logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
dEUS - 19/03/20...

The Cure

Grasduinen in The Cure’s 4 Tour

Geschreven door
The Cure van zanger/gitarist Robert Smith is al 30 jaar bezig, wat wordt gevierd met de ‘Cure 4 Tour’. Dit jaar mogen we zelfs nieuw werk verwachten; een voorsmaakje liet het kwartet horen met o.a. ”Please project”, ” A boy I never knew” en “Freak Show”, een The Cure van verschillende muzikale gedaantes.

The Cure hield het publiek drie uur lang in hun waveklauwen en het was genieten van hun knap in elkaar gestoken, spannende, gevarieerde set: de atmosferische, sfeervolle slepende treursongs, het strakke soms swingende materiaal, invloedrijk voor jonge bandjes als Interpol en Editors, en een gevarieerde ‘Best of’, waarbij The Cure gretig teruggreep naar hun ‘80’s debuutperiode. Kortom, in de evolutie van hun muzikale aanpak was het grasduinen in de Curehistorie.
Bij de vroegere concerten waren we er al van overtuigd (remember twee keer Rock Werchter en de Lokerse Feesten) dat de band sterk kon uithalen.
Hun optreden in het Sportpaleis bevestigde dat ze na dertig jaar nog niks hebben ingeboet: een intrigerend, meeslepend gitaarspel en –getokkel van Smiths schoonbroer (die zelfs de toetsenpartijen deed vergeten), een bedreven, diep basspel van man-van-het-eerste-uur Simon Gallup en de onderbouwde drumslagen, afhankelijk van het tempo van het nummer, gedragen door Smiths’ onderkoelde, standvastige weemoedige vocals.
De ‘Disintegration’ plaat uit ’89 is duidelijk een mijlplaat in het oeuvre. “Plainsong” opende, gevolgd met dezelfde lijnsongs als “Prayers for rain” en “The end of the world”; af en toe klonk het gitaarspel iets krachtiger en snedig als in “Strange day”. Sfeerschepping alom dus in het eerste deel van de set met “Lovesong”, “To wish impossible things”, een mooi uitgesponnen zalvende “Pictures of you” en een intens meeslepende “From the egde of the deep green sea”. Smith maakte een eerste danspas op “Lullabuy”, wat de voorzet was naar de strakkere pop van “The walk”, “Push” en “Never enough”, gecombineerd met de  swing van “Friday I’m in love”, “In between days” en “Just like heaven”.
Een broeierig “One Hundred years” en een meeslepend, doomy opgebouwde “Disintegration” zorgden na twee uur voor een eerste grootse finale.
In de bis kwam het jaartal 1980 centraal te staan van de platen ‘Seventeen seconds’ en ‘Boys don’t cry’; voor de jongere fans was het kennismaken met de dreigende ‘80’s wavepop, en voor de veertigers onder ons was het plots pure nostalgie: “At Night”, “M”, “Play for today” en “A Forest (juist gedoseerd uitgesponnen, trouwens!) en in de tweede bis “Jumpin’ Someone’s else train”, “Grinding halt”, “10:15 Saturday Night” en de killers “Boys don’t cry” en “Killing an arab” (doch subtiel aangepast!). Met een reeks van vrolijke, poppy uptempo nummertjes besloot The Cure en verve na drie uur: “Freak show”, “Close to me” en “Why can’t I be you”.
Het pogoën uit de vroegere jaren herleefde zelfs ten dele!

The Cure moet niks meer bewijzen; ze boeiden het publiek met een spannende, afwisselende setlist (met klemtoon op een paar baanbrekende platen!) en beschikten nog steeds over een ijzersterke live reputatie!

Het Britse 65daysofstatic ving al vroeg hun set aan; de cultband binnen het postrockgenre hoorden we spijtig genoeg op het achterplan toen we het Sportpaleis binnenkwamen. Hun filmisch dreigende sound galmde in de zaal, en ging van lieflijk tot verbeten explosief; muzikale botsingen die uiteindelijk een gecoördineerd geheel waren. Voor wie hen miste, de groep komt terug voor een clubconert in de Bota!

