logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

maandag 14 december 2009 01:00

Isbells en Gabriel Rios: flikkerlichtjespop!

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 03 december 2009 01:00

Broken

Het derde album van Soulsavers is er terug eentje om van te snoepen. Deze uit het Noorden van Engeland opererende band van Richin Machin heeft een uniek samenwerkingsproject klaargestoomd met de uit LA residerende zanger Mark Lanegan. Een samenwerking die groeide van de vorige cd ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ (2007). Het duo Machin - Glover verdiende eerder z’n sporen met hun Soulsavers Soundsystem van remix werk (o.a. Beastie Boys en Starsailor) en soundscapes voor series en  films. In 2003 verscheen de eerst ‘echte’ plaat, het elektronica getinte‘Tough guys don’t dance’, met o.a. Josh Haden van het toenmalige Spain als gastvocalist.
We horen prachtsongs die de basis rock –americana - soul – jazz - gospel en triphop hebben; De spannende dreiging en de diepgrauwe, krakende stem van Lanegan en diens teksten passen ideaal in de Soulsavers outfit. Daarnaast zijn er nog een handvol bijzondere gasten: op de rauw rockende “Death bells” en “Unbalanced pieces” komen enerzijds Gibby Haines (Butthole Surfers) en anderzijds Mike Patton langs en Jason Pierce van Spiritualised neemt het orkestrale “Pharaohs chariot” voor z’n rekening. Een glansrol is weggelegd voor de Australische ontdekking Rosa Agostino, luster maar eens naar de sfeervolle “Praying ground” en “By my side”. Na Isobel Campbell scoort ze goed op de duets “You will miss me when I burn” (van Will Oldham geschreven btw!) en “Rolling sky”. “Some misunderstaing” van Gene Clark van The Byrds werd nieuw leven ingeblazen en kreeg een Crazy Horse solo mee. De twee instrumentals, “The seventh proof” en “Wise blood” grijpen terug naar de filmische soundscapes van het Soulsavers avontuur.
’Broken’ is een spannende, intens broeierige plaat die breekbaar pakkende stukken heeft en de knappe collaboratie onderstreept van het duo Machin - Glover, de band en z’n gastartiesten, met Lanegan en Agostino voorop!


donderdag 03 december 2009 01:00

Conditions

Het uit Melbourne afkomstige The Temper Trap heeft na hun titelloze debuut EP van drie jaar terug een ijzersterk debuut uit, ‘Conditions’. In eigen land werden ze al sterk ontvangen omdat songs van de EP gebruikt werden in tv series en bioscoopfilms. De doorbraak gebeurt nu iets vlotter door het feit dat de band naar Londen verhuisde en terecht in de spotlights mag komen. We horen op hun debuut groots bezwerende, dromerige poprock, die door doordreinende, krachtige ritmes en een brok psychedelica en bombast voortgestuwd worden. Ze steken voldoende afwisseling in hun sferisch broeierige, catchy nummers. Meer dan overtuigend klinken “Rest”, Down river”, “Soldier on”, “Fools”, Science of fear” en de single “Sweet disposition”. Spil Dougy Mandagi kan hoog uithalen in z’n falsets, en stapt moeiteloos over in een meer directe, rauwe zang, zoals in “Resurrection”. Het lekker mee neuriënde “Fader” geeft dan de eenvoud weer van energieke poprock. In hun sound zijn er duidelijk referenties naar het oude U2, Glasvegas, TV On The Radio en Bloc Party. Voor de productie deden ze beroep op Jim Abbiss (die al instond voor Arctic Monkeys, Unkle, Adele en Bjork).

