logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_11

Jason Mraz

Eén Jason maakt de lente wel

Geschreven door

Jason Mraz: America dweept met hem, Australië adoreert hem, maar Europa valt maar traagjes naar zijn voeten. Wie echter als neutrale toeschouwer-luisteraar (waren die er wel behalve ons?) op zijn gig was in Lille, moet zich gewoon leuk geamuseerd hebben. Poppy songs, schitterende muzikanten en een set die mee ‘schuifelde’ met de vogeltjes in de eerste lentedagen.

Jason who? Well, Mr A-Z. Mraz dus. Totaal onbekend is hij niet in onze contreien. In 2007 werd hij al opgevoerd in Werchter en daarvoor speelde hij al de grote zaal van de Amsterdamse Paradiso vol. Met zijn derde studio CD ‘We Sing. We Dance. We Steal Things’
trapte hij zelfs onze hitlijsten open met het speelse “I’m yours” waarin hij lekker ‘scat’, een woord dat zijn gelijke niet kent in het Nederlands maar kan omschreven worden als ‘met zijn stem als instrument spelen.’
Het is adembenemend te zien en vooral te horen welke klanken de man uit San Diego (USA) uit zijn strottenhoofd geperst krijgt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Zijn duet in Lille met de saxofonist zette de Zenith – zo mogelijk – nog meer in lichterlaaie.
Het moet gezegd, het fanpubliek van de Narcissus was er vooral één van jonge vrouwen (meisjes zelfs), die tijdens zijn performances in verre staat van seksuele ontbinding leken te raken. Of zijn de Franse mademoiselles nog iets ontvlambaarder dan de Belgische? Hij kreeg in elk geval de héle zaal en het dak bijna mee met de “Dynamo of Volition”.
Hoe dan ook, uit zijn laatste cd – een grappige mengeling van vrije energie met degelijke dosissen schoenblink – verving hij in de lichtgewicht jam “Live High” de beach guitars door nog meer zomerse beats.  Maar even goed ging het tropische sfeertje even liggen voor de R&B-song “Make It Mine”. En de man heeft ook een stemband of twee die neigen naar lekker soul.
Eindigen met een hit is altijd een vuile truc om je publiek minuten om een encore te laten joelen. En die bis-sessie begon met een schitterend instrumenteel vuurwerk van de blazers die er een pretty funky sfeertje in joegen. Daarna ging hij nog even intiem met “A beautiful mess” om er met “No stopping us” zijn band voor te stellen, kwistig de polaroid foto’s die hij terwijl nam, rondstrooiend. “You got it all” waren zijn slotakkoorden. En die kreeg hij van zijn publiek dankbaar terug.

Het lijkt allemaal zo gemakkelijk, hij bespeelt blijkbaar perfect de commerciële knopjes en het stoorde ons niet eens. De jonge God was de ideale gastheer van een privéfeestje waar je het gevoel krijgt dat je persoonlijk uitgenodigd was. Voor ons mag hij gerust naast Jack Johnson en John Mayer staan. Of misschien eens met zijn drietjes samen op een jamsessie voor wat zorgeloze fun en af en toe eens de gevoelige snaar van zijn gitaar en onze persoonlijkheid rakend. En daarna een pint aan den toog met ons, want intelligent, getalenteerd, vrolijk en zekerlijk relaxed is Mister  A-Z.  Of nog liever op een terrasje. Als hij de lente meebrengt.

Neem gerust een kijkje naar de foto's onder live foto's + deze van in de AB, Brussel

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Barzin

Grace/Wastelands

Geschreven door

The Libertines worden vervangen door The geniale Babyshambles, Pete wordt Peter en gaat nu solo. Hij ruilt London in voor Parijs, waar hij niet gestoord door paparazzi en in alle ‘rust’ kan werken aan het meesterlijke Grace/Wastelands.
Ik ga er heel kort over zijn: met verbazend gemak en met de genialiteit van de eenvoud gaat onze voormalige junk en wandelend laboratorium zich naast de groten der aarde plaatsen: Lou Reed, Neil Young en Bob Dylan. Neen, ik overdrijf niet. Binnen veertig jaar zal met dezelfde gevleugelde woorden over Doherty worden gepraat. Punt.
Op Grace hoor je dus alleen maar uitschieters.
“Sweet By and By” is zijn ‘Goodnight ladies’, “Broken Love Song” laat E van Eels een deftig poepje ruiken, “Arcady” is nu al een sixties klassieker, en ga zo maar door.. Waanzin maakt plaats voor genialiteit.
Moet je dan Grace/Wastelands kopen? Drinkt een koe water?

