logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Deadletter-2026...

Drums Are For Parades

Master

Geschreven door

Vuist in de lucht – Trillingen over het lichaam – Ogen dicht - Hoofdschudden … Huiver alvast maar op de full cd ‘Master’, die de EP ‘Articificial sacrificial darkness in the temple of the damned’ opvolgt van het Gentse trio Drums are for parades. Een energiek apocalyptisch geluid, donker, dreigend, rauw en snoeihard, waarin ruimte is voor intrigerende melodieuze stukken, flarden klassieke muziek en saxofoonstukken.
Het noisecollectief klinkt inderdaad wel gelaagder en verfijnder en gaat iets breder te werk tussen de zware gitaren en psychedelica. Zwaar en hard blijft het weliswaar om hun kwaadheid, frustratie en agitatie te uiten; een opgefokte, gejaagde frisse sound die diverse tempowisselingen ondergaat. Centraal staan de gortdroge drums, de diep dreunende basses en spannende (soms elektronische aandoende) gitaarriffs, soms ondersteund door een vervaarlijke zang en screamo’s.
Het trio grijpt terug naar Black Sabbath, refereert aan de metal van Channel Zero en Mastodon en verankert met de ‘90s van Helmet en Therapy?.
Ze vermorzelen stoner, noise, crossover en diverse hard- en grindcore sounds door de molen. Ze worden op handen gedragen door Chris Goss, en een samenwerking zit in het verschiet. Intussen deed Howie Weinberg z’n best om het DAFP geluid zo goed mogelijk te ‘masteren’. Een dik OK resultaat, luister maar eens naar songs als “The law”, “I’m not who you think we are”, “Boy was in the death room” en “Opium den idiot check”! Dan weet U waarom we de plaat in die eerste zin schreven …

Saint Jude

Diary of a soul fiend

Geschreven door

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Pig Iron

Blues + Power = Destiny

Geschreven door

Hoes en titel doen vermoeden dat we hier met zware en zompige biker-bluesrock zouden te doen hebben, maar volgens ons neigt dit eerder naar classic hard rock met hier en daar een knipoogje richting grunge en met weliswaar een bluesrandje -vooral wanneer zanger Johny Ogle een harmonica uit zijn mouw tovert- maar toch te proper opgekuist om van een vettige bluesrock plaat te spreken. Ogle zijn stem doet overigens aardig aan Ian Astbury (The Cult) denken en, hoewel dit een Britse band is, het album klinkt in zijn geheel nogal Amerikaans. Niet slecht, maar we hebben het allemaal wel al eens eerder gehoord. Te onthouden songs zijn een stuwend “Golden”, die ergens tussen Alice In Chains en Wolfmother hangt, en de naarstig rockende afsluiter “Death Rattle”.
Een behoorlijke plaat dus die bij momenten stevig uit de hoek komt, met flink en potig gitaarwerk, maar met al bij al te weinig eigen smoelwerk om het peloton te kunnen los rijden.

Los Lobos

Tin Can Trust

Geschreven door

Verwacht geen flagrante stijlbreuk, want dit nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Vintage Los Lobos dus, maar wel hoogstaand. Hoewel de klasbakken hier nergens naast de door henzelf geijkte paden treden, ontwijken ze met glans de automatische piloot en staan ze op scherp, alsof het een bende jonge gedreven snuiters waren die nog volop de wereld moeten veroveren.
De gitaren van David Hidalgo en Cesar Rosas zijn overal fris en snedig en de solo’s zijn uit een grand cru vaatje getapt. Het duo zingt dan ook nog eens de songs naar eenzame hoogtes.
Het alom gekende geluid vertaalt zich naast de onvermijdelijke latino fuifjes (“Yo Canto”, “Mujer Ingrata”) in een paar puike bluessongs (“Do the murray” , “27 Spanishes” en het geweldige ”West L.A. fadeaway”) en enkele ingetogen pareltjes (“Jupiter on the moon”, “All my bridges burning”).
‘Tin Can Trust’ is Los Lobos in topvorm.

