logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Stereolab
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

zondag 16 augustus 2015 01:00

Take/The Point – Take Forever/Meat Slurry

Pop/Rock
Take/The Point – Take Forever/Meat Slurry
Teen Creeps & Mind Rays
Eigen Beheer
2015-08-16
Sam De Rijcke

Een goeie ouwe vinyl splitsingle, waar vind je dat nog terug ? Fijn punky artwork, leuk hebbedingetje, we hebben dat te danken aan de twee venijnige Vlaamse bandjes Teen Creeps en Mind Rays die hier elk twee straffe tracks brengen.
Teen Creeps speelt garage-rock met een punkrandje en doet ons terugdenken aan de eerste platen van The Replacements en ook wel aan de primitieve razernij van een prille Sonic Youth en Dinosaur Jr.
Mind Rays bonkt nog wat feller tegen de muren en laat punkrock verder leven zoals het oorspronkelijk bedoeld was, vuil, onbezonnen en een stamp in de kloten van iedereen die in het gareel loopt.
We hebben hier nog wat obscuur werk van The Scientists, The Gun Club, The Bomb Party en Dead Boys in onze vinyl kast zitten, dit singletje hebben we er mooi tussenin geschoven, al zou het in een vettige garage ook wel lekker gedijen.
 

donderdag 30 juli 2015 01:00

Let The Good Times Roll

Vintage, retro en voor een keertje niet psychedelisch. JD Mc Pherson brengt ons, net als op de voorganger ‘Signs & Signifiers’, immers terug naar de fifties. Daarmee plaatst hij zich in het rijtje van gelijkgezinden als Nick Waterhouse en Pokey Lafarge, jonge gasten die nietsontziend terugreizen naar een tijd waarin hun grootouders in volle glorie op de dansvloer floreerden.
Als er één album is waarvan de vlag de lading dekt, dan is het dit wel. Aan zo een albumtitel kunnen we eigenlijk weinig toevoegen, behalve dat dit een fris en sprankelend vetkuifplaatje is waar de rock’n’roll van af druipt.
Rockabilly, blues, doowop, soul,… Mc Pherson gaat hier met meerdere genres aan de slag, maar alles brengt hij terug naar een pure en onvervalste authenticiteit. “Bridgebuilder” is een oprechte fifties-slow, een plakker zoals ze die op vandaag niet meer maken. Het lekker wegrockende “It Shook Me Up” is dan weer onverdunde Little Richard. Het inmiddels stokoude rock’n’roll icoon leeft nog altijd, alle respect, maar zo vitaal zal hij zijn eigen songs niet meer kunnen brengen.
Maar denk nu niet dat JD Mc Pherson hier zomaar zijn rock’n’roll idolen staat na te spelen, hij geeft overal een gevatte schwung aan dat we hier van een prikkelende eigen sound kunnen spreken, en dat komt vooral door zijn uitmuntend gitaarwerk, zijn soulvolle stem en een stel hartverwarmende songs.
Stap die teletijdmachine in, steek uw vetkuif in de gel, trek die lederen jekker aan en gooi de beentjes los op heerlijke rockertjes als “You Must Have Met Little Caroline”, “It’s All Over But The Shouting” en “Mother Of Lies”, het zal u niet beklagen.
Wij konden dit talent eerder dit jaar al aan het werk zien in de AB Club, check onze review van dit superbe concertje. Toen was dit heerlijke plaatje nog niet uit, dus hier moeten we spoedig nog eens naar toe, want dit is rock’n’roll in zijne puren.