donderdag 03 december 2009 01:00

Welcome to the night sky

Danig onder de indruk zijn we toch van het Canadese Wintersleep, die al toe zijn aan hun derde cd; deze plaat laten we niet onopgemerkt aan onze neus voorbijgaan. We horen in de songs een duidelijke variatie van dromerig, ingetogen en krachtig dynamisch werk. Het zijn songs die er duidelijk staan,  van een lief, zacht naar een intens hardere, spannend bezwerende opbouw. De gitaren, piano, toetsen en Paul Murphys diepe vocals zijn de barometer van hun frisse boeiende sound.
Wintersleep barst van de potentie, ze geven hun sfeervol materiaal een stuwende wave ondergrond mee. Ze trekken meteen de aandacht met een broeierige “Drunk on Aluminium” en een snedige “Archaeologists”. De daaropvolgende “Dead letter & the infinite yes” en “Weighty ghost” klinken sfeervoller en hebben een folky tint. Maar sterk overtuigd zijn we van het opbouwende “Murder”, “Laser beams”, het langgerekte -van postrock ontdane – “Miasmel smoke & the yellow bellied freaks” en het in wave gesmoorde “Oblivion”. Wintersleep houdt het bij de Canadese scène van Arcade Fire, maar giet er een flinke scheut Editors en Interpol op!

donderdag 29 oktober 2009 01:00

Daystripper

Brusselaar Matthieu Bioul legde zich eerder toe op z’n sing/songwriterschap en maakte eerder al twee Franstalige albums. Voor deze nieuwe plaat paste hij z’n naam wat aan, trok naar Engeland, maakte een Engelstalig album en dompelde z’n nummers onder in typische Britpop. We horen een warme sfeervolle, dromerige, broeierige sound, die veelvuldig omlijst wordt door achtergrondkoortjes. Deze koortjes en orkestraties zijn eigenlijk even goed als slecht … ze duiden enerzijds op een breder geluid, anderzijds voelen ze ietwat kitscherig aan.
Er is aanstekelijke feelgoodmusic op songs als “Mister”, “Back to 5”, “Waiting for the sun”, “Lucy Brown” en de titelsong. “On my own” lijkt zo weg van The Beatles. Naar het eind van de cd gaat Bioul op ingetogen wijze te werk.
Over de hoes zijn we nu niet echt te spreken en proberen we het ego van de man te plaatsen binnen ‘daystripping’, maar laat dit terzijde en geniet van de uiterst sfeervolle plaat, wat nog steeds het uitgangspunt is van onze vriend.

Info op http://www.mattbioul.com

donderdag 29 oktober 2009 01:00

Twelve seconds to none

Waldorf is gegroeid rond Wolfgang Vanwymeersch, gitarist bij The Van Jets. Een week vóór de cd verscheen, werden we dagelijks bestookt met een brief waarop 1 woord te vinden was. Eind die week begon de puzzel steeds meer in elkaar te passen. Een zwarte, grijpgrage, boze wolf wil zich meester maken van z’n luisterende prooi, en van het toegevoegde cd’tje hoorden we een soort ‘rewind’ geluid; we waren dus duidelijk nieuwsgierig om wie het hier nu eigenlijk ging. De kat kwam op de koord toen we kort nadien de échte cd ontvingen. Voorzichtiger dan Roodkapje openden we de post …om …hop … de tweede cd van Waldorf in ons handen te krijgen.
We horen potig, bedreven gitaarrock en een stonerwind blaast om de oren. Waldorf is in één adem met Creature with the atom brain en Hulkk op te noemen. “2012”, “Information” en “Good to know” (wat een huiveringwekkende synths op deze song) zijn alvast sterke kanjers. De groep refereert aan de Queens en de Masters Of Reality, maar komt op “It’s you, it’s me” gevaarlijk in de buurt van het oude Screaming Trees en Kyuss door de logge ritmes, rauwe gitaren en een declamerende zang.
Waldorf & Statler van de Muppets mogen vanuit hun loge met respectvolle blik neerkijken op hun kleinzonen …

