logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_02

Gnome

Vestiges of Verimex Visidrome

Geschreven door

Het geweldige Gnome is in onze contreien nog steeds een miskende en onderschatte band terwijl ze in het buitenland al een heuse cultstatus opgebouwd hebben. Met het eerste stevige album ‘Father of Time’, dat eigenlijk vooral een stoner-rifffestijn is, helde de sound nog iets te veel naar Karma to Burn maar met het fantastische ‘King’ ontpopte Gnome zich als een unieke band met een eigen potige sound voorzien van een stel gekscherende zijstapjes. ‘King’ is een prachtig staaltje stoner-metal met een kwinkslag, én met een pinnenmuts op, wat ondertussen hun handelsmerk is geworden.
En het is heus niet omdat ze een voorliefde hebben voor trollen en geflipte kabouters dat we hier van een gimmick moeten spreken, dit is Ghost niet. Gnome is veel straffer.

We hebben weinig moeite om te stellen dat ‘Vestiges of Verimex Visidrome’ even sterk en hevig is als ‘King’. Gnome levert de meest stomende riffs per lopende meter en zet geregeld een abrupte tempowisseling op til, en daar is opener “Old Soul” al een geweldig proefstuk van, met loden riffs en gore metalzang afgewisseld met okselfrisse tempowisselingen. Primus in stonerland, zoiets. Heerlijke song.
Ook het fenomenale “The Ogre” springt van de stevige hak op de woeste tak en pakt dan ook nog eens uit met een prettig gestoorde sax-solo, wonderlijk. Nog een klassieker in wording: “The Gods Are Evil”, stampende stoner-rock op kruissnelheid. Welgemikte kopstoten als “Duke Of Discrace” en “Back to the Mud” hebben ook serieus wat animo in huis en zetten koers richting de geschifte metal van King Gizzard, die van ‘PetroDragonic Apocalypse…’ en ‘Infest the Rat’s Nest’. In de intro van “Golden of Fool” wordt de pinnenmuts heel even vervangen door een sombrero, maar dan gaan de poppen weer stevig aan het dansen en draaien de riffs overuren.

Dit is fabuleuze stoner-metal met een hoek af. Het klinkt even uniek als geweldig, en het ziet er dan ook nog eens fantastisch uit met dat schitterende artwork. Kopen op vinyl, die handel.

Satan’s Satyrs

After Dark

Geschreven door

Satyn’s Satyrs is een band die hun metal het liefst op zijn allersmerigst serveert. Met hun debuut ‘Wild Beyond Belief’ dompelden ze Black Sabbath, Blue Cheer, Electric Wizard en Venom in de vuilste riool die ze tegenkwamen, voegden ze er wat vettige garage-rock aan toe en joegen ze het ganse zootje door een vunzige brij punk-metal.

Met hun vijfde album ‘After Dark’ hebben ze gelukkig de ganse zooi nog voor geen meter opgepoetst, alles klinkt nog even goor en brutaal als 10 jaar geleden, de modderkluiten zijn aan de gruizige gitaren blijven vasthangen. “Hellin’ it Like It Is” en “All 4’s” zijn rauwe rock’n’roll songs die gebouwd zijn op verwrongen metalriffs en gescheurde gitaren. “Deadly Again” is een soort heavy-metal Stooges, “Saltair Burns” is psych-rock met een Black Sabbath toets en The Afterdark/Mattressback is ontspoorde rioolmetal die uitdooft met een melancholische bui.
Lekker vuil plaatje.

A Place To Bury Strangers

Synthesizer

Geschreven door

Even schrikken toch, een gitaar-noise band die zijn nieuwste album ‘Synthesizer’ doopt. Als dat maar goed komt. Dit is immers een band die wel open staat voor een experimentje, getuige de vele remixen van hun songs die ze op de streaming platformen pleuren.
Maar een mens is snel gerustgesteld, het is maar een titel, van een abrupte koerswijziging is hier hoegenaamd geen sprake, hoewel APTBS wel degelijk dat synthesizer-ding in de sound opneemt en geregeld het geluid van de eighties opzoekt. Check “Fear of Transmission”, dat inzet als een soort Bauhaus meets DAF en dan overgaat in de vertrouwde noise-poel. Het aanstekelijke “You Got Me”, met een riffje die nogal naar DIIV lonkt, is nog zo een fijne uitstap buiten de comfortzone en afsluiter “Comfort Never Comes” graaft ergens in de schemerzone tussen The Cure en Joy Division.
Voor de rest mag de decibelmeter hier als vanouds over de limiet gaan met vertrouwde noise-uitspattingen in schuimbekkende tracks als “Disgust”, “Bad Idea” en “Have You Ever Been In Love”, dit is vintage APTBS met gitaren die door merg en been snijden.

