logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Kreator - 25/03...

Pushking

The World As We Love It

Geschreven door

‘The world As We Love It’ is een plaat die al begin 2011 werd uitgebracht maar die ons toch opmerkelijk genoeg leek om alsnog te recenseren. Pushking is een Russische hardrockband die hoge toppen scheert in eigen land. Om ook buiten de landsgrenzen te scoren hebben ze voor deze ‘The World As We Love It’ alles uit de kast gehaald:  tal  van verschillende hardrockiconen leverden namelijk een bijdrage tot deze plaat.
Houdt u vast want hier volgt een greep  uit de indrukwekkende lijst: Alice Cooper, Paul Stanley (Kiss), Billy Gibbons (ZZ Top), Nuno Bettencourt (Extreme), Udo Dirkschneider, Steve Vai, Graham Bonnet, Joe Lynn Turner, Eric Martin, Steve Lukather, Jorne Lander en dan vergeten we nog een aantal anderen.  Al deze muzikanten horen we terug op een of meerdere van  de in totaal 19 nummers.
De songs op zich spelen allemaal op safe en zijn dus vrij braaf, je zou de plaat als een soort trip naar de jaren tachtig kunnen opvatten, de tijd dus waar glamrock en metalballads schering en inslag waren. Wij waren niet wild van meeste tracks maar  de vertolkingen van de verschillende sterren maken gelukkig veel goed.  Dit zorgt ervoor dat deze schijf verplichte kost is voor fans van genoemde muzikanten en van melodieuze hardrock uit de eighties.
Of Pushking echt de grote sprong naar het buitenland zal maken is een andere kwestie...    

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Een splinterbom

Geschreven door

Na The Fresh And Onlys en een geweldige Ty Segall de avond voordien in Trix stond er met Thee Oh Sees opnieuw een groep uit San Francisco op de planken. Zanger-gitarist John Dwyer bekloeg zich er trouwens over waarom Ty Segall enkele tientallen kilometers verder (La Zone - Luik) aan het spelen was terwijl ze net zo goed hier het podium hadden kunnen delen. Maar daarvoor was de tergende onkunde van de tourmanager te groot. Dit talent slaagde er zelfs in om de groep op 15 mei dubbel te boeken, zodat de Pit's (i.s.m. De Kreun) uiteindelijk hun optreden van Thee Oh Sees aan hun neus zagen voorbijgaan.

John Dwyer verslijt blijkbaar vlugger zijn projecten dan zijn schoenen en was voorheen actief bij The Coachwhips, Pink & Brown, Yikes, Up Its Alive, Swords & Sandals en OCS (waaruit uiteindelijk Thee Oh Sees zouden spruiten), groepjes die jullie wellicht allemaal kennen. Deze keer lijkt de band wat langer te zullen meegaan want met 'Castlemania' zijn ze nu toch al aan een vierde volwaardige plaat toe.
Thee Oh Sees troepten op een kluitje vooraan het podium samen, met het drumstel centraal, en namen een bijzonder verschroeiende start vol korte explosieve songs waarbij ik meermaals wanhopig naar adem moest happen. Dwyer, gehuld in een tot op de draad versleten t-shirt, gaf het commando aan en hanteerde zijn gitaar als was het een oorlogswapen. Meestal koos hij voor een 12-snarig exemplaar die hij oorverdovend liet galmen.
Naast hem de bijzonder strak meppende drummer Mike Shoun, zeker een onmisbare pijler van de groep. Achterin stond Petey Dammit!, voortdurend nors voor zich uitkijkend, te snokken aan de tweede gitaar. Deze fascinerende kerel leek zo weggelopen uit een stripverhaal en dat uitroepteken dat hij occasioneel na zijn naam plaatst staat daar niet voor niets. Ten slotte was er nog Brigid Dawson, pechvogel van de avond, want haar keyboard had het net begeven en ze moest dan maar verder met een stel tamboerijnen. Maar zo erg was dat nu ook weer niet, ik geloof nooit dat er iemand die keys ook maar een seconde gemist heeft. Trouwens, bij hun vorige passage in Trix had ik al mijn bedenkingen bij het nut van dat instrument die je toen nauwelijks hoorde tussen het gitaargeweld. Haar stem daarentegen was wel van essentieel belang en liet de groep soms klinken als een gemuteerde versie van The Mamas & The Papas. Op een ander moment klonken ze dan weer als The Sonics nadat die een portie hallucinerende paddenstoelen tot zich zouden hebben genomen.
Maar meestal was de groep gewoon niet te plaatsen en waren ze zoveel meer dan de psychedelische garagerockgroep waarvoor ze gemakshalve versleten worden.
Na dat alles verpulverende openingskwartier werd wat gas teruggenomen en volgden een reeks lang uitgesponnen nummers zoals "Warm slime". Daarin werd stilaan duidelijk wat voor een begenadigd gitarist John Dwyer wel is. Zichzelf in alle bochten wringend, het plectrum op de tong wanneer hij het niet nodig had, liet hij zijn gitaar, die hij hoog, net onder de kin, bespeelde, zowat het volledige muzieklandschap verkennen, tot aan de progrock toe, zonder dat dit ook maar enigszins geforceerd overkwam.
Verrassend ook hoe goed de groep met de zo gevreesde drumsolo wegkwam. Dat was typerend voor het ganse optreden : alles wat we hoorden zal wel eens eerder gedaan zijn maar Thee Oh Sees wisten het toch telkens een eigen draai te geven door tal van kleine experimentjes en bekwamen zo toch nog een unieke sound.

