logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_13
Stereolab

Flip Kowlier

Flip Kowlier – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
De cd voorstelling van Flip Kowlier was een concert om U tegen te zeggen. De toon was meteen gezet met het nummer “Raar” gevolgd door het reeds alom bekende “Mo Ba Nin”. In de nieuwe cd zitten vooral reggae elementen verwerkt die live aanstekelijk zijn. Kowlier creëerde meteen een aparte sfeer waar het Leuvense publiek wel voor te vinden was.
De band stond vol goesting en zelfvertrouwen op het podium en er was ruimte voor improvisatie waardoor het publiek nog meer meeging in sterke nummers.
Ook door het directe contact dat Kowlier met het publiek had, voelde je je als luisteraar echt betrokken.
Het was een aangenaam concert waar ik met volle teugen van genoten heb.

Organisatie: Depot, Leuven

RJD2

RJD2 mikt meer op het hoofd dan op de benen

Geschreven door

De club van de Aéronef was goed gevuld voor de abstracte hip-hop van de tegenwoordig uit Philadelphia opererende underground hip-hop producer RJD2. In 2002 brak RJD2 door met het album ‘Deadringer’, op het Definite Jux label, dat we ook nog kennen van andere avant-hop artiesten zoals Cannibal Ox. Dat album bevatte filmische, instrumentale hip-hop, en staat misschien net onder Endtroducing van DJ Shadow, maar haalt toch nog wel de toptien van de hiphop albums in de jaren 2000.
In 2005 week het vervolg, ‘Since we last spoke’, verder af van de gebaande hiphop-paden, met nog meer soundtrack invloeden, en zelfs vroege jaren tachtig Metal a la Van Halen, zodat dit album eigenlijk veel Europeser klinkt en niet in de Warp catalogus had misstaan.
Dit jaar zit Ramble John Krohn, want zo heet de man, al aan zijn vierde regulier album,’The colossus’. Op dit in eigen beheer uitgebrachte album, keert Krohn terug naar zijn roots, met veel door soul en funk beïnvloede hiphop, waarop rappers en gastartiesten een voornamere rol innemen.

Het voornamelijk jonge, blanke Franse publiek (allochtone jongeren tonen nooit veel interesse in de moeilijkere alternatieve hiphop, maar verkiezen R&B en populaire rappers a la 50 cent); zag eerst de locale turntablist Dleek de zaal opwarmen. De man had de juiste invloeden op een rijtje, gooide zelf soundscapes en klassieke instrumenten in de strijd, maar kon minder overtuigen dan RJD2, omdat de catchy nummers ontbraken.

Na het verwisselen van de laptops en draaitafels, begon RJD2 aan zijn set, en hij vroeg of het publiek er zin in had. Dat publiek reageerde aanvankelijk niet superenthousiast, dus Krohn zou het met zijn skills moeten overtuigen. In 2010 is hiphop niet meer wat het 30 jaar geleden was, de laptop en digitale decks met digitale scratchers nemen het over van de goeie ouwe draaitafels, maar toch had RJD2 nog een aantal vinylplaten meegebracht. Net daarmee liep het meteen fout, door een kras op de plaat. Vanavond had hij ook geen gastrappers meegebracht, wat het al bij al een vrij statisch optreden maakte: je zag een man plaatjes draaien, op knoppen duwen en dat was het zowat.
De beste nummers van RJD2 blijven natuurlijk schitterend: “Smoke & mirrors” is een classic die Moby of DJ Shadow geschreven kon hebben, en zo zaten er nog verschillende torchsongs in de set. Hier en daar zag je een fan opspringen als zijn favoriet nummer ingezet werd (“Final frontier”, “Ghostwriter”), maar nooit sloeg dat over naar de rest van de zaal.
RJD2 hiphop tracks mikken vooral op het hoofd, en minder op de benen: op zijn best doen ze je hersenen knetteren waardoor je een warm gevoel van drugvrij welbehagen krijgt (geen petards geroken, de zalen in Frankrijk zijn net als de AB rookvrij), maar de beats zijn net iets te complex omdat in danspassen te vertalen: probeer maar eens te shaken op “Chicken bone-circuit”, enkel de beste breakdancers brengen dat er heelhuids vanaf.

Ruim anderhalf uur werden oud en nieuw werk afgewisseld, ik meende zelfs een track van de onlangs overleden Guru te herkennen, en de reguliere set werd met een climax van rockgitaren afgesloten in “Since we last spoke”. 
Het Franse publiek wou meer, en kreeg het ook met “Let the good times roll pt2” als bis.

