maybe’ (’94) en ‘What’s the story morning glory’ (’95) hebben na meer dan tien jaar de dichtst leunende, overtuigende opvolger klaar met ‘Dig out your soul’. Een niet écht verrassend album, maar een traditional wall of Oasissound, meer dan de moeite waard!

Domain

The Chronicles of Love, Hate and Sorrow

Geschreven door

Dat Duitsland het powermetal-land bij uitstek is, weet ondertussen iedereen. De bands binnen dit genre planten zich er voort als konijntjes. Door het overaanbod moet een band vernieuwende elementen binnen het genre brengen of gewoon erg goed zijn in wat ze doen om mij te kunnen overtuigen. Of Domain hierin slaagt met ‘The Chronicles of Love, Hate and Sorrow’ kom je snel te weten.
De titel klinkt alvast veelbelovend. Ik verwachtte mij dan ook aan een breed spectrum van gevoelens die hun weerklank vinden in de muziek. Niets daarvan! Elk nummer wordt met eenzelfde enthousiasme ingezet, vrolijk verder gespeeld en zelfs een nummer met als titel “Haunting Sorrows” klinkt even opgewekt als het nummer “Picture the Beauty”. Enkel het nummer “Twelve O’ Clock” verlaat het pad van de eeuwige vreugde en blijkt mij dan ook heel wat meer aan te spreken dan de rest van het album.
Betekent dit dat het album slecht is? Ongetwijfeld niet! De nummers op zich zitten goed in elkaar, vloeien vlot in elkaar over en worden met een ongelofelijk enthousiasme gebracht. Ook muzikaal zit alles goed in elkaar. De heren beheersen hun instrumenten voortreffelijk. Op zich zit alles wel snor dus. Helaas blijkt vernieuwing binnen deze band nogal ver te zoeken.
Ook de vocale prestaties van zanger Cliff Jackson zijn uitmuntend maar zo voorspelbaar binnen het genre. Met de mogelijkheden waarover deze band beschikt, had ik een veel beter album verwacht. Zoals eerder vermeld niet op het technische vlak, maar op inhoudelijk vlak. Emotioneel kan het album mij namelijk van geen kanten raken. De powermetal freak zal met dit album heel mooie tijden beleven. Wie echter op zoek is naar een diepere betekenis achter de nummers en een emotionele verbintenis met de muziek laat dit album het best links liggen.

Pagina 416 van 460