logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Epica - 18/01/2...

Manufacturer's Pride

Sound Of God’s Absence

Geschreven door

Manufacturer’s Pride is een band die bewijst dat Finland nog iets anders heeft dan goede Folk Metalbands. Dit gezelschap, opgericht in 2006, brengt ons een soort van atmosferische Melodic Death Metal met hier en daar wat Thrash en Black invloeden waarbij er duidelijk kwaliteit wordt geleverd. Erg nieuw in het vak zijn ze niet meer, want in 2007 kwam al hun debuut ‘Faustian Evangelion’ uit. Nu, in 2009 is er dit tweede album onder de naam ‘Sound Of God’s Absence’.
Zware riffs worden ondersteund door atmosferische keyboards. Grunt wordt afgewisseld door cleane zangpassages. Er is dus duidelijk plaats voor afwisseling op dit album. Want het ene moment zit je in een bruut, haast melodieloos Death Metal stuk en het andere moment blijf je zweven in een kalmerende sfeer. Dit album verveelt dus geen seconde en zo hoort het ook!
Enkele hoogtepunten zijn er in de vorm van “Mind and Machine”, “Murder Mandate” en “Stillborn Messiah”. Maar de andere nummers mogen er ook wel zijn. Ben je niet vies van bands die bruutheid met atmosferische keyboards mengt, dan is dit misschien wel iets voor jou.
Alweer een bewijs dat Finland een haast ongezond aantal kwaliteitsvolle bands in huis heeft.

TW Classic 2009: TW Classic meets Rock Werchter

Geschreven door

Traditioneel schiet de festivalzomer in Werchter op gang met de ‘Classic’ version van Rock Werchter. TW Classic vulde al voor de achtste keer de wei met zo’n 40000 muziekliefhebbers van ‘alle’ leeftijden. Elk beleeft het op z’n eigen manier. Als we de affiche erbij nemen stellen we vast dat de overgrote meerderheid van de artiesten al eens te gast waren bij de grote broer Rock Werchter. Meer dan andere jaren lijken beide festivals elkaar te vinden maar toch blijft het publiek een wereld van verschil. Een overzicht:

Motor
Terwijl de wei langzaam vulde, stond Motor klaar om de aanwezigen eens stevig wakker te schudden. Het Frans/Amerikaans duo kon al rekenen op heel wat airplay van grotere bands, want ze trokken op tournee met Kraftwerk en Depeche Mode, niet slecht voor een opkomend beloftevol bandje. Liefst worden ze vergeleken met T. Raumschmiere of Alter Ego. Oliver Grasset, de ene helft van Motor, staat niet weigerachtig om te verhuizen naar Berlijn, de bakermat van de hedendaagse techno. Pompende beats met stevige percussie, goed voor de echte fans maar te heavy voor de doorsnee bezoeker van TW Classic. Een band die beter tot z’n recht kwam op de ‘I Love Techno’ versions, zoals drie jaar terug. De elektrobeats pasten alvast beter binnen deze outfit.

Tom Helsen
Tom Helsen op z’n beurt, was de enige Belgische artiest van deze editie. Zijn catchy popsongs mogen dan voorspelbaar klinken, steeds krijgen ze een extra dimensie door de spanning en variatie. Hij kleurt z’n werk door boeiende samenwerkingen met Geike Arnaert en Regi. Swingende nummers zoals het openingsnummer “Sun in her eyes” en “Longface” worden mooi afgewisseld met de romantische pop van “Change yourself” en de eerste single “Slowly”. Een gezapige set van een man die een tweede keer op TW Classic te zien was.

Duffy
Vorig jaar stond deze dame nog in de tent van Rock Werchter. Ze maakte een zelfverzekerde indruk. De dame met de fluwelen stem overheerste de weide en overtuigde op jong en oud. Het is weinigen gegeven om op zo’n jonge leeftijd en op zo’n korte tijd haar stempel te drukken op de hedendaagse hitlijsten. De debuutplaat ‘Rockferry’(2008) behoort tot één van de ontdekkingen. Het optreden van deze Welse soulpopdiva was uiterst volwassen met songs als “Warwick Avenue” en haar eerste single “Mercy”.