Info op http://www.abandcalledwaldorf.com

zondag 29 november 2009 01:00

Wavves: overdonderend harde beproeving

Het trio uit San Diego, Wavves, bepaald door zanger/spil Nathan Williams, smeedt nu het ijzer terwijl het heet is. Ze hebben op een goed jaar tijd twee cd’s uit waarvan de ‘vv’’s in de albumtitel gegeerd zijn en nummers van 2x een goede 35 minuten ons om de oren vliegen. De band brengt een potje rauwe, weinig gestructureerde, ontregelde sounds samen. Daaronder zit wel een erg pakkend popliedje verscholen. Het zijn op zich eenvoudige songs bedekt door een dikke laag gierende gitaar, ruis, pedaaleffects en Williams’ galmende zangkoortjes. Wavves biedt ‘alternative’ punk/noise/surf/indie/lofi psycherock, die als ‘nofi’ wordt omschreven. Bands als My Bloody Valentine, Jesus & Mary Chain, Nirvana, Pixies, The Ramones, Therapy, The Thermals, Black Angels en last but not least Ramones trekken ze door hun muzikale maalmolen.

Een ontspannen, charismatische band trad aan en hitste het talrijk opgekomen publiek in het uitnodigend Charlatan rockzaaltje op, maar kon het maar een goede vijfenveertig minuten volhouden. Misschien was de cocktail van ecstay, valium en xanax, die zanger Williams een paar weken terug deed instorten, nog niet voldoende uit mans lichaam! We kregen wel vijfenveertig minuten een wervelstorm van opzwepende rammelende, door de stofzuiger gehaalde overstuurde rock, waaronder “Beach deeemon”, “California gothz”, “Friends were gone” en “No hop kids”. Het tempo werd af en toe eens teruggedrongen door de broeierig slepende opbouw en het stileren van een fijne melodie. Hiervan hadden we “To the dregs”, “Side your on” en de vrolijke “Wavves” meezinger. Op adem konden we even komen met het rustig voortkabbelende “So bored”. Ondanks het praktisch ondoordringbaar geluid, bleek de galm op de zang wat te storend, en kwam het geheel niet steeds ten goede!

Wavves was nu niet direct de revelatie waarover de laatste maanden werd gesproken en moeten dus duidelijk nog sleutelen om er te geraken.

De support was nu ook meteen niet direct van de poes, 1982 bleek alvast leuk, als je er even de google site op nahield en surfte. Ik weet niet of zij eens stilstonden welke belangvolle nieuwsfeiten er in dat jaar waren: Ozzy die de kop van een vleermuis afbeet, het faillissement van scheepswerf Cockerill Yards, de dood van John Belushi (Blues Brothers), Henry Fonda, Brezjnev en Grace Kelly, de bezetting van de Falkland-eilanden, de geboorte van Justine Henin, het WK voetbal in Spanje (btw Italië won!), de vrijlating van Lech Walesa Solidarnosc, een paar (bloedige) aanslagen en neergestorte Boeings. Het zal hen misschien worst wezen als je hun zware ontregelde nosiepop in een ware Mars Volta jam hoorde. Ook hier waren de vocals jammerlijk schreeuwend en overstuurd. Hun muzikaal brouwsel klonk ook uiterst vervormd.

Binnen deze nieuw omschreven nofi scène, zorgden zowel 1982 als Wavves voor een overdonderend harde beproeving.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 26 november 2009 01:00