Thee Oh Sees moeten zowat tot het beste horen wat de rock-'n-roll vandaag te bieden heeft!

Organisatie: Democrazy, Gent

Papaye

La Chaleur

Geschreven door

Ook in Frankrijk wordt er heel wat gitaarherrie geproduceerd! Heel wat van die gitaarbands vinden we terug op het Africantape-label en Papaye is daar ongetwijfeld een van de meest eigenzinnige van... De drie bandleden luisteren naar de namen JB, Mric en Franck, komen uit Nantes en Tours  en verdienden hun sporen in illustere  bands als Pneu, Room 204 en Kommandant Cobra. 
Het is niet duidelijk of Papaye voor dit trio een soort van zijproject is, maar het is wel zo  dat ‘La Chaleur’ een zeer knap plaatje is.  Wie vluchtig naar deze schrijf luistert, hoort op het eerste gezicht een doorsnee portie mathrock . Wie echter meer aandacht besteedt aan ‘La Chaleur’  hoort  12 afwisselende nummers vol instrumentale, inventieve  rock die varieert van zeer poppy tot stevige noise en waarbij er regelmatig plaats is voor jazzy geëperimenteer.  De energieke nummers zijn vrij kort (dit plaatje klokt op  26 minuten) maar doen vooral verlangen naar meer... wij kijken uit naar toekomstig werk van dit Franse trio!

Susanne Sundfor

The Brothel

Geschreven door

De Noorse Susanne Sundfor mag dan wel veel aan haar landgenoten van A-Ha te danken hebben, toch klinkt de muziek enigzins anders. Susanne is het soort meisje dat steevast in haar eigen dromen gelooft en met de hulp van haar pianoleraar slaagde zij erin om een geluid uit te bouwen dat op zijn minst indruk nalaat.
Ook Morten Harket, zanger van A-Ha, was ervan overtuigd en bezorgde deze vrouw zo’n dikke 126.000 Euro om haar nieuwste plaat ‘The Brothel’ buiten de Noorse grenzen te kunnen uitbrengen.
Meerdere muziekfans zullen haar muziek wel vergelijken met die van Stina Nordenstamm (wat ons dus bij Bjork brengt) want het gaat hier inderdaad over het soort artieste die op lo-fi achtige wijze en gewapend met een hemelse stem haar melancholische dagdromerij in muzikale noten weet om te zetten.


