logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...

Astpai

Heart To Grow

Geschreven door

Ook in Oostenrijk vinden we liefhebbers van het punkrockgenre. Dat bewijzen althans de mannen van Astpai die met ‘Heart To Grow’ aan hun derde langspeler toe zijn. Op de plaat horen we een zeer afwisselende mix van punk, pop en hardcore in een vrij melodieus jasje waarbij we spontaan denken aan bands als Kid Dynamite, Strike Anywhere, None More Black en Good Riddance. De arrangementen zijn zeer gevarieerd, we horen de nodige tempowisselingen, er is samenzang en ook qua productie zit alles zit snor. De rauwe stem van zanger Zock is best te pruimen (jammer wel van dat Duits accent) en er is met “Man will oder nicht” zelfs een nummer in de eigen taal.  De songs zelf zijn degelijk maar jammer genoeg ook niet meer.
‘Heart To Grow’ is daardoor een degelijk maar zeker geen superalbum geworden en is eigenlijk alleen maar voer voor fans van het genre..



Bryan Ferry

Olympia

Geschreven door

Een wulpse Kate Mosh op de cover, het zal wel bij Bryan Ferry zijn gentleman imago horen, maar ons is het vooral toch om de muziek te doen. Na de recente reeks geslaagde Roxy Music reünie concerten hadden wij eigenlijk stiekem gehoopt op een nieuwe Roxy Music plaat, en dan nog liefst eentje in de trend van de eerste vijf legendarische albums uit de jaren zeventig. Maar goed, we krijgen hier dan toch de zoveelste Ferry solo plaat op onze schoot geworpen, we zullen het daar maar mee doen. Wetende dat geen van zijn solo albums echt legendarisch is zullen we onze verwachtingen dan ook maar niet te hoog stellen.
Hoewel er toch wat medewerking is van originele Roxy leden Brian Eno, Phil Manzanera en Andy Mc Kay is er hier geen spoor van de grillige en furieuze rock van de eerste Roxy platen. Wat primeert is de verfijnde, geraffineerde en zwoele typische Ferry stijl die we ook kennen van het latere Roxy werk (vanaf Manifesto uit 1979). Alles is haarfijn uitgebalanceerd, het klinkt overal zeer glad en gestileerd, en is bijgevolg dus ook totaal ongevaarlijk. Zowel uw lief , uw poedel als uw oma zullen deze muziek wel weten te pruimen, maar niemand zal er een uitbundige ‘Wow !” uitproesten.

Het moet gezegd, de elegante aanpak doet het soms ook goed, zoals op de soulvolle opener “You can dance”, op de knappe ballad “Me oh my” en op het heerlijke “Reason or rhyme” die dankzij stijlvol voorbijglijdende gitaren veruit de sterkste song van de plaat is.
Verder kunnen we een geeuw echt niet onderdrukken bij stroperige kost als “Alphaville”  en “Heartache by numbers”, liedjes die in het kapsalon niet zouden misstaan maar bij ons moet u er niet mee afkomen.
En het kan nog erger. De stuntelige poging om iets met dance en elektronica te doen in “Shameless” is een complete afgang en Fery’s abominabele versie van de anders zo mooie Tim Buckley klassieker “Song to the siren”(helemaal onsterfelijk gemaakt door This Mortal Coil) is zo slijmerig dat onze tenen er zodanig gaan van krullen dat wij een bezoek aan de dokter niet langer kunnen uitstellen willen we die krengen terug op hun plaats krijgen. Ook afsluiter “Tender is the night” is een ongelooflijke stinker waar liters stroop aan hangen.
Zo kabbelen alle songs gewoon ongestoord verder. Ze mogen dan al gracieus klinken, ze weken helemaal niets los, of ’t is een pak ergernis.

Bryan Ferry’s nieuwste cd is dus al even glad gestreken als zijn kostuums. U mag het ding met de feestdagen gerust op uw salontafel laten liggen, maar wij zouden er maar al te graag onze gretig bijtende Jack Russel op afsturen om het schijfje vakkundig aan flarden te rijten. Zij naam is Iggy, zijn lievelingssong is “I wanna be your dog”, zijn motto is “Lust for life” (al geeft hij daar een heel eigen en tamelijk agressieve interpretatie aan) en hij bijt met plezier volledige stukken uit dure Versace kostuums. Geen fan van Bryan Ferry dus.