Keane
Het Britse Keane onder Tom Chaplin heeft totnutoe drie albums uit en kende al heel wat ups en downs. Gelouterd uit de strijd staan ze er terug sinds vorig jaar. Het siert hen dat ze de eenvoud blijven bewaren. Chaplin en C° speelden vol overgave en enthousiasme. Keane heeft ondertussen al een aardige singlecollectie uit van “Everybody’s Changing” en “Somewhere only we know” van hun debuutplaat ‘Hopes and Fears’ en “Is it any wonder” en “Crystal Ball” van hun tweede album ‘Under the iron sea’. Je hoort op hun laatst verschenen plaat ‘Perfect Symmetry’ een breder concept met synthesizer en gitaar. Keane klonk fris en emotievol en was verantwoordelijk voor het eerste echte hoogtepunt van TW Classic met een verbluffende eenvoudige set.

Moby
Op 1 jaar tijd gaat ook Moby van Rock Werchter naar TW Classic… Moby heeft door de jaren heen een ijzersterke live reputatie opgebouwd en is overal een graag geziene gast. Het begon in de jaren ’90 allemaal met de wereldhit “Go”, wat meteen één van de hoogtepunten was van de ‘Best of’ set! Hij wisselde rustige momenten van “Why does my heart” af met de ‘real’ poprock van “ That’s when I reach for my revolver”. Een springende en dansende Moby herkenden we aan de songs met techno en house invloeden, aangevuld met percussie, drums en een prachtige zang van Joy Malcolm op “Lift me up” en “Feels so real”, die het festivalterrein deden daveren … Maar ook Moby zelf kon aardig zingen op “Raining Again”. Overtuigend als festivalact!

Depeche Mode
Headliner voor TW Classic 2009 was, net zoals drie jaar terug op Rock Werchter, weggelegd voor het trio uit Engeland, Depeche Mode. De laatste weken was er heel wat te doen rond zanger David Gahan die door ziekte een pak concerten van hun ‘Tour Of The Universe’ moest cancellen. Maar Gahan was goed hersteld en kon aantreden. Heel wat fans uit binnen- en buitenland die een eerder concert al misliepen, zakten massaal af naar Werchter wat duidelijk te merken was vóór en na het optreden. De mede grondleggers van de huidige elektropop kregen twee uur om hun nieuw werk af te wisselen met vroegere successen. Het tweede nummer was meteen raak, “Wrong” uit hun nieuwste album ‘Sounds of the universe’. Toch was het begin passief, wat voor de neutrale fan geen verhoopt succes was. Later ging het de goede richting uit met o.a. “Enjoy the silence” en “ Walking in my shoes”. Een dansende weide zoals bij Moby hebben we tijdens de set van Depeche Mode niet gezien. Een concert dat in zaal misschien nog meer tot z’n recht zal komen … op 23 januari meerbepaald, want dan is Depeche Mode te gast in het Antwerpse Sportpaleis.

Basement Jaxx
Het speeltje van Felix Buxton en Simon Ratcliffe is Basement Jaxx genaamd. Carnaval laat op het jaar omschrijven we het. Op tien jaar tijd heeft deze leuke band een reputatie opgebouwd van energieke, opzwepende, prettig gestoord gekte …Een terechte keuze dat zij nét TW Classic mochten afsluiten in partystemming. Door de jaren bracht het duo al heel wat gekende singles. De toch wel uitgedunde weide ging uit de bol op nummers als “Good luck”, “Oh my Gosh”, “Where’s your head at?” en “Red alert”. Een akoestische versie van “Romeo” was best te pruimen. Niet alleen eigen werk hoorden we, maar met plezier graaiden ze in hun platenbak, waaronder een herbewerking van “She’s a maniac” en werk van Gwen Stefani en Kings Of Leon (“Sex on fire”). Een uitmuntende live-band die overal en door iedereen geproefd en goed bevonden werd.

TW Classic 2009: een geslaagde editie met ongeveer 40.000 festivalgangers die verschillende leuke deuntjes als souvenir meenamen en een litertje bier konden verzetten …

Organisatie: Live Nation

Eagles

Eagles strijken statig en harmonieus neer in het Sportpaleis

Geschreven door

Glenn Frey, Bernie Leadon, Randy Meisner en Don Henley fungeerden in 1971 even als begeleiders van Linda Ronstadt maar datzelfde jaar nog sloten ze met David Geffen een contract om onder zijn vleugels een plaat uit te brengen op zijn nog op te richten label Asylum Records. Als groepsnaam werd gekozen voor Eagles en wat daarna volgde, is muziekgeschiedenis. Miljoenen verkochte platen, diverse nummer 1 hits (waaronder een onvervalste klassieker als “Hotel California” uit het gelijknamige album), een opname in de Rock And Roll Hall Of Fame, 6 Grammy Awards en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, zorgden ervoor dat deze Amerikaanse rockgroep zonder twijfel een van de succesvolste bands ooit genoemd kan worden.

