logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Epica - 18/01/2...

Rock Werchter 2009: donderdag 2 juli 2009

Geschreven door

Editie 35 van Rock Werchter was er eentje onder een verzengende, tropische hitte en één gutsende regenbui. Om vier dagen Werchter mee te maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
4 keer 80000 bezoekers konden worden genoteerd door de organisatie, waarbij het opviel dat het festival telkens internationaler wordt. Op onze weg kwamen we Ieren, Spanjaarden, Australiërs en Scandinaviërs tegen, naast Engelsen en Nederlanders.
Nieuw was de ‘tournipit’ vooraan de Mainstage: om te vermijden dat er een te grote druk kan ontstaan in het publiek vooraan, konden via een draaihek een gelimiteerd aantal mensen de toegang krijgen tot de afgebakende ruimte voor het podium.
Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. De headliners bevestigden, singer/songwriters konden zich ontplooien en er waren de dansacts en DJ’s ,die zorgden voor afwisseling en variatie. En de gehypte controverse omtrent Milk Inc werd de grond in geboord.
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en ... een tevreden reporter.
Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2009’…

- dag 1: donderdag 2 juli 2009
Eagles of death metal (Mainstage) gaf de aftrap van de vierdaagse marathon. Het kwartet onder spil Jess ‘the devil’ Hughes dompelde ons onder in een stevige portie stoner rock’n’roll van snedige, rauwe, zompige en strakke gitaarlicks, “Only want you”, “Make a bang”, “Bad dream” en “Wanna be in L.A.”. Rockclichés vlogen om de oren. Ze hielden het bij de eenvoud van de rock’n’roll: een stomend rechttoe-rechtaan setje, zonder al te veel franjes. Moeder Hughes en zijn zoontje waren van de partij in de coulissen, keken toe en zagen dat het goed was. Fijn dat de familie er op die manier kon bij betrokken worden.

Ondanks dat ze uit alle uithoeken komen hebben de heren van Expatriate (Pyramid Marquee) Australië als thuisbasis. De groep kwam in de bekendheid als support van dEUS en speelde een set van melodieus meeslepende, gedreven poprock. De keys verraden een ‘80’s Simple Minds en ook in de zang hoorden we Gavin Rossdale (van Bush) en Jim Kerr van Simple Minds terug. We hoorden een doordeweeks bandje met songs die er niet direct uitsprongen.

Eén van de toppers die al in de namiddag op de Mainstage stond, was Lily Allen. In tijgerbh en legging trok ze de aandacht. Onze felgebekte jonge Londense dame stal volledig de show en had de jongens en meisjes vooraan de stage volledig mee om de refreintjes van haar fijne pop te laten meezingen, als “Everyone’s at it you”, “Smile”, “The fear” en “Fuck you”. Ze trakteerde op een paar overtuigende covers “Oh my God (Kaiser Chiefs), “Day’n’nite” (Kid Cudo vs Crookers) en “Womanizer” van Britney Spears, waarbij ze ondertussen al haar legging had uitgedaan en te zien was in passend tijgerslipje … Een wulpse dame, glimlach op het gezicht, een goed op elkaar ingespeelde band, een heldere zang en wuivende handjes … Beter kon niet onder de stralende zon. Naast enkele aanstekelijke, dansbare nummers hoorden we ook enkele mellow souljazzy zonnebadende nummers, waaronder “He wasn’t there” en “Little things”. “It’s not fair” mocht met een fikse scheut electro het feestje besluiten. “Dit was het meeste naakte optreden dat ik ooit gaf”, scandeerde ze nog. Mooi meegenomen dus…

We pikten nog iets mee van de gig van de sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini. Ze brak door met haar derde plaat ‘Me & Armini’ en het opzwepende “Jungle drums”. Maar ze maakt tevens plaats voor haar singer/songwriterschap, wat te horen was in de sfeervolle luistersongs “Big jumps” en “Lifesaver”. Aanstekelijk klonk het met “Heard it all before” en het obligate “Jungle drums”, die het vuur in de pan sloegen in de Pyramid Marquee.

De eerste grote afspraak in de Marquee was met het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle: dromerige indiepop, psychedelica, americana, folk en ‘60s pop gedragen door warme, hemelse meerstemmige vocale pracht. De band heeft een pak klassesongs klaar, die live niks inboeten aan subtiliteit. Ze werden erg overtuigend gespeeld: “Sun giant”, “White winter hymnal”, “Ragged wood” en “Tour protector”. Het publiek reageerde enthousiast en de band was onder de indruk. Ze profileerden zich tussen My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash. Op het nieuwe “Bedouin dress”, mocht het publiek de maat meeklappen en op “Mykonos”, één van de prachtsingles van de cd, palmden ze letterlijk de tent in. Wat een elegante muzikale schoonheid en wat een blijdschap zagen we op het podium.

