logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_20
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 26 februari 2009 01:00

Alas my love

Het zag eraan te komen … Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports en op festivalletjes. En nu hebben ze een puik debuut uit!
Spil is zanger/componist Bram Vanparys, die in de zang doet denken aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded. Hij biedt op de elf songs een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De melancholisch romantische pop krijgt nog elan door contrabas en een tweede gitaar. Sommige nummers klinken hierdoor wat meer doorleefd en hebben wat meer diepgang, waaronder “The sunset”, “There I am”, “Everything I like” en “Taxidream. Kippenvelmoment vormt “Favourite”, minimaal begeleid en gedragen door de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger. Een talentrijk zanger en een goed op elkaar ingespeelde band dus, die een aan Radiohead/Sigur Ros klanktapijt niet schuwt door toetsen en soundscapes, als op “Maria”, “Losing gravity” en de intieme afsluiter op piano, “My invasions”.
‘Alas my love’ bevat broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt. Ze plaatsen zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies.

donderdag 26 februari 2009 01:00

Tight Knit

Het Amerikaanse Vetiver past mooi binnen het plaatje van de free(‘freak’)folk, maar geven hun sfeervol, dromerig en zeemzoeterig materiaal een aardige americana draai door steelpedal en slides, waardoor de Devandra Banhart (dito Joanna Newson) stijl mag gelinkt worden aan de South San Gabriel van Will Johnson.
De band rond het duo Andy Cabic/Sanders Trippe biedt een open, warme sound, ‘on the road’ songs, die af en toe wat meer vaart hebben en krachtiger mogen klinken.
We zien beelden van een ondergaande zon aan het strand en van het rustig, voortkabbelende water voor de ogen op “Sister”, “Everyday”, “Down from above” en “At forest edge”; Kampvuursongs eigenlijk, waar eens een rondedansje mag worden uitgevoerd zoals op “Rolling sea”, “More of this” en “Another reason to go”. Na zo’n mooi dagje kunnen we totaal uitgewaaid naar huis toe met “Through the front door”, “On the other side” en “Strictly rule”. Kijk op die manier hebben we aan alle Vetiver sferen beantwoord binnen een kleurenpalet. Easy listening met een groovy inslag.

donderdag 26 februari 2009 01:00

Verbluffend staaltje muziek en kunde

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Een dik uur werden we ondergedompeld in een adembenemende, bezwerende trip van het uit Dallas, Texas afkomstige trio Secret Machines, onder de broers Ben en Brandon Curtis en Josh Garza, die geestesgenoten Aereogramme en Oceansize zelfs deden verbleken . Een goede vondst was dat ze in de pittoreske Rotonde in een halve cirkel stonden opgesteld. Ze putten gretig uit hun instrumentarium van toetsen, synthesizers, gitaar, bas, pedaaleffects en drums.

Secret Machines brengt avontuurlijk materiaal. Ze hebben drie cd’s uit. De doorbraak ‘Now Here is Nowhere’ en het recente, titelloze album onderscheiden zich. De songs moeten aanzien worden als een concept en ondergaan onverwachtse wendingen. Het verwonderde ons niet dat een muur werd opgetrokken van massieve orkestraties en spannend dreigende en hypnotiserende sounds en ritmes.Filmische muziek die het daglicht schuwde en pas tot z’n volle recht kwam als de avondstilte viel, in een lichtdecor van een paar witte spotlights, die naast hun instrumenten stonden. Een gevarieerde aanpak die gaat van hard, strak en stevig naar zacht en ingetogen. Een bundeling van repeterende, opbouwende drums, een intens broeierig gitaarspel, een diep, dreunende bas en ‘70’s Doors toetsen. De psychedelica van Pink Floyd, Flaming Lips en de ‘70’s retro van Zeppelin/The Who linken ze aan de Butthole Surfers, Black Mountain, Archive en Motorpsycho.
Uit elke cd haalden ze een paar nummers. Ze hielden de bijna uitverkochte Rotonde in hun greep. Ze overdonderden met puik materiaal als de intens sfeervolle psychérockers “Lightning blue eyes”, “Atomic heels” en “Now you’re gone”. Het broeierige “Sad & lonely” werd ingeleid door een psychedelische fuzztrip en klonk krachtiger. Een hallucinante opbouw creëerden ze rond “The walls are starting to crack”, van indie, progrock, ‘70’s psychedelica en de slingerbeweging van een sfeervolle, dromerige opbouw als van hevig feedbackgeraas en fuzz, in een lichtweb van stroboscoops, wat refereerde aan de set van A place to bury strangers. Met een snedige versie van het oude “Nowhere again”,besloten ze hun overtuigende set.
Het trio was goed op dreef en speelde een puike bis van twee slepende nummers, “Alone, jealous& stoned” en het prachtige “First wave intact”, opener van hun debuut. Wat een intense opbouw door die begeesterende toets- en drumpartijen en verloren gewaande gitaar-en basakkoorden.