donderdag 23 juli 2015 01:00

Luminiferous

U bent liefhebber van het hardere genre maar nu ook weer niet van hersenloos lawaai ? U draait wel eens een plaatje van Mastodon, Torche of The Sword ? U zit niet verlegen om een stevige lap stonerrock ? U houdt meer van pitbulls van chihuahua’s ? Dan is dit uw ding.
High On Fire beukt zo al een vijftien jaar tegen de gepantserde deuren van de stonerrock en de betere metal en hun nieuwe ‘Luminiferous’ is één van hun allerkrachtigste kopstoten, het album blaast nogal wat muren omver zonder daarbij de melodie en de songs uit het oog te verliezen. Hier gaat brute power van uit, soms aan speedtempo (de turbo gaat door het dolle op “Slave The Hive” en “Luminiferous”), soms iets trager (“The Lethal Chamber” sluipt als een hongerige krokodil door het moeras), maar altijd bijzonder heavy. De snaredrums klinken alsof die rechtstreeks tegen uw voorhoofd worden getimmerd en de helse riffs en sterke leadgitaren loodsen deze plaat constant naar de betere kant van de metal.
Voor wie zijn lief al eens wil vastpakken staat er met “The Cave” zelfs een ballad op, maar dan geen van het gevreesde slijmerige kaliber, dit is Journey niet, wel een ballad met ballen, dus u mag uw lief gerust eens goed in het kruis grijpen.
‘Luminiferous’ is als een woeste buffel die een uur lang hete stoom door zijn enorme neusgaten jaagt, één van het soort die u liever als vriend dan als vijand heeft.

donderdag 23 juli 2015 01:00

I Don’t Prefer No Blues

How blue can you get ? Leo Welch, een ‘nieuwe’ naam in de blueswereld, maakte twee jaar geleden zijn debuut plaat ‘Sabougla Voices’, een werkje die diep in de gospel gedrenkt was, op een gezegende 82 jarige leeftijd. Hiermee vergeleken is zelfs Seasick Steve een snotneus.

Welch komt nu aanzetten met een authentieke en doorleefde bluesplaat die wederom door geen enkele kuisploeg werd aangeraakt, denk aan de ongewassen platen van Junior Kimbrough, T Model Ford en R.L. Burnside.

Opener “Poor Boy” is een gospel die nog enigszins in het verlengde ligt van zijn eerste plaat, maar daarna gaat onherroepelijk de rauwe blueskraan open. In “Goin’ Down Slow”  en “Sweet Black Angel” hangt de geest van Muddy Waters rond, “Too Much Wine” neigt naar de gekheid van Andre Williams en elders stoten we geregeld op Hound Dog Taylor en Howlin’ Wolf. Eeuwen oud en onverslijtbaar dus, dit is recht van de straat geplukt. Ruwer en groezeliger kan u dezer dagen uw blues niet meer krijgen.

 

donderdag 09 juli 2015 01:00

Currents

Na ‘Innerspeaker’ en ‘Lonerism’, twee bruisende platen die met één been in een psychedelisch verleden stonden en met het ander in een inspirerend huidig rockmilieu, vond Kevin Parker dat het welletjes was geweest en heeft hij op ‘Currents’ doodleuk alle gitaren verbannen. In de plaats daarvan zijn synths gekomen die ruiken naar kitscherige disco en plastieken seventies- en eightiesgeluiden. “Giorgio Moroder is toch ook terug hip” moet Parker gedacht hebben en hij is naarstig een batterij ouwe synthesizers beginnen afstoffen, hij heeft nog net niet zijn kapsel in een bijhorend permanent laten leggen. Dit is de richting die Tame Impala moest uitgaan, lezen we elders? Ja ja, en Eden Hazard moet coureur worden. Koman zeg, dit lijkt wel fuckin’ A-Ha.

Velen zien het als een moedige carrièremove, maar wij laten ons zo snel niet beetnemen. U mag ons misschien van autisme verdenken, maar wij vinden het met name niet plezant als onze favoriete bakker nu plots vlees gaat verkopen, of als Chateau Rotschild na een ondoordachte bevlieging overschakelt op het brouwen van bier van zeer bedenkelijke kwaliteit.

Net als die andere voormalige psychrockers van Unknown Mortal Orchestra (hun nieuwe ‘Multi-Love’ is nu ook niet bepaald onze favoriet) heeft Tame Impala een ommezwaai gemaakt richting disco en slappe elektropop. De laatste plaat van de Franse overschatte techneuten Daft Punk is blijkbaar de nieuwe referentie. Voor alle duidelijkheid, wij vinden ‘Random Access Memories’ een platte en smaakloze vijgenbol, bandjes die Daft Punk achterna hollen worden in ons biotoop niet gedoogd.

