logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_10
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 29 oktober 2015 02:00

All Things Under Heaven

Wat gebeurt er als je Swans, The Birthday Party en The Stooges veertien dagen ergens in het hartje van de jungle bij een kannibalenstam laat overnachten ? Dan krijg je zo iets als ‘All Things Under Heaven’, de nieuwe van The Icarus Line, een onherbergzame band die alle uithoeken van de ongecultiveerde wereld opzoekt. De band wordt met de jaren meer ongrijpbaar en kleurt steeds verder buiten de lijnen, maar klinkt ook steeds beter.
‘Slave Vows’ en ‘Avowed Slavery’ waren al twee schuimbekkende lappen roerigheid, deze ‘All Things Under Haven’ is zowaar nog uitzinniger, grimmiger en intenser. Gitaren scheuren en barsten open, noise erupties snijden diepe gleuven in het beton en allerlei ongedierte komt voortdurend van achter de struiken geslopen.
Frontman Joe Cardamone spuwt zijn getormenteerde ziel er uit op songs als “Ride Or Die” en “Total Pandemonium”, het zijn agressieve monsters met doordringende giftanden en ongure levensdriften. In zwaarmoedige hompen als “El Sereno” en “Little Horn” huist bijna de geest van Michael Gira, dit is het soort schrikwekkende dreiging die hij ook uit zijn almachtige Swans zou puren. Nog zo een onvermijdelijke invloed die door Cardamone’s aderen loopt is de onvermijdelijke Nick Cave, en dan meer bepaald de jonge Cave toen die nog aan allerlei verboden stuff zat. Of ook de Nick Cave van Grinderman natuurlijk, check de desolate klanken van “Bedlam Blue”, de onbeteugelde agressie van “Mirror” en de ontspoorde gospel van “Solar Plexus” .
‘All Things Under Heaven ‘ is allesbehalve een hapklare brok muziek, het is een gewaagde trektocht doorheen een wildernis van hachelijk struikgewas waarachter allerlei akelige creaturen verscholen zitten.

donderdag 29 oktober 2015 02:00

Pylon

Bij Killing Joke is het heilige vuur nog lang niet geluwd. Sedert hun ontvlambare comeback plaat ‘Killing Joke’ uit 2003 spelen zij steevast terug in de top van de hoogste klasse. Ook ‘Hosannas From The Basement Of Hell’ (2006), ‘Absolute Dissent’ (2010) en ‘MMXII’ (2012) waren stuk voor stuk hondsbrutale platen waarop Killing Joke zinderende post-punk liet opboksen tegen een muur van striemende metal-riffs. De nieuwe ‘Pylon’ mag fier dit rijtje vervoegen. Met de droge moordriff, de aardedonkere synths en de psychotische vocals op opener “Autonomous Zone” komt Killing Joke nog eens fijntjes tonen dat zij grondleggers zijn van de zogenaamde industrial, een genre die verder werd groot gemaakt door o.a. Nine Inch Nails, Ministry en The Young Gods. Een song als “Euphoria” lijkt wel het ruigere broertje van de eighties hit “Love Like Blood”, maar dan ontdaan van enig hitpotentieel en daarom zo veel beter. Het laaiende “New Jerusalem” is een dansnummer, eentje waarop zombies dansen nadat die zijn teruggekomen van een moordzuchtige bloederige missie. “I Am The Virus” is een terreuraanval, een splinterbom die recht in het gezicht ontploft, denk aan het fenomenale “Asteroid” uit die fameuze hondsdolle plaat ‘Killing Joke’ uit 2003.
Dit is nu toch al weer de derde plaat waarop Killing Joke in zijn originele bezetting schittert, en dat werpt zo zijn vruchten af, hun geluid is stilaan terug onverwoestbaar geworden. Geordie Walker is een gitarist die het begrip moordriff meermaals in ere herstelt, de ritmesectie Youth (bass) en Paul Ferguson (drums) pompen daarachter die massieve donderklanken en halve gek Jazz Coleman voorziet het hele goedje van bezeten en boosaardige vocals. Gevolg : een solide en krachtige sound waar geen speld is tussen te krijgen.

