logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
The Cure

Sinead O’Connor

Theology

Geschreven door
Sinead O’Connor bracht twee jaar terug een popreggeaplaat uit ‘Throw down your arms’, die ze opname met Sly & Robby. Het resultaat was een freakende, groovy, broeierige religieuze sound. Haar optreden met Sly & Robby, gekoppeld aan de plaat, bleek de ideale gospel zondagsmis!
Sinds ‘Universal Mother’ (’94)  wuifde O’Connor grotendeels de muziekindustrie vaarwel, legde zich toe op religie en trok zich terug in een klooster. Haar liefde tot God en spirituele beleving leverde nog puik platenwerk af als ‘Faith & Courage’ (’00), een fijne popplaat, ‘The Gospel Oak EP’ en ‘Sean-Nos Nua’, geworteld in haar Ierse folkroots; ze bevatten naast eigen songs, originele bewerkingen van andermans materiaal. 
Ook de huidige cd ‘Theology’ is opnieuw zo’n voorbeeld van religieus getinte nummers. Het is een dubbelcd waarbij al het materiaal twee keer werd opgenomen, zowel met een volledige begeleidingsband (The London Sessions), als akoestisch (The Dublin Sessions).
The Dublin Sessions komt het sterkst uit de verf: intiem pakkende songs, gedragen door haar mooie, warme stem. Huiveringwekkend. Om kippenvel van te krijgen! Luister maar een naar “Something beautiful”, “Out of the dephts”, “Dark I am yet lovely”, “If you had a vineyard”, “33” en “The Glory of Jah”.
The London Sessions is een logisch vervolg op ‘Faith & Courage’, geraffineerde sfeervolle popsongs, die subtiel uitgewerkt zijn. Geslaagd, maar niet steeds overtuigend!
Haar bewerkingen van Curtis Mayfield “We people who are darker than blue”, de uit Jesus Christ Superstar gehaalde “I don’t know how to love him” en de door Boney M tot hit gemaakte spiritual “Rivers of Babylon” zijn op beide cd’s écht sterk en emotievol.
Hoe dan ook, we zijn en blijven onder de indruk van het zangtalent en de aanpak van Sinead die haar eigen ‘muzikaal religieus pad‘ kiest en bewandelt.

The Cinematic Orchestra

Ma Fleur

Geschreven door
The Cinematic Orchestra is een Britse band uit Londen onder Jason Swinscoe. Ze staan garant voor een sound van elegante schoonheid en sentimentaliteit. Ze graven een eigen weg binnen de intieme trippop, die af en toe iets krachtiger klinkt.
Het zijn dromerige, sfeervolle soms breekbare songs die in een filmisch decor passen. Trouwens, de kennismaking met deze band gebeurde met de soundtrack ‘Man without the moviecamera’ (een Russische stomme film in 2003).
Vijf jaar na ‘Every day’ heeft  Cinematic Orchestra  met ‘Ma Fleur’ het muzikale script klaar van een nog af te werken film…
Er zijn enkele gastrollen: Patrick Watson (“That home”, “Music box”), die doet denken aan Antony & The Johnsons, Lou Rhodes zingt op “Time & space”,  wat refereert aan het rustige werk van Lamb en haar vorig jaar verschenen soloplaat, en er is de soul van Fontella Bass.
‘Ma Fleur’ is een fijne, heerlijke sfeerplaat.
Te bezien op 9 oktober in een organisatie van Jazztronaut in de AB, Brussel.

Au Revoir Simone

The bird of music

Geschreven door
Au Revoir Simone, drie jonge deernes uit Brooklyn, debuteerden met de EP ‘Verses of Comfort, Assurance and Salvation’. Stemmige (indie)popelektronica, die veel aan de verbeelding overlaat door de romantisch sfeervolle klanken en de lieflijke meerstemmige zang. ‘The bird of music’ is een vervolgverhaal van de wegdromende muziek van de dames. Af en toe klinkt de drumbeat iets forser en meer uptempo, als op “A violent yet flammable world”, “Dark halls” en “Night majestic”. 
Voor wie houdt van de dames van Electrelane en Stereolab, Björk, Laïka, Mum  en Kings Of Convenience is dit een aanschaf meer dan waard.

Bracken

We know about the need (2)

Geschreven door
Bracken is het muzikale project van de helft van het Britse indiecollectief Hood, Chris Adams. De muziek van Bracken knoopt aan Hood: sfeervolle, dromerige grillige pop, trancy beats en psychedelica klanken onder een zweverige (fluister)zang. Muzikale sfeerstukken horen we op “Fight or flight”, “Evil teeth” (de ideale zondagsmis) en afsluiter “Back on the calder line”. In die nummers doet Bracken aan Liars denken, en bengelen ze tussen toegankelijkheid en avontuur; een gematigder aanpak horen we kernachtige songs als “Safe safe safe” en “Four thousand style”. “Athroll slains” en “Heatens” schuwen knisperende elektronica en een dosis experiment niet.
‘We know about the need’ is een fijn gewaagd plaatje van Adams.


