logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
avatar_ab_08

Surfer Blood

Astro Coast

Geschreven door

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

Fanshaw

Dark Eyes

Geschreven door

Gelukkig voor u en mij heeft de Canadese zangeres Olivia Fetherstonhaugh (spreek dat uit en hou dat in uw geheugen!) besloten om onder de artiestennaam Fanshaw de muziekwereld in te duiken.
Het heeft vijf jaar geduurd maar eindelijk is de cd klaar en het is misschien nog wat te vroeg om het woord ‘erkenning’ in de mond te nemen maar dit mag gerust geplaatst worden naast het beste wat de vrouwelijke pop tot nu toe dit jaar te bieden had, lees Lonelady en Polly Scattergood.
Vanaf de opener “Diana” smijt Fanshaw alle registers open en op bijna geheel akoestische wijze overtuigt ze de luisteraar van haar kunnen. Dit talent wordt verder ontplooit in prachtige sprookjespop (“Dark Eyes” herinnerde ons zo mooie aan het beste van Stina Nordenstamm), croonercountry (“Vegas” zou even goed van Tammy Wynette kunnen geweest zijn) of zelfs een beetje avant-garde is ook mogelijk want zo verwijst “O Sailor” overduidelijk naar de wereld van Kurt Weill.
Hoogtepunt is echter “Strong Hips”, een sterk synthpopdeuntje dat maar niet uit je hoofd te slaan is.
Dat Fanshaw zal moeten opboksen tegen de huidige zware concurrentie is een feit, of ze door haar talent zal worden opgemerkt is zoals bij zovele muzikanten de grote vraag maar wie 40 minuten wil genieten van iets zuiver moois kunnen we ‘Dark Eyes’ alleen maar aanraden.

Valleys

Sometimes water kills people

Geschreven door

Iedereen die de alternatieve muziek op de voet volgt kan er niet langer meer om heen dat folk weer hip is. Niet in het minst door recentelijke grootse releases van groepen als Midlake, First Aid Kit of Beach House want het lijkt er inderdaad sterk op dat de nieuwe folkgeneratie er op uit is om het begrip folk een bredere betekenis te geven, ook al wordt er volop rekening gehouden met de grote voorbeelden uit de jaren ’70.
Valleys uit Montreal is ook zo’n groepje die in deze categorie thuis hoort. Om hun debuutlp de nodige schwung te geven konden Matilda en Marc niemand minder dan Orson Presence strikken om producer van dienst te zijn.
Indien er niet onmiddellijk een belletje bij je rinkelt, Orson was één van de oprichters van de meest toonaangevende post-punkgroepen uit de jaren ’80, The Monochrome Set. Dat hoor je vooral in nummers als “The heavy dreamer” waarin een aardige doorsnee folksong doorprikt wordt met een basgitaar die uit “A forest” van The Cure lijkt weggelopen te zijn, terwijl “Slow Path” de luisteraar meer dan eens zal doen denken aan de hoogdagen van Kim Deal.
’Sometimes water kill people’ is de ideale plaat voor mensen die denken dat folk niet saai en monotoon hoeft te zijn.

El Boy Die

The black hawk ladies & tambourines

Geschreven door

Van het Semprini-label dat u reeds het debuut van Valleys bracht, verscheen ook onlangs de eersteling van El Boy Die.  Het mag dan wel het debuut zijn van deze uitgeweken Fransman maar toch hield deze muzikant zich reeds meer dan 10 jaar op met mensen als Calvin Johnson (oprichter van het befaamde K-Records label), Truman’s Water en Herman Dune.
Inderdaad, allemaal het soort mensen die er voor opteren om hun muziek steeds iets anders te laten klinken en dat is dan ook wat je van deze man mag verwachten. ‘The black hawk ladies & tambourines’ is een bizarre mengeling geworden van lo-fi folk (denk aan Bon Iver), moderne psychedelica (denk aan Besnard Lakes) en minimalistische singer-songwriting (denk aan Elliot Smith). Net alsof dat alles nog niet genoeg is heeft deze El Boy Die er geen problemen mee om invloeden die niet zo echt vanzelfsprekend zijn (dat gaat van Hare Krishna-gezang tot een blazerssectie zoals we dat van Beirut gewoon zijn) in zijn songs te verwerken.
Het lijken op het eerste zich misschien onvermengbare ingrediënten maar toch is het eindresultaat een opmerkelijke plaat geworden die weliswaar meerdere luisterbeurten vergt, maar na een tijdje aanvoelt als een klassieker in wording.

