logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
avatar_ab_12

Timesbold

Ill Seen Ill Sung

Geschreven door

Timesbold staat al vijf jaar garant voor verzorgde melancholische americanapop. Spil Jason Merritt spant samen met Bonnie ‘Prince’ Billy en Dave Eugene Edwards de kroon binnen deze muzikale stijl. Dit is intens broeierige muziek, kleur gegeven door een instrumentarium als akoestische gitaar, banjo, steel pedal, zingende zaag, piano, toetsen, strijkers, xylofoon en een softe percussie. Dertien songs, gedrenkt in weemoed. Ingetogen materiaal waarvan “Takeaway” “Mama”, “Recover ring” en het afsluitende “Far to strange”door de sobere aanpak beklijven. Tweemaal klinkt Timesbold iets krachtiger: “Any lethal storm” en “Fencepost”.
De plaat getuigt van een enorm bekwaam en groots singer/songschrijver, die Timesbold heeft als groep en Whip onderhoudt als soloproject. Overtuigend Duyster-voer!

Nick Cave

Dig, Lazarus, Dig !!!

Geschreven door

In 2004 kwam Cave aandraven met ‘Abattoir Blues / The lyre of Orpheus’, een dubbel meesterwerk, die een vruchtbare creatieve periode inluidde. De afwisselende plaat bevatte broeierig, gedreven als ingetogen en innemend songmateriaal. Die lijn zet hij met z’n Bad Seeds alvast door op ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’. Tussendoor onderstreepte hij z’n songkwaliteit op Grinderman, die nauw aan de weirdo rauwe zompige psychorock’n’roll blues sound van z’n vroegere Birthday Party leunde.
De nieuwe plaat laat een goede, frisse indruk na van broeierige, aanstekelijke rocksongs, die mooi uitgewerkt zijn. Cave, in z’n declamerende praatzangstijl, creëert telkens een apart sfeertje, gepast en gevat ingenomen door z’n Bad Seeds.
”Albert goes West” en “Lie down here & be my girl” zijn de rockers op de plaat. En in “Today’s land”, “We call upon the author” en afsluiter “More news from nowhere” overheersen de toetsen. “Night of the lotus eaters” is de meest avontuurlijke song en kan meteen op de laatste plaat worden gezet van Blixa’s Einstürzende Neubauten. De groove zit “em in de titelsong en de overige nummers hebben een spannende opbouw, wat doet besluiten dat de aandacht behouden blijft op de elf songs.
Cave’s songwriterschap en de muzikale sterkte van z’n begeleidingsband worden optimaal onderstreept; nogmaals een bewijs dat Cave en z’n Cave-ianen op scherp staan en bijzonder relevant zijn voor de popmuziek.

Hooverphonic

The President of the LSD Golfclub

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, en blikte terug naar het debuut ‘a new stereophonic sound spectacular’, toen onder  de naam Hoover uitgebracht. Het was de aanzet van het nieuwe album ‘The President of the LSD Golfclub, onder de spil Callier/Geerts. De plaat onderscheidt zich van de fijn uitgebalanceerde , soms rijkelijk georkestreerde trippop van de voorbije cd’s.
’60’s gitaarrock’n’roll, ‘70s psychedelicatoetsen, ‘80’s wave en een diepe bas staan voorop, gedragen door de hemels breekbare, ijle, betoverende doch soms ook onheilspellende en betoverende stem van Geike Arnaert.
De plaat heeft een poppy dromerige en een filmisch bevreemdende, dreigende sound.
Een sfeervolle, soms donkere aanpak is te horen op “Circles”, “The eclipse song”, “Billie” en “Strictly out of phase”. Op “50 watt” en “Gentle storm”  zingt Callier mee. “Expedition Impossible” en “Black marble tiles” klinken zijn regelrechte songs voor een soundtrack van een fatalistisch romantiek/suspensefilm. En opener “Stranger” en  afsluiter “Bohemian daughter” kruiden deze sound nog meer!
Hooverphonic vond zichzelf opnieuw uit, een nieuw geluid dat er terecht mag zijn.

