logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
The Wolf Banes ...

Isbells

Isbells

Geschreven door

Het uit Leuven afkomstige Isbells is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes; ze debuteren met negen songs die stemmige pop bieden. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez. De single “As long as it takes” was in de donkere dagen de gedroomde kerst-, haard- en kampvuursong.
Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon; Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.
Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambeetics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’.
Het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klonk uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken. “Without a doubt” klinkt uiterst sfeervol, “Dreamer” en “Reunite” worden meer opengetrokken, spaarzaam en broos houden ze andere songs, “Maybe”, “Time is ticking” en “I’m coming home”. “B.B. Chevelle” besluit op intieme wijze de cd.
Isbells zorgt voor eenvoudig doeltreffende, straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Isbells: Vlaamse Band met Grootse Toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren! Knetterend haardvuurmuziek noemt zoiets …

Drive By Truckers

The big to-do

Geschreven door

Nogal een productieve bende, deze Drive By Truckers. ‘The big to-do’ is al hun elfde plaat in evenveel jaar en wij zijn de eerste om u te vertellen dat er bij hun nu al indrukwekkende back catalogue geen of weinig kaf tussen het koren zit. Hun voorlaatste studio album, het even fameuze als ambitieuze ‘Brighter than creation’s dark’ (19 songs, beste mensen !) dateert van 2008. Het jaar daarop kwamen ze aanzetten met ‘Fine Print’, een fijne collectie rarities en b-kantjes, en ook nog eens met een live album ‘Live from Austin Texas’. Tussendoor heeft frontman Patterson Hood leukweg het voortreffelijke solo album ‘Murdering Oscar’ ineengebokst. U merkt het, die gasten hebben niet stilgezeten.
Door zo’n productiviteit is, hoe kan het ook anders, de sound nu al redelijk vertrouwd geworden en wordt het dus aartsmoeilijk om nog verrassend uit de hoek te komen. En dat is ook zo op ‘The big to-do’, een album dat niet de geschiedenis zal ingaan als DBT’s beste (daarvoor moet je bij  ‘Southern rock opera’, ‘The dirty south’ of ‘Brighter than creation’s dark’ zijn), wel één waar nog maar eens beresterke songs op staan in goeie ouwe rock- en americana traditie. Neem nu het lekker voortdrijvende “The wig he made her wear” waar Patterson Hood in zijn typische vertelstijl doorheen floreert, of de denderende rock’n’roll song “Get downtown” waarbij men zich spontaan een ritje in een onvervalste fifties cadillac voorstelt met in de passagierszetel een wulpse dame met opgestoken kapsel die zin heeft in feesten en de aangename geneugtes die daar wel eens zouden kunnen op volgen. Voorts zijn er de stevige voortrollende classic rocksongs als “Drag the lake Charlie” en “After the scene dies”. Een aangenaam buitenbeentje is “You got another”, een scherpe ballad die gedragen wordt door de ijle stem van bassiste Shonna Tucker.
‘The big to-do’ is gewoon een fijne staalkaart van waar Drive By Truckers voor staan, niks meer, maar vooral ook niks minder.

