logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Epica - 18/01/2...

These New Puritans

Hidden

Geschreven door

These New Puritains, jong kwartet onder de broers Barnett uit Southend, England, doet de wenkbrauwen fronsen met de tweede cd ‘Hidden’, die ‘Beat pyramid’ van 2008 opvolgt. De groep zwoer bij onrustige, ongeduldige en hitsende punkfunk, maar heeft het over een totaal andere boeg gegooid, waarbij die punkfunk eerder in de drumritmes en in zalvende elektronica te horen is.
De band heeft een ambitieus werkstuk uit, een conceptalbum, die onderhuids durft te refereren aan het latere Talk Talk van ‘Spirit of Eden’. Een andere muzikale dimensie dus die wordt overschaduwd door gestoei met klassiek, orkestraties, bombast, zangkoren, blazers, elektro, wave, dancehall en jazz; wonderlijk sprookjesachtig (denk dan maar aan Midlake) als donker filmisch als abstractie, wat hen richting arty, progressive en avantgarde brengt, naast de Britse pop. Met toppers als “Attack music”, “Fire-power”, “Hologram”, “Drum courts – where corals lie” en “Orion” die ons in een soort ‘Ben Hur’ film waant door de gezangen.
Een eigen geluid, soms niet-van-deze-wereld, wonderschoon en ijzingwekkend!

Editors

Eat Row Meat – Blood Drool EP

Geschreven door

Met “Eat Raw Meat = Blood Drool” zijn Editors na “Papillon” en “You don’t know love”  aan hun derde single van hun laatste album toe. Met And on this Evening’ zorgde de band voor een radicale stijlbreuk want voortaan geen gitaren meer, maar wel synthesizers, samples en andere elektronica-toestanden. Het opmerkelijk getitelde “Eat Raw Meat = Blood Drool” vonden wij één van de sterkere songs en bijgevolg ook een terechte singlekeuze. De echte fans die het laatste album al in hun bezit hebben, kunnen we de aanschaf van deze single zeker aanraden. Er worden namelijk twee nieuwe nummers aangeboden die beiden in de stijl van ‘And on this evening’ liggen. “Alone” is een prachtnummer met een schitterende melodie en had niet misstaan op het full album, “Thousand  of Lovers” is verdienstelijk maar haalt jammer genoeg niet hetzelfde niveau.Verder zijn er nog drie verschillende versies van “Eat Raw Meat = Blood Drool”. Aangezien wij geen echte dance-liefhebbers zijn, werden we niet warm van de remixen  van de Steppin Brothers en Magnus Veggie . We genoten echter des te meer  van de akoestische versie waar  de onversneden klasse van Tom Smith en de zijnen overduidelijk is.
Misschien verlaten de heren voor een volgende album het elektronische pad en kiezen ze voor een meer akoestisch geluid? Wij zouden het luidkeels toejuichen!

Band of Horses

Infinite Arms

Geschreven door

Een album waar we als collectief heel hard aan gewerkt hebben en waar we erg tevreden over zijn, ….ons beste Band Of Horses album! Zo besloot drummer Creighton Barrett het korte interview dat we met de band hadden naar aanleiding van het optreden in de Brusselse Botanique. De opvolger van ‘Everything All The Time’ (2006) & ‘Cease To Begin’ (2007) ligt sinds enkele weken onder de titel ‘Infinite Arms’ in de winkelrekken. Laat U voor één keer niet verleiden door een goedkopere (il)legale download versie maar kies voor ‘the real thing’, want het zilveren schijfje zit verpakt in een bijzonder mooie hoes met binnenin enkele zeer fraaie, sfeervolle foto’s.
Met dit nieuwe album is de band uit Seattle ook overgestapt van het kleine Sub Pop label naar het grotere Columbia/Sony…en dit laat zich ook horen. De plaat klinkt een stuk toegankelijker en de melancholische countryrock flirt nu een stuk meer met ouderwetse westcoast-pop. De fans van het eerste uur zullen misschien teleurgesteld zijn dat op dit nieuwe album geen song staat van het kaliber “The Funeral” en toegegeven songs zoals de titeltrack “Infinite Arms”, “Evening Kitchen” & “Older” hadden zo op een nieuwe plaat van The Eagles kunnen staan.
Doch deze derde cd is een groeiplaat waarop rijke melodieën en doordachte georkestreerde arrangementen de songs kleuren en meer dan ooit een deur openzetten naar het grote publiek. De kracht van deze band blijft de sublieme houthakkersstem van Ben Birdwell, die ook nu weer tekent voor bijna alle composities.
Ik weet dat het vandaag moeilijk is om tussen de vele dagelijkse releases nog het kaf van het koren te scheiden maar deze nieuwe Band Of Horses is een wondermooie, eerlijke melodieuze popplaat die niet in je collectie mag ontbreken. Wil je deze band ook nog live meemaken dan moet je op 19 augustus op Pukkelpop zijn!

