logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Epica - 18/01/2...

Labadoux 2011: vrijdag 6 mei 2011

Geschreven door

Laboux 2011 - Op het eerste zicht bood het programma van 2011 niet echt veel uitschieters. Geen onbereikbaar icoon zoals Garland Jeffries bijvoorbeeld. Maar wel bekende namen zoals Gorki, Arid, Kadril en Kowlier. Toch werden we verrast door nobele onbekenden zoals Mutefish of Daniel Champagne. En ook de grote namen bevestigden.
Het prachtige weer maakte van Labadoux een soort Klein Dranouter. Op gras van de Peloeze waanden we ons in de maand augustus.
Alleen de gedachte aan maandag weer school of werk verstoorde het vakantiegevoel. Zelfs toen Flip Kowlier de laatste avond opriep om nog drie dagen te blijven... Iedereen was akkoord, maar wie er op maandag weer van de partij was, zal wel bij de opkuisploeg geweest zijn.
Labadoux is een klein maar fijn familiefestival waar grootouders en kleinkinderen samen naartoe komen. En de kleine oortjes worden meestal beschermd met stevige koptelefoons of oorbeschermers zodat ze op latere leeftijd nog kunnen genieten met intacte trommelvliezen.
Mooi is dat!

dag 1 - vrijdag 6 mei 2011
BALOJI
Deze Belgische rapper van Congolische kreeg de ondankbare taak om het festival te openen. In een mengsel van Frans en Engels en een snuifje Nederlands kreeg hij het kleine publiek in de ban van zijn muziek. Op de website lezen we: In zijn debuutalbum ‘Hotel Impala’ komt zijn dichterstalent waarmee hij al poëziewedstrijden gewonnen heeft, naar boven en vertelt hij zijn rumoerige levensverhaal.
Zijn tweede cd ‘Kinshasa Succursale’ kwam vorig jaar uit.
Ondanks de Congolese temperatuur in de tent danste hij alsof zijn leven ervan afhing. Net als Elvis gebruikte hij de pelvis om zijn songs kracht bij te zetten. dat werd ten zeerste gesmaakt door de meisjes achter de dranghekken! Zoals het een echte rapper betaamt ging hij politieke thema’s niet uit de weg. Hij had het ook over de verontwaardiging (‘indignation’) over de mistoestanden in Afrika, o. a. de ‘vuile’ verkiezingen in Nigeria. In ieder geval een ferme opener van dit festival.

BERT GABRIELS
Tijd om de concerttent even te verlaten voor wat komedie. Multitalent wiens laatste show, Gestorven Onzin, de onzin van het bestaan blootlegt. Comedy over de pijn van het zijn, en plastieken verpakkingen die je met je vingers niet open krijgt, lezen we. Blijkbaar was die verpakking voor onze vingers te moeilijk om te openen. we hebben niet echt genoten van dit optreden. Absurde humor kan leuk zijn, maar dit konden we maar matig smaken: “Ik had gedronken lag aan de kant van de weg. Toen begon ik te bellen... Want iemand nam me op en zei: Hallo?” Als het publiek dan niet lacht wordt het als dom afgedaan. Daarop volgde wat onderbroekenlol waarmee hij toch enkele lachers op de hand kreeg. “Aha, zijn jullie van dat slag?” was het besluit van de komiek. Tijd om de tent te verlaten...

KOSHKA
Onze verwachtingen waren iets hoger gespannen toen we inde pubtent ginggen kijken naar dit multinationaal trio met al even wijdverbreide multimuzikale invloeden. Vorig jaar stond één van hen, vioolvirtuoos Oleg Ponomarev, nog op het podium van Labadoux als gastmuzikant bij de Ierse band No Crows. En dat waren we nog niet vergeten! Geflankeerd door twee Russische violisten speelde jazzgitarist Nigel Clark uit Glasgow, rustig maar virtuoos. Ze brengen samen een World Gipsy & Jazz geluid voort dat niet te evenaren is. En het is geen woord gelogen! De vijftiger Clark speelde reeds een mooi palmares bijeen, samen met grootheden uit de jazz zoals John Scofield, uit de folk zoals Maire Brennan (van Clannad) en uit de rock zoals Jan Akkerman. Misschien mocht dit trio wel in de concerttent geprogrammeerd zijn?

