logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...

Wheels On Fire

Wheels On Fire - Sprankelende sixtiespop

Geschreven door

Bedroevend weinig volk - zelfs vele habitués lieten het afweten - voor Wheels On Fire, een groep die nochtans overal lovend onthaald werd.

Maar eerst hadden we nog The Real Numbers uit Minneapolis, een groep waarvan je je afvraagt wat hen er toe drijft om in Europa te komen toeren. Geen hond die ze kent en hun tandenloze poppunk, die wat verwantschap toonde met Harlem, was zo vluchtig dat je het al vergeten was terwijl ze niet eens het podium hadden verlaten.

Wheels On Fire schitterde in 2007 in de 4AD bij de voorstelling van hun eerste LP, bracht vervolgens ‘Get Famous’ uit op Fat Possum/Legal Mess en dat op aangeven van Jack Oblivian en hun nieuwste plaat ‘Liar, liar’, uit op Alien Snatch, kreeg overal lof toegezwaaid. Maar dat alles volstond niet om veel volk voor deze groep uit Athens, Ohio naar de Pit's te lokken. Nochtans gaven een zeer gedreven Wheels On Fire er het beste van zichzelf. Hun catchy garagepopsongs werden er in recordtempo doorgejaagd en spatten uiteen als rijpe tomaten. Knisperende gitaren, mooie stemmen en niet te vergeten : een ziedende “Farfisa Compact Deluxe” waarop de ravissante Susan Messer ook nog voor de bas zorgde. Eenmaal werd er gas teruggenomen voor "I wanna know" en dat werd meteen één van de hoogtepunten. Mooi concertje maar zorg ervoor dat u ze de volgende keer niet mist!

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Eileen Jewell

Eileen Jewell - Meesterlijke eenvoud

Geschreven door

Het was even schrikken toen ik de Handelsbeurs binnenwandelde: men had er tafeltjes en stoelen in de zaal geplant. Zo krijgt men bij een weliswaar lage opkomst de zaal toch vol maar mijn idee bij optredens is nog steeds dat het publiek zo dicht mogelijk bij de artiesten moet staan wat bij deze uiteraard niet mogelijk was. Maar zelfs dat euvel kon niet beletten dat we een hartverwarmende avond beleefden.

Openers van dienst waren The Cowboy Angels, het project van schrijver-journalist-muzikant (en hier zanger) Yurek Onzia waarin hij hulde brengt aan de onvolprezen Gram Parsons. Met een stel topmuzikanten waaronder drummer Pete De Houwer (Seatsniffers), gitarist Lazy Horse (Filip Kowlier) en pedal steel gitarist Filip Wauters (Admiral Freebee) bracht hij op een vrij overtuigende manier een set Gram Parsons-songs waarbij diens periodes bij The Byrds en The Flying Burrito Brothers niet over het hoofd werden gezien. Met zangeres Iris Smithuis hadden ze zelfs een ‘Emmylou Harris’ in de gelederen waarmee ze met succes enkele van Parsons' legendarische duetten (waaronder het onvermijdelijke "Love hurts") lieten horen. Mooi, niets op aan te merken maar het blijft slechts een ‘tribute’ en echt tippen aan het originele is bijna onmogelijk maar gezien Gram Parsons reeds 37 jaar niet meer onder ons is, kan dit als alternatief wel tellen.