Razorlight

Slipway fires

Geschreven door

Het Britse Razorlight gaat van big naar bigger met de derde plaat ‘Slipway fires’. Muzikale noemer: toegankelijk gevarieerde poprock, soms aangevuld met piano, toetsen en strijkers. Het zijn songs die het moeten hebben van sentiment, melodieus, spannend, opbouwend en ingetogen. De commerciële potentie is groot , net als het ego van zanger Johnny Borrell. “Tabloid lover” en “You & the rest” zijn doorsnee popsongs, “Burberry blue eyes” heeft een sfeervolle opbouw en afsluiter “The house” is een snedige rocksong . Breder van opzet zijn “North London trash” en “Stinger” door piano en toetsen; “Nostage of love” is omfloerst door strijkers en met de ballad “Wire to wire” heeft de band een wereldhit op zak.Borrell mag nog spelen met z’n pose en imago, de groep heeft bereikt wat ze wou: bekender worden en een ruimer publiek aanspreken …

Deerhunter

Microcastle

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet uit Georgia, Atlanta, Deerhunter, wordt met deze nieuwe cd beloond voor het intense werk van de voorbije jaren. Hun snedige en meeslepende indierock (knipoog naar The Feelies van de jaren ’80), door de graatmagere zanger/gitarist Bradford Cox omschreven als ambient punk, klinkt aanstekelijk, broeierig, intens en door de toegevoegde synths kleurrijk en spannend. Alles is mooi gedoseerd in ritme, structuur en instrumentatie. Elf homogene, bezwerende en dromerige composities (de op soundscapes geënte korte opener “Cover me slowly”, niet meegerekend) gaan van zacht, ingetogen moeiteloos over in een steviger aanpak; in het eerste deel van de cd zijn dit “Never stops”, “Little kids” en de titelsong.
Na enkele sferische soms avontuurlijke tracks, start de band opnieuw met hun bezwerende, puike rocksongs, met het lange “Nothing ever happened” als hoogtepunt. Op de afsluiter “Twilight at Carbon Lake” durft men de pedaaleffects eens stevig indrukken. Op “Agoraphobia” komen zelfs blazers aan te pas.
Op ‘Microcastle’ is er voldoende variatie te horen; stof om te zeggen dat dit een erg consistente, overtuigende plaat is geworden. Mag de band terecht op meer belangstelling rekenen …

Archive

Controlling Crowds

Geschreven door

Het uit Londen afkomstige Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is toe aan de zesde langspeelplaat. De cd ‘Lights’ met o.a. de single “Veins”, van twee jaar terug, gaf de uiteindelijke erkenning die de band verdiende. Archive heeft een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats en indierock; een aangrijpend, intrigerend concept en een spannend broeierig geluid. Radiohead, Jesus & Mary Chain, The God Machine, BRMC, Spacemen 3, Massive Attack, Portishead en Pink Floyd waren bands die ons voor de ogen flitsten toen we hun nieuw episch, avontuurlijk werkstuk ‘Controlling Crowds’ beluisterden, dat in drie stukken is onderverdeeld en ruim 78 minuten duurt.
Elke song grijpt bij het nekvel, luister maar eens naar de opener “Controlling Crowds” of de single “Bullets”. Nummers als “Razed to the ground” en “Funeral” lijken wel de ideale soundtrack voor een film noir. Kosten noch moeite werden gespaard, want we horen een klassiek orkest en een koor op “Whore” en “Chaos”. Ook in de zang durft men heen en weer te slingeren: van een hemels bezwerende zang op de meeste songs naar een rapzang op “Bastarddised ink”.
De band bezorgt ons nogal wat kippenvel en weet op elke song te boeien; we zijn danig onder de indruk, dat dit wel één van de platen van 2009 kan worden …

Arsenal

Arsenal: Oooh zo geliefd!

Geschreven door

Als we even terug kijken in ons muzikaal kalendertje is Arsenal wel de band die we al het meest aan het werk zagen. Op een klein festivalletje, een grote wei of in een gezellige zaal, overal zorgde deze band al voor een apart gevoel. Je wist wat je te wachten stond en toch wil je er altijd opnieuw bij zijn. Raar misschien, maar Arsenal lijkt de juiste microbe in m’n venen.