Organisatie: Live Nation

Editors

Editors: onversneden zwaarmoedigheid

Geschreven door

Editors stonden in Vooruit voor hun tweede van drie uitverkochte clubshows in ons land in evenveel dagen tijd. Het viertal uit, toeval of niet, The Black Country (Birmingham) timmerde de laatste jaren bijzonder succesvol aan de weg naar de absolute top. Van zowel hun debuut ‘The Back Room‘ uit 2005 als van ‘An End Has A Start’ van vorig jaar gingen immers al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. De groep heeft een uitstekende livereputatie hoog te houden en loste ook in Vooruit weer - met hun typische uptempo nummers en herkenbare gitaargeluid - meer dan de verwachtingen in. Het werd een tegelijk hermetische en epische set zoals we die van de groep gewoon zijn. De stem van Tom Smith kleurde opnieuw de randjes van de songs zwart als de nacht.

De set begon slepend en verkillend mooi met “Camera” waarbij de stem van Smith ons soms deed denken aan die van Brendan Perry. De scherpe uptempo titelsong “An End Has A Start” greep het publiek meteen bij het nekvel en zorgde ondanks de problemen met de basgitaar voor een veelbelovend begin. Smith vroeg en kreeg de steun van het publiek en Editors verraste met het in bitterheid gedrenkte “Blood” en “Bullets”. Met herwonnen zelfvertrouwen kronkelde Smith - met de gitaar hoog op de borstkas en gedreven door een diepe bas en een harde en strakke drums - bijna spastisch over het podium.
De respons van het publiek loog er niet om en Editors vervolgde met het langzaam openbloeiende “The Weight Of The World” en het geniaal geconstrueerde “Escape The Nest”. “Lights” zorgde voor een nieuw hoogte-punt door knap gitaarwerk doorspekt met straffe tempowissels. “When Anger Shows”, waarbij een nerveuze drum de door Smith geproduceerde pianoklanken ingenieus net niet op de hielen trapte, werd gevolgd door het atypische “Spiders”. Meer spinnen kregen we met een eigenzinnige versie van “Lullaby”, de speciaal voor de 49e verjaardag van BBC Radio 1 opgenomen cover van The Cure en naamgenoot Smith. Na dit rustpunt werd de set krachtig hernomen door knallende versies van “All Sparks” en het oorstrelende “Munich”. Nieuwe single “Push Your Head Towards The Air”, met de bassist op de toetsen en Smith op semi-akoestische gitaar, zorgde voor een laatste rustpunt alvorens de reguliere set met een fantastisch sterke uitvoering van “Bones” en het altijd in de setlist opgenomen “Fingers In The Factories” werd afgesloten.
Het uitzinnige publiek riep Editors terug en de band trakteerde op een onvergetelijke bis met “The Racing Rats” (met Smith bovenop de piano), het ijzersterk uitgesponnen “You Are Fading” (dat op sommige versies van de debuutplaat als “Cutting” is toegevoegd) en het onmisbare “Smokers Outside The Hospital Doors”.

De band bewees live nog maar eens dat de veeleer beperkende vergelijkingen met andere bands dikwijls onterecht zijn en ze ondertussen echt wel een eigen kenmerkend geluid en dito songs hebben ontwikkeld.

De uit Brooklyn afkomstige supportact Mobius Band zorgde voor gesmaakte dansbare rock met een vinnige drums, wat een ideale opwarmer was voor Editors.

Organisatie: Live Nation

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Gabriel Rios

Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans: drie hoofdrolspelers aan het werk