Eilen Jewell was vorig jaar DE revelatie van het ‘Leffingeleuren’ festival en haar indrukwekkende optreden daar stond nog steeds in mijn geheugen gegrift. Maar na haar prestatie in Gent leek haar passage in Leffinge slechts een generale repetitie geweest te zijn. Nochtans kan je haar muziek bezwaarlijk spectaculair noemen: het blijven triestige liedjes in een sobere uitvoering. Maar Eilen Jewell brengt ze zo overtuigend en ontwapenend dat iedereen de ganse avond aan haar lippen bleef hangen. Dat deed ze niet alleen, naast haar stonden drie schitterende muzikanten : Johnny Sciascia bijzonder efficiënt op staande bas, Jason Beek op gortdroge drums en ouderdomsdeken Jerry Miller op heerlijke rock-'n-roll gitaar.
Eilen legde omstandig uit waarom ze die mannen ‘haar’ groep noemde terwijl daar eigenlijk niet veel woorden aan vuil gemaakt hoefden te worden: Eilen Jewell IS een groep. Ze voelden elkaar perfect aan, gebruikten geen setlist en speelden songs op eenvoudig verzoek van het publiek.
De set bestond net als vorig jaar hoofdzakelijk uit nummers van de ‘Sea of tears’ plaat. Daarnaast kregen we nu ook een viertal pittig gebrachte songs (o.a. "Fist City" en "Deep as your pocket") uit haar recente Loretta Lynn-tribute ‘Butcher holler’. Er was ook tijd voor één gloednieuwe song waarvoor ze een mondharmonica bovenhaalde en die het beste laat vermoeden voor een, eind dit jaar nog op te nemen, nieuwe plaat. Niets dan hoogtepunten eigenlijk : "Rich man's world", de sublieme Them-cover "I'm gonna dress in black", het trage "Codeine arms",... Of als ik dan toch moet kiezen : de Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" dat stilaan aan het uitgroeien is tot hun anthem en waarin Jerry Miller eens alle registers mocht opentrekken en zijn gitaar op een gegeven moment klonk alsof hij door een hakselaar werd gehaald. Wat een fenomenaal gitarist en wat zou ik toch graag eens weten wat hij vroeger heeft uitgevreten. Voor alle duidelijkheid: dit is niet de Jerry Miller van Moby Grape.

Hier zagen we zonder twijfel één van DE optredens van 2010! Nu Gillian Welch met een jarenlange writer's block worstelt en Lucinda Williams een mindere periode kent, lijkt Eilen Jewell wel de ongekroonde koningin van de americana.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Killing Joke

Samen aftellen tot Armageddon met Killing Joke

Geschreven door

Het gaat (nog steeds) slecht met de wereld, dus gaat het (nog steeds) goed met Killing Joke. Reeds drie decennia lang voorspellen Jaz Coleman & co de definitieve ondergang van de beschaving, maar wie het ietwat occulte imago van de groep weet te doorgronden zal er evenzeer een goed verscholen dosis zwartgallige humor aantreffen. Toegegeven, de Engelse postpunk groep heeft lang geteerd op het cult succes verworven met hun eerste twee albums, maar na een trits ronduit inspiratieloze platen is Killing Joke de jongste jaren toe aan een onwaarschijnlijke comeback. Sinds ‘Killing Joke’ (2003) en vooral met de brutale mokerslag ‘Hosannas From The Basements Of Hell’ (2006) vinden Coleman en de zijnen moeiteloos aansluiting bij hun legendarische beginjaren en wordt hun unieke symbiose van postpunk, metal and industrial openlijk geprezen door beroemde collega’s als Dave Grohl, Billy Corgan en Jimmy Page. De plotse teraardebestelling van brother Paul Raven, naast meesterbassist tevens Coleman’s boezemvriend, leek heel even het einde van deze heropstanding te betekenen. In werkelijkheid bleek echter het tegendeel: de vier originele groepsleden bezworen hun jarenlange vetes, trokken samen de studio in en kwamen daar onlangs terug buiten met ‘Absolute Dissent’ onder de arm. Bijna dag op dag twee jaar na hun vorige doortocht in de AB gaven de heren van Killing Joke opnieuw acte de présence in Brussel om deze nieuwe splinterbom live uit te testen.