Black Mountain

In the future (2)

Geschreven door

De Canadese band was met hun debuut drie jaar terug aan ons voorbij gegaan, maar vorig jaar waren we sterk onder de indruk van hun optreden, die de tweede cd ‘In the future’ voorafging.
Black Mountain intrigeerde door die mixmax van retrorock, stoner, ’70’s psychedelica, americana en postrock, waarbij sprake is van begeesterende gitarsoli, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen.
De groep laveert ergens tussen Black Sabbath, Led Zeppelin, Pavlov’s Dog, Hawkwind en Pink Floyd.
Live klinkt de band adembenemend en overweldigend, op plaat gematigder. Het zijn net de lange, soms uitgesponnen, songs die overtuigen en al die verschillende stijlen samenpersen: “Tyrants”, “Wucan”, “Queens will play” en “Bright lights”; niet-van-deze-wereld muziek, dynamisch, slepend en opbouwend met onverwachtse wendingen.
De andere songs zitten melodieuzer in elkaar, waarbij de band de klemtoon legt op americana en stoner. De zang van Stephen McBean en Amber Webber past mooi in het plaatje van deze hippe alternatieve band.

Vampire Weekend

Vampire Weekend

Geschreven door

Uit de bio van het jong New Yorkse kwartet lezen we dat Talking Heads, Paul Simon en Peter Gabriel voorname inspiratie zijn. Inderdaad, het kwartet brengt op hun debuut aanstekelijke, groovy en zwierige poprock,  gelinkt aan Afrikaanse melodietjes, flamenco en klassiek (strijkers, toetsen en piano).
Hun debuut is een avontuurlijk toegankelijke, subtiele plaat geworden van elf puike, sprankelende  songs, die positivisme uitstralen: “A-punk”, “M79” en “Walcott vallen meteen op, maar onderschat de frisse songstructuur niet van “Oxford comma”, “Campus, “One blake’s got a new face” en “I stand corrected”.
Eenvoudigweg heeft Vampire Weekend een geweldig debuut uit.

The Presidents Of The United States Of America

These are the good times people

Geschreven door

Het Amerikaanse drietal The Presidents of the U.S.A, onder zanger/songschrijver en ‘positivo’ Chris Ballew, ontstonden in het postgrunge tijdperk en brachten frisse en opgewekte rauwe, melodieuze gitaarpopsongs. “Kitty”, “Lump”, “Peaches” en Volcano” uit de beginperiode waren maar een paar voorbeelden van deze vaardige muzikale aanpak. Na ‘Freaked out & small’ (’00) hield het trio een sabbat om dan doodleuk in 2005 met ‘Love everybody’ op hun vroeger elan verder te gaan van vrolijke rock.
De opvolger ‘These are the good times people’ klinkt als de titel van de cd: niks aan de hand liggende leuke muziek met opzwepende, groovy ritmes (“ Mixed up S.O.B.”, “Ladybug”, “French girl”, “Truckstop butterfly”, “Ghosts are everywhere” en “Rot in the sun”). Af en toe mindert de vaart,  “Sharpen up those fangs”, “More bad times” en “Loose balloon”, of is er soul te horen, luister maar naar het afsluitende “Deleter”, wat het geheel ten goede komt.
Het bandje klinkt na al die platen nog even vitaal en aanstekelijk.

The Black Crowes

Warpaint

Geschreven door

Zo’n 7 jaar na ‘Lions’ hebben de verloren gewaande Black Crowes nog eens een studio plaat gemaakt. De terug verenigde broertjes Robinson hebben op ‘Warpaint’ qua muzikale creativiteit mekaar opnieuw gevonden, een handvol geïnspireerde songs is het resultaat. Niet dat het geluid van The Black Crowes zoveel veranderd is - de songs zijn nog steeds gebouwd op Stones, Faces, Soul en Southern rock – maar de plaat klinkt terug fris en gedreven. Nieuwe gitarist Luther Dickinson, die even kwam overwaaien van The North Mississippi Allstars, zit daar voor een groot stuk tussen.
Als uitschieters houden we het op de felle bluesrocker  “Walk believer walk”, de gedreven “We who see the deep” die neigt naar het beste van The Faces, de scherpe sleper  “Movin’ on down the line”, de vuile rocker “Wounded bird”, de rock’n’roll stamper “God’s got it” (met vettige slide gitaar!) en de Dylanesque afsluiter “Whoa mule”.
Warpaint is een schaamteloos ouderwets klassiek rockalbum zoals er dezer dagen niet veel meer gemaakt worden (of ’t moest van The Raconteurs zijn). Noem het retro als je wil, dat mag voor ons part, want daar is niks mis mee. Feit is, The Black Crowes zijn terug, en te oordelen aan deze puike ‘Warpaint’ is dat alleen maar goed nieuws.