Placebo (Mainstage) verkocht in geen mum van tijd het KC uit, zal op één van de Pukkelpopdagen afsluiten en komt begin december terug in het Sportpaleis. Maar eerst was het uitkijken wat ze op de wei in Werchter zouden doen. De band is een uitgebreid collectief geworden met twee gitaristen/keyboards en een violiste. Brian Molko en Stefan Olsdal hebben met Steve Forrest een nieuwe drummer, die de band alvast nieuw leven heeft ingeblazen op de recente cd ‘Battle for the sun’ … een hernieuwde drive die de band ten goede kwam. Als een volleerd QOSA-drummer, mepte hij erop los en gaf vaart aan het geheel. De band speelde strak en stevig, was soms messcherp en stelde eerst een pak nieuw materiaal voor aan een geboeid en dankbaar publiek: “Kitty litter”, “Ashtray heart”, “For what it’s worth”, “Seak in tongues” en de titelsong. De herkenbaarheid van oudere songs hoorden we dan met “Every you & every me” en “Special needs”. De groep, die de ‘80’s rockwave laat doorschemeren in hun sound, gaf jongere bands toch even het nakijken. Ze zetten een ‘best of’ Placebo in: “Meds”, “Come undone”, “Special K” en een fel bedreven en noisy “Sing to say goodbye”. Placebo is uitgegroeid tot een topband en beet z’n ereplaatsje in Werchter af. Het verzilveren gebeurt in Hasselt-Kiewit?!

Het Brits/Australische Pendulum dreunde er op los in de Pyramid Marquee. De band deed vervaarlijk aan het te vroeg heen gegane Atari Teenage Riot van Alec Empire denken door de scherpe metalgitaren, drum’n’bass, bonkende electro beats en trancy soundscapes. Een loeihard pompende set van het gezelschap.

Wie Oasis (Mainstage) in januari ll aan het werk zag , moest bekennen dat Oasis er terug stond: “Fuck the people who say fuck Oasis!”, bleek het besluit van onze redactie, ondanks Liam’s arrogante koelheid en hautaine opstelling, handen op de rug en de lippen genageld aan z’n micro. Ook hier was de band onder een deels nieuwe bezetting te zien, naast de broers Gallagher, wat de sound hechter en homogener maakte. Oasis trok de kaart van de rock’n’ roll die de ‘60’s en ‘70s samenbrengt, en The Beatles onvoorwaardelijk hoog in het vaandel droeg. Het bewijs was er met het afsluitende “I am the wallrus”, dat rauw, hard en nosiy klonk. Anderhalf uur putten ze, zonder al te veel commentaar, uit hun vroegere classics. De taal van de instrumenten sprak: “Rock’n’roll star”, “Lyla”, “Cigarettes & alcohol” en “Roll with it”. Grootse nummers als “What’s the story morning glory”, “Wonderwall”, “Champaign supernova” zaten tussen de broeierig rock van “Slide way”, “Supersonic” en “Live forever”. “The masterpaln”, “Songbird” en het heel innemende “Don’t look in back anger” ( Noel op gitaar en een luidkeels meegezongen refrein door het publiek) waren de paar rustmomenten die de band in z’n set voorzag. Op het eind begaf Liam zich naar de eerste rijen, vroeg een sigaret en keek naar z’n eigen band. Oasis: een band op z’n beste niveau, die erin slaagde een pittig gedreven set te spelen.

Als warming up voor The Prodigy, ondergingen we nog even de deep funky basses en dance van techno, house en drum’n’bass van Tiga (Pyramid Marquee), die België als z’n tweede thuis beschouwt. Onze knoppendraaier pompte er een breed arsenaal van deze stijlen door .

Het Britse Prodigy overweldigde midden de jaren ’90 met een hardcore rave aan breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industral. Dancerock! De daaropvolgende jaren namen ze de tijd, maar de inspiratie bleek zoek: mak stuurloos materiaal wat zich vertaalde in rommelige, schreeuwerige en chaotische livegigs. Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim R en Keith Flint (uitgangsbord van de band) hebben zich duidelijk hierin herpakt: als ‘real warriors’ gingen ze te werk. Het trio, met band op het podium, klonk strijdvaardig en plaatste de oude hits netjes binnen het nieuwe, wat hun niveau naar boven trok. Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) minder in de picture stond. Ze fokten hun publiek op met classics als “Breathe”, “Their law”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodo people”, naast een “Worlds on fire” en “Warriors dance”. Prodigy had er duidelijk zin in en met hun fans als prooi zorgden ze voor een nachtelijke party op de wei (Mainstage); hun mokerslagen van beats breidden ze uit in de bis: “Diesel power”, “Smack my bitch up”, “Outta space” en de huidige “Invaders must die” en “Take me to the hospital”. Treffende afsluiter!

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Crosby, Stills & Nash

Crosby, Stills & Nash: lieflijke meerstemmige zang van een uiterst gevarieerd concert

Geschreven door

Op dinsdagavond 7 juli konden we de eerste echte ‘supergroep’ uit de popgeschiedenis aan het werk zien in Vorst. Een gelegenheid die we niet lieten voorbijgaan, temeer daar de groep onlangs nog als topact actief was op het Glastonbury Festival.
Crosby kwam uit ‘The Byrds’, Nash was lid van ‘The Hollies’ en Stills maakte deel uit van ‘Buffalo Springfield’. Deze mix resulteerde in één van de meeste succesvolle samenwerkingen uit de muziekgeschiedenis. Ieder lid van de groep bracht verschillende invloeden mee en dit gaf als resultaat een afwisseling van country, liefdesliedjes en zware gitaarrock. Maar zij zijn vooral geliefd om hun prachtige meerstemmige samenzang. Die oefenden zij eerst samen in de woonkamer van Jody Mitchell en de eet(!)kamer van Mama Cass.
Ze kwamen voor het eerst naar buiten met hun muziek tijdens een schuchter optreden op het Woodstock Festival in 1969. Met een onmiddellijk succes tot gevolg. Toen Neil Young de groep kwam vervoegen was het hek helemaal van de dam. Hun LP ‘Déjà Vu’ was een immens succes.
Daarna werd het wat stiller rond de groep. Young werkte verder aan een succesvolle solocarrière, Crosby kreeg zware problemen met het gerecht en bracht 1985 en 1986 in de gevangenis door.
En nu staan ze er weer.

