logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_09

Sarah Jane Scouten

Sarah Jane Scouten - Frisse country uit Toronto

Geschreven door

Sarah Jane Scouten - Frisse country uit Toronto
Sarah Jane Scouten
Cowboy Up
Waardamme
2017-09-24
Oliie Nollet

‘Country’ leeft weer en het hoeft niet eens uit Nashville te komen, Canada mag ook. Eerder hadden we al de fenomenale Daniel Romano (die ondertussen andere muzikale oorden opzocht), Corb Lund en Colter Wall (die dit jaar nog een indrukwekkende debuutplaat afleverde). Op basis van haar derde en laatste plaat (‘When the bloom falls from the rose’) en haar optreden in de Cowboy Up mogen we Sarah Jane Scouten gerust aan dat lijstje toevoegen. Het artwork van die plaat, dat trouwens smaakvol geborduurd was op de hemden van haar begeleiders, toont opvallend veel gelijkenissen met de hoes van ‘Sweetheart of the rodeo’ van The Byrds en dat zal wel geen toeval zijn. Dat was namelijk de plaat waarop The Byrds het dichtst de authentieke country benaderden en de enige waarop Gram Parsons van de partij was.

Sarah Jane Scouten had The Honky Tonk Wingmen meegebracht, een stel doorwinterde muzikanten waarvan enkele ook actief in jazzmilieus, zijnde James McEleney op staande bas (Big Bertha), Sly Juhas op drums en Chris Stringer op gitaar. Het optreden kwam wat aarzelend op gang met “Man in love” en “Paul” (ook op plaat niet meteen hoogvliegers) maar vanaf het derde nummer, “Acre of shells”, bewees Scouten dat ze best wel een sterke song in elkaar kan timmeren. Daarnaast duikelde ze ook nog een obscure cover op : “Where the ghost river flows”, een oude folksong van de mij totaal onbekende Jasper ‘Joe’ Adams. Tussen de songs door bleek ze een onstuitbare praatvaar, babbelend over van alles en nog wat of grappend met bassist en gumbo liefhebber McEleney. Het eerste deel van de set werd afgesloten met het aanstekelijk stuiterende “Bang bang”, haar song met het meeste hitpotentieel. In de hoop iedereen na de pauze terug te zien?
Een ijdele hoop want velen bleven op deze stralende zomerse namiddag op het terras plakken. Jammer want SJS wist met enkele songs, waarbij ze in de buurt van Emmylou Harris ten tijde van “Wrecking ball” of Iris Dement kwam, ons hart nog meer te verwarmen. Om het helemaal mooi te maken kruidde ze dit tweede deel met enkele erg gesmaakte covers : Kitty Wells (“You’re not easy to forget”), Hank Williams (“Half as much”), The Louvin Brothers en Gram Parsons (“Song for you”). De afsluiter werd het rockende “When the bloom falls from the rose”, een song die me erg hard deed denken aan Hollis Brown. Ondanks het fel uitgedunde publiek kon er nog een bis af die ze vond bij Waylon Jennings. Knap concertje!

Hoewel haar muziek nog steeds gebaseerd is op klassieke honky tonk, authentieke country en traditionele folksongs slaagt Sarah Jane Scouten er steeds beter in om onbelemmerd eigentijds te klinken. Dat belooft voor de toekomst.

Organisatie: Muddy Roots - Cowboy Up, Waardamme

Portugal. The Man

Portugal. The Man - Uitbarsting van liefde en kracht

Geschreven door

Portugal. The Man - Uitbarsting van liefde en kracht
Portugal. The Man
DOK
Gent
2017-09-20
Niels Bruwier

Portugal. The Man mocht op 20 september aantreden in een uitverkochte Dok in Gent. Nu de laatste zomerdagen zijn aangebroken, was het goed dat de zaal goed gevuld was. Een aangename warmte verwarmde onze lichamen en dan moest de band nog beginnen. De set was er één waarin ze vakkundig aantoonden hoe goed ze met hun instrumenten overweg kunnen. Ze brachten geniale popsongs, afgewisseld met de nodige portie gitaargeweld. De fans die voor dat ene hitje “Feel It Still” kwamen, waren er aan voor de moeite want stil was het allerminst.