Gun Barrel

Outlaw Invasion

Geschreven door

Het Duitse Gun Barrel is met ‘Outlaw Invasion’ toe aan zijn 4e langspeler. Met telkens een twee jaar tussen elke release brengen de heren een mooie regelmaat. Dat ze zich niet overhaasten komt de muziek enkel ten goede. ‘Outlaw Invasion’ vervolgt namelijk de hoge kwaliteit van de vorige albums.
Met een mix van stevige hardrock en heavy metal, in combinatie met de unieke stem van Xavier Drexler, brengen deze heren sinds 1999 een aangename afwisseling in het Duitse metal landschap. Echt bekend zullen ze er wellicht niet mee worden, maar dit houdt hen absoluut niet tegen om zich met volle overgave op de muziek te gooien. Ook live konden we dit vorig jaar nog vaststellen in JC Den Ast, waar een kleine horde fans bijeen was gekomen om een geweldige live-prestatie van de band te zien.
Dat men vol overgave aan ‘Outlaw Invasion’ heeft gewerkt, is dan ook duidelijk te horen. Het album klopt op elk gebied en brengt een aangename afwisseling tussen melodieuze en mysterieus klinkende passages met stevige riffs. “Wanted Man” is hiervan een prachtig voorbeeld, waarbij vooral de stevige hardrock van hoog niveau blijkt te zijn. Het meezingbare refrein nestelt zich al snel in het hoofd, waardoor ik al snel een hele dag dit refrein onbewust zat te zingen.
“Cheap, Wild and Nasty” vormt een tweede hoogtepunt op het album. Dit nummer sluit muzikaal meer aan bij de heavy metal, zonder echt vernieuwend of ingewikkeld uit de hoek te komen. De aanstekelijke zangpartijen van Drexler creëren al snel een aangenaam gevoel, waardoor je al snel de neiging krijgt om in het nummer mee te gaan. Ook hier wordt naar het einde toe even heel kort wat gas terug genomen alvorens het refrein nogmaals door de boksen te jagen. Deze onverwachte wendingen in de nummers zorgen ervoor dat je aandachtig het album kunt volgen.
Met “Brother to Brother” krijgen we nog een stevige rock ‘n’ roll hymne voorgeschoteld, die zich ongetwijfeld zal ontpoppen tot het live nummer bij uitstek. De combinatie van een smerig taalgebruik, met een oppeppend ritme en teksten die het samenhorigheidsgevoel versterken, zal ongetwijfeld heel wat fans aanspreken. Ook “M.I.L.F.” bezit heel wat mogelijkheden om zich te ontpoppen tot een waar live-nummer.
Dat men ook de gevoelige snaar kan raken bewijzen de heren met “Tomorrow Never Comes”, waarbij het nummer heel emotioneel wordt ingezet en Drexler zich van een andere kant laat zien. Een kant die hij naar mijn mening wel meer aan bod zou mogen laten komen. Het nummer ontpopt zich tot een semi-ballade, waarbij vooral de zang van belang is, ook al is het nummer muzikaal zeker niet slecht opgebouwd. Vooral de melodieuze gitaarlijn naar het einde toe, sluit goed aan bij het gevoel dat Drexler teweegbrengt met zijn stem.
Met titeltrack “Outlaw Invasion” en outro “Parting Kiss” wordt een mooi einde gebreid aan een schitterende plaat, waarbij vooral de melodische kant van het Duitse combo deed verbazen. Indien je nog met enige twijfels zou zitten, kan ik u aanraden enkele nummers te beluisteren op hun myspace. Indien deze nummers je kunnen overtuigen, kun je gerust overgaan tot de aankoop van dit album!

Pagina 434 van 462