logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...

The Cult

Masters Of Reality & The Cult: de stoner- en gothrock nostalgie ver voorbij

Geschreven door

Iedereen heeft wel van die avonden die men voor geen geld ter wereld wil missen: de live uitzending van de Miss België verkiezing, de finale van Idool, Clouseau in het Sportpaleis: you name it. Ieder zijn meug natuurlijk, maar wat ons betreft stond de AB affiche van afgelopen dinsdag al maanden vooraf garant voor ‘a night to remember’.
Als vaandeldragers van het betere episch gitaargeweld kunnen zowel Masters Of Reality als The Cult op hun ééntje deze concerttempel vlotjes laten vollopen, dus waarom dan toch kiezen voor de twee-voor-de-prijs-van-één formule? Het antwoord op die vraag schuilt in het jongste project van The Cult, dat voortaan zonder tussenkomst van een platenfirma digitale pakketjes of zogenaamde ‘Capsules’ aanbiedt van nieuwe nummers, live versies van Cult classics en eigenhandig geregisseerde kortfilms. De vier nieuwe nummers uit de twee ‘Capsule 1’ en ‘2’ werden ingeblikt door meesterproducer Chris Goss, die als wederdienst met diens eigen inmiddels mythische Masters Of Reality het voorprogramma van zijn Engelse vrienden mocht invullen.

Het leek een schier onmogelijke en eigenlijk ook wel een ondankbare opdracht voor Goss & co om ruim twee decennia Masters Of Reality in drie kwartier de revue te laten passeren. Dankzij een voortreffelijke songkeuze liet de imposante Amerikaan echter geen seconde onbenut om te bewijzen waar menig stonerrock bandje de mosterd heeft gehaald. Met het splinterbommetje “Domino” uit het moeilijk vindbare titelloze debuut (‘88) en de onweerstaanbare na-na-na-na groove van “Third Man On The Moon” opende het vijfkoppige gezelschap voor een halflege zaal. Mogelijks zat het vroege aanvangsuur daar voor wat tussen, en even hadden we zelfs de indruk dat Goss zich daar een beetje aan ergerde zeker wanneer hij het publiek om enige respons verzocht tijdens het fraaie kampvuur riedeltje “Jody Sings”.
Op het jongste opus ‘Pine/Cross Dover’ (‘09) zijn naast de nodige decibels ook art rock en symfo in het geluid van de groep geslopen, en tijdens de drie nummers die uit dat album werden geplukt konden Goss’ begeleiders hun kwaliteiten uitgebreid etaleren. Opvallendste figuur was hier zondermeer Eagles Of Death Metal gitarist Dave Catching, die in zijn enthousiasme regelmatig de pedalen dreigde kwijt te raken maar eigenlijk een rasmuzikant blijkt te zijn. Ook de niet onaardig ogende bassiste Abby Travis bleek meer dan haar mannetje te kunnen staan in het stoere rockbastion dat Masters Of Reality eigenlijk altijd al geweest is. Tijdens “Always” bleek bovendien dat de zwartharige vamp ook over een fraai koppel stembanden beschikt.
De retestrakke rockabilly pastiche “She Got Me (When She Got Her Dress On)” zette een korte maar krachtige finale in. De zaal was nog steeds amper voor de helft gevuld toen Goss & co met een vertimmerde versie van de miskende stonerclassic “The Blue Garden” hun toebedeelde tijd netjes volmaakten. Masters Of Reality had aan een veldslag van drie kwartier genoeg om zelfs als voorprogramma te imponeren, maar wat graag hadden we Chris Goss zich nog een uurtje langer in het zweet zien werken.

