logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab

Roky Erickson

Roky Erickson - Onwaarschijnlijke comeback

Geschreven door

Roky Erickson schreef in 1966 muziekgeschiedenis met de onsterfelijke klassieker "You're gonna miss me". Met zijn garagebandje The 13th Floor Elevators introduceerde deze Texaan voor het eerst psychedelica in de rock. De rest van het verhaal oogt net iets minder fraai. In '69 wordt hij gearresteerd voor het bezit van één joint en om een gevangenisstraf te ontlopen laat hij zich opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis waar hij drie en een half jaar verblijft. Hij ondergaat er o.a. een elektroshocktherapie om zijn schizofrenie te behandelen. Eenmaal terug in de maatschappij blijkt Roky niet meer dezelfde te zijn en volgt een chaotisch leven met meer vallen dan opstaan. Groot was dan ook de verrassing toen plots werd aangekondigd dat de man naar België kwam en wist niemand wat hier verwacht van kon worden. Maar de voortekens waren gunstig.

Roky Erickson maakte dit jaar voor het eerst in 14 jaar een nieuwe studio-LP ‘True love cast all evil’. Bovendien mag deze plaat die hij opnam met Okkervil River gerust beschouwd worden als één van de beste uit zijn carrière. Vreemd genoeg kwam hij naar Europa met een andere band en bracht hij slechts één nummer uit die plaat "John Lawnman", precies dat nummer dat in '86 al eens op de compilatie ‘Gremlins have pictures’ stond. We kregen dus geen americana maar een pot stevige psychorock.
De nu reeds 63-jarige Roky kwam wat onzeker het podium op, omringd door drie bezorgde medemuzikanten. Maar vanaf de eerste noten van "It's a cold night for alligators" wist je dat het goed zat. Die door merg en been krassende stem had nog niets aan kracht ingeboet. Er mocht al eens een flard tekst de mist ingaan - een map met songteksten bleef de hele tijd onaangeroerd naast hem liggen - wat kon ons dat deren?
Ook op gitaar leek het eerst niet echt te lukken maar gaandeweg kreeg hij meer vertrouwen en kneep er al eens een solo uit terwijl hij zijn gitarist Kyle Ellison, duidelijk zijn steunpilaar, geen seconde uit het oog verloor. Zijn band met naast Ellison, drummer Kyle Schneider en de stoïcijnse bassist John Michael Dayspring (die laatste leek rechtstreeks uit het hippietijdperk gekatapulteerd), stelde zich volledig ten dienste van Roky en produceerde een machtige grafkeldersound waarin geen plaats was voor persoonlijke uitspattingen.
Het werd een feest van herkenning met songs als "Creature with the atom brain", "Don't shake me Lucifer", "Bloody hammer", "Don't slander me", "Starry eyes", ... Tijdens de logge blues "The beast" zorgde Roky zowaar voor een komische noot wanneer hij "the beats is coming to your world" zong.
Zelf sprak hij geen woord, dat deed gitarist Ellison: "Roky says thank you" en wanneer hij niet zong, toonde hij zijn rug aan het publiek. Het waren kleine tekens die verrieden dat hij nog steeds onstabiel is maar dat kon niet verhinderen dat we een uitstekend concert kregen. Na de massaal meegebralde afsluiter " Red temple player (Two headed dog)" volgde nog één bis: het overweldigende "You're gonna miss me" met een uitzinnige mondharmonicasolo van iemand die plots uit de coulissen opdook.

Daarna drong het nochtans bijzonder talrijk opgekomen publiek niet echt meer aan en bleven we verstoken van "I walked with a zombie", een song die hij enkele dagen voordien in Athene wel nog had gespeeld. Maar het was mooi geweest en we waren blij dat Roky Erickson er ondanks alle doorstane ellende er toch nog (zij het soms wankel) stond! Zou dit de ultieme headliner op Sjock Gierle niet kunnen zijn?