De beeldrijke sound en de bedwelmende emotionele trip van het Amerikaanse Secret Machine raakte ons heel diep in het hart.

Het uit Luik afkomstige 7EvenPM kon ook al rekenen op een sterke respons met hun frisse, strakke soms dromerige rock. De uitnodigende presentatie en de krachtige gitaarsoli gaven elan. “Memphis” en “And now” waren alvast twee songs die hun set naar een hoger niveau brachten.

Organisatie: Botanique Brussel

Even van onder het stof gehaald - The Sisters Of Mercy uit het cd archief en van live edities: Britse gothic/waverockband – spil Andrew Eldritch – bepalend tussen ’83 – ’90 – voorliefde voor theatrale, gothicmusic – zwarte kledij – make-up, hoog opgetoupeerde kapsels – passieve houding op het podium – een galmend, pathetisch, episch doom geluid in hun donkere romantiek – dreunende, repeterende synthibeats, trage, slepende ritmes en breed uitwaaiende gitaren – tenoren: Bauhaus, Siouxie & The Banshees, Killing Joke, Sex Gang Children, Christian Death en  … Sisters Of Mercy - drie cd’s: twee belangvolle: ‘First & Last & Always’, ‘Floodland’ en een handvol (bootleg) EP’s.

Vijfentwintig jaar later … kan de band nog steeds goed teren op de ‘80’s, maar zijn ze slechts, binnen hun rockende wavegothic stijl, een schim van wat het ooit was. De groep brengt sporadisch een nieuw nummer uit, speelt wisselende optredens en moet het vooral hebben van het oude materiaal. De band beschikt over een trouwe fanshare, waardoor hun optredens in ons landje steeds uitverkocht zijn. Hun nostalgische trip kun je de fans voor geen prijs afpakken! Veertigers die uit hun dak te gaan. De coole Andrew Eldritch beseft dit maar al te goed en is z’n publiek erg dankbaar om nog steeds zo enthousiast te pogoën, refreinen luidkeels mee te zingen en rituelen in arm- en handbeweging uit te voeren.
Een kleine tien jaar terug hield ik het persoonlijk voor bekeken om Eldritch (en de steeds wisselende bandleden) aan het werk te zien, want toen ze een tweede keer naar de Brielpoort kwamen, was de gig en de vertoning zo wansmakelijk, vervelend en cool, dat ik even de band liet voor wat ze was.