‘Synthesizer’ is nog maar eens een bruisend en snedig album van een band die zichzelf blijft uitdagen zonder de eigen herkomst te verliezen.

Coldplay

Moon music

Geschreven door

Coldplay is een band die wij al vanaf hun derde plaat bij het huisvuil gezet hebben, maar uit pure nieuwsgierigheid, en om stiekem te kijken of er een vorm van onverhoopte genezing is opgetreden, zijn we nu toch even gaan luisteren naar hun nieuwe album. We hadden beter moeten weten.
‘Moon Music’ heet dat ding en het is een absolute verschrikking. Coldplay maakt zich hier schuldig aan derderangs r&b, halfslachtige ambient, ordinaire disco, fletse kermispop en inferieure hip-hop. Om de haverklap komen er dan nog eens irritante la-la-la refreintjes de kop opsteken die het geheel zo gênant maken dat een mens er acute diarree van krijgt. De heren miljonairs zijn er zich duidelijk van bewust dat alles verkoopt, als je er maar een gerichte en dure marketingcampagne tegenaan gooit. Ze zijn de schaamte voorbij en hebben de lat der goede smaak zodanig laag gelegd dat zelfs een mol er niet onder kan kruipen. Ze kakken zonder gêne een resem songs die dusdanig beschimmeld zijn dat die het containerpark niet meer in mogen. Dus mocht u dat misbaksel per abuis aangeschaft hebben en het na één luisterbeurt als de bliksem naar de kringloopwinkel wil brengen, ze zullen die afval daar al zeker niet aannemen en u abrupt terugsturen met de melding “Madammeke, we nemen veel binnen, maar er zijn grenzen”.
Meer dan 20 jaar geleden waren wij zeer te spreken over de eerste twee albums van Coldplay, die gasten hebben heus wel goeie dingen gemaakt. Maar op ‘Moon Music’ tref je niets anders dan beschamende platte kaas-pop die zelfs nog niet deugt om als achtergrondmuziek in de supermarkt gedraaid te worden.

‘Moon Music’, naar de maan ermee.

The Jesus Lizard

Rack

Geschreven door

Geweldig nieuws, de legendarische underground noise-rockers van The Jesus Lizard hebben elkaar teruggevonden na een stilte van maar liefst 25 jaar.
De vraag is dan ook: kunnen zij nog zo fel, driftig, frontaal en energiek klinken als op de onvolprezen meesterwerkjes ‘Goat’ (1991) en ‘Liar’ (1992)? Het antwoord is een volmondig ‘JA!’.
‘Rack’ mag met geheven hoofd plaatsnemen naast die twee klassiekers, dit dankzij een stel ijzersterke, rauwe en zinderende songs. Hier zijn absoluut geen tekenen van ouder worden te merken, The Jesus Lizard is springlevend en bijt, snijdt, briest en sneert als nooit tevoren. Het gaat hard en bronstig in post-hardcore kopstoten als “Hide & Seek”, “Grind” en “Moto(R)”. Het sleept, sluimert en dreigt in “Armistice Day” en “What If?”. In het rauwe “Alexis Feel Sick” waart de geest rond van wijlen Steve Albini, een fan van het eerste uur die niet weg te denken is in de geschiedenis en entourage van de band. Hoewel Albini, die het loodje legde enkele maanden voor de release van ‘Rack’, deze keer niet de producer van dienst is lijkt hij toch prominent aanwezig in de rauwe, ongelikte, bruuske en naakte sound. Geen toeval, Albini heeft gewoon mee dat unieke geluid van The Jesus Lizard gevormd en zal voor eeuwig met deze band verbonden blijven.

Wij twijfelen er niet aan dat The Jesus Lizard na al die jaren deze intensiteit en ongebreidelde energie ook zal kunnen neerzetten op een podium, en dat mogen we aan den lijve gaan ondervinden op Les Nuits Botanique op 18/05/2025.