Hoewel er nog enkele mensen stonden aan te schuiven om binnen te geraken, begon de band stipt om 20u30 aan hun concert. Die werd heel donker ingezet met een cover van, jawel, Metallica. Nooit hadden we verwacht dat we “For Whom The Bell Tolls” hier zouden te horen krijgen, maar het zorgde wel voor een nodige energiestoot waarna iedereen meteen geconcentreerd zat mee te luisteren. De song liep naadloos over in “Another Brick In The Wall, Part Two”, nog zo’n cover. Uit de assen van al deze covers, ontstond een eerste origineel nummer; “Purple Yellow Red and Blue”. Normaal bevat dit nummer enkele subtiele synths, maar hier stond het bol van de gitaren, wat het veel dynamischer maakte. Al snel ging het publiek aan het dansen en daar stopten ze niet mee.
Hierna volgde “Feel It Still”, één van de nummers die de zomer van 2017 kleurde. Vreemd om het zo vroeg in de set te plaatsen, maar op zich paste het daar wel. Het vervolg van de set was er één die niet bestond uit popnummertjes, maar wel uit krachtige gitaaruitspattingen. Hierdoor moest hun meest aanstekelijk nummer al meteen voor de bijl. Gelukkig bleef de set boeiend en viel er altijd wel iets te beleven. Zo was er op de achtergrond een wondermooi beeldenarsenaal te zien met allerlei hoofden die vreemde vormen aannemen.
Dit is niet het enige wat de live-ervaring van Portugal. The Man uniek maakt, ook de durf waarmee ze hun songs live helemaal anders brengen, maakt de ervaring veel specialer. Ze serveren nummers die een body hebben waarmee je al eens durft mee te pronken op een strand in Ibiza. Ze zijn potig, bevatten heel veel kracht en zijn vooral erg natuurlijk gegroeid. Dat de band goed op elkaar ingespeeld is, hoor je telkens opnieuw wanneer ze drie a vier songs na elkaar spelen die mooi in elkaar overvloeien. Ze doen dit allemaal zonder fouten en laten vooral de instrumenten spreken.
Dit is de sterkte van het concert. Eerst en vooral is er een enthousiaste bende muzikanten waarbij vooral de bassist zich volledig inleeft. Hierdoor slaan ze ons om de oren met vettige gitaarsolo’s. Dat valt vooral op bij “All Your Light (Times Like These)”. Het begint heel rustig, maar de outro gaat door merg en been. Het is alsof de apocalyps nabij is en alles heel snel wordt verwoest. Het doet bij momenten denken aan de psychedelische rock van Pink Floyd en op het eind kruipt er zelfs wat blues in. Ze spinnen het nummer een tiental minuten uit en het harde instrumentale deel – dat op plaat maar twintig seconden in beslag neemt – krijgt hier de hoofdrol. Straf dat ze dit aandurven, maar het geeft ook aan dat ze niet bang zijn om een ‘tour de force’ te realiseren.
Op het eind krijgen we wederom een cover te verwerken, misschien wel de cover te veel. Dit keer is het Oasis die passeert met “Don’t Look Back In Anger”. Het is meteen een cliché afsluiter. Er wordt niets bijgebracht aan het nummer en ze werken het wat droogjes af. Natuurlijk keelt iedereen uit volle borst mee, maar van ons mochten ze hier toch een sterk nummer van zichzelf zetten.
De groep komt nog één keer terug en met “Number One” hebben ze een zwoele afsluiter klaarstaan. Een beetje een anticlimax van wat een heel straf concert was.

Portugal. The Man bewees in Dok Gent dat ze klaar zijn voor grotere werk. Live weten ze perfect de balans te vinden tussen gezapige popnummers en stevige rocksongs. Plaats voor het instrumentale werk is er altijd, en dankzij de goeie samenwerking tussen de bandleden, komt dit instrumentale aspect heel sterk over. Soms stonden we met open mond te kijken naar wat de band allemaal realiseerde.
Portugal. The Man is een band die je live moet zien, het is een volledig andere beleving dan op hun platen en dat maakt het net zo sterk.