FRANCES BLACK
Deze Ierse zangeres startte haar carrière in de jaren '80 met The Black Family, waarbij ook haar (beter gekende) zus Mary Black speelde. De hits die ze ten gehore bracht waren prachtige nummers die ons echter onbekend in de oren klonken. Maar dat kon de pret niet drukken. Ze vertelde telkens waar ze haar inspairatie haalde en even mocht de tent een kijkje nemen op het Noord-Ierse Rathlin Island waar ze ook werkzaam is. Kijk even mee op http://www.youtube.com/watch?v=LRcqPZB-sZU
Het publiek liet zich inpakken door haar complimenten en zong gewillig het aangeleerde refrein mee van “Wall of tears” dat ook verheen op ‘Only a Women’s heart’ met o. a. haar zus Mary Black, Eleanor McEvoy en Sharon Shannon. Een mooi optreden, en een pluim op de hoed voor haar begeleiders op gitaar en contrabas!

YGOR
Toen we ons gingen aanmelden op het secretariaat van het festival liepen we Filip Haeyart tegen het lijf. We zagen hem nog in het najaar van 2010 in een zeer serieus programma rond de oorlog. Even wisten we niet waar we hem in welke tent we hem straks aan het werk zouden zien. Toen we in de clubtent kwamen herkenden we hem in de gekke Ygor met bivakmuts. Dit keer bleven we met plezier luisteren naar de heel herkenbare verhalen over kapotte straatlantaarns die weer blijken te werken als ze plots uitgaan overdag. Ook de biologen onder ons werden weer wat wijzer na de les over de knieën van de pinguïn. HUmor van de bovenste plank van dit multitalent

DANIEL CHAMPAGNE
In de foyer lagen enkele Oosterse tapijten die betere dagen gekend hadden. Maar met het talent dat op die tapijten voor ons kwam spelen was het gelukkig beter gesteld! Tot onze grote spijt hebben we het optreden van Tyberware gemist. Deze sympathieke Ingelmunstenaars hadden beter verdiend. Volgend jaar een ehrkansing (voor ons dan)?
Deze Australische Daniel Champagne zagen we wel. Misschien staat deze jonge gitaarvirtuoos volgend jaar op heel wat grotere podia. Een aanstormend talent voor fijnproevers. Daar rekenen we ons graag bij. We herkenden in ieder geval een vreemde versie van “That Spoonful” van Willie Dixon en “Pogeniomen” in 1960 door Howlin’ Wolf. Een ode aan twee bluesgoden door een jonge aanstormende god...

GORKI
Voor Luc Devos en de zijnen op het podium verschenen konden we het LED-scherm bewonderen dat als achtergrond diende. Patronen in diverse kleuren werden digtaal door het scherm gestuurd zodat op de hele achterwand een soort film werd afgespeeld. Mooi effect voor op de foto’s.
Het concert zelf was een zoveelste bevestiging van het succes van één van onze grootste Vlaamse bands. De gitaren stonden hard en luid en Luc Devos was goed bij stem, dankzij een gezonde dosis keelspoeling. Eerst werd vooral werk gespeeld uit de gloednieuwe cd ‘Research & Development’. Tussendoor kregen we de ‘oude’ nummers die ook meegebruld werden door een publiek dat nog in de bloemkool vertoefde toen die voor het eerst te horen waren! Kan je een betere maatstaf voor kwaliteit verzinnen dan dat je muziek de decennia overleeft en gesmaakt wordt door diverse generaties?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster


Luka Bloom

Luka Bloom - Niet anders dan verwacht: prachtig!

Geschreven door

Zo een twee jaar geleden zagen we Luka Bloom in de Brusselse AB zowaar met een begeleidingsband aan het werk. Leuk, maar Luka Bloom heeft geen band nodig, dat was de belangrijkste les die we uit dat optreden trokken.