Nadat zijn makkers het oudje “Tomorrow’s World” hadden ingezet sloop mad man Jaz Coleman als laatste de set op.’s Mans karakteristieke podium act oogt na al die jaren nog steeds even fascinerend als grappig: gevangen in een nauwe overal, geschminkt als een apache op oorlogspad en voortbewegend als een zombie achtervolgd door zijn eigen schaduw. Humor lijkt dan weer wat veraf wanneer nummers vanop ‘Absolute Dissent’ worden afgevuurd. Het titelnummer van dit nieuwe album en “In Exelsis” mogen dan al wat gepolijster en minder orkestraal klinken dan op Joke’s vorige album, alle vertrouwde ingrediënten waarmee Killing Joke met de vingers in de neus menig industrial bandje naar huis speelt blijven aanwezig: de schorre grafstem van Coleman, de knetterende gitaarmuur van Kevin ‘Geordie’ Walker, de dwingende bas van Martin ‘Youth’ Glover en de mokerslagen van big Paul Ferguson. Samen met een goed verscholen vijfde groepslid die de wall of sound nog wat verder aandikte met synthpartijen, lijkt deze bezetting de sterkste ooit in het bestaan van de groep.
De passage van Killing Joke in de AB was pas het tweede optreden van hun jongste tour ter promotie van het daags voordien verschenen ‘Absolute Dissent’, dus was het zowel voor groep als publiek wat wennen aan het nieuwe materiaal. Op de nieuwe single “European Super State” viel de tweede stem van Youth nog wat dunnetjes uit naast de rauwe apocalyptische schreeuw van Coleman, maar goed, van een eminente producer en studiorat mag je nu eenmaal geen vocale hoogstandjes verwachten. Bij het brutale “This World Hell” en het atmosferische “The Ghost Of Ladbroke Grove” klopte het plaatje dan weer wel als een bus en kunnen we gerust van twee prille klassiekers spreken.
Het overwegend 40 something publiek kreeg maar weinig tijd om te bekomen van al dat nieuwe geweld, want tussendoor kreeg het ook een pak onverslijtbare 80ies classics geserveerd. We zouden uren kunnen uitwijden over hoe groot het gat in uw platencollectie wel niet is indien ‘Killing Joke’ (1980) en ‘What’s THIS for…!’ (1981) er nog geen stekje hebben bemachtigd, maar dat is voor een andere gelegenheid. Het moet volstaan om te stellen dat “Wardance”, “Requiem”, “Bloodsport”, “The Wait”, “The Fall Of Because” en “Madness” met hun 30 lentes gerust tot het cultureel erfgoed van de eerste postpunk generatie behoren en live nog steeds tot diep in de onderbuik doordringen. Op de tonen van het onweerstaanbare discopunk anthem “Pssyche”, met de immer coole Geordie in rol van prominente spelverdeler, nam de groep een eerste keer afscheid van Brussel.

Een korte bisronde werd ingezet met het opzwepende “Complications”, gevolgd door de traditionele Egyptische intro van het slepende “Pandemonium” dat Killing Joke in de jaren ’90 eindelijk nog eens een one-way ticket richting Apocalyps opleverde. Het betekende helaas ook het slotakkoord van Coleman & co, want tegenwoordig gaan de schuivers van de AB na halfelf onherroepelijk naar beneden. De klok van Armageddon blijft echter onverstoord verder tikken, en als we dan toch moeten kiezen, dan liefst met Killing Joke’s brutale trancemetal als begeleidende soundtrack.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Divine Comedy

The Divine Comedy - Kamerpop ontdaan van alle barokke franjes

Geschreven door

Binnen de ruim twintigjarige bestaansgeschiedenis van The Divine Comedy is de Noord-Ierse zanger en muzikant Neil Hannon dé centrale figuur. Hij is niet enkel de enige constante en overblijvende factor maar hij is bovendien leverancier van de liedjesteksten en hoofdverantwoordelijke voor de muzikale omkleding.

Toen het concert van The Divine Comedy afgelopen woensdag in de Orangerie van de Botanique aangekondigd werd als ‘An Evening With Neil Hannon’ keek dan ook wellicht niemand vreemd op. De verrassing situeerde zich eerder in het feit dat hij de huidige concertenreeks ter promotie van het tiende studioalbum ‘Bang Goes The Knighthood’ voor de allereerste maal in zijn carrière solo afwerkt.
Vier jaar geleden stond The Divine Comedy namelijk nog in dezelfde Botanique in vol ornaat te schitteren en als men weet dat er op de recente platen niet op enkele strijkers of andere toeters en bellen meer of minder wordt gekeken (de muziek wordt daarom vaak te gemakkelijk ingedeeld in de categorie van de zogenaamde ‘chamber pop’), was het de vraag of de typerende warme, orkestrale en vaak sfeervolle klanken niet live zou gemist worden.