Organisatie: Aéronef, Lille

Xavier Rudd

Koonyum Sun

Geschreven door

Rudd’s vorige album, het sterke ‘Dark shades of blue’ dreef voornamelijk op grillige en soms wel donkere rock, een niet echt voor de hand liggende wending voor deze vrolijke Australiër. De nieuwe ‘Koonyum Sun’ leunt echter weer dichter aan bij Rudd’s vorige werk en ziet het leven dus aan een wat zonniger kant via organische wereldmuziek, luchtige reggae, swingende funk en overwegend optimistische klanken.
Met zijn Zuid-Afrikaanse ritmesectie Tio Molontoa (bass) en Andile Nqubezelo (percussie) heeft Xavier Rudd een lekker swingend duo te pakken gekregen. De heren voegen vaak een aardige hap schwung toe aan de songs, zo doen zij het extreem funky “Set me free” een flink potje swingen en voelen zij zich perfect thuis in de opzwepende reggae van “Yandi” en “Fresh green freedom”. Hun stemmen (want zingen kunnen ze wel degelijk) accentueren nog wat meer het wereldlijke karakter van de songs. In combinatie met het alweer uitgebreide instrumentarium (didgeridoo, banjo’s, conga’s, funky orgeltje,…) bezorgt dit steeds avontuurlijke muziek.
Ook dit keer zijn er hele mooie ingehouden en akoestische momenten te bespeuren, zoals “Love comes and goes” en het perfecte wiegeliedje “Soften the blow” dat met een heerlijk slide gitaartje voorbij glijdt. Xavier Rudd’s stem doet weer wonderen, van helder naar hoog, van indiaans naar zacht. Maar het is vooral zijn zalvende gitaar die schittert, ze klinkt nergens overdadig en is meermaals wonderbaarlijk, ondermeer in lentefrisse pareltjes als “Woman dreaming”, “Breeze” en “Bleed”.
In de lekkere laatste song “Badimo” wordt het nog eens duidelijk gemaakt, het album ‘Koonyum Sun’ is een zwoel en ritmisch Australisch-Afrikaans huwelijk. U haalt er de zomer mee in huis.

Steve Conte

Steve Conte & The Crazy Truth

Geschreven door

’Who the fuck is Steve Conte?’ zien wij u al denken. Steve Conte, beste mensen, is de gitarist die bij de herboren New York Dolls de onmogelijke taak heeft gekregen om Johnny Thunders te vervangen. Laat ons zeggen dat hij zich bij The Dolls tamelijk goed van die taak gekweten heeft, maar daar heeft hij natuurlijk nog ouwe rot Sylvain Sylvain naast zich staan. Nu hij als volwaardige NYD (ook zijn imago is dermate aangepast) enige naambekendheid heeft verworven, vond hij de tijd rijp om zijn eigen band The Crazy Truth samen te stellen en hiermee een plaatje te maken. En nu wil u natuurlijk weten wat wij als NYD fan daarvan vinden.
Wel, Conte is Thunders niet, The Crazy Truth zijn The New York Dolls niet. Maar daarmee is natuurlijk nog niets gezegd, want in twee groepjes spelen en met allebei hetzelfde doen, dat zou pas een beetje dom zijn, denkt u niet ?
Vooruit dan maar. Dit album is niet onvergetelijk, wel verdienstelijk. Er staan een paar potente rockers op, maar die gaan net iets te weinig in het rood naar ons gedacht. Het is soms iets te veel op de Amerikaanse leest geschoeid, alhoewel de rock cliché’s af en toe met glans worden gemeden. Er mogen bijvoorbeeld al eens blazers meedoen en die staan dikwijls op hun plaats, en op “Get off” komt zelfs een dwarsfluit opduiken.
Geen van de songs zal echter als klassieker de geschiedenis ingaan, de kracht van het album zit hem eerder in de variatie. We horen classic rock en soms wel snedige hard rock met een sleazy kantje, Zo rollen “Her higness” en “This is the end” lekker door en de plaat eindigt ook nog eens stevig met de vuile rocker “Junk Planet”. Onvervalste en licht ontvlambare rock’n’roll komt er uit “Strumpet-hearted monkey girl” en met “Indie Girl” wordt er gas terug genomen in de vorm van een fijne Zuiderse ballad. Zelfs de blues komt aan de deur piepen in “Busload of hope” dat nogal naar Tom Waits of diens volgeling Chuck E Weiss neigt.
Op deze plaat staan er overwegend korte songs trouwens, wat het geheel een puntig rechttoe-rechtaan gevoel geeft. En dat is goed bekeken van Steve Conte, hij is er zich van bewust dat hij niet de beste songs maakt, maar hij weet ze wel overtuigend te brengen.