Black Rebel Motorcycle Club

Beat the devil’s tattoo

Geschreven door

Na de shoegaze sound van hun eerste twee albums namen BRMC een drastische koerswijziging met het fantastische ‘Howl’, een rootsy en naakt album met wortels in de blues en country, en met een flinke scheut Dylan. Met hun vierde ‘Baby 81’ traden ze nadien terug in de voetsporen van de eerste albums. Na de lovende recensies voor de koersverandering op ‘Howl’ werd de terugkeer naar de vertrouwde sound met ‘Baby 81’dan ook op gemengde gevoelens onthaald,  wij waren alvast wel weer overtuigd dankzij sterke songs als “Weapon of choice”, “666 conducer” en “American X”.
Eind 2009 kwam BRMC nog op de proppen met een door ons fel gesmaakte live cd en dvd, waarop zij hun beste songs van de eerste vier platen op overtuigende wijze stuk voor stuk voorzien van een potige live uitvoering.
De nieuwe ‘Beat the devil’s tattoo’ is een bijzonder geslaagde best of both worlds. De diepgang en roots van ‘Howl’ gecombineerd met de noise en de donkere lagen van ‘B.RM.C’, ‘Take them on your own’ en ‘Baby 81’. De band speelt al zijn troeven uit en het resultaat mag er zijn.
Bij de opening, in de bezwerende titelsong, dwaalt duidelijk nog de geest van ‘Howl’ rond, alsook in de naakte ballads “Sweet feeling”, “The toll” en het aan de Beatles schatplichtige “Long way down”.
Verder komen BRMC verdomd smerig uit hun pijp. Zo wild en vettig als op “Conscience killer” en de gemene sleper “War machine” hebben we hen nog maar weinig gehoord. En wat te zeggen van het snerpende “River styx”, geweldige shoegazer-blues als het ware. De Velvet Underground sluimert dan weer in een gedreven en naar een bruisende climax toegroeiende “Evol”. Onheilspellende spanning huist in het scheurende “Aya”, de song breekt opent als de muil van een bloeddorstige boa constrictor. Het album eindigt met de flink uitgerokken track “Half state”, traag, dreigend en met sluipende gitaren uitmondend in een bijtende eruptie, terwijl de song en de melodie moeiteloos overeind blijven.
Het trio (met nieuwe drumster, gejat van The Raveonettes) heeft met deze ‘Beat the devil’s tattoo’ een kanjer van een plaat afgeleverd. Ze hebben het juiste evenwicht gevonden tussen noise, psychedelica, roots, melodie en ferme brokken van songs. Misschien wel hun beste tot op heden. …Op 14/05 in de Botanique. Be there !

Spandau Ballet

Spandau Ballet – nostalgie – stijlvol & elegant na al die jaren …

Geschreven door

Het Britse Spandau Ballet van de Kemp broertjes, zanger Tony Hadley, multi-instrumentalist Steve Norman en drummer John Keeble hadden er woensdagavond duidelijk zin in en speelden een pittig gedreven, vitale en meeslepende set, ondanks de matige opkomst; een goed halfgevuld Vorst Nationaal zag Spandau Ballet aan het werk, aangevuld met een backing vocaliste en een keyboardspeler.
De groep stond voor het eerst in twintig jaar terug op de planken, in het kader van hun ‘Reformation Tour’. Het deed de leden kennelijk deugd, want na de split in de nineties hadden ze elkaar het leven zuur gemaakt. Maar OK de jaren hebben een zalvende, helende werking en met het nodige enthousiasme en spelplezier stond hun ‘new romantic synthdancepop’ van het eerste uur ‘Journeys to glory’ en ‘Diamond’ (“Cut a long story short”/ “The freeze”/ “Instinction”, “Lifeline” en “Chant n°1”) doodleuk naast de melige pop van de ‘True’, ‘Parade’ en ‘Through the barricades’.
Inderdaad, we moesten even de platen en de recensies van onder het stof halen … we grijpen terug naar de early ‘80’s synthbands als The Human League, OMD, A Flock Of Seagulls, ABC, Culture Club, Duran Duran, Heaven 17, Haircut 100, Simple Minds en Depeche Mode … smaakmakers van de ’80’s wavepop. En Spandau Ballet voegde er graag een scheut funk aan toe en hield van glitter & glamour in song en outfit. De koerswijziging gebeurde met de derde plaat, die de band deed overhellen richting stijlvolle, gedistingeerde, melige pop. Ze kwamen uiteindelijk op een lager pitje terecht die de droom van weleer met messengetrek deed uiteenspatten.
De tour werd met enkele maanden uitgesteld, want ze brachten vorig jaar nog een (onnoemenswaardige) nieuwe cd uit, die het vooral moest hebben van enkele reprises van gekende nummers.
 
