logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...

Morrissey

Morrissey’s verrijzenis: te kort maar krachtig

Geschreven door

In 1987 werd het fanlegioen van The Smiths abrupt verscheurd in twee kampen. In het ene kamp de fans van het eerste uur, die de creatieve spil Morrissey (aka The Moz) en Johnny Marr op dezelfde eenzame hoogte als Lennon & McCartney de hemel in prijzen, maar Morrissey als solo performer maar een verschrikkelijke zage-vent vinden. In het andere kamp de ware Moz adepten, die in hun platenkast naast oude Smiths albums evengoed ‘Viva Hate’, ‘Your Arsenal’ of ‘Vauxhall And I’ hebben staan. Voor die laatste groep fans leek 2009 heel even het jaar van de ultieme vervloeking te worden: een groot deel van Morrissey’s voorjaarstour werd geschrapt wegens ziekte, en toen de Moz dit najaar dan eindelijk terug op het podium verscheen was het plezier wel van heel erg korte duur toen de prille vijftiger twee weken terug in het Engelse Swindon al tijdens het eerste nummer zijn band in ijl tempo moest inruilen voor een medisch interventieteam. Afgelopen dinsdag klaarde de hemel dan eindelijk toch op boven Rijsel waar een herrezen Morrissey en zijn bijzonder gretig musicerende begeleidingsgroep neerstreken ter gelegenheid van de ‘Swords Tour’.

Ondanks zijn recente medische geschiedenis was Morrissey duidelijk niet afgezakt naar de tot de nok gevulde l’Aéronef voor een gezondheidswandeling. Want geef toe, wie opent met een bijzonder snedige versie van de Smiths evergreen “This Charming Man” krijgt probleemloos iedereen op zijn hand en kan rustig freewheelend nummers uit het jongste album ‘Years Of Refusal’ tussen dergelijke klassieke oudjes smokkelen. Morrissey & co trekken op dat album overigens ongemeen stevig van leer, en ook op het podium werden nummers als “Black Cloud” en de Calexico pastiche “When I Last Spoke To Carol” als potige rockers het publiek ingeslingerd. Maar even goed deed Moz zijn vermeende homosexualiteit alle eer aan en ontpopte hij zich tot een gentlemen crooner op de knappe single “I’m Throwing My Arms Around Paris” en het in vitriool gedrenkte “One Day Goodbeye Will Be Farewell”. Onze favoriete Mancunian bleek overigens opvallend goed geluimd, schudde regelmatig handjes met het publiek en nam dankbaar geschenkjes aan. Het stond allemaal wat in contrast met de ongeziene restricties waaraan elke concertganger zich diende te onderwerpen op expliciete vraag van Morrissey’s management: iedereen werd grondig gefouilleerd, en al wie ook maar aanstalten maakte om met zijn mobieltje een kiekje te nemen werd beleefd op andere gedachten gebracht door de talrijk aanwezige security. De onverlaten die dit laatste toch aan hun laars lapten werden in geen tijd bij de kraag gevat en niet altijd even discreet de zaal uitgezet.
Wie het enkel op de muziek had begrepen kreeg intussen een eigenzinnige ‘best of’ selectie voorgeschoteld. Uit het geslaagde come-back album ‘You Are The Quarry’ (’04) werden “First Of The Gang To Die” en “Irish Blood, English Heart” opgevist, en voor de fans van het eerste uur werd ook een blik Morrissey/Marr composities open getrokken. “Cemetry Gates”, een vergeten pareltje uit het onvolprezen ‘The Queen Is Dead’ (’86) werd op Moziaanse wijze opgedragen aan “people from the city with nothing to do, much like you really”. Nog meer zelfrelativering bij het nog steeds bijzonder catchy “Ask”, waar Morrissey de enthousiaste reacties van het publiek fijntjes counterde met “You see, the oldest songs are the worst”. Maar het prijsbeest van de avond bleek zonder twijfel en tot niemands verbazing toch weer “How Soon Is Now?”. In de persoon van Boz Boorer en Jesse Tobias waren er weliswaar twee gitaristen nodig om Johnny Marr even te doen vergeten, maar het was vooral The Moz zelf die met het nodige gevoel voor pathos deze 80ies classic deed herleven.

