logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...

Band of Skulls

Baby darling doll face honey

Geschreven door

Het Britse Band Of Skulls uit Southampton van het trio Russell Marsden (zang/gitaar), bassiste Emma Richardson (bas/tweede zang) en drummer Matt Hayward plaatsen zich meteen in de spotlights met het overtuingende debuut ‘Baby darling doll face honey’. Ze brengen Led Zeppelin, The White Stripes, The Black Keys, The Kills, The Raconteurs, Black Mountain en het oude Smashing Pumpkins samen.
Toegankelijke en aanstekelijke garagerock’n’roll, rauwe en vunzige stonerblues en een stevige scheut alternatieve indierock. Ze behouden een subtiele melodielijn en verliezen zich niet in oeverloze soili. Allemaal gedoseerd en beheerst. De samenzang geeft kleur aan het materiaal.
De eerste songs “Death by diamonds & pearls” en “I know what I am” scherpen meteen de aandacht. Op de plaat vinden we ook enkele heerlijk ballads als “Honest”. Of je geraakt gefascineerd door Led Zeppelin op “Hollywood bowl”. De afsluitende songs “Blood”, “Dull gold heart” en “Cold fame” klinken uitermate doorleefd en durven refereren naar de begindagen van The Smashing Pumpkins van het oude ‘Gish’ door de sfeervolle, dromerige intensiteit, de variaties en de tempowisselingen.
Band Of Skulls zorgt voor schurende emotionaliteit en broeierige, bezwerende trips … straf, onweerstaanbaar en fraai …eerlijk, puur en oprecht …

Kate Nash

Kate Nash: ruwe bolster, maar blanke pit?!

Geschreven door

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

Harlem

Harlem: dartele veulens vallen live wat licht uit …

Geschreven door

Aangekondigd in het Beurskaffee bleek het concert door te gaan in de Zolderzaal die we na een ellenlange reeks trappen bereikten. Unieke locatie waaraan een prachtig terras hoog boven Brussel is gekoppeld en die tijdens de zomermaanden gebruikt wordt om enkele muziekfilms te projecteren. Ook hier dezelfde ziekte als in zoveel grote steden: veel te lang wachten om het optreden te laten beginnen waarna men de groep voortijdig laat stoppen. Het overkwam hier ook het Israëlische Tv Buddhas, die ik onlangs nog zag schitteren in de 4AD. Hier waren ze een stuk minder maar dat had veel te maken met de akoestiek. Hun aan de seventies schatplichtige harde rock bleef te veel galmen onder de metalen dakplaten. Toch was het weer genieten van die spetterende gitaren, een aan Zen Guerrilla herinnerende brulboei en een ,ondanks haar wel erg rudimentaire spel, adembenemende drumster.

Harlem, afkomstig uit Tucson, Arizona maar inmiddels verkast naar Austin, Texas, had minder te klagen van de klank maar toch bleek dit een slag in het water. Nochtans heeft dit drietal twee behoorlijk goeie platen uit met de niet mis te verstane titels ‘Free drugs’ en ‘Hippies’. Op vinyl weet hun rammelpop, een soort Black Lips light, wel te beklijven maar live viel dit veel te licht uit. De bandleden sprongen als dartele veulens in het rond maar dat kon niet verhelpen dat de voortdurende samenzang wat klungelachtig overkwam. Bovendien was zanger/drummer/gitarist Michael Coomers (het kan ook Curtis O'Mara geweest zijn, beiden spelen gitaar en drums en zingen en wisselen regelmatig van plaats) serieus dronken. Sommigen kunnen dit euvel ombuigen in een voordeel (cfr Jack Oblivian), hier was het ronduit gênant. Na zowat de hele ‘Hippies’ lp erdoor te hebben gejaagd volgden op het einde nog de krakers van de eerste plaat "Psychedelic tits" en "Caroline" maar zelfs dat kon het schip niet meer behoeden van het kapseizen. Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zeur want zowat de ganse zaal stond zich in het zweet te dansen en wordt Harlem straks nog een hele grote.

Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

The City

The City

Geschreven door

De Antwerpse zwaar getatoeëerde rockers van The City komen met een pittig album op de proppen. We horen vooral Guns ‘n’ Roses, maar de meligheid van die band hebben ze gelukkig niet overgenomen. In plaats daarvan heeft The City wat rauwe punk opgenomen in hun sound, en dat levert knappe brokken punkrock op als “Hate to love you”  en “Ghostship”.
Echt origineel is het allemaal niet, maar de band produceert overtuigend een vettig en stomend hard rock geluid met een punky edge. Pretentieloze straight edge rock, zeg maar. Het klinkt alleszins lekker.