Samen met de band beleefden we een leuke, plezierige avond, ondanks het erbarmelijke geluid; we konden niet op onze handen tellen hoeveel keer het geluid uitviel; een domper op de reünie en feestvreugde, maar niemand liet het aan z’n hart komen …
Elk van de leden, netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed, speelde de ziel uit z’n lijf en Hadley, al een paar kilo’s bijgekomen intussen, beschikte nog steeds over een gouden fluwelen stem, diep, indringend en hoog.
Achter een groot wit doek openden ze met oudjes “To cut a long story short” en “The freeze”, door de tand des tijds wat aangepast; de synths klonken minder door en de funkende soul kreeg meer ruimte, wat het geheel te goede kwam. “Highly strung” en “Only when you leave” waren de aanzet van hun melodieuze dromerige pop, clean en afgewerkt door een bredere omlijsting van gitaar, toetsen, blazer en drumpartijen. De nummers klonken krachtiger. Finesse, subtiliteit en schoonheid hoorden we dan in de sfeervolle “I’d fly for you” en “How many lies”. In de tweede helft van de set konden we deze elementen maar bevestigen met “Through the barricades” en een ingehouden, ingetogen “With the pride”, akoestisch gespeeld door Gary Kemp en gezongen door de uitstekende, heldere stem van Hadley. Een hoogtepunt!
Tussenin zaten wat zwakkere songs, maar door de afwisselende aanpak, de ruimte voor de instrumentatie en de dynamiek van de band behielden ze de aandacht, o.m. “Virgin” (een glansrol voor de backing vocaliste), “Round & round”, “Always in the back of my mind en het nieuwe “Once more”. De meer krachtige ondersteuning, de verrassende wendingen, de danspasjes en de show overtuigden.
Ook de projecties, een videomontage van de band en romantische sfeerbeelden, mochten er zijn. Om de party in zetten, porden ze het publiek aan tot handjeszwaaien; vanaf de herkenningsfactor kon het feest écht beginnen: een groovende , boeiende medley van “Instinction”- “Communication” – “Lifeline” - “Chant n°1 (I don’t need this pressure on)” en “Paint me down” zorgde ervoor dat de jukebox op volle toeren draaide. Iedereen veerde recht in z’n stoeltje, klapte in de handen, zette een danspas en zong de refreinen mee … met in de spotlights de bezwerende drumpartijen  en de intrigerende gitaarloops!
Natuurlijk kon de classic “True”, één van de opening-slows aller tijden op trouwfeesten, binnen de SB-hitmachine niet ontbreken. Tja, net als bij Faithless zijn er zo van die tunes, die een song groots maken. Het romantisch moment bij uitstek … sterretjes fonkelden op het scherm achter de band. Het nummer kon dan ook zachtjes en luidkeels worden meegezongen .

Een opwindende “Fight for ourselves” en een snedig opgebouwde “Gold” in de bis waren een schot in de roos en een bewijs dat Spandau Ballet twintig naar de split nog steeds ‘alive & kicking’ was!
“The muscle bound” ,één van m’n good old SB-favorites zat niet in de setlist , maar na zo’n nostalgisch avondje, die stijl en elegantie met een vleugje Britse humor samenbracht, is het hen vergeven.
“Thank you very much”, “merci”, “dankjewel” en “cheers” waren Hadley’s trefwoorden om de avond te besluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Joss Stone

Such a voice & personality – Joss Stone impressed!

Geschreven door

”In Brussels I fell like I could fine the love of my life, what a cute place …de woorden van Joss Stone betreffende haar performance in het KC. Terecht treffende woorden van de mooi ogende, immer glimlachende en lieve Britse deerne Joss Stone, nog maar 23 en al vier cd’s uit. Ze charmeert en geniet als haar publiek geniet. Het publiek was dus even ‘impressed’ van de perfecte, feilloze set. We spiekten even op haar forum omtrent de reacties en we haalden o.m. het volgende … “I was impressed of your performance in de l’Aéronef in Lille. So when I heard you would also sing in Brussel, I decided to return to your voice :) ! Once in Cirque Royale, I understood you are really a class apart. Such a voice and personality. Great! It impressed me !” … Inderdaad, Joss Stone heeft een groot charisma, is oprecht, uitgelaten en gooit, geeft en overhandigt bloemetjes.