Met een vers hemd om het lijf opende Morrissey de bisronde met een verbeten “Something Is Squeezing My Skull”, en net toen het publiek al een volgend verzoeknummer in gedachten had nam hij droogjes afscheid met “Thank you Lille, and of course, thank me!”. De fans keken elkaar dan ook met blikken vol ongeloof aan toen de zaallichten luttele seconden later daadwerkelijk aanfloepten. Misschien moest The Moz zijn set wel beperken tot 75 minuten op doktersadvies? Hoe dan ook, de muzikale verrijzenis van Morrissey is een feit, al had de trip naar the light that never goes out beslist wat langer mogen duren.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelaune, Lille

Fight Like Apes

… And the mystery of the golden medaillon

Geschreven door

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Lady Linn & Her Magnificent 7

Here we go again

Geschreven door

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

The Flaming Lips

The Flaming Lips: Song en Show uitgekiend!

Geschreven door

The Flaming Lips hebben zo hun eigen plaatsje in het muzieklandschap … Ondanks het feit dat ze een sprookjesachtige sound hebben weten te ontwikkelen, kleur- en beeldrijk ineen, pendelen ze tussen droom en werkelijkheid; de heren onder zanger/gitarist Wayne Coyne gaan de strijd aan om er een betere, leukere wereld van te maken; een boodschap, die hij tussen de nummers liet doorschijnen … ‘a wonderful life & happy faces’ ondanks dat sommigen het in deze wereld niet echt menen.

Twee uur lang konden we genieten van hun wondere, fantasierijke muzikale leefwereld, met als doel een onvergetelijke feestavond. Ze houden van een dosis experimenteerdrift op hun platen. Het recente ‘Embryonic’ bundelt de vroegere platen ‘Transmissions from the satellite heart’ (uit ’93 – met de instant klassieker “She don’t use Jelly”) het poppier ‘The soft bulletin’ (’99) en de mystieke psychedelica van ‘Yoshimi battles the pink robots’ (’02) en ‘At war at the mystics’ uit 2006. Het lijkt een soort ‘Space Odyssey: watching planet earth in 2009’ in achttien nummers weergegeven en omschreven als een sci-fi trip.
The Flaming Lips hebben hun succes ook te danken aan het totaalspektakel binnen hun optreden in een club of op festivals. Al op voorhand lag door een luchtkanon de zaal vol oranje snippers en hingen papierslingers in de AB omkadering. De instrumenten werden geplaatst door de in oranje stadswerkplunje geklede roadies, de FL leden deden zelf de soundcheck, waar al een woordje commentaar werd geleverd. Coyne verwittigde de eerste rijen van z’n ‘space bubble’; hij legde uit dat je maar beter je pint of ander drankje uit had. En inderdaad, bij de aanvang van hun spacey trip, rolde Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Een indrukwekkende start en een luid onthaal …Ze vatten ”Race for the prize” aan…, wat spectaculairder werd door de ingegooide ballonnen en het blazen van confetti en papiersnippers… Moest er nog zand zijn?
En er was érg veel te zien …Coyne maakte nog gebruik van een filmcamera aan z’n microfoon, flashy stroboscoops, een videowall met kitscherige pictures, de tragiek van schrijnende pics en erotiek (bij de intro hoorden we dreunende psychedelica en werden we allemaal in een vibrerende vagina gestopt); langs de beide kanten van de zaal zagen we een groot dierenbos van lukraak gekozen mensen uit het publiek, die zich hadden verkleed om de ganse set te staan huppelen en dansen; en tot slot een rookgordijn. Het bracht allemaal bij om die unieke sound van The Flaming Lips speels te houden en leuk in te kleuren. Muzikaal bewegen ze ergens tussen ‘70’s Pink Floyd, Spacemen 3, Ozric Tentacles, Mercury Rev, Air en de drone van Sunn O))). En dat oudjes Pink Floyd en Spacemen 3 invloedrijk waren, hoorden we vooral op het recente materiaal waaronder een mooi uitgesponnen “Silver trembling hands”, al vroeg in de set, die elan kreeg door de screamo’s van huilende wolven van het publiek en Coyne die op een verklede dansend, lachende gorilla zat. Het tempo hielden ze nog strak door de single “The yeah yeah yeah song”. Wat een eerste half uur van sound en entertainment. Op adem konden we even komen met een uiterst sfeervolle “Fight test”. “Morning of the magicians” benaderde de ‘psyche rock’ van Pierre Henry, een aparte muzikale trip met Kermit frogs op het podium. Het was een broeierig, slepende song, met zin voor experiment en gedragen door ontstemde vocoders van de gitarist en Coyne’s bedwelmende zang!
Ze gingen de geflipte psychedelica toer op met “Convinced of the hex”, een donkere dreiging met synths, orkestraties en cimbalen, die de ‘evil things on this planet’ bestreed, wat niet toevallig werd verder gezet door het aanzwellende “Evil”, van vervlogen gitaarpartijen en straffe synths. Onder de indruk waren we van die soepele, speelse, avontuurlijke, energiek geïnjecteerde, intrigerende psychedelicatrips en showelementen. Zelfs in een minimaal sfeervol gehouden “Yoshimi battles the pink robots” slaagden ze erin het publiek uit hun dak te laten gaan; de tekst werd luidkeels meegezongen. De sfeercreatie was ten top op “Pompeij am götterdämmerung” en op “The w.a.n.d.”, niet voor de hand liggende bezwerende songs die zeggingskracht kregen door in een rookgordijn confetti te blazen, vuurwerk en een oase van stroboscoops. Een grote gong werd zelfs bovengehaald en Coyne zong door de trompetopening en door een megafoon. Verrassend en gek! De doorbraak “She don’t use jelly” vormde het sluitstuk, klonk uiterst gevarieerd en werd sober ge-outtroëd op piano. Kers op de taart was een strak gespeelde “Do you realize?”, die het magnifieke optreden definitief besloot van een dolenthousiaste band, die song en show schitterend kon uitkienen. Een daadwerkelijke ‘feelgood’- ervaring …Kortom een ‘fantasmatische’ blijver …

