logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Bij het horen van de muziek van de Londense singer/songwriter Jack Penate komen meteen volgende woorden naar boven: leuk, ontspannend, fris, luchtig, bruisend, dynamisch en charmant. In een goede vijftig minuten stelde Penate met z’n vierkoppige band songs voor van z’n twee cd’s ‘Matinée’ en ‘Everything is new’. Een kort, krachtig, ontstressend setje van fraai springerig en sfeervol popmateriaal met aanstekelijke, opzwepende ritmes.

Vanavond bereikte hij ons aan met de ideale muziek om de donkere avonden door te komen en het gure weer van de voorbije dagen even te vergeten; kortom, het ‘Piet-wat-heb-je-geleerd’ recept om je wintervakantie te starten.
Popmuziek als medicament om je zorgen te vergeten, want hij wou iedereen een fijne avond bezorgen, maar hij moest toch wel eerst verdomd veel moeite doen om het publiek warm te krijgen! Het duurde dus even voor de vonk oversloeg naar het publiek, die eerder genoot van die catchy (zomerse) pop, de uitzinnigheid van Penate op het podium en de meezingbare refreinen. De synths en de vrouwelijke backing vocals waren een duidelijke meerwaarde.
De rock’n’roll groove van “Spit at stars” uit het debuut ‘Matinée’ (2007) gaf meteen de juiste maat en tempo, gevolgd door het fris sprankelende “Everything is new”, titelsong van de huidige cd en “So near”. Net als de band kwamen we even op adem met het ingetogen “Every glance”. Maar Penate legde de klemtoon op ‘happy music’, zoals in de dansbare droompop van het opzwepende “Pull my heart away” (klassesong!), de drumbeats van “Let’s all die”, die door de ritmes kon gelinkt worden aan Vampire Weekend en Paul Simon’s ‘Graceland’, “Second minute or hour” was een regelrecht ‘60’s uptempo nummer en van de vaardige “Have I been a fool” en “Today’s tonight” ging het naar het broeierig opbouwende “I’ll be” en “Bodydown”, waarbij Jack de toetsen bespeelde. “Torn on the platform” kon wel de godvergeten doorbraaksingle zijn van ‘Matinée’ en verdient een duidelijke herkansing als men uitgeput lijkt met het huidig single aanbod.
De uitgelatenheid bracht hij in de bis terug aan met een uiterst dansbare en uitgesponnen “Be the one”, die door de diepe bastune de dansspieren sterk injecteerde.

Ondanks de korte set, overtuigden de fraai gearrangeerde, melodieus, relaxte dansbare popsongs, die zich nestelden in onze hersenspinsels. Van deze vrouwelijke Lily Allen konden we al fluitend in de regendruppels huiswaarts rijden. Tof concertje!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Het Britse Zion Train onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, zijn al twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave. Ze hebben een eigen herkenbare sound ontwikkeld en zijn een begrip geworden. Om even te situeren het doorgebroken Buraka Som Sistema haalde voor z’n ‘kuduro’ de mosterd bij deze heren, en van de jaren ’90 onthouden we de worldreggae en –ragga van Transglobal Underground, Banco de Gaia, Suns of Arqa, African Headcharge, Loop Guru en de indietabla’s van Asian Dub Foundation, Talvin Singh, Nitin Sawhney en het onlangs her-geformeerde Cornershop. Voor een paar concerten kwam Zion Train langs in ons landje, wat meteen hoog aangestipt werd door elke gerenomeerde reggaefreak.
Op hun live optredens zorgen zij steevast voor een stomend feestje en wordt het soberder en avontuurlijker geluid van op plaat kracht bijgezet, wat ons brengt tot een venijnig groovy, dansbare sound. In hun intrigerende sound klonk de ‘mishmash’ van world, trance, breakbeats, 2step drum’n’ bass, elektronicableeps en techno beats door. De diepe basses op z’n Jah Wobbles en de overdubte rapzang gaven hierbij de toon.
Een kleine twee uur lang werden we in deze unieke dance getrokken en ging een uitverkochte 4ad uit zijn dak. “Jah holds the key”, “Follow like wolves” en “War on Babylon” vormden de finalereeks, nadat de klemtoon kwam te liggen op de remixreeks van hun recente ‘Live as one’, die in 2007 een reggae Gramma Award wegkaapte.