The Twilight Singers

Dynamite steps

Geschreven door

Na het avontuur  met The Afghan Whigs konden we toch al aardig genieten van de projecten van Greg Dulli, waaronder The Gutter Twins en Twilight Singers die na ruim vier jaar terug de draad opnemen. En het werk is en blijft nauw verbonden aan The Afghan Whigs. Gevoelige, groovende, broeierige popsoulrock, die  integer en intens opbouwend kan zijn.  Dulli kreeg de hulp van Mark Lanegan, Nic McCabe, Joseph Arthur en Ani Difranco.
We horen gevarieerd materiaal, beheerst, subtiel en emotievol van een zanger/dichter die z’n talrijke worstelingen en ontboezemingen vertelt; “Waves” en “Blackbird and the fox” zijn de meest rockende songs binnen het overwegend sfeervol concept met een donker destructief randje .

Mogwai

Hardcore will never die but you will

Geschreven door

Het Schotse Mogwai wakkerde het postrockvuur terug aan met de vorige cd ‘The hawk is howling’. Op de recente ‘Hardcore will never die, but you will’ (opnieuw een treffende cd titel!), houdt de band het bij een ingehouden spanningsboog en een broeierige intensiteit. Ze brengen een combinatie van een zacht, sfeervol en krachtig geluid, repetitief opbouwend, aanzwellend om net niet te exploderen. Een dromerig filmisch, zwevende aanpak door een gelaagd gitaargordijn en klankkleur via keys en percussie. Dat hoor je ongetwijfeld  in songs als “White noise”, “Rano piano”, “San Pedro” en “How to be a werewolf” . Het afsluitende “You’re Lionel Ritchie” gaat hierin nog een stapje verder en durft zachtjes te exploderen zoals we het vanouds kennen. Ook het eerste echte vocal nummer “Mexican GP”, een beetje een andere muzikale look van Mogwai, viel niet écht uit de boot, en refereerde live deels aan Bloc Party door de elektronicaritmes.
Moeiteloos stortten de heren Mogwai zich in dit boeiend, magnifiek muzikaal avontuur en lieten ze zich meedrijven in die filmische melancholie, ingehouden emoties en sfeerschepping, waarin een apocalyptische tendens schuilt.
Mogwai zorgt nog steeds voor voldoende varianten aan de postrock en een broeierig uitgewerkt klanktapijt; weliswaar is het gehalte feedbackgeraas, noise, delays en pedaaleffects gematigd, but ‘they like you, so why don’t we …’.

The Boxer Rebellion

The cold still

Geschreven door

Het vanuit Londen opererende The Boxer Rebellion maakt grote kans door te breken met de derde cd ‘The cold still’ . Het kwartet (1 Usa, 1 Aus en twee Britten) heeft de juiste balans gevonden om schitterende sfeervolle, broeierige rocksongs te schrijven. De sound is netjes afgemeten, bevat afgepaste gitaararrangementen en subtiel slagwerk gedragen door een warme, zalvende zang. Ze gaan beetje in de richting van een ‘allstyle’ British Sea Power en de donkere, onheilzwangere wavekant van Interpol, The Bravery en BRMC.
Een episch werkstuk en een toegankelijk en radiovriendelijk rockgeluid van tien intense, puike, emotievolle songs. Een evenwichtig album dus!

ORKA

Oro

Geschreven door

Geen makkelijke klus om artiesten uit de Faroer Eilanden op te noemen, maar kijk met ORKA hebben we terug een beloftevolle band.
De groep zijn goede maatjes zijn met de beroemde componist Yann Tiersen en staan aan de vooravond van een nieuwe Europese toernee.

Wie ooit viel voor de schoonheid van (pakweg) Sigur Ros zal deze (hoogst experimentele, maar weliswaar toegankelijke) cd weten te appreciëren.
‘Oro’ is vooral het soort plaat dat zich beroept op het creeëren van sferen waarbij het mystieke nooit ver uit de buurt is.

Inderdaad, niet bepaald het soort plaatje dat geschikt is om luchtgitaar op te spelen, maar mooi is het wel.

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer
Les Nuits Botanique werden met een dagje verlengd voor dEUS, die in de Chapiteau een generale repetitie kwamen spelen voor hun festivaltournee die hen ook naar Pukkelpop brengt. Pas op 20 september komt hun nieuwe album uit,’Keep you close’ …Het was dus afwachten of we veel nieuwe nummers zouden krijgen vanavond.
Het was prachtig zomerweer, dus zat een groot deel van het publiek te genieten van de avondzon op de trappen van de Botanique, en ook de bandleden waren heel relaxt, zo stonden Klaas Janszoons en Mauro een kwartier voor ze op moesten nog gemoedelijk met de fans te praten.