Support was Stardeath and white dwarfs, eveneens afkomstig uit Oklahoma City en deel utmakend van de Coyne crew. Qua titel een persiflage op de ‘Death Star’ van de Star Wars serie, maar muzikaal overtuigde het jonge kwartet met krachtig opbouwende psychedelicarock; de poppy sound was doordrenkt van fuzz en distortion. De Madonna cover “Borderline” overtrof de andere nummers van hun gig.

Organisatie: Live Nation

Grizzly Bear

De stemmingen van Grizzly Bear vormen een melodieus apart gevoelig, dromerig geluid

Geschreven door

Grizzly Bear is een kwartet uit Brooklyn, NY; elk van de bandleden krijgt een evenwaardige rol toebedeeld. Inderdaad, ze staan met vier netjes op een rij tijdens de live gigs en er is een meerstemmige zang (gevarieerd en wisselend) van de gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen, ondersteund van de andere twee.
Ze braken definitief door met de derde cd ‘Veckatimest’, opvolger van de in 2004 verschenen ‘Horn of plenty’ (Droste in z’n eentje!) en ‘Yellow house’ in 2006.

Ze speelden een uitgekiende, uitgebalanceerde set in een decor van naast elkaar hangende lichtjes in steriliseerbokalen en een spaarzame belichting. Een fijne vondst in een knus KC, die hun magistraal warme, sfeervolle opbouwende folky/americana/psychedelica/jazzy aandoende popsongs beter uit de verf deed komen.
De band put energie uit songwriters Elliott Smith en Devandra Banhart, refereert aan Beach Boys meets Fleetwood Mac meets Fleet Foxes door de dromerige opbouw en er zijn de bedwelmende stemmen - hoog uithalend en bedeesd -, het handelsmerk van de band. Ze bieden op plaat betoverend ontroerende, zweverige songs, die zich door de fijne gitaarakkoorden, de willekeur aandoende gitaaraanslagen en de intrigerende zalvende drums laten ontdekken; hun subtiel uitgewerkte melodieën worden gekenmerkt door boeiende muzikale kronkels, die onverwachtse wendingen ondergaan en ondersteund zijn door allerhande geluidjes van synths, klarinet, dwarsfluit, sax en een autoharp. Live kregen ze soms een wt meer stevige injectie.
Een klein anderhalf uur lang dompelde het kwartet het publiek onder in deze muzikale leefwereld. “Southern point” en “Cheerleader” waren de geslaagde openers, die snedig, direct als meeslepend en zweverig klonken door de kenmerkende GB sound en zang. De prachtsingle “Two weeks”, die een deuntje elektronica verstopte, zat middenin in de set. We hadden al sfeervolle poppareltjes gehoord: “Fine for now” greep in de intense opbouw terug naar de ‘70’s retro en americana en mocht zelfs iets rauwer zijn; oudje “Lullabye” hielden ze sober en in het bezwerende “Knight” klonken de drums iets forser, naast het gitaargetokkel. De band hield z’n publiek in hun klauwen en laveerden op boeiende wijze doorheen de set: een donker intrigerend en aanzwellend “Colorado” (ook uit 2006 ), een broeierig “Ready able” en de lieflijk “I live with you” en “Foreground” konden ingehouden en breder zijn en gingen moeiteloos in elkaar over; het staartje van deze twee kreeg een rockend My Morning Jacket van de laatste jaren mee.
Een magische droomwereld ging voor ons open , die kon worden verder gezet met “While you wait for the others”, bepaald door de vocale stemmenpracht en het rauw ontstemde gitaarspel. Tot slot deinden ze uit in de sixties Beach Boys pop met “On a neck, on a split”, een te vroeg einde van hun set.
De band werd enorm sterk onthaald. Die warme appreciatie zetten ze om in een emotievol beklijvend bis van “Hit me and I felt like a kiss”.

