logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Live recept van het Britse trio The Subways: energiek, bruisend, opwindend, krachtig, stevig en wilde bokkensprongen. De enthousiaste band gooide er maar liefst twintig songs tegenaan in anderhalf uur tijd! Zanger/Gitarist Billy Lunn, de bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan putten voor hun postpunk uit de ‘90’s traditie van Nirvana, Garbage en L7.

De songs van hun twee platen ‘Youg for Eternity’ en ‘All or Nothing’ injecteerden ze van een stevige geut Crazy Rock’n’Roll. Retestrak en fel! Lunn porde het publiek aan tot handclapping, het meezingen van refreinen en de obligate ‘Oohoohs’. Op het eind werd hij zelfs letterlijk op handen gedragen. “Kalifornia”, “Young for Eternity” en “Holiday” trokken meteen alle registers open. Af en toe lieten ze ruimte voor de broeierige intensiteit en opbouw, die achter hun songs schuilde o.a. bij “Obsessions”, “Mary” en “With you”. Voor de rest overdonderden ze ons in een hels tempo met hun gebalde sound. De soms onvaste vocals van Lunn deden er niet aan toe. Een avondje spelplezier en fun, waarbij ze de melodieuze subtiliteit niet het oog verloren.
En of dat ze het publiek bij de set betrokken ...: de refreinen van “Oh yeah” en “I wanna hear what you gotta say” werden luidkeels meegezongen en er was een ronkende bas, opzwepende drums en handclapping op het uitgesponnen “I won’t let you down”. De eerste rijen gingen uit hun dak en van een schuchtere skydive ging het al snel over tot een gewaagde stagedive.
De bis zetten ze sfeervol in met “Strawberry blonde”, maar het tempo werd steviger en feller. “Girls & Boys” en het onmisbare “Rock’n’roll queen”vatten de Subways samen als een brok dynamiet.

Wat een muzikale wervelwind van een hyperkinetische band voor een dolenthousiast publiek!

Het Limburgse The Rones openden vorig jaar de main stage op de laatste Pukkelpopdag. Het grote podium was door de dosis nervositeit en uiterste concentratie nog wat te hoog gegrepen. Maar nu acht maand later, zijn de groeipijnen voorbij, won hun retrostonerrock aan kracht en intensiteit en heeft het kwintet hun debuut uit. Live zijn ze duidelijk sterker geworden. Hard en meedogenloos klonken ze, ergens tussen QOSA en Cosmic Psychos. Hun slepende, rauwe grunge kreeg een bulldozergeluid mee. Soms had de PA man te fors aan de volumeknop gedraaid, wat een oorverdovende geluidsbrui teweegbracht. Maar The Rones mogen nu zeker terug op Pukkelpop! Btw de zanger had een fotocameraatje aan z’n voorhoofd bevestigd, en misschien dat je die opname op hun site kunt bewonderen ….

Organisatie: Het Depot, Leuven

donderdag 26 maart 2009 02:00

Peaceful, the world lays me down

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.

donderdag 26 maart 2009 02:00

In ghost colours

Het uit Melbourne afkomstige trio Cut Copy komt aandraven met een pak zweverige, aanstekelijke, zomerse electropopnummers, die ze op sterke wijze combineren met een vleugje disco en house. Een paar tracks krijgen zelfs een krachtiger rockgroove mee en/of worden de pedaaleffects eens stevig ingedrukt (zoals op “Unforgettable season” en “So haunted”).
Het trio zweert aan de ‘80’s electro, verwerken LCD Soundsystem, Daft Punk en Air en doen vocaal als qua sound soms ook denken aan Daan. Een paar instrumentaaltjes zetten steeds aan tot overtuigende songs. Luister maar eens naar “Lights & music”, “Hearts on fire”, “Strangers in the wind” en “Nobody lost, nobody found”.
Cut Copy klinkt misschien gerecycleerd, maar ze slaagden in een overtuigende plaat door aan de songs een handige hedendaagse draai aan te geven.

