logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_17
Hooverphonic

Peter Case

Wig!

Geschreven door

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Kid Creole & The Coconuts

Kid Creole & The Coconuts - feestelijk erotiserende cocktailparty

Geschreven door

We beleefden ‘a fine time’ met het immer sympathieke gezelschap Kid Creole rond de oorspronkelijke leden August Darnell (zang/performer)en Bongo Eddi (percussie), die geflankeerd werden door drie tot de verbeelding sprekende dames, The Coconuts, in (Tarzan &) Jane plunje. Darnell is een entertainer eerste klas die als geen ander het publiek naar z’n hand krijgt, weet warm te maken en de menigte aan het dansen brengt.

Op het podium zagen we wel dertien leden, want naast Kid Creole en z’n drie Coconuts, hadden we een toetsenist, gitarist, bassist, een Vlaamse drummer, aangevuld met een blazersectie (sax/trompet/trombone) en Christina Channee, de bevallige backing vocaliste met Indianenbloed.
Beïnvloed door members als Earth, Wind & Fire, James Brown en Chic, droop de funk, disco en clubdance er van af. In ’82 bereikte de band z’n hoogtepunt met de plaat ‘Tropical gangsters’; de latin van salsa, samba, limbo, rumba, merengue, conga, chacha en afro drongen door.
Op die manier genoten we van de feestelijke, erotiserende cocktailparty. De sensuele, exotische synchrone danspassen van de dames riepen een ‘Lekker Live’ gevoel op. Een uiterst leuke, genietbare, zorgeloze en ontspannende avond dus, die wel onreine en onkuise gedachten deed opborrelen …
Op de ophitsende en aanstekelijke tunes van “Caroline was a drop out” kwamen de bandleden één voor één op, Bongo Eddie voorop, zagen we de opmerkelijke aan Prince refererende outfit van Darnell, en klap op de vuurpijl - niet te ontbreken - de drie deernes in schaars geklede tijgerplunje. Wat een onthaal. Wat volgde was een wervelende show van sprankelende, zwoele uitgesponnen versies van “I’m a wonderful thing”, “No fish today” en “Stool pigeon”. Een perfect op elkaar ingespeelde band en een samenhorigheidsgevoel noteerden we. Soms leek het erop dat het OLT Rivierenhof was omgetoverd tot een gospel kerkje, die de zondagmis inleidde …
Het dipje zat middenin de set toen de knappe Indiase – voor de gelegenheid gekleed als een ‘Heidi-aus-Tirol’ schoolkind -, zelf een nummer mocht zingen, “My Boy Lollipop”, die muzikaal nergens naartoe ging. Maar zoals het bij een mis kan horen, waren we vergevingsgezind en kon ze in vrede gaan. Darnell gaf de zegen van “If you don’t love yourself, love someone else”. Wat op z’n beurt “Annie, I’m not your daddy” inleidde, voor alle ‘Annies’ die vanavond nog wilden doorfuiven. Alle mogelijke Zonnige en Zuiderse stijlen werden op een hoopje gegooid, en door de opbouwende, vollere instrumentatie ging het naar een climax; “Welcome to the lifeboat party” was de gelijke die de party nog meer aanwakkerde.
The Coconuts, in vele gedaantes te zien, kwamen tot slot in de spotlights op “Don’t take my Coconut”. De bijhorende, ingestudeerde act van aantrekken en afstoten en de ‘Egyptian walks’ vormden een speelse afsluiter.
We misten kleppers als “Endicott” en “The sex of it” niet echt, want in de anderhalf uur durende set bleef de glimlach behouden, zorgde voor ‘body heats’ en zette aan tot vingertics, handclaps, heupwiegen en dansen.