donderdag 29 oktober 2015 02:00

The Epic

Een plaat die hier nu al lang ligt te broeden op onze desk en één waar wij steeds meer met volle overgave in verdwalen is ‘The Epic’ van Kamasi Washington. Een wel zeer omvangrijk werkstuk die zijn naam niet gestolen heeft, een opus van maar liefst drie cd’s goed voor zo eventjes een droge drie uur muzikale genialiteit.
Let wel, dit speelt zich af ver buiten de wereld van de rock- en popmuziek, het is een ware jazzmarathon die zijn wortels vindt bij grootheden als Wayne Shorter, Donald Byrd, Fela Kuti, Miles Davis, John Coltrane en Herbie Hancock. En dan te zeggen dat dit een debuutplaat is, meer bepaald van een uiterst begaafde 34 jarige saxofonist, een supertalent die voorheen zijn sporen verdiende in de backing band van diverse jazz artiesten, maar ook bij meer hippe namen als Kendrick Lamar en Flying Lotus.
Kamasi Washington gunt op dit epische werkstuk zijn muziek en diens uitvoerders alle tijd om hun weg te vinden, de composities durven al eens uitlopen tot boven de 14 minuten en het soleerwerk is royaal aanwezig. Naast een kwistig aanbod aan virtuoze saxofoonpartijen van de meester zelf is er voldoende speelruimte voor een resem uitmuntende muzikanten die zich hier ten volle mogen ontplooien.
‘The Epic’ is een broeihaard van blazers, strijkers, piano, seventies orgels, geraffineerde bassen en koorgezangen die uit een futuristische film lijken te zijn weggelopen. Er is tijd zat voor kleurrijke en geïnspireerde jams maar het wordt nooit richtingloos. Ook niet-jazzfreaks, en daar rekenen we onszelf toe, kunnen hier met volle teugen van genieten. U hoeft dit niet in één ruk uit te zitten, wij vinden het immers ook een heuse uitdaging om drie uur aan een stuk naar jazz te luisteren, ook al is die van het meesterlijkste soort . U mag het van ons mondjesmaat doen, deze rijkelijke en magistrale jazzmuziek zal sowieso nieuwe deuren openen.
Met zo een imponerend kunstwerk achter de kiezen mogen we deze debutant al meteen een plaatsje geven tussen de jazzgrootheden die wij hier hebben vermeld.

donderdag 29 oktober 2015 02:00

New Bermuda

Tip : zet al uw huisgenoten tijdelijk het huis uit (de kat loopt vanzelf wel weg), zet alle ramen open (’t zal nodig zijn, ook al is ’t putje winter), schuif uw complete interieur aan de kant, schenk u zelf een Bloody Mary Extra Strong in, zet een stevige valhelm op uw kop, doe een kogelvrij vest aan en plaats de nieuwe Deafheaven in de cd lader. Op maximum volume, voor wie het aandurft. Als u een beetje vertrouwd ben met de bloeddorstige voorganger ‘Sunbather’ dan weet u wat u te wachten staat, de tijd van uw leven.
Deafheaven is een metalband die meer buiten de grenzen van het genre vertoeft dan er binnen, die met een voorhamer alle muren sloopt tot er niets meer intact is en die na de meest gewelddadige terreuraanval plots alle sirenes stil legt om over te schakelen op een sensitieve serenade. Van loeiharde metal met krijsende vocals (hier worden meerdere varkens gekeeld) gaat het naar wondermooie post-rock met heerlijk uitwaaiende gitaren.
Neem nu bijvoorbeeld het 10 minuten durende “Luna”, dat begint met de meest extreme teringherrie om dan na zes minuten te worden bevangen door glorieuze post-rock gitaren die een prachtige melodie komen neerzetten. Het echte pronkstuk is echter “Baby Blue”, waarbij een glooiende intro na drie genotvolle minuten transformeert in een brok granieten metal met excellent soleerwerk en pompende riffs.
En altijd weer is daar die duivelse George Clarke die zijn zien ziel er op een weerzinwekkende en destructieve manier uitschreeuwt. Vermoedelijk worden diens stembanden na elke take gespoeld met een kokend mengsel van kerosine, cyanide en hyenabloed. Hier houdt hij het vijf songs vol, vijf meesterlijke brokken lawaai die samen goed zijn voor vijftig minuten bloedstollend geraas geflankeerd met weelderige post-rock adempauzes.
‘New Bermuda’ is een plaat die uiterst dodelijk gif spuwt, een helse schijf om op hoog volume te draaien en de buren de gordijnen mee in te jagen, zelfs al wonen die op meer dan 100 meter afstand.

zondag 01 november 2015 02:00

Two Gallants – Rauw en beziekd

Het duo Adam Stephens (zang en gitaar) en Tyson Vogel (drum en zang) hebben nooit het succes gekend van The White Stripes en The Black Keys, maar blijken het uiteindelijk nog het langst van al uit te zingen met zijn tweeën. The White Stripes zijn dood en begraven en The Black Keys staan de laatste tijd met een volledige band op het podium, waarmee ze jammerlijk vaarwel gezegd hebben tegen hun originele sound, wij gaan heus niet verschieten als hun volgende plaat met het filharmonisch orkest wordt opgenomen.