Het concert in Vorst Nationaal begon aarzelend en heel rustig. De groepsleden hadden duidelijk wat stemopwarming nodig. Maar toen ze eenmaal op dreef waren kregen we een fenomenaal optreden te horen. Vergeef mij als ik enkele titels vergat te noteren: een verslaggever is ook maar een mens en kan ook betoverd worden door al die schoonheid.
Ze zetten in met “Helplessly Hoping”. Gedurende de volgende nummers werd het concert heel intimistisch met prachtige samenzang. Ze kondigden een nieuw coveralbum aan met hun 20 favoriete songs, een album dat geproduced wordt door Rick Rubin. Daaruit brachten ze achtereenvolgens “Ruby Tuesday” van de Rolling Stones, “You Can Close your Eyes” van James Taylor, “Reason to Believe” van Tim Hardin en “Girl from the North Country” van Bob Dylan. Dit laatste nummer kon de Zweedse dame naast mij duidelijk heel erg waarderen.
Dan kwamen “Guinnevere” en “Dream for Him” (een nieuw nummer). Ondertussen kwamen nog een viertal muzikanten (een drummer, twee keyboardspelers en een bassist) het podium opgeslopen en werd de sound iets harder. Met “Uncle John’s Band” en “Our House” besloten zij na een uurtje het eerste deel van hun optreden.
Na de pauze kwam er steeds meer vaart in de nummers. De heavy gitaar van Stills sneed soms door merg en been. Alleen miste ik soms wel de gitaarduetten met Neil Young, maar je kan natuurlijk niet alles hebben. We hoorden verder “Marrakech Express”, “Just a Song before I Go”, “Long Time Gone”, Déjà Vu”, en het meeslepende “Almost Cut my Hair”. Ook ‘Buffalo Springfield’ werd niet vergeten: “Bluebird” en “For What It’s Worth” werden prachtig hard en strak gebracht.
Als bisnummers kregen we dan nog prachtige versies van “Wooden Ships” en “Teach Your Children” te horen.

Na meer dan twee en een half uur muziek keerden wij moe maar tevreden huiswaarts, met een erg voldaan gevoel.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Leonard Cohen

Leonard Cohen zorgt voor magie

Geschreven door

De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Naast optredens in het Minnewaterpark in Brugge, was hij nu voor de derde keer te gast in een grote zaal. De wereldtournee (z’n laatste?), wat tegen wil en dank opgestart, is succesvol te noemen. Net als bij z’n vorige concerten, konden we ook in het Sportpaleis spreken van een memorabel innemend concert … (zie ook concertreview Minnewaterpark in Brugge, juli 2008).
Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Main Square Festival 2009: Het concert van Coldplay laat zelfs de weergoden niet onberoerd

Het Main Square Festival vindt sinds 2004 plaats in het Noord-Franse Arras, gelegen op amper 60 km voorbij de Belgische grens en op nauwelijks anderhalf uur rijden van pakweg Brussel. Aanvankelijk begonnen als een ééndaags gebeuren met op de affiche Placebo en  Gomm, is dit evenement intussen dermate uitgegroeid dat sinds dit jaar voor het eerst gedurende vier dagen kan genoten worden van een diverse keur aan muzikale topacts. Medeverantwoordelijke hiervoor is niemand minder dan Herman Schuermans. Hij was voordien al gratis raadgever van het festival maar is intussen ook officieel partner geworden. Door de samenwerking met Live Nation en Rock Werchter en het feit dat het Main Square Festival tegelijk plaatsvindt met het ‘beste festival ter wereld’, leidt dit er toe dat via het doorschuifsysteem (het merendeel van de groepen present op het Main Square Festival treden de dag nadien op in Werchter) aldus met een minimum aan meerkosten op beide locaties een prachtig en bij momenten uniek programma kan aangeboden worden. Zo stond bijvoorbeeld dit jaar Coldplay zowel op de affiche van Arras als van Werchter te prijken, en dit terwijl ze behalve Roskilde geen enkel ander Europees zomerfestival aandoen.
Maar ook los van de samenwerking met Schuermans heeft het Main Square Festival heel wat troeven in handen, niet in het minst door de locatie zelf. De concerten vinden namelijk plaats op de Grand’Place, een door de UNESCO beschermd plein en geven aan het geheel een mooie setting. Ook biedt het festivalterrein plaats aan ongeveer 25.000 bezoekers, minder dan een derde dus dan Rock Werchter, en mede daardoor een ideaal alternatief voor wie niet zo happig is op een verblijf op de weide, de grote drukte wat wil ontlopen en ook nog eens dichtbij wil parkeren.
Een deel van de redactie van Musiczine was traditiegetrouw in Werchter aanwezig, terwijl onder meer ondergetekenden een bezoekje aan onze zuiderburen brachten. Op dag één stonden vier artiesten geprogrammeerd, namelijk achtereenvolgens M. Ward, Amy Macdonald, The Ting Tings en absolute hoofdact Coldplay.