Respect voor deze veertig- vijftigers (?), die naast de doorwinterde reggaeliefhebber de jonge, jeugdige proever naar zich toe wist te trekken!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Halfweg de jaren ’60 had de Australiër Daevid Allen zich als gitarist en medeoprichter van Soft Machine reeds op verschillende vlakken in de kijker en in de rockgeschiedenis gespeeld. Na één enkele singleopname kwam evenwel aan zijn inbreng in deze toonaangevende groep binnen de Canterbury scene abrupt een einde toen Allen omwille van visumproblemen het Verenigd Koninkrijk niet meer binnen mocht en Soft Machine noodgedwongen als trio   verderging. Residerend in Frankrijk en vervolgens Mallorca en bulkend van de creativiteit, bleef hij niet bij de pakken zitten en richtte samen met zijn vrouw Gilli Smith de formatie Gong op die nadien een al evenzeer grote cultstatus zou verwerven.
Het in kaart brengen van de levensloop, laat staan het inventariseren van de diverse creaties van de formatie Gong, grenst al evenzeer aan het onmogelijke als het oplijsten van het aantal vrouwen die het bed met Robbie Williams hebben gedeeld. Ook al is de beschikbare informatie bijzonder accuraat, men zal steeds rekening moeten houden met een foutenmarge van enkele tientallen exemplaren. Omwille van herhaalde personeelswissels en bijhorende zijsprongen en –projecten ontstonden er immers her en der Gonggerelateerde formaties en samenwerkingsverbanden zoals pakweg Paragong, Pierre Moerlen’s Gong, Planet Gong, Mother Gong, new York Gong of Gong Maison. En dan laten we de solo-escapades nog buiten beschouwing.
Wat er ook van zij, de groep Gong zelf bereikte haar artistieke hoogtepunt met de albums ‘Flying Teapot’ (1973), ‘Angel’s Egg’ (1973) en ‘You’ (1974) die samen de zogenaamde ‘Radio Gnome Trilogy’ vormden, een mythologische verhalenbundel die ontsproten is aan een visioen van Allen en werd opgebouwd rond de centrale figuur Zero The Hero. Deze laatste reisde af naar een afgelegen, onzichtbare planeet Gong bevolkt door onder meer Pot-Head Pixies en Octave Doctors, om er aldaar diverse avonturen te beleven. Als u weet dat ieder groepslid van Gong daarbij ook een alter ego toegemeten kreeg en een rol speelde in dit geheel, is het niet moeilijk te begrijpen dat het beluisteren van platen van Gong enige verbeeldingskracht en een gezonde dosis humor vereisen. Als toeschouwer hield men dit dus best in het achterhoofd op het ogenblik dat men afgelopen zaterdag de Gentse Handelsbeurs binnenkwam om Gong na hun - uiterst geslaagde - passage op Dour afgelopen zomer, nu ook in zaal te komen gadeslaan.