Tame Impala doet ons denken aan wat Arctic Monkeys ook overkomen is, de band werd op een bepaald moment zo gehyped en op een piéd de stal gezet dat men zich ongenaakbaar achtte en meende middels een 180° ommekeer zich alles te kunnen permitteren.

Het ergste is dat ze hier bij de zogenaamde betere pers en het publiek nog mee wegkomen ook, wij lezen niets anders dan lovende reacties over ‘Currents’.

Wat ons betreft is Tame Impala het zoveelste beloftevolle bandje die wij achter ons zullen moeten laten. Zonde, dat is het.

 

donderdag 25 juni 2015 01:00

My Love Is Cool

De debuutplaat van de nieuwe Britse hype Wolf Alice is een album die de luisteraar van bij de start op het verkeerde been zet. Aanvankelijk neigt de band in “Turn To Dust” en “Bros” naar de gezwollen pathos van Florence & The Machine en het nog flauwere aftreksel daarvan London Grammar. Maar in de meer subtiele momenten komen algauw Cocteau Twins en Daughter om de hoek lonken en als de gitaren stevig mogen uitrukken hangt er zelfs een kwade PJ Harvey in de gordijnen (de vroegere PJ Harvey wel te verstaan, niet dat hoogdravend wicht van vandaag), zo neigt onze baskuul terug naar de goede kant.
Helaas komen ook platte stoorzenders als The Cardigans en -oh gruwel- The Cranberries door de wolken piepen (“You’re A Germ”). En zo gaat dat op en af, straffe songs worden afgewisseld met kleffe kandijsuiker.
Wolf Alice weet nog niet echt welke richting ze uit willen, de band eet van verschillende walletjes en balanceert op de lijn tussen bedenkelijke hitgevoelige deuntjes (“Freazy”) en scherpe indierock of postpunk (“Giant Peach”, “Fluffy”).
De superlatieven van de Britse pers zijn dus alweer fel overdreven, maar we kunnen niet ontkennen dat er talent schuilt in dit bandje, het moet alleen nog wat rijpen en in de juiste richting gekanaliseerd worden, wat op ‘My Love Is Cool’ maar sporadisch is gelukt.

donderdag 11 juni 2015 01:00

Booty Call EP


De blues, over heel de wereld zijn er duizenden bandjes die zich er aan bezondigen, pijnigen, vergrijpen of toewijden. De blues is een gevoel, al dan niet aangeboren, en hoe ouder je wordt hoe meer het virus zich in je lijf nestelt. Het helpt natuurlijk ook als je zwart bent. Maar hoe kom je als Vlaamse bleekscheet dezer dagen nog met een verrassend geluid naar buiten in een genre waarvan alle paden quasi volledig platgetreden zijn ? Gewoon niets forceren, raden wij aan, want echt origineel klinken is in het genre sowieso niet meer mogelijk. Het komt er op aan de blues zo spontaan mogelijk te laten vloeien en die te laten klinken alsof ie rechtstreeks uit de onderbuik komt.
Booty Call doet dat best aardig en komt aanzetten met een Ep’ tje die elektrische bluesrock brengt met wat ranzige kantjes aan, zo is “Got My Eyes On You” een lekker smerig ding en doet opener “Bad Things” ons met heimwee terugdenken naar het fantastische Gentse Soapstone (ik weet het, geen bluesgroep, maar wel retro als de pest en cool as fuck!).
Akkoord, de onvermijdelijke genreclichés worden geenszins omzeild, maar een trage als “Lost That Girl” gaat er bij de liefhebbers van het genre altijd wel vlotjes in. ZZ Top hangt hier trouwens in de lucht, en dat is verdomme een compliment.
Een must in het bluesrock genre is natuurlijk een potige en onderlegde gitarist, deze hebben ze bij Booty Call in huis met de talentvolle Silas Van Laeken, die duidelijk de snotneus van de bende is (in bluesmiddens is deze jongeling nog een regelrechte baby, de beste bluesplaat van het moment is trouwens gemaakt door Leo Welch, een 84 jarige ouwe knar die zonet met ‘I Don’t Prefer No Blues’ zijn  -u leest het goed- tweede plaat heeft gemaakt, check it out).
Silas houdt het zootje draaiende en schudt onderweg een stel scherpe solo’s uit zijn houthakkersmouw, en dat zonder zich aan te stellen, het is fuckin’ Bonnamassa niet.
Booty Call brengt dus in geen geval de meest vernieuwende bluesrock, dat is ook hun betrachting niet, maar het is lekker voer voor streekbierliefhebbers en aanhangers van The Red Devils (de groep, niet de omhooggevallen voetbalbobo’s). Mogen we vragen aan Silas (en de zijnen) om nu ook niet te hard in de voetsporen van de legendarische Lester Butler te willen treden, de Red Devils frontman is immers bezweken aan een overdosis heroïne.

