logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_03

El Tattoo del Tigre

El Tattoo Del Tigre zorgde voor een omgetoverde Balzaal in de Ha’

Geschreven door

Het werd aangekondigd als een heropleving van de destijds zo beruchte balavonden met een reusachtige bigband. Voor de mensen die de muziek wel aanstekelijk vinden maar niet verder geraken dan op en neer gaande bewegingen van de voeten, was er eerst een heuse dansinitiatie. Voor de ene een hels beleven en uitdaging, voor de andere een leuke opwarmer voor wat een broeierig hete avond werd. Cuba, Brazilië, Puerto Rico, … het lag allemaal voor drie dagen in het pittoreske landschap van de Ha’ te Gent.

Het gezicht van El Tattoo Del Tigre blijft Vlaanderens duizendpoot, Adriaan Van den Hoof. Een meester in de comedy-wereld en een geslaagd acteur, om dan nog te zwijgen van zijn uitspattingen met Discobar Galaxie. Maar dat hij ook de openingssong op zich nam vonden we maar al te loofwaardig. Onder leiding van een meer dan 20-koppige mambo-band met stuk voor stuk topmuzikanten, kon het bal losbarsten.
Tine Embrechts, Nele Bauwens en Freddy Kretschmer vervoegden de band al in het eerste stuk van een concert, dat in drie delen was opgesplitst. Er was de gewaagde en geslaagde cover van “Marcia Baila” van Les Rita Mitsouko, gezongen door Tine.
De vergelijken tussen Marilyn Monroe en Nele Bauwens zijn voortreffelijk. Ze had er dan ook geen enkele moeite mee om “My heart belongs to daddy” op haar manier naar voren te brengen.
In het tweede deel maakten we kennis met Pieter Embrechts, (broer van…). Netjes uitgedost en voorzien van zijn warme zang wist hij zijn stempel te drukken op een dan al prachtige avond. “Eye of the tiger” passeerde ons bijna onherkenbaar, maar tenminste even goed als het originele van Survivor.
Vóór het concert had Adriaan het over een buitenlandse gast, welja, het bleek een halve Belg te zijn. De man die een thuismatch speelde in het derde en laatste deel was Gabriel Rios. Puerto Rico was opeens heel dichtbij. Dat hij er goed uitzag, moesten we aan geen enkele vrouw vertellen en dat hij kan zingen wisten we ook al. Gabriel Rios met een bigband. Subliem! De parket daverde die avond ritmisch in de voor de gelegenheid omgetoverde Balzaal van de Ha'.

El Tattoo Del Tigre verzorgde drie maal veertig minuten uitbundig dansplezier, wat hen één van de meest tot de verbeelding sprekende bigbands van ons landje maakte. Graag halen we de loftrompet ( al was het maar één van hun instrumenten die een dansfeest waarmaakten) boven voor de durf, het enthousiasme en de dynamiek waarop deze mensen het beste van zichzelf gaven om hun muziek te delen met hun publiek.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Prong

De mokerslagen van Tommy Victor’s Prong

Geschreven door

Net als generatiegenoten en trendsetters Life of Agony en Type O Negative kende het New Yorkse Prong zijn gloriejaren in de nineties. Wie toen grunge te commercieel vond en niet behoorde tot de klassieke metalheads kon in de strakke hardcoremetal van Prong een waardig alternatief vinden. Na jaren van radiostilte knalde vorig jaar terug heuglijk nieuws uit de Prong speakers; voorman en bezieler Tommy Victor bleek na een kortstondig live avontuur met nonkel Al Jourgensen bij Ministry een nieuwe ritmesectie rond zich te hebben verzameld voor de opnames van ‘Power Of The Damager’, met voorsprong het hardste, kwaadste en meest intense Prong album ooit.