Op plaat
horen we gave, puntige soulsongs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums. Het geheel klinkt intens pakkend, warm, sfeervol en broeierig; de uitstapjes naar gospel en hiphop geven een fris, freakende indruk; met de jaren geeft het misschien de indruk zo van ‘gewoontjes’, maar de handvol livesets die ik van haar zag, doet me overtuigend besluiten dat zij een klasse apart is! Ze deed ons hart smelten door haar goddelijke, doorleefde, gevoelige soulstem in de voetsporen van de Motown sound, Aretha Franklin en Dusty Springfield. En ze kon op een paar songs als “Baby baby baby” en “Fell in love with a boy” en het intiem gehouden (enkel akoestische gitaren en haar vocals) “Come rest your head” vocaal krachtig uithalen.
In het KC liep het vanavond allemaal gesmeerd; het lukte allemaal, zoals een voetballer de match van z’n leven speelt, was dit wel het optreden van haar leven … “Music is the best relationship you can have”, een ondoorgrondelijke verbintenis voor alle gelegenheden en emoties.
Ze beschikte over een mooi uitgedoste begeleidingsband, die naast de traditionele opstelling aangevuld werd met bezwerende Hammond en sax, vocaal gedragen door fijne, zalvende backing vocals. Joss dompelde ons onder in een wereld van romantiek en verleidelijkheid door haar charisma van een ‘love & peace’ attitude. Een heerlijk geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten. We moeten zeggen dat de black music door de jonge blanke dame met de gouden fluwelen stem geestesgenoten Amy Winehouse, Duffy en Adele achter zich liet en het moet mooi zijn om onze eigen Selah Sue te zien groeien naar dit talent. En ohja, …heu … waar is Junior Jazz deze dagen …
Op het podium lag een tapijt en stond een microfoonstandaard met een witte sjaal. Ze kwam de stage op, blootsvoets en lachend, in een sobere zwarte tenue voorzien van een glitterriem. Speels optimistisch en enthousiast reeg ze de songs aaneen, die verrassende, spannende en jammende wendingen ondergingen en ze integreerde moeiteloos covermelodielijntje. Op die manier hoorden we schitterende uitgesponnen versies van o.a. volgende songs: het sensuele “Less is more”, voorzien van puike reggae, dubs en beats, die refereerde aan het werk van The Clashs ‘Sandinista’- plaat, “don’t cha wanna ride” linkte ze aan Candi Stations “You got to love” en “Fell in love with a boy” was om kippenvel van te krijgen door haar stem, het gospel, de ‘say yeahs’ en de handclaps. Ze creëerde een broeierig sfeertje en een happy feeling.
Openen deed ze met een ingehouden, sfeervolle “Choking kind” van het debuut. Ze zette dan meteen de zwierige, funkende groove van het schitterende “Free me” in van de huidige cd ‘Colour me free’. Het blijft me een (eeuwig )raadsel waarom dit nummer op StuBru geweerd wordt … Foei!
Ze hield dezelfde intensiteit en sterkte aan en gaf haar stem meer draagkracht door de armbewegingen, die ook een teken waren over te stappen van een vollere naar een beperktere instrumentatie. “Could have been you”, schreef ze al toen ze maar vijftien was en kreeg net als de huidige single “Parallell lines” een leuke, indringende en allesbepalende pianoloop mee. Ze koppelde het nummer aan Stevie Wonders “Higher ground”. “Music” was uiterst sfeervol, “Girl they won’t believe it” klonk het meest straight forward en in het afsluitende groovy “Tell me about it” konden de groepsleden eventjes soleren en kwamen de twee backing vocalisten op het voorplan.

Ook de bis was om van te snoepen: “4 & 20” was traag, slepend en linkte ze aan “That ole devil called love” (remember Ella Fizgerald/Billy Holiday) en in het swingende “Big ol’game” verwerkte ze elementjes van andere covers. Het onderstreepte de uiterst heerlijke, aangename, sfeervolle, broeierige set van een grootse, lieve dame die vooral zichzelf bleef.