Vooraf bracht Creature With The Atom Brain een wat wisselvallige set. Wat weggestoken op het zijpodium waren ze op hun best tijdens de lange psychedelisch voortdenderende nummers. Maar met zo'n naam waren ze uiteraard het perfecte voorprogramma.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Life Of Agony

Life Of Agony overweldigt met hun ‘River Runs Red’ Tour

Geschreven door

Een dikke pluim voor VZW Strike, de organisatie die al enkele jaren garant staat voor optredens van gerenomeerde metal- en hardcorebands (oa Ignite, Biohazard, Sick Of It All en Agnostic Front passeerden de reveu) in het West-Vlaamse Torhout. Op vrijdag 10 december kwamen de heren van Life Of Agony namelijk  langs om hun debuutalbum ‘River Runs Red’ uit 1993  nog eens integraal te spelen.
Heel wat fans wilden daar absoluut getuige van zijn en dit resulteerde in een propvolle De Mast. Spijtig genoeg was de organisatie niet volledig voorbereid  op zo’n recordopkomst want het bleek voor de toeschouwers een helse opdracht om aan drankbonnen te geraken (slechts 2 kleine kassa’s met ellenlange wachtrijden als gevolg) en het was daarna nog eens flink dringen en duwen om tot aan de bar  te geraken.

De avond zelf werd stipt om 20 uur op gang gebracht door Ostend Powers. Het vijftal uit Oostende wist slechts een drietal dagen op voorhand dat ze in het voorprogramma van LOA mochten spelen en was daar terecht zeer trots op.  In een dikke 35 minuten wist de metalformatie heel wat toeschouwers aangenaam te verrassen en speelden ze zeven nummers uit hun titelloze debuutplaat (een schijf die bol staat van de goeie nummers!). Er werd stevig geopend met “All Rise”, daarna volgden het prachtige “Seat Shagging Industrials” waarna “One Day”, “Step into the Dark”, “Deadstop”en “Touchdown” volgden. Er werd afgesloten met het machtige “Booya”, volgens ondergetekende het abslute topnummer van de Oostendenaren. In ieder geval was het duidelijk dat Ostend Powers deze mooie kans met beide handen greep en heel wat nieuwe zieltjes wist te winnen.  Duidelijk een band om in de gaten te houden …

Over de tweede support act Godsized kunnen we heel wat korter en minder postief zijn. Het Britse viertal zag er enorm metal uit en serveerde ons vooral zeer veel decibels en stevige  riffs die we in het verleden als eens bij (veel betere) bands hoorden. Originaliteit bleek ver te zoeken en ook de verschillende nummers konden ons niet boeien.  Pluspuntje waren dan wel weer de vocalen van zanger Glenn Korner.

Het was duidelijk dat iedereen vol ongeduld wachtte op Keith Caputo en de zijnen, Life Of Agony. De heren beloofden op voorhand hun magistrale debuutalbum ‘River Runs Red’ te brengen. ‘RRR’ is ongetwijfeld 1 van de beste platen uit de geschiedenis van de  New  Yorkse hardcore-scène en toen de band op de stage verscheen en startte met “This Time” stond meteen de hele zaal in lichterlaaie.
De groep was duidelijk in topvorm en het was genieten geblazen van nummers als “Underground”, “River Runs Red”, “Through and Through” en “Respect”.
De aparte stem van zanger Keith (die vandaag duidelijk in vorm was, we hebben het ooit al anders gezien), de rauwe samenzang van bassist Alan Robert en gitarist Joey Z, het ongelooflijke drumwerk van ex-Type O Negative-lid Sal Abruscato: Life Of Agony is nog steeds een topband.
 Na de knallers “Method Of Groove” en “The Stain Remains” verliet de band eventjes het podium om zeer snel terug te keren voor nog eens vijf  nummers uit hun meer recente platen. Eerst was er een stevige versie van  “The Other side of the river” waarna “Love To Let you Down” (het openingsnummer  uit hun laatste full album ‘Broken Valley’) volgde. Daarna passeerde “I Regret” de revue waarna  “Weeds” zeer rommelig werd afgehaspeld.
Afgesloten werd met “Lost at 22” waarbij de hele zaal voor een laatste keer collectief uit zijn dak ging.

Life Of Agony zal dan meer dan waarschijnlijk nooit meer zo’n plaat als ‘River Runs Red’ maken, het viertal bezorgde de vele fans wel een zeer geslaagde avond waarbij enige nostalgie steeds niet ver weg was.