Grizzly Bear houdt van stemmingen … de instrumentatie als de vocale pracht vormden de pijlers van hun melodieus apart gevoelig, dromerig geluid. Terecht een fel bejubelde band!

Ook de support mocht er zijn, St. Vincent aka Annie Clark. Ze stond er deze keer alleen voor na haar tour in Dour en in de clubs. Haar dromerige indie/freefolk klonk eenduidiger; songs als “Marry me”, “Actor out of … “ en “Marrow” waren ontdaan van venijnige grillen en experimenteerdrift; de beperkte omlijsting - enkel gitaar (soms rauwer), computerbeats en soundscapes- voelde als een ijzige wind in ons gezicht. Vocaal klonk ze zacht, teder en hemels, maar durfde soms verbeten uit te halen, wat haar ergens tussen Bjork, Polly Harvey, Feist en Joan Wasser bracht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation in coprod Botanique, Brussel

Gov’t Mule

Gov’T Mule: authentieke stevige ‘no bullshit’ rock rules …

Geschreven door

Tussen de resem ‘Greatest hits’ en ‘Best of’s die traditioneel het eindejaar aankondigen, verschijnt er gelukkig ook nog wat interressant nieuw werk. Zoals ‘By a thread’, de jongste studio CD van het fijne gezelschap Gov’T Mule. Ondertussen reeds hun 9de studio album, en het mag gezegd, één van hun beste. Potige heavy blues rock zonder veel franjes, zoals het hoort ! Ter promotie hiervan zijn ze momenteel op de hort in Europa en deden ze zaterdag ll. de Trix in Antwerpen op zijn grondvesten daveren. Voor wie ze niet kent : Gov’t Mule is de band van gitarist Warren Haynes, in thuisland VS immens populair, maar slechts sporadisch in Europa te bewonderen (vanwege hier niet zo ‘immens populair’). Slide gitarist extra-ordinaire Haynes’ roots liggen in de ‘Southern Rock’, want sinds begin jaren ’90 is hij gitarist van de legendarische Allman Brothers Band. In 1994 richt hij samen met Allman Bros maatje Allen Woody (bas) en Matt Abts (drums) Gov’t Mule op, waarmee meteen ook het (typisch Amerikaanse) verschijnsel ‘Jam Band’ in het leven wordt geroepen. ‘The Mule’ is immers op zijn best live : Authentieke stevige ‘no bullshit’ rock met lange uitgesponnen jams, doordrenkt van smeuige blues, swingende jazz en alle denkbare andere stijlen tussenin.