Never mind the stars

Aeroplane

Geschreven door

Dat je voor degelijke synthpop niet meer in England alleen moet zijn werd recentelijk reeds door het Franse Phoenix bewezen en het zou best kunnen dat je daar in de toekomst ook nog eens het Nederlandse (Never Mind The) Stars mag aan bij voegen.
Nou ja, het gaat hier eigenlijk om een Brit (Simon Little) die zich ophoudt in Nederland en in zijn vrije tijd allerlei synthpopdeuntjes in elkaar steekt.
Deze ‘Aeroplane’ is zijn debuutcd geworden die in eigen beheer werd opgenomen. Niet dat ‘Aeroplane’ nu het ultiem meesterwerk geworden is want daarvoor heeft deze Brit het blijkbaar nog niet begrepen dat 70 minuten nu eenmaal veel te lang is voor een synthpopcd maar het is wel een cd geworden waarop genoeg nummers staan die de luisteraar kunnen overtuigen dat we hier wel degelijk met talent te maken hebben.
Met de komst van groepen als Two Door Cinema Club of Delphic is deze 80’s geïnspireerde synthpop best op zijn plaats en het zou wel allemaal eens kunnen aanslaan, zeker voor mensen die niet vies zijn van een vleugje funk ook al moeten we weer de jaren ’80 aanhalen (inderdaad we hebben het over Prince).
Mensen die niet vies zijn van wat onbekend talent met een poppy ondertoon moeten beslist eens luisteren !

INFO http://www.myspace.com/nevermindthestars

 

I Heart Hiroshima

The Rip

Geschreven door

Is het geluid van een bassgitaar nu echt  nodig of niet? Het is een vraag zoals een ander,  en als je weet dat één van de grootste groep uit de muziekgeschiedenis nl. The Doors er nooit één heeft gehad dan is het antwoord bij voorbaat gekend. I Heart Hiroshima is ook zo’n groep die er prat op gaat dat een bas helemaal niet nodig is. Dit trio uit Brisbane zullen misschien wel geen muziekgeschiedenis als de groep rond Jim Morrison  gaan schrijven maar hun tweede cd ‘The rip’ is er zeker ééntje geworden die je echt moet horen.
Deze Australische bende wist Andy Gill (inderdaad, van Gang Of Four) te strikken om hun nieuwe plaat te mixen en wie Andy Gill zegt, zegt natuurlijk een onweerstaanbaar post-punkritme.
Post-punk zonder bass is natuurlijk een contradictie op zich maar zij komen er aardig (en vooral origineel) met weg. ‘The rip’ bezit een vijftal nummers die elk op hun beurt even fantastisch zijn, vooral de combinatie van mannelijke en vrouwelijke zang werkt prima ook al ligt dat grotendeels aan de sexy stem van drumster Susie Patten.
Muzikaal kun je ze ergens situeren tussen Ween, The Fall en zonder enige twijfel ook Pavement. Hier zijn deze Australiërs nog onbekend maar in hun thuisland reeds een indiegroep met naam die eerder getoerd hebben met The Rakes en Maximo Park.
Met een beetje geluk zou het geluid van deze groep best hier ook wel eens kunnen aanslaan want deze radiovriendelijke alternatieve indiepunkpop werkt zeer verslavend. Tipje.