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – Landfill - fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
Landfill: De support van The Black Box Revelation speelde bijna een thuismatch, gezien het feit dat ze uit de streek zijn, Grimbergen. Ze deden wat denken aan Mintzkov en Team William. Vrolijke en energieke songs, die een sterke toekomst van de band inluiden. Ze stonden niet stil en gaven zich voor de volle honderd procent, wat loonde. We vinden de band terug in de Afrekening met “Antidote”, die in een krachtige versie werd gespeeld.

The Black Box Revelation
Twee keer Depot … twee keer Uitverkocht! De BBR heeft onlangs z’n tweede cd uit, ‘Silver Threats’. Het was dus logisch dat er vooral geput werd uit deze cd, zonder nummers te vergeten van hun debuut.
Het optreden zelf vond ik niet zo spectaculair; het duo speelde eerder op automatische piloot, vooral wat betreft de nummers van de tweede cd.
Op songs als “Gravity Blues”, “Set your head on fire” en “I think I like you” van de eerste cd, barstte het geweld los …In deze nummers was er plaats voor wat improvisatie die het publiek kon bekoren en die het automatisme wat afzwakte! Al bij al viel het nog duidelijk mee en ik denk dat er veel met een tevreden gevoel naar huis gingen.

Organisatie: Depot, Leuven

Roots & Roses Festival 2010 – een festival vol moderne folk, blues & met stevige roots

Geschreven door

Op zondag 2 mei overstemde het festivalgeluid van het Roots & Roses Festival de plaatselijke kermis in Lessen of Lessines. Dit festival was ingericht op een sportterrein gelegen langs de Ancien Chemin d’Ollignies. Onder de twee tenten stond het beste geafficheerd van wat momenteel bestaat in de moderne folk, blues, rock naast gevestigde waarden, de zogenaamde roots.
De organisatie had kwaliteit hoog in het vaandel gezet, zowel voor de namen op de affiche, als voor de inrichting. Het festivalterrein was dan ook gezellig ingedeeld met kraampjes en overdekte eetgelegenheden. Geen grote merken of snelle (vettige) festivalkost, maar kwalitatieve (h)eerlijke producten van plaatselijke producenten die smaakten! Dit kon allemaal betaald worden met festivalgeld, waarvan de waarde gekoppeld was aan de Euro. Een schitterend detail. Ook de twee podia waren overdekt, niet onnodig zo bleek tegen de avond.

De eerste die we meepikten op de Rootsstage was The Experimental Tropic Blues Band. Deze Belgische band met de leden Devil D'Inferno, Dirty Wolf en Boogie Snake brengt ruige moderne blues. Het drietal bracht een verhitte en opwindende live act waar de vonken van af vlogen en die prikkelde om hun nieuw album Captain Boogie beter te leren kennen.

Daarna stond op de Rosesstage Fred Lani & Superslinger op het programma. Deze Belgische gitarist en componist, bekend van Fred and the Healers en X-Three,  keerde terug met een nieuwe band en een nieuw album 'Second life'. Deze set kon in eerste instantie minder bekoren, maar werd na verloop van tijd steviger en interessanter. Een krachtige mix van rock, pop en moderne blues, gevuld met groovy klanken en melodieën, met inspiratie van ondermeer Jimi Hendrix, G Love, Tom Waits, de Rolling Stones en zo veel anderen zodanig dat de bandleden het zelf ‘unstable blues’ noemen.