Bij hun vorige passage in de AB tijdens de ‘Love Live’ tournee was The Cult nog goed voor een zeer gesmaakte nostalgie trip, maar gelukkig heeft de creatieve spil Ian Astbury en Billy Duffy intussen niet stilgezeten en werden vorig jaar een beperkt aantal nieuwe nummers ingeblikt. Met één van die nummers, “Every Man And Woman Is A Star”, wordt hun jongste ‘Destroy Europa’ tour elke avond op gang getrokken. Dat de groep hiermee niet meteen potten brak, lag niet aan het speelplezier of het geluid, maar eerder aan de matige muzikale impact en vooral de kleffe tekst van het nummer. Een welkome portie “Rain” kwam net op tijd om dit schoonheidsfoutje weg te spoelen, want voor de rest waren we getuige van een voortreffelijke en strakke set waarin Cult classics werden afgewisseld met een eigenzinnige selectie van tracks uit minder bekende albums én zelfs nummers uit het pre-Cult tijdperk. Zo werden “Horse Nation” en “Ghost Dance” opgediept uit de bescheiden catalogus van Death Cult, het gothrock groepje waarin Astbury en Duffy voor het eerst als muzikaal koppel door het leven gingen maar dat eind ‘83 na amper een paar maanden werd omgedoopt tot The Cult. Ook de keuze van “White” uit ‘Ceremony’ (‘91) en “The Saints Are Down” uit ‘The Cult’ (‘94) kan gerust opvallend genoemd worden. In de 90ies moest The Cult het immers met een pak minder aandacht stellen dan in het decennium ervoor, en werden hun albums genadeloos neergesabeld door de critici. Ook hier brengt tijd raad, want net deze nummers behoorden tot de meest doorleefde van de avond.
Wie The Cult al eerder aan het werk zag weet dat frontman Ian Astbury niet bepaald een spraakwaterval is, en ook deze keer leek het er aanvankelijk op dat de struise zanger zich het ganse optreden lang achter zijn zonnebril zou gaan verschuilen. Met zijn lange gitzwarte haren, dito lederen handschoenen en de nodige stage pose kon hij zelfs gemakkelijk voor Jim Morrison look-alike worden versleten... en zoals later zou blijken was deze vergelijking eigenlijk niet eens zo gek. Naarmate de set vorderde werd Astbury echter steeds spontaner, de zonnebril maakte plaats voor een uitdagende grijns en de frontman waagde zich hier en daar zelfs aan een lichtjes provocerende bindtekst.
Na een splijtend “Wild Flower” richtte Astbury ook een bedankje aan Chris Goss voor zijn productionele kunstjes op het nieuwe “Until The Light Takes Us”. Met zijn strak ritme, dreigende atmosfeer en redelijk verslavende riff heeft dit nummer alles in huis om zich een Cult classic in wording te noemen. Het publiek was meteen opgewarmd voor het bruisende slot. Alle podiumlichten werden gedoofd, behalve die ene spot gericht op Billy Duffy en diens Gretsch White Falcon 1 tijdens de mystieke intro van “She Sells Sanctuary”. Een verplicht nummer, dat wel, maar geen enkele Cult fan lijkt vooralsnog zonder te kunnen. En zoals Astbury het zelf al aangaf: elke andere groep zou na het weggeven van zijn ultiem prijsbeest spontaan de kleedkamer opzoeken, maar The Cult gaf er met “Love Removal Machine” meteen nog een tweede ferme lap op. Drijvend op de beste riff die Keith Richards nooit tot in het repetitiehok van de Stones kreeg, breide dit onweerstaanbaar luchtgitaar anthem een opzwepend slot aan een heel puik optreden.

‘If you want to hear more music, do let us know!’ riep een intussen volledig ontspannen Astbury op zijn weg naar de coulissen. Veel tijd had de groep echter niet meer te goed, want tegenwoordig gaan de schuivers om halfelf onherroepelijk naar beneden in de grote zaal van de AB. Astbury & co leken maar weinig begrip te kunnen opbrengen voor dit soort conservatieve beslissingen, maar persten er met een venijnig “Rise” en de allereerste Cult single “Spiritwalker” toch nog twee fraaie bissen uit. Helemaal op het eind kroop Astbury uiteindelijk dan toch volledig in de huid van Jim Morrison, en nam de groep definitief afscheid met een fraaie interpretatie van “Break On Through (To The Other Side)”.