donderdag 26 maart 2009 02:00

& Then Boom

Iglu & Hartley: een niet alledaagse groepsnaam van een vijftal uit het zonnige Californië verbaast met aanstekelijke, vrolijke, ontspannende en een zwoel dromerige sound. Inderdaad, de groep maakt een zonnige cocktail van groovy, funkende en  trippende raprock, waarin we invloeden horen van Beach Boys, Beastie Boys, Eminem, Arsenal en ‘80’s synthpop.
Een consistent album trouwens, misschien een beetje veel van hetzelfde, maar goed in elkaar gestoken poppy songs, waarbij “In this city” en “Out there” zich weten te onderscheiden. De harmonieuze samenzang van de raps van Jarvis Anderson en Sam Martin geven elan. Volmondig ondersteunen we Iglu & Hartly als Surfer Boys met een hippie randje.

donderdag 19 maart 2009 02:00

No line on the horizon

Vier jaar na ‘How to dismantle an atomic bomb’ en een wereldtournee komt het Ierse U2 met nieuw werk aandraven. Al dertig jaar leveren zij rock met een grote ‘R’ af. Melodieus spannende, broeierige pop, snedige rock en ontroerende, hartverwarmende, sfeervolle songs blijven het handelsmerk van het kwartet. ‘No line on the horizon’ zet het eerlijke herkenbare rockgeluid van de vorige platen verder, maar laat af en toe het avontuurlijke karakter van ‘Achtung Baby’ en ‘Pop’ horen, maw U2 biedt een sound met dezelfde bestanddelen en probeert zichzelf te herontdekken. “Get on your boots” refereert naar de experimentjes van de eerder vernoemde platen. “Stand up comedy” en de titelsong laten een rockband ‘pur sang’ horen. De andere songs verrassen muzikaal niet echt, maar klinken uiterst sfeervol en zijn subtiel uitgewerkt; onderhuids horen we wat invloeden van hun verblijf in Marokko door de Oosters aandoende strijkers. Politiek, religie en love & peace zijn en blijven de vaste thema’s die Bono aanhaalt; “Cedars of Lebanon” , de intieme afsluiter, zorgt voor kippenvel.
U2 klinkt niet overweldigend op die nieuwe plaat, maar beantwoordt aan de ingewortelde voorwaarden van goed, prikkelend, consistent en aangrijpend.

Cultband Animal Collective heeft al een pak platen uit , maar kwam pas écht in de belangstelling met het in 2006 verschenen ‘Feels, ‘Strawberry Jam’ in 2007 en het recente ‘Merriweather Post Pavilion’. Het NY-se trio klinkt toegankelijker binnen die muzikale spacecake van grillige freefolk, psychedelica en avantgarde. Ze nestelen zich ergens tussen Flaming Lips, Mercury Rev en ’60’s Beach Boys. Een prettig gestoord hypnotiserende, freakende danstrip, muzikale gekte, waarin ruimte is voor avontuur en improvisatie.

Live dompelden ze hun nummers onder in een dosis eigenzinnigheid en nervositeit. Ze kregen soms een pompende elektronische beat en ‘base’ mee. Een charmant klanktapijt van weirde trips onder een bevreemdend, harmonieus, hoger stemmenwerk door elkaar.
Op het podium hing een grote witte bol en was er een gamma van elektronica-apparatuur, sobere percussie, cimbalen en 6 versterkers, wat hun sound kleurrijk, bezwerend en opwindend maakte. Maw het trio zorgde voor een kakafonie van elektronisch vernuft, dat zowel hyperkinetisch, aanstekelijk als neurotisch, hectisch of subtiel sfeervol en dromerig klonk.
De meeslepende thrillers “Summertime clothes” en “My girls” klonken intenser door de beats’n’pieces en konden rekenen op een sterke respons. ”Daily routine” waande ons op de grote bidplaats te Mekka. Er waren de heerlijke lounge trips van “Also frightened” en “Fireworks”, die door hun jam een dosis experimenteerdrift hadden.
Het draaide ‘em om de klankkleur bij het trio, want live kenmerkten ze hun songs door dromerige subtiliteit en avontuur. Het grootse “Brother sport” op plaat klonk aanstekelijk, dreigend en vrolijk dansbaar tegelijkertijd en sloot ‘en verve’ na een klein anderhalf uur de set af.
Ze breidden er nog een bezwerende brij aan met “Banshee beat” en “Lion in a coma”, die op het eind voorzien was van een krachtige, groovy beat.

Animal Collective bracht een wereld van psychedelische klanken in een gezonde dosis rommeligheid en improvisatie; melodie, beats en onverwachtse wendingen in een hemels directe stemmenpracht. Maar hun elektronisch vernuft en kunde deden ook wisselende meningen opborrelen.