Esta Mundo

Rupa & The April Fishes is een multiculturele band die op anderhalf jaar tijd twee leuke, frisse en charmante platen uitheeft. Al kon de band rond de charismatische, maar kritische Rupa Marya in 2008 nog niet doorbreken met ‘Extraordinary rendition’, dan moet dit zeker lukken met deze opvolger. Rupa Marya is een Indische vrouw die opgroeide in Frankrijk en Noord –Amerika en is momenteel met haar veelkoppige band gehuisvest in San Franscisco. Muzikaal horen we de meertalige teksten in een gezellige ‘mishmash’ van zigeunermuziek, Balkan en chanson binnen een groovy, sfeervolle melodie. Bands als Devotcha, Oi Va Voi, Beirut, Les Negresses Vertes en Manu Chao sluipen om de hoek, maar we kunnen ook niet omheen een vleugje ‘Doe maar’ Nederpop en ons Vaya Con Dios. Ze brengen dit in een breed instrumentarium van blazers, cello’s, accordeon, hobo, contrabas, gitaar en drums.
Ook de teksten en de groepsnaam hebben een bijzonder verhaal: tekstueel is er de veroordeling van cynisme, egoïsme en de terugkeer naar menselijkheid, mededogen en samenhorigheid. April Fish is de Amerikaanse verbastering van wat in het Engels ‘April fool’ wordt genoemd: een idealist, een mens die zo geraakt wordt door de bloesems en beloftes dat hij denkt dat alles mogelijk is, ook al is het onmogelijk; blijven geloven dus, ook als die om je heen ver te zoeken is. Met songs als “Por la frontera”, “Culpa de la luna”, “Soledad” en “Soy payaso” moet het lukken om een breder publiek aan te spreken. Maw deze Rupa & The April Fishes zijn alvast een mooie ontdekking!

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. In dat concept moet je natuurlijk keuzes maken om hen aan het werk te zien.
Op dag 1 had men South San Gabriel (feat. Will Johnson), Shit & Shine, Hank & Lily, Tony Dekker, Krakow, Scout Niblett, Joe Gideon & The Shark en Micah P.Hinson geprogrammeerd. Toutpartout kon deze eerste dag rekenen op een sterke belangstelling. Door ziekte van Jason Molina (Songs: Ohia/ Magnolia Electric Co) kwam de ganse crew van Will Johnson, South San Gabriel langs en werden Cave Singers (ook ziekte van één van de leden) vervangen door het Belgisch beloftevolle Krakow.

De Amerikaanse songwriter Micah P. Hinson (Rotonde) gaf de aftrap. Hij benaderde de donkere kantjes van de americana scene. Hij heeft dan ook veel te vertellen want hij heeft al een getormenteerd leven achter de rug. Muzikaal brengt hij z’n ervaringen in bezwerende luistersongs op akoestische gitaar gedragen door z’n bedwelmende, emotievolle vocals, wat hem nauw verwant maakt met Dylan en Drake en de songwriters van Wilco en Lambchop. In die vijfenveertig minuten fascineerde hij met enkele bloedstollende songs, die een spaarzame begeleiding meekregen. Maar hij kon ook krachtiger klinken zowel op z’n gitaar als met z’n stem. Hij stipte even het werk van z’n eerder drie verschenen cd’s aan, maar legde vooral de klemtoon op de recente cd ‘All dressed up & smelling of strangers’, die uit een handvol overtuigende covers van z’n muzikale helden bestond, waaronder “Are you lonesome tonite” (Elvis Presley) - opener van de set-, verder “Not forever now” (van Centro-matic, die andere band van Will Johnson), “Slow & steady” –van de eerder onbekende Pedro the lion -, en tot slot “This old guitar” van John Denver, de song die z’n vader en hem na jaren ruziemaken opnieuw samenbracht. We hoorden nog enkele parels, een innemende “Digging a grave” en een hymne aan één z’n allerbeste vrienden, een zekere Michael Gilmore die hij in 2007 verloor. Hinson houdt van de zaal, hij had hier al een paar keer gespeeld en droeg z’n publiek een warm hart toe, wat wederzijds was. Al meteen een schot in de roos voor de Toutpartout crew.