M. Ward (17u05 – 17u50)
Iets na 17u mocht Matthew Stephen Ward, beter bekend onder de artiestennaam M. Ward, het festival en dus ook dag één openen. Deze uit Portland, Oregon afkomstige getalenteerde zangerliedjesschrijver bracht onder eigen naam al enkele knappe platen uit, waaronder nog dit jaar het fantastische ‘Hold Time’, maar door het grote publiek wordt zijn mix van country, folk, blues, gospel, rock and roll, rockabilly en Americana tot dusver nog veel te weinig opgemerkt. Integendeel, vreemd genoeg is hij nog het meest gekend door zijn bijdragen op platen van bijvoorbeeld Cat Power, Beth Orton, Norah Jones, Jenny Lewis en Bright Eyes of door zijn samenwerking met Zooey Deschanel onder de benaming ‘She & Him’ waarvan de plaat ‘Volume One’ vorig jaar werd uitgebracht.
Dat hij nu op een groot podium geprogrammeerd stond, was enerzijds positief te noemen in die zin dat – mede dat er in Arras gewerkt wordt met één enkel podium - de aanwezigen niet naast hem konden kijken en luisteren (iets wat de dag nadien in de Pyramid Marquee van Werchter een veel moeilijkere opgave zal zijn) maar anderzijds was het de vraag of zijn bij momenten breekbare muziek mede in combinatie van zijn zo karakteristieke, hese en krakerige stem niet in het feestgedruis verloren zou gaan.
Dat laatste viel best mee. “Chinese Translation” en “Requiem” (allebei uit ‘Post-War’, 2006) kenden eenzelfde crescendo opbouw, “Rave On” (Buddy Holly cover) kreeg net als op de plaat ‘Hold Time’ een erg mooie laidback uitvoering en “Epistemology” (uit ‘Hold Time’) en “Fool Says” (uit ‘Transfiguration Of Vincent’, 2003) werden mooi ingekleurd door slidegitaar. De begeleidingsgroep speelde daarbij telkens lekker relaxt. Maar doordat de stem van Ward ons wat onderdrukt leek, konden we ons echter niet van de indruk ontdoen dat het concert toch wat dynamiek miste en teveel voortkabbelde.
Halfweg de set werd dit duidelijk rechtgezet en kregen we nog prachtige versies te horen van “Right In The Head” (‘Post-War’) en van “To Save Me” en een heupwiegende “Never Had Nobody Like You” (‘Hold Time’), mede door de extra achtergrondzang van de groepsleden. Ondertussen was er ook tijd voor enkele ingetogen passages zoals “Hold Time” en “Poison Cup” (‘Post-War’), waarbij Ward aan de piano ging zitten. Toen hij bij dit laatstgemeld nummer meedeelde dat de rest van de set zou worden opgedragen aan de overleden Alain Bashung, kreeg hij een ruimer deel van het publiek op zijn hand. Er werd afgesloten met een snedig rockende versie van “Roll Over Beethoven” (Chuck Berry) zodat we van een geslaagd concert kunnen spreken.
Jammer dat hij een prachtnummer als “For Beginners” links liet liggen maar dat houden we te goed hij nog eens voor een zaaloptreden langskomt.

Amy Macdonald (18u22-19u17)
Toen Amy Macdonald, intussen voorzien van een geblondeerd kortgeknipt kapsel en afgelopen donderdag getooid in een Egyptisch aandoende witte lange blouse, op het podium verscheen, werd ze meteen erg enthousiast onthaald.
Alles heeft natuurlijk te maken met haar vorig jaar verschenen debuutalbum ‘This Is The Life’ dat voor deze Schotse artieste een inslaand succes betekende en al enkele miljoenen keren over de toonbank is gegaan. Vooral het gelijknamige titelnummer kon je meermaals horen meezingen en -fluiten door – in de eerste plaats – (piep)jonge en vrouwelijke fans en tijdens haar concert in Arras werd dit nog eens vlotjes overgedaan.
Het applaus dat haar bij ieder nummer werd toebedeeld, stond ons inziens evenwel niet in verhouding tot de prestaties vooraan op de planken. Haar begeleidingsgroep stond goed maar in verhouding tot het stembereik van Macdonald, te luid te musiceren met als gevolg dat zij hiertegen niet kon opboksen, heel vaak de bal compleet missloeg en als een overstuurde Dolores O’Riordan in overdrive geraakte.
Enige lichtpunten die te noteren vielen, waren de twee singles “Mr. Rock & Roll” en “This Is The Life” en – laten we mild zijn - de akoestische cover van Bruce Springsteen’s “Dancing In The Dark”. Over die andere cover “Mr. Brightside” van The Killers willen we het liever niet hebben wegens werkelijk tenenkrullend en wat de rest van de set betreft, durven we zelfs het woord ‘hemeltergend’ in de mond nemen.
De duizenden aanwezige meisjes uit de jeugdbewegingen zouden volstrekt onze mening niet delen en jammer voor de vriendelijke Amy, maar dit concert deed teveel onze wenkbrauwen fronsen en was er eentje om snel te vergeten.
Setlist: Poison Prince, L.A., Youth Of The Day, Barrowland Ballroom, Mr. Brightside, A Whish For Something More, Mr. Rock & Roll, Next Big Thing, This Is The Life, The Road To Home, Run , Dancing In The Dark, Let’s Start A Band