Afgelopen vrijdag kwamen oude en nieuwe fans checken of er na ruim 20 (!) jaar al enige sleet zat op de live reputatie van Victor & co. Deze vraag bleek al vlug overbodig na de knallende openers “Bad Fall” en “No Justice”: Prong zou gaan voor een gespierde set vol adrenaline uppercuts met een minimum aan ademruimte. Massaal herkenningsapplaus was er een eerste keer voor “Rude Awakening”, het titelnummer van hun onterecht neergesabelde album uit 1996. Victor kon de publieksrespons zichtbaar appreciëren, en gooide met de overigens overbodige vraag “Do you wanna hear the old ones?” prompt nog wat meer olie op het vuur. Afgewisseld met nieuwe nummers werden klassieke Prong salvo’s zoals “Another Worldly Device” en “Broken Peace” uit het ‘Cleansing’ album (1994) en “For Dear Life” en “Beg To Differ” uit het gelijknamige doorbraakalbum (1990) meedogenloos de zaal ingevuurd.
In tegenstelling tot vele van hun soortgenoten in het metalhokje verstaat Prong de kunst om dreigende boodschappen over politieke hypocrisie en sociale vervreemding met het nodige spelplezier over te brengen. Victor’s kijk op de wereld blijft na al die jaren nog steeds doorspekt van onmacht en woede, getuige het meedogenloze “Looking For Them” en het gretige “The Banishment”. Prong snoerde met deze nieuwe nummers de mond van alle twijfelaars die de groep al hadden opgegeven, en trakteerde de al iets oudere fans op het einde van het eerste deel met onze persoonlijke favoriet “Who’s Fist Is This Anyway” en het ophitsende “Snap Your Fingers, Snap Your Neck”.

Het publiek was ondertussen nabij het kookpunt en schreeuwde de groep tot tweemaal terug. Euforisch en zichtbaar genietend van dit welgemeend respect slingerden Victor en zijn bijzonder goed geoliede ritmesectie (Monte Pittman op bas en Aaron Rossi op drums) als ultiem slotakkoord “Unconditional” en “Prove You Wrong” de zaal in. Dit laatste nummer leek wel symbolisch gekozen voor de afwezigen die alweer ongelijk hadden: zolang Tommy Victor zich blijft ergeren aan deze klotewereld zal Prong immers garant blijven staan voor de meest opwindende riffs in het metal landschap!

Het Prong publiek werd langzaam maar zeker opgewarmd door een drietal uiteenlopende heavy acts van eigen bodem. Wij herinneren ons uit dit rijtje vooral Mans Ruin (toeval of niet tevens een songtitel van Prong!?), die een niet onaardige mix van strakke Thin Lizzy-achtige hardrock en melodieuze stoner brachten. De zanger blijkt te beschikken over een vrij indrukwekkend strot en nam bovendien alle gitaarsolo’s voor zijn rekening. Met weinig beklijvende teksten over herenverdriet en vrouwelijk schoon scoorde de groep dan weer stukken minder op de schaal van de originaliteit.

Het publiek had zich tot dan toe vrij passief opgesteld, maar daar bleek snel verandering in te komen toen Spoil Engine eerst het podium en nadien ook de zaal bestormde. De groep versierde vorig jaar een plaats op de affiche van Graspop, en kwam hun reputatie van vaderlandse trashmetalurgen hier nog eens dik in de verf zetten. Geen spek voor de bek van ondergetekende echter, we hebben dit Slipknot namelijk ooit beter en gevarieerder zien doen. Volgende keer misschien eens denken aan een verkleedpartij met enge maskers en een batterij olievaten het podium opzeulen?

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

Helloween

Helloween, Gamma Ray en Axxis: een avond om vrolijk van te worden

Geschreven door

Op een doordeweekse donderdagavond, in een periode waar heel wat studenten achter de boeken horen te zitten, slaagde deze line-up er nog steeds in om Hof ter Lo uitverkocht te krijgen. Het was even schrikken toen ik de zaal binnenkwam bij aanvang van het optreden van Axxis. Dat de zaal toen al vol zou staan had ik namelijk helemaal niet verwacht.
Toen mijn blik op het podium viel, schrok ik echter nog meer. In eerste instantie niet onmiddellijk van het, nog half verborgen decor van Helloween, maar eerder van de onnozele danspasjes van Axxis-zanger Bernhard Weiss. Het leek namelijk alsof hij als een gek in zijn eigen kruis aan het kloppen was, geen wonder dat de man zo hoog kan zingen. De sympathieke Duitser bleek er zin in te hebben en gaf zich dan ook volledig. Voor één keer bleek het voorprogramma ook nog het geluk te hebben om met het beste geluid van de avond weg te lopen. Helaas betekende dit ook dat Ana van de band Magica ook zeer goed te horen was. Een echt slechte zangeres is het niet, maar op één of andere manier probeert ze zo hoog te zingen dat het niet meer aanhoorbaar is. Ondanks de sterke prestaties van de rest van de groep, overwoog ik toch even of ik mij niet nog even aan de bar zou nestelen. Uiteindelijk ben ik toch gebleven en zag ik hoe Bernie zijn best deed om het publiek al serieus op te zwepen, wat uiteindelijk voor een voorprogramma ook behoorlijk goed lukte. Zijn brief die hij in het Nederlands voorlas kwam wel grappig over, maar haalde wel wat de vaart uit het optreden. De heren van Axxis eindigden hun deel van het verhaal met het vrolijke, waarbij Ana aan de kant bleef. Mooie opwarming voor Gamma Ray en Helloween, maar door Ana bleef het hier ook bij.