INFO www.myspace.com/ihearthiroshima

Marina & The Diamonds

Marina & The Diamonds: frisse speelsheid van een popdiva-in-wording

Geschreven door

De 24 jarige half Welshe, half Griekse Marina Diamandis schiet de hoogte in met het debuut ‘The family jewels’, frisse, zwierige hitparade en balladpop, voorzien van een stevige scheut elektronica, bombast, galm en kitsch en die een mate van theatraliteit en dramatiek uitstralen. Een meerwaarde is alvast de uitbundigheid, de levenslust en zelfverzekerde houding van de mooi ogende jonge Diamandis, die over een expressieve stem beschikt. Ze voelt zich duidelijk goed in haar vel. Ze entertaint haar fans door haar performance en choreografie. Mooi is het allemaal, de act, de attributen en de kledingwissel met een gepaste dosis zelfrelativering.
De singles “Hollywood” en “Mowgli’s Road” kregen al heel wat airplay en zorgden ervoor dat ze binnen de ganse rits vrouwelijke opkomende artiesten Ellie Goulding, Little Boots, La Roux, Florence Welsch en Kesha al haar plaatsje innam. Trouwens, ze eindigde nog tweede in de race naar de BBC’s sounds of 2010. Tja, ze kijkt op naar artiesten als Gwen Stefani, Britney Spears, Kate Perry en de gadgets van Lilly Allen en Lady Gaga. Op een speels enthousiaste wijze verwerkt ze er invloeden van. Maar ook de intimiteit van een Regina Spektor en Heather Nova, de wave van Toni Halliday van het oude Curve, Catherine Ringer van Les Rita Mitsouko en Natasha Khan van Bat For Lashes. En tot slot kunnen we niet omheen Amanda Palmer (Dresden Dolls) en Kate Bush in de gimmick, de gig en de muziek.

Een goed uur lang kregen we deze zaken voorgeschoteld van Marina & The Diamonds en flitsten de invloeden ons door het hoofd. Ze goochelde maar al te graag met haar stem en ondanks het feit dat het er misschien soms over was, hielden we van de frisheid, de groovende, huppelende ritmes en haar uitstraling. In de eerste songs “Girls”, “17”, “The outsider”, “I am not a robot” en “Oh no” was het duidelijk dat zij zich ontpopte als een grootse popdiva-in-wording en dat ze er stond als artieste. De synths en toetsen gaven kleur en dynamiek. De singer/songwritster in haar kwam naar boven in het ingetogen “Numb” dat ze solo speelde op piano en “Obsessions”, die een spannende opbouw had. Op “Shampain” hoorden we zwaar aangezette partijen en een disco tune, die net als de single “Hollywood” en “Guilty” de nokvolle Rotonde aanzette tot de eerste danspassen. Ook het nieuwe “Rootless” bleek een veelbelovend nummer.
In de bis keken we eerst op naar de lingerie die in haar kleedje was verwerkt en kregen we een stevige “Mowgli’s road”, die de diverse stijlen van haar sound overtuigend samenvatte …

Ondanks de stijgende populariteit waande ze zich in haar living room. De toekomst wenkt van een grootse artieste, die performance, entertainment en gig evenwichtig verdeelde …als een volleerde actrice en zangeres ging ze te werk, zoals op een reclamespot … je bent jong, spontaan en joviaal … je wilt wat … én je kan wat … Die kans nam ze … en wij namen de kans met beide handen om haar nog te zien in de kleine pittoreske Rotonde …