The Ting Tings (19u50-21u05)
Wie veel beter de overstap van de kleine plankenvloeren naar de grotere podia verteerd hebben, zijn The Ting Tings. Dit Britse duo gevormd rondom Jules De Martino en Katie White kunnen sinds hun vorig jaar uitgebrachte album ‘We Started Nothing’ en nog meer via de hiervan getrokken singles, op een grote aanhang rekenen. Ze weten niet alleen de aandacht te trekken door middel van de voor hen zo typerende aanstekelijke, opgewekte en goed in het gehoor liggende muziek maar ook via hun steeds bijzonder flashy en dito opvallende outfits. Ook afgelopen donderdag speelden ze deze combinatie met gemak uit op het podium.
Het concert begon met een sferische intro, waarna De Martino op piano de eerste akkoorden van “We Walk” begon te spelen, ging plaatsnemen achter zijn drumstel en gitaar speelde, terwijl wat later White het podium opwandelde en het publiek groette. Het sein voor de aanwezigen om zich te laten meeslepen voor een uurtje ongedwongen dansbare muziek, vooral omdat onmiddellijk na het openingsnummer ook de hit “Great DJ” gebracht werd.
Alle tien de nummers van het album kwamen aan bod en behalve de zonet twee vermelde singles, konden het strakke “We Started Nothing” (waarbij we qua ritme wat gelijkenissen konden horen met !!!), het van extra beat voorziene “Shut Up And let Me Go” en “Impacilla Carpisung” als uitschieters beschouwd worden.
White speelde haar rol als frontvrouw met verve en de trukendoos werd geregeld opengetrokken, al vielen er geen verrassingen te noteren: midden een song onbeweeglijk blijven staan om nadien terug in te vallen, het omver duwen van de drum, het filmen van het publiek en het dj-gewijs spelen van enkele – nagenoeg steeds terugkerende – deuntjes als “Walk This Way” (Aerosmith), “Rapper’s Delight” (Sugarhill Gang), “Ghostbusters” (Ray Parker Jr.) en speciaal voor het Franse publiek “Je T’Aime … Moi Non Plus” (Gainsbourg & Birkin). We zagen het de groep allemaal al meermaals eerder doen.
The Ting Tings brachten niet al te moeilijke muziek, meezingbare refreintjes en veel expressie en waren aldus een prima sfeerbrenger en dé vrolijke noot van de dag. Uiterst genietbaar concert.
Leuk moment was ook toen White haar laarsjes bij het inzetten van het laatste nummer uittrok, op het einde van de set van het podium stapte om wat later snel terug te lopen om haar schoeisel mee te graaien vooraleer in de auto te stappen.
Setlist: We Walk, Great DJ, Fruit Machine, Keep Your Head, Traffic Light, Be The One, We Started Nothing, Shut Up And Let Me Go, Impacilla Carpisung, That’s Not My Name

Coldplay (21u50-23u35)
Met Coldplay had het Main Square Festival een absolute wereldtopper in huis. Jaar na jaar blijft de populariteit van deze Britse groep toenemen en ook op hun muzikale kwaliteit en creativiteit zit nog steeds geen sleet. Dit bewezen ze vorig jaar met hun vierde studioalbum ‘Viva La Vida or Death And All His Friends’ in een productie van onder meer Brian Eno. Zonder drastische omwentelingen te veroorzaken, klinkt deze plaat rijkelijker en gelaagder dan de voorgangers en dat doet zich tegenwoordig ook gelden op het podium. Het was al te merken tijdens hun passages in zaal eind vorig jaar en ook in Arras was dit nu niet anders.
Mede omdat zoals eerder geschreven de groep slechts aanwezig zou zijn op drie Europese festivals, was het festivalterrein op de Grand’Place goed volgelopen toen zij om 21u50 aan hun set begonnen.
Met gele lichtjes in de handen kwamen ze het podium op en speelden “Life In Technicolor” achter een zwarte, licht doorschijnende doek. Bij de begintonen van “Violet Hill” werd deze doek naar beneden gehaald en werd het begin van de triomftocht van Coldplay ook visueel helemaal duidelijk gemaakt.
Met “Clocks” (kleurrijke laserstralen werden het publiek ingestuurd terwijl Chris Martin achter de piano zat), “In My Place” (Chris Martin rende expressief en dartelde als een veulen over een speciaal hiervoor geplaatst zijpodium, zocht het contact met de toeschouwers op, liet zich vallen om vervolgens opnieuw naar het hoofdpodium te spurten) en “Yellow” (gele grote ballonnen werden boven de hoofden van de toeschouwers losgelaten) werd gekozen voor een klassiek drieluik.
De sfeer zat er meteen goed in en rondom ons zagen we zelfs ontroering in de ogen van de toeschouwers. Maar ook de weergoden lieten zich niet onbetuigd en gaven een teken dat ook zij van de partij waren. Na een weekje aanhoudende loodzware temperaturen viel er namelijk zowaar regen uit de lucht die kort erna al even snel weer verdween.
Chris Martin nam plaats achter de piano en speelde “42” en het massaal meegezongen “Fix You”. Na “Strawberry Swing” begaf de groep zich naar een zijpodium om uptempo, met beats overladen versies van “God Put A Smile Upon Your Face” en “Talk” te vertolken. Terwijl de overige groepsleden zich opnieuw naar het hoofdpodium begaven, bleef Chris Martin alleen achter de piano zitten om “The Hardest Part”, “Postcards From Far Away” en een stukje “Billy Jean” als ode aan de zopas overleden Michael Jackson te brengen. Ongetwijfeld een van de hoogtepunten van het concert. Op het einde van dit eerbetoon zette drummer Will Champion het beginritme in van “Viva La Vida”, inmiddels uitgegroeid tot een meezinghymne buiten alle formaat. Extra aangestuurd door de pauken en het klokkengeluid werd nog eens onderstreept hoe deze song in perfecte symbiose leeft met een festival. Chris Martin lag op het einde van het nummer languit op de rug op het podium terwijl hij figuurlijk bedolven werd door het massale gezang van het publiek. Sterk!
Na “Lost!” dat live nog meer overtuigde doordat bassist Guy Berryman extra drumde, baande de groep onder begeleiding van een nog steeds zingend publiek zich een weg naar een ander podium om daar enkele nummers akoestisch te brengen: “Green Eyes”, “Death Will Never Conquer” (gezongen door Will Champion terwijl Chris Martin mondharmonica speelde) en een cover van “I’m A Believer” (geschreven door Neil Diamond maar beter bekend in de hitversie van The Monkees). Het ging er bij deze nummers erg ontspannen aan toe. Er werd heel wat afgelachen, Franse rijmende zinsneden mengden zich onder Engelstalige teksten en gitarist Jonny Buckland werd door Martin uitgedaagd om te zingen hoewel hij hier niet voor te vinden is. Leuk en ontwapenend. Wel is het zo dat dit in een zaal beter tot zijn recht komt dan op een festivalterrein waar het publiek veel meer door elkaar staat te schreeuwen. Wij vermoedden dan ook dat niet iedereen even duidelijk meekreeg wat zich daar aan het afspelen was op die kleine oppervlakte.
Onder de tonen van een geremixte “Viva La Vida” namen de vier hun plaats opnieuw in op het hoofdpodium en speelden een in een volledig nieuw jasje gestoken “Politik” en “Lovers In Japan” dat mooi opgefleurd werd via projecties en het massaal laten neerfladderen van fluorescerende papieren vlinders. Coldplay wordt menigmaal als de nieuwe U2 genoemd en ook al willen we ons tot deze vergelijking niet laten verleiden, dichter dan het kenmerkende gitaargeluid van The Edge kon Jonny Buckland op dat moment inderdaad alvast niet geraken.
Met “Death And All His Friends” werd het eerste deel het concert beëindigd maar als toegift was er nog ruimte voor het onverwoestbare “The Scientist” waarbij Chris Martin eerst solo op piano speelde, Jonny Buckland op akoestische gitaar aanvulde om nadien ook steun te krijgen van bassist Guy Berryman en drummer Will Champion. Met “Life In Technicolor ii” en “The Escapist (Outro)” sloot het viertal het concert na ongeveer 1u45’ definitief af.