Aan de basis van de uitgebreide tournee ligt onder meer het feit dat het precies veertig jaar geleden is dat Gong hun allereerste concert ooit – in België nota bene – gaven maar bovendien werd in september ook een nieuwe plaat ‘2032’ uitgebracht, het jaartal waarin de planeet Gong voor het eerst met de aarde contact zal opnemen. Aldus wordt dit album als de directe opvolger van de ‘Radio Gnome Trilogy’ aanzien. Bijkomende bijzonderheid aan  ‘2032’ is dat voor het eerst in ongeveer drie decennia de opnames plaatsvonden in een bezetting die grote gelijkenissen vertoonde met deze ten tijde van de klassieke trilogie, zijnde behalve Daevid Allen ook Gilli Smith, Steve Hillage, Didier Malherbe, Miquette Giraudy en Mike Howlett.
Op het podium in Gent waren Malherbe (wel gastspeler in Parijs) en Howlett (van de partij  tijdens de concerten in het Verenigd Koninkrijk) er niet bij. Allen (gitaar en zang), Smith (achtergrondzang), Hillage (gitaar en zang) en Giraudy (toetsen en achtergrondzang) werden bijgestaan door Ian East (saxofoon en dwarsfluit), Chris Taylor (drums) en - in plaats van Howlett - Dave Sturt (basgitaar). Kortom, een bezetting waar Gongfans al lang naar uitkeken.
Toen de lichten in de Handelsbeurs doofden en op het grote beeldscherm felgekleurde, vliegende theepotjes te zien waren en de groepsnaam opflakkerde, was dit het sein voor het publiek om zich te laten onderdompelen in de mystieke en magische wereld van Gong.
Na een korte instrumentale intro kwam Allen met puntmuts op het hoofd en getooid in zwart-witte pak bedrukt met doodshoofdjes (een pak dat hij later zou omruilen voor een futuristisch witte uitrusting), het podium opgewandeld en werd met “Escape Control Delete” uit het nieuwe album geopend. Dit luid en strak gespeelde, melodieus getinte nummer voorzien van een flinke vleug psychedelica en krautrock eindigde in weids uitwaaiende gitaarpartijen. Meteen werd de toon voor de gehele set gezet.
Het modern klinkende album ‘2032’ is namelijk minder zweverig dan weleer en elk nummer bulkt van de muziekgenres. Live werd dat vlotjes overgedaan. Of nu de ene keer de psychedelica en de space rock primeerden, dan wel op andere momenten alle registers der jazz fusion werden opengetrokken, telkenmale werd het geheel verweven met onder meer funk (“Digital Girl”), folk (de tweede helft van het swingende “Dancing With The Pixies”), oosterse wereldmuziek (“Flute Salad” uit ‘Angel’s Egg’), punk (het nerveuze “Guitar Zero”) of new age (“Yoni Poem” waarbij Smith’s fluisterende poëzie met de jaren griezeliger blijkt te worden). Om de hoek loerden herhaaldelijk ook Pink Floyd en Van der Graaf Generator.
De saxofoon is steeds een bepalende factor geweest in het geluid van Gong maar in Gent werd dit instrument via Ian East nog duidelijker op het voorplan gebracht. Dit gold eveneens voor de basgitaar van Dave Sturt. Beiden waren bijzonder bepalend voor het ritme en mede verantwoordelijk dat er van rustpauzes nauwelijks of geen sprake was.
Het meest opgetogen waren we met de aanwezigheid van Hillage. Er kon volop genoten worden van zijn geëtaleerde gitaarkunsten. Vooral in nummers als “Wacky Baccy Banker” of het instrumentale, door hem gecomponeerde “Portal” kon hij zich met zijn headless Steinberger ruimschoots uitleven, daarbij ondertussen ook vaak keuvelend met Giraudy die af en toe een gooi leek te doen naar de titel van meest bizarre luchtgitaarspel.
De ruimtereis van Gong ging natuurlijk ook richting het verleden en er werd dan ook herhaaldelijk teruggeblikt op de reeds aangehaalde trilogie. Er was niet alleen in het begin “Zero The Hero And The Witch’s Spell” (uit ‘Flying Teapot’) dat een outtro meekreeg die leek op een jamsessie, maar ook “Flute Salad”, “Oily Way”, “Outer Temple / Inner Temple” en “I Never Glid Before” (allen uit ‘Angel’s Egg’) en “Master Builder” (uit ‘You’) kwamen aan bod.
Uit ‘Camembert Electrique’ (1971) werden dan weer het in psychedelica gedrenkte “You Can’t Kill Me” en het door Allen en Sturt repetitief gescandeerde “Dynamite / I Am Your Animal” geplukt. Bij dit laatste nummer werkten de gitaren tegendraads in tegen de overige instrumenten maar blonk het geheel toch uit in alle homogeniteit.
Muzikaal zat alles goed maar een klein minpuntje noteerden we toch bij de vocale prestaties van Allen. Bij “Wacky Baccy Banker” en “I Never Glid Before” werd niet zuiver gezongen. Aanvankelijk dachten we aan een slechte geluidsmix maar dit zou een beetje verwonderlijk zijn, gezien nu net de Handelsbeurs in het verleden via haar akoestische kenmerken eerder een extra troef dan een remmende factor bleek te zijn.
Al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Allen hield herhaaldelijk nauwlettend de tekstbladen in het oog, had wat begeleiding nodig toen hij op een ogenblik enigszins verdwaasd achter het podium wandelde en leunde enkele malen met zijn hoofd tegen de achterkant van luidsprekers aan. Maar bovenal bleven de doorgaans grappige passages en toespelingen uit.
Nadat met “Selene” de reguliere set werd afgesloten en het publiek om meer schreeuwde, kwam Gilli Smith met het verdict: Daevid Allen had een lelijke griep te pakken en de koorts was te hevig om de voorziene toegiften te brengen. Ze excuseerde zich uitvoerde en hoopte de toeschouwers binnenkort terug te zien. Laten we duimen dat die kans zich nog voordoet want gezien de leeftijdsgrens van enkele protagonisten (Allen is er 71 en Smith zelfs 76) is enige voorzichtigheid hierbij op zijn plaats.