Sweet Apple

Love & Desperation

Geschreven door

John Petkovic, die doorgaans frontman is van indie-rock groep Cobra Verde, heeft na het overlijden van zijn moeder met nogal wat persoonlijke demonen te kampen gehad en heeft die van zich afgeschreven op ‘Love & Desperation’. Zijn gekwelde geest zorgt echter niet voor een neerslachtige plaat, maar eerder voor een venijnig rockbeestje.
Petkovic wordt hier bijgestaan door Tim Parnin (ook al gitarist bij Cobra Verde), bassist Dave Sweetapple (van de stonerrock groep Witch) en verder niemand minder dan Jay Mascis (Dinosaur Jr) op drums, … jawel drums.
De stuiterende rock heeft nogal een seventies kantje, de gitaren gieren bij momenten onstuimig door (vooral die zeldzame keren dat Mascis ook eens een solootje voor zijn rekening neemt, u haalt die er zo uit) en er wordt niet op een valse noot meer of minder gekeken.
De stevige opener “Do you remember” is volgens ons het beste nummer die de Foo Fighters vergeten te maken zijn, Dave Grohl vloekt zich een ongeluk. Verder klinkt Sweet Apple vettig en smerig als The Eagles of Death Metal (“Crawling over bodies”) of The White Stripes (de lekker spitse rocker “Flying up a mountain”),  puntig en catchy als Big Star (“I’s over now”, “I’ve got a feeling”, “Goodnight”) en knarsend als The Gun Club (“Hold me, I’m dying”).
‘Love & Desperation” is een denderend plaatje geworden van amper 39 minuutjes. Voor de oudjes onder ons, was dat niet de reguliere looptijd van een goeie ouwe elpee ? Overdaad schaadt, Sweet Apple heeft dit begrepen, er moesten er zo meer zijn.
U geeft dit schijfje best een plaats ergens in de buurt van uw cd’s van The Raconteurs en Eagles of Death Metal.
Nog dit : Waarom de hoes een kopie moest zijn van Roxy Music’s ‘Country life’ is ook voor ons een volkomen raadsel. Petkovic zal zo wel zijn redenen gehad hebben, muzikaal heeft dit immers niets te maken met Roxy Music, moge dit duidelijk zijn. 

Githead

Landing

Geschreven door

Dit album is al een vijftal maanden geleden uitgebracht, het was zowaar bijna aan ons voorbijgegaan wegens geen noemenswaardige aandacht in pers en media, laat staan airplay op de radio. Maar kijk, we hebben het nu toch weten op te vissen en we zijn nog geen klein beetje onder de indruk. Het ding werkt namelijk verslavend.
Eerst even kennismaken. De groep is samengesteld uit de restanten van Minimal Compact (herinnert u zich deze nog ?) en Wire. Het geluid heeft iets eighties maar draagt ook een verslavend repetitief karakter, denk ondermeer aan Alan Vega, Death In Vegas, PIL, The Raveonettes, Pixies en Throwing Muses. Het is een boeiende mengeling van synths en ruisende gitaren die het constant goed met elkaar kunnen vinden. De jongedame Malka Spiegel’s bezwerende stem jaagt de songs gestaag vooruit (“Lightswimmer”, “Take off”) of houdt ze plagend tegen (zoals bij “Ride” waarin ze zowaar een overtuigende Grace Jones neerzet). Spiegel beroert ook de basgitaar en is hiermee prominent aanwezig, meermaals moeten wij denken aan een bedrijvige Kim Deal. Een zeldzame keer neemt Wire boegbeeld Colin Newman de vocals voor zijn rekening en dan krijgt het geheel meer een typisch nonchalante Britse post punk sound (is het geval in “Over the limit” dat vooral klinkt als euh…Wire).
Moeilijk om hier uitschieters te vermelden, de plaat staat er immers als geheel, maar afsluiter “Transmission tower” is met zijn acht minuten wel een tamelijk verzwelgende brainwasher en het bijzonder verslavende “Take off” heeft ons zodanig in de greep dat wij het telkens opnieuw willen afspelen.
Een plaat die absoluut uw aandacht verdient. En zeg later niet dat wij het u niet gezegd hebben.