Coldplay groeit buiten zijn eigen proporties en de concertenreeks is een duidelijk voorbeeld van een massaproductie maar als u kijkt met welke gedrevenheid er wordt gemusiceerd, met welk (over)enthousiasme er over het podium wordt gedarteld en het contact met het publiek wordt opgezocht, dan doet dit een mens snel vergeten hoe mega de groep is geworden en hoef je als toeschouwer niet veel moeite te doen om ondergedompeld te worden in een uiterst genietbare sfeer. De duizenden aanwezigen die nog een hele poos na het einde van het concert en nadat de roadies het podium al lang ontruimd hadden, “Viva La Vida” nascanderen, sprak daarbij boekdelen.
Van ingetogenheid tot expressie, van soberheid tot extravagantie, van ongedwongenheid tot ernst, van droefheid tot vreugde, het zat allemaal vervat in dat ene concert op de Grand’Place te Arras. Het verliep bij momenten wat nonchalanter dan bij eerdere optredens in zaal – zo liet bijvoorbeeld Chris Martin bij “Yellow” en “Lost!” door zijn spurt- en klimoefeningen vocaal wat steken vallen en waren er her en der wat onzuiverheden te bespeuren -  maar dat zijn niet meer dan kleine aantekeningen bij een voor het overige meer dan uitstekende doortocht. ‘Viva La Vida! Viva Coldplay!’
Setlist: Life In Technicolor, Violet Hill, Clocks, In My Place, Yellow, 42, Fix You, Strawberry Swing, God Put A Smile Upon Your face (Partial Techno Remix), Talk (Partial Techno Remix), The Hardest Part, Postcards From Far Away, Viva La Vida, Lost!, Green Eyes, Death Will Never Conquer, I’m A Believer, Viva La Vida (Remix Interlude) , Politik, Lovers In Japan, Death And All His Friends
The Scientist, Life In Technicolor ii, The Escapist (Outro)

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

The Veils

Sun gangs

Geschreven door

The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. De tracks van de nieuwe derde plaat ‘Sun gangs’, zoeken dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit, onder Finn Andrews pakkende, doorleefde en gekwelde stem. De gevarieerde aanpak en de verschillende gevoelslagen zorgen opnieuw voor een grootse plaat, ondanks het feit dat we ons moeten realiseren dat ‘Sun gangs’ een niet makkelijke opvolger is van ‘Nux Vomica’, die op alle vlakken heel sterk scoorde. “Sit down the fire” is een spannende (retro) rocker samen met het pittig en frisse “Killed by the boom” en “Three sisters”. Wat wordt afgewisseld met de melodramatische “It hits deep”, “Scarecrow”, het afsluitende “Begin again” en de titelsong van de cd; de factor gevoeligheid is hoog op deze indringende, sfeervolle songs, die een spaarzame begeleiding hebben op piano en/of gitaar, gedragen door mans meesterlijke vocals. Hoogtepunt is “Larkspur”, een bijna negen minuten durende song, die iets mee heeft van de dreiging van Woven Hand en geënt is op the doors “This is te end”.
’Sun gangs’ is opnieuw een bezielde plaat, waarop The Veils erin slagen je te laten meeslepen in hun bezwerende americana/roots/poprock.