Tien jaar later … In de AB werd de aftrap gegeven van hun Europese tour. In het mistig decor door het rookgordijn (minder erg dan vroeger toen we slechts enkele schimmen op het podium zagen staan!) kwamen The Sisters Of Mercy deze keer iets beter op het voorplan: een geluidsbrij van rockende gitaren, synthesizers en voorgeprogrammeerde, dreunende beats. De twee gitaristen namen zelfs een prominente rol in (bezield/enthousiast) om de repeterende synthi beats en elektronisch gedreun in een breder perspectief te plaatsen.
Het optreden kende hoogtes en laagtes. Eldritch, kale kop, zwarte zonnebril en in een witte trui, aanschouwde z’n troepen en fans en was vocaal met z’n grafstem erg onvast. De set ving met songs als “Crash & burn” en “Ribbons magertjes aan. Pas met de uitvoering van “Alice” en “Marianne” ging het de goede richting uit, ware het niet dat de nummers wat aangepast klonken met de tand des tijd dito beats. Maar we treurden nog niet, want op de ‘80’s revival optredens van Neon Judgement en Front 242 hoorden we het ook. Beter ging het met de rockende aanpak op “Flood I en II”, “Good things” en een uitgesponnen “Dominion/Mother Russia”, niet voor niks standvastige klassiekers. De trager, meer slepende songs die daarop volgden, brachten vaart en passie uit de set. Pas met “This Corrision” hitste Eldritch en de zijnen het publiek terug op, wat zorgde voor heftige danstaferelen vooraan ‘de stage’. Met spannende songs als “Vision things”, “Lucretia my reflection” hoorden we een overtuigende bisstart. Ook het ingetogen, sfeervolle “Neverland” en “Somthing fast” waren te pruimen. Tot slot trakteerden ze ons op krachtige gitaarlicks als inleider op de ‘80’s fuifklassieker “The temple of love”, die live flets klonk en het concert op een wrange nasmaak besloot. “Black Planet”, “Walk away” of een “First & Last & Always” lieten ze doodleuk in de koelkast. Nochtans zouden ze een meerwaarde hebben betekend binnen het nostalgisch concept.

Sisters Of Mercy werd dus van onder het stof gehaald, met een set ten dele goed, ten dele teleurstellend, maar OK, velen maalden er niet om en droegen Eldrich en zijn Sisters een warm hart toe … tot in het graf, zo te zien en te horen.

Als support trad de beloftevolle wavepostrock band IliKETRAINS op, die op een onmenselijk vroeg uur 19u30 geprogrammeerd stonden. We misten hun halte in de AB! Nochtans hadden we ze graag aan het werk gezien, want ze speelden al overtuigende gigs in de Bota Rotonde en op Polsslag…De band nestelt zich ergens tussen Swans, Joy Division, Explosions in the Sky en Sigur Ros en intrigeert door repetitief traag opbouwend ritmes en aanzwellend feedbackgeraas; de baritonzang van David Martin, die nog het nauwst leunt aan Ian Curtis van Joy Division, ontroert een pak fans. Hun ‘dark music for happy people’, nemen we zeker mee bij de volgende stop in ons landje…Wordt vervolgd.

Organisatie: Live Nation

Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Organisatie: Depot, Leuven


donderdag 12 februari 2009 01:00

Merriweather Post Pavilion

Het NYse collectief Animal Collective plaatste zich in de belangstelling met de vorige cd ‘Strawberrry Jam’. De groep haalt de mosterd bij ‘60’s Beach Boys en de psychedelica van Flaming Lips en het oude Mercury Rev. De band had al een paar platen uit, een combinatie van psychedelica, grillige freefolk en avantgarde, waarin ruimte was voor avontuur en improvisatie. Een charmante muzikale nervositeit van weirde trips.
De ontregelde sounds en kakafonie, dito de hogere stemmetjes door elkaar, zijn op de huidige cd eerder op het achterplan geraakt.
De groep klinkt toegankelijker binnen die opbouwende dromerige, sfeervolle psychedelicapop. Er is sprake van meer liedjes, maar uniek blijft hun meerstemmige, hoge samenzang (refererend aan My Morning Jacket, Band Of Horses en Fleet Foxes). “My Girls” en “Summertime clothes” lijken de pijlers van de cd te zijn. Deze cultband laat live een hypnotiserende danstrip horen door de elektronicabeats en basses met dubstep en techno. “Taste”, “Lion in a coma” en het afsluitende “Brother sport” zijn voorbeelden van die krachtiger aanpak.
Overtuigende cd!

