logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic

Green Day

Green Day: Spektakel en Punkrock zonder scruples

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’, hun gig op Rock Werchter en eerste zaalconcert sinds mensenheugnis, was het Amerikaanse punkrocktrio Green Day (live met zes!), onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewezen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen; hun catchy, vaardig en gedreven geluid dompelden ze onder in een twee en half uur durend totaalspektakel … Amusement en show, zonder hun roots van punkrockers ook maar te verliezen… Hou er zelf maar eens de aandacht bij om te putten uit een rijkelijk gevulde carrière, het publiek op te jutten, in te gaan op reacties van de eerste rijen, ruimte te laten voor enkele jeugdige fans, speelse intermezzo’s toe te laten en alles te laten knallen met een (gezonde) dosis vuurwerk!

Net vóór de aanvang dwarrelde een reuzengroot (dronken) konijn rond op het podium en hitste de menigte op met ‘rock’n’roll high skools’ en ‘YMCA’s. Plots floepten de lichten uit, en stonden we aan de rand van een grootse stad van hels verlichte flatgebouwen, waarvóór de band Green Day stond. Het hyperkinetisch leuke gezelschap (aangevuld met een toetsenist en twee gitaristen (waarvan 1-tje schuin achter de boxen)), onder Billie Joe Armstrong, vloog erin met een paar songs van de recentste cd, “Song of the century”, “21st Century breakdown” en “Know your enemy”. ‘Punkrock without rules’, want Armstrong haalde er al iemand van het publiek bij om het feestje op gang te trekken … refreinen werden luidkeels meegezongen en de menigte zwaaide met de handen in de lucht. ‘A typical American show’, maar eentje die beheerst, doordacht en zonder scrupules was … Een klein jongetje mocht zich een moment een ‘groots artiest’ wanen aan de zijde van Armstrong.
Ze hielden het tempo met “Holiday” en “The static age” hoog. Met dezelfde positieve en enthousiaste ingesteldheid hoorden we meer gematigde versies van “Are we the waiting”, “St. Jimmy” en “Boulevard of broken dreams”, die naadloos in elkaar overgingen en intrigeerden dor een puike opbouw.
Tijd voor wat afkoeling en animatie, dacht Billie Joe dan … hij spoot de eerste rijen met een waterpistool en een tuinslang. Alsof dit nog niet genoeg was, gebruikte hij nog een wc rolschieter, schoot hij met een kanon t shirts het publiek in en knalde het op het podium met vuurwerk. Het gaf elan aan de snedige uptempo rockers “Hitching the ride”, “Welcome to Paradise”, “When I come around”, “Brain stew” en “Jaded”.
Op “Longview” werd een jonge gast uit het publiek heel even Billie Joe op zang, terwijl hij zich dan toelegde op z’n gitaarspel. Zonder podiumvrees zong onze vriend de tekst, wat luidkeels werd onthaald. Een stagedive maakte een eind aan deze sterrentocht ..  “Basket cage” volgde. Refererend aan de skapunk van Rancid (met blazer!), was er plaats voor een volgende medley op “She”; flarden “Stand by me”, “I can’t get no satisfaction” en “Shout” waren te horen. De huidige single “21 guns” en “Minority” besloten na twee uur het feestje en verve.
Ze breidden er in de bis nog een leuk vervolg aan en zweepten het publiek op met verrassende wendingen van “American idiot” en “Jesus of Suburbia”. Wat een apotheose! Groots vertoon van deze artiesten! Terecht kwam zanger/gitarist en frontman Billie Joe in de spotlights en zorgde met de akoestische versies van “Wake me up when september ends” en “Time of your life” voor kippenvelmomenten … Een heerlijk tokkelende gitaar en gevoelige vocals …, waarbij iedereen de refreinen meezong!

Green Day stond garant voor speelplezier en entertainment vol emotie. Doorwinterde punkrockers die weten wat ze willen en kunnen. Kortom, een viersterren concert ‘to remember’ van deze dolle bijna veertigers

Support was Prima Donna, die een half uur doorsnee American Rock speelde. Hun gig verbleekte na het muzikaal concept van Green Day …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