Om negen uur was het showtime in een snikhete Chapiteau. Een groezelige rif en de mantra van Janszoons’ viool en we waren vertrokken met de nachttrein van dEUS. Wel een beetje jammer dat op die manier “Sun Ra” moest dienen om het geluid af te regelen, zodat mijn favoriet nummer minder ontplofte dan het normaal doet. Vanaf “Fell of the floor, man” zat het geluid perfect, maar toch zou het even duren voor het publiek bewoog: “The Architect” knalde wel retestrak uit de boxen, maar ofwel was het de hitte in de tent, ofwel zat iedereen reikhalzend uit te kijken naar de nieuwe nummers, maar in ieder geval was de publieksreactie het eerste halfuur, eerder aandachtig dan dolenthousiast.
In twee talen kondigde Barman het eerste nieuwe nummer aan, “Second Nature” en dat klonk beter dan driekwart van de nummers van ‘Vantage Point’, wat voor mij toch wel het minste geslaagde album van dEUS is.
Vreemd genoeg werken die nummers van ‘Vantage Point’ dan weer wel perfect in een live set, “The Architect” is gemaakt voor de festivals (waarom zou Clement Peerens anders met een parodie gekomen zijn), en de dynamiek en samenzang van “Slow” was vanavond een mooie aanloop naar het eerste rustpunt in de set, “The real sugar”, dat figuurlijk dan toch, een koele bries door de tent liet waaien.
Toen Barman in “Instant Street” zijn akoestische gitaar ruilde voor zijn elektrische exemplaar, schoot de set plots in vijfde versnelling, de outtro van dit nummer is van het beste wat de dEUS live op een podium brengt: sinds de nieuwe bezetting is dit nummer live enorm gegroeid.
Misschien  ligt dat aan de Herman Van Rompuy van de band, Mauro Pawlovski, die in dEUS een voor hem onkarakteristieke dienende rol inneemt, en met een soort rustige vastheid de songs samen houdt zodat Barman en de anderen ruimte krijgen om risico’s te nemen, zonder dat het geheel grandioos op zijn gat valt, zoals vroeger nog eens het geval kon zijn.
“Theme from Turnpike” toonde dan weer aan dat intro’s ook een van de sterktes van ons Tommeke is, het gitaarloopje viel ongenadig in, en Mauro zette op het einde zijn schuur open met de overtuiging zoals je die ook bij black metal zangers ziet: geen bloed op het podium echter, enkel zweet, alhoewel Barman bijna over zijn gitaar struikelde toen hij een snelle rookpauze inlaste tijdens de nummers. Met zijn donderende drumbeat, ietwat op de beat van Faith no More’s “Midlife crisis” lijkend “Dark sets in”, was het derde nieuwe nummer van de avond het meest overtuigende, en heeft het de potentie om uit te groeien tot een anthem als “Roses” dat net daarna volgde en de reguliere set prachtig afsloot.
Een simpel slide-loopje, meer had Mauro niet nodig om de rest van de band aan te vuren in “Bad timing”, het nummer versnelde, werd tot stilstand gebracht door Barman, en laaide dan weer feller dan ooit tevoren op om steeds hoger en hoger te reiken. Naast “Instant Street”, was dit zeker het hoogtepunt van de avond.
We vonden het dan ook niet zo erg toen het aansluitende lounge-niemendalletje “Nothing really ends” na een halve minuut stilgelegd werd door Barman, toen er iets misliep met de synthesizer partij: het liet ons net genoeg tijd om op adem te komen voor “Morticiachair”, waarin Mauro de zanglijnen zo perfect bracht dat het leek of hij dit nummer geschreven had.
Afsluiten met een kers op de taart: een onwerelds afgestemde viool van Janszoons zette “Suds & Soda” in: de tent ging uit zijn dak, Barman bedankte zijn publiek in de twee landstalen, en nodigde iedereen uit aan de bar.

