logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Soft Cat

Wild Space

Geschreven door

Het is zeker niet de eerste keer in de muziekgeschiedenis dat een artiest zijn gitaar oppikt en bedwelmd geraakt door de natuurlijke pracht, en daarbij besluit om wat liedjes te gaan componeren maar toch doet Soft Cat aka Neil Sanzgiri het enigszins anders.
Eerder was Neil betrokken bij Talking Tiger Mountain en toen hij van het grijze Texas naar Baltimore verhuisde was hij zo onder de indruk dat hij de bewondering voor de natuurlijke pracht in muziektaal wou omzetten. Ruimschoots toegegeven als je zoiets leest (en dan nog weet dat het om een folkplaat gaat) kun je maar beter het hart vasthouden voor de goede (lees niet saaie) afloop, maar Soft Cat verkoos het frivole pad waar naast traditionele instrumenten (akoestische gitaar, banjo) plaats gemaakt worden voor wat psychedelica.
Ook al lijkt het op goedkope journalistiek neigt dit naar de beginplaten van Beck, en als we het menen (en dat doen we) dan is dat meer dan zo maar een goed teken.

INFO www.myspace.com/softcatsoftcat

The Drums

The Drums

Geschreven door

Hypes zijn een onderdeel van de muziekindustrie geworden en nog voor deze vrolijke jongens uit Brooklyn ook maar een cd uit hadden werden ze door de NME zonder meer gebombardeerd als de coolste band van New York. Het is maar hoe je het bekijkt, maar dit brengt natuurlijk met zich mee dat de verwachtingen torenhoog gespannen zijn en dat elke fout genadeloos afgestraft wordt, wat de meeste recensenten dan ook deden bij hun recente bezoek tijdens Les Nuits Botanique.
Een paar weken later volgt er dan de tweede proef, hun cd. Net als Vampire Weekend weten The Drums een verdomd fijne combinatie te vinden tussen de surfpop van de jaren ’60 (Beach Boys) en de coldwave van de jaren ’80 (de begindagen van The Cure).
Het is een aanstekelijke formule maar het onthult ook meteen de zwakte van deze groep want voor één cd is dit alles best genietbaar, om maar niet te spreken over het verslavend effect dat de single “Let’s go surfing” heeft, maar of dat nu een garantie is voor een lange carrière blijft alsnog de vraag.
Wie moet je nu een steen werpen, de pers of het groepje? The Drums hebben een zeer genietbare cd afgeleverd waar we nog geregeld zullen naar luisteren maar het ultieme meesterwerk is het nooit geworden (en waarschijnlijk hebben die jongens daar nu zelfs nog het potentieel niet voor).

Betty And The Werewolves

Tea Time Favourites

Geschreven door

Wie met een naam als Betty And The Werewolves komt aandraven, zet natuurlijk meteen het publiek op het verkeerde been want al gauw denk je aan een of andere B-horrorfilm en verwacht je dat ze muzikaal als The Cramps uit de hoek zullen komen, maar deze nieuwe poppunksensatie uit London tapt uit een geheel ander vaatje.
De hoes toont talrijke koekjes waarbij het water in je mond komt te staan en ook al hebben we er niet echt lang moeten over nadenken om dit te schrijven, kan je stellen dat dit debuut een soort van koekendoos is. Alleen is dit voer voor lekkerbekken die houden van  poppy punksongs die soms lonken naar de Motownstal, rammelmelodietjes die niet vies zijn van wat 60’s (The Pipettes), poppunk met wat surf (Dum Dum Girls) of gewoon zeemzoete DIY-punk (Kenickie).
Wie een beetje vertrouwd is met het Damaged Goods-label zal ondertussen wel weten dat je hier steeds terecht kan voor een gezonde dosis poppunk die niet vastgebonden zit aan één of andere stijl, en met Betty And The Werewolves als nieuweling op hun catalogus kunnen we alleen maar van een verrijking spreken…

INFO www.myspace.com/bettyandthewerewolves

The Avett Brothers

I and Love and You

Geschreven door

Al enkele jaren zijn de broers Scott en Seth Avett uit North Carolina bezig. Ze hadden vijf platen uit, die in Europa geen voet aan de grond kregen. Ze graven in de americana, folk, bluegrass en country en het lijkt er nu toch op dat ze een logische verderzetting vormen van The Jayhawks en The Counting Crows door de gedoseerde aanpak van hun rootsmusic. Op de nieuwe plaat, ‘I and Love and You’, btw geproduceerd door Rick Rubin, horen we de zingende broers op akoestische gitaar en banjo, halen ze er Bob Crawford bij op contrabas en een breed arsenaal aan instrumenten naast drums en percussie sieren de sound, orgel, piano harmonium, viool, cello, mandoline en tuba.
De americana van Bonnie ‘Prince’ Billy en Wilco klinken op de recente cd goed door en hun dertien sfeervolle gevarieerde midtempo songs overtuigen. Van de rootswereld van de Avett Brothers kun je niet genoeg krijgen …

Les Ardentes 2010: zondag 11 juli 2010

Les Ardentes 2010: zondag 11 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Jose James
Wie bij Jose James een lazy Sunday soundtrack in gedachten had bij zijn spijsvertering kwam al na het eerste nummer bedrogen uit. In de positieve zin wel te verstaan, want de avontuurlijke cocktail van jazz, hiphop, soul en zelfs dubstep liet zich allerminst als achtergrondmuziek catalogeren. Door de combinatie van avontuurlijke ritmes en een prachtige bariton stem met een grote emotionele diepgang mag deze New Yorker zich op basis van dit optreden wat ons betreft gerust tot de belangrijkste hedendaagse verruimers van de jazz muziek rekenen. De weinigen die zich de moeite getroost hadden om op zondag al in de vroege namiddag uit hun tent te kruipen waren getuige van één van de beste concerten van de afgelopen vier dagen.