Lize Accoe,  vroeger Delavega, gaf er meteen een lap op en verbaasde met haar zwerm muzikantzen; de groovy soulpop kreeg een flinke, stevige scheut funkende swing en ze bood ruimte voor enkele stemmige, intieme songs, die evenzeer overtuigend klonken. Ze nam rustig de tijd te werken aan haar solodebuut ‘Me, versatile me’ in een productie van Peter Revalk, gekend van The Wizards Of Ooze. Ze bracht ons even op het verkeerde spoor met Estelle ’s “American boy”, maar zij toonde solo aan een soulfenomeen in spé te zijn, die onderhuids Mary J. Blige, Erykah Badu, Lauren Hill en Leela James naar de kroon steekt, met haar aanstekelijke, frisse , aantrekkelijke gevarieerde soulpop, onder haar indringende, bezwerende en emotievol heldere stem! Dit leek wel Accoe’s “Dancing in the moonlight” (Toploader).

Organisatie: Live Nation

Girls (San Francisco)

Girls: optreden met gemengde gevoelens

Geschreven door

Het debuut van het jonge beloftevolle Girls (nee, geen Spice Girls meidengroep aub!) uit San Francisco kreeg lovende kritieken door de afwisselende aanpak in hun emotievolle, lichte, melancholische indiegitaarpop, waarin beheerste uitstapjes zijn naar de rock’n’roll, wave en shoegaze. Ze hebben iets mee van het Britse The Music. Check maar eens het wondermooie debuut van het uit Leeds afkomstige gezelschap, die verscheen in ’02!

Het kwintet had in de eerste songs af te rekenen met technical problems, wat de sfeervolle, dromerige openers “Heartbreaker”, de single “Laura” en “Ghost mouth” wat in de mist deden gaan. In het eerste half uur hoorden we een opvallend onwennige, tamme en nerveuze band. Ondanks de sobere & spaarzame begeleiding klonken “Headache” en “Solitude” door hun ingetogen karakter té zeemzoeterig. Te rustig werd het! Maar het onderstreepte de fijnzinnige subtiliteit en elegantie van de band en de gelouterde vocale sterkte van Christopher Owens, die deed denken aan een jonge Bob Geldof ten tijde van Boomtown Rats. Toen pas Owens de keel schraapte met een flinke geut whisky, stroomde de adrenaline door het lijf en wisselden ze de intieme finesse af met een dosis rock’n’roll, shoegaze en wave: “Darling”, een doorleefde americanarocker, de shoegazepop van “Morning light” en de bezwerende poprock van de doorbraaksingle “Lust for life” (Spiritualized als referentie mooi meegenomen trouwens!) stonden moeiteloos naast het breekbare “Oh boy” , “Substance” en “Hell hole rat race”, die een verrassende felle distortion outtro kreeg.
De leuke interacties van het publiek relaxeerden de band.We hoorden in de bis een ontspannende “Life in San Francisco” (?) - een lalala meezinger, en “Big Bad Mean Motchafucker”, krachtige waverock’n’roll, refererend aan Alan Vega’s “Jukebox baby”.

Trefwoorden voor de set: poppy en intiem, bedeesd, ingehouden en dramatisch. Maar een optreden met gemengde gevoelens … het gevarieerde materiaal was niet goed verdeeld in de set… er was geen directe lijn… Het veelbelovende hippe karakter van de band kwam onvoldoende in de spotlights

Organisatie: Botanique, Brussel 

Resonance Festival 2010 - Eigenzinnig elektronisch muziekfestival in Gent

Geschreven door

Het Resonance-Festival is aan zijn derde jaargang toe en begint iets wat op een traditie lijkt te hebben. De bedoeling is om de meer inventieve artiesten in het elektronische wereldje een plek te geven, en dat begint aardig te lukken. Als je gewoon al de affiche van de afgelopen jaren bekijkt, moet je de programmeurs nageven dat ze hun pappenheimers. Bij mij beperkte de ervaring zich tot een heel zware, atmosferische avond met Deepchord vorig jaar en dat was een unicum voor België.