Meer info : http://www.bootycallband.be

woensdag 17 juni 2015 01:00

Primus - Virtuoos totaalspektakel

Na een lange winterslaap van 12 jaren kwam het geniaal geschifte Primus in 2011 terug van onder de bloemkolen gekropen met het bijzonder fijne ‘Green Naugahyde’, een typische Primus plaat die zowel de gekte als de genialiteit van de beginjaren evenaarde en het begin van een tweede leven inluidde. De band kwam toen tot drie keer (2 maal AB en 1 keer Trix) toe zijn geduldige fans verblijden en trakteren op een set heerlijke nostalgische momenten afgewisseld met flitsende nieuwe songs en een portie heerlijke Primus-nonsens. We waren erbij, en telkenmale was het fantastisch.

In 2014 was het halfgare trio alweer klaar voor een nieuw specialleke, namelijk een eigen adaptatie van de soundtrack van ‘Willy Wonka & The Chocolate Factory’, een bizarre film uit 1971 gebaseerd op een Roald Dahl verhaal met de fabelachtige Gene Wilder in de hoofdrol. Primus heeft de soundtrack volledig naar zijn eigen knotsgekke hand gezet en heeft die voor het nageslacht op plaat gebrand onder de naam ‘Primus & The Chocolate Factory with The Fungi Ensemble’. De band heeft er een heus totaalspektakel rond gebouwd en trekt er nu de weide wereld mee rond. Maar vooraleer in deze bijzondere wereld te stappen zorgden ze eerst zelf voor de opwarming, kwestie van niets aan het toeval over te laten.

Support acts zijn uit den boze bij Primus, de band speelde hun eigen voorprogramma via een ‘greatest hits’- set om duimen en vingers bij af te likken. Beweren dat het voorprogramma beter is klinkt een beetje onnozel als het voorprogramma ook de hoofdact is, maar beter dan dit zou het bijna niet meer kunnen worden. In dat eerste uur was het trio ronduit briljant met ultrascherpe uitvoeringen van onsterfelijke pareltjes als onder meer “Those Damned Blue Colar Tweekers”, “Wynona’s Big Brown Beaver”, “Last Salmon Man” en “Groundhog’s Day”. Dat Les Claypool de Lionel Messi is onder de bassisten wisten we natuurlijk al lang, maar dat het ganse trio getuigt van een buitengewone virtuositeit kunnen we nooit genoeg in de verf zetten. Nog maar eens werd duidelijk hoe dat typische geluid van Primus grotendeels mee bepaald werd door de wonderlijke en spitsvondige uithalen van Larry La Londe, een unieke gitarist van dat zelfde zeldzame en bovennatuurlijke kaliber als Vernon Reid en Tom Morello.
Onder een sobere lichtshow en gans de tijd voor een gordijn postvattend had Primus hier zomaar eventjes voor het meest superieure uurtje gezorgd dat we het afgelopen jaar op concertniveau hebben mogen meemaken. En dit was nog maar het voorspel.