Ete 67
De rockers van Eté 67 speelden op Les Ardentes een thuismatch. In 2006 brachten ze een eerste cd uit, een tweede volgde in maart van dit jaar, en aan de andere kant van de taalgrens zijn de 6 Luikernaars immens populair. Sterk was hun interpretatie van “On nous cache tout, on nous dit rien”, van onze alom bekend Jacques Dutronc. Het begon veelbelovend dus, maar daarna ging het een beetje van de hak op de tak, ondanks de enorme energie die de leadzanger tentoonspreidde: we hoorden wat Noir Désir, wat Louise Attaque, wat country, maar de nummers zelf waren toch iets te ‘mainstraim’ om het verschil te maken. Fijn was dat de inspiratie niet ver werd gezocht: zo werd een ode gebracht aan de Maas en aan het megalomaan Calatrava-project in Luik (“Quartier de la Gare”), die de verloedere stationswijk volledig hervormde.Geen slecht optreden dus, maar hun exclamaties over het marxisme-trotskisme en hun ervaringen met hallucigene paddo’s doen vermoeden dat ze nog tot een beetje volwassen moeten worden…

Selah Sue
De HF6 was bijna volledig volgestroomd voor Selah Sue, die in Luik vooral promotie maakte voor haar binnenkort te verschijnen nieuwe lp. Het duurde niet lang vooraleer de twintigjarige zangeres met de schurende stem  de, reeds oververhitte, bunker in vuur en vlam zette. Selah benadrukte een aantal keer dat er tot nog toe twee fasen in haar prille leven zijn te onderscheiden: de beginjaren waarin ze met zichzelf en de wereld worstelde, en de volwassen jaren waarin ze haar levensvreugde en optimisme met de wereld wil delen, en dit vertaalde zich overduidelijk in haar concert in Luik. De set varieerde tussen soul en reggae en ska, soms deed ze zelfs echt denken aan Leila K! Een ‘herboren’ Selah Sue dus afscheid nam met het heerlijk dansbare “Crazy sufferin' style”  en in Luik ongetwijfeld kan rekenen op een nieuwe schare fans.

Gaetan Roussel
Veel werd verwacht van deze doorgewinterde Franse auteur-compositeur Gaetan Roussel, in een vorig leven frontman van Louise Attaque, heden probeert hij het alleen onder eigen naam. Vorig jaar kwam zijn eerste soloplaat ‘Ginger’ uit, met songs in het Frans én in het Engels (geen sinecure voor een Fransman…). Veel volk was opgedaagd op de wei voor het hoofdpodium, maar de zanger maakte het maar gedeeltelijk waar. De melodieën van zijn songs waren vaak goed gevonden en bleven bij, vooral indien hij in het Frans zong (o.a. ‘Dis-moi encore tu m’aimes’), maar de muziek laveerde teveel tussen de vervelende pop-rock lijn, niet genoeg dus om over een straf optreden te kunnen spreken.

Nouvelle Vague
Tijdens Nouvelle Vague kwam de muziekquiz’er onvermijdelijk in ons bovendrijven. “Master and Servants” van Depeche Mode, “Making plans for Nigel” van XTC, “Human fly” van The Cramps, “Guns of Brixton” van The Clash, “Blue Monday” van New Order,… zaten we driftig in ons notitieboekje neer te krabbelen. En al zijn het stuk voor stuk ‘classics’ te noemen, de zwoele bossa nova verpakking van deze deuntjes zat toch steeds té ingenieus in elkaar om zomaar als doorsnee ‘covertje’ af te schilderen. Bovendien klonken de nummers live opzwepend en energiek genoeg om te blijven boeien tot het einde en door de manier waarop de twee chanteuses met hun rokjes stonden te zwaaien op de set begonnen we zelf ook te heupwiegen. “Love will tear us apart” van Joy Division, aangekondigd als ‘la plus belle chanson’ sloot de set af. Van hun ‘new wave’ kennis viel deze avond werkelijk niets af te dingen.

Xavier Rudd
De Australiër Xavier Rudd zag er met zijn verwilderde blik en ongeschoren baard uit alsof hij net de Stille Oceaan overgezeild was om aan te meren aan de oevers van de Maas naast het festivalterrein. We zetten ons al schrap toen hij plaatsnaam achter een batterij didgeridoo’s. Maar onze vrees bleek al vlug onterecht. Begeleid door 2 uitmuntende Afrikaanse muzikanten (bassist en percussionist) dompelde Xavier Rudd de weide onder in een muzikale roes die niet eens moest onderdoen voor het beste van pakweg Sting of Paul Simon. Na 3 dagen festivalhitte liet het publiek zich de mengeling van avontuurlijke wereldmuziek en lome reggea vibes wel bevallen, al werd ook een experimentele Jimi Hendrix guitaar solo niet geschuwd. Xavier Rudd mag dan al druk bezig zijn de wereld te verkennen, hij zou beter eens vaker stoppen in België.

Heather Nova
Heather Nova was ondertussen aan het werk in een goedgevuld en nog steeds erg warme HF6, jammer genoeg niet op het hoofdpodium dus. De uit het exotische Bermuda afkomstige zangeres bracht ondertussen 7 albums uit in een carrière die meer nu meer dan 15 jaar omhelst, maar staat overduidelijk nog zielsgraag op het podium. De set duurde niet iets minder lang dan op voorhand was gepland, maar daarvoor kregen we wel een heel goede Nova te zien. Ze bracht o.a. “Maybe tomorrow”, “Welcome, Paper Cups”, ” Walk this world”, “Heart and Shoulders” en sloot af met “Sugar”. In oktober brengt ze een akoestische tour naar België, o.a. in het Depot Leuven, CC De Spil Roeselare en in de Handelsbeurs Gent.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Zappa plays Zappa

De muzikale erfenis van Frank Zappa in Zappa plays Zappa

Geschreven door

Er zijn waarschijnlijk praktisch niet veel muzikale formaties die je elke keer aan het werk wil zien en horen als de gelegenheid zich voordoet. Met Zappa plays Zappa heb je dat dus wel: het gaat nooit vervelen. Ik ben dat aan het uittesten en moest het toch zover komen, dan laat ik het weten. Er zijn genoeg redenen om uit te leggen hoe het komt dat dit zo is. Sedert 2006 hebben we namelijk een interessante evolutie meegemaakt in de optredens van de groep van Zappa’s zoon. Toen kwam Dweezil Zappa zich voorstellen (Vorst Nationaal) met in zijn zog vele grote namen, oudgedienden uit het leger van Frank zaliger. We vermelden vocalist-saxofonist Napoleon Murphy Brock, gitarist Steve Vai en drumbeest Terry Bozzio.
Eind 2007, tijdens Dweezils doortocht in de Elisabethzaal te Antwerpen, waren de veteranen al flink uitgedund en werden het concert opgesmukt met allerlei beelden uit het archief van de meester. We herinneren ons nog goed dat op het scherm de vader zich overgaf aan een briljante gitaarsolo, terwijl het de zoon was die op het podium de snaren beroerde. Het was een perfecte dubbing over het graf heen.
Bij de volgende concerten werd het repertoire telkens aangepast met ander materiaal, zodat zelfs de kenner zijn muzikaal geheugen moest afscannen om er telkens de juiste titel bij te plaatsen.

