logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
giaa_kavka_zapp...

John Garcia

John Garcia plays Kyuss – de legende herleefde …

Geschreven door

’Desert ‘rock… Begin jaren ’90 was Kyuss één van pijlers van deze unieke muziekstijl, samen met de grunge verantwoordelijk voor flinke, begeesterende korrelende gitaarriffs, een dreunende en ronkende diepe bas en een zware logge ritmesectie, die je in een trippende, psychedelische trance bracht. Kyuss was een legendarische band en een mijlpaal in het genre. Check er de groepsleden maar eens op na: gitarist Josh Homme die dan z’n eigen weg ging met QOSA, Them crooked vultures, aan de wieg lag van Eagles of death metal en als gastgitarist fungeerde bij Screaming Trees, enz. Nick Olivieri die ook dan ook deel uitmaakte van QOSA, Alfredo Hernandez bij Fu Manchu en Brant Bjork die z’n eigen projecten had. En tot slot zanger John Garcia die met z’n verdwaalde, soms hoog uithalende vocals de grauwe sound elan gaf; hij richtte nog Slo-burn en Hermano op. Een cv om U tegen te zeggen. Om dan nog niet te spreken van hun producer Chriss Goss, die z’n stempel drukte op de woestijnrock en met de Masters of reality z’n eigen ei kwijt kon … Kijk, dit zijn zaken gegrift in onze muzikale encyclopedie …
In de (te) korte muzikale geschiedenis tellen we drie cd’s, ‘Blues for the red sun’ (’92), ‘Welcome to sky valley’ (’94)en de definitieve doorbraakplaat ‘ … And the circus leaves town’ (’95); het kwartet putte uit de energie en dynamiek van Led Zeppelin, Black Sabbath enHawkwind.
Na de uitgebreide, uitputtende wereldtournee in ’95 hield de band het voor bekeken. Intussen hebben we kunnen genieten van enkele memorabele concerten in de Vooruit btw!, en op Pukkelpop van deze niets ontzeggende, in een moeras verzonken, woestijnrock. Een ‘wall of sound’ creëerde het viertal toen, met op elkaar gestapelde boxen zoals we dat nog hebben gezien bij bands als Rollins Band, Foo Fighters, Sunn O)) en Motorpsycho.

15 jaar later is de muzikale legende ‘stills alive’ … het eerste concert was in geen mum van tijd uitverkocht. Een tweede concert werd ingelast in de namiddag en op die manier kon elke doorwinterde en gegadigde Kyuss fan nog eens z’n hartje ophalen. Ons hart klopte beduidend sneller en de adrenaline stroomde door de aderen, toen de band na een klein half uur goed op dreef was gekomen en het publiek overdonderde met onnavolgbare soli en dreunende basstunes die verrassende en onverwachtse wendingen ondergingen, en opgezweept werden door de bezwerende drums met daaroverheen de overwaaiende, indringende vocals van Garcia.
Hij beschikte over een jonge band, die het Kyuss materiaal beheerste: Rob Snijders en Jacques de Haard, ex Celestial Season uit Nederland en Bruno Fevery, die we kennen van z’n werk bij Arsenal en Monza, die trakteerde op geniale riffs. Samen deden zij gedurende een kleine twee uur de Kyuss magie herleven, deden de temperatuur in de Vooruit stijgen en speelden heerlijke jams.
Garcia liet met z’n begeleidingsband een erg ontspannen indruk na en droeg z’n publiek nauw aan het hart. De eerste songs “Molten Universe”, “Demon cleaner” en “Thumb” waren maar vingeroefeningen op wat komen zou … ze brachten al de eerste rijen in beweging. De typische ruige, groezelige, korrelige sound maakte zich meester en explodeerde op de snedige, intens bedreven en slepende songs “Hurricane”, “Allen’s wrench”, “Odyssee”, “Asteroid” en “100 degrees”door de krachtige drums, de cymbalen, en door de gitaarlicks, -hooks en -uitbarstingen. “Spaceship landing” kwam net op tijd om even weg te dromen onder de vloeistofprojectie op de achtergrond, maar werd meteen gevolgd door dampende, kolkende en straffe versies van “El rodeo” en “Freedom run”. “One inch man” hield het tempo strakker. We voelden het opwaaiende zand van de woestijn in de ogen door de spannende, broeierige, rauwe intensiteit van een verbluffend lang uitgesponnen “White water”, die de set beëindigde.