De eerste echte revelatie op het podium was Slim Cessna’s Autoclub uit Denver, Colorado. Dit zestal staat bekend als één van de stevigste live acts in de huidige Amerikaanse scène en put invloeden uit rock, country en gospel. Hieruit breien ze een unieke sound vol pedal steel, banjo, piano, contrabas en drums geleid door twee zangers. De heren konden ons zowel muzikaal als ‘live on stage’ vermaken op onnavolgbare wijze. Geflipt, gek, zot, prettig gestoord,… zijn zeker termen die door de gedachten van het publiek gingen bij het bekijken van deze band. De twee zangers zetten, tot groot jolijt van het publiek, de security menigmaal op het verkeerde been met hun kapriolen op en naast het podium en eindigden hun set in het publiek. Velen verlieten de tent met een smile op het gezicht en de albums Always Say Please & Thank You’ en ‘Cipher’ onder de arm. Zeker een aanrader!!

Next in line was de eerste legend van de dag Andre ‘Mr Rhythm’ Williams. Dit ondertussen 74-jarige icoon staat bekend om zijn soulvolle krachtige stem en funky groove. Hij serveert pure Blues en American R&B en grijpt geregeld terug naar de oude soul muziek. Zijn set werd op gang getrokken door The Goldstars. Een vierkoppige band die strakke rock and roll brengt met een hoog fun gehalte, want ‘the only way to rock seriously, is by not taking rock and roll too seriously’.
Andre Williams zette zelf direct de toon met zijn fenomenale kleurige opkomst. He is indeed a ‘Baaaad Motherfucker’ en met een gevarieerde lijst van rock and roll, naar blues, naar soulnummers bracht hij de tent in een wat sleazy sfeer. Een zeer warm “I can tell” werd gevolgd door “Bacon fat” dat hij opdroeg aan the new breed. De show werd nog even verstoord door een gesprongen snaar van de gitarist van The Goldstars, maar deze werd ter plekke vliegensvlug vervangen. Band en icoon gingen verder met hun sleazy show en kwamen tot een hoogtepunt met “Mustang Sally”.

De programmatie van het festival was strak geregeld. De optredens op de Roots- en de Rosesstage volgden elkaar met 5 minuten tussentijd op. De afstand tussen de tenten liet dit gerust toe en het is tevens handig om niet te moeten staan wachten tijdens de soundchecks. Anderzijds liet het weinig speling toe om de gezellig ingerichte weide met kraampjes te bezoeken en iets te eten of te drinken zonder iets op te offeren.

Voor mij werd dat Jon Allen. Deze Britse folkzanger draagt de stempel van beste vertegenwoordiger van de nieuwe folk ‘made in London’ en is momenteel de hype in de Britse muziekwereld. Zijn muziek wordt voornamelijk gekenmerkt door de folk en rock scène uit de late jaren ‘60, begin jaren’70. Maar zoals gezegd liet ik deze kelk grotendeels voorbij gaan, om de lokale (h)eerlijke kwaliteitsproducten te nuttigen. De laatste nummers pikte ik wel mee, maar het was heel duidelijk dat deze Britse hype vermoedelijk in de aswolk boven de Noordzee is blijven hangen.

In de Rosestent was ondertussen veel volk samengekomen voor een Belgische hype, The Black Box Revelation. Er werd veel verwacht in Lessines van dit
Brussels duo bestaande uit Jan Paternoster (zang en gitaar) en Dries Van Dick (drums). Vanaf de eerste noten verkende het duo de grenzen van de geluidsinstallatie. Loeihard perste het duo de songs “Our town has changed”, “High on a wire”, “I am the one” en “In touch with the devil” door de speakers. The Black Box Revelation ging, even luid maar erg inspiratieloos en met weinig energie, verder met “I think I like you”. Dit spoorde het publiek wel tot bewegen aan. Ook “Do i know you” en “I don’t want it’, inclusief een lange gitaarsolo, passeerden de revue. The Black Box ging open maar de revelatie bleef deze keer toch uit. Ik bleef nog tot “Set your head on fire” om dan te verhuizen naar de Rootstent voor een echte gitaargod.