Male Bonding

Nothing Hurts

Geschreven door

Britse Indie rock met een scherp punkrandje en met een gebeurlijke brok stevige shoegaze in verwerkt. Denk Thermals en A Place To Bury Strangers samen op een Formule 1 circuit. Het gaat razend snel en soms loeihard, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Zo kweekt men goede song, beste mensen ‘T is poepsimpel als het lukt. En hier lukt het.
Wij hebben een zwak voor dit soort kwaaie rock die er met een onbegrensde gedrevenheid wordt doorgeramd terwijl men toch nog steeds het bos door de bomen blijft zien. Die van Male Bonding kunnen er behoorlijk weg mee, zij razen opgehitst doorheen buffelstoten als “Pumpkin”, “Year’s not long” en “All things this way”, allemaal oplawaaien van amper twee minuutjes rechtstreeks gemunt op onze schaamstreek.
Als het tempo een tandje naar beneden gaat (niet zo vaak op dit album, maar toch) komen er ook al interessante songs aan de oppervlakte (“Pirate key”, “Franklin”, “Worse to come”), iets meer diepgang, beetje complexer en steeds met dezelfde verbetenheid.
Verbluffend plaatje.

Lesbian Bed Death

Designed by the Devil – Powered by the Dead

Geschreven door

Vooraleer we dit plaatje in onze handen kregen, wisten we eerlijk gezegd niks af over het bestaan van deze band. Bovendien konden we met een groepsnaam als Lesbian Bed Death niet meteen inschatten wat te verwachten, maar na een eerste luisterbeurt zijn we toch aangenaam verrast.
LBD combineert invloeden uit verschillende hoeken en maakt een mix van gothic, metal, horrorpunk, glam en ouderwetse hardrock. Pluspunt is de zeer krachtige stem van zangeres Luci4 die ondersteund wordt door vier (mannelijke) muzikanten.  De verschillende nummers zijn een voor een zeer afwisselend maar alles klinkt  toch vrij coherent. Nummers als “Mr Nastyime” en “Catholic Sex Kitten” starten met wat pianomuziek om vervolgens te ontaarden in heerlijke punksongs. “Moonlight” en “No Tears Please” tonen dan weer een donker kantje en verraden het potentieel van Lesbian Bed Death. Het beste nummer voor ons was “Bela Lugosi’s back”, een heavy knaller van zeven minuten doorspekt met een flinke dosis gothic. Wie een boontje heeft voor bands als Misfits, Murderdolls, Type O Negative en Alice Cooper zorgt ervoor dat hij deze band zo snel mogelijk ontdekt! 

Liars

Liars - subtiel en weird probleemloos naast elkaar

Geschreven door

Het NY se Liars manifesteert zich binnen de avantgarde scène en is binnen de middens een paradepaardje. Het eigenzinnig combo, intussen tot een kwintet uitgegroeid, haalt ritme en melodie door een mallemolen, schuwt een dosis alternatief en experiment niet en geeft de songstructuur een onverwachtse en verrassende, bizarre push … Een interessante, boeiende dolgedraaide boel met oog voor subtiliteit en finesse, gedragen door een bezwerende, hemelse, zoemende praatzang en screams. Hun stijlen van rock, wave, noise en psychedelica zijn vernuftig, gewaagd, avontuurlijk, tegendraads én gestoord! Hun (donkere, filmische) sound kan alle richtingen uitgaan en wordt bepaald door repetitieve drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica. Liars houdt (oude) vrienden als Swans, PIL, Gang of Four, A Certain Ratio, Einstürzende Neubauten, The Birthday Party, The Fall, Killing Joke en Sonic Youth hoog in het vaandel.

In hun uur durende set putten ze uit de cd’s ‘Drum’s not dead’, ‘Liars’ en het recent verschenen ‘Sisterworld’. Meteen werden we ondergedompeld in die unieke muzikale wereld door de trance van “Its all blooming now Mr Heart Attack” en de geschifte ritmes van “Scarecrows on a killing slant”. Af en toe konden we op adem komen en werd wat gas teruggenomen door de slepende en bezwerende tunes van songs als “No barrier fun” en “It fit when I was a kid”. Maar de huiveringwekkende sound van donker dreigende repetitieve ritmes, die plots explodeerde in krachtige, soms weirde noiserock overheerste, ondersteund van een acapella zang en galmzang; “I still can see an outside world” en vooral “Scissor” leken op een gitzwarte mis waar Sunn O)) om de hoek jaknikkend piepte. Het opbouwende “Houseclouds” verloor na enkele minuten z’n subtiliteit en op het afsluitende “Plastercats of everything” schemerden Indiase geluiden in hun moerassige poel van stijlen en wendingen door, en leek het erop dat ze een soort schreeuwtherapie voorstelden.