Setlist: For Whom The Bell Tolls (Metallica Cover) - Another Brick In The Wall (Pink Floyd Cover) - Purple Yellow Red and Blue - Feel It Still - Head Is A Flame (Cool With It) - Got It All (This Can’t Be Living Now) - Once Was One – Waves - So Young - Modern Jesus - All Your Light (Times Like These) - So American - Live In The Moment - Hip Hop Kids - Atomic Man - Don’t Look Back In Anger (Oasis Cover) - Number One

Met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie Democrazy ikv Autumn Falls

The Black Angels

The Black Angels – De AB baadt in een psychedelisch spectrum van licht en noise

Geschreven door

The Black Angels – De AB baadt in een psychedelisch spectrum van licht en noise
A Place To Bury Strangers + The Black Angels
Ancienne Belgique
Brussel
2017-09-19
Sam De Rijcke

Met een band als A Place To Bury Strangers als support act kunnen we maar beter op tijd komen. We stellen vast dat de heerlijke chaos, fuzz, distortion en feedback ongeschonden zijn gebleven. Dit is lawaai van het betere soort, ouwe Jesus and Mary Chain die met prille Sonic Youth in duel gaat onder een regen van fel stroboscoop licht. Oliver Ackerman is een frontman die zijn gitaar niet echt bespeelt, maar eerder geselt, molesteert en vaak ook genadeloos tegen de grond kwakt. Naar het schijnt zit hij na elk concert uren te lijmen, te herstellen en te monteren om zijn gitaren terug enigszins speelklaar te krijgen. We kunnen het best geloven, die dingen zien er inderdaad zwaar toegetakeld en terug opgelapt uit. Een beetje zoals derdehands auto’s op het Afrikaanse continent, de vehikels hangen nauwelijks nog aan elkaar maar ze rijden nog.
Dit is het soort noise rock waar wij altijd een zwak zullen voor blijven hebben. Onze drang naar nieuw werk van deze vernielzuchtige band is na deze wervelende set weer met enkele graden aangewakkerd.

Op hun vijfde plaat ‘Death Song’ zijn The Black Angels trouw gebleven aan hun gekende geluid. Er zijn geen abrupte wijzigingen of stijlveranderingen te merken maar het is alweer een intrigerend werkstukje geworden dat dweept met sixties psychedelica, VU, The Doors, BRMC en bezwerende indie rock.
Dat weerspiegelt zich ook op het podium. Wij worden niet echt meer omver geblazen maar worden wel aangenaam onthaald met een portie kwieke psychedelische rock die als welgekomen alternatief kan dienen voor al die steriele elektronica die dezer dagen tot vervelens toe op ons af komt.
The Black Angels accentueren hun meeslepende psychedelische rock nog wat meer via een podiumscherm met projecties waarop allerlei soorten hallucinogenen vat hebben gehad.
De sound is herkenbaar, met sixties gitaren en begeesterende vocals die verweven zitten in zinderende indie-rock. The Black Angels zijn er ondertussen sterk in bedreven en kunnen bovendien terugvallen op een al flink aangedikt repertoire waaruit ze vanavond een vrij indrukwekkende best of kunnen distilleren.
Natuurlijk wordt het nieuwe album hier uitvoerig voorgesteld, en we moeten eerlijk zeggen dat enkele songs daarvan een beetje te licht uitvallen, zeker wanneer men die opstelt tussen gloeiende kanjers als “The Sniper At The Gates Of Heaven”, “Black Grease” , “Entrance Song” of “You On The Run”.
Maar anderzijds zijn er dan weer bedrijvige nieuwkomers als “Currency”, “I’d Kill For Her” en “Commanche Moon”, instant klassiekers die zich langdurig kunnen vastankeren in de setlist van deze retro-indie-rockers. Dat geldt zeker ook voor de prachtig zwevende ballad “Life Song”, een plakker die een verstilde en enig mooie afsluiter is van de reguliere set.
In de bisronde komt natuurlijk een bloedstollend “Young Men Dead” de show stelen, een kanonskogel die op vandaag nog steeds het ultieme visitekaartje is van The Black Angels.

Geen wow! gevoel misschien dit keer, doch wederom een sterke set van een band die een unieke eigen sound heeft ontwikkeld en die live steeds krachtig weet neer te poten.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beach Fossils

Beach Fossils – Fun en energie!

Geschreven door

Beach Fossils – Fun en energie!
Beach Fossils + Annabel Lee
Botanique (Rotonde)
Brussel
2017-09-18
Didier Becu

De eerste concertweken van de Botanique waren er om in te kaderen. Op het programma maandag:
Beach Fossils, een mens zou voor minder watertanden en op de koop toe nog eens als support act één van de te volgen Belgische bands van dit moment: Annabel Lee.