Bij Arsenal is het meer dan duidelijk dat muziek cultuur is. Een geluid dat internationaal klinkt, ietwat afro/Brasil/pop. Met deze basis en een handvol exotische gastmuzikanten trok Arsenal nog een laatste keer naar de Belgische concertzalen om een zomers voorjaar in te luiden. Afsluiter van hun ‘Lotuk’ tournee was het intieme kader van de Gentse Vooruit. Al snel gaf zangeres Leonie Gysel haar visitekaartje af door haar hemels zangwerk bij het nummer "Switch". De handen gingen voor de eerste maal heen en weer bij "Shu qi ni de tou fa" dat gebracht werd door de Chinees Chi Zang. "Longee" en "Lotuk" gingen erin als zoete broodjes, de zaal ontplofte. Alles wat het duo Gysel - Roan ook maar zei of deed, het werd op applaus onthaald.
Een man die ook op applaus kon rekenen, in mindere mate weliswaar, was Mike Ladd; hij verzorgde samen met Balthazar al het voorprogramma. Mike Ladd, een gerespecteerd hiphopproducer joeg het tempo de hoogte in bij "Turn me Loose".
Tot tweemaal toe konden we heen en weer wiegen op het aanstekelijke "Estupendo". Tijd dan voor Baloji, de vroegere frontman van Starflam, die "Personne ne bouge" naar een immens hoger niveau tilde. Tussendoor was er een gepaste intimiteit om dan te komen waar het zowat mee begon bij het grote publiek, "Mr. Doorman" en "A volta". Dat zijn de nummer die we eerst linkten aan deze band. Als kers op de taart kregen we nog "The Coming" gepresenteerd door de enige echte halve Gentenaar Gabriel Rios. Met een stukje "Don't you want me" van Felix zette John Roan zijn glansprestatie als zanger en entertainer nog kracht bij.
Nog eens "A Volta" en we hadden dan al bijna 90 minuten dans-en luistergenot achter de rug.

Arsenal, warme band van exotische vibes en pop met een vleugje hiphop en house.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit Gent

The Bony King Of Nowhere

The Bony King of Nowhere: begeestering in een fluwelen niemandsland

Geschreven door

Geen groep die het laatste jaar meer, door zij die de vinger aan de pols van het muziekgebeuren houden, in de mond is genomen als The Bony King of Nowhere. Twee jaar na hun overwinningen op het concours De Belofen en de demowedstrijd van de AB-muzikantendag bracht de band hun debuutplaat ‘Alas My Love’ uit. Hun warme en intimistische plaat werd door de verzamelde pers gelauwerd en de hemel in geschreven. ‘Alas My Love’ is een plaat vol breekbare en schitterend gearrangeerde songs geworden die tegelijk weemoedig en opgewekt, introvert en assertief klinkt. Het is een plaat geworden die je tegelijkertijd spontaan iets gelukkiger maakt, maar waar je ook heel erg stil kan van worden.

Ook live begeestert The Bony King door een ingetogen en sobere aanpak met daarin een unieke en atmosferische toets. Bijna alle nummers zijn doorspekt met een zorgvuldig uitgedacht instrumentarium die er voor zorgen dat je als aandachtige luisteraar steeds nieuwe laagjes ontdekt. Naast het fluwelen hoge stemgeluid van zanger Bram Vanparys zorgen de backingvocals van Cleo Janse voor een extra dimensie. O.a. de ingehouden percussie en de contrabas maken ‘het plaatje’ compleet.
Het optreden van de band was een uitstekende weergave van het album en lichtte een tip van de sluier van een grote toekomst. Een toekomst die er volgens ons wel eens eentje met internationale allures zou kunnen zijn. Zowat alle nummers van de debuutplaat passeerden de revue. Openingsnummer “The Sunset” was, net als op plaat, de ideale aanzet voor de rest van de set. Meteen werd het aanwezige publiek in een warme en mysterieuze droom ondergedompeld. Meteen na het ritmische dwarrelende “Everything I like” en het sluipende “There I am” was het de beurt aan het fantastisch mooie “Maria”, dat zwaarmoedige gevoelens illustreert in al zijn eenvoud en oprechtheid. Titelnummer “Alas My Love”, dat uitblonk in minimalisme, werd gespeeld op akoestische gitaar doorspekt met fantastisch handgeklap en deed heel erg denken aan de sound van Bon Iver. Daarna hoorden we het jazzy aandoende “Taxidream”, met een sublieme baslijn en sluipende drums, en het ingetogen en met ingehouden percussie doordrenkte “Favourite”. Na het fijne “Losing My Gravity” volgde met “The Darkness” een nummer dat niet op de debuutplaat staat. Na “Visitor” hoorden we “My Invasions”, dat anders klinkt dan de andere nummers met zijn repetitieve pianolijntje en heel dicht aanleunt bij Radiohead (denk aan één van de nummers op ‘OK Computer’). De stem van Vanparys klinkt hier minstens even gekraakt en weemoedig als die van grootmeester Thom Yorke.
Als toegift kregen we nog “Adrift” en met “Eleonore” opnieuw een nummer dat ook niet op de debuutplaat staat, maar die de potentieel mooie toekomst van de band alleen nog meer illustreert. Een toekomst die volgende week al begint in GO Racing te Gavere!

