logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_07

Juana Molina

Juana Molina bracht ons van ons STUK

Geschreven door

Gareth Dickson mocht de spits afbijten in een dan nog grotendeels lege Soetezaal. Zijn intimistische set kon ons maar matig bekoren. Enkele extra gitaarlessen zouden van pas kunnen komen om later wat meer indruk te kunnen maken. Na een drietal steriele songs wou hij ons middels ‘a Celtic tune’ voorzichtig aanmanen tot één of andere collectieve vreugdedans, het verhoopte effect bleef echter uit want de toeschouwers bleven roerloos in hun (trouwens heel comfortabele) zetels zitten. Onze harde conclusie is dus dat de set van Gareth Dickson niet overtuigend was. Wakker hoeft de best sympathieke man daar echter niet van te liggen want - zoals zijn slotnummer luidde - “It’s all nothing”. (Of om het vrij vertaald te zeggen:”Het is allemaal niks, jongske”.)

Een kwartiertje later slaagde Juana Molina er in om ons wel meteen op het puntje van onze stoel te krijgen. De Argentijnse stak namelijk van wal met het titelnummer van haar laatste CD “Un dia”. Geruggesteund door een bassist en een drummer slaagde ze erin om met dit opzwepende lied duidelijk te maken waaraan we ons mochten verwachten. Molina bediende zich volop van haar synthesizer, stem, gitaar en pedalen om middels multitracking ‘loops’ in gang te steken die toelaten om een enorme zuiverheid en kracht te verlenen aan de vaak repetitieve muziek. Ook de twee daaropvolgende nummers waren afkomstig van haar jongste worp waarbij opnieuw opviel dat de tekstpassages het onderspit moesten delven tegen de klanknabootsingen die haar muziek - net dankzij de loskoppeling van één specifieke spreektaal - een universele verstaanbaarheid gaven.
Juana Molina blijkt door de jaren (en haar 5 soloplaten) heen geëvolueerd van een eerder traditionele singer-songwriter naar een vernieuwende artieste, die vrijuit experimenteert met de geluidsmogelijkheden die de elektronica biedt. De nadruk kwam dus almaar meer op de klank te liggen en het stond buiten kijf dat ze deze evolutie aankon. De enkele nummers die ze solo bracht beklemtoonden trouwens dat haar (op zichzelf verdienstelijke) band eigenlijk een overbodige rol vervulde.
Zelf zijn wij niet echt vertrouwd met ’s vrouws oeuvre, noch met de Spaanse taal, dus we gaan ons deze keer niet wagen aan een opsomming van de vele titels die de revue passeerden. Kenners vertelden ons dat ze slechts één ouder nummer bracht en voor het overige putte uit haar recentste albums (‘Son’ en ‘Un dia’).

Het reeds vermelde repetitieve karakter van haar muziek wordt nooit enerverend dankzij het feit dat elk nummer op zichzelf uit een ander vaatje tapte: één enkele keer hoorden we tribale ritmes waartussen schelle synthesizerklanken geweven werden, een andere keer werd het erg ‘groovy’, nu en dan hoorden we een flard “Head hunters” van Herbie Hancock voorbij waaien, één nummer werd gelardeerd met stomende beats en op het laatste meenden we zelfs heel even dat onze eigenste Stijn de knoppen bediende (waarbij Juana echter veel franjelozer op het podium staat dan showbeest Stijn).

Wie dit leest, zal beseffen dat het geheel soms desoriënterend dreigde te worden, maar de aanwezigen die bereid waren tot overgave en zich lieten meeslepen door de maalstroom van klanken, verlieten het STUK met “een smile van Leuven tot in Buenos Aires”. De fysiek frêle Molina stond stevig haar mannetje op het podium, het was een voorrecht om haar van kop tot teen te kunnen aanschouwen want vooral haar voetenspel was vaak fenomenaal. Het zou ons dus niet verwonderen indien ze in haar jonge jaren een balletje trapte met landgenoot Maradonna.

De bisronde werd ingeleid door een ingestudeerd nummertje: met behulp van 1 tafel en 3 plastic bekertjes bracht ze met de band een door ritmisch geklap ondersteund intermezzo dat even origineel als onbenullig was. We durven vermoeden dat hier één of andere weddenschap aan verbonden was (”wedden dat jullie het niet durven om….?”).
Haar half verlegen, half verontschuldigend lachje achteraf maakte immers duidelijk dat we niet al te veel belang moesten hechten aan dit “folieke”. Het publiek zag er echter geen graten in want de enkeling die gedurende het optreden meermaals de moed had om tijdens de liedjes zelf mee te klappen, kreeg na afloop van elk nummer telkens gezelschap van de hele zaal. Die dappere klapper was terecht verbaasd over het feit dat zijn voorbeeld niet massaal werd opgevolgd want af en toe was het inderdaad onmogelijk om de ledematen stil te houden tijdens het overweldigende concert. Het feit dat we nauwelijks bewogen, betekent echter allerminst dat we onbewogen bleven. Of, om het wat toepasselijker uit te drukken: Juana Molina heeft ons in Leuven gewoonweg van ons STUK gebracht. We twijfelen er niet aan dat ze daags nadien ook de Antwerpenaren van hun Arenberg gebracht heeft, als je begrijpt wat we bedoelen…