De ontelbare ups werden echter ook geregeld afgewisseld met heel wat downs, gaande van muzikale meningsverschillen, egotripperij tussen Henley en Frey tot - onvermijdelijk samengaand met succes – geldkwesties. Dit gaf aanleiding tot diverse personeelswissels. Bernie Leadon verliet zelf de groep in 1975 en werd vervangen door Joe Walsh (onder meer ex-James Gang), Randy Meisner deed hetzelfde in 1977 en zag op zijn beurt zijn plaats ingenomen worden door Timothy B. Smith (die Meisner overigens ook al verving bij Poco), terwijl de in 1974 ingelijfde Don Felder in 2001 via een ontslag gedwongen werd op te stappen.
De diverse strubbelingen werkten ook nefast in op de artistieke kwaliteiten en aldus werden de Eagles tussen 1980 en 1994 gewoonweg op hold gezet. Nadien volgden enkele reünietournees maar echt verbazen deden ze in 2007 door als een feniks uit de as te herrijzen en 28 jaar (!) na hun vorig plaat met een nieuw dubbelalbum op de proppen te komen: ‘Long Road Out of Eden’. Het resultaat was noch vernieuwend noch wereldschokkend maar het betrof wel een werkstuk dat gerust bijzonder degelijk genoemd mag worden en alleszins wederom genoeg inhoud had om zonder moeite de verkoopcijfers en de inkomsten duizelingwekkend te doen toenemen.
Ook de daaraan gekoppelde, gelijknamige wereldtournee volgde tot dusver duidelijk dit voorbeeld en in dat kader stonden afgelopen donderdag Frey, Henley, Walsh en B. Smith te musiceren in een volgeladen Antwerps Sportpaleis. Er werd vooraf aangekondigd dat behalve nummers uit ‘Long Road Out of Eden’ ook heel wat klassiekers de revue zouden passeren en het mag dan ook niet verbazen dat vooral plus veertigers en vijftigers massaal in de zaal vertegenwoordigd waren.

Iets voor 20u45 verschenen de groepsleden in keurig zwart maatpak, wit hemd en zwarte das op het podium en werd de set ingeleid met drie nummers uit het recentste album, meer bepaald “How Long”, geschreven door J.D. Souther (die voor de Eagles ook de hits “Best of My Love”, “Victim Of Love”, “Heartache Tonight” en “New Kid In Town” neerpende), “I Do Not Want To Hear Anymore” (hoofdvocalen Timothy B. Smith) en “Guilty Of The Crime” (met Joe Walsh die meteen een eerste keer de lont aan het vuur stak als zanger en vooral als snedig gitarist, terwijl Michael Thompson op keyboards aan de song extra sturing gaf).
Daarna was het moment aangebroken om terug te blikken op het verleden en op de hits. Als vierde nummer kwam namelijk meteen al de klepper “Hotel California” (uit het gelijknamige album uit 1976) ingeleid door een prachtig stukje trompet bespeeld door Bill Armstrong, aan bod. Op de achtergrond prijkte op het grote beeldscherm de zo kenmerkende cover van het album en de ‘Doubleneck’ gitaar bespeeld door Steuart Smith maakte het plaatje compleet. Of toch weer niet want misschien werd dit nummer iets te vroeg op de setlist geplaatst. Vaststelling was dat drummer/zanger Henley nog niet super op dreef was en duidelijk moeite had met de hoge tonen. Hij maakte dit evenwel helemaal goed met het countrygetinte “Peaceful Easy Feeling” en vooral met “Witchy Woman” (beiden uit ‘Eagles’, 1972). Frey voegde er hierbij aan toe dat dit al een erg oude song betrof, getuige het feit dat de tekst ervan werd geschreven toen de Dode Zee alleen nog maar ziek was, en vermeldde ook dat dit nummer dateerde uit de satanic country-rock fase van de groep (ingestudeerd grapjes die hij al meermaals vertelde overigens). Frey zong daaropvolgend zeer goed op “Lyin' Eyes” (‘One Of These Nights’, 1975), mooi en harmonieus aangevuld door de overige groepsleden.
Het wisselvallige album ‘The Long Run’ uit 1979 was in het eerste deel van het programma  vertegenwoordigd door drie nummers, het (te) zoetig door B. Smith gezongen “I Can Not Tell You Why” dat niet alleen op plaat maar nog meer live volledig in contradictie staat met het door Joe Walsh gezongen “In The City” waarvan deze versie donderdag werd voorzien van een stevige intro. Het vormde meteen een geschikt moment waarop Walsh zijn virtuositeit op gitaar kon demonstreren en hij kon daarbij rekenen op een strakke en soulvolle blazerssectie. Diezelfde blazers gaven ook “The Long Run”, gezongen door Henley, extra kracht. Ondertussen kregen we “The Boys Of Summer” voorgeschoteld, een solonummer van Henley dat door een sanering van teveel keyboardgeluid live nog beter voor de dag kwam dan op plaat.