Voor The Bony King zagen we
Ansatz Der Maschine aan het werk. Dit is het project van Kortrijkzaan Mathijs Bertel. In 2004 kroonden zij zich tot ‘Het Jong 2004’, een wedstrijd uitgeschreven door CJP. Twee jaar later verscheen hun debuutplaat ‘The Postman is a Girl’ en in februari laatstleden verscheen de opvolger ‘Painting Bad Weather On Her Body’. Ansatz Der Maschine nam ons mee op een sfeervolle en verrassende elektronische ontdekkingstocht waarin het roer soms werd omgegooid met strijkers en blazers.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Bob Log III

Bob Log III: Bob deed het weer!

Geschreven door

Er werd afgetrapt met The Experimental Tropic Blues Band, een trio (twee gitaren en drums) uit Luik dat grossiert in snoeiharde bluestrash. Deze band bezit met Dirty Wolf en Boogie Snake twee extraordinaire zangers die er, ondanks een op dat moment nog zo goed als lege zaal, er meteen behoorlijk invlogen. Flink overstuurde blues, die meer dan eens uit de bocht ging, met duidelijke invloeden van de Jon Spencer Blues Explosion en Zen Guerrilla, werd afgewisseld met enkele stuiterende rock-'n-rollnummers. Soms stond hun podiumgekte het muzikale wat in de weg maar aan begeestering en branie ontbrak het deze groep beslist niet. Tijdens de afsluiter, een niet helemaal geslaagde noiseversie van "Garbage Man" (The Cramps) liet Dirty Wolf nog zijn broek tot op zijn enkels zakken om een demonstratie van de "electric dick" te geven.

Toen Hulkk op het podium verscheen dacht ik eerst nog: sympathieke kerels waarmee ik wel eens een pint zou kunnen pakken. Maar dat veranderde snel want hun muziek bleek niet meer dan een drol die dringend doorgespoeld diende te worden. Jesus, wat was dat? Belegen powerrock met haar op van zo'n 15 cm hoog, hardrock waarvan de houdbaarheidsdatum reeds dertig jaar verstreken was. Prompt kwam die oude maagzweer weer opzetten, een pint kunnen ze dus wel vergeten.

Intussen was er toch verrassend veel volk komen opdagen. Waarom nu juist, terwijl Bob Log III al zo'n tien jaar net hetzelfde doet, is me niet geheel duidelijk. Ooit was hij de helft van Doo Rag, die ik nog in de oude Democrazy zag, maar toen zijn compagnon er midden in een tour er de brui aan gaf, ging hij solo verder en werd een waar fenomeen. Gehuld in een flashy jumpsuit, het hoofd verborgen in een pilotenhelm en zingend door een oude telefoonhoorn trekt hij als one-man-band de wereld rond. Zo verscheen hij dus ook in Gent en gaf ons nog maar eens een flinke portie verhakkelde lofi deltablues waarmee hij het publiek moeiteloos kon opzwepen. Het mag dan wat brokkelig klinken, de man kan best wel overweg met een gitaar. Zijn fingerpickingstijl met slide vond ik redelijk indrukwekkend. Met de hulp van een drummachine en zijn voeten (minibasdrum, een tamboerijn en wat cimbalen) gaf hij het geheel een duivelse drive mee.
Hilarisch hoogtepunt was nog maar eens het moment waarop twee vrouwen mochten plaats nemen op zijn knieën terwijl hij gewoon verder speelde. Het blijft indrukwekkend wat de man doet maar na al die jaren kennen we de gimmick zo al een beetje, zeker? En bleef ik toch wat op mijn honger zitten. Wat verandering zou hem deugd doen, maar is dat met zijn formule wel mogelijk?
Toch blijft dit een aanrader en wie hier niet genoeg van krijgt kan deze zomer nog terecht in Dour of beter nog in Diksmuide waar hij op 20 juli gratis te bewonderen valt in de 4AD.