Leki And The Sweet Minds warmden de party op en dat deden ze meer dan verdienstelijk. De dame knipoogt naar de Motown stal en geeft een groovy tik aan haar soulfunkypop. We hoorden een onweerstaanbare streling voor oog en oor en ze straalde een ‘positive vibe’ uit. Vooraan het podium was er sprake van een familiehappening met huppelende kids, die zich rot amuseerden. De multi-getalenteerde singer/songschrijfster met Kongolese roots heeft ook een boodschap te vertellen en komt op voor de zwaksten door ‘Goede Doel’ projecten. Niet alle nummers waren sterk, maar wat ze met haar band speelde, was meer dan de moeite waard!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg) 

Black Mountain

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Caribou

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Here We Go Magic

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

LCD Soundsystem

LCD Soundsystem houdt de punkfun ‘flame alive’ …

Geschreven door

Het NY-se LCD Soundsystem liet in het voorjaar weten dat ze er na de worldtour van de nieuwe cd ‘This is happening’ zullen mee stoppen. Bijgevolg hielden we de clubtour goed in het oog. Na een fijn ‘hot hotter’ concert in de AB, overtuigde de band van James Murphy en ‘lovely lady’ Whang op Rock Werchter en werden we nu met een tweede concert nog eens op de wenken bediend; na een intense festivalzomer is de band blij te besluiten in het clubcircuit. Ze waren alvast onder de indruk van de authenticiteit van de Vooruit.
De recente worp klinkt minder overweldigend en bevat afgelijnd, zalvend materiaal binnen een pop/punkfunkstijl.

Betreffende die punkfunk, een goede vijf jaar recycleerde LCD een geheel van elektro, wave, rock, punk, funk en disco uit de stal van Suicide, Cabaret Voltaire, Gang Of Four en New Order, manifesteerde met bands als !!!, The Rapture, The Klaxons, Radio 4 en bracht de hippe dance van Underworld en Daft Punk in een muzikaal jasje van trancy bezwerende, repetitieve, dansbare ritmes en een rockende stijl, wat gegarandeerd feestjes opleverde. Songs met een intrigerende opbouw, een fris tintelend, aanstekelijk, groovy geluid, verwoestende beats en Murphy’s trefwoorden; iets unieks toch door de hitsende, dreigende (eighties) elektronica, vervormde sounds, opzwepende percussie en de bleeps & belletjes. Hun debuut dito optreden was toen in ons geheugen gegrift. De band houdt nu wel ‘the flame alive’, maar onweerstaanbaar is het toch niet meer.
Versta ons niet verkeerd, we hebben uitermate genoten van de bijna twee uur durende set van het sextet, die afwisselend putte uit de drie cd’s, maar probleemloos kon je het nieuwe materiaal van het oude onderscheiden. “Us vs them” werkte onmiddellijk in op de dansspieren, “Drunk Girls” refereerde aan de kitsch en glamour van David Bowie en “Get innocuous” benadrukte de geliefde‘80s electro. Het oude “Your city’s is a sucker” is nog altijd een instant klassieker binnen de punkfunk door de gitaarriedels, de diep dreunde basses, de doortastende bleeps en de opbouwende groove. Murphy spuwde z’n praatzang de overgemoduleerde microfoon in. Losgeslagen gekte die door de ontspoorde en repeterende ritmes van de andere songs van het debuut, “Trials & Tribulations”, “Movement” en de afsluitende klassesong “Yeah, yeah” een hoogtepunt bereikte. Tussenin rockte LCD met rauwe en retestrakke versies van “Pow pow” en “Daft punk is playing at my house”. Ook de uitgesponnen single “All my friends” paste mooi in dit rijtje. Hier lieten de eerste rijen zich makkelijk gaan. De security moest de handen uit de mouwen steken om de talrijke dansende jongeren van het podium te houden. Even kwamen we op adem bij de doorsnee leuke popelektronica van “All I want” en “I can change”, die aardige, spannende en stekelige wendingen hadden.
Af en toe doken wat technische problemen op, die speels en trefzeker met de glimlach en de mantel der liefde aangepakt werden door frontman Murphy, even roadie van de band. De gemoedelijkheid straalde van de band en plezier beleefden ze alvast aan de gig.
LCD liet z’n fans zeker niet bleekjes achter; we hoorden een ruim half uur durende bis door het rustige, sfeervolle “Someone great” en een geniale “Losing my edge”, hallucinant door de opbouwende lagen elektronica, drums en Murphy’s klaaglijke praatzang. In de ingetogen pianoballade “NY I love you …” schemerde Frank Sinatra’s voorliefde voor de Ground Zero stad door en hoorde je samples van Jay Z feat. Alicia Keys’ “Empire state of mind”. De song werd krachtiger om dan net op tijd te draaien, innemend te zijn en te eindigen in een acapella versie … Mooi op een boogscheut van Nine Eleven …