In elk geval kwam aldus een onverwacht einde aan het concert en maakte de magische wereld van Gong na anderhalf uur plaats voor realiteit. De afstand tussen de planeet Gong en het aardse leven bleek plots erg klein geworden te zijn. ‘2032’ werd heel eventjes gewijzigd in ‘2009’.

Setlist: * Intro * Escape Control Delete * You Can't Kill Me * Zero The Hero And The Witch's Spell * Dynamite/I'm Your Animal * Digital Girl * Yoni Poem * Dancing With The Pixies * Wacky Baccy Banker * I Never Glid Before * Portal * Flute Salad * Oily Way * Outer Temple/Inner Temple * She's The Great Goddess /Master Builder * Guitar Zero * Selene

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 12 november 2009 01:00

Wilco (the album)

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

donderdag 12 november 2009 01:00

… And the mystery of the golden medaillon

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

donderdag 24 september 2009 02:00

Kabaal

”Wacco’s der aarde, na twee decennia en wel ter ere daarvan heeft Belgian Asociality de eer en het genoegen een hoop onzin in uw richting te stampen  in de vorm van een schijf met muziek” … Het Antwerpse kwartet vierden het met een nieuwe cd, een boreling die we al jarenlang verwachtten; op hun talrijke gigs kregen we er al en toe ééntje te horen.
Eenvoud siert is de doeltreffende formulering als je deze band aan het werk ziet. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop, rond Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas) hebben twintig leuke punkrockers, prettig gestoorde, meezing-/brulbare, rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten uit. Belgian Asociality weet de (dolgedraaide) veertiger als onze jonge gasten te boeien.
”Lieve burgers, geniet en onderga hun kabaal” met songs als “Anti iedereen”, “De pit”, “Vanalles” en “Tip van de week”. Door de broeierige opbouw hebben “Twee”, “Achterklap” en deze met Luc Devos (niet toevallig “Tip van de Vos”) iets meer ‘song’. “Die van ons” lijkt het uitgangsbord. Een zomerse dubgroove horen we “Bampa punk 2.0” en verder kun je de keel schrapen op het “BA volkslied”, of een rondedansje wagen op de circuscarrousel van “1, 2, C4”.
De oudgediende punklegende van het Belgische front liet terug van zich horen. Oh ja, heb je er nog niet genoeg van? Er is ook nog een schijf met beeld …