Check op www.myspace.com/thecity13 of
www.faktorecords.be

International Hyper Rhythmique

Uncity Nation

Geschreven door

Bij vele Franse indiepopgroepjes heb je na het beluisteren nogal vaak het ‘net niet’-gevoel en dat is grotendeels te wijten aan het feit dat de Fransen zich wel eens durven bezondigen aan het zich blind staren op buitenlandse kopieën wat hun vaak niet meer maakt dan een flauw afkooksel.
Deze nieuwe band International Hyper Rhytmique zijn echter een uitzondering op de regel en dat merk je meteen al bij de eerste tonen van hun debuutcd, gewoonweg omdat het veel origineler  is dan de rest ook al hebben ze goed begrepen dat shoegaze weer in is. Dit trio kan je ook omschrijven als het familiebedrijf Martial-Guilhem want die zijn broers en zussen (we kunnen moeilijk geloven dat je niet ontroerd zal geraken door de vrouwelijke zang van Laurence) en het is duidelijk dat deze drie perfect op elkaar ingespeeld zijn, ook al lijkt deze plaat soms een beetje op een zoektocht naar welk geluid nu het best bij hun past.
Zo is “Six AM” niet ver af van een poppy Magnapop terwijl een nummer als pakweg “Carry Out” verwijst naar Mazzy Star of is “Fucked Up” iets als Granddaddy met vrouwelijke vocals (en dus geniaal prachtig).
We kunnen inderdaad over ieder nummer wel iets anders schrijven en dat maakt het misschien bij momenten een beetje een onsamenhangend geheel maar het is beslist een groepje die wat aandacht verdient. Volgens de laatste webberichten zou dit Frans trio weldra in de States spelen, als ze dus ooit groot zullen worden dan weet u meteen waar u het eerst over ze gelezen hebt …

Balthazar

Applause (2)

Geschreven door

’Applause’, de eerste plaat van de Belgen van Balthazar is een absolute voltreffer. De band rond Maarten Devoldere en Jinte Deprez is natuurlijk ook niet de eerste de beste. Begonnen in 2004 won Balthazar  al snel Westtalent, het rockconcours van de provincie West-Vlaanderen. In 2006 stond de groep samen met The Hickey Underworld en The Black Box Revelation in de finale van Humo’s Rock Rally. Won Balthazar niet, dan kaapte ze wel mooi de publieksprijs mee. Daarna scoorde de band in diverse hitlijstjes met de eerste twee singles “This is a flirt” en “Bathroom lovin’ situations”. Balthazar speelde al diverse keren in het buitenland én op verschillende grote festivals als Dour, Marktrock en Dranouter.
Nu komen ze eindelijk met hun debuutalbum en die weet ons duidelijk te bekoren. Wie de catchy single “Fifteen Floors” ondertussen niet kent, leefde de voorbije maanden op een andere planeet: een leuk pianodeuntje, een zeer meezingbaar refrein en een dreigende bas. De hele plaat is trouwens opgebouwd rond de (groovy) basgitaar die gecombineerd wordt  met heerlijke melodielijnen en nonchalante en vaak meerstemmige zangpartijen. Op gepaste tijdstippen voegt men er nog wat vioolklanken bij en zo komt men tot elf heerlijke popnummers die stuk voor stuk zeer radiovriendelijk zijn. Hoewel de band beïnvloed is door groepen als Artic Monkeys, Das Pop, Gorillaz, The Streets heeft men onmiskenbaar een eigen geluid.
Iedere luisteraar en fan van de band zal bij het beluisteren van deze plaat zijn favoriete nummers hebben, maar als wij er enkele moeten uithalen zijn dat naast de genoemde single ook het puntige “Morning”, het tegendraadse en Millionaire-achtige “Hunger at the door” en “Blues for Rosann” waarbij de intro nogal aan Portishead doet gelijken. Ook “Throwing a ball” is een fantastisch nummer dat heel lang in je hoofd blijft hangen. Een luid applaus dus voor de debuutplaat van Balthazar!

Bear In Heaven

Beast rest forth mouth

Geschreven door

Tja, die psyche roch heeft toch wel iets na de muzikale uitspattingen van Animal Collective, Fuck Buttoms en Yeasayer in de voetsporen van een Flaming Lips en Spacemen 3. Of het nu wat rauwer, dynamischer, lieflijker, dromerig of avontuurlijk klinkt, verrassend blijft het wel. Bear In Heaven uit Brooklyn, NY past probleemloos in het rijtje. Ze hebben op hun doorbraakplaat ‘Beast rest forth mouth’ een boeiende, bezwerende en broeierige luistertrip klaar onder de ruimtelijk zalvende zang van Jon Philpot. Popelektronica, ijle keyboards, indiewave, krautrock en classic rock uitstapjes sieren de plaat. Het zijn niet alledaagse maar onweerstaanbare popsongs, die vernuftig in elkaar zitten en een fraaie, aanstekelijke, groovende sound hebben. We zijn onder de indruk van die pulserende, opzwepende, spannende en minimalistisch opbouwende ritmes. Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht. “Wholehearted mess”, “You do you”, “Lovesick teenagers”, “Dust cloud” en “Casual goodkbye” tonen aan tot wat moois de band in staat is! Laat gerust je fantasie er maar op los, want deze band slaagt erin je mee te drijven in hun zweverige (synth)trips …