Na een pauze van ongeveer twintig minuten was de zaal getuige van het feit dat er nog geen sleet zit op de zo kenmerkende vocale harmonieën van de Eagles. Frey, Henley, Walsh en B. Smith hadden plaatsgenomen op barstoelen en werden vooraan geflankeerd door Smith die op enkele meters afstand met gitaar in de aanslag opgesteld stond. Ze lieten het a capella gezongen “No More Walks In The Wood” naadloos overgaan in een erg mooi “Waiting In The Weeds” (mede door piano van Will Hollis en secure gitaarpartijen van steunpunt Stuart Smith). Samen met door Frey gezongen “No More Cloudy Days” (met de Nederlander Christian Mostert solo op sax) vormden ze een bijzonder fraai drieluk uit ‘Long Road Out of Eden’. Een staalkaartje van samenzang werd ook nog afgeleverd via het door B. Smith gezongen “Love Will Keep Us Alive” (uit ‘Hell Freeze Over’, 1994) en door middel van “Take It To The Limit” (uit ‘One Of These Nights’, 1975) waarbij Frey de hoofdvocalen voor zijn rekening nam.
Het dubbelalbum ‘Long Road Out of Eden’ werd nog eenmaal aangesneden via een minutenlange versie van het titelnummer dat mede door fraaie woestijnbeelden, een knappe intro, Walsh op een knalrode gitaar en een immer uitmuntende Smith tot een hoogtepunt van de avond mag gerekend worden. Het publiek zat op het puntje van de stoel (er waren geen staanplaatsen) en genoot. Een erg luid applaus was dan ook zijn plaats.
Walsh mocht zich - baserend op eigen werk – driemaal stevig rockend in de kijker spelen via “Walk Away” (uit het album ‘Thirds’ van James Gang uit 1971), een pompende “Funk # 49” (uit ‘James Gang Rides Again’ van James Gang uit 1970) en “Life's Been Good” (terug te vinden op ‘But Seriously Folks’ een soloplaat van Joe Walsh uit 1978). Hij werd telkens geruggensteund door de blazerssectie. Tijdens dit nummer dat door de grimassen trekkende Walsh werd aangekondigd als een oud nummer en mede door zijn eigen gezegende leeftijd daardoor als een goedwerkende combinatie te beschouwen is, droeg hij een petje met daarop een camera bevestigd zodat het publiek gefilmd kon worden. Het was meteen één van de entertainmomenten van de avond en het maakte ook duidelijk dat Frey en Henley voor vele fans de meest gerespecteerde leden van de Eagles zijn, maar Walsh wellicht de meest geliefde van het gezelschap is. Het spottende “Dirty Laundry” uit Henley’s soloalbum ‘I Can’t Stand Still’ uit 1982 en voorzien van bijzonder grappige, geprojecteerde beelden uit de sensatiepers en roddelbladen waarbij de bandleden een fictieve rol toebedeeld kregen, kon daar niks aan verhelpen.
We hoorden ook nog een mooie versie van het onverwoestbare “One Of These Nights” (‘One Of These Nights’, 1975) met die zo kenmerkende intro waarna uitvoerig de tijd genomen werd om alle groepsleden voor te stellen, een rockende “Heartache Tonight” (‘The Long Run’, 1979) en “Life in the Fast Lane” (‘Hotel California’, 1976) dat zo een ZZ Top nummer zou kunnen zijn en waarbij de blazerssectie opnieuw een groot deel van het laken naar zich toe trok en Walsh zijn gitaar lekker liet gieren.
De groep werd getrakteerd op een staande ovatie, verliet nadien het podium om enkele minuten terug te komen voor twee bisnummers: “Take It Easy” (Eagles, 1972) en een door Frey ingetogen gezongen “Desperado” (‘Desperado’, 1973) voorzien van een mooie piano intro.
De Eagles stonden ruim twee en een half uur te musiceren, brachten vakkundig en stijlvol 26 nummers waarmee ze aantoonden hun plaats op een podium nog meer dan waardig te zijn zonder daarbij een persiflage van zichzelf geworden te zijn.