Vincent Starwaver

Everything Falls Apart -single-

Geschreven door

Vincent Starwaver is terug. Nadat de concerttournee voor debuutalbum ‘Goodnight Honeybun’ door de corona in het water viel was het afwachten of frontman Bart Vincent dezelfde band opnieuw bij elkaar zou krijgen voor een vervolg. Afgaand op “Everything Falls Apart”, de single voorafgaand aan het album ‘Godspeed’, was er daarvoor gewoon wat geduld nodig.
Bart Vincent was lang de ene helft van het duo achter Thou. Met die band nam hij van 1998 tot 2008 vijf albums op die bejubeld werden en die die band mooie concerten opleverde (Rock Werchter en Pukkelpop). Na Thou werkte Bart vaak als producer voor andere bands en als geluidstechnicus.
In 2020 was er dus het fantastische album ‘Goodnight Honeybun’, dat tot bij veel te weinig muziekliefhebbers geraakt is. Behalve enkele akoestische duoconcerten was het enige full bandconcert voor dat album een corona-safe concert in een ruime garage, met iedereen op een veilige afstand van elkaar opgesteld. Memorabel en bloedmooi, dat concert, en we hopen dat de opnames daarvan ooit nog eens op vinyl worden geperst.
Op dat livestream-coronaconcert werd de band uitgebreid met het strijkerskwartet Echo Collective en die zijn opnieuw van de partij voor ‘Godspeed’. Ook toetsenist Pascal Paulus (Melanie De Biasio) was erbij in de garage en hij levert op het nieuwe album enkele gastbijdrages. Voorts bestaat Vincent Starwaver als band hier opnieuw uit Bart Vincent (zang, gitaar), Alan Gevaert (dEUS) op bas, Steve Slingeneyer (Soulwax) op drums en Serge Hertoge (Sundahl, Lize Accoe) op gitaar.
Live wordt de band nog uitgebreid met Linard Van den Bossche op toetsen en gitaar.

Op de nieuwe single “Everything Falls Apart” krijgen we fijne alternatieve, melodische en diep-melancholische indierock/pop met een klein weerhaakje. Een beetje zoals op ‘Goodnight Honeybun’ dus, maar met nog meer aandacht voor de melodie: meer velours-achtige klanken. De strijkers krijgen op deze single een mooie hoofdrol in het groepsgeluid. Het gaat in de lyrics over moeten afscheid nemen en omgaan met eenzaamheid. Het tot waanzin gedreven worden door een bloedend hart wordt knap muzikaal vertaald. Het zou heel gemakkelijk geweest zijn om dat ‘klassiek’ te vertalen in een eruptie van noise en distortion, maar hier gebeurt dat door in de finale de strijkers mee te nemen op een huiveringwekkende koorts-trip. Niet het soort single waar je instant happy van wordt, maar verdorie, wel verslavend. U bent gewaarschuwd.

‘Godspeed’ komt uit op 28 februari 2025. Enkele dagen later is er de releaseshow in de Minard in Gent.

https://www.youtube.com/watch?v=AC5leKijKl4

Next!

Who Cares (We Gonna Die Anyway) -single-

Geschreven door

De Waregemse band Next! ontstond enkele jaren geleden vanuit de new wave-covergroep Midlife die werd opgericht door bassiste Sonja Blauwblomme (ook Face Your Fears). Met de komst van zangeres Saskia De Munster werd het Next! en verschoof de stijl meer naar de punkrock. Vorig jaar was er de demo-cassette ‘Oez’n Demotape’ en één van de nummers daarvan komt nu in een nette studio-opname uit als een digitale single.

‘Who Cares (We Gonna Die Anyway)’ is een echt visitekaartje voor de band. Het is een mooie opname en een goede, eerlijke productie. What you hear, is what you get. Op de demo had Next! nog twee gitaristen en daarvan is er nu maar eentje over. Dat rendeert: de structuur van de song is duidelijker en het geluid zit niet langer overvol.
De song is vernoemd naar de lijfspreuk van Peter ‘Steeni’ Vandersteene die samen met zijn partner Ann Stevens, het iconische café The Steeple in Waregem uitbaatten.
Catchy-rockend en onmiddellijk meezingbaar, dat is altijd een goed recept als je in de punk-keuken staat. Na de veelbelovende demo en de eerste puike single is het nu wachten op het album of EP.