Geschreven door

De Belgische Puertoricaan Gabriel Rios is de voorbije jaren uitgegroeid tot een publiekslieveling door z’n knuffelbeerpersoontje, sympathieke uitstraling en z’n broeierige, aanstekelijke sound van pop, latino, salsa, soul en hiphop. Na de twee platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’, heeft hij een mooi initiatief klaar, het akoestische ‘Morehead’, met piano/jazzvirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans. Sommige Rios’ songs werden ontkleed, en kregen een alternatieve, sobere aanpak. Een intrigerende kruisbestuiving, die een brug slaat met modern klassiek en jazz, gedragen door de warme stem van Rios; het toont net de vele levens aan van z’n nummers! Een klein anderhalf uur zagen we niet één (Rios), maar drie hoofdrolspelers aan het werk tijdens deze theatertournee!
“Baby lone star” vatte de set aan en was onder een minimale instrumentatie een fluistersong. De elegante, sfeervolle aanpak van een pianotoets, vioolgetokkel en akoestische gitaar zetten de drie verder op “For the wolves” en “Angelhead”. Pakkend en spitsvondig! De dreigende latino op “Raton” neigde naar The Gotan Project en “Rumba” dompelden ze onder in een tango met handgeklap. Rios kwam op “I’m gonna die tonight” en “Wish” even op het voorplan. Daarna was het tijd voor Neve’s beheerste pianospel. Vloeiend en moeiteloos ging hij van ingehouden, meeslepend naar snel en krachtig, een muzikale driehoek van jazz, klassiek en pop; hij werd af en toe ondersteund door Rios’ gitaar en Proesmans’ drums. Het dromerige “Stay”, de recentste single van Rios, bracht ons terug naar de pop, en werd zelfs heftig, als een voorbijrazende trein, besloten.
In een regelrechte 50’s stijl speelden ze “Ain’t no use” en de definitieve afsluiter “Diamond” balanceerde tussen rock’n’roll en jazz.

In de grote Blauwe Zaal werd de avontuurlijke aanpak en het samenspel van het trio sterk onthaald; de Zuiderse latinosoulpop van Rios overleefde zonder problemen het aangepaste alternatieve kleedje.
Een tip zijn voor de komende festivals?

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Arid

Comeback Arid: band moet nog wat op dreef komen

Geschreven door
De comeback van Arid kon niet beter zijn dan op de eigen Gentse thuisbasis. Het was een ‘alive & kicking’ band en een happy weerzien van beide kanten;  Jasper en z’n crew hebben nu pas de derde cd uit ‘All things come in waves’, de langverwachte opvolger na ‘All is quiet now’ (’02). Redenen waren te zoeken in de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose.
De derde cd ligt in het verlengde van de twee vorige, met name melodieus emotievolle poprock en weemoedige ballads, gedragen door de hemels hoge, heldere, soms vrouwelijk aandoende stem van Jasper; doch in de live set, door de stembeperktheid klinkt ze ietwat vervelend na zo’n anderhalf uur!.
De klemtoon kwam uiteraard op de onlangs verschenen cd, poprock en een uiterst sfeervolle sound door de rijkelijk gearrangeerde toetsen en piano.
Jasper en z’n band wisten nog steeds de meisjesharten te breken; op de eerste twintig rijen vond je praktisch geen enkele jonge gast. Arid equals romantische zieltjespop!

Het kwintet had er alvast zin in en begon met twee nieuwe uptempo songs “When it’s over, it’s over” en “Tied to the hand”. De zanger liep in het begin veel heen en weer, en betrok al snel z’n fans bij de songs. En toch …lieten ze een ietwat verkrampte indruk na: te lang geleden dat ze nog samen op een podium stonden? Of podiumvrees?…Who knows.
”Too late tonight” zat al vroeg in de set, werd mooi uitgesponnen, en was de aanzet voor sfeervoller werk als “Wintertime” en “Words”. De band had een afwisselende playlist want “Right this time” en oudjes “Body of you” (waarin Marvin Gaye’s “Sexual healing” in weerklonk) en “You are” waren broeierig, hadden een spannende opbouw en klonken iets krachtiger dan vroeger.
”In praise of”, “Why do you run” volgden; “Life” was de meest avontuurlijke song waarin gitarist Du Pré op steelpedal een hoofdrol innam. Een ingetogen “Lost stories” (run away from you) kwam tot stand toen Jasper op You Tube een clip van Stereophonics zag, en zat aangenaam vervat binnen de drie rocksongs.
Arid zag dat ze nog niet godvergeten waren en trakteerden het publiek na een uur op een uitgebreide bis, waarbij Jasper twee intieme songs speelde, gedragen door z’n hemelse stem. “If you go”, “Me & my melody” en “Dearly departed” waren een rockende finalereeks van een band die er alles aan doet om het succes van vroeger te kunnen evenaren toen hun debuut ‘Little things of Venom’ verscheen.