In het OLT Rivierenhof in Deurne heeft de groep blijkbaar de ideale bezetting gevonden. Dezelfde muzikanten als in de Gentse Handelsbeurs (mei 2009) treden aan. Dweezil neemt zijn tijd om iedereen een goeie avond te wensen. Hij belooft ons om zo stil mogelijk te spelen en zal zich daar geruime tijd aan houden. Je kon de drums tegelijk versterkt en akoestisch horen vanop 20 meter afstand. Uniek en heerlijk.
Leuk is ‘our youngest fan’, een dreumes van enkele jaren oud die al wacht op de muziek en al op voorhand staat te dansen op de gegalvaniseerde roosters in de ruimte tussen het amfitheater en het podium. Een ramp zoals in het casino van Montreux kan zich hier echter niet voordoen, want de toeschouwers op de eerste rij zitten klaar om het kereltje desgevallend uit het water te halen als hij zijn stap zou missen. Blijkbaar is dit het ritueel voor het slapengaan voor het zoontje van drummer Joe Travis, want als zijn tijd er opzit en hij met zijn mama zijn bedje opzoekt, krijgt hij van hem zijn nachtzoentjes toegestuurd.
Als leadsinger neemt Ben Thomas de meeste zangpartijen voor zijn rekening. Een grappige kerel: ziet eruit als de ideale schoonzoon, ware het niet dat zijn roze hemd niet in zijn broek steekt maar rond zijn benen flappert. Als vocalist is hij zo juist gekozen dat hij ons af en toe laat geloven dat het Frank zelf is die ons onderhoudt met zijn grollen en fratsen.
Met “Montana (Overnite Sensation)” is de toon gezet voor een onvergetelijke avond. Geen enkele moeilijke passage wordt geschuwd en elke noot die de overleden componist op papier gezet heeft valt op het juiste moment.
”Easy Meat” volgt en krijgt een heel lang tussenstuk mee in een Oosterse toonaard, door Dweezil met een fiddlesound geserveerd. “Daddy, Daddy, Daddy (200 Motels)” is nu aan de beurt en saxofoniste-keyboardster-fluitiste Scheila Gonzales verdedigt zich ook vocaal heel goed tegen de vermaningen ‘what kind of girl do you think she are’. Nog vettiger is uiteraard “Keep it Greasy (so it’ll go down easy)” van ‘Joe’s Garage’, maar ook daarvoor is elke Zappafan toch ook wel voor een stuk naar hier gekomen. Tijd dan voor “Blessed Relief (The Grand Wazoo)”, een jazzy schijf die in geen enkele collectie mag ontbreken. Het kan echt niet op, want tijdens het magistrale “Inca Roads” bedenken we dat een dergelijke uitvoering veel meer deugd doet dan het beluisteren van het ingeblikte materiaal dat we thuis door onze dure luidsprekers sturen. We krijgen nu “Advanced Romance (Bongo Fury)” met een onweerstaanbaar meezingmoment (we moesten). “Big Swifty (Waka Jawaka)” valt dan op door de gekke vibrafoon en saxsolo’s. Tijdens “The Blue Light (Tinseltown Rebellion)” worden de Belgen door zanger Thomas in hun hemd gezet, maar van goeie vrienden kan men veel verdragen. Hij laat ons in onze eigen ziel kijken, want blijkbaar hoort hij van ieder van ons dat Duvel lekker is en Trappist nog beter, maar – opgelet vreemdeling – oh so many degrees of alcohol heeft. Het nummer zelf is mij eigenlijk minder bekend maar het blijkt een hoogtepunt in het hele optreden te zijn.
Dweezil kiest toch wel met oneindig veel zorg de allerbeste songs uit het repertoire van zijn vader. Ook de minder gekende composities worden steengoed geserveerd. Het publiek begint uit de bol te gaan en er wordt om het luidst geschreeuwd om de verschuldigde dank over te brengen. “Do you think this is your personal concert?” vraagt Dweezil aan de roepers die hem met suggesties bestoken. Het wordt dan “The Fillmore record” en “The Little House I used to Live” in. Van “Hot Rats” zullen we ons de hallucinante intro nog lang herinneren. “Apostrophe” krijgt een lange bassolo mee van Pete Griffin, allicht één van de grootste Zappafreaks ter wereld want zijn bevlogen attitude is mooi om zien.
Even gewoon opsommen nu: “Don’t eat that Yellow Snow”, “The Purple Lagoon” (enkel het thema), “Echidna’s Arf of You”, “Wild Love”, “Maybe you should stay with your mama“ (het is bassist Griffin die telkens met het fijne stemmetje op zijn mama roept).
De bisnummers worden: “Peaches”, “Regalia” en “I’m the Slime”.

Was je er zelf ook bij? Even tevreden als ik? Of was je elders? Waar zat je dan, toch niet gewoon thuis? Besef je wat je hebt laten passeren? Maar er komen nog gelegenheden. Ik zal er ook zijn. Na het concert kan je trouwens al wat je wilt vragen aan Zappa Junior. Hij poseert voor elke gewenste foto met jou erbij en ondertekent elk stuk dat hem wordt voorgelegd (wel geen contracten). Hij wacht tot iedereen bediend is en tot iedereen doorgaat. Hij ziet er heel tevreden uit. Hoe zou je zelf zijn als je in staat bent om de muzikale erfenis van je vader op zo’n grandioze wijze over de wereld uit te dragen?

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism met Arenberg, Antwerpen + Greenhouse Talent, Gent

Les Ardentes 2010: zaterdag 10 juli 2010

Les Ardentes 2010: zaterdag 10 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Tunng
Tunng bleek al vlug de ideale band om weer op gang te komen zaterdagnamiddag. Wie folk met elektronica mengt waagt zich doorgaans op glad ijs, maar net als bij Bon Iver lukte dit bij de langharige hippies van Tunng wonderwel. Hun breed uitgesponnen refreinen en melodieuze samenzang verried een voorliefde voor Fleetwood Mac en toen “We all have a lovely time” weerklonk kon dit niet beter verwoord worden.