Met dit in het achterhoofd naar de avond met Bruno Pronsato en Marcel Fengler gaan kijken. Niet dat zij al zo veel wereldschokkends hebben gebracht, maar het zou een DJ-set zijn van een aantal mannen met referenties als Berghain en dan spits je toch even de oren. De eerste set van werd gespeeld voor nog maar een tiental mensen. Diepe techno met veel reverb en Basic Channel-klanken en dat viel heel erg te pruimen als opwarmer. Bruno Pronsato ging in dezelfde lijn verder maar bracht het tempo wat omhoog, maar zijn set was eigenlijk te kort om een verhaal – ik weet het dat is een erg ouderwetse opvatting over de kunst van het DJ-en maar ze klopt wel – te brengen. En het is ook al verboden om buiten de lijntjes te kleuren genregewijs blijkbaar. Dat heeft misschien ook te maken met hun neiging naar minimal, waarbij je de nummers hoort uit te rekken, tot je in een soort hypnosetoestand terecht komt. Dat heb ik mij toch ooit laten vertellen. Het lukte aardig en het nu toch redelijk talrijk publiek wist het ook wel te smaken.
Tot hij plots Schöneberg van Marmion dropte. Kippenvelmoment. Trance op zijn allerverslavends. Het was een hoogtepunt dat waarschijnlijk zelfs wat te sterk afstak bij de rest van de set. Beter zou het niet meer worden en op die toch positieve noot heb ik er korte tijd nadien de brui aan gegeven.

Organisatie: Resonance + Democrazy, Gent

Yuksek

Party concept van de Franse Yuksek

Geschreven door

We werden in Lille al goed opgewarmd door een paar Franse DJ’s , die maar al te graag teruggrepen naar de ‘80’s elektronica dance in hun setje. De Franse elektronica en dance - DJ Pierre –Alexandre Busson aka Yuksek begon pas na middernacht aan z’n liveset, onder een immense hoop elektronica, keyboards en versterkerapparatuur.
Hij stond aan de basis van de nieuwe lichting interessante Fransen en zorgde voor frisse en inspirerende mixes van o.a. Mika, Kaiser Chiefs en White Lies. Voor z’n eigen plaat werkte hij o.m. met Chromeo, Shit Disko en Amanda Blank. Hij brengt straffe kost electro, house, techno, breakbeats, punkfunk, minimal en discotunes en heeft met “Tonight” en “Extraball” van de plaat ‘Away from the sea’ een paar dikke dancefloorkillers op zak.
We hoorden een explosieve set, dansbare break-electro voor fans van Etienne de Grécy, Justice, Cassius en Daft Punk. Een leuke boel en party allemaal, door de vettige basses, trance-electro en opzwepende grooves. En een beetje weird door de overstuurde beats & pieces en de vocodervocals. Mouse On Mars of Autechre zijn daar ook specialisten in. Maar de toegankelijkheid bleef en zocht hij door de pompende, aanstekelijke beats op z’n Leftfields en minimal repetitieve bleeps op z’n Kraftwerks. De flashy lights op het podium werkten handig in om de adrenaline te verhogen. “Plastik”, “I like to play”, “Break Ya” en de twee dancefloorkillers klonken sterk binnen het dansbaar concept to Play. De onverwachtse afwezigheid op Pukkelpop, maakte hij hier ruimschoots goed …

Organisatie: Aéronef, Lille

The Black Box Revelation

More than hot – The Black Box Revelation - ‘Silver Threats’

Geschreven door

The Black Box Revelation en Band Of Skulls vinden het wel met elkaar. Toen de Band Of Skulls in de Bota te zien was (zie de livereview van jan ll) waren de BBR te gast. Ze sloegen de handen in elkaar en trokken na de tryouts van de BBR samen op tour in Engeland. Onze vrienden van de BBR waren support; hier draaiden ze de rollen om … terecht … want in ons Belgenlandje is het duo ‘more than hot’.