Om klokslag acht vuurde de Brusselse samen met haar band die gedeeltelijk uit Animal Youth-leden bestaat zijn indiesongs op het publiek af. Juist, het was voor de band een beetje een thuismatch (zo wisten ze dat er zich drie jarigen in de Rotonde bevonden), maar een voordeel dat werd gecombineerd met kwaliteit.
De spilfiguur van dit viertal is ongetwijfeld zangeres Audrey Marot. Onschuldig, ontwapenend, maar iemand die weet wat ze wil. De band stak meteen van wal met het uptempo-getinte “Stuck In The Mud” en bracht ons in een halfuur tijd naar het beste van de jaren 90. Van de verbetenheid van de Throwing Muses tot het speelse van Bis, het zal allemaal in de krachtige set verweven. Grote kunst is het niet, maar het maakt je gelukkig, en dat is ook één van de taken van muziek, toch?
Met een ‘10’ op zak die is uitgebracht op Luik Records heeft Audrey en haar band alle troeven in handen om het te maken. Popsongs kan ze schrijven, de nodige charisma is er ook, en ze weten maar al te goed waarmee ze bezig is. A star is born, en wat ons betreft mag die nog lang fonkelen.

Een ideale opwarmer voor wat komen moest. Wat schrijven we?
Beach Fossils zou zeer goed uit de hoek moeten komen om dit te kunnen evenaren. Een voordeel is dat de band uit Brooklyn de reputatie heeft dat hun optredens sterker zijn dan wat ze op plaat doen, een stelling die in Brussel nog maar eens werd bewezen. Niet dat ‘Somersault’ slecht is, want dat is het niet, wel eentje waarin je merkt dat ze maar al te graag Tame Impala achterna willen gaan. Een sound waarin je tevens de Beatles of zelfs wat shoegaze hoort. Niets nieuws dus, maar live tonen ze vooral energie. Een factor die niet onbelangrijk is, en telkens als geen ander blijkt te werken.
Het duurde een tijdje vooraleer zanger en oprichter Dustin Payseur zich ontpopte tot een niet te stoppen waterval (de essentie van Lord Of The Rings in een minuut vertellen, je moet het toch maar kunnen), maar de sfeer zat er vanaf het begin meteen goed in.
Vanaf “Shallow”, en daarna met “This Year” (ingeleid door een bossanova-interlude) wisten we eigenlijk al lang dat dit een geslaagde avond zou worden. “Down The Line” werd het tweede bezoek aan de nieuwe release, de song ging er net als op de plaat in de Botanique zoetjes in, en de rol van de synthesizer werd alsmaar groter. Bij “Saint Ivy” kwam er zelfs een trompet aan te pas. De song kon niet alleen een Beatles-titel zijn, het klonk ook zo!
De beste track van de set werd ook de knapste song van de avond, “Sugar”, waarin één of ander bizar pluchen beest dienst deed als tamboerijn. Nog meer shoegaze in “Be Nothing”, en “Sleep Apnea” dat aangekondigd werd als een perfecte plaat voor een maandag, en werd ingeleid met de eerste tonen van “Step On” van de Happy Mondays. Of het jonge publiek die hint begrepen had weten we niet, het zorgde in ieder geval voor wat glimlachende gezichten (vooral op die van de oudere bezoekers).
De eerste rijen van het publiek werd ook nog eens lekker beetgenomen. Nou ja, ten minste zij die zich blind staarden op de setlist. Want wat uiterst kort leek, werd gewoon opgelost door het blaadje om te draaien, want daar stond het tweede deel vermeld…en grappig aangekondigd als de tweede acte van de set.
“Calyer” was west coast-muziek uit de bovenste schuif, maar we werden vooral ontroerd door “Closer Everywhere” dat (sorry) wel heel Tame Impala klonk.
De ‘tweede acte’ was wat kort, want een kleine tien minuten erna verdwenen de Amerikanen van het toneel.
De sloebers kwamen natuurlijk nog eens terug en nadat Payseur voor een minuutje de standupcomedian had uitgehangen, gaf Beach Fossils nog een laatste eresaluut met “Crashed Out” en “Daydream”.

Twee goede optredens op iets meer dan twee uur, een bezoekje aan hellhole meer dan waard!

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Memoriam

Memoriam – De beuk erin!

Geschreven door

Leeft deathmetal nog? Lokale deathmetalbandjes moeten zich uit de naad werken om aan optredens te geraken. Als ze die al hebben, spelen ze voor hooguit twintig man. Lukt het dan wel als er een bekende buitenlandse band op de affiche staat? Blijkbaar wel. Het Vlaamse Fractured Insanity mocht op mini-tournee met het Britse Memoriam, de nieuwe band van Bolt Thrower-opperhoofd Karl Willets. Vier avonden, verspreid over België, Nederland en Duitsland, maar wel telkens voor een uitverkochte zaal.