The Cult

The Cult anno 1985, maar dan 25 jaar later

Geschreven door

1985… het jaar dat de BRT top 30 werd gedomineerd door Baltimora’s, Sandra’s, A-Ha’s en andere lichtverteerbare hitparadepulp. Liefhebbers van postpunk en gothrock hadden duidelijk weinig te zoeken in deze lijst, totdat plots in maart van dat jaar “She Sells Sanctuary” van The Cult even kwam ruiken aan de onderste regionen van de vaderlandse hitlijst. Deze killertrack met één van de meest mystieke gitaarintro’s uit de 80ies moest de aandacht vestigen op ‘Love’, het tweede en waarschijnlijk ook beste album van deze Engelse groep. Dankzij de unieke combinatie van Ian Astbury’s gekwelde vocals en Billy Duffy’s gotische gitaarlijntjes blijkt ‘Love’ een kwarteeuw later te zijn uitgegroeid tot één van de absolute klassiekers in het genre. Aan de vooravond van de 25ste verjaardag werd het album onlangs heruitgebracht in een geremasterde versie met allerlei extraatjes, en besloten de twee overgebleven originele leden Astbury en Duffy opnieuw de boer op te gaan met de integrale collectie ‘Love’ songs onder de arm. Het Belgische luik van de ‘Love Live’ tour bracht The Cult amper anderhalf jaar na hun vorige passage opnieuw naar de AB voor een niet van enig sentiment gespeende flashback naar 1985.

Lang geleden trouwens dat ik in een concertzaal nog eens werd geflankeerd door muffige T-shirts van Zodiac Mindwarp & The Love Reaction en Fields Of The Nephilim ... dat waren nog eens groepsnamen! Op de tonen van voodoo gezang en onder de troosteloze aanblik van een indiaan op het projectiescherm zette de vijfkoppige band het opzwepende “Nirvana” in. Meteen werd duidelijk dat Ian Astbury’s huilende strot bijzonder goed geolied bleek om dit openingsnummer uit ‘Love’ van de nodige dramatiek te voorzien. Een groot redenaar zal Astbury wel nooit worden, en als alternatief voor overbodige bindteksten verkoos de groep om elk nummer van passende visuals te voorzien. Zo kreeg het publiek een staaltje van Astbury’s uitgesproken fascinatie voor de indianencultuur tijdens één van de zeldzame rustpunten “Brother Wolf, Sister Moon”, en werd een reeks geweldloze wereldverbeteraars opgevoerd in het begeleidende filmpje van een begeesterend “Revolution”. Pathetisch of idealistisch, wat er ook van zij, de symbiose tussen muziek en beeld gaf het optreden wel een extra dimensie. Gitarist Billy Duffy van zijn kant kneep met schijnbaar achteloos gemak de meest loepzuivere akkoorden uit zijn parelwitte Gibson. Tijdens de intro van “The Big Neon Glitter” demonstreerde de blonde virtuoos dat hij eigenlijk niets hoeft te vrezen van The Edge in een robbertje echogitaar, en ontegensprekelijk de muzikale bezieler van The Cult is. De immer coole Duffy had tijdens de intro’s van “Rain” en “She Sells Sanctuary” al aan een halve noot genoeg om de AB keer op keer nabij het kookpunt te brengen, en hij genoot zichtbaar van de kunsten die de talrijke luchtgitaarvirtuozen in het publiek uithaalden tijdens deze gothrock classics. Met een kippevel versie van het profetische “Black Angel” werd het ‘Love’ album en meteen ook het eerste deel van de set besloten.
Na een korte pauze graaiden Astbury en Duffy vervolgens gretig uit de albums die na ‘Love’ The Cult langzaam maar zeker een mainstream publiek opleverden. Reeds vanaf de opvolger ‘Electric’ (’87) hadden de gothic invloeden plaats geruimd voor de rechttoe rechtaan party rock van AC/DC, maar ook na ruim twee decennia klinken “Electric Ocean” en vooral “Wild Flower” nog steeds onweerstaanbaar en werd hier en daar opnieuw de luchtgitaar boven gehaald. De hardste noten kreeg het publiek helemaal op het eind te kraken met het epische “Sun King” en vooral een ongemeen stevig “Rise” uit de onwaarschijnlijke comeback plaat ‘Beyond Good And Evil’ (’01). Met “Dirty Little Rockstar” probeerde The Cult twee jaar geleden zichzelf opnieuw uit te vinden maar mislukten daarin jammerlijk, en het nummer was meteen goed voor de enige valse noot van de avond.

Na ruim anderhalf uur werden de dolle dertigers en veertigers voor het huiswaarts keren nog getrakteerd op een rondje “Love Removal Machine”. En of ze tevreden naar vrouwlief, minnares, moeder, hond of PC konden terugkeren; het zal hen en ons immers worst wezen dat Astbury en Duffy wellicht nooit meer een tweede ‘Love’ op de wereld zullen loslaten. The Cult was vanavond een goed geoliede teletijdmachine waarin meer nog dan sentiment het gevoel van tijdloosheid overheerste.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Phoenix

Phoenix: Over de grens op handen gedragen!