Organisatie: Democrazy, Gent

Scala

Scala feat Koen Buyse: popband met hemelse koorzang

Geschreven door
Het Aarschotse meisjeskoor Scala is het idee van de broers Stijn en Steven Kolacny. Olv van deze twee charismatische ‘koorleiders’ coverden ze op hun ‘On the rocks’ platen bekende rocksongs omgebogen naar de hemelse stemmen van het meisjeskoor en de piano, toetsen en elektronica van Steven, met Stijn als dirigent. Poprocksongs kregen een eigen unieke wending. Een eenvoudige, doeltreffende succesformule waarin de broers een vleugje humor staken. Vanaf de cd ‘It all leads to this’ stak Steven er een eigen identiteit in, met meer eigen songs. Het recente ‘Paper plane’ bevat enkel en alleen eigen nummers, wat een nieuwe, maar ook logische stap van de broers inluidt …

Scala werd door de jaren wisselend onthaald op hun formule , maar ze duwden de kritiek definitief van zich af, gezien het eigen materiaal deze avond centraal werd geplaatst en overtuigde. Scala is een popband geworden, met drums, toetsen en een koor. Bevriende gast was Koen Buyse, die ook een drietal nummers inzong. Deze voorstelling werd simultaan getolkt in de Vlaamse gebarentaal, een initiatief waar we toch naar opkeken. Respect! De grappige interventies van Steven tussendoor gaven nog wat elan.
Het frisse, sfeervolle en ingenomen materiaal, zowel Nederlands- als Engelstalig, mocht er duidelijk zijn, waaronder “It ‘ll never come back”, “Woorden”, “Kleine man” en “Little more each time, gevarieerde songs in tempo en die garant stonden in sfeer creëren. Hun nieuwe klanken, net als de choreografie, pasten mooi in de outfit van het koor.
Ook het gecoverde materiaal zat mooi vervat binnen de eigen hemelse pop: “Every breathe you take”, de classic “Nothing else matters”, die van een zachte naar een meer krachtige aanpak ging, en de twee songs van Pierre Rapsat, die zelfs door Steven’s elektronica een groovy beat kregen. Scandinavië werd hoog in het vaandel gedragen dor de broers; twee songs haalden ze aan die refereerden naar de sound dito vocalpracht van Karen Dreijer (van The Knife), Björk en Sigur Ros. En met Koen Buyse werd “King of the town”, uit het succesvolle ‘The place where you will find us’ (’02), en het intieme “Hurt”, sober begeleid (ode aan Johnny Cash en Trent Reznor’s NIN) gebracht.
Een ruime bis breidden ze aan hun voorstelling , waaronder KT Tunstall’s “The black horse & cherry tree”, een ingetogen Bruce Springsteen’s “Streets of Philadelphia” (opnieuw met Koen), een medley en Noordkaap’s “Ik hou van U”, waarop het publiek de kans kreeg het refrein zowel zacht als luidkeels mee te zingen.

Scala profileerde zich als een popband met een hemelse koorzang. Hun nieuw ingeslagen weg intrigeerde, ontroerde en moest niet onderdoen aan de vroegere succesformule.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk


Danko Jones

Spierballenrock en entertainment

Geschreven door

De Zweedse Backyard Babies mogen vanavond openen. Hun muziek getuigt niet bepaald van originaliteit en ligt ergens tussen garagerockland en hardrock city, maar het klinkt allemaal best wel cool en sympathiek. Denk aan geestesgenoten als The Hellacopters en je komt al aardig in de buurt (alhoewel de onvolprezen en helaas inmiddels begraven Hellacopters toch nog een afdeling hoger spelen). Best wel een aangename opwarmer.

Danko Jones is een rasperformer, een krak in het opzwepen van zijn publiek, een showman die overloopt van de goesting in rock’n’roll. Zijn publiek entertainen is minstens even belangrijk als het spelen van zijn gespierde energieke rocksongs. De man heeft humor, présence en een rock’n’roll hart. Die combinatie van entertainment en stomende no-nonsens rock is wat een Danko Jones optreden zo uniek maakt. De sound is strak, luid en hard, de songs zijn simpel maar efficiënt en gaan van hard-rock tot een enkele keer bijna speed-metal (een ontploffend “Sleep is the enemy” helemaal op het einde).
Danko’s gitaar heeft een hoop potige riffs in huis, zijn stem varieert van helder tot schreeuwend en de retestrakke drums en de soms zware distortion bass vormen de perfecte onderbouw voor de gevatte spierballenrock.
In de uitverkochte Handelsbeurs speelt het trio de gemeenste powersongs uit hun vier albums, met als hoogtepunten stampers als  “Play the blues”, “First date” en “Invisible” . De tracks uit de nieuwste “Never too loud” klinken op plaat soms net iets te braafjes, maar hier laten ze zich van hun gemeenste kant zien.
Danko Jones weet het op een podium altijd net iets heftiger, sneller en giftiger en te brengen, daarom is Danko Jones live oppermachtig. Waarvan akte.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 885 van 966