Voor vernieuwingen, onverwachte wendingen en improvisaties is men als toeschouwer bij de Eagles aan het verkeerde adres: in tegenstelling tot artiesten als Bob Dylan of Bruce Springsteen waarbij de groepsleden worden verondersteld alle nummers instant en onverwacht te kunnen spelen, wordt tijdens de gehele wereldtournee van de Eagles van de setlist nauwelijks of zelfs gewoonweg niet afgeweken. Ook de bindteksten en dito grappen zijn steeds dezelfde en duidelijk voorgeprogrammeerd, terwijl het gehele gebeuren een toonbeeld is van vooraf ingestudeerde synchronie (denken we maar aan het gelijktijdig uittrekken van de kostuumjasjes). Is dit een minpunt? In dit geval niet want de fans verwachten al lang geen drastische omwentelingen meer van een groep die niks meer te bewijzen heeft en kan teren op de megasuccessen van zowat dertig jaar terug.
We wensen hen een behouden vlucht.

Setlist: How Long, I Don't Want To Hear Any More, Guilty Of The Crime, Hotel California, Peaceful Easy Feeling, I Can't Tell You Why, Witchy Woman, Lyin' Eyes, The Boys Of Summer, In The City, The Long Run
No More Walks In The Wood, Waiting In The Weeds, No More Cloudy Days, Love Will Keep Us Alive, Take It To The Limit, Long Road Out Of Eden, Walk Away, One Of These Nights, Life's Been Good, Dirty Laundry, Funk #49, Heartache Tonight, Life In The Fast Lane
Take It Easy, Desperado

Organisatie: Live Nation

 

Buju Banton

Uitzinnige ragga riddims van master Buju Banton

Geschreven door

Buju Banton (geboren als Mark Myrie, 1973-Kingston) heeft er reeds een lange carrière opzitten. Reeds op 16 jarige leeftijd debuteerde hij als DJ in de dancehall scène. Toen Shabba Ranks, de toonaangevende ragga DJ uit de eighties, een platencontract tekende voor Epic, concentreerde hij zich meer op de Westerse markt. Zijn plaats in Jamaica werd direct ingenomen door Buju Banton, die de toonaangevende stem werd van de jongeren uit de ghetto's.
Zijn eerste hits scoorde hij op het Penthouse label, zoals "Love Black Woman" en "Big it up". Een keerpunt in zijn carrière was de plotselinge dood van zijn vriend Pan Head, die neergekogeld werd (wat wel meer gebeurd met DJ’s uit de ghetto's van Jamaica). Hierover componeerde hij het nummer "Murderer". Langzaam aan bracht hij meer diversiteit in zijn muzikale output, en integreerde hij reggae elementen in zijn muziek. Hoogtepunten uit zijn carrière zijn ‘Til Shiloh’ uit 1995 en ‘Too Bad’ uit 2007, een dancehall meesterwerk.