Geschreven door

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Baddies

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Geschreven door

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Porcupine Tree

Porcupine Tree brengt pure genialiteit!

Geschreven door

Op de avond dat Fleetwood Mac concerteerde in het Antwerpse Sportpaleis, de indierockers van de Pixies in Vorst onveilig maakten, genoten wij van het geniale concert van Porcupine Tree in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Een kleine twee jaar terug (22/11/2007) was de band voor het eerst in Brussel. Toen liep de AB aardig vol. Vandaag is Porcupine Tree’s populariteit duidelijk toegenomen want de zaal was uitverkocht en tot de nok gevuld. Opvallend was dat zowel jongeren en zeg maar oudere jongeren deel uitmaakten van het publiek. Een band voor alle leeftijden dus, die zowel psychedelische progrockers als metalfreaks weet in te palmen. Maar in de eerste plaats is Porcupine Tree vooral een zeer energieke live band! De perfecte akoestiek van de AB gaf de band vleugels, waardoor (alweer) een onvergetelijk concert tot stand kwam.

Voor Porcupine Tree aantrad kregen we eerst nog een halfuurtje Robert Fripp voorgeschoteld. Fripp, ondertussen reeds 63, is vooral bekend van zijn gitaarwerk bij de progressieve rockband King Crimson. Robert Fripp leverde ook wat samples en soundscapes voor Porcupine Tree’s ‘Fear Of A Blank Planet’ en nu mocht deze eigenzinnige, maar legendarische, gitarist voor de Britse band openen.
Robert Fripp startte erg vroeg (19.30) waardoor velen Fripp aan het neus zagen voorbij gaan. De afwezigen hebben echter niet veel moeten missen want de mooie, dromerige gitaarklanken en samples konden weinigen echt boeien. Meer dan een beleefdheidsapplausje kreeg de man niet.

Voor het concert van Porcupine Tree begon werden we vriendelijk verzocht om geen foto’s en geluidsopnames te maken. Ook werd er op aangedrongen geen foto’s te nemen met draagbare telefoons. Die boodschap werd niet door iedereen op evenveel enthousiasme onthaald, maar begrip kon men er wel voor opbrengen. Tijdens het optreden heb ik dan ook bijna niemand gezien die zich niet aan deze afspraak hield; wat getuigd van een grenzeloos respect voor Steve Wilson & de zijnen. Zo’n concert zonder GSM’s in de lucht en fotoflashes werkt trouwens ook heel erg bevrijdend!

Erg lang moesten we niet wachten op Porcupine Tree want onverwacht gaf de band al om 20u20 de aftrap.
De bombastische intro van “Occam’s Razor” diende als opener en de band werd onmiddellijk begeleid door bijpassende, synchrone videoprojecties. Bijzonder knappe videoanimaties, gecreëerd door de Deense grafische artiest Lassie Hoile, versterkten visueel de songs gedurende het grootste deel van het optreden.
Dit was de start van “The Incident”, het nieuwe conceptalbum van de band. Bij “Great Expectations” ging het helemaal fout en was de bassound van Colin Edwin zo ernstig verstoord, dat de band na het ophelderen van het technische euvel, de song gewoon hernam. “We willen immers niet zoals Spinal Tap klinken”, gekscheerde Wilson nog. Zoals verwacht speelde de band het ganse nieuwe conceptalbum live. Het werd een opwindende, hallucinerende progressieve rocktrip gebracht door een onvermoeibare band. Hoogtepunten uit deel 1 waren het gedreven “Drawing The Line”, het sublieme “Time Flies” (nu al een echte Porcupine Tree klassieker) en afsluiter “I Drive The Hearse”, waarin de bekoorlijke harmonieuze zanglijnen van Wilson & Wesley nog eens voorop stonden. Na het spelen van het nieuwe conceptalbum ging de band onder een oorverdovend applaus voor 10 minuten de coulissen in. Een countdownklok hield ons bij de les. Niet echt een drank- en plaspauze maar eerder een symbolische break om twee aparte delen te creëren in het liveoptreden. “10, 9, 8, 7……..3,2,1”…..en
Steven Wilson, Richard Barbieri, Colin Edwin, Gavin Harrison en John Wesley stonden er weer voor deel 2.
Dat werd een setlistje vol met oldies. De start was alvast fenomenaal met het wondermooie “Start Of Something Beautiful” en het bijzonder knappe, psychedelische “Stars Die”, welke een tourpremière was. Het lange “Anesthetize” werd ingekort tot de essentie en bracht de zaal in vuur en vlam. Wat een energie en creativiteit! Misschien wel het hoogtepunt van de avond. Vanwege de belachelijke vroege ‘curfew’ van 22.30 verdween “Lazarus” van de setlist en werd naar het einde toe iets teveel de metal-kaart getrokken. Bissen deed mijn dan weer iets te voorspelbaar. Ik had ook de indruk dat Steve niet helemaal tevreden was met die avondklok die hem achterna zat. Ondanks de voorspelbaarheid is het toch altijd mooi om “The Sound Of Muzak” en “Trains” te horen.
Porcupine Tree bevestigde opnieuw waardoor ik, iedereen die open-minded is en iets meer wil dan hedendaagse radiomuziek, deze band dan ook heel erg sterk kan aanbevelen! Geen enkele keer heeft Porcupine Tree mij live teleurgesteld en hun ongekende dynamische creativiteit bezorgt mij live steeds weer een constante opwinding. Absoluut pluspunt is de perfecte geluidsbalans die de band keer op keer neerzet. Ga ze dus zien als je de kans krijgt…je zal er geen spijt van hebben.

