logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Kreator - 25/03...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 23 april 2009 03:00

The Virgins

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

donderdag 23 april 2009 03:00

Invaders must die

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

donderdag 23 april 2009 03:00

To be still

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

maandag 27 april 2009 03:00

CD voorstelling ‘Manhay’ Daan

Daan trekt momenteel het clubcircuit rond om de vijfde, nieuwe cd ‘Manhay’ voor te stellen. De titel is vernoemd naar het Waalse dorpje waar Daan naar toe ging om inspiratie op te doen en om de songs uit te schrijven. De klemtoon kwam op z’n singer/songwriterschap. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. Hij deed beroep op z’n vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.
We hoorden al enkele trailers van de songs, die een terugkeer naar de essentie van de pure popsong deden vermoeden, en die sfeervolle toetsen en piano laten doorklinken. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed. Op de vooravond van de te verschijnen nieuwe plaat, waren we dus uiterst benieuwd hoe deze zouden klinken.

De voorstelling van de nieuwe cd werd ter harte genomen door Daan, want ze speelden al het nieuwe materiaal. Meteen trok onze James Dean lookalike in leren jekker en met een sigaret in de hand de aandacht met de aan REM gelinkte single “Exes”, een zwierig rockende popsong. De piano en toetsen hadden een zalvende werking op “Friendly fire”en “Beauty calls collect”. “Decisions” en “The great retriever” klonken uiterst intiem en waren geënt op Daan’s pianospel. Hij stapte over naar “Woods” en “Boots”, die een intens broeierige, meeslepende opbouw hadden, onder z’n doorleefde zang.
Hecht klinkend, compact songmateriaal was de eerste indruk van deze band, die al goed op elkaar ingespeeld was. En we onderstrepen het afwisselende en gevarieerde geluid: enkele nachtburgemeestersongs à la Arno, “Brand new truth” en “Bad boy”, een sfeervol “Your eyes” en het snedig rockende “Radio silence”. Naar het eind van de set hoorden we Daan’s ‘80’s aanstekelijke, dansbare synth classics: “The player”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”, die eerst mooi werd ingeleid op piano en Daans’s grauwe, rappende brabbelzang. Dan klonken de gitaren en drums meer door, wat een verbeten en krachtiger rocksound gaf. Ook “Crawling from the wreck”, de enige electrosong op ‘Manhay’, hielden ze doelbewust binnen dit genre.
Het broeierige “The stealing kind” en een niet te ontbreken hommage aan Johnny Cash besloten de ‘new face en sound’ van een Daan, die zich duidelijk heeft herbronnen en niet meer verder sleutelde en leuterde aan z’n onmiskenbare ‘80’s synthwave.

Wat de eindafrekening maakt van een minder vertrouwd geluid, een happy return naar het archief van ‘Profools’/’Brigde burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode.
‘Manhay’ is een te ontdekken plaatje en live zagen we een geoliede band, klaar voor het clubcircuit en de festivalpodia …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

vrijdag 17 april 2009 03:00

Fork in the road

’Rock’n’roll will never dies’ … woorden gegrift in ons geheugen van de onvermoeibare rockveteraan Neil Young. Hij slaagt er nog steeds in met een tweede generatie Crazy Horse leden en vrouwlief Pegi zorgvuldige en intens broeierige retrorock te bieden. ‘Fork in the road’ is één van z’n betere cd’s van de laatste jaren; een afwisselende plaat van bezielde strakke rock. En deze keer horen we geen uitgesponnen nummers die het begeesterende gitaarspel van deze rockicoon onderstrepen; enkel de titelsong overstijgt de vijf minuten grens. In de tien songs wordt z’n interesse voor antieke auto’s liefdevol bezongen. Z’n countryroots verloochent hij niet in het intieme “Light a candle”, die samen met “Off the road” de sfeervolle songs zijn op de plaat. Voor de rest horen we onderhouden gitaarrock om U tegen te zeggen, waaronder “When worlds collide”, “Johnny magic”, “Cough up the bucks” en de titelsong, onder mans doorleefde zang.