Kyuss produceerde geen ‘wall of sound’ als vroeger, maar de bezwerende, rockende sound was nostalgie ‘pur sang’ … in een soort snelvaart –motorcyclerunning - kregen we er een “Green machine” bovenop, wat maakte dat het kwartet een topconcert speelde. Badend in het zweet en overdonderend van de manier hoe het kwartet op elkaar ingespeeld was, bleven we verdwaald achter. In de originele bezetting zal Kyuss niet meer bij elkaar komen, gaf Garcia nog mee maar zag samen met z’n nieuwe kompanen en een enthousiast publiek dat het erg goed was.

Support was Kingdom, een zijproject van één van de Amenra leden … massief, slepende werkstukken, zacht, zalvend en soms loodzwaar …maar minder dreigend en onheilspellend door de filmische soundscapes en postrock …

Organisatie: Democrazy, Gent

Flip Kowlier

Alternatief reggaefeestje voor de familie

Geschreven door

Ondanks de druilerige regen waren we op weg naar een zonnig feestje. Na lang overwegen werd het uiteindelijk toch niet het optreden van de Kyuss-zanger (dat op dezelfde dag geprogrammeerd was door Democrazy) maar wel naar de voorstelling van Flip Kowlier’s nieuwe cd.
Als opwarmer kregen we eerst een groep uit Gent, Luie Lover. Deze 6 koppige formatie was in de wolken doordat ze de kans kregen om hun muziek voor zo’n groot publiek (want inderdaad ondanks de reggae kan Kowlier blijkbaar nog steeds zalen doen vollopen) te kunnen spelen. Het probleem met Luie Lover is dat ze teveel kijken naar hun grote voorbeeld, Doe Maar. Door de combinatie van ska, reggae, nederpop en een stem die klinkt als één van boven de Moerdijk maakt deze band meer geschikt voor een lokale barbecue dan voor de Balzaal van de Vooruit. Ergens verwacht je op ieder moment een cover van Doe Maar, maar daarvoor moesten we nog een tweetal uurtjes wachten.
De Nederlandstalige bewerking van UB40’s “Food for thought” mocht er best wel wezen maar je moet al van zeer slechte huize zijn om dit reggaemonument volledig om zeep te kunnen halen. Sympathieke jongens, tof feestgehalte maar een zwaar gebrek aan eigen geluid.