In de Vooruit te Gent werd hij begeleid door de Shiloh Band, die onmiddellijk een paar Studio One riddims de zaal invlamden, zoals Stalag (origineel van The Techniques ) en Real Rock (origineel van The Soul Vendors). Dit gevolgd door een mix van dancehall, ragga, ska enzovoort. Het opvallende van deze Band was dat ze perfect 50 jaar reggae invloeden in hun stijl verwerkten. Daarna werden we verder opgewarmd door de achtergrondzangeressen die sensueel heupwiegend een selectie brachten van reggae classics zoals "I'm still in love with you" van Alton Ellis en "No No No" van Dawn Penn. Daarna brachten Delly Ranx en New Kidz ons definitief in the mood voor de hoofdact van de avond, Buju Banton.
Buju trok meteen fel van leer met "Me & Ounu”, “Your Night Tonight” en Nothing" uit zijn album ‘Too Bad’. Dit energiek optreden ging zo nog anderhalf uur verder, dit met een mélange van hits "Destiny”, “Murderer”, “Untold stories”, uitzinnige ragga riddims en enkele nummers uit zijn nieuwe cd ‘Rasta got soul’ (die overigens een waardige opvolger is van ‘Til Shiloh’).
Na ruim twee heftige uren kwaliteitsmuziek in zijn genre verlieten we net als de band en de zanger uitgeput en bezweet maar uiterst tevreden de Vooruit te Gent.

Interessante web sites: reggae-vibes. com, jamrid.com (riddims) en bujubanton.net

Organisatie: Democrazy, Gent

Placebo

Battle for the sun

Geschreven door

Placebo is al jaren een vaste waarde in de alternatieve muziekscène. Toch was het voortbestaan van de Britse band ernstig bedreigd. Er waren tal van onderlinge conflicten, waardoor er vrijwel geen communicatie meer was tussen de bandleden. Ze groeiden uit elkaar. Dat vertaalde zich ook naar het ietwat tegenvallende album 'Meds' uit 2006 en naar futloze concerten. De drummer Steve Hewitt verliet de band en Steve Forrest nam zijn plaats in. Ze huurden Dave Bottrill in, die vooral bekend is van Tool. Het trio besloot zelfstandig in te staan voor de plaat. Gelukkig zijn die veranderingen er gekomen, want met 'Battle for the Sun' leveren ze een klein meesterwerkje af en is misschien wel het beste album dat ze tot nog toe hebben uitgebracht. Elf snoeiharde rocknummers sieren het album, hier en daar wat opgesmukt met strijkers, blazers en synths. Zanger Brian Molko klinkt als vanouds, doch ietsje opgewekter dan anders. De beste liedjes zijn “Asthray Heart” (hun eerste bandname voor ze zichzelf omdoopten naar Placebo), “Happy You're Gone”, “Breathe Underwater” en de huidige single “For What It’s Worth”. Eigenlijk vallen er nergens mindere nummers te bespeuren, wat van ‘Battle for the sun ‘ een topplaat maakt …

Various Artists

War Child: Heroes

Geschreven door

’War Child Heroes – in support of the real heroes – children who live with the brutal effects of war …’.
’War Child: Heroes’ is een prestigieus goed doelproject, waar voor elk wat wils terug te vinden is, en waarbij de schrijvers van de gecoverde nummers zelf de artiesten mochten uitzoeken. We noteren toch een handvol uitschieters binnen het behoorlijke aanbod (van 15 songs): De glitterdisco van Scissor Sisters op Roxy Music’s “Do the strand”, “Straight to hell” van The Clash krijgt een frisse trippopduik door Lilly Allen ft Mick Jones, Elbow komt aandraven met een schitterende versie van U2’s “Running to stand still” (sober, ingetogen en opbouwend) en Hot Chip dompelt de dark wave van Joy Division’s “Transmission” onder in Caribische geluidjes. Tot slot overtuigen de versies van Bruce Springsteen’s “Atlantic City” door The Hold Steady en van de Yeah Yeah Yeah’s op The Ramones “Sheena is a punk rocker”, songs die deze bands op het lijf waren geschreven.
’War Child: Heroes’ is alvast een leuke collectoritem van bands die deze songs gerust op hun livegigs mogen spelen …

Loney, dear

Dear John

Geschreven door

Loney, dear biedt Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt. Deze sympathieke band onder de vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen, is toe aan de derde cd, ‘Dear John’; de frisse rock en de zalvende elektronica komen meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele melodielijn. Songs als “Airport surrondings”, “Harsh words”, “Under a silent sea”, “Summers”, “Distant lights”, “Violent” en de titelsong passen mooi binnen dit kader, wat wil zeggen kwalitatieve schoonheid van aanzwellende partijen, toetsen, orkestraties, blazers en een prachtige samenzang (= hemels gevoelige, dromerige vocals). Een paar songs worden sober en intiem gehouden, “I got lost” en “Harm/slow”.
’Dear John’ is een uiterst genietbare plaat, die, toegegeven, toegankelijk en eenvormiger klinkt dan de twee vorige. Maar het is een plaat die zich een weg baant naar een breder publiek, die zich kan laten inpakken door de sprankelende, tedere pop.