Vorig jaar maakten we kennis met het sympathieke Zweedse Loney, dear onder de charismatische, vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen. Invloedrijk zijn de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire, Sufjan Stevens en de americana stijl van Bonnie’ Prince’ Billy. De man beschikt over een hemelse en gevoelige stem, die de beelden van de tv serie ‘Mash’ oproept. Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt.
Die muzikale variatie hoorden we terug in de bijna anderhalf uur durende set, waarbij de groep putte uit hun drie cd’s ‘Sologne’, ‘Loney, noir’ en de pas verschenen ‘Dear John’; net als bij Deerhunter komt de frisse rock en de zalvende elektronica meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele, sprankelende melodielijn. De kwalitatieve schoonheid van de aanzwellende partijen en de prachtige samenzang konden nog goed doorklinken, zoals op hun vorig optreden tijdens Les Nuits Bota, ondanks het krachtiger geluid. “Titans” en “Everything turns to you” gaven die aanzet. Maar al snel droomden we weg op de uiterst genietbare “Under a silence sea”, ”Hard days 1, 2, 3, 4”, “Airport surrondings” en “Violent”. Op het intieme en sober gehouden “Meter marks ok” porde Svanängen het publiek aan met enkele obligate ‘Nanaahs’ … alsof we op de golvende zee vaarden… “Carrying a stone” werd zonder versterking ingezet, en bouwde langzaam op naar een schitterende apotheose. En met “I love you” was er de ultieme liefdesverklaring naar z’n dankbare publiek. De subtiliteit van hun melodieuze pop kwam naar voor in puike versies van “Summers” en “I am John”, die door toetsen en xylo een kleurrijk geheel gaven.

Vakkundig liet Loney, dear hun afwisselend materiaal in elkaar overgaan, wat ons doet besluiten dat ze het ideale recept klaar liggen hadden van sprankelende, frisse en tedere pop.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Palace, Palace Brothers, Bonnie ‘Prince’ Billy en Will Oldham, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z’n verhaal van levenservaringen en emoties prijs geeft in introvertie, ontroering en weemoed. Hij trad op met Matt Sweeney op het Cactusfestival (2005) en sloeg ons met verstomming toen hij solo, twee jaar terug, te zien was in Le Grand Mix (Tourcoing) en Ancienne Belgique; een intens pakkend, huiveringwekkend en magistraal solo-optreden was dat, waar hij z’n uitgebreide catalogus afgaspelde!
Bonnie ‘Prince’Billy houdt er de vaart in om cd’s uit te brengen. De melancholische americana bard/singer/songwriter verbaasde vorig jaar met de bredere en krachtiger aanpak op ‘Is this the sea’; hij liet zich begeleiden door het Schotse Harem Scarem. En ook op het recente ‘Beware’ klinkt het allemaal iets luchtiger, vrolijker en catchy; door de vioolpartijen, steelpedal, banjo en harmonium schemert de countryfolk wat meer door, onder z’n lichthese, zalvende zachte stem.

Vanavond was hij te zien met de band, die net instond voor de ‘Beware’ plaat, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, maar enkele bloedmooie songs van mans innemend, ingetogen werk werden niet vergeten.
We hoorden een gevarieerde set van ruim anderhalf uur binnen die folkcountry/americana: de gestileerde en krachtige rootsrock op “You don’t love me” (gelinkt aan Presley’s “Marie’s the name”), de folky poprock van “Strange from of life” en “After I made love to you” en het afsluitende broeierige “I am goodbye”, die samen met “Just to see my holly home (uit ‘Ease down the road’) één van de hoogtepunten vormde; ze stonden moeiteloos naast o.a. het adembenemende “Death to everyone” (uit ‘I see a darkness’) en het sfeervolle “Big friday”. Het was leuk om aan te zien hoe iedereen zich op het podium amuseerde: een enthousiast spelende band en een grapjes vertellende en licht dansende Oldham. Hij werd vocaal bijgestaan door violiste Cheyenne Mize, die met haar indringende, heldere Emmylou Harris stem een mooi aanwinst was en elan gaf op songs als “I don’t belong to anyone”, “Won’t ask again en “You won’t that picture” (uit ‘Lie down the light’). En ook Susanna was van weerwoord tijdens de bis in het intieme “Spite of ourselves”.