Organisatie: VZW Strike, Torhout

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Campbell & Lanegan vermomd als Schotse nachtegaal en Amerikaanse brombeer

Geschreven door

Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar ook op deze regel zijn gelukkig een aantal uitzonderingen. Neem nu het geval van Isobel Campbell & Mark Lanegan, het onwaarschijnlijke muzikale koppel dat in 2006 met ‘Ballad Of The Broken Seas’ een parel van een album op wereld zette. Omdat zowel Campbell als Lanegan er bovendien ook een niet onaardige solocarrière op nahouden leek het er echter sterk op dat deze samenwerking de muziekgeschiedenis zou ingaan als een éénmalig wapenfeit. We kregen gelukkig ongelijk, want nu vier jaar verder zijn we inmiddels toe aan het derde album van het Schots-Amerikaanse duo. Het indringende ‘Hawk’ blijkt met voorsprong hun meest veelzijdige album totnogtoe, waarop naast de gekende country noir en pastorale folk ingrediënten ook een flinke portie rhythmn & blues wordt geserveerd. Volgens Campbell zou ‘Hawk’ wel eens de laatste duoplaat met Lanegan kunnen zijn, dus vooraleer het echt over en uit is voor hun mooie liedjes repte ondergetekende zich naar de uitverkochte Gentse Vooruit om het laatste luik van de ‘Hawk’ tour mee te pikken.

 Ruim na half elf slopen Campbell en Lanegan vergezeld van vier muzikanten het podium op en werd het breekbare “We Die And See Beauty Reign” ingezet. Een eenzame folkgitaar en een spaarzame dubbele bas begeleidden de akelig perfecte synchroonzang van het duo die het publiek aanvankelijk monddood maakte. Naarmate het optreden vorderde kwam daar echter verandering in. Een kakafonie aan geroezemoes, rinkelende iPhones en krakende drankbekertjes gooiden tijdens de verstilde momenten meer dan eens roet in het eten, en even stelden we ons zelfs de vraag of de Gentse rocktempel vanavond niet beter was ingeruild voor één of andere schouwburg. Gelukkig staken hier en daar ook wat meer uitbundige nummers in de set die het achtergrondlawaai konden overstemmen, al blijft uitbundigheid in het geval van de statische brombeer Lanegan uiteraard een heel relatief gegeven. Zo kleurde een ongepolijst bluesgitaartje het nieuwe “You Won’t Let Me Down Again”, of weerklonk een fraaie slidegitaar in de broeierige folkversie van Townes Van Zandt’s “Snake Song”.

Op enkele covers na zijn alle nummers van het duo ontsproten in de fantasiewereld van de immer lieflijke Campbell. Maar echt tot leven komen doen ze pas op het podium, temidden het spanningsveld tussen de frèle Schotse schone met de engelachtige stem en de rijzige apatische Amerikaan met de schorre bariton. Tot vervelends toe krijgt het duo hierdoor vergelijkingen met The Beauty and The Beast naar het hoofd geslingerd, maar van enige toenadering tussen de twee fysische uitersten is alvast weinig te merken. Beiden gunden elkaar amper een blik, en van enig contact met het publiek is al helemaal geen sprake.

En dat is eigenlijk maar goed ook, want Campbell & Lanegan brengen het soort muziek waar iedere stilte een betekenis heeft en elk woord er één teveel kan zijn. Wat dat laatste betreft viel Lanegan heel even uit zijn rol toen hij een bijna onverstaanbaar “Thank you” gromde na heel fraaie versies van “Ballad Of The Broken Seas” en “The Circus Is Leaving Town”, beiden geplukt uit het duo’s debuutalbum.

Wanneer hij vervolgens de coulissen indook voor een nicotine, whiskey of andere shot, en Campbell er plots alleen voor stond, werd de sfeer meteen wat minder dreigend. Tijdens “To Hell And Back” en “Saturday’s Gone” refereert haar fluweelzachte stem heel sterk naar Hope Sandoval, maar net voor we zowaar dreigden te verdrinken in Campbell’s zeemzoeterig universum kwam Lanegan haar opnieuw vergezellen voor een broeierig “Back Burner” en het vroege kerstliedje “Time Of The Season”.

Tegen het eind van de set ging het tempo toch één keer de hoogte in met de heerlijke barblues “Get Behind Me”, en begon Lanegan warempel enige neiging tot ritmisch bewegen te vertonen.

Tijdens de enige encore ronde ging het duo met “Revolver”, “(Do You Wanna) Come Walk With Me” en het van Hank Williams geleende “Ramblin’ Man” nog eens uitgebreid grasduinen in hun debuut. Tot grote vreugde van het publiek diepte het duo tenslotte ook Lanegan’s eigen “Wedding Dress” uit diens opus magnum ‘Bubblegum’ op.

