Halfweg de jaren ’60 had de Australiër Daevid Allen zich als gitarist en medeoprichter van Soft Machine reeds op verschillende vlakken in de kijker en in de rockgeschiedenis gespeeld. Na één enkele singleopname kwam evenwel aan zijn inbreng in deze toonaangevende groep binnen de Canterbury scene abrupt een einde toen Allen omwille van visumproblemen het Verenigd Koninkrijk niet meer binnen mocht en Soft Machine noodgedwongen als trio verderging. Residerend in Frankrijk en vervolgens Mallorca en bulkend van de creativiteit, bleef hij niet bij de pakken zitten en richtte samen met zijn vrouw Gilli Smith de formatie Gong op die nadien een al evenzeer grote cultstatus zou verwerven.
Het in kaart brengen van de levensloop, laat staan het inventariseren van de diverse creaties van de formatie Gong, grenst al evenzeer aan het onmogelijke als het oplijsten van het aantal vrouwen die het bed met Robbie Williams hebben gedeeld. Ook al is de beschikbare informatie bijzonder accuraat, men zal steeds rekening moeten houden met een foutenmarge van enkele tientallen exemplaren. Omwille van herhaalde personeelswissels en bijhorende zijsprongen en –projecten ontstonden er immers her en der Gonggerelateerde formaties en samenwerkingsverbanden zoals pakweg Paragong, Pierre Moerlen’s Gong, Planet Gong, Mother Gong, new York Gong of Gong Maison. En dan laten we de solo-escapades nog buiten beschouwing.
Wat er ook van zij, de groep Gong zelf bereikte haar artistieke hoogtepunt met de albums ‘Flying Teapot’ (1973), ‘Angel’s Egg’ (1973) en ‘You’ (1974) die samen de zogenaamde ‘Radio Gnome Trilogy’ vormden, een mythologische verhalenbundel die ontsproten is aan een visioen van Allen en werd opgebouwd rond de centrale figuur Zero The Hero. Deze laatste reisde af naar een afgelegen, onzichtbare planeet Gong bevolkt door onder meer Pot-Head Pixies en Octave Doctors, om er aldaar diverse avonturen te beleven. Als u weet dat ieder groepslid van Gong daarbij ook een alter ego toegemeten kreeg en een rol speelde in dit geheel, is het niet moeilijk te begrijpen dat het beluisteren van platen van Gong enige verbeeldingskracht en een gezonde dosis humor vereisen. Als toeschouwer hield men dit dus best in het achterhoofd op het ogenblik dat men afgelopen zaterdag de Gentse Handelsbeurs binnenkwam om Gong na hun - uiterst geslaagde - passage op Dour afgelopen zomer, nu ook in zaal te komen gadeslaan.
Aan de basis van de uitgebreide tournee ligt onder meer het feit dat het precies veertig jaar geleden is dat Gong hun allereerste concert ooit – in België nota bene – gaven maar bovendien werd in september ook een nieuwe plaat ‘2032’ uitgebracht, het jaartal waarin de planeet Gong voor het eerst met de aarde contact zal opnemen. Aldus wordt dit album als de directe opvolger van de ‘Radio Gnome Trilogy’ aanzien. Bijkomende bijzonderheid aan ‘2032’ is dat voor het eerst in ongeveer drie decennia de opnames plaatsvonden in een bezetting die grote gelijkenissen vertoonde met deze ten tijde van de klassieke trilogie, zijnde behalve Daevid Allen ook Gilli Smith, Steve Hillage, Didier Malherbe, Miquette Giraudy en Mike Howlett.
Op het podium in Gent waren Malherbe (wel gastspeler in Parijs) en Howlett (van de partij tijdens de concerten in het Verenigd Koninkrijk) er niet bij. Allen (gitaar en zang), Smith (achtergrondzang), Hillage (gitaar en zang) en Giraudy (toetsen en achtergrondzang) werden bijgestaan door Ian East (saxofoon en dwarsfluit), Chris Taylor (drums) en - in plaats van Howlett - Dave Sturt (basgitaar). Kortom, een bezetting waar Gongfans al lang naar uitkeken.
Toen de lichten in de Handelsbeurs doofden en op het grote beeldscherm felgekleurde, vliegende theepotjes te zien waren en de groepsnaam opflakkerde, was dit het sein voor het publiek om zich te laten onderdompelen in de mystieke en magische wereld van Gong.
Na een korte instrumentale intro kwam Allen met puntmuts op het hoofd en getooid in zwart-witte pak bedrukt met doodshoofdjes (een pak dat hij later zou omruilen voor een futuristisch witte uitrusting), het podium opgewandeld en werd met “Escape Control Delete” uit het nieuwe album geopend. Dit luid en strak gespeelde, melodieus getinte nummer voorzien van een flinke vleug psychedelica en krautrock eindigde in weids uitwaaiende gitaarpartijen. Meteen werd de toon voor de gehele set gezet.