Memoriam stond deze zomer reeds op Graspop en is dus best een bekende naam. Toch is de Elpee in Deinze een paar maten kleiner dan zaal Racing in Gavere (op twee boogscheuten van Deinze) waar Bolt Trower in 2006 langskwam om ‘For Those Still Loyal’ voor te stellen, wat hun laatste album zou worden. Redelijk wat fans hadden dat tour-shirt aangetrokken voor het concert in Deinze. Willets liet het in de Elpee niet aan zijn hart komen dat hij voor 150 mensen moest spelen. Reeds vóór het optreden liep hij breeduit lachend tussen het publiek en hij ging gewillig met fans op de selfie.

Maar eerst was er Fractured Insanity. Dit viertal zette in Deinze een heel strakke set neer. Ze brachten vooral materiaal uit hun recentste album ‘Man Made Hell’, uit 2016. Ze openden met “Suicidal Holiness”, daarna volgden nog “Inferno Of A Narcissist”, “Forced To Rome” en “A Blasted Life”. Uit het album ‘Mass Awakeless’ uit 2010 diepten ze titeltrack “Mass Awakeless” en “Insanity’s Haze” op. En uit ‘When Mankind Becomes Dsseased’ uit 2007 was er nog “All Shall Fade”. Afsluiten deden ze met het recente “Man Made Hell”. Het publiek wist de stevige brok brutale deathmetal wel te waarderen. De hoofden gingen op en neer en de vuisten en duivelshoorns kliefden door de lucht. Zanger Stefan riep twee keer dat hij crowdsurfers wou zien, maar daarvoor was het misschien nog wat te vroeg op de avond.

Karl Willets was bijzonder goed bij stem en stond met een brede glimlach op het podium. En dat werkte aanstekelijk. De band opende de set met het nummer “Memoriam”, net als op het album dus. Daarna volgde een sublieme, retestrakke versie van “War Rages On”. Daarna volgde nieuw werk met “Drone Strike” en “Nothing Remains” dat ze op Graspop reeds vrijgegeven hadden. Memoriam is niet louter een vervolg op Bolt Thrower, er spelen ook muzikanten in die een verleden hebben in Benediction en Sacrilege. Daarom speelden ze in Deinze “The Captive” van Sacrilege, wat ook op hun nieuwe EP staat. Het publiek werd enthousiast en er ontstond spontaan een moshpit, hoewel daar in de kleine Elpee nauwelijks plaats voor is bij een uitverkocht concert.
Willets was zo in z’n nopjes dat hij tussen de nummers nogal lang bleef praten met het publiek, maar daar had vooral drummer Andy Whale geen zin in. Als Willets te lang bleef praten, zette hij nog tijdens zijn praatje het volgende nummer in. Dat deed hij niet toen Willets de Memoriam-song “Corrupted System” opdroeg aan de overleden Bolt Thrower-drummer Martin Kearns.
Daarna waren er nog snoeiharde, old-school-death-versies van “Resistance” en “Surrounded By Death”, en twee Bolt Thrower-tracks om de oude fans te plezieren: “Spearhead” en “Powder Burns”. Nog één keer beuken met “Flatline” (uit For The Fallen) en de set zat er op. Een toegift zat er niet in.

Deathmetal leeft nog. En zolang jonge bands als Fractured Insanity het spoor volgen van oudemannenbands als Memoriam, staat de Vlaamse deathmetalfans nog heel wat moois te wachten.



Organisatie: Muziekcafe Elpee ism JBMEvents

Endless Boogie

Endless Boogie - Geniale gitaarescapades

Geschreven door

Endless Boogie - Geniale gitaarescapades
Endless Boogie
café de Zwerver
Leffinge
2017-09-16
Ollie Nollet

Er zijn weinig groepen met zo’n accuraat gekozen groepsnaam als dit Endless Boogie uit Brooklyn, New York. The Jon Spencer Blues Explosion is er ook zo eentje, maar verder? Endless Boogie werd geboren in 1997 maar had nooit veel ambitie. Het was wachten op een duw in de rug van superfan Stephen Malkmus (Pavement) vooraleer de groep begon te touren en platen op te nemen. En het duurde nog tot in 2013 voor ze ook op mijn radar verschenen. Dat was met hun vierde plaat, ‘Long Island’, die me niet onverdeeld gelukkig maakte. De plaat had zeker ‘iets’ : de ‘boogie’ was prachtig maar het ‘endless’ maakte het soms moeilijk verteerbaar. Dit jaar zag hun vijfde, ‘Vibe killer’, het levenslicht en daarop viel alles plots op zijn plaats. De sound werd verder geperfectioneerd, perfecte timing en sterkere songs. Dat en de euforische reacties over hun optreden vorig jaar in Het Bos zorgden ervoor dat de verwachtingen hooggespannen waren.