Van een echte opwarming kon je dus niet echt uitspreken, dus was het meer uitkijken naar Fllip Kowlier’s nieuwe muzikale obsessie, de reggae.
Zijn nieuwste cd ‘Otoradio’ mag dan wel de sfeer uitstralen van een Jamaïcaans strand maar is toch opgenomen in Bonheiden. Een snelle blik doorheen de zaal deed ons ook al vlug besluiten dat een optreden van Flip Kowlier vooral familie-entertainment geworden was.
Opvallend veel jonge kinderen vormden de eerste rijen van het publiek en op zich is dit een heuglijk feit, alleen…het aantal kinderen op andere rockconcerten is op je één hand te tellen.
Maar neen, Flip Kowlier maakt al lang geen rockconcerten meer.
£Deze West-Vlaamse sympathieke kerel weet al langer dan vandaag dat hij een publiek (en met succes) kan bespelen dat ergens zweeft tussen de alledaagse populariteit van VTM en het alternatieve karakter van Studio Brussel, en waarom zou je deze succesformule nu plots drastisch gaan veranderen?
En toch, durft Flip Kowlier het aan om met een volledige reggae-cd aan te komen draven. Enerzijds kun je met een reggae-cd geen mooier visitekaartje hebben voor de komende zomerfestivals maar anderzijds bestaat er een groot gevaar dat zijn (trouw) publiek wel eens massaal zou kunnen afhaken. Het werd zelfs geen compromis want voor me lag de setlist waar je duidelijk kon op aflezen dat dit een volledig reggaeconcert ging worden. Zelfs de weinige klassiekers (“De grootste lul van ’t stad” en “Welgemeende fuck you”) die hij bracht werden voorzien van een mooi dubreggae-jasje.
Dubreggae, zegt u?
Inderdaad, Kowlier verkoos niet de platgereden reggaemuziek uit de jaren ’80 van UB 40 of Big Mountain maar greep terug naar de essentiële roots en gesteund door schitterende muzikanten begon je wel eens te denken aan de legendarische Sly & Robbie, en vooral wat zij deden op Serge Gainsbourg’s klassieker “Aux armes et caetera”.
Alternatief met een commerciële populaire inslag dus, want ook al dacht men ooit dat Flip Kowlier de nieuwe koning van de luisterliedjes (niet dat als ik Gentenaar er ook maar één woord van versta) ging worden moet toezien dat Kowlier er geen probleem mee heeft om meezingers te componeren.
Dat was ook niet anders toen hij  meteen met het tweede nummer de zaal op de tonen van  “Mo ba nin” met succes het refrein liet meebrullen.
De tropische sferen verspreidden zich al vlug in de Gentse Balzaal (en het was niet door de hitte alleen) en net op het moment dat je denkt dat de commercialiteitfactor in het rood dreigt te springen, redt Kowlier er zich uit met één of ander geniale vondst die je maar zelden in het Nederlandstalige popcircuit tegenkomt.
O en Doe Maar? Als bisnummer koos Kowlier “Is dit alles?” wat samen gebracht werd met die andere Doe Maar-klonen: Luie Lover.

Gezellig concert en als je hem tijdens één of ander festival gaat tegenkomen: blijf kijken…

Organisatie: Democrazy, Gent

Various Artists

R&B Hipshakers Vol 1 – Teach me to monkey

Geschreven door

Fans van soul en r&b zullen zeker opgetogen zijn met het feit dat Vampi Soul besloten heeft om het beste uit de stal van King en Federal Records op cd uit te brengen. Deze cd werd samengesteld door DJ Mr Fine Wine en biedt een mooi overzicht van wat dit legendarische label ooit te bieden had.
King Records bestond in 1943 als countrylabel maar beetje per beetje werd de soulmuziek in hun repertoire opgenomen en toen in 1950 The Flames (kenners zullen meteen weten dat dit de groep van James Brown was) aan boord kwam, besloot platenbaas Syd Nathan dat het tijd werd om het sublabel Federal Records uit de grond te stampen. Later ontstond er trouwens tussen Syd en James een juridisch gevecht om de rechten van de nummers aan te kaarten, maar dat is een ander geval.
Zowel op King als op Federal verschenen talloze singles van legendarische namen als Hank Ballard, Joe Tex, Johnny Guitar Watson of Freddy King.
Het moet niet gezegd te worden dat al deze 45 toeren plaatjes vandaag onvindbaar geworden zijn en als u ze ooit tegenkomt hebt u best het nodige geld bij je want ze zijn allen één voor één collector.
Maar ‘R & B Hipshakers Vol 1’ is het eerste deel uit een toekomstige reeks verzamelaars en hier vindt u een selectie van 20 nummers die het woord soul, rock’n’roll of r&b waardig zijn.
Het zijn niet echt het soort nummers die je kent van de radio maar een echte ongeopende schatkist die je diep in de underground van de jaren ’60 brengen.
Deze cd - editie is uitgebracht in een prachtig digipackformaat …