Maar goed dus dat Two Gallants wel trouw blijven aan hun roots. Natuurlijk hebben ze naar Stripes en prille Keys geluisterd, maar ze hebben vooral ook zitten snuisteren in het beste en meest oprechte werk van Bob Dylan en Neil Young. Wij herkennen er trouwens ook de bevlogenheid van de intiemste songs van Buffalo Tom in. Na vijf albums heeft hun mix van blues, rauwe folk en passionele garage-rock een geheel eigen gezicht gekregen. Hun recentste album ‘We Are Undone’ is nog maar eens een ongeslepen diamant die op alle vlakken die halfslachtige laatste plaat van The Black Keys overstijgt.
De vlijmscherpe folk-rock van “Despite What You’ve Been Told” en de ongeschoren bluesrock van “We Are Undone” lieten al meteen het beste verhopen. Dit zou een avondje pure rootsy muziek worden recht vanuit het hart, met zinderende drums en een snedige gitaar die hard kon slaan en gevoelig kon troosten.
Dankzij Stephens emotievolle rasperige stem en zijn rauwe gitaarspel klonk Two Gallants heel bezield. “My Love Won’t Wait” en “Seems Like Home To Me” ontpopten zich als ruwe pareltjes waar we echt stil van werden. Nog zo een adembenemend moment was “Fly Low Carrion Crow” waarvoor Stephens achter de piano ging postvatten om een onversneden brokje emotie op het publiek los te laten. Zaten wij daar al met de krop in de keel en toen moest die piano nog overvloeien in een wondermooi “InvitationTo The Funeral”, gingen we al helemaal in katzwijm.
Met de rauwe folk-rock pareltjes “Steady Rollin’” en “Las Cruces Jail” uit die prachtige plaat ‘What The Toll Tells’ zette het duo een grof staaltje ongekende authenticiteit neer. Nog zo een absoluut hoogtepunt was ongetwijfeld het vurige “Some trouble”, een begeesterde song die dreef op een snedige Crazy Horse gitaar.

Dit duo overtuigde vooral door een vorm van puurheid die we dezer dagen niet veel meer tegenkomen. Two Gallants konden vanavond met hun rauwe songs tegelijkertijd het hardste hout doorklieven en het taaiste vrouwenhart veroveren.

Organisatie: Democrazy, Gent

dinsdag 03 november 2015 02:00

Archive – Groots als altijd

In Groot Brittanië moeten ze deze band niet, en bij ons is het al niet veel beter. Waarom ? dat vragen wij ons eerlijk gezegd ook af. Misschien is het omdat Archive niet in één hokje te krijgen is. De band flirt zowel met trip-hop en post-rock als met prog-rock en alternatieve rock. Het gaat van Massive Attack tot Mogwai, van Pink Floyd tot Radiohead. De Britse pers breekt Archive niet echt af, maar wat eigenlijk nog erger is, ze zwijgen hen dood. Archive is niet cool genoeg, en is al zeker de nieuwe Oasis of Libertines niet. Gelukkig maar.