The Black Heart Procession

6

Geschreven door

The Black Heart Procession, de band uit San Diego rond de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel, zijn toe aan hun zesde cd, simpelweg ‘6’ genaamd. De cd hoes is sprekend met twee tegenover elkaar staande kruisen. Het weinig vrolijke gezelschap brengt muzikaal een intens pakkende, doorleefde tristesse met verhalen over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( btw dit jaar wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!). De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle toetsen, vioolpartijen, gevoelig gitaargetokkel en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven, wat een donkere intimiteit in een breder rockend concept betekent. Rootsamericana durft het zelfs te gaan, zoals op “Witching stone”, “Forget my heart” en “Suicide”.
Sfeerdragers binnen hun doom zijn dan “Wasteland”, “Heaven & hell” en “In sulu” zijn dan pareltjes door Jenkins’ klaagzang en het gitaargetokkel, de pianotune en de zingende zaag, die zorgen voor de subtiliteit en klankkleur.
Op ‘6’ komt de band er alvast beter uit dan op vorige platen …

Flying Lotus

Cosmogramma

Geschreven door

Binnen de elektronica hebben we er een nieuwe weird bij, Flying Lotus aka FlyLo alias Steven Ellison, Usa. Hij is een elektronicabricoleur, in de voetsporen van Aphex Twin, Squarepusher, Venetian Snares en Mouse On Mars. Geen hapklare songs dus, maar een ingenieus avontuurlijk en broeierig brouwsel van underground elektronica, klassiek, hiphop en dance. De muzieklagen boxen niet tegen elkaar op en gaan niet over elkaar, maar de overgangen zijn er om sfeer te creëren. Een soort ‘I can do all things princip’. We horen alvast een vlammende start van korte gejaagde, verontrustende songs en kunnen even op adem komen op “…And the world laughs with you”, een song met Thom Yorke. Hij neemt wat gas terug en de klemtoon komt op sferische stukken met spacy sounds, jazz en triphop. Een closing final horen we alvast met “Sance op the pseudo nymph” en “Table tennis”, kunststukjes door weergaloze handclaps en pingpongballs.
‘Cosmogramma’ is mans werkstuk genaamd…een nieuw elektronica wonder is opgestaan … Hou er maar rekening mee …

Magnapop

Chase Park

Geschreven door

Voor de iets oudere muziekliefhebber doet Magnapop ongetwijfeld een fijn belletje rinkelen. De band rond zangers Linda Hopper en gitariste Ruthie Morris bestaat al sinds begin jaren negentig. De band uit Atlanta won eerst aan populariteit in de Benelux waarna de rest van Europa en nadien ook de VS voor de bijl gingen.
De eerste twee realeases van de band werden  geproduced door ene Michael Stipe, midden jaren negentig zou hij de band zelfs meenemen naar Europa met de ‘Monster’-tournee van zijn eigen band. Magnapop scoorde vooral met de albums ‘Magnapop’ (1992) en ‘Hot boxing’ (1994) en met de nummers “Slowly Slowly”, “Open the door” en de onvervalste klassieker “Lay it Down”.
De band kende nadien wat personeelswissels en verzeilde in de anonimiteit. In 2005 verscheen de band even terug op het toneel met het weinig succesvolle ‘Mouthfeel’.
Anno 2010 doen ze opnieuw een poging om op de voorgrond te treden en brengen ze het album ‘Chase Park’ uit. De band speelde onlangs op het nieuwe ‘Masters of Rock’-festival in Torhout en later deze maand hebben ze nog een aantal andere optredens in België en Nederland.
Het leek ons daarom de moeite om de nieuwe plaat van naderbij te bekijken. Het valt meteen op dat Magnapop na al die jaren als twee druppels op de band uit de begindagen lijkt. De stem van Linda Hopper is nog steeds dezelfde en ook het gitaarwerk van Morris is amper veranderd. De band speelt nog altijd up-tempo nummers  en staat voor pop met een klein punkrandje. Jammer genoeg zijn er op deze nieuwe cd geen nummers te vinden die ook maar een beetje in de buurt komen van de vroegere hits, geen enkel nummer komt zelfs maar even boven de middelmaat. Misschien dat nostalgische fans van het eerste uur hier iets aan zullen hebben, voor ondergetekende is dit album een zware tegenvaller.

Pagina 826 van 966