logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic

Placebo

Placebo herboren

Geschreven door

Op de tournee die Placebo maakte na ‘Meds’ uit 2006 gaven de heren een beetje een uitgebluste indruk. Ze stonden toen ook op Rock Werchter maar gaven daar in geen geval een onvergetelijk optreden, integendeel, wij waren geen klein beetje ontgoocheld.

Maar kijk, het kan verkeren, anno 2009 werd de band nieuw leven ingeblazen en dit vooral via nieuwe drummer Steve Forrest die met ware Dave Grohl allure zijn trommels molesteert. Ook de uiterst vinnige nieuwe plaat ‘Battle for the sun’ zorgt ervoor dat Placebo er weer helemaal staat. Dit album is zo sterk dat de band er hier maar liefst 9 songs uit puurde, waarvan de kleppers “For what it’s worth” , “Ashtray heart” en “Battle for the sun” al helemaal vooraan zaten. Hiermee was de toon gezet voor een pittig en krachtig optreden. Op het podium is Placebo niet langer een trio, een extra gitarist en bassist en een ravissante blondine die af en toe de strijkers en toetsen beroerde, zorgden voor een volle en krachtige sound. Die extra muzikanten bleven netjes onopvallend op de achtergrond zodat half vrouw half man Brian Molko en lange wapper Stefan Olsdal, die bijna gans het optreden gitaar speelde in plaats van bas, als gewoonlijk de show konden stelen. Beiden waren trouwens goed op dreef en speelden al hun songs met power en vuur.
We kregen niet zozeer een greatest hits ( met uitzondering van “Every you en every me” dat in een ander kleedje zat werden de eerste twee albums volledig achterwege gelaten) maar dat misten we nergens.
De set was evenwichtig, barstte van sterke songs en was van een constant hoog niveau. Placebo hield er twee uur lang een strak tempo op na en werd dan ook door een tevreden publiek op handen gedragen.

Setlist : For what it’s worth - Ashtray heart – Battle for the sun – Soulmates – Speak in tongues – Follow the cops – Every you and every me – Special needs – Breathe underwater – Because I want you – 20 years – Julien – Neverending why – Blind – Devil in the details – Meds – Song to say goodbye – Bright lights – Special K - Bitter end – Trigger happy – Infra red – Taste in men

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Absynthe Minded

Absynthe Minded: een warme, aangename, onderhouden avond

Geschreven door

Om een druilerige herfstavond door te spoelen repte ondergetekende zich naar Kortrijk waar 2 vliegen in één klap te vangen waren met de cd voorstelling van Absynthe Minded en de 'nieuwe' locatie van de kreun.
De nieuwe zaal oogde fris en trendy en deed denken aan een mini AB, daar het Gentse vijftal op zich liet wachten werd het nieuwe gebouw van kop tot teen gekeurd en goed bevonden.
Iets voor 21u kwam de band onder leiding van Bert Ostyn bijna geruisloos het podium op en nam plaats achter hun respectievelijke instrument.
Er werd afgetrapt met de opener van hun nieuwe album “If you don't go, I don’t go”, meteen was de toon gezet voor het eerste halfuur waarbij we ahw op een trein zaten met een constante 'lage' snelheid maar waarop het aardig toeven was.
”Multiple choice”, “Heaven knows “( wordt zeker een single) en “Paramount” werden volgens het vaste ingetogen recept gebracht en goed bevonden maar gaven ook weinig duiding van vernieuwing in hun oeuvre.
Na het openingshalfuur met 6 nieuwe tracks was het uptempo “Plane song” een verademing in de set waarin duidelijk was geworden dat de rocky gitaren volledig verdwenen waren en alles nog meer jazzy klonk en de balkan invloeden nooit veraf waren.
Het knappe “Weekend in Bombay” leidde ons naar de Hugo Claus vertolking “Envoi” wat voor het éérste hoogtepunt uit hun set zorgde, kort daarna gevolgd door het onvermijdelijke “My heroics” en het speelse nieuwe “Fortress Europe”.
Lag het aan het makke publiek of de lauwe reacties van de band feit was dat er de hele avond een behouden 'sit and relax' sfeertje hing in Kortrijk.
Eindelijk werd er een versnelling hoger geschakeld en met “Stuck in reverse” en “There is nothing” beiden uit hun vorige langspeler kwam er meer animo en schwung in hun set, we klokten na een kleine 90 minuten reeds af op 17 tracks.