In Leffinge trad hij dan ook naar goede gewoonte helemaal in zijn eentje aan, en dat hij ons niet ging ontgoochelen daar waren we ook al zeker van.
Het decor en de akoestiek van De Zwerver leken trouwens op maat gemaakt voor de intieme pracht van Luka Bloom zijn liedjes. Parels als “Exploring the blue”, “Cold comfort”, “Monsoon”, “Lord Franklin” en “See you soon” kwamen volledig tot hun recht in de intimiteit van de helaas niet volgelopen zaal.
Een hele resem klassiekers die zowat altijd de revue passeren mochten ook nu niet ontbreken, alom herkenningsapplaus dus voor “Gone to Pablo”, “The Acoustic Motorbike”, “You couldn’t have come at a better time” en natuurlijk “Sunny Sailor boy”, een song waarin de publieke bijdrage met de jaren belangrijker is geworden en die zo een eigen leven is gaan leiden.
Wie Luka Bloom een beetje volgt weet dat hij sommige prachtsongs nogal eens achterwege laat, maar vanavond verraste hij ons toch op een haarfijn “Rescue Mission”, de song waarmee het voor hem destijds allemaal begon maar die hij om onbegrijpelijke redenen sinds jaren steeds links liet liggen.
Waar wij echter helemaal stil van werden is de Dylan song “Make you feel my love” die hij zich op een fantastische wijze heeft toegeëigend. Nog zo een opmerkelijke cover was “Bad”, een juweeltje van U2 die hier ook al een even fluwelen versie meekreeg.
Alsof wij na al dat moois nog niet genoeg overtuigd zouden zijn, bleek Bloom nog een wondermooie afsluiter in zijn achterzak te hebben, het werkelijk adembenemende “Be Well” was misschien wel de beste song van de avond.

Alweer een heerlijke avond met de immer sympathieke Luka Bloom, moge hij nog lang met zijn gitaar naar onze contreien komen. En geloof ons, dat zal hij ook doen, geen plaats waar hij meer met open armen ontvangen wordt dan ons Belgenlandje.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes

Geschreven door

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

Earth

Earth – kosmische trip

Geschreven door

Het Amerikaanse Earth, uit Seattle, is al actief van ’90. Centrale pion van de band is gitarist Dylan Carlson, die een beetje lijkt op Howe Gelb van Giant sand. De groep was in die jaren één van de grondleggers van de drone/doom en laat in die donkere en dreigende sound traag slepende, broeierige filmische trips horen. Postrock avant la lettre of avantgarde. Ze gooien er zelfs fraaie stukjes psychedelica en progrock tegenaan, wat de muzikale schoonheid onderstreept. Ze roepen beelden op van een desolaat landschap, met in de verte een ‘petite maison dans la prairie’. Earth is zowat de Ennio Morricione van de drone en heeft een western uit zonder acteurs.

De Stadsschouwburg in Brugge fungeerde als een ‘prairie’decor van deze groeisound, gekenmerkt door uitsluitend instrumentale, minimalistische, lange en repetitieve structuren. Het kwartet dat naast Carlson bestond uit drumster en tevens vrouw, Adrienne Davies en ‘nieuwe’ leden, Lori Goldstone op cello en bassiste Angelina Beldoz, plaatsTen het pas verschenen ‘Angels of light, demons of darkness 1’ voorop. Deze songs, waaronder “Blackwater site”, “Descent to the Zénith”, “Father midnight” en “Old black” stralen rust en gemoedelijkheid uit én zijn toch vinnig door de apocalyptische ondertoon van het gitaargetokkel, het ietwat scherper gitaarspel, de gepaste, (licht) dreunende basstunes, de donkere cello en de ingehouden, sobere, golvende drums en cimbaalslagen.
Het oudere werk was dreigender en onheilspellender en hier kon het kwartet wat forser, en krachtiger gaan op “Code maestro in flat minor” uit ’96, of “Ouroboros is broken” uit ’91. Huivering en elegante schoonheid waren hier op z’n plaats.
Mistige achtergrondbeelden konden er wel bij om de instrumentale muziek van Earth beter tot z’n recht te laten komen. De cultband hoeft niet onder te doen van de huidige ‘boom’ postrock/metal/drones & doom en wordt dan ook gegeerd door de fans binnen deze stijlen ...

We kregen een deels uitgesponnen versie te horen van de titelsong van de recente cd, omgeven van fuzz - en galmbewegingen, om dan feilloos over te gaan naar toegankelijke ‘onheil’ pop; na een klein anderhalf werd hiermee de set besloten. Gerust mocht de kosmische Earth trip nog wat langer duren.