Het modern klinkende album ‘2032’ is namelijk minder zweverig dan weleer en elk nummer bulkt van de muziekgenres. Live werd dat vlotjes overgedaan. Of nu de ene keer de psychedelica en de space rock primeerden, dan wel op andere momenten alle registers der jazz fusion werden opengetrokken, telkenmale werd het geheel verweven met onder meer funk (“Digital Girl”), folk (de tweede helft van het swingende “Dancing With The Pixies”), oosterse wereldmuziek (“Flute Salad” uit ‘Angel’s Egg’), punk (het nerveuze “Guitar Zero”) of new age (“Yoni Poem” waarbij Smith’s fluisterende poëzie met de jaren griezeliger blijkt te worden). Om de hoek loerden herhaaldelijk ook Pink Floyd en Van der Graaf Generator.
De saxofoon is steeds een bepalende factor geweest in het geluid van Gong maar in Gent werd dit instrument via Ian East nog duidelijker op het voorplan gebracht. Dit gold eveneens voor de basgitaar van Dave Sturt. Beiden waren bijzonder bepalend voor het ritme en mede verantwoordelijk dat er van rustpauzes nauwelijks of geen sprake was.
Het meest opgetogen waren we met de aanwezigheid van Hillage. Er kon volop genoten worden van zijn geëtaleerde gitaarkunsten. Vooral in nummers als “Wacky Baccy Banker” of het instrumentale, door hem gecomponeerde “Portal” kon hij zich met zijn headless Steinberger ruimschoots uitleven, daarbij ondertussen ook vaak keuvelend met Giraudy die af en toe een gooi leek te doen naar de titel van meest bizarre luchtgitaarspel.
De ruimtereis van Gong ging natuurlijk ook richting het verleden en er werd dan ook herhaaldelijk teruggeblikt op de reeds aangehaalde trilogie. Er was niet alleen in het begin “Zero The Hero And The Witch’s Spell” (uit ‘Flying Teapot’) dat een outtro meekreeg die leek op een jamsessie, maar ook “Flute Salad”, “Oily Way”, “Outer Temple / Inner Temple” en “I Never Glid Before” (allen uit ‘Angel’s Egg’) en “Master Builder” (uit ‘You’) kwamen aan bod.
Uit ‘Camembert Electrique’ (1971) werden dan weer het in psychedelica gedrenkte “You Can’t Kill Me” en het door Allen en Sturt repetitief gescandeerde “Dynamite / I Am Your Animal” geplukt. Bij dit laatste nummer werkten de gitaren tegendraads in tegen de overige instrumenten maar blonk het geheel toch uit in alle homogeniteit.
Muzikaal zat alles goed maar een klein minpuntje noteerden we toch bij de vocale prestaties van Allen. Bij “Wacky Baccy Banker” en “I Never Glid Before” werd niet zuiver gezongen. Aanvankelijk dachten we aan een slechte geluidsmix maar dit zou een beetje verwonderlijk zijn, gezien nu net de Handelsbeurs in het verleden via haar akoestische kenmerken eerder een extra troef dan een remmende factor bleek te zijn.
Al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Allen hield herhaaldelijk nauwlettend de tekstbladen in het oog, had wat begeleiding nodig toen hij op een ogenblik enigszins verdwaasd achter het podium wandelde en leunde enkele malen met zijn hoofd tegen de achterkant van luidsprekers aan. Maar bovenal bleven de doorgaans grappige passages en toespelingen uit.
Nadat met “Selene” de reguliere set werd afgesloten en het publiek om meer schreeuwde, kwam Gilli Smith met het verdict: Daevid Allen had een lelijke griep te pakken en de koorts was te hevig om de voorziene toegiften te brengen. Ze excuseerde zich uitvoerde en hoopte de toeschouwers binnenkort terug te zien. Laten we duimen dat die kans zich nog voordoet want gezien de leeftijdsgrens van enkele protagonisten (Allen is er 71 en Smith zelfs 76) is enige voorzichtigheid hierbij op zijn plaats.
In elk geval kwam aldus een onverwacht einde aan het concert en maakte de magische wereld van Gong na anderhalf uur plaats voor realiteit. De afstand tussen de planeet Gong en het aardse leven bleek plots erg klein geworden te zijn. ‘2032’ werd heel eventjes gewijzigd in ‘2009’.
Setlist: * Intro * Escape Control Delete * You Can't Kill Me * Zero The Hero And The Witch's Spell * Dynamite/I'm Your Animal * Digital Girl * Yoni Poem * Dancing With The Pixies * Wacky Baccy Banker * I Never Glid Before * Portal * Flute Salad * Oily Way * Outer Temple/Inner Temple * She's The Great Goddess /Master Builder * Guitar Zero * Selene
Organisatie: Handelsbeurs, Gent