Iets na 21 uur zou het antwoord op deze vraag ons aangeleverd worden toen Hannon strak in pak, met een bolhoed op het hoofd en een Sherlock Holmes’ aandoende pijp tussen de lippen geprangd, het podium betrad. Hij begroette het publiek, zette zich aan zijn piano, nam uit zijn aktetas de setlist, nipte wat aan zijn glas wijn en zette “Down In The Street Below” in, gevolgd door het naar cabaret neigende “The Complete Banker” waarin Hannon uitdrukking geeft van zijn zeldzame boosheid over het feit dat naar aanleiding van de recessie de gewone belastingbetaler bleek op te draaien voor de hebzucht van bankiers.
Meteen werd duidelijk dat door de vrij naakte uitvoeringswijze van de nummers (louter piano en zang) de fraaie melodieën overeind bleven en de teksten veel meer op de voorgrond kwamen en dat mag gerust als een extra troef beschouwd worden gezien het feit dat deze schrijfselen doorgaans uitmunten in leuke doch gevatte verhalenlijnen. Hannon is namelijk een meester om rond de vaak meest eenvoudige onderwerpen schitterende nummers te schrijven en deze te voorzien van een prachtige instrumentatie.
Zo heeft hij vorig jaar samen met Thomas Walsh van de formatie Pugwash onder de naam The Lewis Duckworth Method een volledige plaat gemaakt rondom het simpele gegeven van de cricketsport. Lijkt op het eerste gehoor tot niks zinnigs te leiden maar dat zou buiten de vaardigheden van Hannon gerekend zijn want er werd opnieuw een knap werkstukje afgeleverd.
Anderzijds, doordat Hannon ditmaal op de planken niet geruggensteund wordt door een begeleidingsgroep komen natuurlijk wel de eventuele mankementjes nadrukkelijker onder de schijnwerpers te staan. Vooral in het begin van de set werd er als eens een verkeerde noot op de piano aangeslagen en had Hannon het soms moeilijk om de juiste zangtoon aan te houden. Maar met een kwinkslag en vooral veel enthousiasme en droge humor kwam Hannon er moeiteloos mee weg en toverde hij eerder een glimlach op het gezicht van de aanwezigen dan wel dat dit als een storend effect werd aanzien.
Sowieso droeg het massaal opgekomen publiek – het concert was al wekenlang uitverkocht – Hannon figuurlijk op handen en trakteerde hem na ieder nummer op een uitbundig applaus. Hoewel de muziek van The Divine Comedy niet om de haverklap op de radio te horen is, heeft hij intussen duidelijk een vaste fanbase opgebouwd niet in het minst ook door zijn samenwerkingsverbanden met onder andere Charlotte Gainsbourg, Air en Robbie Williams.
En Hannon hield ook voortdurend de aandacht van de aanwezigen vast door hen regelmatig bij het gebeuren te betrekken. Zo nodigde hij hen uit om mee te zingen of extra gezelligheid te brengen via ritmisch handgeklap. Hij onthulde de inhoud van zijn aktetas en zat de toeschouwers ook af en toe wat te plagen en zelfs uit te dagen. Toen er vanuit de zaal volop potentiële verzoeknummers werden aangevraagd, repliceerde hij hierop dat hij zou spelen wat hijzelf wou en vergeleek de schreeuwers als ronddwalende zombies. De mimiek die daarmee gepaard ging, kunnen we u jammer genoeg niet tonen maar het was hilarisch. 
Een ander markant moment viel te beleven bij de single “At The Indie Disco” dat zelfs in sobere pianoversie er niet in slaagde te verhullen dat dit een potentiële wereldhit zou kunnen zijn. Want we willen niemand op slechte gedachten brengen maar als hier aan de hand van een remix een extra beat zou worden aan toegevoegd, moet dit in staat zijn gensters te slaan en niet enkel op de dansvloer van een zogenaamde independent discotheek. “She makes my heart beat the same way as at the start of Blue Monday. Always the last song that they play” zong Hannon en om het plaatje compleet te maken, gaf hij een perfecte imitatie van de intro van New Order’s “Blue Monday” weg door op zijn microfoon te tikken. Om de sfeer van de jaren ’80 aan te houden, gooide hij er zelfs een ‘over the top’ versie van de hitsingel “Don’t You Want Me” van The Human League bovenop, inclusief het nabootsen van de hoge vrouwelijke stemmen. Er zat veel ironie en humor in vervat maar wat was het opnieuw verdraaid knap uitgevoerd.
Ook binnen het eigen repertorium werd af en toe teruggegrepen naar het verleden via ‘old tunes’ (dixit Hannon) als daar zijn: “The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count” (‘Liberation’, 1993), “The Summerhouse” en “Going Downhill Fast” (allebei uit ‘Promenade’, 1994). Uit het album ‘Casanova’ (1996) werden “Songs Of Love” en “Becoming More Like Alfie” geplukt en deze werden ook nog eens op akoestische gitaar vertolkt. Hetzelfde geschiedde voor “Neapolitan Girl” en voor “A Lady Of A Certain Age” uit ‘Victory For The Comic Muse’ (2006). Niet alleen op plaat een meesterwerkje maar ook live een kippenvelmoment dat de gehele zaal muisstil kreeg.
Een ander hoogtepunt vormde onder meer “Assume The Perpendicular” en ook de aanloop naar de finaleronde was er eentje om in te lijsten met prachtige versies van achtereenvolgens “Our Mutual Friend” (‘Absent Friends’, 2004), “I Like” (wat een liefdesverklaring!) en “Tonight We Fly” (‘Promenade’, 1994).
Na de toegiften die bestonden uit publiekslieveling “National Express” (‘Fin De Siècle’, 1998) en het grappige “Can You Stand Upon One Leg”, dankte Hannon iedereen en België in het bijzonder omdat de cover van het laatste album eigenlijk een ‘rip off’ zou zijn van René Margritte. Was het ironisch of surrealistisch bedoeld? Met Hannon weet men nooit maar in ieder geval was dit optreden dat tekstueel en muzikaal slingerde tussen vreugde en verdriet en tussen humor en ernst, bijzonder onderhoudend te noemen en viel er tijdens het anderhalf uurtje volop te genieten.