Info op http://www.beginanasociality.be

Ondanks de (bijna) pensioengerechtigde leeftijd, houdt de 63 jarige rock’n’roll diva zich op haar recentste platen kranig en (levendig) jong door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze werkte samen met de nineties generatie Polly Harvey, Beck, Damon Albarn, Nick Cave en Morrissey, grijpt jonge artiesten en bands aan als Antony Hegarty, The Decemberists en BRMC of tuimelt veertig jaar terug in het hitarchief naar The Rolling Stones, Duke Ellington, Smokey Robinson, Randy Newman en Dolly Parton.
Ze had soms een geheugensteuntje nodig voor de liederenteksten (full understanding!) en kon haar getalenteerde begeleidingsband maar voorstellen met de hulp van haar walking memory / rechterhand en multi-instrumentalist Dave (?). Ze hield een nauwe, intense band met het publiek en haar bescheidenheid, dosis zelfrelativering en humor en stijl van thanks sierden.
Ze kon in de herbewerkte songs haar eigen stempel drukken en er een venijnig, scherp randje aan geven. Ze werden door haar zevenkoppige begeleiding tot in de puntjes uitgewerkt en werden gedragen door haar grauwe, rokerige stem. De fijne, subtiele arrangementen boden een donkere, broeierige ondertoon.
Jeugdsentiment hoorden we in het ouder materiaal: opener “Time square” trok al meteen de aandacht, halverwege was er “Broken English” en tot slot hoorden we “The ballad of Lucy Jordan” ergens achteraan; ze werden in een soort Van Morrison stijl breed omlijst door toetsen, piano, viool, dwarsfluit, klarinet, hobo, zingende zaag en een harmonium, en kregen soms een adrenalinestoot door een begeesterend gitaarspel, die richting Robert Cray durfde uit te gaan. En in haar archief konden een bloedmooie “Sister Morphine” en een beklijvende “As tears go by”, de Rolling Stones links, niet ontbreken!
De songs van haar recentste worp ‘Easy come, Easy go’ stonden moeiteloos naast deze classics. Een broeierig “Down from Dover” (Dolly Parton), een rockende “Hold on, hold on” en een sfeervolle “In Germany before the war” (Randy Newman). Ook de bewerkingen van de jongere generatie overtuigden live, “The crane wife” van The Decemberists, haar closest filosophy of life in “Crazy love” van Cave en een strak gespeelde “Salvation” van de ‘zwartjacket-ers’ van BRMC.
In deze uiterst gevarieerde set grepen nog volgende nummers ons bij het nekvel: een innemend, sober gehouden en jazzy aandoende “Solitude” (Duke Ellington), de ‘60’s songwriting van ene Jackson Frank in “Kimbe”, wat zomaar kon geplukt zijn uit de Leadbelly stal en in de muzikale outfit van Grace Jones, “Why’ve yo do it”, die fascineerde door een funkende groove, een broeierige intensiteit en Faithfull’s grauwe zegzang.
Vanavond moesten er geen visuals aan te pas komen. Ze vatte haar OOR encyclopedie samen in een anderhalf uur durende innemende grootse set. Het spelplezier en haar enthousiasme leverden haar zelfs ruikers bloemen op ... Ze onderstreepte nogmaals de soberheid van haar shows en blies lof over haar ‘real band’, haar real singing en het warme onthaal.

Ook de bis was uiterst genietbaar ondanks de valse noot die we eerst hoorden in het breekbare “Sing me back home”. Ze kon ‘dat ietsje meer songwriterschap’ niet onder stoelen of banken steken voor Morrissey en besloot definitief met een opbouwende “Dear God, please help me”. Het droeg bij tot het grenzeloos respect, dat ze voor heel wat artiesten en bands heeft. Klasse!

Organisatie: Live Nation + AB

woensdag 11 november 2009 01:00

The Flaming Lips: Song en Show uitgekiend!

The Flaming Lips hebben zo hun eigen plaatsje in het muzieklandschap … Ondanks het feit dat ze een sprookjesachtige sound hebben weten te ontwikkelen, kleur- en beeldrijk ineen, pendelen ze tussen droom en werkelijkheid; de heren onder zanger/gitarist Wayne Coyne gaan de strijd aan om er een betere, leukere wereld van te maken; een boodschap, die hij tussen de nummers liet doorschijnen … ‘a wonderful life & happy faces’ ondanks dat sommigen het in deze wereld niet echt menen.