Voor de eerste keer in elf optredens in de AB waren zij de ‘top of the bill’; een tot in de nok gevulde AB wou hen aan het werk zien met de pas verschenen tweede cd ‘Silver Threats’, opvolger van het twee jaar oude debuut ‘Set your head on fire’. Het duo Jan Paternoster (zang/gitaar) en Dries Van Dijck (drums), 20 en 18 jaar jong nota bene!, zijn héél goed op elkaar ingespeeld. En iedereen houdt wel van dit jonge bandje … van de doorwinterde rocker die hier de rauwe, vette, retestrakke garage rock’n’roll blues van Link Wray, Iggy & The Stooges of Jon Spencer aan zich ziet voorbij flitsen, de muziekfanaat die te vinden is voor de ‘less is more aanpak’ van The White Stripes, The Black Keys, The Kills, Blood Red Shoes of Japandroids, en de jonge snaak, die net als de twee jonge gasten van de BBR er letterlijk voor gaan, smijten en overgeven.
Inderdaad, het duo speelde anderhalf uur lang stomende rock’n’roll pur sang, plaatste de nieuwe plaat in de spotlights en wisselde ze af met enkele songs van het debuut. Onder hun lappen gitaarrock schuilt smerige rock’n’roll, rauwe rhythm & blues en een catchy melodie, pittig gekruid van psychedelica, een Barkmarket dreiging en een woestijnrockende Kyuss. Straf, strak, robuust, opwindend en fris.

Het wild enthousiaste duo is van het juiste (rock) hout gesneden. Onder een resem witte spots en lampen, aangevuld met stroboscoops, openden ze met een zompige “Run wild” en “Where has all this mess begun”, klassesongs qua opbouw en intensiteit. De gitaarsoli en pompende drums van de twee losgeslagen honden sierden. De singles “Gravity blues” (wat een gitaarslide en –riff btw!) en een huppelende, opzwepende “High on a wire” (ondanks de DM referentie) volgden. Het jonge publiek ging volledig uit hun dak, skydive-den alsof het een lieve lust was op die herkenbare tunes. Een krachtig, gebald tempo dat ze nog aanhielden op “5 o’clock turn back the time”. We konden even op adem komen met “Our town has changed for years now”, een broeierige ballad die intrigeerde en overtuigde door het gitaargetokkel, tromroffels en hand-drums. Ze dreven het tempo terug op en draaiden door tot het bittere eind met een rock’n’rollende “You better get in town with the devil” en de intens spannende “You got me on” en “Sleep while moving”. Er volgden dan rauwe versies van “I think I like you” en “Do I know you”; ze herleiden de bluesy slides tot een minimum. Goed op dreef gaven ze er nog een tandje bij op een uitgesponnen “I don’t want it” die door de bezwerende soli en de repetitief opbouwende krachtige drums elan kreeg. En een stuwende, bruisende “You set your head on fire” klaarde het zaakje volledig met Sonic Youth noiseloops en Nirvana grunge akkoorden er tussenin. Paternoster sprong met gitaar en al het publiek in, had er nog niet genoeg van en speelde enkele verbeten akkoorden als outtro. Hier leek een jonge Cobain aan het werk of meer, een jonge Iggy, zonder ontbloot bovenlijf, maar mét gitaar!

Het duo werd letterlijk op handen gedragen, speelde heerlijke rock’n’roll in al z’n vormen en tekende voor één van de beste Belgische live acts van het moment …BBR was venijnig en scherp, intrigeerde en beklijfde …
In de bis gingen ze ook nog fel tekeer: een opbouwende “Never alone/always together”, een straight forward “You gotta me on my knees” en tot slot “Here comes the kick” (op plaat met hulp van Beverly Jo Scott) was een lange bezwerende gitaartrip, een terechte afsluiter die ze vol overgave speelden en een mengvorm was van ‘alternative’, woestijnrock, grunge en rock’n’roll (Kyuss / Masters Of Reality / Barkmarket / Nirvana en de rits rock’n’roll freaky music). Een ongelofelijk sterke en verbluffende live set die nazinderde … Noteer alvast de cluboptredens in ons land en hun set op ‘Les Paradis Artificiels’ in Lille met Triggerfinger en Iggy & The Stooges.