Setlist: *Occam’s Razor *The Blind House *Great Expectations *Kneel And Disconnect *
Drawing The Line *The Incident *Your Unpleasant Family *The Yellow Windows Of The Evening Train *Time Flies *Degree Zero Of Liberty *Octane Twisted *The Séance *Circle Of Manias *I Drive The Hearse
*Start Of Something Beautiful *Stars Die *Anesthetize *Remember Me Lover *Strip The Soul *.3 *Mother And Child Divided
*The Sound Of Muzak *Trains

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Pixies

Pixies – ‘Doolittle’: Een briljante pot nostalgie

Geschreven door

Vorst Nationaal was volgelopen voor deze lekker eigenzinnige band die eind jaren tachtig en begin jaren negentig vier magistrale en essentiële platen afleverde en er daarna prompt mee ophield.

Tegendraads zijn de Pixies altijd een beetje geweest en ook vanavond startten ze, om het publiek een beetje te plagen, met een viertal obscure b-kantjes. Daarna ontplofte de boel en kwam het publiek ten volle wakker met de integrale vertolking van de klassieker ‘Doolittle’, na 20 jaar nog steeds een mijlpaal in de geschiedenis der rockmuziek. Dat deze plaat van de eerste tot de laatste snik absoluut prachtig is wist iedereen al lang, daarvoor waren ze tenslotte ook gekomen. De songs staan als een huis, en dat was hier niet anders, dus was het ook echt genieten. Tussen de nummers door werd er soms iets te lang getalmd, maar de bevallige Kim Deal maakte er gebruik van om de interactie met het publiek toch een beetje aan te houden, want brompot Frank Black hield als gewoonlijk de lippen stijf op elkaar.
Moet het nog gezegd, de volledige ‘Doolittle’ werd prachtig gebracht, in het tweede deel was de band nog een stuk beter op dreef, onze favorieten van de avond waren dan ook de felle punker “Crackity Jones” en heerlijke versies van “Hey”, “Mr Grieves” en “Number 13 baby”. Kim Deal maakte meer dan duideljik hoe onmisbaar haar geniale basloopjes zijn voor het geluid van de Pixies, Frank Black’s vlijmscherpe strot is intact gebleven en Joey Santiago haalde alweer de meeste splijtende klanken uit zijn gitaar. Bovendien kreeg het sowieso al fantastische ‘Doolittle’ een uiterst gesmaakte meerwaarde in de vorm van originele en indrukwekkende visuals. Bijzonder knap en met een gezonde dosis humor.
Het publiek werd alsmaar uitbundiger en na het geweldige “Gouge away”, dat ‘Doolittle’ op magistrale wijze afsloot, joelde, krijste en stampte men om meer.
Pixies kwamen terug het podium op voor nog enkele b-kantjes met o.a. de fijne slow motion versie van “Wave of mutilation” en, het meest naar onze strot grijpend, een sluipend en volledig in rookwolken gehuld “Into the white” met een ijle Kim Deal in de hoofdrol.
Na wel een beetje lang wachten, was het in een volgende bisronde de beurt aan de prijsbeesten van ‘Surfer Rosa’. Met de zaallichten aan brachten de wervelende Pixies met uitstekende versies van “Vamos” (jaaaaaa !!) , “Gigantic” en absolute kraker “Where is my mind” de zaal in volle extase.

Heerlijk concert van een groep die in de annalen van de rockmuziek echt geschiedenis heeft geschreven, meer nog dan Nirvana of U2.
Het volledige concert is te verkrijgen via pixies.sandbag.uk.com. U kan het bestellen als dubbel cd, USB polsband of digitale download, uiteraard tegen betaling. Doen!