Maar meteen werd duidelijk dat die zouden worden ingelost. Endless Boogie begon zowaar met hun sterkste song, “Vibe killer”, dat naadloos overliep “Back in ‘74”, een ander prijsnummer van hun laatste LP. Niet geheel zonder risico maar de band had genoeg sterk materiaal meegebracht om de set, waarin geen enkel zwak moment te bespeuren viel, te vullen. Lange, soms repetitief aandoende, nummers waarin de immer subtiele gitaren van Paul ‘Top Dollar’ Major en Jesper ‘The Governor’ Eklow ons hypnotiseerden. Hierbij hadden ze geen batterij effectpedalen nodig, enkel The Governor trapte af en toe omzichtig op een wah wah pedaal. Maar wat klonken die gitaren toch verfijnd, alsof de snaren met fluwelen vingers gestreeld werden. Daarbij werden ze uitstekend in de rug gedekt door een al even briljante drummer (Harry Druzd) en bassist Marc Razo. Die laatste toonde ons enkel zijn rug. Gesponsord door Levi’s om ons het gekende rode lipje op zijn broek te tonen? Samen zorgden ze voor een unieke, moeilijk te beschrijven sound die nochtans bol lijkt te staan van de herkenningspunten. Iedereen zal er wellicht iets anders in horen maar laat ik toch maar de gedachtenstroom, die ze in mijn hoofd veroorzaakten, reconstrueren. John Lee Hooker, uiteraard, ‘Endless Boogie’ is een elpeetitel van hem. Junior Kimbrough in een rockband? Captain “I’n gonna booglarize you baby”Beefheart (de stem van Top Dollar toonde onmiskenbaar gelijkenissen), Canned Heat, Earth, Grateful Dead,... Veel referenties maar daarmee is hun magisch geluid niet gedefinieerd. Endless Boogie herleidt de blues tot minimalistische trance-verwekkende gitaarescapades met veel oog voor details. Het zijn wegen waar geen enkele andere groep zich waagde.
Toch werden we plots bruusk uit onze gelukzalige roes gewekt toen de vier na zo’n drie kwartier zonder ook maar iets te zeggen het podium verlieten. Consternatie en verwarring alom maar het bleek het slechts om een rookpauze te gaan waarna de draad weer feilloos werd opgepikt.

Alweer een optreden om in de annalen van De Zwerver met dikke stift te noteren...

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Mike And The Mechanics

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond

Geschreven door

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond
Mike And The Mechanics
Depot
Leuven
2017-09-13
Dominiek Cnudde

Slechts zo’n 500 toegewijde fans en nieuwsgierigen kwamen in Het Depot kijken naar ‘supergroep’ Mike + The Mechanics. Vandaag kun je de uit de hand gelopen hobbyband van rockicoon Mike Rutherford (beter bekend als de lange, smalle gitarist van Genesis) niet echt meer een superband noemen. Toen Paul Carrack na het ‘Rewired’ album van 2004 besloot om zich te concentreren op eigen solo werk, was de groep op sterven na dood. Eerder had de groep ook al zanger Paul Young verloren toen die in 2000 stierf na een hartaanval. Doch in 2011 blies Mike zijn band nieuw leven in en deed dit met twee nieuwe Mechanics. Zangers Andrew Roachford en Tim Howar moesten wijlen Paul Young en Paul Carrack doen vergeten. Het daaropvolgende album: ‘The Road’ (2011) werd echter zeer lauw onthaald. Het recente album: ‘Let Me Fly’ is echter een hele grote stap in de richting van perfecte pop-rock en bevat enkele subliem mooie popsongs.
De reïncarnatie van Mike + The Mechanics en dat live in de intieme setting van Het Depot….beter kon een muziekavond niet echt worden.