Earth had op hun tournee Sabbath Assembly mee . Het kwartet grossierde in ‘70s psychedelische rock van o.m. de Velvet Underground & Nico, is niet vies van hardrock en trippop op z’n David Lynch’s. De indringende vocals van de bevallige zangeres Jessica Toth waren dan ook bepalend binnen het muzikaal concept. Ze klonken duidelijk krachtiger dan hun grootmeesters, maar behielden een repetitieve structuur en spannende, slepende, broeierige ritmes met een donkere, onheilspellende, verdwaasde ondertoon.
De wierook die ze vooraan op het podium leidde de mystieke avond in …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

London Wainwright III

London Wainwright III – geslaagd concert dat emotioneel raakte

Geschreven door

Het avondje met London Wainwright III begon eerder bescheiden. Dochter Lucy mocht de spits afbijten, speelde wat aardige nummers bijeen maar hier bleef het bij.

LW III pakte het dan ook anders aan. Hij stapte resoluut het podium op gewapend met gitaar, een heerlijk warme stem en tonnen charisma. Vanaf opener “Being a dad” had hij het publiek onmiddellijk bij zijn nekvel: leuk verhaaltje als intro, oerdegelijke song en gebracht alsof hij alles nog te bewijzen had. Dit stramien herhaalde zich keer op keer. Sentiment en cynisme waren steeds in balans en veelal gingen zijn songs over persoonlijke familiale relaties (o.a. “White winos” over zijn moeder – “Your mother and I” over zijn relatie met zijn ex Kate). Soms haalde het cynisme het volledig (“The morgue”), toch één van de hoogtepunten van de avond.
Lucy mocht nog enkele nummers meezingen nadat LW III ook al zijn kunsten op banjo en piano had gedemonstreerd (“My God, I am so talented” – een bemoedigend woordje voor zichzelf omdat hij ook met de piano overweg kon). Mooi allemaal maar hoe hij daarna met gitaar weer eens uitpakte in “Primrose Hill”, waar een mens er toch eventjes stil van wordt. Kortom, een zondermeer geslaagd concert (anderhalf uur) dat in momenten piekte zoals de Dow Jones in betere tijden.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

The Dø

Both ways open jaws

Geschreven door

Enkele jaren terug intrigeerde het Frans/Finse duo The Do met het verslavende plaatje ‘A mouthful’, hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop. Een goede drie jaar later heeft de tandem Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) en de Franse multi-instrumentalist en drummer Dan Levy een nieuwe plaat uit ‘Both ways open jaws’, prikkelende pop die de woorden geraffineerd, eigenzinnig, pompeus, gevarieerd, catchy, toegankelijk en verrassend verdient. Spannend materiaal dus met avontuurlijke wendingen, bepaald door het kirrende stemmetje van Olivia, die ook in haar stem voldoende variaties biedt. Een soort ballerina ‘sprookjesachtige’ pop op z’n Rita Mitsouko, die elan krijgt door talrijke geluidjes, cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen, tierlantijntjes, xylofoon, blazers en een dubbele percussie. En die ons wakker schudt in de realiteit.
Grillige en toegankelijke wendingen van geluidseffectjes, trance gerichte pompende en ontspoorde synths en de dromerige, sfeervolle en ingehouden songs raken. En daarvan zijn het pakkende “Too insistent”, “Bohemian dances” en “Slippery Slope”, uitersten …

Cobra Skulls

Bring the War Home EP

Geschreven door

Dat Fat Mike een neus heeft voor muzikaal talent, is wel het minste dat je kunt zeggen van de eeuwig grappende frontman van NOFX.  Nieuwste aanwinst van z’n Fat Wreck Chords zijn deze Cobra Skulls.  Dit drietal uit het Amerikaanse Reno bestaat al sinds 2005, maakte twee full albums en tourde dat het een lieve lust was.
Om hun overstap naar het label van Fat Mike te vieren, brengen ze deze EP ‘Bring The War Home’ uit. We horen vier nieuwe vlammende punkrocksongs en 1 cover van het legendarische Bad Religion.   Dit cd’tje duurt slechts 12 minuten maar het is meer dan genoeg om ons te overtuigen dat de Cobra Skulls verduiveld veel in hun mars hebben. Ze combineren ouderwetse melodieuze punkrock met een flinke scheut rockabilly en hanteren daarbij een lekker tempo. Opvallen doet ook de zeer fijne strot van zanger Devin Peralta (die Argentijnse roots heeft en op vorig werk regelmatig in het Spaans zong) die de sound van Cobra Skulls net dat extraatje meer geeft.
Deze EP doet ons reikhalzend uitkijken naar  het eerste volwaardige album van dit drietal  op Fat Wreck Chords!