Neil Hannon onderstreepte duidelijk dat hij symbool staat voor The Divine Comedy en etaleerde dat zijn nummers ook zonder veel franjes overeind blijven. Geen geringe prestatie en wat ons betreft een geslaagde avond.

Setlist: Down In The Street Below, The Complete Banker, The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count, The Summerhouse, Going Downhill Fast , Assume The Perpendicular, Neapolitan Girl, Becoming More Like Alfie, The Lost Art Of Conversation, At The Indie Disco, Don’t You Want Me, Neptune’s Daughter, Have You Ever Been In Love, A Lady Of A Certain Age , Songs Of Love, Geronimo , Our Mutual Friend , I Like, Tonight We Fly
Bis: National Express, Can You Stand Upon One Leg

Neem gerust een kijkje naar de pics

Kijk gerust naar de review op site fr

Organisatie: Botanique, Brussel

Tame Impala

Innerspeaker (2)

Geschreven door

De jongste Pukkelpopeditie, dag 1, 14.00 hr. In Humo’s Pukkelpop ABC lezen wij onder Tame Impala :‘Psychedelische rock die elke lsd-boer op de wei werkloos zal maken’. Toch maar even gaan kijken, denken wij, en wat blijkt ? We worden helemaal van onze sokken geblazen door deze Australische neo hippies. Meteen is de revelatie van Pukkelpop 2010 gekend.
Zo snel mogelijk de plaat binnen doen is onze eerstvolgende gedachte.
En inderdaad, ‘Innerspeaker’ is psychedelisch, en nog geen klein beetje. Ook de hoes laat er geen twijfels over bestaan, hierop wordt een soort utopia afgebeeld waaruit op elk moment een bende stonede weed-vogels kunnen tevoorschijn komen.
De muziek zweeft in zeven lagen door onze koptelefoon, Midlake en Dungen hangen in de buurt, de keyboards en gitaren zijn overladen met tonnen echo’s, de zang komt ergens van tussen de wolken aangewaaid, sixties en seventies zijn alom tegenwoordig en de groove is constant aanwezig. We menen in de verte ook ergens de Stone Roses te hebben bespeurd, maar dat kan ook aan de kwaliteit van onze spacecake gelegen hebben.
Geen echte uitschieters van songs te melden op deze plaat, wel een kleurrijke totaalsound waar een mens als het ware in verdwaalt en er met de nodige middeltjes op zak kan blijven in rond dwarrelen. U moet het echt eens proberen.
Bedwelmend plaatje.