Adam Green
Adam Green refereerde in ontbloot bovenlijf en weelderige krullenbol niet alleen visueel aan Jim Morrison van The Doors. Ook zijn bijzonder straffe stem die af en toe het vrije drugsgebruik bejubelde klonk ons niet geheel onbekend in de oren. Maar al vlug bleek dat Adam Green gelukkig over de nodige portie zelfrelativering en humor beschikte om deze zware artistieke erfenis te torsen. Met zijn vaak hilarische lyrics sleepte hij moeiteloos de prijs voor de beste komiek van de dag in de wacht, en dit zonder de kwaliteit van de nummers te hypothekeren. Zo hebben we serieus wat afgelachen tijdens het gospel intermezzo “We have the whole world in our pants(!)” en ook Green Day cover “The time of my life” klonk allesbehalve als een eerbetoon aan deze puberpunkers. Tijdens “Jessica Simpson” nam hij ongenadig de Amerikaanse cultuur op de korrel en toen hij op het eind van de set ook nog aan het jodelen sloeg waren we overtuigd: dit is de geknipte man om de Laatste Show te presenteren.

Angus & Julia Stone
Broer en zus Julia en Angus Stone leken rechtstreeks vanuit het Ashbury Height van de jaren ’60 gekatapulteerd naar het podium van Les Ardentes. De muzikanten hadden allen baarden en de leading singer droeg een gele margriet in het haar en was gehuld in een Caritasachtig bloemenkleedje. Het aangename indiegroepje uit Australië bracht melodieuze folksongs met af en toe een reggae-beat uit hun tweede lp ‘Down the Way’, uitgekomen in 2010. Een  perfecte opener voor de avondprogrammatie met een mojito in de hand. Angie imponeerde met haar erg zuivere en krachtige stem (bijwijlen deed ze echt denken aan de hippiezangeres Melanie) en begeleidde moeiteloos haar gitaar met mondharmonica en trompet. Bijzonder was de herwerkte cover “You’re the one that I want”, uit de musical Grease, in een folk-arrangement.

The Black Box Revelation
Een imitator van de Luikse ‘Papa’ Michel Daerden (we vreesden zelfs heel even dat de echte op het podium stond) kondigde The Black Box Revelation aan als dé Vlaamse rocksensatie van het moment. Op hun optreden viel weinig aan te merken, maar daarmee is het meeste eigenlijk ook gezegd. Laat er geen misverstand over bestaan, TBBR speelde bijzonder strak (“Gravity Blues”, “High On A Wire”) en door het vele toeren van de voorbije maanden en jaren was dit nog altijd piepjonge duo bij momenten (“I Think I Like You”) griezelig perfect op elkaar ingespeeld. Het is dan ook met recht en reden dat TBBR ook in het buitenland potten begint te breken. Maar met het beperkte instrumentarium van gitaar en drums sloop toch onvermijdelijk wat eentonigheid in het optreden. Ook Jack White van de The White Stripes had dit op tijd door en ging zich muzikaal herbronnen zonder zijn rauwe bluesrock roots te verloochenen (The Raconteurs, The Dead Weather). Een tip voor de volgende plaat misschien?

Babyshambles
Pete Doherty kon het niet laten om backstage bij zijn aankomst in strak zwart maatpak en witte vilten hoed enkele gekke bokkensprongen te maken in het stof en ook op het podium had hij er zin in. “Delivery” en “Penny put your pipe down” waren de openers van een hoogst opwindende set die op geen enkel moment verzwakte en een climax beleefde tijdens het met patriottisch vendelgezwaai begeleide “Down in Albion”.  Aangenaam om naar te kijken waren de in ‘Union Jack’ gehulde ballerina’s die tussen de nummers door voor choreografische verleiding zorgden. Is Pete Doherty tijdens zijn omzwervingen in Parijs in de ban geraakt van de Franse schilder Edgar Degas?
Pete Doherty mag in het verleden de concertorganisatoren grijze haren bezorgd hebben met zijn wispelturige karakter, op dit ogenblik is zijn band een toegevoegde waarde voor ieder festival. Benieuwd hoe de nummers op de nieuwe plaat van Babyshambles zullen klinken. Want die bleven tijdens de set nog een goed bewaard geheim.

Charlotte Gainsbourg
De in Frankrijk immens populaire actrice Charlotte Gainsbourg was in Luik beland op haar eerst Europese tournee. Het lijkt er meer en meer op dat Charlotte in de voetsporen van haar vader wil treden en zich wil vestigen als volwaardige zangeres. Ze trad recent op in het Koninklijk Circus en in de l’Aéronef (zie de review op de website) en doet nu ook een aantal festivals aan (waaronder nog. de Francofolies van La Rochelle). Gainsbourg was gehesen in haar typische lederen broek en had er een doorkijktopje bovenaan, zoals immer pure et simple dus. Ook de electropopnummers die ze bracht, vooral uit haar laatste cd ‘I.R.M.’, geproduced door Beck, konden onder die noemer geklasseerd worden: op zich geen slechte nummers, puur en eenvoudig, maar zonder veel uitschieters. Ook Charlotte’s stem is niet echt toereikend om een festivalpubliek te bereiken. Misschien waren we meer fan van het vorige, meer elektronische album, onder auspiciën van Air? Het enkele moment dat Gainsbourg wel het voltallige publiek naar haar hand kon zetten, was toen ze “Couleur Café” van Serge Gainsbourg inzette.

Erykah Badou
De Amerikaanse souldiva Erykah Badu tekende wel vaker voor een geslaagd festivaloptreden met haar soul-, reggae- en jazzmuziek, maar in Luik bleef ze ver beneden de verwachtingen. Om één of andere reden kwam Badu onnoemelijk laat opdraven, terwijl de begeleidingsband toen al een half uur hetzelfde deuntje aan het spelen was om het publiek te onderhouden tijdens haar afwezigheid. Toen ze dan toch op het podium trad, gehuld in een spectaculaire outfit met brede hoed, haspelde ze snel een set van amper 25 minuten af, waaronder haar bekendste nummer “On and On”. Badu heeft bovendien een patent op héél lange muzikale intro’s en outro’s, terwijl iedereen dacht: Next song, please!! Maar wat haar jammer genoeg helemaal de das omdeed was het moment toen ze “Come ‘on Brussels!” naar het publiek riep (net zoals N.E.R.D. de dag ervoor), en dat is nu net waar Luikenaars absoluut niet mee kunnen lachen…