We genieten nog steeds van een avondje punkfunk van de warrige, verwaaide Murphy. Samen met z’n band slaagt hij er op venijnige wijze in met scherp te schieten. Of het liedje van LCD nu uitgezongen zal zijn, laten we voorlopig in het midden, maar indien toch, stoppen ze op hun hoogtepunt …

Organisatie Vooruit ism Democrazy, Gent

Black Mountain

Wilderness Heart

Geschreven door

Een kanjer van een plaat als ‘In the future’ evenaren, laat staan overtreffen, is quasi een onmogelijke opdracht geworden voor Black Mountain. En, u raadt het al, met ‘Wilderness heart’ heeft de groep een meer dan behoorlijke opvolger afgeleverd die -hoe kan het ook anders- toch een tikkeltje ondermaats is aan zijn superieure voorganger. Feit is dat de heren (en dame) zichzelf wat hebben ingetoomd. De songs klokken allemaal netjes af binnen de vijf minuten. Dit zorgt ervoor dat we aan de ene kant nogal een hecht en compact album krijgen maar anderzijds missen we toch wel een beetje de lange psychedelische uitspinsels. Het is op deze ‘Wilderness heart’ bijvoorbeeld vergeefs zoeken naar een wervelwind van een song als “Bright lights”.
Maar goed, er is nog genoeg om van te smullen. “Old Fangs”, de song die het album voorafging en die ons naarstig deed watertanden naar meer is een heerlijke rocker met al het goede van de seventies in vier minuten gebald. Als de groep echt heavy wil klinken dan doen ze dat ook met overtuiging in “Wilderness heart” en “Rollercoaster” met de zware gitaren naar goede stoner-gewoonte nogal laaggestemd. In het bijtende, snelle en onstuimige “Let spirits ride” barst het boeltje zelfs volledig uit zijn voegen, een buffelstoot van een song die even gevaarlijk is als de witte haai die op de cover pronkt.
Elders worden er andere en soms meer folky horizonten verkend, “The hair song” en “Radiant hearts” zijn knipoogjes naar Led Zeppelin III (het fenomenale album waarop Page nogal wat akoestische dingetjes deed). Een mooi en overwegend akoestisch rustpunt is “Buried by the blues” met zwevende keyboards en fijne overgang van de stemmen van Amber Webber en Stephen Mc Bean. Webber’s stem broeit overigens het ganse album ergens tussen PJ Harvey, Patti Smith en Grace Slick en in combinatie met de vaak gruizige vocals van Mc Bean geeft dit vaak vonken.
Maar het is niet allemaal even fantastisch, want de plaat eindigt een beetje in mineur. De ballad “The space of your mind”, die maar op een half idee is gebouwd, valt een beetje licht uit en ook afsluiter “Sadie” komt, ondanks de dreiging die in de song schuilt, nooit echt uit zijn schulp.
Eindbalans : sterke plaat, maar geen ‘In the future’.

Endless Boogie

Full House Head

Geschreven door

‘Full house head’ is een logisch maar ook zinderend vervolg op het splijtende ‘Focus level’ van twee jaar geleden, meer van hetzelfde en even bruisend.
De stomende en kronkelende openingssong “Empty eye” laat er geen twijfel over bestaan, deze plaat staat weer bol van onstuimige rock’n’roll, gekraakte Beefheart vocals en de meest smerige gitaren ten zuiden van Keith Richards en ten noorden van Johnny Thunders.
De pot kolkt maar liefst 76 minuten lang door, en dat in amper acht songs die voldoende de tijd krijgen om onbezonnen uit hun voegen te barsten. U vermoedt al dat er hier weer een ferm potje gejamd wordt, en dat is vooral zo op afsluiter “A life worth living” (maar liefst over de 22 minuten, zelfs Neil Young zou er met zijn Crazy Horse niet zo lang over doen) en de trage gemene gluiperd “Slow  creep”. Verder lopen er opgehitste en stuiterende rockbeesten rond in “Tarmac city” en het fel stuiterende “Mighty fine pie”.
Kortom, vettige seventies rock is alom tegenwoordig en de mosterd komt naar goede gewoonte van bands en artiesten als Canned Heat, Rolling Stones (op hun vuilst), Pink Fairies, Velvet Underground, Groundhogs, John Lee Hooker, Jimi Hendrix en een zatte Jim Morrison. Stel u gewoon voor dat al deze ronkende namen aan het jammen slaan in een rokerig kot dat uitpuilt van whisky, bier en kilo’s geestesverruimde middelen. Wat daaruit zou voortvloeien moet een beetje klinken als deze ‘Full house head’, lekker smerig en dirty as hell.