 Een ongeslepen ruwe diamant als toetje na anderhalf uur schone liedjes: een mooie climax heet zoiets, en wie weet een memorabel slotakkoord, als de joint venture tussen Campbell en Lanegan binnenkort daadwerkelijk zou eindigen. Of misschien moeten we het gewoon houden op een open einde, want het grimmige sprookje over de Schotse nachtegaal en de Amerikaanse brombeer is veel te mooi om nu al uitverteld te raken.

 Organisatie: Democrazy, Gent

And So I Watch You From Afar

And so I watch you from Afar – Unstoppable!

Geschreven door

Ze kregen al een pak goede recensies op hun full cd en gaven op Pukkelpop een snelvaartoptreden om U tegen te zeggen. Tja, ze mogen die gasten met hun instrumentale post/mathrock gerust eens vragen een soundtrack te spelen, genre ‘Unstoppable’ ( Denzel Washington/ Chris Pine – Tony Scott movie!). Redenen zijn te zoeken dat ze te werk gaan net als in de film …een ‘wall of sound’ die fors en krachtig, donker en dreigend, zwaar en loom kan zijn, kan exploderen, maar door de variatie evenzeer houdt van een intense sfeervolle, broeierige spanning en repetitieve ritmes. Muzikale krachtpatserij, lieflijke zalving en explosieve tics gaan hand in hand en ze zijn zelfs niet vies van wat speelse humor.

Ze hielden ons meer dan een uur in een muzikale wurggreep door hun samenhangend spelplezier en de strakke, rauwe en brede variaties. De snedig, scherpe gitaarloops, de dreunende bastunes en de opzwepende, bezwerende drums zorgden daarvoor. Schitterend gewoon!
De groep balanceert ergens tussen een 65daysofstatic, Drums are for parades, Explosions in the sky en Mogwai, maar ook van de hardere staalwerkers als Mastodon.
Voorafgaand aan de onlangs verschenen fullcd greep de band naar hun EP: “Say S for Salamander” en “ Say D for Django” waren meteen twee intense knallers van stevige, gebalde postrock. Als wilde beesten sprongen ze wild om zich heen om de sound nog meer elan te geven. De single “Straight to the sun” behield ten dele het helse tempo, klonk wat toegankelijker en liet gematigde stukken doorsijpelen.
Ze zetten de broeierige intensiteit met explosieve speldenprikken verder met tracks van de titelloze full cd met o.m. “Theseriots …” en “A little bit of solidarity”; “Start a band” en een uitgesponnen “Voiceless” legden eerst de klemtoon op de finesse en subtiliteit van hun instrumenten om dan in een sneeuwbaleffect opbouwend en forser en te klinken. Postrock ‘pur sang’ heet zoiets. “Eat the city, eat it …” had ook eerst deze voortkabbelende opbouw, maar nestelde zich als een virus, groter, krachtiger en steviger om tot slot overspoeld te worden door wahwah pedaaleffects en zwierende gitaren.
Ze konden alvast rekenen op een puike respons van het talrijk opgekomen publiek, die van die pure kracht hield, niet beheerst door elektronicariedels van een 65daysofstatic en Mogwai.
Ze speelden een bis die nazinderde, alle registers en versterkers werden alvast opengezet … “If it ain’t broke” en “Set guitars to kill” ondergingen diverse tempowisselingen, verrassende wendingen en waren hard, fel en verbeten.

Analyse van de avond – meer dan overduidelijk eigent het Nood-Ierse And so I watch you from Afar zich een plaatsje toe binnen het postrockgenre en klinken spannend en overweldigend. Kortom, dit is een band om rekening mee te houden!

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Marnie Stern

Marnie Stern – rauwe, jachtige rock

Geschreven door

De Amerikaanse blonde Marnie Stern geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klonken.

Een enthousiast trio, die graag grapte en een leuke gesprekspartner was. Op één van de vorige edities van Dour is ze ons ontglipt, maar vanavond smolten we voor die dwarse ruwe en tedere gitaarrock. Songs als “ Nothing left”, “For ash”, “Cinco de Mayo”, “Transformer” en “Shea stadium” volgden snel op elkaar en waren heerlijk. Ze geselde & martelde haar gitaarsnaren ,deelde speldenprikken uit en zorgde voor ferme explosies tussenin. Hier hoorden we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps en de dames van Sleater-Kinney.

De Witloof Bar had een killrockende lady in huis, die ons een 45 tal minuten in haar klauwen hield met haar ophitsend materiaal.