Loch Vostok

Reveal no secrets

Geschreven door

Baf! Zo klonk het in mijn muzikaal hart toen ik op de play knop duwde. In mijn hersenen werd onmiddellijk een signaal gegeven dit dit wel eens een goed album zou kunnen zijn. Nadat het eerste nummer, “Loss Of Liberty”, afgelopen was werd mijn vermoeden nog eens bevestigd. Enkel de grunts/screams staan mij echt niet aan. De rest weet me ongetwijfeld te boeien.
Met ‘Reveal No Secrets’ brengt Loch Vostok ons een soort van moderne Thrash ondersteund door keyboards. In tegenstelling tot de grunts/screams klinkt de cleane zang wel erg goed. Soms, heel soms doet het me zelf wat denken aan meester Bruce Dickinson.
Ik kan u verzekeren dat de hoge kwaliteit behouden blijft op heel dit album, dat een speelduur heeft van een goeie vijftig minuten. Het is dan ook een aanrader van mensen die houden van stevige, melodieuze en vooral goede muziek! Deze band heeft me met dit album werkelijk overtuigd van hun kunnen. Doe zo voort!

Phoenix

Wolfgang Amadeus Phoenix

Geschreven door

Het Franse Phoenix is al enkele jaren bezig en brengt steevast toffe en goed in het gehoor liggende popsingles uit als “Too young”, “If I ever feel better” en “Everything is everything”. Met deze vierde cd hebben ze, ondanks de afschuwelijke albumtitel, een handvol lekkere nummers uit, schuwen ze geen experimentje en overtuigen ze met toegankelijke, sfeervolle poprock. Openers “Lisztomania” en 1901” trekken meteen de aandacht. De psychedelica en experimentjes klinken door “Love like a sunset pt 1” en “Pt 2”. Een geslaagd waagstukje van het Franse gezelschap. En dan borduren ze heerlijk verder met het broeierige, frisse en intense “Lasso”, “Rome” en “Countdown”. Wat doet besluiten dat Phoenix er  aardig in slaagt fans te winnen …

Jack Peñate

Everything is new

Geschreven door

’Everything is new’ is de tweede plaat van de Londense singer/songwriter Jack Penate, (origine van Spaanse en Britse ouders), die heel goed bevriend is met de dames Kate Nash en Adele. Z’n debuut ‘Matinee’ van twee jaar terug, ging aan onze aandacht voorbij; maar door de voorstelling van de opvolger, grepen we even terug naar dit debuut wat onze nieuwsgierigheid fraai springerig popmateriaal opleverde met aanstekelijke, opzwepende ritmes.
’Everything is new’ is een luchtige opvolger: charmant rommelig en catchy zomerse pop, die een relaxte, ontspannende indruk nalaten. Uitgelaten popsongs die neigen naar de sound van Vampire Weekend door de Afrikaase ritmes, percussie, gospelkoren, blazers en ‘80’s keyboards. “Let’s all die” en de titelsong passen ideaal binnen dit concept. Maar de meeste nummers songs hebben een opzwepende groove en bevatten hitpoptentie: “Tonight’s today” voorop, gevolgd door “Pull my heart away”, “Torn on the platform”, “So near en “Be the one”. Popmuziek als medicament om je zorgen je vergeten … Ook enkele ingetogen nummers als het bezwerende “Body down” getuigen van mans volwassen aanpak.
’Evertything is new’ lijkt wel het ideale recept om je vakantie in te zetten: een frisse wind door de vaardige opbouw en een melodieus broeierig en opzwepend ritme. Ze hangen onuitwisbaar in je geheugen. Jack Penate als de vrouwelijke Lily Allen …

Fucked Up

Fucked Up: naam niet gestolen

Geschreven door

Hoofdact Fucked Up is een band die zeer zeker zijn naam niet gestolen heeft. Wij zouden er zelfs gerust nog een ‘Completely’ aan toevoegen, en dat hebben ze volledig te danken aan hun zanger/krijser Pink Eyes (aka Father Damien), een compleet dolgedraaide dikkerd die zich meer tussen het publiek bevond dan op het podium. Hij rolde over de grond, ging menig partijtje pogo aan met zijn fans, sprong, brulde, kroop en liep in zijn onderbroek als een gedrogeerde stier door de zaal (de enige die qua zwijnerij een beetje in de buurt komt is David Yow, die gek van The Jesus Lizard).
Pink Eyes stond bol van de adrenaline, het publiek vond het geweldig en iedereen zweette zich te pletter. Op het podium stond een band met maar liefst drie gitaristen die een hardcore punk geluidsmuur optrokken waar geen poot meer tussen te krijgen was. De variatie en subtiliteit die op hun voortreffelijke album ‘The chemistry of common life’ nog een beetje te bespeuren was,moest men op het podium ver gaan zoeken, maar de explosiviteit en splijtende energie die van dit combo uitging, maakte alles goed. Dit was een ultraharde kopstoot van een optreden. Zelden zoiets gezien.

Het Belgische Drums Are For Parade keerde terug naar de primitieve brute power van Melvins, vroege Soundgarden en Karma To Burn. Zware gitaren, geen bass en een drummer die zijn ziel er uit schreeuwt. Niet voor doetjes of gevoelige oortjes.