Wie zin had in nog meer lichtontvlambare gitaren, of gewoon eens wou checken hoe de groep zou flirten met de 100 dB grens, kon achteraf nog terecht in de AB Club bij de jonge Gentse honden van Drums Are For Parades. Voor ons was het echter welletjes geweest, want we kwamen ons er in de eerste plaats van vergewissen dat oude rotten Masters Of Reality en The Cult veel meer zijn dan goed geoliede nostalgie acts. Hun relevantie anno 2011 trekken we niet in twijfel; sterker nog, qua attitude en impact spelen ze volgens ons in een handomdraai de meest hippe rockgroepjes die binnenkort het podium van Rock Werchter zullen bevolken in no time naar huis.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Wire

Red Barked Tree

Geschreven door

Het inmiddels legendarische Wire mag gerust als een zeer invloedrijke groep beschouwd worden. Een hele resem indie- en postpunkbandjes staan qua geluid bij hen in het krijt, velen zonder het zelf te beseffen. Wire is er zelf nooit rijk van geworden, albums als ‘Pink Flag’, ‘Chairs Missing’ en ‘154’ staan geboekstaafd als klassiekers maar dit heeft zich nooit vertaald in verkoopcijfers. De band is altijd in de underground gebleven en voelt zich daar nog steeds perfect op zijn gemak, net als zanger/gitarist Colin Newman’s nevenproject Githead trouwens, die in 2009 een prachtplaat maakten die door zowat de hele wereld over het hoofd werd gezien, maar niet door ons.
Op de nieuwe ‘Red Barked Tree’ gaan die van Wire alweer volledig hun eigen weg, en dat is er een met een hoop interessante zijweggetjes. De fijne opener “Please take” zit bijvoorbeeld gegoten in een warme en radiovriendelijke poppy sound, maar een station verder horen we grillige nerveuze punk op “Two minutes” en “Moreover”, twee songs die het weerbarstige geluid van Wire, zoals we dat kennen van vroeger, typeren.
Van punk naar wave is maar een kleine stap, songs als “Adapt”, “Down to this”  en “Now was” ( B52’s zijn in de buurt) dragen gedoseerde eighties echo’s in zich. Toch teert Wire geenszins op een retro geluid, de springerige rock van “A flat tent”en de gruizige shoegaze van “Smash” geven hedendaagse groepjes als Arctic Monkeys en A Place to Bury Strangers het nakijken. De titelsong die de plaat afsluit is ook weer van een heel ander kaliber, de heren verkennen de grenzen van de psychedelica en komen op hun pad ergens Syd Barrett tegen.
Een plaat gekenmerkt door diversiteit en veelzijdigheid, op en top Wire dus, verpakt in amper dertig minuutjes eigenzinnigheid.