Pantha du Prince mocht de weirde psychedelica trip van Animal Collective inleiden. De Duitser groef in het verleden van de minimal van LFO en Pan Sonic en gaf aan z’n knisperende elektronica pulserende, krachtige beats en een toegankelijke, aanstekelijke, dansbare groove.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 12 maart 2009 01:00

To lose my life

Deze Londenaren sloegen eind 2007 het roer om met Fear Of Flying, doopten White Lies en speelden een donkerder geluid. Ze komen nu af met hun debuut ‘To lose my life’. De groep plaatst zich binnen de postpunk/waverock en voorziet hun meeslepend en bedreven materiaal van dramatiek. Ze stralen, ondanks het gebrek aan eigenheid, klasse uit. De songs zijn in een typical ‘80’s jasje gegoten van Joy Division, OMD, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, Chameleons en liggen in de markt van Editors en Interpol. De vocals van zanger/gitarist Harry McVeigh en de backing vocals van bassist Charles Cave hebben iets mee van Sam Endicott van het onvolprezen Bravery. De groep weet van begin tot einde te boeien (wat een start met “Death”, “A place to hide” en de titelsong en het dramatieke, puike besluit van “Nothing to give” en “The price of love”) en brengt voldoende varianten aan binnen dit kenmerkend geluid.

zondag 15 maart 2009 01:00

The Do: emotievolle, duivelse elfenpop

Het Frans/Finse duo The Do intrigeerde vorig jaar met het verslavende plaatje ‘A mouthful’: hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop op plaat, live een trio die er van houdt de songs in een pittig, bedreven en breder concept te plaatsen. We zagen dit alvast toen ze op Pukkelpop een overtuigend, dynamisch sterk optreden gaven. En in zaal kwam het aspect show, jam en spelplezier en plus.
Op plaat maken we kennis met vijftien kernachtige songs, live stelden ze er twaalf voor, maar deden er anderhalf uur over. Ze werden mooi uitgediept, brachten talrijke variaties aan, kregen meer vaart of klonken levendig of intenser. In dit opzicht deden ze denken aan groepen als 65daysofstatic, Jason Molina’s Songs:Ohio en CocoRosie, die eveneens graag de songs injecteren met een dosis vurigheid en avontuur.
En het charismatische trio had de kalender bijgehouden …en gekeken … want het was Friday the 13th! De roadies, verkleed als een soort Halloweenfiguren, maakten talrijke pics van het publiek en van de band, en zorgden tussen de nummers in voor wat animo bij het aanbrengen van gitaar en het juist plaatsen van de microstatieven.

Zangeres Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) was gekleed in een fel gekleurde lappenbloes en beantwoordde met haar hemels breekbare, dromerige stem aan Bjork, Nina Persson (Cardigans)en Karin Dreijer Andersson (The Knife). De drummer Jose Joyette zat midden in een aluminium spiraal, waaraan talrijke cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen en tierlantijntjes hingen om de sound kleurrijker en subtieler te laten klinken, naast het bezwerende en opzwepende drumspel. Ook de Fransman Dan Levy speelde een voorname rol door een snedig basspel, xylofoon en toetsen. En op die manier was de formule van The Do compleet, met name emotievolle duivelse elfenpop!
Anderhalf uur hadden ze het publiek in hun greep, verbaasden en overdonderden met boeiende versies van “Playground hustle” en “At last”, opgezweept door drums, bezwerende toetsen, een diepe bas, elektronica en een fris gitaarspel, waarbij distortion/fuzz effecten niet werden geschuwd. Het sfeervolle, dromerige “Bridge is broken” ging over in een r&b/hiphop/ psychedelisch gedrenkt “Queens dot kong”, die op het eind stevig rockte. De behoorlijke snedige raps van Olivia droegen bij tot de indrukwekkende brei.
The Do had de songs héél goed onder de knie, want we bleven maar de wenkbrauwen fronsen: het ingetogen “Travel light” werd bepaald door subtiele toetsen en een sober gehouden percussie, het folky “Unissasi laulelet” kreeg kleur door de dubbele percussie, het gitaargetokkel en talrijke tierlantijntjes. Wat een elegante aanpak!
En het trio stevende naar een schitterende finalereeks van “On my shoulder”, “Tammie“en “Aha”, die verrassende, avontuurlijke tot soms explosieve wendingen kregen. Het enige nieuw nummer “Bohemian” klonk groovy en dansbaar door elektronica en zwierige, opzwepende drums.
De groep werd in de goed gevulde zaal sterk onthaald en in de bis kregen we een intieme “Smash ‘em all” te horen, waarbij de stemkwaliteiten van de vrolijke Olivia nogmaals onderstreept werden; en tot slot een Mary Poppings getint “Stay just a little bit more”, alsof Olivia op balletschoentjes over het podium bewoog. Ze slaagden er opnieuw in het publiek te betrekken, want iedereen mocht het refrein acapella meezingen.