Surflegende Dick Dale, is dan misschien bij naam relatief onbekend bij het grote publiek. Quasi iedereen kent zijn nummer “Miserlou” uit soundtrack van ‘Pulp Fiction’ en Luc Bessons’s ‘Taxi’-films en uit het game ‘Guitar Hero II’. De gitaarlijn uit dit nummer diende tevens als basis voor “Pump it” van The Black Eyed Peas, een versie die hij tijdens zijn laatste tournee smalend persifleerde. Dick Dale is back !! Want enkele jaren geleden werd bij de man kanker vastgesteld, waardoor zijn World Tour 2009 werd uitgesteld. Maar na een zware behandeling met chemokuur en bestralingen, die hem naar eigen zeggen binnenin kapot maakten en constante pijn veroorzaken, staat hij terug op podium. Ik had de eer deze 73-jarige koning van de surfgitaar vrijdag al aan het werk te zien in de 4AD te Diksmuide, en ook nu keek ik er naar uit. De tovenaar met de Fender Stratocaster en de mythische uitvinder van surf muziek opende met de typische surfklanken van “Nitro”. Vliegensvlug weven de vingers van Dick Dale uit de gitaarsnaren, de klassiekers “Riders in the sky” en “Smoke on the water” aan elkaar. Met donkere stem ging hij over naar “House of the rising sun” dat het publiek luidkeels meezong. Dat publiek bleef gefascineerd de vlugge vingers over de gitaar volgen bij “Summertime blues”, "The California girls I love the most" (NOT!) en “Let’s go trippin”. En het blijft niet bij gitaar, ook uit een mondharmonica weet Dick Dale het onderste uit de kan te halen. En ook om een beetje reënactement zit de man niet verlegen: “Hey everybody, my name is Johnny Cash !” met “Ring of fire”.
Hoe erg Dick Dale ook lijdt na zijn behandeling, het is uit zijn performance op podium helemaal niet op te maken. Even energiek als voor zijn ziekte bespeelt hij samen met zijn drummer Bryan Head de drum, bewerkt hij de voor- en achterkant van de bass van bassist Sam(my) Bolle, ook bekend van Agent Orange en Slacktone, met de drumstokken en speelt hij trompet. Als afsluiter kreeg het publiek nog “Miserlou” en een eigen versie van “Amazing Grace” voorgeschoteld. Alweer een waar genoegen om op het podium mee te maken!!

De afsluiter van Roots & Roses waren The Paladins. Toegegeven, mij enkel bij naam bekend want ik had nog niet de eer het trio,
Dave Gonzalez gitaar & zang, Thomas Yearsley op contrabas en drummer Brian Fahey, te mogen aanschouwen. Dit trio uit San Diego California was er namelijk een tijd geleden mee gestopt, maar staat nu voor enkele gelegenheden terug op het podium en hoe!! De heren laten direct zien dat ze de kunst van optreden nog niet verleerd zijn. In een swingende combinatie van  rockabilly, country en blues overgoten met Tex Mex saus zweepten ze de tent op. De heren spelen echt alsof hun leven ervan afhangt en zijn voor geen stunt verlegen. De contrabas werd door Thomas ondermeer achter zijn rug bespeeld en om beurten kregen de muzikanten de kans hun kunnen in een solo te verzilveren. Een waar muzikaal genoegen en een waardige afsluiter voor deze eerste editie van het Roots & Rosesfestival in Lessines.

Wij hopen alvast op een sequel van het Roots & Roses festival in 2011!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roots & Roses, Lessines

Popa Chubby

The Blues - Scott H. Biram, Roland-Steven De Bruyn-Tony Gyselinck, Poppa Chubby

Geschreven door

Niet alleen in Diksmuide hebben ze wat te vieren, in Leffinge staat gans de maand mei in het teken van ‘10 jaar zaal de Zwerver’. Een bijzonder mooie reeks optredens werd geopend met een avond die men simpelweg ‘The Blues’ gedoopt had, hoewel geen enkele van de drie artiesten zich strikt aan die term hield.