In de bisronde volgden de klassiekers “I like you when you're sad”, “I'm a fan” en “Twisted” wat voor de spreekwoordelijke apotheose zorgde, we zagen een goed geoliede band zonder veel verrassingen volgend het aloude Absynthe Minded recept, een warme, aangename, onderhouden avond.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

White Lies

White Lies tekenen voor de nieuwe lichting waverock …

Geschreven door

Kijk, soms kan een live review in alle eenvoud worden opgemaakt …Het Londense White Lies leverde één van de debuten van het jaar af met hun donkere, intens bedreven en meeslepende waverock/postpunk; ze dingen (het oude) Editors en Interpol naar de kroon en staan probleemloos naast de ‘80’s bepalende waverockers The Chameleons (remember “Up down the escalator”), The Lords Of The New Church (remember “Dance with me”), The House Of Love (remember “Shine On”), Teardrop Explodes en Echo& The Bunnymen. Kortom, een CV om U tegen te zeggen.
Inderdaad, het kwartet onder de vriendelijke, licht nerveuze zanger/gitarist Harry McVeigh wist zich op een jaar tijd letterlijk uit de vergetelheid te spelen, van een handvol geïnteresseerden op Pukkelpop 2008, naar een onmiddellijk uitverkochte Bota Rotonde in maart jongstleden, een ijzersterke set op de Mainstage in Werchter en nu … een uitverkocht concert in de AB. Zo zie je maar …

White Lies stak vaart in de songs; we kregen een broeierig sfeertje door hun strak snedige rock. Binnen deze wave explosie zijn er sommige bands, waaronder ook iLikeTrains die hun dosis dramatiek van een krachtiger, directer en steviger geluid voorzien. Het rockte …goed en elk instrument kwam goed uit de (zwarte) verf.
Ze vielen met de deur in huis met de huidige single “Farewell to the fairground”. Ze trokken de lijn van een forser geluid door in een opbouwende “The price of love”, “To lose my life” en “Unfinished business”, gekenmerkt door een bezwerend uptempo ritme en bepaald door de invloedrijke, indringende, heldere vocals van McVeigh. Hij zong de ziel uit z’n lijf en ging soms totaal op in z’n teksten.
White Lies moest niet inboeten in die typische ‘80’s ’darkwave’, integendeel de verschillende invalshoeken gaven een sterk elan en fundament. Hun melodramatiek, met een dreigende, donkere ondertoon, kwam door in “Taxidermy”, een b side nummer; de toetsen namen een prominente rol in, wat we ook hoorden op “A place to hide”, “Fifty on the foreheads” en “Nothing to give”. Ze refereerden hiermee sterk aan de melancholie van Joy Division, The Sound en Ultravox. En op het podium hielden ze de belichting uiterst sober door staande witte spotlights.
In de bis speelden ze een onverwachte cover van de Talking Heads, een opwindend rockende “Heaven”, een broeierige “From the stars” en tot slot de doorbraaksingle “Death”, die de nodige adrenalinestoten toebedeeld kreeg als apotheose. Het refrein werd luidkeels meegezongen en in een rookwolk verdween het kwartet van het podium.

We zagen een uiterst geconcentreerde en perfect spelende band, die een goed uur voluit ging, Voor White Lies is een mooie toekomst weggelegd. Hun kernachtige, krachtige en emotievolle sound en présence onderscheidt zich duidelijk binnen de huidige rits retrowave …Een terechte hype ...

Het Californische vijftal Darker My Love trad aan als support. Zij speelden catchy americana rock, waarin waverock en shoegaze (vooral in het tweede deel van de set) onderhuids aanwezig waren. Ze tekenden voor een boeiende, broeierige, emotievolle set door de subtiele, snedige gitaarpartijen en een meerstemmige (zweverige) zang.
Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Brendan Benson