Organisatie: Botanique, Brussel

Emily Jane White

Intens spannende, broeierige, sentimentele set van Emily Jane White

Geschreven door

Een sing/songschrijfster ‘pur sang’, die haar persoonlijke ervaringen vol overgave in de songs steekt, is de Californische Emily Jane White. Ze is toe aan de derde cd, ‘Ode to Sentinence’, die eerstdaags komt te verschijnen en het debuut ‘Dark Undercoat’ (‘07) en de prachtige doorbraak ‘Victorian America’, opvolgt.

Haar semi-akoestische kamerpop vormde in de pittoreske Rotonde het ideale decor en was rustgevend, na de energieke liveset die we net hadden verteerd van Marnie Stern even verderop in de Witloof Bar.
Ze put voor haar meeslepend, bezwerend materiaal uit de americana/folk – bluestraditie en breit er een gotische kleur aan. Invloedrijk waren Chan Marshall (Cat Power), Nico (VU), Cowboy Junkies (Margo Timmins), Nick Drake en Leonard Cohen. Ze plaatst zich moeiteloos naast Lonely Drifter Karen en Iron & Wine.
De weemoedige, droefgeestige songs nemen ons op sleeptouw zonder etherisch te klinken, gedragen door haar zachte, lichthese, lage stem. Sober, elegant en emotievol. Op de huidige tour wordt ze aangevuld met een celliste (Jen Grady) en Henry Nagle die behoedzaam de elektrische gitaar raakte. Emily Jane wisselde akoestische gitaar met piano af. Ze hield van haar publiek die aandachtig was en meegezogen werd in haar hartverwarmende sound.
Ze bracht een gevarieerde set en speelde vooral materiaal van de twee recente platen, zonder enkele dromerige parels van het debuut te vergeten. We raakten snel vertrouwd met het intens spannende, intieme geluid door oudje “Wild tigers I have know”, “A short range out” en “Frozen heart”. “Oh Katerine”, “The cliff” en “The waltz reqium” kondigden het nieuwe werk aan. Vocaal werd ze ondersteund door de andere twee en de instrumentatie vulde elkaar mooi aan.
Intussen had ze een gezonde dosis nervositeit overwonnen. Het stemmen van de instrumenten nam de vaart wat uit het optreden; een grapje tussenin kon wel wat soelaas bieden, maar Ok, we genoten van de sfeervolle, ingetogen sound die af en toe door de aanzwellende opbouw forser en broeierig klonk; terecht, want anders verviel ze in altijd - iets - meer - van – hetzelfde. “I lay to rest California” en “Hole in the middle” waren charmant middenin de set . Songs als het gevoelige, pakkende “Liza”, “Stairs” en “Victorian American” hadden een spaarzame begeleiding en lieten een donker tintje doorschemeren.

De uiterst genietbare, knusse set en het warme onthaal zorgden nog voor een uitgebreide bis, eerst solo ingezet en dan ingehouden met “Clipped wings” en het oudje “Dagger”, die de slotsom maakten van een overtuigend concert van een talentrijke sing/songschrijfster! Volgende week in Brugge, Cactus@MaZ!

Organisatie: Botanique, Brussel

Tera Melos

Patagonian Rats

Geschreven door
In de boeken van de underground kan je lezen dat dit trio uit Roseville, Californië bekend staat als een zooitje herriemakers die maar al te graag rock, jazz en experimentele ambient willen vermengen. Na jaren te hebben geploeterd op diverse piepkleine labeltjes waar talloze EP’s op uitgebracht werden, mochten ze onlangs op Sargent House hun debuut uitbrengen.

Meteen bij opener “So occult” dat welgeteld 35 seconden duurt hoor je meteen dat je hier te maken hebt met wat we op zijn minst zouden kunnen omschrijven als een niet alledaagse groep.
Ook al zijn de eerste nummers noisenummertjes met een psychedelische inslag wordt deze cd gaandeweg het midden een ware kakafonie waar fans van pakweg No Means No nog zoet met zullen blijven  maar waarbij andere muziekliefhebbers reeds lang zullen afgehaakt hebben.
Inderdaad, ‘Patagonian Rats’ is wat men in de wandelgangen wel eens een moeilijk plaatje durft te noemen maar moest Zappa ooit een noiseplaat uitgebracht hebben dan zou het waarschijnlijk als deze ‘Patagonian Rats’ geklonken hebben, en zoiets noemt men een compliment.