Bodyntime

Gran Rodeo

Geschreven door

Go Down Records is een Italiaans label dat sinds 2005 instaat voor het uitbrengen van platen van Italiaanse muzikanten. De uitgebrachte muziek varieert  van rock-n-roll, noise, stonerrock, garagerock  tot psychedelica en ouderwetse hardrock.
Het label pakt nu uit met de eerste plaat van Bodyntime. Op hun website omschrijft deze band hun muziek als een experimentele combinatie van rock en noise. Ze bestaan al sinds 2005 en hebben naast vier mannelijke muzikanten een vrouw achter de drums.
We luisterden bijgevolg bijzonder nieuwsgierig naar hun eerste worp. Met “Sex in the city (road routes)” start dit plaatje vrij verdienstelijk en horen we een portie rock-n-roll in het verlengde van een band als Monster Magnet. Jammer genoeg stuikt het nummer in het midden plots als een pudding in mekaar. Ook de rest van dit acht nummers durende album ontstijgt amper de grijze middelmaat.
“Ever”, “Everybody to hell” en “Alone in the Dark”  zijn allemaal oervervelende nummers. “Having Your Sister” start veelbelovend met een intro die naar Kyuss refereert maar ook deze compositie weet daarna amper te boeien. Het grungy “Later” klinkt dreigend en zorgt samen met slotnummer “Law en Order” toch nog voor twee schaarse lichtpuntjes.
Bodyntime heeft compositorisch nog heel wat werk voor de boeg. Ook over de productie valt een en ander te zeggen  want ‘Gran Rodeo’ klinkt eigenlijk als een ordinaire demo.  Snel vergeten dus deze plaat ...

Simple Songs

SimpleSongs

Geschreven door

Achter de naam SimpleSongs gaat sing/songwriter Ken Veerman schuil, die garant staat voor een resem ingetogen, broeierige, donkere, emotievolle treffende songs. Songs die een trippop sfeer ademen en kleur krijgen door de spaarzame ondersteuning van een breed instrumentarium. Eerder verscheen al een EP. Hij kon beroep doen op enkele gastmuzikanten. Piano en synths vormen de rode draad op het debuut en zijn stem neigt naar Damien Rice.
“Death is not what it used to be” en “The right way” zijn melodieus dromerige songs en “Second time around” heeft een sterke opbouw. Het ‘einde-van-de-wereld’ thema intrigeert de songschrijver. Veerman kaapte in 2006 al de tweede plaats weg op het Antwerps rockconcours Frappant en speelde al de halve finale van HRR in 2008.

Info op http://www.simplesongs.be

Spencer The Rover

The Accident

Geschreven door

Spencer The Rover is het muzikale project van Koen Renders, een vakman die van vele markten thuis is. Hij is gitarist, pianist, zanger, mentor en producer van jonge talenten maar we houden het hier op een songsmid pur sang. Het was al zes jaar geleden dat hij nog iets losliet. ‘The Accident’, het lang verwachte album van Spencer The Rover, is een rijk gearrangeerd en gevarieerd album geworden, met blazers en strijkers, die oorspronkelijk geschreven werden aan de piano. Sprookjesachtig, speels en inderdaad terecht een tikkeltje Britser en lichtvoetiger dan het oude werk. Referentie vormt alvast Paul McCartney.
De sound vormt meer dan ooit een echte eenheid, zowel tekstueel als muzikaal duiken dezelfde personages, verhaallijnen en muzikale motiefjes op. Fijne samenwerkingen hield hij er op na en ook de hoes en illustraties getuigen van vindingrijkheid en zijn meer dan de moeite.
Uitnodigend om je even te laten onderdompelen in deze wereld. Ohja, de voorbije maanden trok hij voornamelijk concerterend langs kleine huiskamers.

Info op http://www.spencertherover.com

Ozark Henry

Ozark Henry – hartverwarmende poprock!

Geschreven door

Hoeven we Piet Goddaer en z’n alter ego Ozark Henry nog voor te stellen? De trilogie ‘Birthmarks’ (’01) – ‘The sailor not the sea’ (‘04) en ‘The soft machine’ (’06) leverde o.m. “Sweet instigator”, “Word up”, “Rescue me”, “Indian summer”, “Vespertine”, “These days” en “Grace” op, die in het geheugen gegrift zijn. Het zijn mooie, subtiel uitgewerkte & kwalitatief puike songs, die een sterke melodieuze opbouw hebben en ervoor zorgden dat de band in Vorst Nat en de Lotto Arena geraakte en zelfs enkele festivals kon afsluiten.
Kijk, Ozark Henry biedt sfeervolle, dromerige, melancholische pop met orkestraties, doorspekt met een vleugje electro, trippop en jazz en gedragen door Goddaer’s warme, innemende en heldere stem.
En de sing/songwriter is een bezige bij, want als toemaatje kregen we nog de soundtrackbijdrages, tv tunes en tot slot de akoestisch toon gezette songs op ‘Grace’, een overtuigende afsluiter, aangevuld met singles “Remains” en “Godspeed”. 15 jaar muzikale geschiedenis dus …
Na een rondreis in Scandinavië, intussen papa geworden en een labelswitch klinkt Goddaer terug muzikaal fris. ‘Hvelreki’ is de bundeling van de indrukken en ervaringen en staat voor een IJslandse gelukwens van “moge een walvis aanspoelen op jouw strand” . De geluidskunst van soundscapes horen we alvast op de nieuwe plaat in radiovriendelijke, cleane, gelaagde, gevoelige en innemende songs. Loversongs die een prachtig Noorderlicht laten zien.