Killing Joke

Absolute Dissent

Geschreven door

Na het onvolprezen debuutalbum en het daaropvolgend ‘What’s this for’ uit begin jaren tachtig waren wij Killing Joke nagenoeg volledig uit het oog verloren (ook de koerswijziging met ‘Night time’ uit ‘85 met daarop het hitje “Love like blood” kon ons weinig bekoren) tot zij in 2003 terug aan het front kwamen met de splinterbom ‘Killing Joke’ en drie jaar later met het al even machtige ‘Hosannas from the basements of hell’ (die titel alleen al !). Wij waren weer helemaal wakker geschud en lieten die twee albums gewillig keer op keer als een allesvernietigende pletwals over ons heen gaan.
Op vandaag zijn wij dan ook geweldig opgewonden met ‘Absolute Dissent’ die de lijn van de bulldozerrock van zijn twee voorgangers volop doortrekt en hier en daar zelfs nog een tandje bij steekt.
Dichter bij metal zijn ze nooit geweest, maar het blijft onmiskenbaar Killing Joke. De band creëert een zware volumineuze sound, een geluidsmuur van gortige gitaarriffs en mokerslagen van drums. Daarbovenop schreeuwt een razende Jaz Coleman zijn vocals er met ware doodsverachting uit. Het is des duivels, maar de songs blijven telkens overeind en blijven de melodie in zich houden.
Moordsongs, met Coleman als vrijwillige killer van dienst, zijn “Absolute dissent”, “The great cull”, “In excelsis”, “Depthcharge” en “Endgame” (waarin Coleman nogal naar Lemmy neigt). De totale verpulvering komt er met “This world hell”, een uiterst rauwe lap agressie die uw hersenen met volle geweld uit uw hoofd komt rukken.
Toch mogen de vocals al iets melodieuzer en worden ook de synths bovengehaald op het fraaie eighties klinkende “European super state” die het venijn in zich heeft wat “Love like blood” bijvoorbeeld mistte. Ook een pompend “The raven king” werkt zich na een rustige aanvangsfase naar een ware bruisende climax toe.
Afsluiter “Ghost of ladbroke grove” begeeft zich zelfs op dub gebied en ontpopt zich zonder uit te schuiven tot een bijtende knoert van een song.
‘Absolute Dissent’ is een ronduit schitterend en vooral verpletterend weerzien met deze culthelden en een meer dan waardige opvolger voor de twee onvergetelijke klassiekers ‘Killing Joke’ uit 2003 en ‘Hosannas from the basements of hell’ uit 2006.

Caitlin Rose

Own side now

Geschreven door

In thuisbasis Nashville wordt Caitlin Rose zonder meer omschreven als de meest opwindendste act van het moment en dat zal waarschijnlijk wel zijn gedeeltelijke waarheid bevatten, ook al moet je hier bereid zijn om de cowboylaarsjes boven te halen.
Caitlin Rose is het soort meisje die sinds haar vorige EP ‘Dead Flowers’ alle aandacht naar zich wist  toe te trekken en waarvan deze ‘Own Side Now’ het debuut geworden is die al de hoogstaande verwachtingen moet inlossen.
Ondanks de vele inspanningen van diverse hedendaagse alt country-acts bespeelt Caitlin Rose het countrygenre in de meest traditionele zin van het woord waarbij haar materiaal af en toe wel eens in de afgelikte gevarenzone durft te belanden.
Indien je van een fragiele vrouwenstem houdt die gepaard gaan met countryriedeltjes waarin niet al te veel gebeurt (lees Emmylou Harris, Linda Rondstadt of zelfs Dolly Parton) dan is deze femme fatale in countryoutfit uw ding.
De rest van de wereldbevolking hoeft alvast niet te vlug een trip naar Nashville te gaan boeken of voor een goed verstaander: enkel voor liefhebbers van traditionele country.