En zo was het zaterdag ook in Borgerhout : Na een gezapige start met ‘Hammer and nails’ en ‘Million miles from yesterday’ schakelden Haynes, Abts, Danny Louis (keyboards) en nieuwe bassist Jorgen Carlsson meteen een tandje bij met een spetterend “Rocking horse” gevolgd door het slepende, dreigende “Temporary saint”, beiden van hun debuut CD uit ’94. Na de obligate ballad “Soulshine”, een Haynes compositie nog daterend uit zijn pre-Mule Allman Brothers tijd, volgde een tenenkrommende uitvoering van “Broke down on the brazos”, het prijsbeest op de nieuwe CD en een absolute Mule klassieker in wording ! Op de CD met een glansrol voor special guest ZZ TOP’s Billy Gibbons (doet ons al uitkijken naar de nieuwe CD van de ‘little ol’ band from Texas’ zelf ), hier in A’pen weliswaar zonder Gibbons, maar toch meteen goed voor een eerste hoogtepunt van de nog prille (alhoewel al een klein uur bezig!) avond.
Nog 2 nieuwe nummers volgen: het zeer Southern klinkende ‘Railroad boy’ en ‘Monday morning meltdown’, alvorens deel 1 van de set af te sluiten met het jazzy (en een een dik kwartier durende) “Sco Mule”, oorspronkelijk een nummer uit de ‘The Deep End’ CD van 2001, waarin Haynes bijgestaan - of uitgedaagd - werd door jazz gitarist John Scofield. Naast zijn bezigheden met Gov’t Mule, The Allman Brothers en ook nog als vaste gitarist bij ‘The Dead’ (zijnde de herrezen Grateful Dead, na de dood van frontman Jerry Garcia), is Warren Haynes immers een vrij bezig baasje, getuige de legio samenwerkingen met andere artiesten van allerlei pluimage. Zo was hij te gast op platen van ondermeer Blues Traveler, Atomic Bitchwax, Bottle Rockets, Mountain, Corrosion of Conformity, ....  En voor wat hoort wat : op diverse Gov’t Mule CD’s waren o.a. reeds te gast : Flea (Peppers), Jack Bruce (Cream), Les Claypool (Primus), Billy Cox (Hendrix’ Band of Gypsys), Jason Newsted & James Hetfield (een of ander metalbandje), P-funk legende Bootsy Collins, John Entwistle (The Who),  etc...
Na de pauze haalde Danny Louis zijn trompetje tevoorschijn voor “The shape I’m in”, opener van deel 2 en een track uit het ‘dub & reggae’ experiment ‘Mighty High’ uit 2007 (waarop Spearhead’s Michael Franti als special guest). Een krachtig “Monkey hill” (terug uit de debuut CD) volgt, waarna even gas terug genomen wordt met de oude blues standard “Need your love so bad”, gespeeld volgens het Peter Green (Fleetwood Mac) recept, zonder onder te doen voor deze blues grootmeester zelf (alhoewel ik sterk betwijfel of Green deze classic zelf nog met dergelijke overtuiging kan brengen). Na dit rustpunt wordt terug voluit gegaan met het licht fantastische, lang uitgesponnen swingend jazzy meesterwerk “Devil likes it slow”. Drummer Matt Abts mag vervolgens een staaltje van zijn kunnen ten gehore brengen – 10 minuutjes drumsolo, voor velen tijd voor een plaspauze – gevolgd door “About to rage” en een schitterend “Steppin ligtly” uit de nieuwe CD.
Deel 2 (de avond is ondertussen een kleine 3 uur gevorderd) wordt afgesloten met een daverende versie van terug een absolute Mule klassieker “Blind man in the dark” uit de 2e studio CD ‘Dose’ (1998), misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes.
Gebist wordt er ook nog : “Nothing but the blues” met Robert Johnson’s “Come on in my kitchen” (Haynes solo) en een stevige uitvoering van de Elmore James classic “Look on yonder wall”, samen terug goed voor een 20 minuten durende finale !

De derde doortocht van Gov’t Mule in ons Belgenland (voorheen te zien in Rivierenhof 2005 en Peer BRBF 2007) was dus weerom uiterst genietbaar voor de liefhebber van een stevige lap (= 3 uur ! Altijd waar voor je geld bij Gov’t Mule) ‘no nonsense’ rock & roll ! Voor wie er niet bij was : Naast de 9 studio albums kunnen vooral de vele live albums wat soelaas bieden ! Sterk aanbevolen zijn : ‘Live at Roseland Ballroom’ (1996) en ‘Live ... with a little help from our friends’ (1999). Check it out !

Organisatie: Trix, Antwerpen


Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - vrijdag 6 november 2009
We konden nog net twee nummers van Two Door Cinema Club meepikken, en die konden ons overtuigen met hun dansbare UK indie rock in de stijl van Friendly Fires of Maximo Park.

De tweede act van de avond, Lissy Trullie, kon ons minder overtuigen. Lizzie McChesney is een model en singer-songwriter uit New York die een Ep’tje uit heeft, waarin ze zwaar naar de eighties refereert. Haar indierock bleef niet echt hangen, enkel een leuke cover van Hot Chip’s “Ready for the floor’ bleef ons bij. Modellen of actrices die ook beginnen zingen, meestal is het geen geslaagde combinatie (zie ook Juliette and The Licks of Scarlett Johansson).