Tabula rasa live? Piet Goddaer, zelf achter piano en toetsen, beschikte over een jonge band, drie jonge muzikanten van de Brit School Of Performing Arts & Technology, die de songs in een poprockend kleedje stopten, zonder tierlantijntjes of orkestraties. Ze werden ondersteund van landschappen en projecties, het ideale decor om het nieuwe materiaal bij te staan. Binnen het OH concept, waren bindteksten en aankondigingen achterwege gelaten. Enkel een weifelende Merci en een nederige houding.
Muziek nu, ingezet door een heupwiegende “Remains” en een forser klinkende ”Eventide”. De nieuwe songs klonken vaardig, direct, puur en strak. Van meligheid of bombast was er geen sprake meer! Het sfeervolle, ingetogen en donkere “Yours & yours only” was spannend door de slepende opbouw, de tempowisselingen en de rockende soli. “Air & fire” en “It’s in the air tonight”, dromerige, mijmerende songs op piano en synths waanden ons in gebergtes en we voelden letterlijk de sneeuwvlokken op de wangen.
Goddaer bracht met z’n nieuwe begeleidingsband voldoende afwisseling en variatie aan in emotie en tempo, en qua sfeer creëren leunde hij nauw aan wat we al van Jonsi zagen; een poppy “Godspeed”, een intiem pakkende “Hvelreki” en ingehouden versies van “Sundance” en “Miss you when you’re here” gingen over naar het broeierige “A night sea journey”, “No hands” en “Memento” (beiden toegevoegde tracks op de cd). Ze waren verpakt in een steviger rockkleedje.
Eventjes gewoon worden toch, maar het materiaal als de band stonden er en overtuigden! Dat Ozark Henry frisheid uitstraalde, gebeurde evenzeer met de vroegere singles “At sea” en “These days”, sober ingezet en die gaandeweg crescendo rockten. Sprankelende popbubbels zetten ze in de bis verder met de opener van ‘Hvelreki’ “Out of this world” en de single “This one’s for you”, de OH Xmas song bij uitstek! Scherpte en dynamiek tot slot in de laatste reeks “Indian summer”, rauw exotisch en lief ,en een emotievolle “Give yourself a chance with me” door de aanzwellende partijen. Een warm onthaal volgde telkens!

Drie avonden lang was Ozark Henry in de AB te zien. Zonder woorden en Zonder de eigen stijl te verloochenen, hoorden we pittig gevoelige songs van een gretig spelende, gemotiveerde band die nergens vonken deed spatten, maar de M van Muziek op de juiste plaats in het hart droeg. Hartverwarmend!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

NOFX

The Longest EP

Geschreven door

De discografie van de punkrockende veertigers van NoFX blijft maar aangroeien.  Na hun vorige  album ‘Coaster’ en hun EP ‘Cokie The Clown’ uit 2009, is er nu de verzamelaar  ‘The Longest EP’. Het schijfje heeft zijn naam absoluut niet gestolen want maar liefst dertig nummers passeren de revue. Eigenlijk is deze EP er geen en betreft het hier gewoon een verzameling van songs die dateren uit de periode  van 1987 tot 2009.  
In concreto vinden alle nummers terug van de EP’s ‘The Longest Line’, ‘Cokie The Clown’ en het obscure ‘The P.M.R.C Can Suck on This’. Daarnaast horen we twee outtakes van de ‘Fuck The Kids’ EP. Voeg daarbij nog een aantal bonustracks die we voorheen vonden op  deluxe uitgaves van een NoFX album (zoals het prachtige “I’ve become a Cliché”) en je hebt een zeer uiteenlopend plaatje. Sommige songs zijn qua geluidskwaliteit echt goed, andere (oudere)  nummers zijn vrij  pover. De band deed jammer genoeg niet de moeite om de kwaliteit hiervan wat op te krikken.
Wie bovenstaande uitgaves niet in zijn bezit heeft, mag niet twijfelen om naar de platenboer te hollen. Heel wat songs zijn echt de moeite waard en dat geldt evenzeer voor de prachtige hoes. Die is van de hand van Dan Sites (die ook instond voor de cover van ‘The Longest Line’ EP) en bevat een verzameling van personages die we allemaal ook op een voorgaand album van NoFX terugvinden.