Deze zomer schitterde Archive nog op Rock Werchter. Zij die zich de moeite getroost hebben om dat ‘onbekende ‘ groepje eens te checken, waren allemaal bijzonder enthousiast en vroegen zich terecht af waarom ze deze band nog niet eerder hadden ontdekt. Zoals in Frankrijk bijvoorbeeld, waar Archive steevast voor uitverkochte zalen speelt.
Vlamingen zijn duidelijk hardleers want ondanks die succesvolle passage op Rock Werchter was zaal Depot in Leuven wederom maar half volgelopen voor deze schitterende rockband. Nu goed, wij waren er wel, en we mochten alweer een uitmuntend concertje meemaken. Al heel vroeg in de set liet Archive het adembenemende “Fuck You” op het publiek los, voor ons was dit een duidelijk opgestoken middelvinger naar al die onwetenden die weer eens hun kat gestuurd hadden. Archive speelde met klasse, passie, sfeer en onnavolgbare drijfkracht.
De band wist de ene climax na de andere te produceren, we werden haast duizelig van zoveel pracht. “Finding It So Hard” werd gedreven door jachtige percussie, een song zo opzwepend dat een mens er het bewustzijn zou bij verliezen. Dit was verdomme drum’n’bass, maar dan uit het goeie hout gesneden, en met echte instrumenten. Ook “Crushed”, uit die laatste alweer fantastisch plaat ‘Restricted’, beukte op dat elan door.
De vocals werden vanavond netjes verdeeld onder de twee breinen achter Archive, Darius Keeler en Danny Griffiths, zei wisten onder meer “Dangervisit” en “Bullets’, twee absolute parels uit ’Controlling Crowds’, naar ongekende atmosferische hoogtes te loodsen.
Eén gemis merkten we op. Archive heeft doorgaans één of zelfs twee fabelachtige zangeressen mee op tournee, maar deze waren nu helaas thuis bij de kroost gebleven waardoor de band enkele van hun meest wonderlijke songs noodgedwongen uit de set moesten schrappen.
Maar ook zonder de dames zat er meer dan genoeg spirit en emotie in de set, de aanhoudende spankracht en veelzijdigheid zorgden ervoor dat dit ons eindeloos kon blijven boeien. Waarmee we meteen op gemis nummer twee uitkwamen, de set was te kort, ook al duurde die anderhalf uur. En vooruit dan maar, dan gaan we maar meteen door naar gemis nummer drie, onze favoriete Archive song, het buitenaardse “Again”, haalde helaas de setlist niet. Maar de bis maakte veel goed, het lange sfeervolle en tot iets wondermoois aanzwellende “Lights” was hier een waardige vervanger als absolute apotheose van een alweer ongelooflijk straf Archive concert.

Archive werkt verslavend, volgende keer zijn we terug van de partij. En U?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/robin-foster-01-11-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/archive-01-11-2015/

Organisatie: Depot, Leuven

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Grief’s Internal Flower

Het land van de doom-metal is een oord waar nevel en mist nooit optrekken, waar de gitaren als sloophamers de grond bewerken en waar tergend trage heavy riffs diep in het canvas snijden. De songs overschrijden niet zelden de tien minuten en laten daarbij steeds een aanzienlijk spoor van vernieling achter. We denken aan bands als Bell Witch, Electric Wizard, Pallbearer en Sleep (pioniers in het genre, hun meesterwerk ‘Dopesmoker’ bestaat uit welgeteld één song, en die klokt af boven het uur).
Vooral met Pallbearer heeft Windhand veel gemeen, het is loodzware slow-motion metal met een heldere melodie die komt aanwaaien vanuit de gure achtergrond. Songs als “Forest Clouds” en het bijzondere lange en intrigerende “Kingfisher” doen een mens wegzweven onder een wolk van loden bassen en bedwelmende leadgitaren die het oneindige opzoeken.
Vrouwen zijn sowieso zeldzaam in de metal-wereld, maar hier zorgen de ijle vocals van Dorthia Cottrell voor aangename nuances in het logge gevaarte, dit is iets helemaal anders dan de potsierlijke kermis-metal van pakweg Nightwitch of Within Temptation. Bovendien weet Cottrell hier ook de gevoelige snaar te raken met “Sparrow” en “Aition”, twee bekoorlijke akoestische rustpunten die een fraai contrast vormen met het brute bulldozergeweld op de rest van de plaat.