Ian Brown
Door een spectaculaire stroompanne in de loods (er kon zelfs geen bier getapt worden) zag Ian Brown zich genoodzaakt om liefst twee uur later dan gepland zijn opwachting te maken. Menig artiest zou hierdoor zijn of haar humeur verliezen, maar Ian Brown verscheen opvallend goedgemutst op het podium om meteen met het nummer te openen waarmee het voor hem allemaal begon en nog steeds te doen is: “I Wanna Be Adored”.  Het baslijntje waarmee deze cultsong opende lokte her en der extatische kreten los in het publiek en hoewel Ian Brown als voormalig frontman van The Stone Roses hier lang niet dezelfde status van levende legende geniet als over het Kanaal kon men niet om het feit heen dat er tijdens deze vierdaagse geen enkele artiest geprogrammeerd stond die zo zijn stempel gedrukt heeft op de popmuziek (o.a. The Verve, Kasabian en de ganse Manchester scene). Zijn typisch Britse haircut mocht hier en daar al wat grijze haren, ergens zag hij er met zijn opgerolde T-shirt mouwtjes nog steeds het broekventje uit dat eind jaren ’80 één van de beste albums aller tijden op ons losliet. Toegegeven, de nummers die hij tot nu toe solo uitbracht zijn bijlange niet zo sprankelend als ten tijde van The Stone Roses, maar de prima singles “Just Like You” en “Stellify” uit het vorig jaar verschenen ‘My Way werden wél enthousiast onthaald. Als dank kreeg het publiek er nog als uitsmijter het onverwoestbare “Fools Gold” bovenop.

Ben Harper & the Relentless 7
Afsluiter zaterdagavond was de, ondertussen bluesrock-legende geworden, Ben Harper, die we al bezig zien op festivals sinds de jaren ’90. Harper was wél bij de les, vond Luik een fucking fantastic city, en speelde anderhalf uur alsof zijn leven ervan af hing. Samen met de Relentless7, bestaande uit de gitarist Jason Mozersky, de bassist Jesse Ingalls en de drummer Jordan Richardson, brachten ze nummers uit het repertoire van Ben Harper en ook een aantal, zeker veelbelovende, nieuwe nummers voor een nieuw album dat uitkomt in maart 2011. Het publiek genoot duidelijk van Harper, die nog steeds imponeerde met gitaarspel op de schoot. Misschien al iets teveel gezien op festivals en je moet voor deze southern bluesrock zijn, maar toch een absolute waardige afsluiter voor deze zaterdagavond.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Les Ardentes 2010: donderdag 8 juli 2010

De vijfde editie van Les Ardentes aan de oevers van de Maas in Luik brak alle records: het aantal geprogrammeerde bands, het aantal toeschouwers (60.000), de temperaturen en bijgevolg ook het aantal hectoliters verzette drank… stuk voor stuk gingen ze vlotjes de hoogte in dit jaar. Wat Les Ardentes doet uitspringen boven het (over)aanbod aan festivals is de enorme variatie in geprogrammeerde stijlen (rock, electro, folk, jazz, soul, hiphop, techno,…) en bands, en dit aan een VVK prijs die bijna de helft bedraagt van een Vlaamse festivalvierdaagse.
Een speciale vermelding dit jaar gaat naar de Indiërs van de alimentation aan het rondpunt van Coronmeuse. Ondanks de hittegolf bleven zij er maar in slagen om aan een spotprijs ijskoud bier uit hun grote frigo’s tevoorschijn te toveren, en dat vlak tegenover de festivalingang. Last van over reglementering heeft Les Ardentes (voorlopig?) nog niet (in Werchter was het dit jaar wel even anders, vraag dat maar aan de Hollandse voetbalsupporters). Houden zo organisatoren!
Toch zou Les Ardentes zich net als ieder ander festival eens grondig mogen bezinnen over de greep van de ‘commercie’ over het hele gebeuren.Is het echt nodig dat het publiek tussen de optredens door nog eens van alle kanten door sponsors moeten bestookt worden met een hels kabaal om volk naar hun tent te lokken terwijl een rustig intermezzo onder de prachtige platanen aan de oevers van de Maas zo welgekomen zou zijn? En dat een legertje VIP’s in versgestreken bermuda’s de ganse dag door zit te schransen en te zuipen zonder zich een bal van de muziek aan te trekken, tot daar aan toe, maar moet dit dan echt gebeuren op de plek waar je het beste uitzicht hebt op het podium?
Niet dat we jaloers waren op deze schranspartijen (het moet trouwens gezegd dat we zelf met onze pers armbandjes borrelnootjes in overvloed kregen), want – en dit brengt ons bij de tweede grote troef van Les Ardentes - het festivalterrein ligt dankzij de shuttlebussen die in overvloed reden op amper vijf minuutjes van het centrum van Luik. Dus terwijl de VIP’s hun opgewarmde kost naar binnen speelden (en nu misschien op de pot zitten), deden wij ons in de Carré te goed aan de lekkerste tapa’s van uren in de omtrek. E viva Espagna!

Les Ardentes 2010 - donderdag 8 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
FM Belfast
Terwijl het publiek wanhopig naar adem zat te happen ergens onder een boom kwam zanger Árni Rúnar Hlöðversson met strikje, korte broek en bretellen onder een loden hitte het hoofdpodium opgerend om samen met hem een feestje te bouwen. Met hun eigen happy electropop bleek dat nauwelijks te lukken, en ook flarden uit nummers van Rage Against The Machine, Primal Scream en Technotronic werden eerder lauw onthaald. Zelfs de bekentenis dat “Par Avion” “voor het eerst in de zon gespeeld werd” verbaasde door het hoge bleekscheetgehalte van dit IJslandse viertal niet echt. We kunnen ons voorstellen dat FM Belfast in één of andere Scandinavische club wél in staat moet zijn om het vuur aan de lont te steken. Maar op Les Ardentes kabbelde dit optreden weinig geïnspireerd verder tot de armen uiteindelijk dan toch nog in de lucht gingen dankzij… de tuinslangen die voor een aangename verfrissing zorgden.
Eigenlijk wou FM Belfast ons tijdens de set maar één ding duidelijk maken: “neem jezelf vooral niet te au sérieux in het leven”. Op zich een verfrissende gedachte, vooral vanuit een land waar melancholie de voorbije jaren muzikaal richtinggevend geweest is. Tijdens “Underwear” op het eind van de set toe werd het zelfs nog pure onderbroekenlol. De frontman trok zowaar zijn korte broek uit om op het podium te dansen. Dat de meisjes in het publiek niet hysterisch begonnen te gillen was bij deze Jan Verheyen lookalike begrijpelijk.