Het was vooral opener Scott H. Biram (Austin, Texas) die me naar Leffinge had gelokt. Dit authentieke fenomeen omschrijft zichzelf als een ‘dirty old one man band’. Voor hij eraan begon liet hij zijn gitaar eens flink piepen en fluiten, nam dan plaats op een stoeltje en ramde zich door een Son House nummer. De toon was meteen gezet en ik besefte dat ik, worstelend met een slechts half verteerde kater, in de perfecte stemming was voor dit soort garageblues. Dat terwijl Scott afwisselend van zijn biertje en een bekertje met iets hartigers nipte. Huilend en grommend, zijn gitaar molesterend en stompend met een elektrisch versterkte linkervoet ploegde hij zich door zijn set terwijl hij tussen de songs door met een moddervet accent voortdurend geestige opmerkingen maakte. Zo excuseerde hij zich voor het feit dat hij exact dezelfde nummers speelde als eerder die dag op het Roots & Rosesfestival in Lessines. Een erg rammelende versie van "I can't be satisfied" van Muddy Waters liet hij mooi uitmonden in "Shake 'em on down" van Mississippi Fred McDowell. Naast de blues kwamen ook country en hillbilly ruim aan bod en wist hij ons zelfs te ontroeren met songs als "Still drunk, still crazy, still blue". Intussen waren de bluespuristen achteraan aan het zeuren dat de man niet eens gitaar kon spelen. Dat zal wel zo zijn, Scott kreeg op het einde zijn gitaar zelfs niet meer gestemd, maar qua punkspirit kon dit tellen en straalt hij een soort bezetenheid uit die bij de zogenaamde echte bluesmuzikanten ver te zoeken is. En misschien is hij wel echt bezeten want toen hij enkele jaren geleden bij een zwaar verkeersongeval zowat alles brak wat maar kon breken stond hij na twee maanden teug op het podium, weliswaar in een rolstoel en met het infuus nog in de arm. Later op de avond zag ik hem in de zaal rondstruinen, nog steeds twee bekertjes drank voor zich houdend.

Roland had zich omringd door twee topmuzikanten : Steven De Bruyn (El Fish, The Rhythm Kings) op mondharmonica en gitaar en Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Tielemans, Jo Lemaire,...) op drums en elektronica. Ze openden met een lange, bezwerende instrumental die erg oriëntaals klonk. Nadien trok men toch meer de blueskaart en liet Roland zijn gitaar geregeld flink scheuren. Vooral Gyselinck blonk uit als een bijzonder inventief drummer, hoewel niet steeds duidelijk was waar al die vreemde klanken vandaan kwamen. Ook Roland was op tijd en stond druk in de weer met effectpedalen : zo klonk zijn gitaar op een gegeven moment als het orgel van Jon Lord. Het samenspel tussen De Bruyn en Roland zorgde nu en dan voor flink wat gensters. Alleen naar het einde toe verwaterde de set. "Tiny" van Steven De Bruyn was ronduit flauw en in het laatste nummer "King Kong", dat boordevol elektronica zat, haalde de vernieuwingsdrang het van de kwaliteit. Toch was het jaren geleden dat ik Roland nog zo geïnspireerd heb bezig gezien.