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Fast Forward

Wie zit er nog te wachten op een nieuwe plaat van Joe Jackson ? We weten immers dat de sympathieke halve kaalkop in jaren geen deftig album meer uit zijn kennelijk leeggelopen creatieve brein heeft weten te persen. Op de koop toe werd Joe Jackson dit jaar gevraagd voor Night Of The Proms, het opvangtehuis voor artiesten die hopeloos op retour zijn en hun eigen hits met behulp van de plaatselijke harmonie in een georkestreerde recyclageverpakking terug aan de man proberen te brengen.
Het moet dan ook nog eens lukken dat wij, net nu dat nieuwe schijfje hier voor onze neus ligt, zopas op een tweedehandsmarkt Joe Jackson zijn schitterende debuutplaat ‘Look Sharp’ (1979) op heerlijk zwart vinyl hebben aangeschaft.
Briljante plaat, nog steeds, met onsterfelijke klassiekers als “One More Time”, “Is She Really Going Out With Him”, “Got The Time”, “Fools In Love”, “Sunday Papers”,…. Na al die jaren terug enorm van genoten. Wat moeten we dan met deze ‘Fast Forward’ ? Hier kunnen we echt weinig mee aanvangen. Natuurlijk, Jackson’s heldere en mooie stem klinkt onaangetast en zijn fijne pianosound is uit de duizenden herkenbaar, maar songs van het kaliber van hierboven zijn in geen mijlen te bekennen. Zowat alle tracks zijn lauwe doorslagjes van dingen die hij eerder al veel beter heeft gedaan. De ballads, en dat zijn er nogal wat, probeert hij even aangrijpend als destijds te brengen, maar die komen er wat onbeholpen en vooral slijmerig uit.
De uptempo songs ontberen het venijn van de jonge Jackson en ook de coverkeuze is op zijn minst gezegd nogal misplaatst. Geen idee wat Jackson zijn bedoeling was met Television’s “I See No Evil”, maar het resultaat is een draak waar Tom Verlaine zeker niet zal kunnen mee lachen. En het kan nog erger, op een afschrikwekkend onding als “Good Bye Jonny” zouden we Jackson vroeger nooit betrapt hebben, dit vehikel lijkt te zijn weggelopen uit een geflopte Broadway musical. Pijnlijk.
In volle bewustzijn hebben wij beide platen nog eens naast mekaar gelegd : ‘Look Sharp’ is een pittig en fris debuut dat schittert van begin tot einde, ‘Fast Forward’ is behang met een saai motiefje.
Het is helaas waar, Joe Jackson is klaar voor Night Of The Proms. Om het met Will Tura’s woorden te zeggen : Arme Joe.

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Sun Coming Down

Het Canadese Ougth is samen met Protomartyr één van de fijnste indie-bands van het moment. Vorig jaar kwamen ze de neus aan het venster steken met het scherpzinnige en frisse ‘More Than Any other Day’, een meer dan veelbelovend debuut. De bevestiging is een feit met de al even indringende opvolger ‘Sun Coming Down’. Ook dit jaar lonken de eindejaarlijstjes.
Geen dwarse stijlbreuken, wel het verder uitdiepen van een eigen hoekige sound die zich manifesteert in een stel fijnzinnige en brandende indie- en postpunksongs. Nog een stuk nadrukkelijker dan op het debuut zijn de referenties naar The Fall, en dat heeft veel te maken met de prompte en vaak declamerende vocals van Tim Beeler.
De man spuwt het er uit op de punktonen van een gebeten “The Combo” (Captain Beefheart in overdrive) en hij begeestert in volle Mark E Smith stijl het absolute pareltje “Beautiful Blue Sky”, het gepassioneerde centerpunt van dit album dat hier zowat acht minuten staat te schitteren.
Een stel furieuze en prikkelende gitaren nemen een prominente rol in op deze plaat. Als de distortion knop zijn gang mag gaan hebben ze bovendien een doordringende Sonic Youth geur (“Sun’s Coming Down”) terwijl ze elders hellen naar de subtiliteit van een gedreven Television (“Passionate Turn”).
Amper acht songs staan er op ‘Sun Coming Down’, zoals op een goeie ouwe vinyl LP met vier nummers per kant. Dus van overdaad geen sprake, alle songs zijn even penetrant en krachtig.

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Fuzz II

Hoera, weer eentje uit de Ty Segall stal. Voor de tweede keer al zit onze garageheld achter de drumvellen bij Fuzz voor een plaat die alweer grossiert in seventies rock die in een patchouli-bad gemarineerd is. De gitaren doen de groepsnaam alle eer aan en klinken gruizig als het meest zompige van Blue Cheer, de vocals brengen het hele goedje geregeld terug naar de sixties en de drums roffelen alsof Jon Bonham terug tot leven is gewekt. In de garage heeft Fuzz een heet brouwsel van maar liefst 14 driftige songs gesmeed, het gaat van hard-rock langs psychedelica naar stoner-rock en een occasionele streep punk.
Bij wijze van apotheose is de laatste song “II” een 13 minuten durende jam van uitzinnige gitaren, op hol geslagen drums, uitwaaierende echo’s, geschifte riffs, psychedelische weed-wolken en Hendrix-solo’s die in een vat wijn werden ondergedompeld.
Hoewel een bedrijvige Charles Moothart hier onder invloed van een flinke dosis Tony Iommi extracten de gitaar beroert, klinkt dit toch zéér Ty Segall. Benieuwd waar hij hierna zijn tanden zal inzetten.

Pagina 38 van 112