The Plasticines
Op ieder festival staat er wel ergens een band geprogrammeerd die muzikaal volledig door de mand valt. Die weinig begerenswaardige eer viel deze keer The Plasticines te beurt, vier geparfumeerde Parisiennes die hun erbarmelijke speelkunsten camoufleerden met welgevormde billen onder korte jeansbroekjes (dé hit dit jaar tijdens les Ardentes) en schreeuwerige songtitels als “BITCH”.
Het flets gespeelde radiohitje “Barcelona” deed de Catalaanse trots oneer aan, maar echt pijnlijk werd het tijdens de cover “I Love Rock&Roll” van Joan Jett, waarop de gitariste het niet aandurfde (of aankon?) om het bekende rifje na te spelen. We vroegen ons tijdens deze plastieken rock af waar de tijd gebleven was van Hole, L7 of Babes In Toyland, de tijd toen vrouwen wél nog ballen hadden.
We zien The Plasticines in de toekomst toe wel nog eens opduiken in een lingeriecommercial, maar liever niet meer op een podium.

Wave Machines
Het Britse Wave Machines gaf begin dit jaar nog een geslaagd optreden in de Brusselse Botanique en op de weinige nummers die we nog konden meepikken viel ook deze keer erg weinig af te dingen. Noem het discofunk of funky disco, tijdens “Keep The Lights On” gaf het viertal uit Liverpool aan hun Beegees fascinatie net de nodige arty flair à la Talking Heads om niet in de val van de gay kitsch verstrikt te geraken. Wave Machines leek te beseffen dat het tropisch heet was op dat moment in de loods en laste met “Dead Houses” nog een welgekomen rustpunt in vooraleer met meezinger “Where Is My Punk Spirit?” de set af te sluiten. Jammer genoeg wist Wave Machines het ‘grote publiek’ nog niet echt te beroeren. Na hun geslaagde doortocht op Les Ardentes mag daar wel eens verandering in komen.

Broken Social Scene
Net zoals de veelgelaagde nummers van Broken Social Scene meerdere luisterbeurten nodig hebben om hun subtiliteit prijs te geven duurde het ook een tijdje vooraleer hun live set zich volledig “zette”. Maar vanaf dan was het echt wel genieten geblazen van het weidse geluid van dit multi instrumentele combo uit Toronto! Niet minder dan 4 gitaristen stuwden “World Sick” uit het dit jaar verschenen ‘Forgiveness’ naar een climax en op “All To All” moest de zangeres niet gek veel onderdoen voor Leslie Feist die zelf occasioneel nog steeds deel uitmaakt van deze groep. Het continu afwisselende instrumentarium en de afwisselende bezetting maakten het (bewust?) verdomd moeilijk om deze muziek in een vakje te stoppen. Tijdens “Cause = Time” op het einde van de set kwam de onmiskenbare invloed van Neil Young en Sonic Youth dan toch nog onvermijdelijk bovendrijven.

Julian Casablancas
Julian Casablancas leek er zich maar al te goed van bewust te zijn dat hij gedoemd is om voor de rest van zijn muzikale leven te blijven doorgaan als de frontman van het intussen (tijdelijk?) op non-actief gezette The Strokes. Want hoe ga je eigenlijk om met de loodzware erfenis van deel uitgemaakt te hebben van de hipste band van New York, en bijgevolg van de rest van de planeet, begin de jaren 2000? Juist, door verschroeiend van start te gaan met het nog steeds onweerstaanbare “Hard To Explain” van The Strokes zelf natuurlijk! Plotsklaps was de siësta time definitief voorbije op de weide, … en wat daarop volgde klonk live een stuk rauwer en energieker dan op het debuut soloalbum ‘Phrazes For The Young’, een aanbevelenswaardige plaat trouwens waarop Julian Casablancas verassend nieuwe muzikale oorden opzoekt. Zo lieten “11th Dimensions” en “Glass” horen dat David Bowie niet alleen qua kapsel en outfits een belangrijke inspiratiebron moet geweest zijn.
De traditie van hun ultra korte sets destijds nog steeds respecterend gaf Julian Casablancas er al na een half uurtje de brui aan. Even vreesden we dat de nukkige Amerikaan liever Luikse bouletten ging eten, maar aangenaam was onze verbazing toen Julian Casablancas tijdens het eerste bisnummer met “The Modern Age” opnieuw opwindend materiaal van The Strokes van onder het stof haalde.
Op het eind deed hij zelfs de moeite om hoogstpersoonlijk het publiek nog uitgebreid te gaan bedanken. Die bouletten had hij nu wel dubbel en dik verdiend!

Crystal Castles
De HF6 loods was grotendeels in het duister gehuld op het ogenblik dat frontvrouw Alice Glass van Crystal Castles zich uiterst gewillig op de omhooggestoken handen liet meedrijven. We hadden direct door dat de Luikse jongemannen vooraan het podium (of waren het die van de omringende dorpen?) hun kans schoon zagen om dit katje eens stevig te knijpen in het donker. Maar toen deze op zich bedenkelijke praktijk ook nog eens bedankt werd met een hees, langgerekt gekreun en gegil begon het testosteron toch gevaarlijk over te koken. Wie het programmaboekje gelezen had was nochtans gewaarschuwd: Crystal Castles speelt niet vóór het publiek, ze geven er zich volledig aan over! En dit mocht die avond nogal letterlijk geïnterpreteerd worden. De beats uit het doosje van Ethan Kath beukten ongenadig hard tegen de trommelvliezen, maar toch had je tijdens nummers als “Reckless Through The Hosiery”en “Crimewave” dankzij de live drums eerder de indruk in een smerige punkstal beland te zijn. Crystal Castles serveerde een waanzinnig uur lang electropunk van de bovenste plank en van alle optredens tijdens de vierdaagse Les Ardentes zal over dit duo misschien wel het langst nagepraat en nagenoten worden.

Cypress Hill
Hoe opruiend en anti-establishment de teksten van Cypress Hill ook mogen klinken, eigenlijk speelden de organisatoren met deze Amerikaanse hiphop band die goed is voor meer dan 18 miljoen verkochte platen vooral op veilig. Het verloop van de set was bijgevolg voorspelbaar, met collectief op en neer gespring tijdens “Insane in the Brain” en uitdijende weed dampen tijdens “I Wanna Get High”. Zelfs het nasale stemmetje van B-Real bleek door het verouderingsproces nauwelijks aangetast. De overvloed aan ‘latino shit’ kon niet vermijden dat Cypress Hill vooral een gimmick geworden is.