Twee uur lang konden we genieten van hun wondere, fantasierijke muzikale leefwereld, met als doel een onvergetelijke feestavond. Ze houden van een dosis experimenteerdrift op hun platen. Het recente ‘Embryonic’ bundelt de vroegere platen ‘Transmissions from the satellite heart’ (uit ’93 – met de instant klassieker “She don’t use Jelly”) het poppier ‘The soft bulletin’ (’99) en de mystieke psychedelica van ‘Yoshimi battles the pink robots’ (’02) en ‘At war at the mystics’ uit 2006. Het lijkt een soort ‘Space Odyssey: watching planet earth in 2009’ in achttien nummers weergegeven en omschreven als een sci-fi trip.
The Flaming Lips hebben hun succes ook te danken aan het totaalspektakel binnen hun optreden in een club of op festivals. Al op voorhand lag door een luchtkanon de zaal vol oranje snippers en hingen papierslingers in de AB omkadering. De instrumenten werden geplaatst door de in oranje stadswerkplunje geklede roadies, de FL leden deden zelf de soundcheck, waar al een woordje commentaar werd geleverd. Coyne verwittigde de eerste rijen van z’n ‘space bubble’; hij legde uit dat je maar beter je pint of ander drankje uit had. En inderdaad, bij de aanvang van hun spacey trip, rolde Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Een indrukwekkende start en een luid onthaal …Ze vatten ”Race for the prize” aan…, wat spectaculairder werd door de ingegooide ballonnen en het blazen van confetti en papiersnippers… Moest er nog zand zijn?
En er was érg veel te zien …Coyne maakte nog gebruik van een filmcamera aan z’n microfoon, flashy stroboscoops, een videowall met kitscherige pictures, de tragiek van schrijnende pics en erotiek (bij de intro hoorden we dreunende psychedelica en werden we allemaal in een vibrerende vagina gestopt); langs de beide kanten van de zaal zagen we een groot dierenbos van lukraak gekozen mensen uit het publiek, die zich hadden verkleed om de ganse set te staan huppelen en dansen; en tot slot een rookgordijn. Het bracht allemaal bij om die unieke sound van The Flaming Lips speels te houden en leuk in te kleuren. Muzikaal bewegen ze ergens tussen ‘70’s Pink Floyd, Spacemen 3, Ozric Tentacles, Mercury Rev, Air en de drone van Sunn O))). En dat oudjes Pink Floyd en Spacemen 3 invloedrijk waren, hoorden we vooral op het recente materiaal waaronder een mooi uitgesponnen “Silver trembling hands”, al vroeg in de set, die elan kreeg door de screamo’s van huilende wolven van het publiek en Coyne die op een verklede dansend, lachende gorilla zat. Het tempo hielden ze nog strak door de single “The yeah yeah yeah song”. Wat een eerste half uur van sound en entertainment. Op adem konden we even komen met een uiterst sfeervolle “Fight test”. “Morning of the magicians” benaderde de ‘psyche rock’ van Pierre Henry, een aparte muzikale trip met Kermit frogs op het podium. Het was een broeierig, slepende song, met zin voor experiment en gedragen door ontstemde vocoders van de gitarist en Coyne’s bedwelmende zang!
Ze gingen de geflipte psychedelica toer op met “Convinced of the hex”, een donkere dreiging met synths, orkestraties en cimbalen, die de ‘evil things on this planet’ bestreed, wat niet toevallig werd verder gezet door het aanzwellende “Evil”, van vervlogen gitaarpartijen en straffe synths. Onder de indruk waren we van die soepele, speelse, avontuurlijke, energiek geïnjecteerde, intrigerende psychedelicatrips en showelementen. Zelfs in een minimaal sfeervol gehouden “Yoshimi battles the pink robots” slaagden ze erin het publiek uit hun dak te laten gaan; de tekst werd luidkeels meegezongen. De sfeercreatie was ten top op “Pompeij am götterdämmerung” en op “The w.a.n.d.”, niet voor de hand liggende bezwerende songs die zeggingskracht kregen door in een rookgordijn confetti te blazen, vuurwerk en een oase van stroboscoops. Een grote gong werd zelfs bovengehaald en Coyne zong door de trompetopening en door een megafoon. Verrassend en gek! De doorbraak “She don’t use jelly” vormde het sluitstuk, klonk uiterst gevarieerd en werd sober ge-outtroëd op piano. Kers op de taart was een strak gespeelde “Do you realize?”, die het magnifieke optreden definitief besloot van een dolenthousiaste band, die song en show schitterend kon uitkienen. Een daadwerkelijke ‘feelgood’- ervaring …Kortom een ‘fantasmatische’ blijver …