Wolf People

Steeple

Geschreven door

Schaamteloos retro is ‘Steeple’ van Wolf People, jonge gasten die hebben zitten grasduinen in de hippie platen en wietplantages van hun ouders. Er zijn er wel meer die dezelfde bezigheden hebben, dezer dagen, zie ook Tame Impala en Dungen.
Die van Wolf People zijn er zonder veel kleerscheuren in geslaagd om doorheen de lagen psychedelica en de Hendrixiaanse gitaren voor een handvol sterke songs te zorgen. Je moet het maar doen, een song als “Tiny circle” verdacht veel naar Jethro Tull laten ruiken en die toch als een potente rocker laten klinken.
De heren flirten zowel met Cream (“Painted cross”) als met Hendrix (‘Cromtech’), ze bedrijven met evenveel verve de blues (“Castle keep”) als folkrock (“Banks of Sweet Dundee”, parts 1 & 2).
Retro als‘t maar zijn kan, en toch klinkt dit niet als belegen schimmelkaas maar wel als een nieuwe frisse portie hippievoer.
Een mens zou na het horen van zoveel fraais zowaar een ticket naar Woodstock gaan boeken, maar hou het misschien gewoon op de Antwerpse Trix op 13 januari. En vergeet uw gerief niet.

Cherry Overdrive

Go prime time, honey!

Geschreven door

Bij ons kan je nog niet beweren dat Cherry Overdrive een naam is maar in hun thuisland zijn deze 4 rockmeiden uit Kopenhagen vaak te horen op de Deense radio. Veel heeft te maken dat ze enkele jaren een niet onaardige hit wisten te scoren met “Reptiles” waardoor ze binnenin het garagerockmilieu als helden werden onthaald.
Ook al zit de garagerock hier diep verdoken in de ondergrond is dit genre in de Scandinavische landen meer dan populair.
Het succes van hun eerste cd bracht hun naar alle uithoeken van de wereld en met deze nieuwe cd proberen ze opnieuw hun pijlen op de garagerocksector te richten.
Het resultaat is rauwe vrouwenrock dat naast de rauwheid van een L7 of Seven Year Bitch ook de commercialiteit van een (jawel) Anouk in zich heeft en daardoor heb je als luisteraar meer dan eens het gevoel dat deze release noch mossel noch vis is.
Ze hebben de looks, ongetwijfeld de attitude maar hier bij de redactie van Musiczine vinden we dat ze naast een dosis ballen de volgende keer wel met wat sterker songmateriaal voor de dag mogen komen! ‘Go prime time, honey!’ is een cd met het juiste geluid alleen moet er dringend aan de rest worden gesleuteld!

Info
www.heptownrecords.com

Ron Wood

I feel like playing

Geschreven door

Als The Stones pas uit hun kot komen wanneer Jagger vindt dat de tijd er rijp voor is, en dat kan soms jaren duren, dan moeten de anderen toch iets om doen hebben. Een soloplaat is dan de enige juiste uitweg. Wij kunnen ons perfect voorstellen dat het bij Keith Richards en Ron Wood veel sneller kriebelt dan bij Jagger, althans wanneer het op spelen aankomt. Bij Jagger is het vooral zijn portefeuille die bepaalt wanneer er nog eens iets moet gedaan worden.
U merkt het ook al aan de titel, het plezier van het spelen is datgene wat centraal staat op de nieuwe plaat van Wood. Hij heeft misschien niet het songschrijverstalent van zijn kompanen in de Stones, maar hij heeft wel een gitaar en een pak interessante vrienden (Eddie Vedder, Bobby Womack, Billy Gbbons, Slash, Flea, Kris Kristofferson,…). Genoeg om de studio in te gaan en een fijn, doch niet wereldschokkend, plaatje op te nemen.
Een beetje van alles is hier te vinden, reggae, soul, blues, country en rock. Niet alles is echter even geslaagd, maar echte miskleunen vinden we niet terug, al komt de wat slijmerige afsluiter “Forever” gevaarlijk dicht in de buurt.
Wood is op zijn best wanneer er hevig gerockt wordt. In het snedige “Thing about you” is hij samen met Billy Gibbons zeer lustig op dreef en op de Willie Dixon klassieker gaat het er tamelijk vettig en funky aan toe, mede dankzij een geweldige Bobby Womack. Ook in “Fancy pants” en “100 %” borrelt de rock’n’roll naar het kookpunt toe en Wood’s gitaar sneert als een vlijmscherp mes doorheen “I don’t think so”, een song die niet zou misstaan op één van de betere Stones platen.
Niet alleen Ronnie’s gitaar scheurt dat het een lust is, ook zijn vocale prestaties zijn bij momenten verbluffend. Niet dat hij een begenadigd zanger is, verre van, maar zijn rasperige stem zit de songs als gegoten. In “Why you wanna go and do a thing like that for” en “Tell me something” komt hij zelfs aardig in de buurt van Dylan.
Een knap plaatje dus en het is maar zeer de vraag of het volgende Stones album, als dat er ooit nog komt, beter zal zijn.

Pagina 792 van 966