Na een half uurtje pauze ging dan dat fameuze gordijn open en loodste Primus ons binnen in een uitmuntend decor, een kleurrijke kinderdroomwereld met gigantische paddenstoelen, giant lolly’s en een drumstel die zich presenteerde als een immense snoepwinkel. Had u uw koters meegebracht, ze beleefden de tijd van hun leven op dat podium. Gedurig kwamen twee cartooneske heerschappen met een reusachtige kop het podium opgedwarreld om Claypool zijn “Oompa’s” van een gepast dansje te voorzien. De kostelijke humor en spitsvondigheid van Primus waren duidelijk in dit decor en deze performance ingeburgerd. Mafketel Wayne Coyne en zijn al even geschifte Flaming Lips hadden volgens ons in deze bizarre omgeving ook hun pret niet op gekund.
Nochtans waren wij op voorhand niet echt verlekkerd op die nieuwe musical-plaat van Primus, maar in combinatie met dit schitterende decor en de twee getalenteerde muzikanten van The Fungi Ensemble viel alles perfect in zijn plooi.
Het volledige combo had er een fonkelend staaltje theater van gemaakt. De flow van de film liet zich perfect verenigen met de absurditeit en de originaliteit van deze unieke band. De twee getalenteerde en klassiek geschoolde muzikanten Sam Bass (cello) en Mike Dillon (percussie) tilden het gehele schouwspel naar een hoger niveau.
In “Golden Ticket” mochten zij een eerste keer loos gaan en vormde hun muzikaal vernuft een prachtige symbiose met de maffe Primus capriolen. Het duo maakte ook van “I Want It Now” een hoogtepunt, dit in een glimmende interactie met Larry La Londe, die nu al een tijdje naar de achtergrond was verdwenen maar hier de vocals voor één keer op zich mocht nemen en onderwijl ook nog eens zijn gitaar in een psychedelische flow liet schitteren. Even dachten wij aan een geïnspireerde Pink Floyd, meermaals dachten wij aan de briljante nonsens van The Mothers Of Invention.
De vertoning van The Chocolate Factory was dus een geslaagd totaalspektakel de naam Primus waardig, origineel, virtuoos, gedurfd, geschift en met een flinke scheut humor. ‘Primus and The Chocolate Factory’ is een album die je moet gehoord én vooral gezien hebben.

En dan was het tijd om nog maar eens een blik onvervalste klassiekers open te trekken. Primus zette samen met de twee heren van The Fungi Ensemble een fenomenale bisronde neer met een lange opborrelende versie van “Southbound Pachyderm”, het pareltje uit ‘Tales From the Punchbowl’. De heren lapten er nog een paar grootse momenten achter met een sprankelend “Fisticuffs” en als ultieme toetje het opwindende “Here Come The Bastards”.
Toen ging onherroepelijk het doek dicht, en dat was jammer, waarmee we meteen toekwamen aan dat ene zweempje van kritiek die we uit onze mouw konden schudden. Ondanks bijna twee en een half uur luisterrijke zotheid, hadden wij honger naar meer, de set was naar onze mening nog te kort en wederom vertikten de klootzakken het om “Too Many Puppies” te spelen. Het minutenlange oorverdovende gejoel om een extra bisronde sprak boekdelen, iedereen wou meer en wou vooral die verdomde puppies, maar Primus bleef koppig achter de coulissen. Duidelijk geen hondjes toegelaten in de AB.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/primus-15-06-2015/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Het gebeurt niet vaak dat een Chileense band het tot in Europa schopt, maar Follakzoid heeft zich na drie platen al duidelijk gesetteld in de nieuwe golf van psych- en spacerockgroepen die overal uit de grond rijzen, de band is een vaste klant geworden op diverse festivals die steevast graaien in de nieuwste trends in de alternatieve rockbusiness.