Kijk, dit was een op en top Liars gig, vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads, zonder de melodie en ritme uit het oog te verliezen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Perfume Genius

Perfume Genius - Hulpeloos en toch verdienstelijk

Geschreven door

Achter de naam Perfume Genius verschuilt zich Mike Hadreas, een getormenteerde twintiger die de voorbije maanden wereldwijd indruk maakte met zijn debuutplaat. Persoonlijk bleven we na een eerste beluistering van ‘Learning’ wat op onze honger zitten. De hooggespannen verwachtingen die we op basis van verschillende loftuitingen durfden te koesteren werden maar matig ingelost. Zowel kwalitatief als kwantitatief (slechts 29 minuten!) vonden we het eigenlijk een nogal mager beestje. Gelukkig gaven we het album nog enkele extra kansen want we hebben hier uiteindelijk wel degelijk te maken met wat men een ‘groeiplaat’ placht te noemen.

Wie naar Pefume Genius luistert, krijgt meer dan een snuifje Mark Linkous te verwerken en dan meer bepaald de ‘lo fi’-versie van de betreurde voorganger van Sparklehorse. De wat krakkemikkig klinkende piano die op het debuut overheerst, zorgt vaak voor een duister-melancholisch sfeertje. Het merendeel van ‘Learning’ zou ook thematisch niet misstaan hebben op ‘Dark Night of the Soul’, het postuum uitgebrachte album dat Linkous samen met Danger Mouse (en een resem gasten) in elkaar bokste.
De vaak fragiele zang en het ongepolijste pianospel roepen eveneens herinneringen op aan Daniel Johnston, ook tekstueel is er een zekere verwantschap met dit verschil dat het vele leed waarmee hij geconfronteerd werd bij Perfume Genius (nog) niet tot totale waanzin heeft geleid.
Een erg stabiele indruk gaf Hadreas – die zich in de meeste nummers liet begeleiden door een tweede keyboardspeler – evenwel niet want vooral in het eerste kwartier zagen we een verlegen en overgevoelige kerel die met zenuwachtig gebekketrek tegen de tranen bleek te vechten. Tijdens opener “Lookout, lookout” viel dit alles nog een beetje mee, als we onze ogen sloten leek het net alsof een door piano begeleide Neil Young een ballad ten berde bracht. Toen we bij het daaropvolgende “You won’t be here” de ogen weer openden, volgde onze mond automatisch want de geëmotioneerde zanger worstelde zich gegêneerd door dit voor hem blijkbaar uitermate aangrijpende lied. Rondom ons zagen we verbijsterde blikken terwijl niemand het aandurfde om zelfs maar te kuchen vanuit de vrees dat zulks de definitieve doodsteek zou betekenen voor de meelijwekkende man op het podium. Ook in het derde lied zagen we een superschuchtere Hadreas die met een gepijnigde grimas zichzelf begeleidde op akoestische gitaar, iets waar hij nu en dan met moeite in slaagde.
Wat beterschap kwam er toen zijn begeleider zich aan zijn rechterzijde nestelde om samen een “quatre mains” te brengen die gelardeerd werd met enkele voor artiest en publiek welgekomen riedeltjes. Na een sobere versie van de titeltrack van zijn eersteling en een solo gebracht nieuw nummer ontdooide hij plots even door trots te verkondigen dat het publiek getuige was van ’s mans eerste officiële ‘sold out’-concert. Iets wat gevierd mocht worden met nog een nieuw lied alvorens het beklijvende “Mr Peterson” ons subtiel aan de als kind seksueel misbruikte Mike deed denken. Het hoeft dus allesbehalve te verbazen dat een ander nieuw nummer de woorden “Do your weeping now” als refrein kreeg, het klonk meteen als zijn persoonlijke leuze. Na “Perry” en alweer een nieuw lied verdween zijn begeleider voorgoed van het podium en kondigde Perfume Genius reeds het laatste nummer aan. Gelukkig keerde hij na “Never did” en een verdiend applaus terug voor een bisronde. Beschaamd omdat de eerste bis volledig de mist inging, herpakte hij zich met een knap “Write to your brother”.
Terwijl sommigen reeds de bar opgezocht hadden om zo vlug mogelijk te kunnen bekomen van zoveel miserie, kwam hij nog een laatste keer terug voor een gepaste – want van zeer grote zelfkennis getuigende - cover: “Helpless” van Neil Young.