The Postmarks

Memoirs at the end of the World

Geschreven door

’Memoirs at the end of the world’ is het derde album van The Postmarks, een indiepop band uit Florida. De band is hier vooralsnog vrij onbekend, maar misschien komt daar met deze CD verandering in. De hoes van de plaat ziet er nogal retro uit en dat geldt ook voor de muziek: The Postmarks halen duidelijk hun mosterd uit de jaren zestig en zeventig. Ze combineren die sound met elektronische arrangementen en een orkestrale invulling waardoor alles toch vrij eigentijds klinkt. De songs van The Postmarks stralen dromerigheid, melancholie en drama uit en doen daardoor ook zeer filmisch aan, niet zo verwonderlijk als je weet dat twee van de drie muzikanten regelmatig filmmuziek maken. Verder valt de warme stem van zangeres Tim Yehezkely op. Al deze ingrediënten samen doen je denken  aan bands als Hooverphonic, The Cardigans, Air en Portishead. Wie houdt van bovengenoemde bands moet dit plaatje zeker een kans geven.

Eels

End Times

Geschreven door

Mark Oliver Everett, alias E van Eels is een van de meest tragische figuren uit de muziekgeschiedenis. Op jonge leeftijd trof hij zijn vader dood aan in bed na een hartstilstand, z’n zus pleegde zelfmoord en z’n moeder overleed aan kanker. Een nicht van E kwam bovendien om in een van de gekaapte vliegtuigen tijdens 9/11. Het is dus niet onlogisch dat dood, verderf, rampspoed en  eenzaamheid de rode draad vormen doorheen de mans teksten.
’End times’ is ondertussen al de achtste plaat en komt  bovendien al uit zeven maanden na de vorige plaat ‘Hombre Lobo’.
Leek de vorige plaat nog enigszins hoopvol en werd die gekenmerkt door ruwe, overstuurde gitaren en een noisy geluid, dan klinkt ‘End Times’ heel wat intiemer en soberder. Niet zo vreemd als je weet dat E de plaat helemaal alleen opnam in de kelder van zijn huis in Californië. De meeste arrangementen beperken zich gitaar, (de zo kenmerkende hese ) stem en hier en daar wat toetsen. De teksten handelen over de stukgelopen relatie van E en de teloorgang van een destructieve wereld. Bevatten die teksten voorheen nog een flinke dosis (zwarte) humor, dan is dat nu veel minder het geval.
E is het geloof in de medemens duidelijk kwijt, dat blijkt uit de openingszin “She locked herself in the bathroom again/so I am pissing in the yard” van de prachtige single “A line in the dirt” dat bol staat van de melancholie en eenzaamheid. Een zeer typerend nummer voor de hele plaat is “Nowadays”, een akoestische track met de tekst “Trouble is a friend of mine, I’d like to leave behind’. Nog een opvallend nummer is “Little Bird” waar E zijn hart uitstort tegen een vogeltje op zijn veranda.
Slechts een paar keer doorbreekt E de rust op deze plaat met een aantal meer uptempo, bluesy nummers  zoals “Gone Man”, “Mansions of Los Feliz” en “Paradise Blues”. Dit zijn echter slechts zeldzame uitzonderingen op een voor de rest zeer donkere, en sombere plaat.
Eels heeft met ‘End Times’ een beklijvende plaat gemaakt die aan je vel blijft hangen en waarbij het bij momenten zeer moeilijk is om er naar te blijven luisteren.

El Gato (USA)

Surrender

Geschreven door

’Surrender is de tweede cd van de lofi rockband El Gato. El Gato komt uit Texas, bestaat al sinds 1995 en na twee EP’s en hun debuutalbum ‘We’re Birds’ is dit hun tweede full Opmerkelijk  is dat de plaat al in 2008 werd gereleased in de VS maar pas nu de redactie van Musiczine bereikt. De plaat kwam vrij onconventioneel tot stand: zanger John Vineyard verhuisde namelijk van Texas naar Californië en componeerde daar verschillende nummers. Die stuurde hij dan door naar de andere bandleden in Texas. Vervolgens kwam Vineyard naar Texas terug om met de band een aantal optredens te doen waarna enkel het sterkste materiaal werd bewaard. De plaat werd door verschillende producers opgenomen waaronder David McConnel (Elliot Smith, Wilco), Stuart Sikes (Modest Mouse) ,Mark Pirro (The Polyphonic Spree) en Sir Williams Paul.
Over naar de muziek zelf en wie fan is van genoemde bands als Wilco, Modest Mouse, Sebadoh, Built To Spill... zal die zeker de moeite waard vinden. Uitschieters op de plaat zijn de stevige opener “Scorpions in you shoes”, “Banging on Doors” met hoekig drumwerk en een heerlijk refrein, het uptempo “Wild Turkey” en het duidelijk aan Nirvana schatplichtige “Have you forgotten”. Nog opvallend zijn de teksten van Vineyard die handelen over (afgesprongen) relaties en bij momenten hoopvol en humoristisch klinken om vervolgens om te slaan in frustratie en wanhoop. Kortom, El Gato is  zeker een band die de moeite waard is om ontdekt te worden!