Voor Mike + The Mechanics aantraden mocht  Ben McKelvey, een Londense singer-songwriter, gewapend met de akoestische gitaar en wat drumloops het publiek opwarmen. De sympathieke jonge man deed zijn uiterste best maar toch deden zijn potige akoestische popsongs à la Billy Bragg mij niet echt warm lopen, al was het Mike + The Mechanics publiek wel heel erg vriendelijk voor de enthousiasteling.

België telt nog steeds erg veel Genesis fans en daarom was ik wel erg verwonderd dat zelfs een kleine zaal zoals Het Depot de avond niet kon uitverkopen. Eens te meer hadden de afwezigen ongelijk want het werd een perfecte, nostalgische pop-rock avond. De 90 min. durende set (Mike + The Mechanics spelen vrijwel altijd korte sets) telde slechts 14 songs. De toepasselijke opener “Are You Ready” liet meteen een vrijwel perfecte sound door Het Depot klinken.
Maar het was toch wachten op de eerste herkenbare tonen van “Another Cup Of Coffee” dat de vonk oversloeg. Meteen werd het duidelijk dat Andrew Roachford dé geschikte vervanger is voor Paul Carrack want wat een mooie warme soulvolle stem heeft die man. Best indrukwekkend!! Het huppelende “Get Up” uit de nieuwe plaat kreeg jammer genoeg de talrijke oude knarren niet uit hun comfortabele rode zitjes. Gezongen door Canadees Tim Howar dat zijn stem leende aan de meer rockende songs, die Paul Young destijds voor zijn rekening nam. “Silent Running”, altijd al een pareltje geweest maar live door Roachford nog een niveau hoger getild. “The Best Is Yet To Come”, deed me wat denken aan het beste werk van The Killers maar was toch een van de mindere momenten van de avond.
Dat beste was niet “Land Of Confusion”, noch “I Can’t Dance” (jawel twee Genesis covers) maar wel het pakkende “Let Me Fly” en de sublieme afsluiter “All I Need Is A Miracle”. De Genesis covers vonden natuurlijk wel hun gading bij de fans, die de ‘schoolband’ van Mike nog steeds op handen dragen, maar zelf had ik in de plaats liever twee extra Mike + The Mechanics songs gehoord. Trouwens ik hoorde dit jaar live bij het concert van Ray Wilson (Genesis Classic) versies van beide songs die mij toch meer konden overtuigen. Opmerkelijk was ook “Cuddly Toy (Feel For Me)”, ofwel hét Andrew Roachford momentum. Het bescheiden hitje uit 1989 van Roachford werd erg lang uitgesponnen maar was wel het party moment van de avond! Wat een energie, power en spelplezier legde de band hier aan de dag! Indrukwekkend.
Bissen deden we met het vanzelfsprekende maar onverwoestbare “The Living Years”. Tijdloze song die prachtig a-capella werd ingezet door Andrew. “Word Of Mouth” mag dan wel dé perfecte afsluiter zijn, de versie die we woensdagavond kregen was toch wel iets te lang uitgesponnen (met voor een tweede keer een toch wel overbodige bandvoorstelling).

Conclusie van de avond: Mike Rutherford regeerde als meester en dirigent maar bleef op enkele schitterende gitaarsolo’s na wel op de achtergrond. Vooral de warme soulstem van Andrew Roachford maakte op mij een bijzonder diepe indruk. Tim Howar kon Paul Young niet helemaal doen vergeten maar bewees wel een goede, energieke frontman te zijn. Ook het keyboardspel van Luke Juby was bij momenten zeer prominent aanwezig en een streling voor het oor. Anthony Drennan lijkt dan weer de geschikte gitarist om Mike + The Mechanics anno 2017 mede gestalte te geven. Kortom een zeer solide band die ongetwijfeld het verhaal van Mike + The Mechanics nog 25 jaar kan verlengen
😊.