Bonnie ‘Prince’ Billy balanceerde van het singer/songwriterschap van Johnny Cash/Gram Parsons naar de aanpak van een gezapig folkcountry bandje … Een ‘Beware this only friend’- mentality …

Support was Susanna Wallumrod. Op piano liet ze haar sfeervolle songs spaarzaam begeleiden met een gitarist en een drummer. Ergens tussen Tori Amos en Joan As Police Women te situeren, waarbij haar heldere stem soms neigde naar een Loreena McKennitt gehalte. Mooi leek alvast de liefdesverklaring tussen Oldham en haar, toen Badfinger’s “I can’t live without you” werd ingezet …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 09 april 2009 03:00

Manuel for successful rioting

De Franse DJ crew Birdy Nam Nam zijn al jaren bezig in de Franse underground. Hun eerste volwaardige cd ‘Manuel for successful rioting’ kwam tot stand met de hulp van Yuksek en Justice. Hun DJ virtuositeit en ervaring van turntablists gooiden ze in een potpourri van electro, trance, house en beats. Ze gaan hun stevige broers Daft Punk , Cassius en Justice en onze Goose/Soulwax Nite Versions DJ’s achterna. Een fijn staaltje dance en een aangename kennismaking met dit beloftevol kwartet.

donderdag 09 april 2009 03:00

Beyond Colossal

Het Zweedse Dozer zijn al acht jaar bezig en weten ons nu pas met deze nieuwe plaat ‘Beyond Colossal’ te bereiken. Retrostonerrock, die put uit Black Sabbath traditie, de ‘90’s Kyuss, Soundgarden (‘Badmotorfinger’), de eerste van QOSA en de sound van het nog steeds actief zijnde Fu Manchu.
’Beyond Colossal’ bevat acht daverende songs, een slepende “Two coins for eyes” en een bezwerende ‘70’s psychedelica trip op het afsluitende “Bound for greatness”. Prima nostalgisch plaatje!

donderdag 26 maart 2009 02:00

Before-During-After

Man van alle kunstjes binnen de muziekindustrie is Gert Keunen. Hij heeft met z’n project Brsiskey een nieuwe plaat uit. De derde trouwens na ‘Cucumber Lodge’(klemtoon op jazz/elektronica), ‘Scarlett Road-House’ (zwoel, sensueel, groovy, een fusion van jazz, bigband/blazers en latino).
’Before-During-After’ leidt het soundtracksfeertje van vroeger al ten dele in, want de cd lijkt een sferisch samenbrengen van ‘Goldfinger’ (Shirley Bassey) vs ‘Twin Peaks’ vs ‘Once Upon a time in America’ vs David Lynch en Ennio Morricone. Het onderstreept de muzikale kunde van Briskey in verschillende gedaantes. Een donker, traag slepend jazzy trippopgeluid, dat op de lange nummers “Spellbound” en “The man with an oiled mustache …” tot z’n recht komt. De vocals van Lady Linn en Dorona Alberts (ook al op de vorige plaat terug te vinden) passen ideaal binnen het Briskey decor, luister maar eens naar de adembenemende versies “Ossessione” en “After hours”.
Briskey leverde opnieuw puik werk af en gaat van een bigband filosofie naar een kortfilmproductie.

Info op http://www.briskey.be

Pagina 152 van 180