Support was Stardeath and white dwarfs, eveneens afkomstig uit Oklahoma City en deel utmakend van de Coyne crew. Qua titel een persiflage op de ‘Death Star’ van de Star Wars serie, maar muzikaal overtuigde het jonge kwartet met krachtig opbouwende psychedelicarock; de poppy sound was doordrenkt van fuzz en distortion. De Madonna cover “Borderline” overtrof de andere nummers van hun gig.

Organisatie: Live Nation

donderdag 05 november 2009 01:00

Manhay

Daan vernoemde de cd ‘Manhay’ naar het Waalse dorpje waar hij frisse lucht opsnoof inspiratie op te doen om nieuw materiaal te schrijven. Bij z’n vorige band Dead Man Ray werd ook al een cd vernoemd naar een gemeente, met name ‘Berchem’, waar hij toen woonde.
Hij gooide het muzikaal over een andere boeg. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. We horen eerder de essentie van de pure popsong, die kleur krijgen door sfeervolle toetsen en piano. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed.
Onze ‘James Dean’ lookalike met z’n grauwe, doorleefde stem en brabbelzang en een sigaret in de hand, legde de klemtoon op z’n singer/songwriterschap met enkele mooie ingetogen donkere songs (“Brand new truth”, “Bad boy, bad girl” en “A great retriever”), maar hij klinkt intenser, steviger met compacte, broeierige rocksongs als singles “Exes”, “Crawling from the wreck en  “Your eyes beauty calls collect” . Op ”Icon”, een echte country filler, charmeert hij één van z’n idolen Bobbejaan Schoepen. Breder omlijst door toetsen, piano en blazers  zijn “Friendly fire” en “Decisions”. Spijtig is dat het resultaat in deze nummers niet stedds geslaagd is. Op die manier hebben we met een gevarieerde plaat te maken van hecht klinkend songmateriaal.
Daan wist op het juiste tijdstip duidelijk te herbronnen en ging niet oeverloos verder in die ‘80’s kitsch electro. De ‘new face’ en ‘sound’ van Daan besluit met een hommage aan Johnny Cash, het intiem, breekbare “The stealing kind”.
De broeierige rock/pop/vaudevile americana op ‘Manhay’ betekent een happy return naar het archief van ‘Profools’, ‘Bridge burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode. Hij beschikt nog steeds over een erg geoliede band met vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.

donderdag 05 november 2009 01:00

Ocd Go Go Go Girls

De jonge Engelse pubrockers Lovvers hebben na een paar (korte) EP’s hun debuut uit: rauw rammelende rock’n’roll/punkrock, (mes)scherp, stuwend en broeierig. De songs lijken regelrecht van het repetitielokaal te komen. Twaalf songs in een dertigtal minuten, rechttoe- rechtaan en zonder al te veel franjes. Sommige nummers hebben onbeduidende songtitels, “1-2-34 count”, “Axtxtx…” en “D.boon”. De groep grijpt terg naar de 1, 2, 3, 4 van de Buzzcocks en refereren nauw aan die andere strakke band Wavves en de eerste Thermals. Op een drietal songs klinken ze nog feller en gaan ze harder tekeer (“100 flowers”, “Alone with a girl” en “Human hair”). De zang is er soms over … moeilijk verstaanbaar en overstuurd. Het draagt allemaal bij tot het punkwiel van the good old jaren ’70, die de band hoog in het vaandel draagt.

Pagina 144 van 180