Organisatie: Live Nation

Mudhoney

Mudhoney: Punkrock van het betere allooi

Geschreven door

Mudhoney stond begin jaren 90 samen met Nirvana aan de wieg van de grunge scene in Seattle. Beide bands waren even belangrijk voor de grunge beweging, maar Mudhoney is in de underground scene blijven circuleren terwijl Nirvana ondermeer door toedoen van geldruikende businesslui tot wereldact werd gebombardeerd en nu letterlijk onder de grond zit.
In tegenstelling tot verwante bands als Pearl Jam en Soundgarden, wiens sound eerder gericht was op de oer-rock van Led Zeppelin en Black Sabbath, lagen de roots van Nirvana en Mudhoney duidelijk in de punkrock. Tot op vandaag is Mudhoney aan dat rauwe geluid trouw gebleven. De groep is gestaag de clubs blijven afschuimen en bleef ver weg van stadions en mega zalen. Ook op de festivals vond je Mudhoney steevast terug op de kleinere nevenpodia, daar stond je dan welgemutst met uw kop te schudden tussen de echte liefhebbers, die kerel links van u met een Melvins t-shirt, die rechts met één van Dead Moon.
Moet het gezegd dat Mudhoney zich thuisvoelt in een zaaltje als Minnemeers waar de toog zich op enkele meters van het podium bevindt en waar het bier van de muren druipt ?

Het concert kwam een beetje moeilijk op gang. De band putte voor de eerste vijf songs uit hun nieuwste -en wat ons betreft voortreffelijke-  album ‘The Lucky Ones’ en dat was niet bepaald waar de zaal zat op te wachten. Niet slecht maar een beetje braaf, dachten wij zo. Het bleek maar een opwarmingsronde.
Vanaf nummer zes, een ferm “You got it” (uit de prille beginperiode, toen ze hun haren nog niet wasten), plugde ook zanger Mark Arm zijn gitaar in en de groep was vanaf dan goed vertrokken voor een wervelend uurtje punkrock van het betere allooi, gevuld met een mooie greep uit hun 9 platen. Fel en verbeten waren de bloedende kronkel “Sweet young thing ain’t sweet no more” en de publiekslieveling “Touch me I’m sick”, die er met het elan van de vroege jaren keihard doorgeramd werd, punkrock it is.
Mark Arm ging heviger en agressiever zingen naarmate de set vorderde en dat resulteerde in een knallende finale. Helemaal op het eind blies Mudhoney er met een geweldige kwak “In and out of grace “ en “Hate the police “ door, twee uiterst gemene lappen uit hun klassieker van 1990 ‘Superfuzz bigmuff’ (rode draad doorheen dit optreden en dit jaar heruitgebracht, u weet wat u te doen staat), waarmee ze meteen een vettig punt zetten achter een fijn concertje. 

In het voorprogramma mochten de Gentse straathonden Kapitan Korsakov hun nieuwe cd komen voorstellen (het kreng was helaas na de persing in Duitsland blijven steken waardoor ze het niet konden verkopen aan de toog, balen is dat). Ze deden hun ding met veel power, energie, geschreeuw (echt gezongen werd er niet) en korte gemene harde stroomstoten van songs. Tamelijk luidruchtig, maar er zat iets in.

Organisatie: Democrazy, Gent

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

Sunn O)))

Monoliths & Dimensions

Geschreven door

Het Amerikaanse Sunn O ))), Stephen O’Malley en Greg Anderson, masters of doom en dronetrips, bereikten met de vorige cd ‘Black one’ terecht een ruimer publiek. Hun hallucinante tranceachtige trips werden gestuurd en bepaald door logge, lome en repeterende, donkere ritmes van gitaar- bas feedbackgeraas en Moog synths, onder een muur van versterkers en pedaaleffects … Grensverleggend …doom en drones als kunstmuziek.
Op het recente ‘Monoliths & Dimensions’ staan vier indrukwekkende composities (een trip van ruim 50 minuten) van massief, slepende gitaardrones, ingevuld met keelgezangen, mannen – en vrouwen koren, blazers, violen en synths. Een verbluffend geheel …IJzingwekkend, ontroerend en filmisch.
Sunn O ))) staat garant voor avantgarde, een kruispunt van drone, modern klassiek, minimalisme en jazz. For fans of Earth, Oren Ambarchi, Eyvind Kang en Sun Ra…kwestie dat we deze bands niet zouden vergeten melden …

Pagina 861 van 966