Gamma Ray vloog er van bij het begin goed in. Openen met “Gardens of the Sinner” is volgens mij een uitstekende keuze. Onmiddellijk werd het publiek opgezweept en werd er uit volle borst meegezongen. Al snel werd het duidelijk, dat de heren er zin in hadden en dat we heel wat mochten verwachten deze avond. Helaas bleek de man aan de PA daar bij momenten anders over te beslissen. Gamma Ray zette ondanks de geluidsproblemen een feilloze set neer, waarbij heel wat nummers aan bod kwamen, van diverse CD’s uit de periode na Ralf Scheepers (Primal Fear). Van het nieuwe album kregen we “From the Ashes” en “Empress” voorgeschoteld. Beide nummers halen wel een hoog niveau, maar kunnen toch nog altijd niet tippen aan pakweg “Rebellion In Dreamland” van het eerste ‘Land Of The Free’ album. Dit nummer werd dan ook schitterend en vol overgave gebracht door Kai Hansen en de zijnen. Dat de man als entertainer geboren is, staat buiten discussie! Zoals hij het publiek kan opzwepen, kunnen weinig anderen het. Hij hoeft zelfs nog zijn mond niet te openen, door vol overgave zijn gitaar te laten zinderen straalt hij een grote hoeveelheid energie uit. Het publiek reageerde hierop ook uitbundig. Met “Rebellion in Dreamland” was de toon gezet voor de slotfase.
Met krakers als “Heavy Metal Universe”, “Ride the Sky” en “Somewhere out in space” werd de setlist enthousiast afgerond. Na een klein uur verliet Gamma Ray het podium. Tevreden kan je daar als fan echter niet mee zijn, waardoor de band door een groot deel van het publiek luidruchtig teruggeroepen werd. Als toegift kregen we nog “Send me a Sign” van het ‘Power plant’ album. Zowel Gamma Ray als het publiek leken tevreden te zijn over de prestatie, al had ik ze toch al beter aan het werk gezien. De man achter de PA had hierin echter een behoorlijk aandeel.

Na een korte pauze was het de beurt aan Helloween die er de boel mochten afsluiten. De verwachtingen rond het optreden waren bij velen hoog gespannen. Voor het eerst tourde Gamma Ray met Helloween. Redenen genoeg om te kunnen verwachten dat Kai Hansen nog eens met zijn oude band op het podium zou klimmen. Toen het AC/DC luid door de boksen knalde en de lichten stilletjes aan begonnen te doven, ontwaakte het publiek opnieuw. De gezangen van enkele “happy happy Helloween” fans weerklonken in de zaal. Helloween beantwoordde het warme onthaal met een eerste hoogtepunt van de avond. Hoe kan je namelijk beter starten dan met een topper als “Halloween”. Van bij de eerste tonen wapperden heel wat haren door de lucht. De lyrics werden door het uitzinnige publiek uit volle borst meegezongen.
Na een korte verwelkoming werd de set vervolgd met het van de ‘Master of the Rings’ CD afkomstige “Sole Survivor” en “March of Time” van ‘Keeper of the Seven Keys part II’. Dat de nieuwe nummers bij het publiek nog niet volledig doorgedrongen waren, was duidelijk te merken aan de reacties. Het poppy “As Long As I Fall” werd nogal tam onthaald, maar is nu ook niet bepaald een hoogvlieger. Vervolgens kreeg de band ook nog eens te kampen met wat geluidsproblemen waardoor “We burn” en “A Tale that wasn’t Right” nogal mak overkwamen. Het kostte Dani Löble dan ook heel wat moeite om het publiek terug op te zwepen met zijn vermakelijke drumsolo. Na de intro van “King for a 1000 Years” betrad de rest van de band opnieuw het podium, om vervolgens een verkorte versie van het nummer te spelen. Dit had voor mij een tweede hoogtepunt kunnen worden, maar draaide uit tot een dieptepunt in de set. Opnieuw lag de man achter de PA waarschijnlijk half te slapen, want pas bij de gitaarsolo in de helft van het nummer ontdekte hij dat die eigenlijk veel te stil stond terwijl de helft van het publiek al een hele tijd vragend naar elkaar stond te kijken.
Gelukkig werd het dieptepunt al snel afgewisseld met een tweede hoogtepunt, waardoor de balans terug in evenwicht was. Andi Deris bewees met “Eagle Fly Free” hoe goed hij kan zingen. Het publiek werd opnieuw razend enthousiast en zong terug uit volle borst mee. Ikzelf stond echter verbaasd aan de grond genageld te luisteren naar de schitterende vocalen van Andi. Bij deze prestatie klonk het erop, en volgde “The Bells of the Seven Hells” maar mak en had ik alweer even moeite om mij te blijven focussen op het optreden (al zal de vermoeidheid hier ook wel parten hebben gespeeld). Ik werd echter al snel weer wakker geschud, toen “If I Could Fly” door de boksen klonk, gevolgd door het vrolijke “Dr. Stein”. Onder luid applaus verliet Helloween het podium om even later terug te komen in een nieuwe outfit. Hierbij werd ons een Medley geserveerd waarin “I Can”, “Where the Rain Grows”, “Perfect Gentlemen”, “Power” en “Keeper of the Seven Keys” aan bod kwamen. Tijdens deze medley werd ook een interactief deel voorzien, waarop het reeds uitgedunde publiek vrolijk inging.
Na opnieuw een korte pauze kwam het ultieme hoogtepunt van de avond eindelijk aan bod. Zowel Helloween als Gamma Ray vulden het podium om een wervelend slot te breien aan een afwisselende set. “Future World” en “I want Out” werden afwisselend door Kai en Andi gezongen, ondersteund door het volledige publiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat iedereen na het optreden vrolijk de zaal verliet.