Pavement
Frontman Stephen Malkmus stond de ganse set opvallend onopvallend opgesteld aan de zijkant van het podium te musiceren als wou hij hiermee duidelijk maken: “Kijk, dit is waarvoor jullie gekomen zijn, de legendarische indie lofi band Pavement, en zelf ben ik deze keer volstrekt van ondergeschikt belang”. Want ook al heeft Stephen Malkmus met ‘The Jicks’ na de split nog meer dan behoorlijke platen gemaakt (waarvan de laatste, ‘Real Emotional Trash’ misschien wel de beste is), het artistieke en commerciële succes werd nooit meer geëvenaard en de speculaties rond een reünie begonnen steeds luider te klinken. Achteraf gezien was het misschien wel goed dat Pavement er op tijd mee gestopt is want als afsluiter op de eerste dag van Les Ardentes brachten ze toch gemengde gevoelens bij ons teweeg. Natuurlijk deed het deugd om de rammelende, melodieuze deuntjes als “Shady Lade”, “Cut Your Hair” of “Range Life” opnieuw te mogen horen. Al vanaf opener “Silence Kid” bleek dat ze nauwelijks aan nonchalance ingeboet hebben en Bob Nastanovich, percussionist en grootste zotskap van de groep, haalde af en toe als vanouds zijn megafoon boven als extra stoorzender. Maar de echte magie die er lang geleden op vorige doortochten in ons land (Pukkelpop 1994, TW 1999) van afspatte leek ons toch voorgoed uitgedoofd. Op bijna anderhalf uur jaagde Pavement er zowat hun ganse discografie door en daarmee was de kous af. Pavement bleek vooral een headliner uit nostalgische noodzaak.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

 

Les Ardentes 2010: vrijdag 9 juli 2010

Les Ardentes 2010: vrijdag 9 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Just Jack
Just Jack mag met “Stars in their eyes” dan al de ultieme zomerhit op zak hebben, het succes is deze blanke disco hiphopper nog lang niet naar het hoofd gestegen. Zelfs het roze slipje dat tijdens “Glory days” naar zijn hoofd geslingerd achtte hij een onderzoekende blik waardig. Just Jack maakte wijselijk de keuze om het typerende maatschappijgezeur van vele hiphop acts links te laten liggen en zich te concentreren op de dagdagelijkse besoignes. En dat dit een aanstekelijke groove niet in de weg hoeft te staan bewees hij tijdens het filosofische “The Day I Died” of het funky “Doctor doctor” des te meer. Wie deze nice bloke dichter bij huis aan het werk wil zien kan binnenkort nog terecht op Feest in het Park te Oudenaarde.

N.E.R.D.
Wat een hemelsbreed verschil met N.E.R.D, een band die we trouwens nooit helemaal vertrouwd hebben. Het nieuwe album van dit Amerikaanse rap collectief zou beïnvloed zijn door de spirit van de jaren ’60 uit onvrede met de ‘huidige tijd’. Maar wanneer ze met veel machtsvertoon en bling bling backstage hun opwachting maakten en achteraf weer vertrokken was de ‘peace and love’ sfeer wel erg ver te zoeken. Ondanks het overdonderende boegeroep van het publiek bleven Pharell en co bovendien in de boosheid volharden om de fiere festivalhangers van en rond de ‘vurige stede’ tot minstens tienmaal met “Brussels” aan te spreken. Natuurlijk, op geen enkel nummer werd tijdens Les Ardentes zo fel op en neer gesprongen dan op “She wants to move”, maar daarmee is het meeste wel gezegd

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010 - Diverse feestjes van hoogstaand muzikaal niveau

Het ergste wat een mens kan meemaken is rond het middaguur verzeild geraken op een overvolle E-40, zeker als de temperaturen oplopen tot 30 graden maar gelukkig heet het doel vandaag Brugge, en voor één keer is dat niet om de lokale chocolateries plat te lopen maar wel om in het sprookjesachtige Minnewaterpark het laatste luik van het Cactusfestival te gaan bewonderen.

Net zoals iedere festivalopener moest ook het Noorse The Low Frequency In Stereo vechten om de nodige publieksaandacht te bekomen alhoewel de liefhebbers van de betere (lees minder saaie) post-rock al langer dan vandaag weten dat deze groep er met de gitaar een lap op kan geven, zeker voor degene die niet vies zijn van wat vette noise.
Hoger op de affiche, denkt u? Misschien wel, maar het is al een opzienbarend feit dat een familiefestival zulke groepen een kans wil geven, dus voor zij die het gemist zouden hebben : gewoon de volgende keer wat vroeger uit de veren.

Ik zou misschien beter vooraf mijn biootjes raadplegen want bij het aanschouwen van Fiction Plane kwamen er gedachten bij mij op in de trend van ‘flauwe kopie van The Police’ of ‘die vent denkt dat hij Sting is, zeker’ en een dag later val ik bijna pardoes van mijn stoel om te lezen dat de zanger van Fiction Plane ene Joe Sumner is, zoon van jawel Sting. Op een paar knappe Radiohead-gitaartjes na kwam ik niet verder dan platte commerciële rock dat klinkt als een afkooksel van The Police, en ook al ken ik ondertussen de stamboom van deze mens verandert dit niks aan mijn mening.

Ook Alela Diane was nieuw voor mij maar onbekend talent ontdekken is nu net wat festivals zo aantrekkelijk maakt. Alela Diane is zowat één van de meest schuchterste meisjes die ik ooit voor zo’n massa volk heb zien spelen. Terwijl ze zich zorgen maakt over de staat van haar zelfgekweekte frambozen tovert ze een verzameling countryfolksongs uit de mouw waarbij ze de begeleiding krijgt van haar weinig spraakzame vader (tenzij u een “Hi” aanziet als een spraakwaterval).
Doordat dochter en vader enkel voorzien waren van een akoestische gitaar was het niet zo’n simpele opgave om een snikhete wei te entertainen, toch hadden deze twee er amper moeite mee en het mag misschien allemaal wel voorzien zijn van de gebruikelijke ‘déjà-vu’-dosis toch merkte je vrij vlug dat het publiek in grote getale aan het vallen was voor deze onschuld.