Balthazar

Applause

Geschreven door

Balthazar - De Wijze Wijzen uit het Westen - Applause voor en van Batlthazar
Balthazar oogst Applause. In alle betekenissen van het woord. Het zwanger worden duurde jaren met een halve EP-abortus ergens op de in-vitro-weg. De bevalling zelf was nog een groovy aanzet tot in Noorwegen, maar het kind is gezond. En wel ! De Kortrijk-Gentse ouders presenteren een origineel geboortekaartje. Met invloeden, maar zonder na-aaptrekjes. Balthazar is Balthazar en ‘Applause’ (toch enige grootheidswaanzin?) een debuutplaat die - op zijn Gents – meer dan ‘wijs’ is.
De heren - en vrouw -  wonnen in 2006 de publieksprijs van Humo's Rock Rally met ietwat foute folky songs als “Lorraine” en “Lost and Found”, maar bewijzen dat ze onderhand klaar zijn voor het echte werk. Een resultaat van geduld en veel live performances, zo gokken we.
Van bij de eerste piano-aanslagen hang je vast en word je meegetrokken naar de sterke funky-groovy climax van Afrekeningfavo en eerste single/hit “Fifteen Floors”. En dat kabbelt catchy verder met “Hunger at the door” om lekker door te bassen en strijken met “Morning”. Bass en strijk, de maïzena zo zal blijken van Balthazar.
Een noemer vastpinnen is moeilijk, gezien ook de afwisseling van (lead)zanger. Weinigen zien in hun muziek de invloed van triphopbands als Portishead, zoals de lome beats en heartfelt zanglijnen van frontman Maarten Devoldere, de Bob Dylan van de band. De nummers waarop die andere frontman, Jinte Deprez, het voortouw neemt, zijn meer Beatlesque: slimme, catchy popdeuntjes die iets meer naar de benen mikken dan naar het hoofd. Zo gaat “Wire” er bijzonder poppyvlotjes door, wat gevolg wordt door een zeurderig-dromerige “I’ll stay here”, een beetje de song zonder meer voor ons.
Blues for Rosann” is dan weer sterk op zijn Batlthazars: bass, vleugje pop en meezingbaar: hitpotentieel dus en dat label moet je meerdere nummers wel meegeven. “Throwing a ball” start drums- en bassgewijs aanstekelijk eighties-like en blijft wel boeien - op het breakmoment halverwege na - waarna het weer hoofdknikkend verder popt.
“More ways” heeft alweer dat hitgevoelige meezingding – ja het koortruukje werkt– maar schuift een beetje af naar het einde toe.  Qua sound hebben de Balthazars aardig naar Phoenix geluisterd, de artrockband uit Parijs die onderhand iedereen kent van hits als “1901”, “If Ever Feel better”, ... En ook de albums van hiphopband Gorillaz staan in hun kast of op hun iPod, te horen aan de strakke bas-en-drum-tandem. De drums werden ingespeeld door Belgisch ritmische trots Mario Goossens, die op de plaat bewijst dat hij veel meer is dan de rockbom van Triggerfinger.
Op “The boatman” prikt de gitaar er gezellig tussen de grooves in en daar klinkt het dan weer – zoals velen vinden - Britpoppish (The Streets en Arctic Monkeys). “Intro” en “Blood like Wine” vormen precies een tweedelige afsluiter waarvan het laatste vooral blijft nazinderen.
Samengevat: laidback, schijnbaar nonchalant, maar vooral een eigenheid. Balthazar maakt het zichzelf makkelijk en moeilijk. Makkelijk omdat ze zichzelf zijn. En moeilijk om dat te blijven en te bevestigen. Maar nu is het alvast genieten van en met ‘Applause’!