Afsluiter was Poppa Chubby, echte naam Ted Horowitz, 50 jaar geleden geboren in de Bronx, New York en zelfverklaard Jimi Hendrix fan. Deze enorme vleeshomp kon me eerst nog matig bekoren met zijn ferm geoliede bluesrock maar toen hij bij het derde nummer al voor "Hey Joe" koos begon ik ferme twijfels te krijgen. Daarna ging hij zitten (terwijl ik dacht dat de overtollige kilo's hem parten speelden vertelde hij doodleuk dat hij een hardwerkende mens was) en serveerde ons enkele ellenlang uitgesponnen trage bluesnummers waarin hij al zijn kunnen demonstreerde.
Tja, deze man kan spelen maar geef mij toch maar Scott H. Biram. En het ging van kwaad naar erger: ook de zo gevreesde drumsolo werd van onder het stof gehaald terwijl ook Poppa zelf een trommel bewerkte. Toch volgde nog een lichtpunt toen AJ Pappas, die ik de hele tijd al goed bezig vond, op de voorgrond mocht treden en kon bewijzen wat voor een geweldige bassist hij is. Er werd afgesloten met "Ace of spades" van Motörhead, dat zelfs Poppa Chubby niet stuk kreeg. Toch moest hij er nog een totaal overbodig slot, waar zelfs een streepje "Kashmir" (Led Zeppelin) in zat verweven, aan breien. Opgelucht dat het over was en ook het publiek vroeg geen bissen meer.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Red Rock Rally 2010 Meuris – Waxdolls – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics - live foto’s …
Naar goede gewoonte is er op 1 mei in Brugge het Red Rock Rally festival. Elk jaar spelen hier enkele bands gratis. Dit jaar was het niet anders, de organisatie kon ons verblijden met de aanwezigheid van o.a. Waxdolls en Meuris.

Waxdolls: Dit duo weet er altijd wel iets spectaculairs van te maken met hun mix van electro en rock. Ze brengen het publiek in beweging. De hits werden ons om de oren geslagen, en we werden zelfs getrakteerd op een nieuw nummer dat aansloeg.
Het was meer een DJ set, dan ik van hen gewend was. Sporadisch werd de gitaar uitgehaald om er eens stevig op te rammen tijdens de nummers, spijtig genoeg werd de synthesizer op de veer maar één keer gebruikt, maar toch kon het mij bekoren.
Als conclusie kunnen we stellen dat het duo de sokken van ons lijf heeft geblazen en we kijken al uit naar hun volgende cd.

Meuris: De afsluiter van de avond was (Stijn) Meuris die hier was om zijn nieuwe cd te promoten (‘MeurisSpectrum’). De herwerkte nummers konden mij op cd niet echt bekoren, maar tijdens het live optreden heb ik toch voor enkele nummers mijn mening moeten herzien. Het was een krachtig en energiek optreden, een mooie afwisseling van Monza en Noordkaap. De klassieker “Satelliet Suzy” ontbrak niet en het bisnummer “Arme Joe” maakte het optreden af.

Organisatie: Red Rock Rally, Brugge

Dick Dale

Dick Dale - Krasse knar staat nog bijzonder scherp

Geschreven door

Dit concert vond plaats in het kader van ‘5 jaar Kleine Dijk 57’, zeg maar 5 jaar nieuwe 4AD. En die 5 jaar hebben ons intussen al zoveel mooie momenten bezorgd dat dit wel eens gevierd mocht worden. Met Dick Dale, koning van de surfgitaar, wist de 4AD meteen een klepper van formaat te strikken. Samen met The Del-Tones maakte Dale in '61 de allereerste surfsingle "Let's go trippin'" en ontwikkelde in de eerste helft van de sixties een geheel eigen stijl die later veel gitaristen zoals Jimi Hendrix en Eddie Van Halen zou inspireren. In '65 kreeg de man kanker en trok zich noodgedwongen terug uit de muziek. Hij overwon zijn ziekte maar het zou toch tot in '93 duren eer hij zijn comeback maakt met de machtige plaat ‘Tribal thunder’ (op Hightone), waarop zijn surf een serieuze powerinjectie heeft gekregen. Toch wordt Dick Dale pas echt bekend bij het grote publiek wanneer Quentin Tarantino in '94 zijn "Miserlou" oppikt voor de soundtrack van de kaskraker ‘Pulp Fiction’. Later trekt Dick Dale weer geregeld de baan op tot hij vorig jaar zijn tour moest cancellen wegens ziekte.

Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet bijster groot. Het laatste concert dat ik van hem zag was slaapverwekkend en werd bovendien helemaal de nek omgewrongen door oeverloos gepreek tussen de nummers. En zou zijn recente ziekte niet te veel sporen hebben nagelaten? Twijfels genoeg dus maar toen Dick minzaam het podium opwandelde verdwenen die meteen. Op zijn 73ste zag hij er scherper uit dan ooit en wapperden zijn manen dankzij enkele strategisch opgestelde ventilatoren als vanouds. Dit werd één lang gitaarfestijn. Eigen nummers, buiten het obligate "Miserlou" en "Let's go trippin'" speelde hij haast niet. En al die covers, de ene al meer bij het haar gegrepen dan de andere, brak hij meestal na een paar minuten af om iets anders te beginnen.
Maar wat maakte het ook uit : of het nu "Rawhide", "Smoke on the water", "Peter Gunn", "House of the rising sun", "Ring of fire", "Louie Louie", "Summertime blues", "What'd I say" of "Fever" was, telkens was er die gitaar die onze oren met honing vulde.
Met open mond zagen we hem de snaren strelen of soms als een piano bespelen. Alles vloeide er zo natuurlijk en vanzelfsprekend uit, terwijl we nooit het gevoel hadden naar een demonstratie te kijken. De muziek primeert weer (wat zijn we daar blij om!), slechts een paar keer gaf hij uitgebreid commentaar (o.a. waarom hij geen setlist gebruikt). Zingen kan de man nog steeds niet maar gelukkig beperkte hij dit tot een minimum. Zijn uitstapjes op mondharmonica en trompet mochten daarentegen wel gehoord worden. Het showelement werd geenszins geschuwd, zo bewerkte hij met een paar drumsticks de basgitaar die de bassist hem voorhield.

Tot slot nog een pluim voor de twee huurlingen op bas en drums, bescheiden maar o zo efficiënt. Hier werd nogmaals ( na The Sonics in de Handelsbeurs) bewezen dat er op rock-'n’-roll geen leeftijd hoeft te staan.

Vooraf zagen we het Gentse kwintet Speedball Jr. , die de zaal behoorlijk op temperatuur wisten te brengen. Bijzonder stevige surf, volledig instrumentaal, maar ook als de voet eens van het gaspedaal werd gehaald bleef de groep overeind. Slechts een paar keer dreigde mijn aandacht te verslappen maar toen verscheen een schaars geklede danseres en klonk de muziek opnieuw stukken beter, toeval of niet? Toen er ook nog een fotografe in hotpants op de boxen klauterde om er te dansen vond ik dat het geschikte moment om aan een bevallige schone die naast me stond te vragen het ook eens te proberen. Jammer genoeg ving ik bot, meteen de enige smet op een schitterende avond.

Wie het rock-'n-rollhart op de juiste plaats draagt kan ik nog volgend concert in de reeks ‘5 jaar Kleine Dijk 57’ aanbevelen : Black Diamond Heavies, die reeds tweemaal verpletterend uithaalden in deze club, op 14 mei !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Tindersticks

Falling down a mountain

Geschreven door

In navolging van de vorige cd ‘The hungry saw’, die de reünie van Tindersticks inluidde, verschijnt er nu twee jaar later ‘Falling down a mountain’. We horen tien heerlijke, boeiende, romantische luistersongs, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De songs klinken broeierig en intens spannend … de opener en titelsong van de cd geeft alvast de toon, wat verder gezet wordt op “No place so alone”, “Factory girls” en “She rode me down”, dat zelfs wordt overstelpt met flutes. “Harmony around my table” en “Black smoke” zijn de meest krachtige nummers. Het ballad en melancholie gehalte is te vinden op “Keep you beautiful” en het in duet gezongen “Peanuts”.
De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door toevoeging van piano, toetsen, blazers en strijkers. Het filmische “Piano music” besluit de lieflijke, afwisselende plaat!

Pagina 832 van 966