Onschuld is iets wat je Jon Spencer niet in de schoenen kan schuiven want of het nu met zijn eigen Blues Explosion is , met vrouwlief in de gedaante van Boss Hog of met Matt Verta-Rye in de vorm van Heavy Trash, blijft deze grote mijnheer  altijd de rol van de rock ’n rollduivel zelve. Je moet al een zeer zure pruim zijn om niet te vallen voor deze halfgod want alles wat Jon Spencer aanraakt is te omschrijven als übercool. Op de wijze van een ware rock’n rollpredikant komen we in een rock ’n rollachtbaan terecht die ons van de ene wervelwind naar de andere brengt.
De noise wordt bij Heavy Trash grotendeels achterwege gelaten maar in de plaats daarvan krijgen we een lekkere vette contrabas, bespeeld door showbeest Simon Chardiet. Na een rock ’n rolltrein die ons een klein uurtje doorheen de verschillende Staten van Amerika bracht, smeet Jon Spencer alles op de grond wat zich bij hem in de buurt bevond, en het wordt nu al op de Cactuswebsite geopperd maar inderdaad “Wij willen volgend jaar meer van dat, The Jon Spencer Blues Explosion bijvoorbeeld”. Grote klasse, ook al wisten we reeds weken op voorhand dat dit het verdict zou zijn.

Eerder op de middag mochten we reeds de zoon van Sting begroeten en nu was het de beurt aan de zoon van Fela Kuti. Niet dat ik een specialist in de wereldmuziek ben maar ik weet wel dat Fela algemeen beschouwd wordt als de inspiratiebron van de Afrobeat, een moderne mix is van Westerse en Afrikaanse invloeden. Toen Fela in 1994 aan aids stierf besloot Seun Kuti om de muzikale erfenis van zijn vader te zetten. Spreek trouwens Seun op zijn Gents uit en je snapt de link “zoon/seun” wel, ook al moet je het volgens moderator Nic Balthazar uitspreken als “Sioen”.
De Nigeriaan ontfermde zich over Egypt ’80 wat de muzikale begeleidingsband van zijn vader was. De appel valt blijkbaar niet ver van de boom want meteen werd de sfeer er goed in gezet met een lekkere jazzy opener  waarbij we nadien Seun in een uiterst kleurrijk kostuum het podium konden zien betreden.
Het Brugs Minnewaterpark werd al vlug een Afrikaans vakantieoord met een Seun die als een panter over het podium kroop terwijl de twee knappe achtergrondzangeresjes de meest wulpse dansjes tentoon spreidden die een gezonde jongen zich maar wensen kan.
Na een uur getuige te zijn geweest van een ultiem rock ’n rollfeestje was het nu dus tijd voor een evenwaardig wereldmuziekfeestje ook al houdt Seun er zich niet voor in om zijn president er flink van langs te geven (een nummer als “Big Thief” hoeft geen uitleg).

Hoe later het op de avond werd, hoe meer de vraag rees of het nu Nederland of Spanje zou zijn die de Wereldbeker zou winnen, maar een andere (tevens interessante) vraag was hoe Admiral Freebee in 2010 zou klinken. Tom Van Laere is al lang niet meer de eenzame troubadour die op Neil Young lijkt want Admiral Freebee is zonder enige twijfel één van de grootste rockacts van dit land geworden (daar ik gisteren op Rock Zottegem was, kan je daar wat mij betreft Novastar ook bijrekenen). Het succes heeft van deze groep zeker geen subtiele band gemaakt maar wel een goed geoliede machine waar de kwaliteit vanaf druipt, en met Flip Kowlier als gastbassist kan dit zo’n statement enkel maar kracht bij geven. Admiral Freebee speelde op veilig en gaf het (bij momenten uitzinnige) publiek wat het wou : de hits.
Na afloop ben je bij het overlopen van je lijstje alleen maar onder de indruk hoeveel klasse songs deze groep op zo’n korte termijn geschreven heeft.

Klasse kun je ook gemakkelijk associëren met de volgende gaste, Tori Amos. Het was blijkbaar voor sommige mensen een verscheurende keuze (de WK-finale of een uurtje Amos) maar om de pijn van vele echtgenoten te verzachten (Tori Amos heeft nu eenmaal een hoofdzakelijk vrouwelijk publiek) droeg de Amerikaanse diva een oranje armband om zo haar verbondenheid met de Nederlandse supporters te tonen.
Laten we er maar geen doekjes om winden, de laatste releases van mevrouw Amos laten veel te wensen over en het was dan ook koffiedik kijken wat we hier te zien zouden krijgen. Tori bracht een set van 16 greatest hits waarvan nog een heleboel covers (van “Lovesong” van The Cure tot “Smells like teen spirit”,
“Personal Jesus” tot, jawel, “I feel the earth move” van Carole King).
Tori doet het allemaal alleen, en wijdbeens op een bankje bespeelt ze tegelijkertijd de klassieke en de elektronische piano. “No surprises” zou Thom Yorke zeggen wat niet weg neemt dat Tori Amos grote klasse blijft.

Toen we verschillende ontgoochelde mensen met een oranje T-shirt het park zagen verlaten, wisten we ook meteen dat het tijd was voor de laatste act: Macy Gray. Misschien zat de voetbal er voor iets tussen maar al gauw kon je bemerken dat de meeste fans van Tori Amos niet echt te vinden waren voor een soulafsluiter (waarschijnlijk zou het in omgekeerde rol van hetzelfde geweest zijn) maar deze rondborstige zangeres weet echter wel hoe ze op een zeer goede manier commerciële soul anno 2010 moet verkopen. Wanneer je de talrijke afropruiken en de koorzangeressen zag, leek het wel even of je beland was in een of andere scène van ‘The Blues Brothers’.

Een ideale afsluiter voor een festival die anders is dan de overige festivals en dat siert Cactus ten volste. Het lijkt misschien wel allemaal minder rock’n’roll (alhoewel dit een understatement is voor wie Heavy Trash zag) maar de kleinere details sieren de organisatie. Maar zoals men zegt, zijn het meestal de details die het hem doen, en dat gaat van aandacht naar het kind tot het feit dat een vegetarische medemens tijdens zo’n muzikaal evenement niet moet verhongeren (op sommige festivals nog steeds een pijnlijk punt)
 … See you next year!, het credo van de redactie …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 820 van 966