CocoRosie

Grey Oceans

Geschreven door

De zusjes Casady van CocoRosie waren pioniers van de freefolk; een weird klankenpalet brachten ze van knusse, iets–niet-van-deze-wereld indiefolk/elektronica, allerhande bevreemdende geluidjes en bleeps, gedragen door een bed van haaks staande vocalen van de zusjes en beatboxer Tez.. Ze creëerden op die manier een eigen unieke, wondere sprookjeswereld.
De eigenaardig - en grilligheden van de eerste twee platen ‘La maison de mon rêve’ en ‘Noah’s ark’ van het kunstminnende cabaretier zijn duidelijk gefilterd en van de geniale gekte van vroeger is er dus minder sprake, iets wat we al op de vorige cd ‘The adventures of ghosthorse & stillborn’ hoorden. De zusjes zijn dus duidelijk geëvolueerd. Op de huidige cd klinken sfeervolle hiphopbeats, Oosterse en Indiase invloeden door. De schoonheid zit subtieler in elkaar en de songs laten zelfs een meer rustige indruk na; in z’n totaliteit klinken de songs minder bevreemdend en zijn ze toegankelijker geworden. En de zang van de zussen is naar elkaar gegroeid: Sierra’s operastem weet steeds dieper in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem is geëvolueerd naar een fraaie soms emotievolle hoge zang.
De CocoRosie herkenbaarheidfactor blijft torenhoog door de speelgoedgeluidjes en de kermiscarrousel, maar door de verfijnde, melodieuze, gemoedelijke, sfeervolle aanpak kunnen ze nog een breder publiek aanspreken.
Het samenhorigheid – kampvuur - gevoel brandt iets minder fel, maar blijft treffend en pakkend … zoals ze zelf omschrijven, “laat ieder mee zweven naar het rijk der geesten” …, dat al meteen wordt ingezet met een feeërieke, dromerige “Trinity’s crying”. Verder zijn er genietbare trips door de sfeervolle grooves van “RIP burn face”, “Lemonade” en “Gallows”. Een warme Oosterse sound klinkt door op “Smokey taboo”, “Hopscotch” en “Undertaker” (denk maar aan Loop Guru , Transglobal Underground en Ofra Haza!), die forser klinken door de explosiever worden beatbox en keelzang. Maar naast de fraaie samenzang is het vooral pianist Gael Rakotondrabe die zich in de picture plaatst op het materiaal. ”The moon asked the crow” en “Fairy paradise” hebben het meeste tempo. CocoRosie put uit vele muzikale bronnen en besluit overtuigend met een jazzy croon op “Here I came”.
CocoRosie blijft wel iets bijzonders & magisch bieden, subtiel, bedacht en doortrapt, ondanks de leuke betovering op het eerste zicht.
Hun vierde cd ‘Grey Oceans’ werd mee geproduceerd door Dave Sitek van Tv on the radio. CocoRosie onderscheidt zich en blijft een aparte band!

Ellie Goulding

Lights

Geschreven door

De knap ogende Londense artieste Ellie Goulding heeft een even knap debuut uit van treffende pop: onschuldige, subtiel in elkaar gestoken, dromerige, liefdevolle songs, die synthpop, disco en klassieke pop versmelten, met hulp van haar sparringpartners Starsmith en Fraser T. Smith. Haar even knappe vocals geven een geëmotioneerd timbre weer.
De 23 jarige sing/songschrijfster past in het rijtje van die andere beloftevolle artiesten Little Boots, Gabriella Cilmi, La Roux , Florence (& The Machine) en Marina (& The Diamonds). Met songs als “Starry eyes”, “Under the sheets”, “This love (will be your downfall)” en “Your biggest mistake” heeft ze alvast enkele beloftevolle singles uit. Kortom, Aardige Hitparadepop dus, niet meer, niet minder …

Field Music

Field Music (Measure)

Geschreven door

Er valt nogal wat te beleven op die plaat van Field Music, de band uit Sunderland UK, rond de broers David en Peter Brewis. De broers verwerken hun muzikale ideeënrijkdom in hun materiaal, en het was dan ook niet verwonderlijk dat de band kort daarna splitte. In 2007 trokken de broers op solopad, maar kwamen vorig jaar terug bijeen.
We horen knap intrigerende, soms zeer ingenieuze songs die toch diverse luisterbeurten vergt … doorworstelen geblazen …
We ontdekken een dromerige aanpak, doeltreffende gitaarlijntjes, een twinkelend pianospel, zalvende en overwaaiende orkestraties en hoekige ‘70’s retrorock die onverwachtse ritmische wendingen ondergaan en gedragen worden door een fraaie harmonieuze samenzang. Rijkelijk gearrangeerd, fascinerend, maar ook loodzwaar!
Er staan wel twintig nummers op de plaat, de toegankelijkheid is broos, maar geen nood, vooral de tweede helft klinkt eenduidiger en compacter, en dan sluipt de eentonigheid om de hoek.
De broers halen invloeden van XTC, David Bowie, Brian Eno, Tom Verlaine (& his Television) en de droomindie van Belle & Sebastian en Midlake aan.
Onderga alvast die grootse, meeslepende ‘Field Music’ trip …