Velvet Revolver

Libertad

Geschreven door

Terwijl Axl Rose de naam Guns ’n Roses meegejat heeft, al een decennium bezig is met het langverwachte Chinese democracy, maar zich vooral bezig houdt met het verheerlijken tot buitenaardse proporties van zijn eigen paranoïde ego, timmeren Slash en co met hun Velvet Revolver rustig verder aan de weg en vergasten ze ons weer op een staaltje van pure power. 
In tegenstelling met het toch ietwat tegenvallende weirdness van de herenigde Stooges krijgen we hier behalve Stoogi-aanse riffs, ook nog verzorgde niet geforceerde melodieën, een strakke  sterke zang en een loepzuivere, doch geen gepolijste productie. Ze rapen dus duidelijk de draad op die The Stooges links lieten liggen. Gecombineerd met de grunge invloeden van zanger  Scott Weiland,  resulteert dit in een schijf met de betere harde rock, waar eigenlijk geen enkel zwak nummer op staat. En dit gebeurt niet veel.  Ok, als spooknummer krijgen we een serieuze country in onze strot geramd, maar het is hen met plezier vergeven. Het is niet meer en minder dan het ‘teasen’ van de typische Amerikaanse hokjesmentaliteit. Meteen de beuk erin met “Let it Roll” en het ironische “American Man” kan  nu al een klassieker genoemd worden. De drie ballads, “The last Fight”, “Can’t get it out of my mind” en “Gravedancer”,  zijn heel sterk gecomponeerd zonder enig zweempje van meligheid.
Aanschaffen die handel!

Björk

Volta

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang, die een dosis experiment en avontuur bevat.  Het is de richting die sinds ‘Vespertine’ definitief is ingeslagen. ‘Medulla’ van drie jaar terug, liet een minimum aan instrumentatie horen en een maximum aan stemmen.
Björk deed beroep op vaste waarde en elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO). Op ‘Volta’ zijn er talrijke samenwerkingen: Timbaland (o.a. de single “Earth intruders”), Antony (van The Johnsons ) op “The dull flame of desire”, één van de hoogtepunten van de cd,  koraspeler Toumani Diabeté (“Hope”) en de Afrikaanse groep Konono n°1.
’red is the color’ van de hoes, en binnenin staat Björk kleurrijk afgebeeld. Ze effent een pad van een avontuurlijk, intrigerend geluid en sfeervolle pop, met slepende beats, bevreemdende elektronica en een blaasorkest.
Ze staat op eenzame hoogte tav andere vrouwelijke songwriters. Een aparte dame!

Tinariwen

Aman Iman

Geschreven door

Aan het nomadengezelschap Tinariwen (wat staat voor lege plekken) gaat een stukje geschiedenis vooraf: ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren. Daardoor kon het uitgebreide gezelschap zich, na talrijke cassettes te hebben uitgebracht, pas vanaf 2000 naar Europa oriënteren.
Een traditioneel instrumentarium werd ingeruild voor een rockend concept, waarbij we opzwepende Afrikaanse ritmes, reggae, dub en blues in een typisch Arabische zang horen. Het is een verademing binnen de worldpop, na Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
“Cler achel”, “Toumast”, “Imidiwan winakalin” en “Tamatant tilay” zijn frisse songs van hun nieuwe plaat ‘Aman Iman’, die een Europese doorbraak kan betekenen.

The Decemberists

The Crane Wife

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder zanger/songschrijver Colin Meloy, hangt muzikaal ergens tussen Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. Dwz broeierige, fijne pop! 
De vorige cd ‘Picaresque’ betekende de doorbraak in Europa. Al snel was de opvolger klaar. ‘The Crane Wife’ is de vertolking van een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel, die verandert in een bloedmooie vrouw. Meloys verhaal van ‘The Crane Wife’ wordt verteld in een muzikaal popfolk drieluik (ongeveer 15 minuten). Tweede drieluik is “The island - come and see - the landlord’s daughter” (twaalf minuten lang), een combinatie van pop, freefolk en progrock. De twee avontuurlijke nummers lijken het fundament voor een kortfilmpje. 
Meloy heeft een zwak om songs te schrijven over tragische figuren, ondersteund door een breed instrumentarium.
The Decemberists hebben een overtuigende, uiterst genietbare nieuwe cd uit van  knap gearrangeerd songmateriaal met een intense opbouw.

Pagina 459 van 468