We zagen in het KC alvast een trio die goed op elkaar is afgestemd en het publiek trakteerde op een totaalspektakel van muziek en show. Kortom, een band met een ijzersterke live reputatie, wat een verdiend vijfsterren optreden opleverde. The Do deed het alweer!

Support was het Brusselse duo Yoko Sound. Yoko had iets mee van een jongere Jane Birkin. Ze werd bijgestaan door haar producer Arker op elektronica. Zij kwamen hun debuut ‘Not my enemy’ voorstellen. We zagen hen al eens toen Tricky optrad in Hof Ter Lo. Een bevreemdende mix van elektronica, wave en trippop, ergens tussen het oude Hooverphonic en Portishead zou qua intimiteit beter tot zijn recht zijn gekomen in een kleiner zaaltje, en ging dus ietwat verloren in de KC.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

woensdag 04 maart 2009 01:00

The War On Drugs: verfrissende indiefolk

The War On Drugs komt uit Philly, Pennsylvania. Het trio heeft na de interessante EP ‘Barrel of batteries’ de full cd ‘Wagonwheel Blues’ uit. Ze zetten de lijn van verfrissende indiefolk verder op deze volwaardige debuutplaat en trekken op tournee om aan belangstelling te winnen, waarin ze en verve slagen. We horen in de songs de semi-akoestische aanpak van Dylan, de doorleefde countryrock van Green On Red (met Chris Cacavas nog!), de ‘80’s folkrock van The Waterboys en de psychedelica van zZz. Ook live zijn deze invloeden onmiskenbaar! Want het trio, onder gitarist Adam Granduciel, speelde een goed uur bevallig en aanstekelijk materiaal door de riffs en opzwepende drums, onder de warme, bedwelmende en emotievolle zang van Granduciel.
In de set hoorden we voldoende variatie van het snedige “Arms like boulders”, “Taking the farm” en “Buenos Aires beach” naar het sfeervolle “There is no urgency” en “Show me the coast”. De in dope gedrenkte “A needle in the eye”, in het midden van de set, refereerde door de toetsen aan de groove van Green On Red, zZz en Suicide. En tot slot bekoorden ze met het innemende, akoestisch toongezette “Barrel of batteries”.
War On Drugs: een herkenbaar geluid en  een band met gevoel, die durft eigenwijs te zijn. Het is een charismatisch bandje die mag gehoord worden door een breder publiek en het ontdekken waard was …

Organisatie: Botanique, Brussel

De EP ‘Desperate desires’ is het eerste deel van een trilogie van het trio rondom de contrabassiste/zangeres Ineke Van den Zegel. Van CO.ntradiction vinden we vier songs terug, waarvan de eerste twee,”no no no” en “neuritoc” groovende jazzypop zijn en zwoel klinken. Ze spreken tot de verbeelding … een beetje  “I wanna be loved by you” - Marilyn Monroe. De twee volgende “forever off course” en “please stop” hebben een broeierige spanning en zijn eerder donker en dreigend van aard.
Het verhaal van wanhopige verlangens krijgt elan door haar aanpak en haar overtuigende, heldere, doorleefde soulstem. Ergens tussen Joan Wasser (van JAPW), Phoebe Killdeer (één van de zangeressen geweest van het Franse Nouvelle Vague), Dani Klein (Vaya Con Dios) en Feist.
De songs zijn een intrigerende mix van pop, jazz en film noir, en worden naast contrabas kracht bijgezet door sax, gitaar en drums.
De EP werd, naast de vaste line-up van drie, opgenomen in samenwerking met enkele gastmuzikanten waaronder Elko Blijweert en Karel de Backer.

Info op http://www.contradiction.be

Pagina 153 van 180