Ruben Hoeke

Coexist

Geschreven door

Wat in Nederland toch al min of meer een gevestigde waarde is moet in België nog helemaal ontdekt worden. Als het er in het geval van Ruben Hoeke ooit nog van komt, want bluesrock is in muziekminnend België immers even populair als krulbollen bij bodybuilders.
Talentvol gitarist Ruben Hoeke (33) heeft, als zoon van de in Nederland toch niet onbekende bluespianist Rob Hoeke (jammerlijk in ’99 overleden), de blues trouwens met de paplepel meegekregen. Vanaf zijn veertiende speelde hij al in bluesgroepjes en hij deelde het podium niet enkel met zijn vader, maar ook met een gitaargod als Jan Akkerman.
In 2006 maakte de Ruben Hoeke Band hun eerste cd ‘Sugar’, met medewerking van o.a. The Lau en, alweer hij, Jan Akkerman. In 2008 ontving Ruben Hoeke trouwens de onderscheiding ‘Nederlands Beste Gitarist’. Er zijn er die met een minder indrukwekkend cv door het leven moeten.

Tot zover de geschiedenisles, nu even de plaat.
Als u op voorhand de term bluesrock in de mond neemt, leggen wij altijd de nodige argwaan voor de dag, want geen genre waar de muziek meer verdrinkt in torenhoge clichés als dit. Bands die daar op een gezonde manier weten omheen te spartelen zijn diegenen die onze en dus ook uw aandacht verdienen. Ruben Hoeke Band is, in de meeste gevallen toch, er daar één van. Trouwens, naast bluesrock staat hier ook nog pop, rock, soul en vette boogie op, dit is dus geen eenzijdig plaatje.
De eerste track “A change is gonna come” stelt al meteen het een en ander duidelijk : afgelikte blues is dit niet, gitaren wringen zich in alle bochten, drums roffelen lekker door, er zit gezond venijn in dit ding. Met een gloeiend “Boogie music” wordt er stomend doorgevlamd, en ook “stranger” is hete blues.
Toch kent de groep geregeld een dipje met flauwe poprock als “Close my eyes” en een vermeende poging tot rockballad in “The last goodbye”. Ook het banale rockertje “Midnight man”, dat live misschien wel voor de nodige heupbewegingen zal zorgen, is op plaat een beetje goedkoop, zo eentje van dertien in een dozijn.
Maar verder, geen kwaad woord. Het felle “Walking in the rain” wordt, hoewel geen grootse song, rechtgehouden door prima gitaargeweld van Hoeke en “Backstreet rambler”, dat voorzien is van een onvervalste Stones riff, is een potige rocker.
Afsluiter “True love” is een bluesballad in de trant van Gary Moore’s “Still got the blues”, maar de song overschrijdt nergens de grens van de meligheid, ook al komt er een viool aan te pas. Kan nog net, zeggen wij dan.
Al bij al is dit een knap album dat zich onderscheidt door het fraaie soleerwerk van een heus gitaartalent zonder dat die vervalt in pakweg de fratsen van een Walter –kijk eens mama zonder handen- Trout.

Info op www.rubenhoeke.com en www.myspace.com/rubenhoeke 

JJ

JJ: Zweedse genialiteit met stevige brok pretentie

Geschreven door

U weet het misschien nog niet maar waarschijnlijk heeft Democrazy afgelopen dinsdag de toekomst gezien. JJ zou misschien wel eens de komende jaren het hoogtepunt van de muziek kunnen worden en dit duo blijkt dit maar al te goed te beseffen en zo balanceerde gisteren de Charlatan dan ook tussen genialiteit en afstotende arrogantie.