Solaram

Love & The Sweet Divine

Geschreven door

Wanneer een groep aangekondigd wordt als een kruising tussen The Stone Roses en War zal een normaal muziekliefhebber wel eens de wenkbrauwen fronsen maar in het geval van Solaram blijkt het zelfs geen leugen te zijn.
Als je trouwens ziet dat deze cd verschenen is op het kwaliteitslabel Rainbow Quartz dat met de regelmaat van de klok ons om de oren slaat met poppy psychedelica-releases weet je meteen dat je in goede handen verkeert.
Solaram is eigenlijk een project van Joe Tagg die in vroegere dagen actief was in vrij onbekende bands als Three 4 Tens of Himalaya.
Op ‘Love & The sweet divine’ wordt echt niet op een druppeltje zweet gekeken want deze cd is vanaf het prille begin tot het bittere eind een psychedelisch popfestijn.
Weliswaar komen alle grote namen uit de popencyclopedie (Beatles, Led Zeppelin, Pink Floyd) om de hoek loeren maar Joe Tagg heeft dit mooi weten te verpakken in frivole beatpopnummertjes die bij momenten even vet klinken als The La’s.
Weer zo’n klein groepje dus om absoluut te ontdekken!

Wavves

King of the beach

Geschreven door

Vorig jaar werden we naast de ‘vv’s’ van de uit San Diego opererende trio Wavves, onder zanger/gitarist Nathan Williams bestookt met twee cd’s van elk een goede 35 minuten. Het potje ongeregeld bracht rauwe, weinig gestructureerde, ontregelde sounds, waaronder pakkende popliedjes verborgen zaten. Ze werden omschreven als nofi, wat staat voor ‘alternative’ punk/noise/surf/shoegaze/indie/lofi psycherock; de op zich eenvoudige songs werden bedekt door een dikke laag gierende gitaar, ruis, pedaaleffects en Williams’ galmende zangkoortjes. Een pak invloedrijke bands werden door de mallemolen gehaald, gaande van The Ramones, Nirvana, Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, The Black Angels en de ‘60s pop van Beach Boys.
De charismatische band, die naast Williams uit bandleden van Jay Reatard bestaat (bassist Stephen Pope en drummer Billy Hayes) brengen op de eerste volwaardige studioplaat aanstekelijke indie/surfpunkpop. Een duidelijk toegankelijker en helder geluid, dat knipoogt naar het speelse en avontuurlijke van voor heen, wat ervoor zorgt dat het nonchalante rinkelende en rammelende behouden blijft, fel, scherp, snedig, leuk en ontspannend. “Super soaker”, “Baseball Cards”, “Concertable balloon” en de titelsong passen ideaal in dit concept. Het afsluitende “Baby say goodbye”, “Post acid”, “Mickey mouse” en “Idiot” klinken meeslepend, broeierig, dromerig en bezwerend, en tonen de bredere invalshoek van de band. Er is ruimte voor lieflijk materiaal dat blij of verdrietig is, waaronder “When will you come” en “Green eyes”. En tot slot putten ze uit de Ween-stal met het verrassende “Linus spacehead”, dat onverwachtse wendingen ondergaat. De fijne galmende zang geeft elan.
De belofte is eindelijk ingelost, en het moet gezegd worden, het is een plaat die per beluistering verslavend werkt  … Onthouden dus die wave van Wavves …

Karen Elson

The ghost who walks

Geschreven door

De roodharige Engelse Karen Elson, echtgenote van Jack White (The White Stripes/ The Raconteurs / Dead Weather / …), heeft al een succesvolle carrière als topmodel, en muzikaal brengt ze zachtaardige, gevoelige rootrock. Haar debuut ‘The ghost who walks’ is volwassen en klinkt overtuigend.
Invloedrijk was de cabaret van The Citizens band, waarin ze vroeger zong, en de uitstapjes richting traditionele country, folk en gothic. Er valt voldoende afwisseling te noteren in haar sfeervol onderhouden songs, die bezwerend zijn door een instrumentarium van saloonpiano, intrigerende toetsen, steel pedal, akoestische en elektrische gitaar, accordeon en droge drums. Het zijn fijnzinnige, dromerige en emotievolle composities, die een ongepolijst, helder geluid kennen en bepaald worden door haar indringend en zuiver stemgeluid. Luister maar eens naar die variatie in pakkende songs als “The truth is in the dirt”, “Lunasa”, “100 years from now”, “Stolen roses” en de titelsong, de broeierige aanpak van “Pretty babies”, “Cruel summer”, “The birds they circle” of de directe aanpak van “Garden”, “The last laugh” en “Mouths to feel”. Fascinerend debuut!

Pagina 809 van 966