Een hulpeloze indruk gaf deze jongeman inderdaad. Soms bekroop de aandrang om hem een kalmerende knuffel te geven ons immers eerder dan de neiging om zijn nauwelijks te maskeren lijden toe te juichen. Niemand betreurde het feit dat het concert hooguit vijftig minuten duurde want na verloop van tijd boet zulke intense muziek onvermijdelijk aan spankracht in. Terug in de frisse buitenlucht gekomen, dienden we te concluderen dat een larmoyante Perfume Genius ons in de Botanique slechts bij vlagen kon bedwelmen. Het optreden was in zijn geheel echter te sterk om ‘een stinker’ genoemd te worden. Als de wind meezit, zwelt het vleugje genialiteit (dat we hem voor alle duidelijkheid allerminst willen ontzeggen!) misschien ooit nog aan tot een onmiskenbaar muzikaal genie…

Organisatie: Botanique, Brussel

Sham 69

Sham 69 - Punkfossielen blijken springlevend

Geschreven door

Gewoonlijk laat ik me niet rap verleiden om fossielen uit een ver verleden te gaan bekijken maar een vriend was zo enthousiast over het optreden van Sham 69 vorig jaar in de Steeple in Waregem dat ik het er toch maar op waagde.

Blijkbaar vond inrichter Heartbreaktunes dit een ideale gelegenheid om een ander punkrelikwie terug op te delven. Zo stonden de West-Vlaamse Dirty Scums nog eens voor een publiek die naam waardig. Maar veel deining kon dit drietal, dat reeds sinds 1981 onverdroten aan de weg timmert, niet veroorzaken. Ze probeerden het zowaar wat gezellig te houden door enkele nummers in hun sappige, onverstaanbare dialect te zingen of door een helm met daaraan enkele bierblikjes gekleefd op te zetten. Maar voor de rest viel er bitter weinig te beleven hoewel ik er niet aan twijfel dat ze in cafés waar de alcohol rijkelijk vloeit veel beter aan hun trekken zouden komen.

Tweede opwarmer (sic) van de avond waren The Agitators uit Antwerpen. Ook dit viel serieus tegen. Een aangenaam klinkende brulboei als zanger, dat wel maar voor de rest o zo voorspelbare streetpunk zonder ook maar één uitschieter. Buiten enkele dansende meegereisde fans weekten ze dan ook geen enkele reactie los in de zaal en ik begon me echt af te vragen wat ik hier deed terwijl ik enkele lelijke verwensingen aan het adres van mijn vriend, die me dit had aangeraden, ternauwernood binnensmonds kon houden. Punk bleek morsdood!

Maar zie, Sham 69 nam het podium in en het kon plots toch! Punk: je hoeft er niets voor te kunnen en toch bleek dit nog maar eens een aartsmoeilijke discipline.
Sham 69 werd opgericht door zanger Jimmy Pursey en gitarist Dave Parsons, twee jongens uit het arbeidersmilieu van Hersham in Zuid-Engeland. Eind jaren '70 waren ze vrij populair en maakten ze deel uit van de Oi!-beweging. Maar al snel kwam de klad erin toen er steeds meer gevochten werd tijdens hun optredens en ze ten onrechte gelieerd werden met extreem rechts. Toch bleef de groep, enkele onderbrekingen niet te na gesproken, al die jaren bestaan, zelfs toen stichter Jimmy Pursey er in 2006 de brui aan gaf.
Bovendien kwamen ze in Het Entrepot bijzonder scherp voor de dag. In Tim V. werd een waardige vervanger voor Pursey gevonden en met Alan Campbell op bas hadden ze zelfs een oudgediende van de UK Subs bij. Maar het was toch vooral gitarist Dave Parsons die het vinnigst uit de hoek kwam. Het mocht al eens iets meer zijn dan punk, getuige zijn twee songs op akoestische gitaar. Alle krakers van toen passeerden de revue: "Everybody's right, everybody's wrong", "Angels with dirty faces", "Questions and answers",...
Bijzonder opvallend hoe de aanwezige jonge gasten die teksten moeiteloos mee scandeerden. Uiteraard hoorden we geen muzikale verrassingen of hoogstandjes - zelfs hun nieuwe nummers klonken alsof ze in '78 waren geschreven - maar alles werd zo strak en met een aanstekelijke gretigheid gespeeld waardoor we dat absoluut niet misten.
Toen de groep een eerste keer de kleedkamer opzocht sprong het volk massaal op het podium om zelf "If the kids are united" in te zetten, waarna Sham 69 uiteraard kwam helpen. Punk bleek dan toch niet dood!