Bij hun bezoekje aan DOK Gent konden ze al meteen aan het grillige Belgische weer wennen. Ze vonden het naar eigen zeggen fijn om met het oog op de zonsondergang hun set te kunnen spelen maar hadden wel hun dikke jassen moeten aantrekken om in dat tochtgat een uurtje door te komen.
Dan moest de muziek maar het nodige doen om zichzelf en de meute op te warmen. Met hun lange en overwegend instrumentale songs, wat gemompelde vocals niet te na gelaten, slaagden ze daar maar half in.
Laat ons stellen dat Follakzoid het doorgaans moet hebben van spacy songs en jams die geleidelijk aan een vorm van trance opwekken. Moet best lukken in een verduisterde club met hallucinerende fluo projecties op de achtergrond (we hebben het genregenoten Wooden Shjips nog zien doen in de gruizige club Magasin 4), maar in een kille loods die leed onder nog te veel daglicht was dit niet zo evident.
Op plaat vinden wij hun songs zeer begeesterend klinken, maar live kwam de rek er een beetje in te zitten. Hoewel er in hun spaced out kraut-rock steeds een aangename trippy groove zat werd het soms toch een beetje te langdradig. De songs barstten net iets te weinig open en de ritmesectie bleef  iets te lang in dezelfde modus hangen. De gitarist zat duchtig aan zijn pedaaltjes te frunniken maar we betrapten hem er op dat hij toch steeds weer dezelfde gitaarriedeltjes aanhaalde, weliswaar in verschillende echo-standjes.
Halverwege had Follakzoid het begrepen en schakelden ze met steviger materiaal als “99” en “Trees” een tandje hoger en spatte er meer vuurwerk uit hun ruimtesongs. Maar in de bis kwam het repetitieve karakter dan weer te nadrukkelijk naar boven. Wij vinden dat een bisronde moet openbarsten in plaats van haast eindeloos uit te deinen, maar dat had Follakzoid anders begrepen.

Maar goed, dit was toch nog meer dan de moeite, Follakzoid had wel degelijk onze aandacht aangewakkerd maar bracht ons niet in extase. Was het vijftien graden warmer geweest en hadden we een knoert van een joint gesmoord, dan hadden we dit misschien helemaal anders ervaren.  

Probeer het vooral zelf eens, op Best Kept Secret (21/06) bijvoorbeeld.

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy, Gent

dinsdag 02 juni 2015 01:00

Ought - Spitse Canadese indie-rock

Het Gentse Pruikduif (wel degelijk een Engelstalige band, ze hadden gewoon ietsje te veel op toen de groepsnaam werd gekozen) is opwarmer van dienst. De jonge snaken komen sterk voor de dag met een onbevangen indie-rock sound en een handvol montere songs met soms een pittig eighties tintje.

Het Canadese Ought maakte met ‘More Than Any Other Day’ één van de meest verfrissende indie-rock platen van 2014, een album dat grossiert in frisse hooks  en scherpe eigenwijze songs. Ook de EP ‘Once More With Feeling’ die kort daarna verschenen is, schittert met diezelfde hoekige en vinnige stijl.

De grote invloeden Talking Heads, Televison en Clap Your Hands Say Yeah zijn ook bij de live act van Ought niet weg te denken. Wij zouden daar graag nog the Fall aan toevoegen, in het prachtige nieuwe “Beautiful Blue Skies” herkennen wij duidelijk de stijl van Mark E Smith, en dat maakt het tot een hoogst aangename dwarse song. De Canadezen testen vanavond nog meer nieuw materiaal uit, aan de ene song is merkbaar nog wat meer sleutelwerk dan aan de andere, maar de frisse sound en spitse gitaartjes blijven steeds van de partij en bij het punky “Celebration” gaan de jongens wel zeer hitsig en woest te keer.
Veelbelovend nieuw werk dus, maar onze favorieten van de avond zijn wel de prijsbeestjes van die voortreffelijke debuutplaat, het flink naar Television en Feelies neigende “Today, More Than Any Other Day” en het schitterende “Habit”. Ought weet met “Around Again” de gemoederen behoorlijk aan te wakkeren en het venijn wordt steeds scherper naarmate de set vordert, band en publiek komen aardig onder stoom en er wordt geëindigd met snedige uitbraken als “Clarity” en het heftige “Gemini”.

Helaas is hier geen omvangrijk publiek komen opdagen, maar de aanwezigen kunnen unaniem tot één conclusie komen : energieke band, puike songs, uitstekende sound.  Waarmee dus bevestigd is dat Ought één van de beste nieuwe indie-rock bands is van het moment. Nog te ontdekken op diverse zomerfestivals in Europa, waaronder Pukkelpop.

Organisatie: Vooruit, Gent

Pagina 41 van 112