Het broer-zus duo Joe Gideon & The Shark (Orangerie) schuimde de festivalzomer af; ze brachten een broeierige spanning in hun rauw rockend materiaal. Zij, ‘Viva Seifert’, ‘the Shark’, deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt uit haar keys en xylo, hij ‘Joe Seifert’, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een spaarzaam zompig geluid en dompelde de songs onder in een grauw galmende zegzang. Hun americana/garageblues had raakvlakken met de vertelkunst van Cave, Waits en Reed tot zelfs een Marianne Faithfull. Ze trokken de aandacht door een persiflage op de ‘80’s iconen Eurythmics. De rauwe intensiteit van de songs had bijna steeds een rustige, voortkabbelende aanzet, zoals op “Miss Kathy Ray”, “Anything you love that much will see you” en de titelsong van hun cd; de ‘Harum Scarum’ nummers vormden hierdoor een filmische soundtrack. Op het eind vervoegde een derde persoon de drums, wat het geheel hitsender maakte.

De Engelse singer/songschrijfster Scout (Emma Louise) Niblett (Rotonde), leek wel een weekendje vrijaf te hebben gekregen in de kostschool. Ze stond daar op het podium met haar blauw kostuumpje met witte knopen, rode kousen en opvallende schoentjes, bijna de voeten tegen elkaar. Een bedeesd meisje, een stil watertje op elektrische gitaar, zo leek het…, maar dan had je buiten de waard gerekend dat deze dame van 35 jaar al een handvol platen uitheeft binnen de indiefolk/americana, en we fronsten even de wenkbrauwen toen ze de gitaar inplugde en begon te zingen . Ze beet sterk van zich af met haar spannend dreigende sound, dissonante riffs en lieflijk getokkel, gedragen door haar indringende, hese soms hoog uithalende stem. Moeiteloos stapte ze over van een ingetogen naar een strakkere, fellere lijn. Ze intrigeerde en bezorgde ons kippenvel door de intrinsieke schoonheid van hartverscheurende ervaringen, eenzaamheid en fatalisme die in de songs schuilde. Polly Harvey meets Liz Phair/Cat Power meets de jongere generatie Soap & Skin en Jolie Holland. In de venijnige set werd op het eind de pedaaleffects stevig ingedrukt; binnen haar muzikale zwerftocht was er één keer een ‘dust in the wind’ moment, toen ze een song op de drums mepte.

De Canadese songwriter Tony Dekker (Orangerie) bood met één van z’n Great Lake Swimmers leden, Erik Arnesen, een mooi overzicht van hun oeuvre. Dekker plukte uit elke cd wel iets en slaagde erin ons hart te veroveren met z’n weemoedige, sfeervolle, melodieuze breekbare americana, geënt op het intieme akoestische gitaarspel, -getokkel en de mandoline, en gedragen door z’n licht klaaglijke zang. In het melancholische recept droomden we zomaar weg, mijmerden we, zagen bij valavond de kust voor ogen en hoorden vanuit een hut het geluid van het klotsende water. Ondanks de meer luchtige aanpak op het recente ‘Lost channels’ bracht Dekker de verstilde pracht van z’n songs. Er waren pakkende versies van “Still”, “Concrete heart” en “Stealing tomorrow” uit de laatste plaat en verder klonken “Moving pictures, silent films” en “Let’s trade skins” groots. Het stemde Dekker gelukkig dat het oude materiaal terug makkelijker verkrijgbaar was, om op die manier mans kwetsbare muziek te leren kennen …

We werden uit onze droomwereld getrokken toen Shit & Shine (Rotonde) aan hun set begon. Ze speelden een loeiharde, bezwerende drone/noisetrip van ontspoorde, vervormde en overstuurde synths en opzwepende drums. Twee drumstellen stonden er deze keer opgesteld. Vorig jaar was het nog anders toen een zestal drummers in de set betrokken raakten. Het draaide ‘em rond noise en ritmiek; doel was het publiek in een soort trance te brengen met die repetitief, voortdeinende sounds. De elektronica en drums stuwden de sound naar een hoger niveau. Ze maakten het ons alvast iets draaglijker door er wat show aan te koppelen. Buiten de drummer waren 2 bandleden verkleed in een soort bunnypak en kwam een derde uit een NYC politiereeks. Het hoorde er allemaal bij om hun loodzware sound te ondergaan. Het was geen hapklare brok wat het vaste duo Clouse en McKayhan ons voorschotelde. Van deze livesensatie waren de meningen verdeeld …

Intussen moesten we de optredens van Krakow en de Hank & Lily show missen, die we eerder al aan het werk zagen; Krakow overtuigde met hun bloedmooie sound van countryrock/slowcore en de theatergig van Hank & Lily, bood een weirde sound van country/garagerockabilly, wat hen een beetje in de voetsporen bracht van Bob Log III.