‘Who Cares’ van Next! NeXt! - Who Cares (We Gonna Die Anyway)

Next support tribute to The Clash, Radio Clash
Radio Clash – tribute band, een mooi eerbetoon aan hun helden

Lightspeed

The Guest House EP

Geschreven door

Lightspeed, dat zijn de winnaars van de Lawijtstrijd en de laureaten van de Oost-Vlaamse Sound Track. Ze bestaan nog niet zo lang, maar hun uitstekende live-reputatie bracht hen al naar de Lokerse Feesten, het Depot en de Vooruit.
Hun debuut-EP ‘The Guest House’ werd geproduceerd door Bert Vliegen (Whispering Sons) en gemixed door Hannes Cuyvers (Ramkot). Muzikaal klopt het plaatje van onstuimige Britpop (Kaiser Chiefs, The Cribs, Arctic Monkeys, Travis, The Kooks, …). Het Britse accentje in de vocalen klopt ook, net als bij Komisar of The Black Gasolines, die andere jonge Vlaamse Britpop-adepten.
‘The Guest House’ is een verzameling van zes nummers waarvan de creatie dwars doorheen de afgelopen jaren stuitert. Van vertrouwde huldigingen aan de beginperiode tot vinnige pasgeborenen die knal in het heden ploeteren.
Als songsmeden is het niet elke keer raak op deze EP. Als ze het gaspedaal net iets minder diep induwen, grofweg na de eerste helft van de nummers, zijn ze mij al snel kwijt. De lyrics trekken mij niet elke keer in de song. Van de zes nummers op deze EP hou ik de beste herinneringen over aan het intro-stukje “Bite The Flame” (wat een intro!, brei daar maar een hele song aan), aan “(Here’s To) You” (dicht tegen Oasis-aanschurkend) en aan “Society’s Fixation Seeker”.

https://www.youtube.com/watch?v=-cNi_zzOS9M&t=3s

English Teacher

English Teacher – Charmant emotievol

Geschreven door

English Teacher – Charmant emotievol

Eén van de revelaties dit voorjaar zijn het uit Leeds afkomstige kwintet English Teacher. Ze kunnen ons wel wat onderwijzen door hun allstyle music binnen de indiescene; een uur lang waren we geboeid in hun muzikale gedachte.

Ze plaatsten zich vorig jaar in de spotlight met de ‘Polyawkward’ EP en de singles “Nearly daffodils” en “The world’s biggest paving slab”, die hier vanavond bewaard werden op het eind van de set, artyfarty songs die dromerig en lekker alternatief rocken, niet vies van wat theatraliteit. Niet voor niks stonden ze in januari op Eurosonic en wonnen ze de Mercury Prize.
De band heeft met Lily Fontaine een sterke zangeres, haar warme, indringende stem heeft een voorname invloed op het materiaal, die verrassende, onverwachtse wendingen ondergaan. We worden in één nummer wel dikwijls op het verkeerde been gezet. Ondanks het feit dat de andere leden een coolere uitstraling hebben , weten zij ons voldoende te intrigeren.
“R&B” en “Yorkshire tapes” zijn twee binnenkoppers, stevige openers, die hier het nauwst leunen aan snedige indierock. “I’m not crying, you’re crying” is de aanzet van hun gedurfd- en gewaagdheid, gezien de wissels in de zwierige, groovende en de integere, sfeervolle aanpak. Vloeiend alternatief klinkt het dus, met die theatraliteit, net als een Yard act en The last dinner party. Interessante referenties verder zijn Black country, new road en Black midi en oudjes Television, King Crimson en Radiohead door de ingewikkelde gitaarstructuren.
Er werd rijkelijk geput uit hun debuut ‘This could be Texas’ met “Not everybody gets to go to space“, “Mastermind specials” en de titelsong, extraverter van aard, of de dromerige “Broken biscuits” en “Albatross”. De keys, pianoloops en het vioolspel bieden kleur. Ze gaan eigenlijk wel een beetje te werk als Big Thief , die ook altijd te vinden zijn voor wat spelen in hun genre, waardoor het spannend, leuk, boeiend blijft.
“You blister, my paint” klinkt uitermate sober, gevoelig, stem en piano zijn hier de bepalende factor, in een walm van licht waaiende souljazz.
Sober, meeslepend, gedreven klinkt het allemaal, waarbij er naar een sterke closing final wordt gegaan met hun twee gekende singles, die durven te exploderen en ronken door de diepe bas.
English Teacher was onder de indruk van de sterke respons, het doet de band en zeker de zangeres deugd. Het scherpte hun gretigheid steeds aan, die met het intieme “Albert road” werd besloten, die ergens het oude The Sundays deed opborrelen.