Door de ervaring en het enthousiasme van Helloween en Gamma Ray vergat ik al snel de, bij momenten erbarmelijke, geluidskwaliteit en verliet ook ik de zaal met een goed gevoel. Maar lang zal het optreden mij waarschijnlijk niet bij blijven.

Org: Biebob, Vosselaar

Robyn

Beloftevolle Zweedse Robyn heeft meer dan een ‘heartbeat’ in haar mars

Geschreven door

1997: Jonge Zweedse blonde deerne van 18 jaar scoort een monsterhit “Show me love”, een freaky danspopdisco nummer. Tien jaar later: vóór 2007 leek Robin Miriam Carllson wel van de aardbodem verdwenen; ze kon maar geen vervolg breien aan haar debuut. Dankzij de keuze in alle vrijheid muziek te willen  maken op haar Konichiwa label, kwam ze opnieuw op het voorplan met haar vierde plaat, simpelweg ‘Robyn’ genaamd en de single “With every heartbeat”.

Er was alvast heel wat belangstelling om deze beloftevolle artieste aan het werk te zien, want de Bota was bijna uitverkocht. Ze trok de kaart van een groovy dansbare, strakke set met haar band (elektronica en drums) , af en toe was een meer sfeervolle noot te horen. De songs kregen elan door haar sympathieke uitstraling, enthousiasme, pose met gekruiste armen in de lenden en haar sensuele ‘saturday night fever’ danspasjes.
Een klein uur konden we genieten van het songmateriaal van de laatste cd, af en toe aangevuld met enkele oudjes. Robyn profileerde zich ergens tussen Madonna, Roisin Murphy en de zangeressen Catherall/Sulley van The Human league . Niet verwonderlijk , want haar sound biedt ‘80’s popdance, waarin electro, soul, funk en hiphop zijn verwerkt.
De dansspieren werden onmiddellijk geprikkeld met het freakende “Cobrastyle”, het electro neigende “Crash & burn girl”, en een aanstekelijke “Who’s that girl”. Ze was onder de indruk van de respons en populariteit. De soulgetinte “Bum like you” en “Handle me” klonken sfeervol. Het tempo werd opnieuw opgekrikt door het elektronicageflirt op “Konichiwa bitches”, het oudje “Keep this fire burning” en “Be mine”. De doorbraak single “With every heartbeat” (bepaald door het typisch Scandinavisch toetsenwerk en haar dromerige stem) mocht de korte, doch puike set besluiten.
Onder luid applaus kwam ze telkens terug. waarbij “Show me love” eigentijds klonk door acapella/gospel. “Dream on” werd omgetoverd tot een ingetogen pianoballad, wat haar stem een tweede maal onder hoogspanning bracht.

Robyn: Popmuziek, popplaat, popartieste die intrigeerde; de dame mogen we in 2008 in het oog houden!