maandag 16 februari 2009 01:00

Veelbelovend artiest

De 16 jarige Jasper Erkens is telkens mee op de clubtournee van de Jong. Een leeftijdsverschil van dertig jaar, waarbij hij wel de zoon kon wezen van deze Nederlandse samplekunstenaar. Vorig jaar nog behaalde hij terecht een tweede plaats op de Humo’s Rock Rally. Een talentrijk singer/songwriter die attent, gevat en sympathiek uit de hoek kwam en boordevol verhaal was over z’n tot stand gekomen sfeervolle , dromerige ‘on the road’ akoestische gitaarsongs over verliefdheden, doordrongen van z’n heldere, doorleefde vocals (op die leeftijd!).
Binnenkort verschijnt z’n debuut. Gretig enthousiast stelde hij een handvol songs voor, waaronder de huidige single “Waiting like a dog”. De obligate Gnarls Barkley cover “Crazy” liet hij terzijde, maar geen nood, hij beschikte over voldoende puik materiaal, wat ons halsreikend doet uitkijken naar het debuut.

Spinvis is het muzikale project van de liedjes- en woordenkunstenaar Erik de Jong, die op 41 jarige leeftijd debuteerde in 2002 met ‘Spinvis’: herfstige, melancholische, sfeervolle, dromerige en intieme Neder(pop)landstalige songs. Moderne kleinkunst van een spitsvondig schrijverstalent, die goochelt met klanken en met woordjes en zinnetjes in z’n teksten. Al drie cd’s heeft hij ondertussen uit, want naast ‘Spinvis’ verschenen ‘Dagen van gras en dagen van stro’ en in 2007 ‘Goochelaars en Geesten’.

De Jong wil met deze -solo-clubtournee aan z’n fans tonen hoe hij z’n songs helemaal thuis alleen in elkaar steekt, knutselt en componeert. We waren alvast onder de indruk van de man als multi-instrumentalist en samplekunstenaar. Een arsenaal aan instrumenten op het podium, alsof hij met een heuse begeleidingsband voor de dag zou komen, vooraf opgenomen lofi geluidjes en ingespeelde stukjes, en op het moment zelf laag per laag gearrangeerde sounds, liet hij door z’n laptop afspelen.
Achter hem stonden drie kleine videoschermen, waarop getekende figuren, alledaagse gebeurtenissen en de ingespeelde stukken van z’n begeleidingsband of van hemzelf te zien en te horen waren. Deze aanpak kwam ideaal tot z’n recht in de Kleine Zaal van de Arenberg. Een broeierig , intiem sfeertje waar componist, kleinkunstenaar en z’n publiek met elkaar verbonden zijn.
De in maatpak en met das geklede veertiger toonde z’n geluidskunst in telkens een set van een vijftigtal minuten. Z’n akoestisch en elektrisch gitaarspel stond voorop, maar probleemloos stapte hij over naar minimale drums, een pocket vibrafoon, toetsen en harmonica of liet die versmelten met z’n voorgeprogrammeerde sounds op PC.
Hij ontpopte zich als een gesofistikeerde Boudewijn De Groot. Het ingetogen, innemende “Kindje van God” opende, “Ik wil alleen maar zwemmen” en het nieuwe “De grote zon” waren sober, net als de bekendste single “Voor ik vergeet”, dat gedragen werd door een snaarinstrument. “Wespen op de appeltaart”, die ergens middenin de set zat, was de meeste directe popsong. “Op het voordeel van Video” toonde hij z’n eerste ware gelaat in die samplekunst, wat in het eerste deel verder aan bod kwam met de radiohitjes “Aan de oevers van de tijd” en “Bagagedrager”, die een forsere beat meekregen.
De klemtoon kwam op een beeldrijk, dromerig en filmisch sfeertje in het tweede deel, wat tevens ook donkerder, gevoeliger en persoonlijker van aard was: de fijne gitaarloop op “De ogen van de bruid”, een minimaal geluid op het eerbetoon aan een overleden vriend die zelfmoord pleegde, het poppareltje “Ronnie gaat naar huis” en tenslotte de bevreemdende muziekkunst (diverse geluidjes en soundscapes) met grote K op o.a “Kus me dan, en bijt m’n tong af”: een repeterende sound, lekker groovende, soms neurotische, knisperende elektronica en beats of een rockende Spinvis.
Hij was onder de indruk van het warme onthaal en na lang aandringen speelde hij heel intiem, sober en kwetsbaar de titelsong van z’n laatste plaat.