Brendan Benson: overtuignede poppy retro-rock

Geschreven door

Iets na acht uur begon de ons onbekende Cory Chisel aan zijn half uur durende set. In dat korte tijdsbestek werden we echter meteen omgetoverd tot fans voor het leven. De appel is duidelijk niet ver van de boom gevallen want deze zoon van een predikant (met een naar het schijnt erg hoog showgehalte) bleek getooid met een stem die vol bezieling het ene kippenvelmoment na het andere teweeg bracht. Normaliter tourt hij met The Wandering Sons, een zevenkoppige band waarvan hij in de Rotonde enkel toetseniste Adriel Harris kon presenteren. De bewuste selectie gebeurde volgens een goedgeluimde Chisel enkel maar omdat de optredens aldus meer geld zouden opbrengen. De combinatie tussen de zichzelf op akoestische gitaar begeleidende Chisel en de af en toe ook hemels zingende Harris was voldoende om al meteen van een geslaagde avond te spreken. Enkel al “Your love is so wrong for me” (waarin Harris de toetsen - maar alleszins niet onze harten - onberoerd liet door met de handjes op de rug haar vocale inbreng te doen) deed ons stante pede besluiten om in de toekomst blindelings alle platen van Cory Chisel aan te schaffen, iets wat niet evident is want hij excuseerde zich dat er na afloop van het concert enkel t-shirts beschikbaar waren. Eén van de komende dagen reppen wij ons dus naar de platenboer in de hoop aldaar ’s mans debuut, getiteld ‘Death won’t send a Letter’, aan te schaffen. Evident zal dit niet blijken want als we het goed begrepen hebben zou het hier slechts in maart 2010 beschikbaar zijn. Eén van de daarop prijkende songs, “Born Again”, schreef Chisel trouwens in samenwerking met Brendan Benson en Adriel Harris. Dat wondermooie lied was de afsluiter van een korte set die ons nog lang zal bijblijven. De manier waarop Cory Chisel zong, deed ons doen vermoeden dat hij vaak naar Bruce Springsteen, Elvis Costello en Tom Petty geluisterd heeft. Ook Tom Waits heeft een belangrijke invloed gehad, iets waarvoor Chisel Waits wilde bedanken middels een heel eigen versie van “Rosie” (uit het onvolprezen “Closing Time”). In tegenstelling tot de zonet vernoemde grootheden bedient ons nieuwe idool zich echter steeds moeiteloos van loepzuivere stembanden, geen enkele noot kwam geforceerd uit zijn strot hetgeen dus wel frequent het geval is bij elk van die tijdens de jaren ’70 gedebuteerde idolen.