James Blake

James Blake

Geschreven door

Het zogenaamde dubstep genre is nog niet helemaal tot de muziekwereld doorgedrongen, of vooruitstrevende would-be kenners hebben het al over post-dubstep. En voor het gemak steekt men iemand als James Blake dan maar in dat vakje. Tegelijkertijd heeft men Blake al direct gebombardeerd tot ‘the new thing’ en wordt zijn debuutalbum overladen met de meest lovende recensies. Ons maakt het alleen maar achterdochtig.
Het moet gezegd  -wij zijn ook niet doof-, de jonge kerel had ook al onze aandacht getrokken met de wondermooie Feist cover “Limit to your love”, een bijzonder pareltje, of hoe men met behulp van koude laptops toch een song heel warm kan doen klinken. Het mindere nieuws is dat James Blake dit staaltje maar één keer evenaart, met het al even prachtige “Wilhelms Scream”.
De overige songs zijn minimalistische stukjes laptop plak- en knipwerk maar wij soms nogal wat moeite mee hebben. Ten eerste vinden wij het allemaal nogal depressief klinken voor zo een jonge gast (met de helft van de songs kan u gerust een begrafenis opfleuren) en ten tweede houden wij sowieso nog altijd meer van muziek die met echte instrumenten wordt gespeeld. Deze zijn hier, op een subtiele piano na, echter compleet afwezig en naast wat geknoei op de laptop experimenteert Blake enkel nog wat met zijn stem. Hij gaat hiermee echter te vaak de richting uit van Anthony & The Johnsons, en wil het nu net lukken dat wij niet echt houden van de slijmerige pathetiek van Anthony & The Johnsons.
Buiten de twee eerder genoemde pareltjes staat er dus niets onvergetelijks op deze plaat, maar toch willen wij erkennen dat er in James Blake wel een uniek talent schuilt. Als de man binnen een paar jaar al zijn elektronica het raam uitgooit en een paar warme muzikanten inhuurt zal er gegarandeerd iets moois van komen.
Ook Jamie Lidell werd vroeger op het podium enkel omringd door een batterij laptops en computers, nu treedt hij op met warme muzikanten en de soul druipt er met bakken af. James Blake moet hem maar eens bellen.

Cherry Ghost

Beneath this burning shoreline

Geschreven door

Onder de vele releases waren we behoorlijk te vinden voor het Engelse Cherry Ghost van zanger Simon Aldred. Hij zorgt op het tweede album voor een reeks broeierige, sfeervolle songs. Ze klinken meeslepend, hebben ze een folky ondertoon en roepen een episch karakter op door de belangvolle inbreng van akoestische gitaar, viool en strijkerspartijen, waaronder “We sleep on stones”, “Kissing strangers” en “My God betrays”. Onderhuids ademen de songs een licht psychedelisch deuntje en hoor je spooky country filmsounds; de paar korte instrumentals zijn nergens storend in het concept. De laatste songs “Black fang” en “Luddite” hebben een intense opbouw en zorgen ervoor dat de plaat op z’n geheel mooi is afgewerkt.
Talrijke invloeden haal je voor de geest van o.m. Ian McCulloch, Elbow, Doves, Tindersticks, Cave, Sparklehorse, Smog en The Coral. Alvast mooie referenties van een goed debuterend bandje, die toch al drie jaar bezig is …

Underworld

Barking

Geschreven door

Net als hun ‘90s spitsbroeders, The Chemical Brothers in het dancelandschap, zullen Karl Hyde en Rick Smith van Underworld geen nieuwe, jonge zieltjes winnen, daarvoor is hun muziek te weinig dancefloor kill gericht en spelen ze niet echt meer in op de huidige ontwikkelingen van de dance, dubstep, retro acid enz.
Het album heeft wel iets mee van die huidige muzikale aanpak van de Brothers, behalve dat zij bouwden op een handvol producers. We houden nog steeds van die opbouwende, trancegerichte, zalvende, dromerige groovy beats en pop, die af en toe krachtiger durft te gaan, doordrongen van dubstep, drum’n’bass, psychedelica en allerhande bleeps en geluidjes. Hun handelsmerk vergt wat meer luisterbeurten, intrigeert, doet ons wat zweven en prikkelt de dansspieren.
Een aannemelijk album door songs als “Always loved a film”, “Scribble” en “Grace” die een sfeervolle wave bevat. Verder wordt de plaat aangevuld met enkele (soundscape) instrumentals.
Underworld heeft een goede plaat uit … voor het eigen publiek van dertig- en veertigers  … maar hier staan de jongeren niet echt meer voor te springen …