Als generale repetitie was dit zeker een geslaagd concert: het duurde een beetje voor het op gang kwam, en had zeker niet de intensiteit van de dubbele set twee jaar terug op Pukkelpop, maar dEUS is klaar voor de zomer. 

Setlist: Sun Ra, Fell of the floor man, The Architect, Second Nature, Slow, The real sugar, Constant now, Instant street, If you don’t get what you want, Theme from turnpike, Smokers reflect, Dark sets in, Roses
Bad timing, Nothing really ends , Morticiachair, Suds & Soda

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Esben & The Witch (Orangerie), een trio uit Brighton, zette live alle registers op , waardoor het traag slepende , beklemmende songmateriaal binnen de etherische gothic pop, nogal fors overstelpt werd met overstuurd gitaargeweld, elektronica-effects en noise. Het trio overdonderde het publiek. De vocals waaiden over de sound heen.
Ze prikkelden alvast met “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides”. Dolenthousiast gingen ze te werk. Live waren ze nauwelijks herkenbaar, maar de suspense van de plaat behielden ze live.

De hype rond het Brooklynse Twin Shadow (Orangerie) van eind vorig jaar was duidelijk nog niet uitgewerkt op Les Nuits Botanique, getuige daarvan het bosje schoon vrouwvolk dat rond zanger George Lewis Jr. samentroepte in de cafetaria vóór het optreden. De gelijkenis met de jonge Lionel Richie, inclusief borsthaar, was frappant en het Khadhaffi hoofddekseltje dat op zijn weelderige donkere haardos als gegoten zat vermenigvuldigde zijn ‘cool factor’ moeiteloos met vijf. Qua présence een 10 op 10 dus, maar wij waren wel voor de muziek gekomen.
Live klonk dat alleszins een pak gespierder dan op het debuutalbum ‘Forget’, al bleef het typerende subtiele synth geluid gelukkig wel overeind. “Castles in the Snow”, “When We’re Dancing”, “Tyrant Destroyed” en “Yellow Balloon” waren allen doordrenkt met 80’s invloeden van de betere soort. Denk vooral aan Roxy Music en David Bowie, maar ook aan Talk Talk en de rusteloze gitaarrifs van Talking Heads. En blies daar niet even de filmsounds door van Giorgi Moroder en Flash Gordon…?!
Dat het geheel echter niet beter was dan de som van deze delen had vooral te maken met het feit dat Twin Shadow momenteel net niet voldoende kwaliteitnummers in huis heeft om een gans optreden te blijven boeien. Al rechtvaardigde dit optreden de groep wel een status om te blijven volgen.

Over naar de ingetogen pracht van Nive Nielsen & The Dear Children (GS). Nielsen komt uit Groenland, en kon naast haar eigen meegebrachte band op enkele aertiesten van hier rekenen, waaronder Tom Pintens. Ingetogen pracht die durfde crescendo te gaan en subtiele melodieën en sounds door een breed instrumentarium van piano, toetsen, contrabas, steelpedal, zingende zaag, blazers en ukulele. Sferisch warme pop en een ijskoude bries …

The Crookes (Rotonde): veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs bracht in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, Morrissey, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camera. Rinkelpop, energiek en bruisend; een dynamisch optreden  van een super enthousiast kwartet!

Tijdens hun eerste optreden op Belgische bodem bleken de New Yorkers van Holy Ghost! (Orangerie) al op zeer jonge leeftijd de kneepjes van de betere dansmuziek in de vingers te hebben. “Do It Again” en “It’s not Over“ hebben de potentie om ook nonkels en tantes op de dansvloer te krijgen, en zijn dat niet de beste dansnummers? Zo moet New Order geklonken hebben mochten ze niet vanuit het kille Manchester maar vanuit exotischer oorden opereren. Na verloop van tijd begonnen de trage, repetitieve beats en positieve vibes steeds meer verslavend te werken en stond vrijwel niemand in de zaal nog langer stil, en dat voor een late zondagavond waarop de volgende werkdag al begint te wenken! Afgaande op dit geslaagde optreden heeft Holy Ghost! de potentie om niet alleen de dansvloer maar ook de hitlijsten te bestormen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Pagina 767 van 966