Hoogtepunt van de tweedaagse was zeker en vast Florence And The Machine. Florence Welch haar debuutalbum, ‘Lungs’, mag zeker tot een van de belangrijkste van 2009 gerekend worden, een jaar waren jonge vrouwelijke popartiesten de toon aangegeven hebben (La Roux, Bat for Lashes, maar waarom ook niet Lady Gaga).
Op Pukkelpop waren we met moeite de Club ingeraakt en hadden we maar een kort stukje kunnen meepikken, zo populair is Florence And The Machine al op korte tijd geworden, dus we waren benieuwd hoe ze het er in een volledige set zou vanaf brengen. Florence had opnieuw haar kenmerkende zwarte cape en ditto korte broekje aan, maar deze keer stond er geen gigantische ventilator op het podium, dus wapperende knalrode haren zouden we vanavond moeten missen. Een harp hadden The Machine wel meegebracht, en hierop werd dan ook “Between 2 lungs” ingezet. Het was lang geleden dat we nog zo een Stem met een grote S gehoord hadden,  ergens tussen Heather Nova en Sharon Den Adel van Within Temptation in. Waar Heather Nova echter een totaal gebrek aan podium présence heeft, en Within Temptation aan de verkeerde kant van theatraal zit, heeft Florence and The Machine nu nét die présence, en weet ze perfect op het randje van de theatraliteit te balanceren. Een stem met een enorme soepelheid en ongelooflijk bereik. Nummers die we absoluut onthielden waren “Drumming”, “Dog days are over”en“If I had a heart”. Tijdens één van deze nummers moesten we zelfs aan Robert Plant denken, wat toch wel bewijst hoe uniek de stem van Florence is. Het Franse publiek was superenthousiast, zodat de set stomend afgesloten werd met de disco-klassieker “U got the love” (cover van Candi Station) en finaal natuurlijk “Rabbit Heart”.

Na Florence and The Machine zou Passion Pit het moeilijk krijgen om beter te doen. Dit vijftal uit Massachussets brengt elektropop a la Hot Chip of Friendly Fires, heel dansbaar en inventief dus. Passion Pit was zeker niet slecht, maar wat voor mij het optreden een beetje de das omdeed was de falset stem van zanger Michael Angelakos, die ook veel te dicht tegen Mika aanschuurde. Het publiek was ook niet echt overtuigd, het was maar naar het einde van de set dat kopjes goedkeurend op en neer gingen. Afgesloten werd met “The reeling”.

Al bij al was deze editie van Les Inrocks opnieuw zeer geslaagd, met bands uit heel verschillende genres, waarbij Florence And The Machine met vlag en wimpel boven de rest uitstak.

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Aéronef, Lille

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - donderdag 5 november 2009
Wegens het vroege aanvangsuur pikten we maar in tijdens Amanda Blank. Amanda Blank is een Amerikaanse rapster uit Philadelphia die al sinds 2005 actief is met o.m. samenwerkingen met Spank Rock, Santigold en M.I.A. Op haar debuut ‘Ilove you’ kreeg ze hulp van onder meer Spank Rock, Diplo en David Sitek (van TV on the Radio) Een Dj zou ons eerst vijftien minuten opwarmen, met een elektrische set met veel jaren tachtig invloeden, old school hiphop, Madonna en Italo-disco, maar ook met vuile hedendaagse electro in de stijl van Crookers. Het was duidelijk dat niet iedereen in het publiek hier op zat te wachten, maar ook bij de oudere rockfans werd de aandacht gewekt toen Amanda Blank tenslotte op het podium verscheen: zeker toen ze haar boksercape afgooide en er een mooi stel benen en billen tevoorschijn kwamen. De link naar Lady Gaga was duidelijk gelegd, niet alleen in de uitdagende verschijning, maar ook in de stijl van de nummers die elektropop met hiphop vermengden. Natuurlijk kwam er een song ‘for the ladies in the house’, en daarnaast kregen we nog een ode aan de vuilbekkende eighties rappers van 2 Live Crew (herinner u “Me so horny”), maar de meest memorabele song was toch “Might like you better”.