De pauze tussen voor- en hoofdprogramma was welgekomen want het gebeurt niet vaak dat je nietsvermoedend een concertzaal betreedt om iets later volledig verbluft te worden. Er werd dus gretig gebruik gemaakt van de beschikbare zitplaatsen want wie niet omver geblazen werd door de schoonheid van hetgeen Cory Chisel gepresenteerd had, was ons inziens doof (of zou het moeten zijn want zo iemand verdient het niet om over gehoor te beschikken!). Maar bon, genoeg over de ondertussen al genoeg opgehemelde ‘sound of CC’, tijd om verslag uit te brengen over ‘the sound of BB’.
Brendan Benson bracht enkele weken terug zijn vierde solo-album (‘My Old, Familiar Friend’) uit., het eerste sedert hij aan de zijde van Jack White als Raconteur grote bekendheid verwierf. Deze singer-songwriter wijkt af van de meeste hedendaagse collega’s aangezien hij niet de neo-folk-toer opgaat doch opteert voor een iets meer poppy retro-rock.
De openingstrack van zijn laatste plaat, “A whole lot better”, zette meteen de toon voor een snedige show waarin aan een hoog tempo de voor het merendeel catchy songs elkaar afwisselden. Tot tevredenheid van Benson veerde het publiek na het eerste lied massaal op om plaats te vatten in het staanplaats-gedeelte voor het podium. Pas na een viertal nummers uit zijn jongste worp (waaronder “Don’t wanna talk” en “Eyes on the Horizon”) greep Benson met “Good to me” (uit het in 2002 verschenen “Lapalco”) terug naar ouder werk.
Daarna schakelde Benson over naar de akoestische gitaar maar dit niet om een meer intimistisch nummer te brengen want zijn band bleef nog steeds voluit gaan. Als Benson twee songs later terug de elektrische gitaar ter hand nam, leek het alsof Costello’s versie van de Nick Lowe-klassieker “What’s so funny ‘bout peace, love and understanding” verweven werd met de ritmische rock van “I can’t stand up for falling down”. Costello bleef door onze hoofden spoken als in het volgende nummer diens “Pump it up” vermengd leek met “I’ll be there for you” van The Rembrandts. Tijdens sommige songs drongen zich echter nog andere vergelijkingspunten op, nu eens meenden we “Lucky Man” van The Verve te herkennen, dan is het alsof Joe Jackson zijn oude vorm hervonden heeft, een andere keer neigde het naar The Beatles en soms (zoals in “Poised and Ready”) kwam je tot de conclusie dat de inbreng van Benson in The Raconteurs allesbehalve minnetjes geweest is. Het verschil met deze laatste band is dat Benson solo minder de experimentele (lees: vaak nogal gecompliceerde en minder toegankelijke) toer opgaat, zijn muziek krijgt bijna altijd een poppy injectie die ervoor zorgt dat ze nooit moeilijk te verteren valt. Nu en dan levert dit alles eerlijk gezegd wel iets te vlotte (en dus eigenlijk weinig grootse) songs op, maar niet van die aard dat die schaarse mindere nummers in ons waardeoordeel de doorslag geven.
Na een 15-tal songs (die er trouwens aan een heerlijk strak tempo doorgejaagd werden) verlieten Benson en zijn band het podium om zo’n vijf minuten later terug te keren. De bisronde werd afgetrapt met “What I’m looking for” uit ‘The Alternative to Love’. Nadien bracht hij “Listen to her Heart” op een zodanige manier dat we plots beseften dat het tijd wordt dat Tom Petty zelf nog eens naar ons land komt afgezakt. Wanneer vervolgens Cory Chisel vanachter de coulissen gehaald werd om mee te zingen tijdens “American Girl”, kregen we de bevestiging van hetgeen we eerder op de avond vermoed hadden: Cory Chisel verslaat moeiteloos alle soundmixshow-concurrentie wanneer hij een nummer van Tom Petty ten berde brengt. Die “American Girl” was voor ons persoonlijk misschien wel het hoogtepunt van de avond want eindelijk konden we zelf ook eens van de eerste tot de laatste noot meezingen…..spijtig genoeg dan wel tijdens een nummer dat diegenen die de rest van de avond met Benson meebrulden tot zwijgen bracht. Die anderen zijn dus meer vertrouwd met het oeuvre van Benson dan wijzelf. We waren in de Rotonde echter zodanig ‘verkocht’ dat we beloven om die achterstand tegen ’s mans volgende passage goed te maken.

Concluderend kunnen we stellen dat het niet eerlijk is om beide artiesten tot copycats te reduceren. Ze zijn ontegensprekelijk hevig beïnvloed door verschillende voorgangers maar die invloed dringt niet dusdanig door dat hun songs slechts afkooksels zouden zijn van de sterke originelen. Zowel Chisel als Benson drukken immers hun eigen ferme stempel op het vele lekkers dat ze ons presenteerden. De volgende keer dat ze in de buurt zijn, zullen we dus weer van de partij zijn. We raden U ten zeerste hetzelfde aan.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Shantel

Shantel & Bucovina (Club) Orkestar: Shantel speelt AB letterlijk plat

Geschreven door

Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes Balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina Club Orkestar in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was woensdag 28 oktober in de AB (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.

We zagen Shantel als DJ en Bucovina Club Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we woensdag eind oktober mee voor zijn balkandoop. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij  had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Stilstaan kan niet. Mag niet. Hoort ook niet. De AB was (onbegrijpelijk) niet helemaal gevuld en had nog wat zetels over, al werd ook daar van links naar rechts en van voor naar achter gedraaid en gezwierd.
Hun nieuwe passage in de AB kaderde in de voorstelling van hun jongste ‘Planet Paprika!’. Hun eerdere debuut 'Disko Partizani' (doorgebroken met de meezingers “Disko Partizani” en “Disko Boy”) had Europa al bezwangerd met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan. Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens het laatste nummer “Opa Cupa” was al een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn zevenen begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accpordenoist, een drum en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer. De kleine, in het wit geklede Shantel met bruine pet op, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin. 
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs  IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de AB letterlijk plat.
En als hij IN het publiek mag, dan mag het publiek OP het podium. Zo dachten de fans. Aanvankelijk hield de security de enkelingen nog gedisciplineerd midden hun eigen menigte, maar tijdens de bisnummers was het voor de AB-gardisten dweilen met de kraan open. Nog een half uur na zijn laatste geplande encore krijste Shantel zich steeds weer een weg door de massa die vooraan was komen meefeesten. En toen de Balkanman en zijn zotte gasten al lang het podium verlaten hadden en de hele set al door de crew was opgebroken, dansten er nog  geëxalteerde fans in een rondedans rond een paar (lege) flessen wijn.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie!