Organisatie: Botanique, Brussel

Band of Skulls

Band Of Skulls: rock’n’roll pur sang

Geschreven door

Trouwe Botaniquebezoekers weten het ondertussen reeds langer dan vandaag … een verstandig muziekfan is beter op tijd want meestal zijn de voorprogramma’s nieuwe ontdekkingen die wel eens groot zouden konden worden.
Gisteren konden we reeds het Ierse Sisters Lovers bewonderen bij Kate Nash maar vandaag koos de Botanique voor nieuw Belgisch (nu ja, half Italiaans) talent met de groep Romano Nervoso.
Meteen bleek dat de groep zijn naam niet gestolen heeft want vanaf de eerste momenten gedroeg zanger
Giacomo Panarisi zich als een Mike Patton in zijn jonge dagen. Al snel bleek het podium voor deze mens te klein en razend enthousiast liep hij doorheen de Rotonde op zoek naar vrouwelijk schoon, en vooral op zoek naar waar deze groep recht op heeft : een beetje erkenning.
Toegegeven, Waalse topbands zijn op je één hand te delen maar deze groep maakte een soort van aanstekelijke stonerock die verrijkt was met invloeden als de vroegere ZZ Top of Wolfmother, maar vooral door een waslijst van groepen die de jaren ’70 onveilig maakten (en dan grabbelen we terug in onze platenbakken om ergens uit te komen bij Thin Lizzy).
Giacomo is zonder twijfel één van de meest aangename podiumbeesten die ik gezien heb, zonder ooit zijn waardigheid te verliezen en natuurlijk kon deze grapjas het niet laten om naar de huidige Belgische politiek te verwijzen en in twee talen sprak onze vriend zijn wens uit dat België vooral België mocht blijven.  Om dit te staven kwam onze lolbroek op het einde van het optreden plots opdraven met een gemeentebord van La Louvière … neen, we zien niet alle dagen zo’n act maar dit waren geen amateurs, dit was Waalse klasserock die je een kans moet geven….

Klasserock was wel het minste wat je van de nieuwe belofte Band Of Skulls kan zeggen. Russell, Emma en Matt mogen dan wel Brits zijn tot op het bot, toch klinkt hun debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’ zeer Amerikaans en meteen denk je aan fantastische releases op Touch & Go Records, of zoiets als Subpop in de begindagen. Blijkbaar heeft ook het Belgische publiek dit begrepen want de Rotonde zat goed gevuld ook al was het niet zo lang geleden dat dit trio hun showcase gaf in de Witloofbar, en zanger Russell Marsden kon het dan ook niet laten om hier een grapje over te maken, “Last time we were here, we played in the basement”. Als er zoiets als een Botanique-hiërarchie bestaat, dan spelen deze Engelsen de volgende keer in de Orangerie want dit was één van de fijnste concerten die ik de laatste tijd mocht aanschouwen.

Het geluid van deze mensen is quasi perfect te noemen. Emma’s bass trilt zo hard dat je daadwerkelijk de Rotonde voelt trillen terwijl Russell over een ongelooflijk breed gamma van pedalen beschikt en die ook daadwerkelijk gebruikt. Trouwens zelden gezien maar bij bijna elk nummer kreeg Russel een andere gitaar toegediend wat Band Of Skulls deed aanvoelen als een groep die over oceanen van gitaargeluiden beschikt.
Soms is het psychedelisch, soms denk je aan Kings Of Leon, soms denk je aan Galaxie 500, soms aan de onderschatte Nikki Sudden, even zelfs aan Neil Young maar binnen een paar jaar zal je vooral aan Band Of Skulls denken want deze groep heeft alles in zich om zeer groots te worden.
Rock ’n’roll pur sang, maar zeker niet met het verstand op nul. Prachtconcert en meer moet je daar niet aan toevoegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Delphic

Acolyte

Geschreven door

Delphic is een beloftevolle Britse band. Ze hebben op hun debuut aanstekelijke, dromerig en soms dansbare songs klaar. In de tien nummers brengen ze popelektronica, rock, punkfunk, postpunk en ‘80’s synthpop samen, en er flitsen beelden van Pet Shop Boys, Bloc Party, Hot Chip, The Klaxons, LCD Soundsystem en Friendly Fires voor de ogen. Inderdaad, ze creëren een mooie, broeierige muzikale formule die een hoge graad van hitpotentie heeft, waaronder songs als “Doubt” en “This momentary”. Ook de drie lange tracks op de cd, “Counterpoint”, “Remain” en de instrumentale titelsong hebben een variërende, intrigerende opbouw, betoverende, bezwerende ritmes en klinken uiterst boeiend door de rijke invloedssferen. De synths en soundeffects nemen een prominente plaats in. Knap, leuk en goed is het debuutalbum.

Pagina 825 van 966