Katy Perry

Teenage dream

Geschreven door

Een paar jaar terug was Katy Perry het nieuwe tieneridool. Ze debuteerde met ‘One of the boys’ en scoorde al meteen twee nummer 1 hits “I kissed a girl” en “Hot’n cold”. Met gemak plaatste ze zich naast vroegere idolen Lily Allen, Avril Lavigne en Kelly Clarkson. Hitparadepop met een paar fijne rockers, stampers en sfeervolle hand-in-hand pop. Een getalenteerde gevoelige rockbitch werd ze toen omschreven. Op het podium bracht ze het er nog aardig van af, maar de set kon in z’n totaliteit onvoldoende beklijven.
Ze is er ondertussen 25 geworden, gelukkig getrouwd en is op talrijke shows en events te zien en te horen. Een grote Amerikaanse dame die al aan de schouders trekt van Madonna, Kylie Minogue, Lady Gaga, Britney Spears, Christina Aguilera en Rihanna.
Katherine Hudson, een kleine Queen of Pop, heeft opnieuw een handvol luchtige, sfeervolle en hot’n’juice pop klaar, die wat meer state-of-art (hitech) electropop bevatten. Vooral van de eerste songs kunnen we gezellig genieten en dansen, “Last friday night”, “California gurls (met Snoop)”, “Firework”, “Peacock” en de titelsong. Muzikaal als vocaal klinken deze nummers goed: opzwepend, dansbaar, ondeugend en altijd goed voor een feestje.
Dan valt de cd wat in elkaar … een beetje dertien–in-een–dozijn nummers, die dan terug opflakkeren bij “Pearl” en het ingetogen “Not like the movies”. De daaropvolgende remixen zijn een hapklare brok voor de jongere generatie!
Al bij al een geslaagd album, die niet echt verrassingen biedt!

Gipsy on the rocks

Soul for a gun

Geschreven door

Sire, wordt er  in ons Belgenlandje nog echte hard rock gemaakt? “Ja” was zijn antwoord, en om onze vorst een handje te helpen, voegen we er aan toe dat je daarvoor in Rijkevorsel terecht kan.
Gipsy On The Rocks zijn niet echt nieuw want een drietal jaar geleden verscheen van deze muzikanten reeds een EP en na vele zweetparels komen deze Kempenaars nu met een full cd op de klippen.
Deze band wordt gevormd door Hanne Hofmans (een dame dus) en je zult op deze cd weliswaar geen enkel nieuw geluid ontdekken, maar hetgeen ze doen is wel meer dan goed gedaan, tenminste als je openstaat voor een stevige portie hardrock dat zijn mosterd haalde uit de 80’s en niet vies is van enige commercialiteit.
Af en toe wordt de rocktrein platgelegd voor een nummer als “Mariella” waarin we de blueskant van deze groep kunnen ontdekken. Geslaagde plaat voor hardrockliefhebbers dus.

Angels & Airwaves

Duidelijke boodschap van Angels & Airwaves: love

Geschreven door

De Californische Angels & Airwaves is de band gevormd rond Blink 182 zanger/gitarist Tom Delogne, Box Car racer gitarist David Kennedy, 30 Seconds To Mars bassist Matt Wachter en The Offspring en Alkaline Trio drummer Atom Willard. Ze hadden een duidelijke boodschap mee: LOVE. Zo zal ook hun lang verwachte album ( na ‘We don’t need to whisper’ en ‘I-empire’) heten die net op 14 februari wereldwijd uit zal komen.

Na een muzikale intro openden ze met “It hurts” en je wist meteen dat het goed zat voor de rest van de avond. Daarna volgde het eerste bekende nummer “Everything’s magic “ dat al luidkeels werd meegezongen.
Tom Delongne had geen enkele moeite het publiek mee te krijgen met zijn danspasjes en zijn soms wat ietwat knullige bindteksten die erg kenmerkend zijn voor de charmes van deze zanger die regelmatig zijn publiek aan de microfoon probeerde te verleiden. Ze speelden “Lifeline” en “Shove” om daarna heel het publiek mee te krijgen met het bekendste nummer “The adventure”. “The Moon Atomic” en “Epic Holiday” hoorden we nog ergens om tot slot te eindigen met het sterke “Secret Crowd’s”, dat evenzeer werd meegezongen door het publiek.
De band kwam in de bis voor de dag met het erg mooie liefdesnummer “Breathe” waarop de nodige hartjes de lucht in werden gestoken; als afsluiter van een schitterende muzikale avond was er “The War” waar de band voor een laatste keer de zaal in vuur en vlam zetten.