Slotsom van het ‘late evening’ concert van Arid: goede set, présence, en voldoende variatie tussen rock en ballad, doch de band moet enkele onwennigheden overwinnen.

Organisatie: Live Nation


Eels

Een intens bezwerend avondje van twee protagonisten, E en The Chet

Geschreven door
De begenadigde singer/songwriter, Mark ‘E’ Oliver Everett, schrijft materiaal alsof het een koud kunstje is; met de eindejaarsperiode gooide hij zomaar drie cd’s te grabbel: ‘Meet The Eels – Essential Eels (vol 1 1996 – 2006)’ en de dubbelaar, met liefst vijftig songs ‘Useless trinkets’ (b sides, soundtracks, rarities en unreleased material). Deze platen volgen de 2cd ‘Blinking lights & other revelations’ op van 2005. Daarnaast schreef dear Mr E een boek met talrijke indrukken en ontmoetingen tijdens zijn tournee. Een bezige bij dus!
Wie de optredens van Eels volgt, ziet bij elke plaat een nieuwe perfomance; in 2005 trad hij met aan een strijkerensemble en op Werchter , in oranje overallplunje, gaf hij een rauwe, ongepolijste rock’n’roll show. Wat een clevere, dirty boy toch!

In het KC zagen we op het podium een pak instrumenten, een muziekwinkel waardig. Een afgeladen KC, bestaande uit die hard ‘E’ freaks, genoten van een gezellig ‘E’ avondje van twee multi-instrumentalisten, The Chet en Mr E, die grossierden in het uitgebreide oeuvre; ze stopten de songs, op heerlijk, verrassende wijze, in een sobere, minimale, uitgeklede , soms korte, versie. Ontroering, oprechtheid, zelfspot en ironie waren de thema’s. E werd toegesproken door een stem uit de hemel (was het een goddelijke stem? Of de stem van z’n pa? Of  was het symbolisch de stem van onze onlangs verloren medewerker Jim, die Eels in het hart droeg?) bij de aanvang en het einde van de anderhalf uur durende set: In ieder geval, treffende woorden van De Stem, “This is your life” en “You’ve done good, kid”.

Een reportage van de BBC ‘Paralel Words, Paralel Lives’ over E’s uitstappen, optredens en familiaal leven leidden de set in.
De twee protagonisten speelden twintig nummers; ze volgden elkaar nogal redelijk snel op. Twee keer werd het publiek aangenaam vermaakt toen The Chet, op verzoek van E, met de nodige zelfrelativering, uit E’s boek voorlas en fanmail en positieve en negatieve reviews aanhaalde. Een spitsvondigheid, die de zwaarmoedigheid van de songs opving.

E begon solo, “Grace Kelly blues” en “Ugly love”, elektrische gitaar, piano en mans melancholisch krakende stem.Vanaf het derde “Strawberry blonde” kwam The Chet E vervoegen. In een rijkelijk gekleurd instrumentarium als klokkenspel; zingende zaag, (speelgoed)piano, toetsen, gitaargetokkel en drums, hoorden we aangename emotievolle nummers, als “In the yard, behind the church”, “Last stop: this town” en “Flyswatter”, in een jam gegoten én hoogtepunt in de set: piano en drums werden tot tweemaal toe onderling geruild, zonder dat het publiek maar iets miste; naadloos ging het over naar “Bus stop boxer”. Meesterlijk aangepakt en overtuigende klasse! “Souljacker”, “Dog’s life”, “My beloved monster” en een oerdemoversie van “Novocaïne for the soul” klonken rauwer en krachtiger. “I want to protect you” refereerde aan de bezwerende ‘80’s gitaarrock van The Feelies. “Good times, bad times (led Zeppelin)” werd door The Chet gezongen , en de twee de part van “Souljacker” besloot de set na een goed uur.
Het tweetal werd sterk onthaald, en eerder onverwachts kregen we maar twee encores te horen: “I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart” en “You rock my world”, twee sfeervolle songs, waarbij E z’n knie boog voor z’n ‘beloved’ begeleidingsinstrumentalist The Chet, en hem een ruiker bloemen overhandigde

Eels slaagt er telkens in z’n nummers op boeiende wijze aan te passen en te spelen; wie dacht hem nog eens terug te zien als de zaallichten aanfloepten, was eraan voor de moeite. Die tijd lijkt voor eeuwig voorbij. Maar Eels, de muzikale kameleon, dragen we in ons muzikaal hartje!