The Real McKenzies

Shine Not Burn

Geschreven door

Het moet ongetwijfeld frustrerend zijn om steeds vergeleken te worden met Flogging Molly en The Dropkick Murphys... Nochtans zijn The Real Mc Kenzies al enkele jaren vroeger opgericht dan beide bands en telt de formatie naast oprichter en zanger Paul Mc Kenzie enkele gerenomeerde muzikanten  in de gelederen zoals Dave Gregg ( van de legendarische Canadese hardcore-band D.O.A), Karl Alvarez ( van The Descendents) en Sean Sellers (van Good Riddance).
‘Shine Not Burn’ is de tweede live-cd van deze Canadezenen en die werd opgenomen ‘Wild at Heart’, een of andere kroeg  in Kreuzberg, Berlijn. In tegenstelling tot de vorige albums komen er geen versterkers aan te pas want alle 21 songs zijn volledig akoestisch. Daar door hoor je hoe folk The Real McKenzies wel zijn en uit welk divers instrumentarium hun geluid bestaat.
Folkmuziek staat voor velen gelijk aan ongeremd zuipen en dat komt tot uiting in de setlist (“Drink The Way I Do”, “10 000 shots”, “Whiskey Scotch Whiskey”). Daarnaast vinden we een aantal traditionele Schotse covers terug zoals “My Bonnie” en “Scots Wha’ Ha’e”. In ieder geval zijn alle nummers best leuk en met een biertje of een whiskey in de hand lijkt het alsof je zelf live in de pub zit mee te luisteren naar deze Canadezen.
The Real Mc Kenzies bewijzen met dit album dat hun ijzersterke live-reputatie meer dan terecht is.

Good Riddance

Capricorn One

Geschreven door

Een van de fijnste melodieuze punkrockbands die de VS voortbracht, is ongetwijfeld Good Riddance. In 2007 speelden de heren hun laatste show, legden alles op tape vast en brachten  vervolgens het laatste album ‘Remain in Memory – The Final Show’ uit. Nu is er: ‘Capricorn One’, jammer genoeg geen nieuw maar wel een zogeheten ‘singles and rarities’ album.
Dat betekent 21 songs die eerder al uitgebracht werden op diverse EP’s (waaronder gezamenlijke releases met Ignite, Ensign, Reliance en Ill Repute) en op een aantal Fat Wreck Chords-compilaties. Daarnaast vinden we zes nooit eerder uitgebrachte nummers: vier dateren uit de beginperiode in de jaren negentig, twee songs (“My Republic” en “Great Experiment”) dateren uit 2006.
De 21 nummers zijn niet chronologisch opgebouwd en dat is best jammer. Het zou nl mooi illustreren hoe de band doorheen de jaren evolueerde. In de vorige eeuw kwam Good Riddance hard uit de hoek en klonken de vocalen van zanger Russ heel agressief en rauw; vanaf het album ‘The Phenomenon of Cravin’ (2000) klonk alles een stuk melodieuzer en evolueerde het geluid van GR in de richting van bands als Pennywise en Bad Religion.
Voor wie alle werk van Good Riddance al in z’n kast liggen heeft, is dit een overbodige release. Punkrockliefhebbers die niet in dat geval zijn, kunnen de aanschaf van dit plaatje zeker overwegen.

Pagina 812 van 966