Playlist 1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers
14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani

Neem gerust een kijkje naar de pics live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Micachu & The Shapes

Micachu & The Shapes: tussen toegankelijkheid en experiment

Geschreven door

De Botanique stelde vanavond twee prille bands voor die al een lange periode samen op tournee zijn. Beiden bieden een niet alledaagse sound, die origineel, gewaagd en gevat klinkt. Ze waren in het voorjaar al te zien op het Dominofestival als supports van The whitest boy alive.

The Invisible trok net als Micachu & The Shapes Matthew Herbert aan als producer. Het trio maakt een eigen bereide sound door een potpourri aan stijlen van pop, funk, soul, jazz en elektro, en halen hierbij de new rave en de punkfunk overhoop. Zelf noemen ze het ‘Experimental Spacepop’. We horen invloeden van A Certain Ratio, Foals, !!! en TV On The Radio. De zachte soulstem van de imposante zanger/gitarist, Dave Okumu, zweeft boven en tussen de instrumentatie van synths, bas gitaar en drums. Soms klonk het geheel van deze som wat etherisch. Groovy stukken als “Monster’s waltz” en “London girl” wisselden met intens sfeervoller werk. “Jacob & the angel” bracht de twee sferen  samen.
Ze balanceerden tussen toegankelijkheid en experiment.

Micachu & The Shapes is evenzeer afkomstig uit Londen en kon ook rekenen op de steun van knoppenfreak Matthew Herbert. Een avontuurlijke combinatie van garagerock, postpunk en elektronica, die onverwachtse wendingen ondergaan en tegendraadse ritmes hebben; de sound kan explosief en zacht zijn en is doorspekt met de (excentrieke) stemvariant van MC Mica Levi. Een versmachtende popmelodie is te horen binnen hun gewaagde aanpak van synths, drums en Levi’s ‘chu’ , een zelf geprepareerde gitaar waaraan een bassnaar is toegevoegd en een pedaal werd bevestigd om het gitaargetokkel scherper en rauwer te laten klinken, zijn de basis . Het debuut ‘Jewellry’ kwam vanavond in de spotlights, aangevuld met enkele EP nummers en één nieuw nummer die ze tijdens de tour in elkaar al hadden geflanst (niet pejoratief bedoeld!). Openers “Curly teeth” en “Vulture” klonken behoorlijk stevig en strak, terwijl “If I could eat your heart” en “Lips” grillig klonk. Ook de wisselende soms vervormde vocals speelden een rol.
De sfeer en toon van het concert was als bij The Invisible, een variatie tussen toegankelijkheid en experiment. “Turn me well” teerde op sfeerschepping en stemvariatie, terwijl “Wrong “ bijvoorbeeld het moest hebben van het aparte geluid. “Guts” en “Golden phone” volgden en lagen in dezelfde lijn.
Het trio eindigde met een sober gehouden en stemmige “Hardcore (?)” en “Not so sure”, bepaald door het gitaargetokkel, de onverwachtse wendingen en de stemmen van Levi en tweede dame Raisa Khan.

Micachu & The Shapes en The Invisible waren niet alledaagse nieuwigheden, die het bordje ‘te ontdekken’ opgehangen kregen …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Big Pink

A brief history of love

Geschreven door

Na het beluisteren van dit plaatje van het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell is het me wel duidelijk dat deze The Big Pink een ‘real’ big pink is. ‘A brief history of love’ is een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop. Inderdaad, het zijn goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; door hun opbouw en invloeden her en der klinken ze uitermate boeiend. De eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips schieten ons rond de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Feit is dat The Big Pink een band is met groeipotentieel; “Dominos” zorgt voor de definitieve doorbraak en biedt de kans om oudere singles als “Too young to love” en “Velvet” terug op te loaden! Aanstekelijk en fris klinkt het allemaal; terecht mag deze band ‘high hip’ worden!
Ze overtuigen sterk door een eigen geluid aan die verschillende stijlinvloeden te geven … Ze hebben alvast héél véél in petto, luister maar eens naar de opener “Crystal visions”, “At war with the sun”, “Golden pendulum”, “Frisk” en “Count backwards from Ten”.
Vorig jaar was er Glasvegas, dit jaar kan de fakkel overgedragen worden aan deze ‘big next thing’, The Big Pink!