Band die houdt van een mishmash en tempowissels, maar het charmant, emotievol houdt, wat hen siert.

Support was The Bernadette Mairies uit het Brusselse, die ons bij de leest hield met hun fijne combinatie van Britpop , shoegaze en postpunk. Het klonk broeierig, meeslepend en boeide door die bezwerende aanpak, met een Fontaines DC, Pale Saints in het achterhoofd. Fijne kennismaking alvast met deze jonge band …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Stéphane Galland

Stéphane Galland & The Rhythm Hunters - een langgerekte (jazz) adrenalinestoot, van uitzonderlijk kaliber

Geschreven door

Stéphane Galland & The Rhythm Hunters - een langgerekte (jazz)  adrenalinestoot, van uitzonderlijk kaliber

Midden september waren we aanwezig op European Jazz Conference in de Ha Concerts, Gent waar we o.a. Stéphane Galland & The Rhythm Hunters aan het werk zagen. Over het optreden schreven we: 'Iedereen had zijn rol en was een even belangrijke schakel in het combo. De blazers hadden we met Shoko Igarashi (tenor saxofoon), Sylvain Debaisieux (alto saxofoon) en Pierre-Antoine Savoyat (trompet), die de temperatuur tot een kookpunt brachten. Op elektrische bas kregen we Louise van den Heuvel die enkele verbluffende solo's liet horen; wat een bijzondere parel. En Wajdi Riahi op zijn beurt speelt prachtig piano. De versmelting van deze talenten, met een dosis spelplezier en improvisatie, zorgden voor de nodige adrenalinestoten in het jazzgenre.' M.a.w. een verbluffende, magische kruisbestuiving samensmelting van talentvolle muzikanten, virtuozen.
Op deze zondag namiddag kwam diezelfde Stéphane Galland & The Rhythm Hunters (*****) in De Casino, Sint-Niklaas dit muzikale trucje nog eens over doen …

Stéphane en C° kon een bijna twee uur lange set spelen, met spannende zijsprongetjes. Te beginnen met een piano solo die ons bij de keel greep. “Positivv” werd een overtuigende mishmash, van handgeklap naar een solo van sax en trompet, gaat het gezelschap moeiteloos over naar een samenspel van groovy drums en basstunes. Wat een klankenspectrum  met een dosis improvisatie en speelsheid. Het is ongelofelijk wat er allemaal verborgen is in één nummer.
Stéphane Galland & The Rythm Hunters gaan op dit elan door op “Morphing Dolphins”, die onderhuids een filmisch kantje heeft. In deze context valt het trouwens op wat voor een uitzonderlijk getalenteerde muzikanten dit toch zijn.
Ze onderstrepen de speelsheid van hun instrumenten, o.m. de saxofoon, de trompet en de Alto-sax vinden elkaar blindelings, evenzeer de fijne baslijnen en de pianoklanken die zachtjes tegen het drumgekletter van Stéphane botsen.
Iedereen bleef geboeid door dit samenspel. De kleurrijke jazzy sound is avontuurlijk. “The Lindy Effect” overtuigt hier. “Ipseity” intrigeert door een bas solo. Het mooie “Morpheus” weet de magische set te besluiten. Het sterke warme onthaal is gemeend … Trouwens, het was vandaag de verjaardag van Stéphane. Een ‘Happy Birthday’ hoorde erbij dus.
Op de bis “Afto Blue” kon elk z’n virtuositeit tentoon spreiden. Het was echt een overtuigende afsluiter , die ons meevoerde in hun muzikaal landschap.

Stéphane Galland & The Rythm Hunters laten horen wat jazz door de groovy sounds, de improvisaties en de talrijke verrassende wendingen. Wat een langgerekt muzikaal pad en avontuur in die jazzscene, die talrijke adrenalinestoten kent. Een uitzonderlijke namiddag in het genre …

Stéphane Galland & The Rhythm Hunters

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Pagina 77 van 966