Organisatie: Botanique,Brussel

Ozark Henry

Ozark Henry: clubtournee als kerstgeleider

Geschreven door

Piet Goddaer is rusteloos. Z’n droom verwezenlijkte hij al door ‘The soft machine’ voor te stellen in Vorst Nationaal en op Pukkelpop. Een uitgebreide clubtournee breide hij in deze ‘donkere’ dagen, die telkens het ticket uitverkocht kreeg. En ons bezig bijtje heeft nav het overzichtsalbum ‘A Decade’ al optredens gepland in de Lotto Arena in april 2008.
Het was een uitgelezen kans met de kerst om de intieme set te beluisteren. Een klein anderhalf uur hoorden we Goddaer in een hoofdrol als zanger/componist, op toetsen en op bas. De klemtoon legde hij met z’n band (opnieuw) op de laatste twee cd’s, waarbij de kaart van een sfeervol, rustige aanpak werd getrokken. Een knus aangename verpozing. Een mooi decor van grote witte bollen en sterretjes zorgde voor de gezelligheid. Intimiteit troef dus, waarbij we enkel nog de openhaard op het podium misten.

Blootsvoets (om contact met de grond en z’n materiaal te hebben) en nederig (zijn we intussen al gewoon van hem) betrad hij het podium. Ozark Henry was een kwartet, waarbij de instrumentatie uiterst sober werd gehouden. Met z’n vaste toetsenist/pianist Didier Deruytter, opende Goddaer heel ingetogen “Sweet instigator”. In de volledige bezetting klonken “Splinter”, “Grace”, “Le temps qui reste” ingehouden. “Vespertine” was adembenemend, enkel bepaald door piano en stem. “To walk again” (soundtrack van de gelijknamige film over de triatleet Mark Herremans) en “Morpheus” speelden ze iets krachtiger. Het al tien jaar oude “Me & my sister” was ontdaan van z’n  trippopconcept en werd gedragen door een begeesterende pianopartij.
Tijd voor bekender werk: “Word up” (refrein werd zachtjes meegezongen!), “These days” en de huidige single “God speed”, werden gekenmerkt door een sterke opbouw, ingetogen, pittig, soms snedig en mooi uitgebalanceerd.
Goddaer en de zijnen speelden na een goed uur nog een drietal nummers in de bis, waaronder “At sea”, “Indian summer” en een uiterst gevoelig “Give yourself a chance with me”. Een vleugje pianovirtuositeit besloot definitief de avond. Intussentijd waren we al vertrouwd met z’n stokwoordje “Merci” tussen enkele nummers door en bij de voorstelling van de band.

Goddaer was de ideale kerstgeleider. Zijn muzikale kerstkalkoen heeft ons gesmaakt.

Organisatie: Vooruit, Gent

Sunn O)))

Sunn O))): gitzwarte hoogmis

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap Sunn 0))), onder Stephen O Mailley en Greg Anderson, hebben de muzikale formule klaar van de apocalyps: een unieke sound van een hallucinante, tranceachtige dronetrip van logge, repeterende, donkere en ronkende ritmes van Moog synthi, gitaar- en bas feedbackgeraas, onder een muur van versterkers en pedaaleffects. De recente cd ‘Black One’ bereikte zelfs een ruimer publiek.

De vijf heren in monnikspij speelden anderhalf uur lang een instrumentale ‘wall of sound’, een hypnotiserend, angstinducerend geluid in een mistig rookgordijn. Enkel was er het gemis van een Gregoriaanse zang. Het leek de soundtrack voor horror suspense, de Stephen King films en Friday the 13ths. Muziek die het daglicht niet kan verdragen …
Er was de schitterende start van een diepe, ‘to the bone’ klinkende trombone, waarin de sound aanzwol naar een waaier van noise en fuzz en een verloren gewaaid pianoriedeltje. Het dreigende ‘drone’ karakter trilde door je lichaam. De band liet een sterke indruk na.
Sunn O))) was Halloween en tekende voor een gitzwarte hoogmis. In het rookgordijn zagen we slechts af en toe een schim van de five people in capes en hun instrument. De typisch monniksgebaren en rituelen betekenden alvast een meerwaarde.

Black Heart Rebellion, een jonge Brugse band, was de perfecte warming up. Hun combinatie van hardcore, postrock, soundscapes en screamo kon rekenen op een sterke respons. Ergens tussen Isis, Amen Ra, 65 daysofstatic en Mogwai. Trouwens, de band stond middenin de zaal, een ‘abandinabox’, in een lichtdecor van zwart-witte sneeuw van een twintigtal dooreen gestapelde (oude) tv toestellen, waarvan de distributie was uitgevallen. Een prachtige vondst die hun sound fijn onderstreepte. De zang had geen microversterking nodig en ging door merg en been.

De twee groepen tekenden voor een niet alledaags concertavondje, en waren een beangstigende, huiveringwekkende nachtmerrie.

Organisatie: 4AD Diksmuide

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 379 van 389