Setlist: *Are You Ready *Another Cup Of Coffee *Get Up *Silent Running *The Best Is Yet To Come *Land Of Confusion  *Let Me Fly *A Beggar On A Beach of Gold *Cuddly Toy (Incl."Gimme Some Lovin' " snippet) *I Can't Dance  *Over My Shoulder *All I Need Is A Miracle
*The Living Years
*Word Of Mouth (Incl. “Firth of Fifth” / “Superstition” / “Purple Haze” snippets)

Organisatie: Depot, Leuven

Kvelertak

Kvelertak - Er is geen ontkomen aan

Geschreven door

Kvelertak mag op de recente tournee het voorprogramma spelen van Metallica. Het toont hoe hard de band uit Noorwegen gesteund wordt door management en platenfirma. Voor Kvelertak moet het nu dus gaan gebeuren. Ze konden reeds spelen op de grote festivals (Hellfest, Graspop, Roskilde, …) en ze gingen sinds de release van hun derde album ook al mee op tournee met Anthrax en Slayer. Metallica, zowat het summum inzake supports, speelt op deze tournee grofweg slechts om de andere dag. Op de ‘vrije’ dagen doet Kvelertak gewoon nog wat extra shows. En dat nemen ze heel serieus, met een set van anderhalf uur en een eigen voorprogramma dat meereist. In die opstelling deden ze De Kreun in Kortrijk aan en doen ze straks nog o.m. de Aéronef in Lille aan.

Het bevriende en eveneens Noorse Timeworn staat nog helemaal aan het begin van zijn carrière, maar heeft enkele leden die reeds het klappen van de zweep kennen. Hun muziek is vaag verwant aan die van Kvelertak. Ze brengen een mix van black en death, maar dan zonder de blastbeats en met meer een rock ’n roll-drumgeluid en tempo. Dat tempo ligt bij Timeworn toch een stuk lager dan bij Kvelertal en de invloeden komen meer uit de  hardcore dan uit de punkrock. De band deed in De Kreun helaas weinig moeite om het publiek mee te krijgen. De eerste helft van de set stonden de muzikanten naar hun snaren te staren.  Nadien kwamen ze voorzichtig een beetje los en pas bij het aankondigen van het laatste nummer richtte de zanger zich tot het publiek. Het publiek, met opvallend veel Fransen, reageerde beleefd voor de uitstekend gebrachte muziek, maar veel zieltjes zal Timeworn niet gewonnen hebben in Kortrijk.

Het contrast met de veroveringsdrang van Kvelertak kon niet groter zijn. Het enthousiasme en het speelplezier dropen er van af. Zanger Erlend Hjelvik was in het verleden misschien geen grote publieksmenner, maar in Kortrijk liet hij de zaal uit zijn hand eten. Hij verraste met de correcte uitspraak van ‘Kortrijk’ (beter alvast dan het ‘good evening Belgium’ dat de meeste buitenlandse bands hanteren), vertelde dat hij in De Kreun meer plezier beleefde dan bij Metallica, deelde zijn bier met de fans, aaide een paar enthousiaste meisjes over de bol en veegde eigenhandig het zweet van voorhoofden op de eerste rij. De intussen vaste showelementen van Kvelertak ontbraken niet: opkomen met het uilenmasker met lichtgevende oogjes en bij afsluiten zwaaien met de Kvelertak-vlag. Fysiek staat ‘Hjelvik’ scherper dan ooit, merkten enkele dames op.

Ook de rest van de band zocht de hele tijd contact met het publiek, ondanks de heel strakke set. Met drie gitaristen in de band, kan Kvelertak zich weinig fouten of improvisaties veroorloven. Tot de laatste noot van de bisnummers kon je deze Noren op geen enkele valse noot betrappen. De geluidsmix zat eveneens helemaal goed, zodat je elke nuance in de mix van black, death en punk goed kon onderscheiden. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk, zodat het headbangen al  snel oversloeg in een bescheiden moshpit.
De set was grofweg opgedeeld in een aanloop met ouder werk als “Apenbarung”, “Bruane Brenn” en “Mjod”, dan de hoofdmoot met songs uit het recente Nattesferd (“1985”, “Berserkr”, “Bronsegud,” “Nattesferd” en “Nekrodamus”) en dan een vurige finale met “Svartmesse”, “Offernatt” en het luid meegezongen “Blodtorst”, waarbij Hjelvik het op een crowdsurfen zette.
De bisronde werd ingezet met “Heksebrann”, een langzaam opgebouwd duel tussen de gitaristen Vidar Landa en Maciek Ofstad dat haast onmerkbaar overgenomen werd door de derde gitarist, Bjarte Lund Rolland. Het is op zo’n momenten dat opvalt hoe bepalend bv. Rolland, zoals steeds gitaar spelend zonder plectrum, is voor het groepsgeluid. Daarna volgden nog “Manelyst” en afgesloten werd met “Kvelertak” (de song dan).

Kvelertak is klaar voor de grote zalen en podia. Er is geen ontkomen aan.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Pagina 152 van 386