De voorprogramma’s waren Neon Trees, een Amerikaanse band die nog niet zo bekend is, maar toch nieuwsgierigheid opwekten.

Daarna was er Twin Atlantic, een Schotse alternatieve rockband die vorig jaar op Pukkelpop heeft gestaan en dit jaar op Groezrock staat. Dit had wel iets en had wat weg van Dead Poetic en The beautiful mistake, maar dan wat meer rock.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Hooverphonic

Hooverphonic sluit terug aan bij de Belgische scène …

Geschreven door

Na het plotse vertrek van Geike Arnaert, een goede twee jaar terug, was het stil rond Hooverphonic; een stilte die Alex Callier deels gebruikte voor een nieuw project, met name Hairglow, maar hij was natuurlijk in hoofdzaak bezig om samen met Raymond Geerts een waardige opvolgster van Geike te vinden; Noémie Wolfs werd de nieuwe zangeres. We waren dus uitermate benieuwd of zij in de voetsporen van Geike kon treden en haar kon opvolgen. Aan belangstelling lag het alvast niet, want de twee concerten in de AB waren uitverkocht …

Toen de lichten in de zaal doofden, traden de muzikanten tijdens de intro één voor één aan; langs de zijkant van het podium zette Noémie “One Two Tree” in, een nummer dat op hun recentste plaat terug te vinden is. Met een zelfzekere tred en de nodige elegantie begaf de 22 jarige jonge deerne zich naar het midden van het podium waar ze meteen flirtend achter haar microfoon stond. Tot onze grote verbazing vuurden ze onmiddellijk na hun opener de eerste single “The Night Before” uit hun gelijknamige album af. Noémie liet voor een eerste keer zien wat ze allemaal in haar mars had; ze is extraverter en haar stem is korrelig, meer doorleefd, en minder hoog en breekbaar; ondanks alles zal haar stem altijd wel met die van Geike worden vergeleken.
Een vergelijking die niet steeds mag gesteld worden, want we zagen een Noémie, die tijdens klassiekers als “The World Is Mine” en “Jackie Cane” niet echt moest onderdoen voor Geike; alleen tijdens “Mad About You” kon je duidelijk horen dat ze de hoge vocals van Geike niet aankon.
Hun set sloten ze af met “Sometimes” een nummer waarbij Noémie het publiek aanspoorde om met haar mee te zingen; het publiek leek overtuigd, hing aan haar lippen en scandeerde vol enthousiasme het refrein.
Een ingetogen “Eden” opende de bis en een bloedmooie “Vinegar & Salt" volgde. Een tweede bisronde breidden ze er nog aan met enkele nieuwe songs als “More, “Danger zone” en “How can you sleep”, die een venijnig staartje kreeg van gitaren en pedaaleffects. Een meer dan gesmaakt optreden dus.

Elk zal wel z’n mening hebben betreffende het ‘nieuwe’ en het ‘oude’ Hooverphonic. De band beet van zich af, gaf sommige oude nummers een andere invalshoek en is met Noémie Wolfs klaar om een nieuw hoofdstuk aan te vatten; ze hebben genoeg kwaliteit in huis om opnieuw aan te sluiten bij de Belgische scène …

Playlist: One Two Tree, The night before, Heart broken, Club Montepulciano, The last thing, Norwegian Stars, 2 Wicky, Angels never die, Identical Twins, Expedition Inpossible,
George’s Café, Encoded love, The world is mine, Jackie Cane, Mad about you, Sometimes
Bis: Eden, Vinegar & Salt, Renaissance affair
Bis: More, Danger Zone, How Can You Sleep

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Pennywise

Pennywise als een tornado!