Maar laten we eerst wat jong talent van hier in de kijker stellen. Door de hoogmoed van de Zweden verdween het Belgisch voorprogramma een beetje snel op de achtergrond, en ten onrechte. Groot was mijn vrees toen ik de zanger van Superlijm het podium zag opstrompelen met een Dinosaur Jr-T shirt want ondergetekende had net de dag voordien van deze noisemakers zowat het slechtste concert uit zijn leven gezien.
Maar Superlijm heeft iets waar Dinosaur Jr gebrek aan heeft: respect voor zijn publiek. Deze jongens zullen waarschijnlijk nooit de boeken van de muziekgeschiedenis halen maar ze slaagden er wel in om een mooi minisetje van een zevental nummers naar voren te brengen. Ze zijn jong, bescheiden en ze klinken als een moderne Weezer, een poppy vorm van Grandaddy en als al hun toekomstige nummers het kaliber halen van “Michael Jordan” zullen zij zelfs ooit als Superlijm klinken of om het in andere woorden te zeggen : deze jongens verdienen uw aandacht want hier zit zowaar muziek in.
En tijdens de set van Superlijm liep er ook een verwaande jongen met koptelefoon tussen het publiek en iedereen tonend dat hij sierlijk aan het genieten was van de muziek die hij koos. Die jongen bleek snel Joakim Benon te zijn, de helft van JJ.

Wie zijn die JJ nu eigenlijk? De hype der hypes.
Rough Trade maakte verleden maand hun derde album (subliem getiteld ‘N°3’) als album van de maand (wat in England zoveel betekent als absolute garantie voor het eindejaarslijstje), ze hebben net een Britse toer achter de rug met The XX en de Engelse pers neemt superlatieven in de mond die ze zelfs nooit voor Oasis gebruikt hebben. Net voor hun Amerikaanse toer (die waarschijnlijk de definitieve doorbraak zal betekenen) bezochten ze nog snel (yes, Democrazy, yes!) België en Italië. Ooit programmeerde Democrazy Nirvana in hun oude locatie en geen kat kwam er op af.
Gisteren kwamen een vijftigtal mensen af op deze nieuwe hype en de geschiedenis lijkt zich te herhalen. Het grote verschil is dat Kurt Cobain destijds een eenvoudige jongen was maar de piepjonge Joakim loopt nu al over van de kapsones want zelden zo’n ijdeltuit op het podium gezien, en geloof me vrij…ik heb al wat gezien.
Het rare aan de zaak is dat  het eigenlijk zangeres Enin Kastlander die alle eer naar zich mag trekken want gisteren smolt de voltallige (nou ja) Charlatan voor de stem van dit meisje, een kruising tussen Elizabeth Frazer en Enya. Terwijl Joakim de gehele set met de rug naar het publiek speelde besloot Enin af en toe eens vriendelijk goedendag te zeggen en op het einde durfde ze het zelfs aan om eens te zwaaien.
Terwijl Enin de prachtigste vocalen neerzette, mekkerde Enin de hele tijd in het Zweeds allerlei onzin over het geluid en waarschijnlijk ook over hoe fantastisch hij zichzelf vond.
Je mocht dan wel het merendeel van de set zijn rug aanschouwen (middenin de set draaide hij zich eens om om zijn bovenlijf te ontbloten en hij had er geen erg in om zichzelf geregeld te omstrelen), alsof dit nog niet genoeg was kon je op een videoscherm zien hoe onze held languit op een strand lag of met zijn arrogant smoel een sigaretje aan het roken was. En toch, geen mens die hem de arrogantie kwalijk nam.
Ook al had je op bepaalde momenten medelijden met de geluidsman van de Charlatan, bleek iedereen te beseffen dat deze Enin een genie is, een genie die weldra wereldbekend zal worden.
JJ’s muziek mag dan wel teruggrijpen naar het verleden (Belcanto, Slowdive, The Sundays, Enya) maar de briljante vermenging van shoegaze en moderne electronica (Port Royal, Orbital) doet je wegdromen, het leven rondom je vergeten…het doet je zelfs vergeten dat voor je de grootst verwaande kwast uit de toekomstige muziekgeschiedenis stond. Om de Democrazycirkel op passende wijze  rond te maken werd een cover van…Nirvana…gespeeld.
Lees deze review volgend jaar en het zou best kunnen dat u ze reeds in Vorst Nationaal hebt gezien.
En ja, u weet wie ze het eerst geboekt heeft in België maar herinner u ook waar je het eerst over ze gelezen hebt.