Wild Beasts

Two dancers

Geschreven door

Het Britse Wild Beasts uit Leeds, onder de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming, heeft een uiterst sfeervolle plaat uit, met songs die per beluistering steeds beter uit de verf komen. Aanstekelijke doordachte popsongs, die door een fris tintelend gitaarspel en piano/toets dromerig en broeierig zijn, en zelfs richting freefolk overhellen. Daarvoor is de falsetzang van Thorpe verantwoordelijk, een bepalende factor binnen de sfeerschepping, die de band creëert. Hij kan soms hoog uithalen en durft te gillen, maar net op tijd wordt dit opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat net niet verglijdt in een theatraal aandoende Muse.
We horen een vleugje The Veils, Shearwater en Antony (die van the Johnsons) terug. ‘Two dancers’ is een groeiplaatje met enkele overtuigende songs, die zeer zeker een ruime aandacht verdienen: “The fun powder plot”, “Hooting & howling”, “This is our lot” en “The dancers story”. “All the king’s men”, “We still got the taste …” en ook het afsluitende “Empty nest” tonen een bredere stijl aan, en weten door hun meeslepende emotionaliteit en de intrigerende, spannende opbouw als lieflijke rootspop te klinken. ‘Two dancers’ vormt de aanzet tot een geslaagde prachtplaat …

Why ?

Eskimo Snow

Geschreven door

Het Amerikaanse Why?, uit Oakland California, bepaald door de broers Wolf, is al zo’n kleine vijf jaar bezig en hebben met hun vierde plaat, de opvolger van ‘Alopecdia why?’, mét band uit. Ze maakten van hun pseudoniem de groepsnaam Why. We horen op ‘Eskimo Snow’ tien bezwerende, leuke intens opbouwende indie/rootspopamericana songs. Ze zijn soms rijkelijk ondersteund door allerlei instrumenten en geluidjes (piano, toetsen, xylo, blazers, …) en zorgen voor een kleurrijk palet. Op die manier klinkt het geheel broeierig, dromerig en sfeervol. De zegrap van Jonathan ‘Yoni’ Wolf maakt het nog iets specialer. De vroegere hiphopinvloeden zijn duidelijk ondergeschikt geworden, wat ruimte biedt aan de country en folk van de twee andere groepsleden. Pareltjes zijn alvast “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback” en “This blackest purse”.

Waldorf

Twelve seconds to none

Geschreven door

Waldorf is gegroeid rond Wolfgang Vanwymeersch, gitarist bij The Van Jets. Een week vóór de cd verscheen, werden we dagelijks bestookt met een brief waarop 1 woord te vinden was. Eind die week begon de puzzel steeds meer in elkaar te passen. Een zwarte, grijpgrage, boze wolf wil zich meester maken van z’n luisterende prooi, en van het toegevoegde cd’tje hoorden we een soort ‘rewind’ geluid; we waren dus duidelijk nieuwsgierig om wie het hier nu eigenlijk ging. De kat kwam op de koord toen we kort nadien de échte cd ontvingen. Voorzichtiger dan Roodkapje openden we de post …om …hop … de tweede cd van Waldorf in ons handen te krijgen.
We horen potig, bedreven gitaarrock en een stonerwind blaast om de oren. Waldorf is in één adem met Creature with the atom brain en Hulkk op te noemen. “2012”, “Information” en “Good to know” (wat een huiveringwekkende synths op deze song) zijn alvast sterke kanjers. De groep refereert aan de Queens en de Masters Of Reality, maar komt op “It’s you, it’s me” gevaarlijk in de buurt van het oude Screaming Trees en Kyuss door de logge ritmes, rauwe gitaren en een declamerende zang.
Waldorf & Statler van de Muppets mogen vanuit hun loge met respectvolle blik neerkijken op hun kleinzonen …

Info op http://www.abandcalledwaldorf.com

Pagina 859 van 966