Geschreven door

In een organisatie van Democrazy & that's all punks kreeg de Vooruit in Gent de West Coast punkers Pennywise over de vloer. Als support acts fungeerden T.S.O.L , Red Tape Parade en Flatcat.

Daar waar ze op de laatste editie van Groezrock al een aardige indruk nalieten, was het nu uitkijken of Pennywise in de gezellig volgelopen Vooruit opnieuw kon overtuigen want niet al hun vorige passages in België waren even succesvol.
De toon was nochtans snel gezet... want van meet af aan was de drive, inzet en goesting van dit Californische combo opmerkelijk en namen ze de enthousiaste crowd in een wurggreep die ze een dik uur lang vasthielden en slechts middels “Bro Hymn” een abrupt einde zou krijgen.
Onder het 'bewind' van nieuw 'opperhoofd' Zoli Teglas – overgekomen van Ignite- werd vanaf de eerste noten van “Fight 't ill you die” de gashendel volledig opengedraaid. Het publiek sprong direct op de kar wat resulteerde in menige mosh- en circlepits gekruid met de nodige dives. De band genoot van zoveel energie in de pit en stoomde met “Same old story”, “Society” en “Homesick” gezwind door z'n set.
Als een pletwals in een rotvaart pakten ze quasi moeiteloos alles en iedereen in. Met in de hoofdrollen zanger Zoli -slechts één jaar bij de band- die zonder problemen de vorige frontman Jim Lindberg doet vergeten en gitarist Fletcher die continue de troepen bleef opjutten en het tempo continu strak hield. Ook “Fuck authority”, “Straight ahead” en “Rules” sierden de playlist, even later kregen we toch voor enkele minuten rust met de Ben E King cover “Stand by me” maar na enkele minuten explodeerde ook dit nummer in een enthousiaste splinterbom. Met de nadruk van de playlist op vooral het oudere werk was het dan al lang duidelijk dat de uptempo, catchy punkrockmachine in een begenadigde dag verkeerde, het plaatje klopte helemaal.
In de veel te korte bisronde brachten ze één van hun oudste tracks “Pennywise” gevolgd door het onvermijdelijke “Bro Hymn” dat ze nog steeds opdragen aan hun bassist Jason Thirsk die in '96 uit het leven stapte. In een mum van tijd nam het publiek het podium in en al gauw stonden een honderdtal enthousiastelingen vocale steun te verlenen bij deze klassieker.

Helaas was dit ook meteen het einde en kregen we eigenlijk wel iets te weinig waarvoor we gekomen waren maar door de intensiteit en performance van de band konden we ons enkel gelukkig prijzen dat we deze wervelwind mochten aanschouwen.
Uitkijken doen we reeds naar de nieuwe 12 de! plaat die er staat aan te komen met voor het eerst dus Zoli op de vocals.

Openers van de avond waren het Brugse Flatcat die na een break van een kleine 2 jaar terug aan de oppervlakte verschenen. Met een mix van gloednieuwe nummers en ouder werk brachten ze de zaal op temperatuur. Dit viertal nu 15 jaar bezig en nog steeds in originele bezetting komt eind volgende maand met nieuw werk op de proppen. Hun enthousiaste poppunkrock brengen ze nog steeds vol begeestering en met “Rockstar fantasy” sloten ze hun 30 minuten opwarmwerk af.

Ook het Duitse Red Tape Parade kreeg een klein halfuur waarin ze een mix van punkrock en hardcore ten berde brengen maar die door te weinig variatie zijn doel mist.

Wat niet kan gezegd worden van T.S.O.L die op het laatste moment nog werden toegevoegd aan de line up. Deze Amerikaansen legendes -bijna 30 jaar dienst- brengen veel schwung en diversiteit in hun punksound en tonen dat ze zeker nog niet versleten zijn.

‘Punks not dead’.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 787 van 966