Organisatie: Democrazy, Gent

Wim Mertens

Wim Mertens Ensemble: vertrouwde klasse

Geschreven door

Dertig jaar duurt de carrière van Wim Mertens ondertussen al, in die periode verschenen er zo’n zestigtal platen waarvan de meest recente ‘Zee versus Zed’ gedoopt werd. Mede omwille van zijn internationaal succes krijgen wij Belgen niet al te vaak de kans om onze getalenteerde landgenoot aan het werk te zien.
Niet verwonderlijk dus dat de Ancienne Belgique dinsdagavond op een vol huis kon rekenen. Het Wim Mertens Ensemble bestond uit het strijkkwintet dat naast de stilaan als vaste leden te beschouwen Ruben Appermont (contrabas), Lode Vercampt (cello) en Bert Van Laethem (viool) gevormd werd door Tatiana Samouil (1ste viool) en Liesbeth De Lombaert (altviool). 
Vooral de eerste violiste kreeg bij herhaling de gelegenheid om muzikaal te schitteren. Haar glitter-bloes contrasteerde fel met de sobere outfit die de overige muzikanten gekozen hadden, de door haar geëtaleerde – en door de maestro en het publiek fel gewaardeerde - virtuositeit rechtvaardigde echter dat ze tevens letterlijk stond te schitteren. Ook de trompettist die tijdens het laatste uur het geheel kwam vervoegen, blies ons van onze sokken en dit vooral toen hij er tijdens “Birds for the Mind” vlot in slaagde om naadloos de door Samouil ingezette solo’s over te nemen. Een simpelweg sublieme symbiose!

Voor het overige valt er weinig nieuws te melden. Geen nieuws is desgevallend echter goed nieuws. Het eerste uur werd voornamelijk opgehangen aan het jongere werk (uit ‘Zee versus Zed’ en ‘The World Tout Court’), in het deel na de pauze werd grotendeels geput uit de talrijke classics die op ’s mans conto staan. We mochten dus genieten van een royale portie filmische muziek, een groot deel van het minimalistische werk dat hij creëerde, deed immers dienst als soundtrack bij een hele resem films (cinefiele muziekliefhebbers kunnen we doorverwijzen naar de vorig jaar verschenen 3CD-box getiteld ‘Music and Film’). Voorts hoorden we mooi gedoseerde hoeveelheden van dat typische ijle gezang waarmee Wim Mertens zo goed als zeker het vroege werk van Sigur Ròs geïnspireerd heeft.
Ook dat typische vingertje waarmee hij na afloop van haast elk lied zijn appreciatie voor zijn ensemble (en nu en dan voor zijn publiek) onderstreepte, wekte bij vele toeschouwers spontaan herkenningsgelach op. Geluidstechnisch werd vaak de perfectie benaderd en de belichting kenmerkte zich opnieuw door een stijlvolle soberheid. Even vertrouwd waren de momenten waarop Wim Mertens zelf uit de spotlights stapte om aldus zijn muzikanten in the picture te stellen. Het feit dat hij na een tweede bisronde het enthousiaste publiek een laatste keer plezierde met “Struggle for pleasure” (een nummer dat net als “4 mains” steeds op de setlist prijkt) stond eveneens in de sterren geschreven.

Het Wim Mertens Ensemble serveerde dus andermaal de gekende ingrediënten. Toch verveelden we ons geen moment want heel wat nummers kregen een iets pittiger versie mee dan hetgeen we in het verleden te horen kregen, in grote mate zijn we voor die vernieuwende inbreng dankbaarheid verschuldigd aan de eerste violiste en het subtiele spel van de trompettist. Vooral het laatste half uur durfde het ensemble wat uit de band te springen waardoor het optreden dinsdagavond een schwung kreeg die men op plaat soms mist en die er dankzij het zegge-het-voort-principe ongetwijfeld voor zal zorgen dat ook zijn volgende Belgische concert tot een uitverkochte zaal zal leiden.

Organisatie : Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 827 van 966