Organisatie: Live Nation

Queens of the Stone Age

Belgium smiles above Queens of the Stone Age

Geschreven door

Queens of the Stone Age toonden op het Werchter festival van vorig jaar aan dat ze op scherp stonden. De band rondom Josh Homme speelde een strakke, krachtige en dynamische grungerocksetje. We zagen één brok energie op het podium!
In de Lotto Arena was het niet anders en termen als ruig, ruw, rauw, ongepolijst en beuken waren op hun plaats en toch…net als een ruwe bolster met blanke pit klonk het geheel doordacht, melodieus, gedoseerd, broeierig, spannend, meeslepend, bedreven en energiek door de sterke opbouw.
QOSA heeft iets met ons landje; ze hebben dEUS en Millionaire als vrienden, en kunnen rekenen op een sterke aanhang. Trouwens, tijdens hun Europese tournee was het enkel in België dat ze in zo’n grote zaal optraden, wat de wederzijdse band en liefde hechter maakte. “Belgium smiles above me”, zei Homme die avond nog.

In hun anderhalf uur durende set speelden ze vooral songs uit het recente ‘Era Vulgaris’ (die het ietwat ontgoochelende ‘Lullabies to Paralyze’ opving) en ‘Songs for the deaf’ , de succesplaat uit 2002. Band en publiek beleefden hun avondje wel, ondanks de beschouwende, koele blik van Homme. Hij was alvast onder de indruk toen een crowdsurfer erin slaagde langs de security het publiek in te diven. “Rock’n’roll shit, I like it”, was Homme’s reply!
We zagen een ontketende drummer Castillo, die z’n lichaam en z’n drumstel liet afzien, het diepe basspel van de moeilijk in te tomen Schuman, en het snedige gitaarspel van het duo Van Leeuwen/Homme. Een toetsenist heeft sinds de vorige cd de band vervoegd. In een lichtdecor van kroonlusters dompelden ze ons onder in een stevige portie grungerock..
Na de broeierige opener “You think I ain’t worth a dollar, but I feel like a millionaire”, die door de korte stops ophitsend werkte, waren de eerste 45 minuten in een moordend tempo: “Do it again”, “3’s & 7’s”, “Feel good hit of the summer” (gelinkt aan “ A hard day’s night” van The Beatles), “Go with the flow”, “Hangin’ tree” en “Little sister”. Vóór de hippe sensuele single “Make it with chu” – this one goes out to the ladies-, trakteerden ze ons op enkele beklijvende, bezwerende versies van  “Misfit love”, “In the fade” en “Burn the witch”.
Na het welgekomen, sfeervolle rustpunt hielde het gesmeerde kwintet het publiek in z’n greep, met prachtig gesoleer van gitaar, bas en drums, ondersteund door psychedelica toetsen: “Someone’s in the wolf”, “You can’t quit me baby” en de single “Sick sick sick” vormden een meeslepende, broeierige drie-eenheid, en besloten de set. Een schitterende finale!
Prijsbeesten “No one knows” en “Song for the dead” klonken opzwepend en bedreven, een versmelting van de stoner- en grungerock; twee toegiften om U tegen te zeggen. Dit was ‘Fxx damned beautiful’!

Een bezielde QOSA bracht op hun dooie gemak een hels, verschroeiende set; ze werden op handen gedragen. Ondanks het minder geluid als enig minpunt tekende de band bij een volgend concert voor een nog grotere zaal…, wat verdiend zou zijn.
 
Support was het Schotse Biffy Clyro die we al eens aan het werk zagen met Bloc Party; hun sound ligt ergens tussen de ‘70’s retrorock en de grungerock van Nirvana, Fu Manchu, Foo Fighters. De groep speelde een strakke set, soms ingehouden, soms explosief, maar kampte vooral met te weinig goede snedige songs-met-ballen!

Organisatie: Live Nation

Pagina 376 van 389