Kabanjak

Three of mystery

Geschreven door

Sinds de komst van de net is er op het dansfront wel een vrijheid ontstaan waarbij iedereen die gewapend is met een homecomputer overtuigd is dat hij dancenummers kan maken, maar dit heeft er ook voor gezorgd dat we in het genre met een oververzadigde stapel zitten waar geen mens nog de bomen van het bos kan onderscheiden.
Gelukkig drijft er af en toe zo’n cdtje naar boven die de grijze massa weet te ontvluchten en in het geval van deze Kabanjak hebben we meer dan beet.
Het hoesje mag dan wel lijken op één of andere folkcd maar toch is deze Kabanjak de maker van rustgevende dancemuziek wiens invloeden uit alle hoeken lijken te komen, inclusief zijn bewondering voor Jimi Hendrix.
Deze Kabanjak hoeft in het Duitse alternatieve milieu helemaal niet meer te bewijzen wat hij waard is want in het land van de Teutonen was hij eerder de helft van het DJ duo Ancient Astronauts en dat is een naam die ginder veel zegt.
’Three of mystery’ is een aangename luisterervaring geworden waar je van old school hip hop naar break beat en zelfs richting dub reggae geslingerd wordt en dan hebben we nog niet eens de helft van deze plaat belicht.

Thunderball

12 Mile High

Geschreven door

Sinds 1996 staat ESL in het alternatieve dansmilieu bekend als het label van Thievery Corporation en één van de eerste acts die je op dat label kon vinden was dit trio uit Washington. Ondertussen hebben zij door hun mix van Afro-dub, trip hop en loungemuziek hun eigen wereld gecreëerd waarbij ze zelfs voor hun in 2006 verschenen cd ‘Cinescope’ de hulp mochten inroepen van de legendarische Afrika Bambaataa.
Ook voor de nieuwste cd werden alle ingrediënten van de 70’s funk naar boven gehaald.
Langs de ene kant is het resultaat een weinig originele plaat geworden want alles werd ooit al eens eerder gedaan door funkgoden als Parliament of Funkadelic maar anderzijds is er geen mens die zich zal storen aan deze déjà-vu want deze cd swingt echt alle kanten uit.
Nu nog het geschikte afrokapsel bovenhalen en we kunnen ons terug inbeelden dat we ergens in 1974 aanbeland zijn.

John Grant

Queen of Denmark

Geschreven door

De eindejaarslijstjes zitten er aan te komen en bij het Britse blad Mojo zijn ze wel heel voorbarig geweest. Hun januarinummer verschijnt al op 1 december en daarin staat natuurlijk de obligate album top 50 van het afgelopen jaar, kwestie van de anderen toch maar voor te zijn. Dat ze daarmee de platen die in december nog zullen verschijnen over het hoofd zien, is hoegenaamd geen bezwaar. Op nummer één van hun geforceerd lijstje zien we ene John Grant met ‘Queen of Denmark’. Weinig of nooit gehoord van deze songwriter, maar we zouden het niet op ons geweten willen hebben dat we een nieuw supertalent mislopen zijn, dus toch maar even met de nodige aandacht beluisteren, denken wij dan.
Hebben we gedaan, echt waar, maar we vinden er geen zak aan. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze het bij Mojo niet allemaal meer op een rijtje hebben. Vreemd, want het is nochtans ons favoriete blad, laten we deze flater dus maar als een éénmalige dwaling beschouwen. Wat zij zo briljant vinden aan dit album ervaren wij als stoffige seventies soft pop zoals die terug te vinden is op mindere platen van pakweg Elton John of Neil Diamond. Met de beste moeite van de wereld hebben wij geen enkele song teruggevonden die ook maar een beetje blijft hangen.
John Grant, in een vorig leven frontman van het ook al weinig beduidend groepje The Czars, laat zich op ‘Queen of Denmark’ begeleiden door Midlake. Neem gerust van ons aan, als u Midlake in betere doen wil horen, wend u dan tot hun laatste werkstukje ‘The courage of others’ en vooral tot diens nog mooiere voorganger ‘The trials of Van Occupanther’. Wat de groep hier staat aan te modderen als begeleidingsbandje van dit halve songschrijverstalent is ons ook een raadsel.
En wat die gasten van Mojo bezielde om dit stuk verveling op nummer één te zetten, daar hebben we nog meer het gissen naar.

Pagina 795 van 966