Guano Apes

Bel Air

Geschreven door

Om eerlijk te zijn dachten we dat de Duitsers van Guano Apes er enkele jaren geleden de brui aan gaven. Blijkbaar besloten zangers Sandra, gitaristen Henning en Stefan en drummer Dennis op er in 2009 opnieuw een lap op te geven.  Een lap erop geven, dat is althans wat de band in haar beginjaren (zo eind jaren negentig) deed en waardoor ze enorme successen kende  met overbekende hits als “Lords of The Boards” en “Open Your Eyes”.  Guano Apes stond toen voor een fijne cocktail van puntige rocksongs met wat metalinvloeden én met de ruige,  schreeuwerige stem van frontvrouw Sandra.  Je zou kunnen stellen dat het viertal toen de juiste band op het juiste moment was...
Nu is er na al die jaren het comeback-album ‘Bel Air’ en van alle fijne opmerkingen van hierboven  is jammer genoeg geen sprake meer. Weg zijn de rauwe vocalen, de stevige riffs  en het ruwe kantje van de band, in de plaats krijgen we veel poppy en melodieuze geluiden én ongevaarlijke, gepolijste vocalen. Zo krijgen we een twaalftal ‘popsongs’ waarvan enkele misschien wat airplay zullen krijgen maar waar wij toch niet warm van komen.  Ipv de juiste band  op het juiste moment, lijkt Guano Apes ons nu een volledig voorbijgestreefde muziekgroep.
Wie houdt van Avril Lavigne of Gwen Stefani kan dit plaatje misschien een kans geven, fans van het eerste Guano Apes-uur lopen best met een boogje rond ‘Bel Air’. 

The Young Gods

Everybody knows

Geschreven door

Een vijftal jaar terug verscheen een mooie compilatie van de twintigjarige carrière van deze grootmeesters binnen de industrial/rock. Ze waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Door de jaren bleef hun muzikaal recept wel uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler. De songs hadden een dreigende, onheilspellende spanning, en er waren de slepende ritmes en verrassende wendingen.
In 2008 verbreden ze ietwat het gezichtsveld met een akoestische sound op ‘Knock on wood’, een geluid dat in vroegere nummers al eens doorsijpelde …
Op de nieuwe plaat hoor je de evenwichtsoefening, een dosis oud vertrouwde elektronica, industrial en een akoestische setting.
Ondanks het feit dat ze minder ruig, hard en experimenteel klinken, intrigeren ze in hun toegankelijk karakter; ze voeren met regelmaat het tempo op en behouden de aandacht in die nerveuze, broeierige sfeer en spanning, gedragen door de herkenbare stem van Treichler, o.m. op songs als “Blooming”, “No man’s land”, “Mister sunshine”, “Miles away” en “Once again”. “Tenter le grillage” is stevig en krachtig. Intussen kun je even wegdromen en genieten van enkele sfeervolle songs als “Two is tango” en “Introducing”.
Uitgeblust is de band zeker niet, integendeel ze gaan nog steeds creatief te werk en zorgen voor meeslepend materiaal. Jong zijn ze niet meer, maar de goden leven nog steeds  

Marnie Stern

Marnie Stern

Geschreven door

Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klinken. Dat is de muziek van de Amerikaanse blonde Marnie Stern. Hier horen we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps, Melt Banana en de dames van Sleater-Kinney.
Ze geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Ze kan haar gitaar geselen en martelen. Tien songs ‘to the point’.
Het Kill Rock Stars label heeft een killrockende lady in huis, die op  de meeslepende songs speldenprikken toedient en zorgt voor ferme explosies tussenin.

Pagina 771 van 966