En ons arendsoog hield de Band Of Skulls uit Southampton in het oog; ze worden getipt als één van de beloftevolle ontdekkingen in 2010. Een stevige scheut alternatieve indierock en stonerblues, rauw, vunzig als toegankelijk en aanstekelijk! Kracht en finesse gingen samen in deze korte set. De groep ging er fors tegenaan, behield de subtiele melodielijn en verloor zich in geen enkel moment in oeverloze soli binnen deze stijl. Ook zijn er twee straffe vocalisten (wat een schurende emotionaliteit), die de sound explosiever maakte en vonken gaf als ze samen hun snedig doorleefde songs zongen. Onweerstaanbaar toch! Aanschaffen die debuutplaat ‘Baby darling doll face honey’ en noteer ook maar hun optreden voor een tweede keer Bota in juni!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Chris Rea

Bluesrockend in z’n eigen freeworld - Chris Rea

Geschreven door

Chris Rea scoorde een resem softrock hits in de eighties en het begin van de nineties. Brave, soms wat melige liedjes, die het vooral goed deden in Europa. In de U.S. is zijn succes immers nooit zo groot geweest. Maar in 1989, op ‘Road to Hell’, werd de sound wat harder. De opvolger ‘Auberge’ werd zijn meest succesvolle plaat in de U.K. met een eerste plaats op de charts. Daarna werd het allemaal wat minder, maar Rea bleef verder nieuw materiaal afleveren.
In 2001 hing zijn leven aan een zijden draadje: er werd pancreatitis bij hem vastgesteld. Na een uiterst risicovolle operatie kwam hij er weer bovenop. Maar de levensbedreigende ervaring veranderde zijn levenshouding volledig. Hij besloot zich alleen nog volledig in te zetten voor de dingen die hij echt belangrijk vond.
Op muzikaal gebied was dat de blues, die voor hem altijd heel belangrijk geweest was. Hij bracht ‘Blue Guitars’ uit, dat bestaat uit 11 CD’s met 137 eigen nummers: allemaal geïnspireerd door één of andere bluesvorm. De hoezen zijn reproducties van eigen schilderijen. Commercieel gedoemd om niet erg succesvol te zijn, maar dat kon hem eigenlijk niet veel schelen … En vorige maandag was hij weer terug op een Belgisch podium in Vorst Nationaal.

Ik hoopte stiekem op een wat hardere aanpak van zijn oudere werk en ik werd prompt op mijn wenken bediend: zes muzikanten betraden het podium: één keyboardspeler, de drummer, en zo maar eventjes vier gitaristen! Ze zetten direct de toon met een aantal bluesnummers. De gitaarsound vulde de hoge concertzaal in Vorst: bepaald indrukwekkend met een zeer goede klankbalans. Chris zorgde voor afwisseling door na ieder nummer van gitaar te wisselen. Zijn diepe, ietwat hese stem paste heel goed bij de sound van de groep.
De nummers die hij schreef voor zijn dochters Josephine en Julia mochten natuurlijk niet ontbreken, evenals “Stainsby Girls”, dat hij schreef voor zijn vrouw. Maar ze werden allemaal in een aangepaste, zwaardere versie gebracht. Dat viel heel erg mee en het gaf aan die nummers een heel andere dimensie. Een aantal van de meer softe hits liet hij vallen: een teleurstelling voor een aantal fans, maar niet voor de liefhebbers van het wat ruigere werk, zoals ondergetekende.
De opbouw van de meeste nummers was nogal gelijklopend: meestal was het begin rustig en traag. Maar dan werd het tempo (en ook het volume) opgedreven. Op het einde snerpten de gitaarklanken dan door de zaal voor een korte maar hevige climax: heel indrukwekkend en perfect gedoseerd.
Rea had er duidelijk wel zin in. Hij sprak zelfs nu en dan een paar woorden tot het publiek. Iets dat normaal niet zijn gewoonte is.

Het concert werkte naar een climax toe met een prachtige versie van “Let’s Dance”. Voor mij, en naar het applaus te horen ook voor de meeste fans, had het zo nog een half uurtje verder mogen doorgaan. En ik werd op m’n wenken bediend … Mooi toch?!

Setlist: I Can't Wait for Love, Work Gang, Where the Blues Come From, Josephine, Easy Rider,  'Til the Morning Sun Shines on My Love and Me, Looking for the Summer, Julia, Stony Road, Electric Guitar, Come So Far, Yet Still So Far to Go, Somewhere Between Highway 61 and 49, Stainsby Girls, The Road to Hell, On the Beach, Let's Dance

Organisatie: Live Nation

Pagina 843 van 966