Spinvis solo: een heerlijk overtuigende, weemoedige trip van mans spectrum en breikunst van geluid en woord.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

zaterdag 14 februari 2009 01:00

Nneka: doorbraak in 2009!

De Duits /Nigeriaanse zangeres Nneka (Egbuna) heeft alle troeven om een grootse doorbraak te forceren:
- oprechtheid en authenticiteit houdt ze hoog in het vaandel, want ze is een dame met een boodschap, die recht vanuit haar hart spreekt
- het ‘bewust zijn’ van jezelf in relatie tot de andere, maw kijk naar jezelf in de spiegel van wat je bent en van wat je doet
- een scherpe maatschappijkritische kijk; terecht scandeerde ze ‘Take & spread love’ en ‘Vagabound In Power Rules’ tgv de corruptie in haar land.
Muzikaal horen we op haar twee platen, ‘Victims of truth’ en ‘No longer at ease’ een heerlijk eigenbereide cocktail van r&b, hiphop en reggae met een funky groove, gedragen door haar prachtige, indringende en warme stem. Songs met een hitpotentie zoals haar “The uncomfortable truth”, “Heartbeat” en “Walking”.

Nneka is een dame met een heel sterke uitstraling, die ergens doet denken aan Neneh Cherry, Lauryn Hill, Leela James en Kelis. Ze kan één van de ontdekkingen worden dit jaar; live on stage bewees ze dit overduidelijk. Ze plukte afwisselend materiaal van haar twee platen en wist moeiteloos enkele songs uit te spinnen door een groovy beat of door soulfulle toetsen.
’Africa is the future’ zagen we op haar t-shirt. Ze zette met “Africans” haar licht exotische sound in, opgezweept door toetsen, percussie en softe beats. Meteen kon ze rekenen op een sterke respons en in geen mum van tijd slaagde ze erin het publiek in te palmen met meezingbare refreinen, enkele ‘Yeaheahs’ en wakkerde aan tot handjeszwaaien. Na de intense singles “Walking” en “Uncomfortable truth”, koos het kwintet voor een ingetogener aanpak op “Confession” en “Come with me”, semi-akoestisch toongezet, bepaald door dubbele percussie en gedragen door haar overtuigende vocals. Om kippenvel van te krijgen! Haar streven naar en de droom van een betere wereld kreeg kleur.
Vingerwijzend kwam ze voor de dag met “Torture (VIP)” en “Deadly combination”, die overspoeld werden door krachtige beats en voicesamples. Even sterk op de dansspieren werkte het meeslepende en bedreven klinkende “Beautiful”.
Het opbouwende “Suffri” en het sfeervolle “God of Mercy” gaven nogmaals haar intense bekommermis mee van de uitbuiting van de olieontginning in haar land.
Ze breidde er nog een ongelofelijke bis aan; ze zorgde voor broeierige temperaturen met uitgesponnen versies van de single “Heartbeat” (wat een huiveringwekkende tekstvellen!) en “Focus/Noger delta” die subliem in elkaar overgingen en een rockend tintje meekregen.
Ze hield het publiek mooi in haar greep door die aanpak en spontane contactnames!

Nneka: statement van een dame die het verdient een breed publiek aan te spreken, zowel qua muzikale aanpak als qua inhoudelijk belangvolle teksten. Is de nieuwe Neneh Cherry opgestaan binnen dit muzikaal patrimonium? Volmondig ja, mij hoef je niet meer te overtuigen . Dit jaar op Couleur Café of mogen we dromen van nog méér tijdens de zomerfestivals …?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pagina 154 van 180