Organisatie: Entrepot, Brugge (ism Heartbreaktunes)

Kraakpand 2010 - Kraakpand 5.1. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres

Geschreven door

Kraakpand 5.1. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres
In Gent was de tijd weer aangebroken om het startschot te geven voor een nieuw seizoen van het Kraakpand dat naar jaarlijkse gewoonte doorgaat in de Handelsbeurs. Voor deze editie had de organisatie vijf bands geprogrammeerd van uiteenlopende genres waarbij gekozen werd voor een erg uniek concept.
Het concept bestond er in om de vijf bands elk op een podium te zetten om hun songs afwisselend en willekeurig ten berde te brengen.
Heel dit gegeven werd aan elkaar gepraat door gastheer Dirk Blanchart die af en toe de tijd nam om een mini interview van de artiesten af te nemen.

De jonge wolven van Willow die eerder dit jaar nog met de 3de plaats op Humo’s Rockrally gingen lopen en tevens de publieksprijs in de wacht sleepten openden met “Sweater” een nummer waarbij we spontaan aan “Banquet” van Bloc Party moesten denken, ook waren de invloeden van The Cure echter nooit ver weg. Dat deze jonge gasten overliepen van de energie bewezen ze met hun nummer “
High Frequency”, een nummer dat fors versterkt en overstelpt werd van pedaaleffects. Tot slot trakteerden ze ons met hun nieuwste worp, “House Of Love”.

Als er een prijs zou uitgereikt worden voor de band van de avond die de meeste sfeer en ambiance bracht,dan zou deze zonder twijfel naar de Mo & Grazz en Band gaan. Mo & Grazz en Band is een samenwerkingsproject van Monique Harcum (van Zap Mama) en DJ Grazzhoppa. Hun muziek is een unieke mix van hip-hop, funk, jazz, gospel en klassieke R & B en kon de meeste aanwezigen bekoren, het vergde dan ook bijna geen moeite voor de 7 enthousiastelingen om de aanwezigen in beweging te krijgen. De vingervlugge scratches  van Dj Grazzhoppa zorgden voor dat tikkeltje extra die de set af maakten, verder was hun openingsnummer “Home” er eentje om te onthouden.

Muisstil werd het in de Handelsbeurs toen pianovirtuoos Guy Van Nueten de eerste noten speelde. Hij is een klassiek geschoolde pianist/componist en maakte roem door samen met Tom Barman (dEUS) in 2003 een dubbel cd uit te brengen die de naam ‘Live’ droeg en waarvan hij de piano stukken voor zijn rekening nam; trouwens klassieker “April & June” van The Sands is van zijn hand. Ondanks hij van alle markten thuis is, beperkte hij zich tot het spelen van klassieke nummers waarbij het af en toe heerlijk wegdromen was.

De vierkoppige Gentse experimentele Rock Band Marvelas Something, waarvan verteld wordt dat ze knettergek en zo stoned als een ei zouden zijn, openden zeer stevig met ”Doing It She Flies Up”; daarmee was de toon gezet voor een vlijmscherp optreden, een mix van het eerder dit jaar uitgebrachte driedubbele album. Erg uniek is het feit dat dit album in drie grote stukken qua stijl onderverdeeld is. Zo waren wij verbaasd om na een iets wat stevig rocknummer als “Move On” een Nederlandstalig pop nummertje “De Wet Van De Causaliteit” genaamd, te horen. Hun originaliteit en hun ‘je m’en fou’ - mentaliteit hadden we goed ontvangen en de set smaakte naar meer …

Ex-Girls Against Boys frontman Scott McCloud mocht met zijn nieuwe band, Paramount Styles, zijn akoestische plaat voorstellen. Geruggensteund door Simon Lenski (DAAU) op cello en Chris Smet op elektrische gitaar openden ze hun set met “Amsterdam Again”, een nummer over een vlucht uit Rusland na allerlei mislukkingen om in Amsterdam tot rust te komen. Het trio afkomstig uit de VS, bracht een rustige ingetogen set met soms erg emotioneel geladen nummers die naar de keel grepen …

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 804 van 966