Tot slot kwam South San Gabriel (Orangerie) opdagen, het tweelingbroertje van Centro-matic (vaste bandleden voor beide bands, naast spil Will Johnson). Door de afwezigheid van Jason Molina konden we dus optimaal gaan voor het sfeervol, intimistisch, weemoedig materiaal van rustige broer South San Gabriel. Muzikaal refereren ze aan de dromerige americana van Crosby, Still, Nash & Young en worden ze in één adem opgenoemd met The Jayhawks, Sparklehorse, Wilco, Lambchop, Bonnie ‘Prince’ Billy en Ryan Adams. We hoorden gevoelige steelpedal, subtiele piano- en orgelpartijen, een voorzichtige percussie en Johnsons breekbare gitaarspel, dito -slides, gedragen door z’n warme, intieme stem. Een muzikale bloemlezing waarbij de groep nogal sterk teruggreep naar hun doorbraak in 2003, ‘Welcome, Convalescene’ met songs als “Smelling medicinal”, “Everglades” en “Saint- Augustine”. Bloedmooie songs die door hun ingetogen karakter gemoedsrust uitstraalden. We hoorden recenter werk met “Feel too young to die” en uit de laatste plaat ‘Dual hawks’ speelden ze “Emma Jane” en “Alabama crusade”. Hoogtepunt vormde een broeierige slow motion version van Lionel Ritchie’s “All night long”. Inderdaad, hun muziek luidde de nacht in. Een overtuigende en terechte afsluiter van een eerste avond Toutpartout. Ook hier uitte Johnson z’n appreciatie voor het warme onthaal en de 15 jaar Toutpartout …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

donderdag 19 november 2009 01:00

The Hazards of Love

The Decemberists uit Portland, Oregon wisten door te breken met ‘Picaresque’ uit 2006, wat garant stond voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. ‘The Crane Wife’ uit 2007 werd muzikaal vertolkt in een drieluik van freefolkende pop, een volgende stap in hun oeuvre, waarin een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel schuilt. De tragiek die zanger/songschrijver Colin Meloy verhaalt, komt momenteel in een hoogtepunt door een regelrechte folkrockopera ‘The hazards of love’. E is geen sprake meer van songs op zichzelf (met uitzondering nog van “The rake’s song” die ze als single kozen!), maar ze vormen één concept in een combinatie freefolkrock, progrock en ‘70’s retro. Naast eerder genoemde invloedrijke bands kijken Fairport Convention en Jethro Tull om de hoek.
Het is een ambitieus werkstuk van een uur lang, dat vernuftig goed in elkaar zit. Een boeiende luistertrip die muziek verheft als een hogere kunst in 18 songs van melodramatiek en bombast; in een intens broeierige, dromerige opbouw horen we een groots meeslepende, breed uitwaaierende sound, die soms krachtiger klinkt.
Trouwens het verhaal van ‘The hazards of love’ draait ‘em rond een Shakespeariaans liefdesverhaal gebaseerd op een EP uit 1966 van de obscure Britse folkzangeres Anne Briggs. Shara Worden van My Brightest Diamond speelt een voorname rol als het karakter ‘The forest queen’ en ook Becky Stark (Lavender Diamond) en Jim Jones van My Morning Jacket doen mee . Het draagt tot wat Meloy allemaal in staat is om songs tot iets bovennatuurlijks en hemels lieflijk te maken!

Pagina 143 van 180