Fucked Up

The chemistry of common life (2)

Geschreven door

Een jong Canadees zestal komt aandraven met stevig opgefokte hardcore, punk, stoner/rock ‘n’roll en psychedelica. We horen een resem explosieve songs onder de schreeuwerige vocals van zanger Pink Eyes (in de beste traditie van Sick of it All), evenzeer ondersteund door backing vocals van dezelfde leest, als op “Son of the father”, “Magic world” en “Days of the last”. Vaardige, snedige en stuwende riffs, opzwepende drums en bezwerende toetsen bepalen de song. Ook slagen ze erin de songs te laten aanzwellen door repetitief opbouwende en broeierige ritmes, “Crooked head”, “No Epiphany”, “Black albino bones” en de titelsong.
Het zijn allemaal aanwijzingen dat de band het genre naar een rijker niveau tilt. Een knipoog naar de oude stonerbands, Black Flag en Sonic Youth. En het Canadese gezelschap heeft al materiaal genoeg voor een volgend plaatje …

Nomad

Cats and Babies

Geschreven door

Na zijn debuut ‘Lemon Tea’(Hue 2006) volgt een melodieuze opvolger ‘Cats and Babies’. Een tamelijk toegankelijk en onschuldig album! Het grote verschil met zijn debuut is dat de songs door een meer natuurlijke beat werden ondersteund ipv programming. Vooral de piano geeft een breekbaar geheel en zorgt voor een portie gevoeligheid. Zelf zegt Nomad, alias Ruben Kindermans, dat de teksten zeer persoonlijk zijn: “Op mijn 27ste wordt verondersteld dat mijn jeugd over is en ik nu volwassen moet worden…” aldus Kindermans.
De songs zijn inderdaad een nostalgische trip, een ode aan de kindertijd  en jeugd van de man. De sound mag worden gelinkt aan een jonge Neil Young, vooral dan “Little Man”, “Shaping The Clouds” en “The Lake”.
Het album vormt de ideale achtergrond om op een zomerse zondagavond met een lekker gekoeld drankje te mijmeren over vervlogen (gelukkiger) tijden.

Info op http://www.myspace.com/homesicknomad

De Fanfaar

Zonder Compasse

Geschreven door

Volgens sommige bronnen is dit ‘Queens Of The Stone Age in het Brussels’. Komaan zeg, wat meer respect voor de Queens hé! Groot was mijn ontgoocheling want dit is de zoveelste dialect plaat uit arm Vlaanderen.
Volgens hun bio starten de gebroeders Jeroen en Sybren Camerlynk een zijproject. Ze wouden rustige liedjes schrijven die ze niet kwijt konden in hun toenmalige metalband. Er werd nog een drummer gezocht: Tom Ramboer en een extra gitarist: Sam Janssens (Toendra,Trezmil,..). Na drie maanden repeteren startten ze al met de Vlaamse podia af te schuimen. In 2005 waren ze zelfs geselecteerd voor de Nekkawedstrijd,waar ze verrassend de finale halen. Verder hebben ze verschillende Vlaamse rockers als Gorki,’t Hof van Commerce en Raymond verblijd met een voorprogramma. In 2007 verscheen dan hun eerste single “Adieu” (opgenomen in de MM studio, met producer ward Neirynck (Stash, Tom Helsen, …)). In 2008 wonnen ze ook de Nederpopprijs.
Wat mij betreft waren er maar twee nummers die konden bekoren, “Armand Pien” en de bonustrack en remix van hun single “Adieu”. Verder vind ik het album even ranzig als de fotomodellen op hun cd-hoes, maar de Vlaamse kleinkunst en rockwereldje zien het wel zitten met De Fanfaar …
Om te kunnen tippen aan Gorki, ‘t Hof van Commerce, Raymond, De Nieuwe Snaar of Hugo Matthijsen mankeren ze nog veel Ballen… Maar over smaak mag men niet redetwisten.

Meer info bij volgende links: http://www.defanfaar.be of http://www.myspace.com/defanfaar

Pagina 875 van 966