Nneka

Nneka lokt gypsies naar de AB

Geschreven door

Een plaat van Nneka opzetten is alsof je de zomer met een simpele druk op de knop de huiskamer laat binnentreden. Ze heeft er inmiddels al twee op haar palmares staan (‘Victim of Truth’ uit 2005 en ‘No Longer At Ease’ uit 2008) waar er ondertussen, hoewel dit natuurlijk geen ‘volwaardige’ plaat is, nog een compilatieplaat bovenop is gekomen. Die plaat, ‘Concrete Jungle’ gedoopt, was dan ook de aanleiding voor haar concertenreeks doorheen Europa.

Nneka
Special! Een Nigeriaanse papa en Duitse mama; opgegroeid in Warri, het oliecentrum van Nigeria; maar als tiener dapper op haar eentje naar Hamburg, waar voor het meisje dat altijd al gezongen had ineens ook een consistente muzikale carrière aanbrak” lezen we op haar concertaankondiging van de AB waardoor het duidelijk mag zijn dat deze jongedame van 28 al een bewogen leven achter de rug heeft. Haar muziek straalt dat dan ook uit: haar muziek is niet direct thuis te brengen onder een bepaalde noemer, er zijn invloeden van reggae, wereldmuziek, pop, hiphop en duizend en één andere stijlen maar om dan toch een treffende omschrijving te proberen geven zou het label ‘met emoties en maatschappijkritische lyrics doordrenkte, zwarte, gypsy soulmuziek’ niet misstaan. Bescheiden Europese hits zoals “Heartbeat” en “Africans” beamen dit maar al te zeer.

Voor Nneka het podium op mocht komen dartelen stond eerst nog het collectief Ghostpoet op het (voor) programma. In tegenstelling tot wat de ambitieuze groepsnaam zegt was hun passage op het AB-podium allesbehalve een memorabele poëtische krachttoer. Het drietal wauwelde maar wat af met een streepje gitaar en drums links en een paar synthesizersamples rechts. De halfafgewerkte klanken zweefden verloren in de zaal en de ‘zanger’ was door het chaotisch gejengel nauwelijks verstaanbaar. Uitzitten en wachten op betere tijden dus!

Die betere tijden braken dan uiteindelijk aan want toen het zaallicht terug uitdoofde na de pauze en het plafond van de Ancienne Belgique veranderde in een uit kleine lichtjes bestaande sterrenhemel verscheen Nneka op het podium. Een betere entree kon ze haar waarschijnlijk niet voorstellen want toen ze in het begin van de set de song “The Uncomfortable Truth” inzette, begon het publiek al luidkeels mee te leven. Voor enkele nummers in haar set, zoals ook deze, vertelde de souldiva overigens wat ze precies wilde zeggen met dat nummer en wat het voor haar betekende. Een geslaagde interactie met het publiek dat soms wel tot een minuut of 10 opliep maar voor geen seconde verveelde en meteen had elke bezoeker iets om over na te mijmeren in de auto op weg naar huis.
Maar terug naar de muziek! Topnummers volgden elkaar in sneltempo op zoals “Africans”, “Walking” en “VIP” (die afkorting betekent trouwens in Nneka’s woordenboek niet ‘Very Important Person’ maar ‘Vagabonds In Power’) waar weer een beroep werd gedaan op het publiek om de centrale kreet van dit lied mee te scanderen wat het dan ook gretig deed. Ja, ze waagde zich zelfs aan een cover van The White Stripes hun “Seven Nation Army”.
Naar het einde toe bereikte de set zijn hoogtepunt met het onvermijdelijke maar bloedmooie en ijzersterke “Heartbeat”, wat toch één van haar betere nummers, zo niet het beste, blijft waarmee ze echt bewijst dat ze barst van het de creativiteit en muzikaal talent. Na het gebruikelijke bisapplaus kwam ze nog een fenomeenabele versie van haar ‘Focus’ neerzetten tot ze voorgoed van Brussel afscheid nam. Of is het een ‘tot weerziens’? Ze staat immers (voor het 2e jaar op rij) ook op Couleur Café. Als het van yours truly afhangt: allen daarheen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 830 van 966