TV Buddha vindt het ook al niet nodig om op het podium te gaan staan. “Wij doen ons ding tussen het volk, fuck the stage” denken ze. In ware White Stripes traditie (een gitarist en een schoon madam op een wel heel sober drumstelletje) wrong dit duo zich doorheen een dosis distortion en moordende riffs (a la White Stripes, Black Keys, Black Sabbath) met af en toe wat huilende zang (denk ergens tussen Jon Spencer en wijlen Lux Interior). Knap, heftig en vooral luid.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Steely Dan

Left Bank Holiday Tour 2009: Steely Dan

Geschreven door

Goed om weten als je een Steely Dan-concert bijwoont is dat het duo Becker/Fagen altijd een studiogroep geweest is en met de eerste zeven platen bewezen heeft dat perfecte schoonheid wel degelijk van deze wereld is. Als je dan bedenkt dat elk apart nummer na maandenlang sleutelen ingespeeld werd door telkens weer andere topsolisten, is het niet moeilijk te begrijpen dat Walter en Donald nooit zin hadden om rond te touren: zo zouden ze hun zorgvuldig opgebouwd imago van muzikale tovenaars aan al te gemakkelijke kritiek blootstellen. Zeldzame live-opnamen uit die jaren klinken achteraf nochtans wonderlijk mooi. Becker is subliem als begenadigd gitarist met een eigen stijl vol verrassende wendingen. Komt daarbij dat Fagen aanvankelijk de eigen nummers niet wilde inzingen omdat hij niet tevreden was met zijn eigen stemgeluid. We danken het aan producer Gary Katz dat hij hem ervan overtuigde dat zijn nasale klank perfect paste bij de ironische teksten die het duo in elkaar knutselde.

Rond de eeuwwisseling, na een stilte van 20 jaar, lieten de ‘Dan’ eindelijk van zich horen met een achtste plaat. Nieuw was dat de heren besloten hadden alle frustraties omtrent het podium van zich af te gooien en de baan op te gaan! Vandaag was het derhalve de vierde keer dat de inmiddels bejaarde heren ons land aandeden. Alle fans, waaronder zoals bekend veel muzikanten, hebben de groep dus reeds meermaals bezig gezien. Het grootste deel blijft telkens terugkomen, zodat Vorst Nationaal nog voor twee derden opgevuld raakte, hoewel er nog nauwelijks tamtam gemaakt wordt in de geschreven media. Gelukkig voor ons en zelfs voor elke huismoeder, maakt elke samensteller van radioprogramma’s nog bijna dagelijks gebruik van de collectie onverslijtbare songs…
“En het concert?” De uitgebreide band (4 blazers, 3 zangeressen, basgitaar, extra gitarist, piano en een strakke drummer) zet stevig maar zalig in met pure jazz. Met Becker en Fagen erbij worden we getrakteerd op het verrassende, op een lekker lome melodie herschreven “Reeling in the Years”. Het vroege popnummer “Show Bizz Kids” krijgt een andere intro mee en het wordt –typerend- uitgevoerd in een deftige jazzclubversie. “Bad Sneakers” valt daarna eigenlijk wat tegen, misschien omdat je niet tegelijk ‘Against Nature’ kunt zijn en jong maar decadent. Er zit al sleet op Fagens stem, maar we zijn blij dat hij zich over dit ongemak heen durft te zetten, anders hadden we geen concert gehad. “Black Friday”, over de beurscrash, klinkt sterk en krijgt een prachtige gitaarsolo van John Herington mee. Met het obligate “Aja” bedenken we opnieuw dat we best tevreden zijn dat de heren nog hun ‘dime dancing’ niet afgerond hebben. Dan volgt “Hey Nineteen”, onverwoestbaar en in orde op één mankement na: het koor klinkt onvolledig tijdens het refrein. Becker somt tussendoor een reeks sterke dranken op, maar realiseert zich tijdig dat hij in België is en sluit de reeks af met bier. Bedoeling is blijkbaar dat het publiek de woorden ‘Cuervo Gold’ meezingt, en ik die dacht dat het om één of ander ander soort geestesverruimend middel ging, maar dat is dan waarschijnlijk de ‘Fine Colombian’. Interessant is hier de trombonesolo van Slim Jim Pugh die het nummer in oude jazztraditie veel eer aandoet, hetgeen duidelijk maakt dat veel meer de weg van improvisatie op het eind van het nummer zou mogen ingeslagen worden in plaats van een droog en al te abrupt einde. Het slot van “Green Earrings” (uit ‘The Royal Scam’) illustreert dit wat later opnieuw want mede daardoor kan de uitvoering op enorm veel bijval rekenen. Tussendoor komen we nog te weten dat Daddy Becker zijn leven gebeterd heeft want hij zingt vrij aardig dat hij verhuisd is uit New York City. Josie en Peg worden nog getroost (Ricky niet) en op “Kid Charlemagne” mogen de muzikanten toch nog eens loos gaan in een passend slot.
Het bisnummer moet dan natuurlijk “Do It Again” worden zodat we met een ‘smile’ op ons face dorstig wegtrekken na al deze ‘perfection and grace’.

Om nooit te vergeten: terwijl wij als laatste gasten op het terras van de ‘Club des Artistes’ de zwarte luxebus met opschrift ‘Beat the Street’ zien wegrijden met de artiesten aan boord, steekt warempel een vos de straat over om zich te goed te doen aan een gevallen hamburger. De hoes van ‘The Royal Scam’ komt me nog voor de geest wanneer ik onvast rechtkrabbel…

Organisatie: Live Nation

Pagina 874 van 966