Na Amanda Blank, kregen we direct een complete stijlbreuk met Black Lips, een garage rock groep uit Atlanta. In 2009 werd deze groep opgepikt in het alternatieve circuit met hun vijfde album, ‘200 Million Thousand’. We kregen een heel afwisselende set, waarin de ritmesectie een bepalende rol speelde. We hoorden en zagen heel veel sixties invloeden (de vloeistofdiaprojecties op de achtergrond), en ze deden ons met momenten heel erg denken aan de vroege Beatles (in hun Hamburg periode), ook al omdat de zanger een basgitaar bespeelde die wel heel erg op die van Paul McCartney leek. Naast die sixties-invloeden, refereerden Black Lips ook naar The Clash en The White Stripes. Black Lips waren op hun best wanneer ze mid-tempo songs speelden, omdat dan de melodieuze kracht van de nummers de overhand haalde.

Ebony Bones!, een Engels zevental rond zangeres Ebony Thomas, mocht de donderdagavond afsluiten. We keken onze ogen uit toen deze groep het podium betrad: het leek wel of de Antwerpse modeacademie zijn afstuderende ontwerpers een forum gaf: we zagen een Egyptische farao of het kan ook een Perzische prins geweest zijn op gitaar, op keyboards een rastafari met een Zorro-masker, de drumster had zwarte lipstick op, er waren twee danseresjes met blauwe en paarse pruikjes, en het fantastische middelpunt was Ebony Thomas, een kop blond kroeshaar aka Kelis, met een roodgroen ballonjurkje en een legging waarvoor ze wellicht een aantal van de 101 dalmatiers gevild hadden. De muziek dan: een feestige mix van indie-rock, electronica, en punkfunk met soulinvloeden. Ebony Thomas kreeg het Franse publiek op handen, en slaagde er zelfs in ditzelfde publiek tot zijwaartse danspasjes te verleiden. Een geslaagde afsluiter van de eerste dag, ook al omdat afgesloten werd met een leuke versie van Iggy’s “I wanna be your dog”.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille

Editors

Editors slaagt in examen om bij de grote jongens te horen

Geschreven door

Editors zijn zo stilaan een topact aan het worden, hun vorige passages in België passeerden nog via de AB en de Vooruit, nu moet Vorst Nationaal er al aan geloven, en ze zijn er klaar voor.

De nieuwe plaat ‘In this light and on this evening’ blijkt een zegen voor de band, de koerswijziging die ze ermee hebben aangegaan wordt ook doorgetrokken in hun live act en net dit zorgt voor een aangename variatie in hun live set. De koele synthesizers van het nieuwe album wisselen mooi af met de meer gitaargerichte songs van de eerste twee platen. Het geheel baadt meer dan ooit in een eighties sfeer die afwisselend naar Joy Division, Depeche Mode, The Cult en The Sound lonkt. Songs van hun drie platen wisselen elkaar vlot af en zo wordt de drive en de schwung er gans de tijd ingehouden. Want Editors mogen dan al een donker geluid tevoorschijn toveren, hun muziek klinkt nooit echt depressief als bij grote voorbeelden Joy Division. Door een eerder opgewekte sound begint Editors zo stilaan ook van dat Joy Division etiket af te geraken. Een andere sterkte is de warme krachtige stem van Tom Smith die de vaak donkere songs mooi verteerbaar maakt. Met sterke nummers als “Racing rats”, “Blood”, “Munich”, “Lights” en “Smokers outside the hospital door” is de herkenbaarheidsfactor hoog en hangt het volk aan hun voeten. Het nieuwe materiaal stoot bij het publiek nog op wat onwennigheid, maar wij vinden dat een beetje onterecht want “Eat raw meat = blood droll”, “In this light and on this evening” (indrukwekkende opener) en “Bricks and mortar” zijn uitstekende songs. Het ultieme toetje, de kraker van het moment “Papillon” wordt gespaard tot helemaal op het einde en brengt Vorst in volle extase, ook al wordt naar onze mening de song een beetje te rap en te zenuwachtig afgehaspeld. Doch, laat dit een zweempje van detailkritiek zijn, want we gaan niet morren, Editors bewijzen hier wel degelijk bij de grote jongens te horen.

De band heeft duidelijk een eigen smoel gekregen en speelt zonder scrupules op een overtuigende manier een zaal als Vorst Nationaal plat. En, reken maar, volgende zomer ook Rock Werchter, en ’t zal niet onderaan de affiche zijn.

Organisatie: Live Nation

Pagina 857 van 966