Organisatie: STUK, Leuven

Metallica

Death Magnetic

Geschreven door

Ik wil deze review niet zo cliché beginnen met bv. woorden als “Na bijna twintig jaar…” en blablabla over ‘St. Anger’. Eigenlijk is een review over het meest besproken album van het jaar wat overbodig, want de meningen over deze plaat zullen ongetwijfeld heel verdeeld zijn. Maar ja, hier is hij toch!
Is Metallica er in geslaagd weer een lekkere Metalplaat op te nemen? Ja!
Is St. Anger vergeven en vergeten na het beluisteren van deze cd? Jazeker!
Is dit een tweede ‘Master Of Puppets’ of ‘Ride The Lightning’? Nee.
Ondanks het feit dat het er soms weer lekker thrashy aan toe gaat en enkele elementen uit de eighties om de hoek komen kijken, is Metallica er in geslaagd iets nieuws te creëren in plaats van een kloon te maken van één van hun oudere werkjes. ‘Death Magnetic’ is een heel gevarieerde plaat geworden met voldoende afwisseling tussen thrashy riffs, ’90 era riffs en zelf soms eens een riff die niet misstaan zou hebben op ‘St. Anger’, wat zeker geen minpunt is natuurlijk.
Deze langverwachte plaat begint strak met het thrashy “That Was Just Your Life”, gewoon een lekker nummer in de stijl van nummers als “Battery” en “Blackened”. Zelf de zang van Hetfield doet terug wat denken aan …And ‘Justice For All’. En we zijn natuurlijk heel blij dat de harmonic passages en old skool solo’s terug zijn, wat toch wel een sterk gemis was op de vorige platen. “The End Of The Line” start met de riff die we al kenden van “The New Song”. Hier komt soms al eens een riff langs die nieuw is voor Metallica. Het enige minpunt aan dit nummer is de cleane passage, dat toch wel onpassend overkomt mijns inziens.
Met “Broken, Beat And Scarred” gaat Metallica dan weer een totaal andere kant op dan we van ze gewend zijn, maar het klinkt allemaal heel leuk en dynamisch. Dit wordt een klassieker.
”The Day That Never Comes” was de eerste single van dit album en dat wat denken aan een moderne versie van “One”. Het begint als een ballad in de stijl van “Fade To Black” en “Welcome Home (Sanitarium)”, maar gaat verder in een chaos van riffs waar je toch wel even aan moet wennen.
”All Nightmare Long” is één van mijn favorieten van het album, dat zeker live veel succes zal kennen. Dit nummer heeft gewoon alles. Lekkere riffs, een bijzonder catchy refrein, de nodige solo’s en een hoog verslavingsgehalte(wat op heel dit album van toepassing is eigenlijk).
”Cyanide” was het eerste nummer dat we te horen kregen van ‘Death Magnetic’, maar dan in een live versie. Toen leek dit nummer een topper, maar nu je het op het album hoort tussen de andere songs klinkt het een beetje als het zwakke broertje. Wel enkele lekkere riffs en een solo om u tegen te zeggen, maar de volmaaktheid van nummers als “All Nightmare Long” ontbreekt.
”The Unforgiven III” is een nummer dat ongetwijfeld voor veel reacties zal zorgen. Na een piano- en trompetintro krijgen we een nummer voorgeschoteld dat niet misstaan zou hebben op ‘Reload’, maar dan als het nummer dat net te goed was om op het album te mogen staan. Want ik vind dit een klassenummer, vooral de overgang naar de solo en de solo zelf zijn zoals ik het graag heb.
Dan is het tijd voor alweer een knaller, getiteld “The Judas Kiss”. Heavy riffs, een killer refrein en de langste solo die op heel dit album te vinden is. Heerlijk!
Met “Suicide And Redemption” hebben we er een instrumentaaltje, maar het lijkt eerder op een opgenomen jamsessie. Zelf na meerdere luisterbeurten weet dit nummer me maar niet te boeien en het kan in de verste verte niet tippen aan een “Call Of The Ktulu” of een “Orion”. Het is duidelijk dat Cliff Burton zorgde voor dat speciale element in de instrumentale nummers van Metallica. Daar kunnen we gewoon niet onderuit. En tenslotte zijn we aangekomen bij “My Apocalypse”, wat het laatste nummer van dit album is. Zelf de grootste Metallica basher moet toegeven dat weer pure klasse is!
Metallica is duidelijk terug Thrash met dit nummer, en James Hetfield klinkt soms zelf als Tom Arraya van Slayer. Kortom, een waardige afsluiter voor een album van topformaat. Metallica heeft de weg naar de Metal terug gevonden, misschien kunnen we over een goeie vijf jaar wel een album verwachten dat nóg beter is en het oude werk nóg dichter benadert. Maar een album met dezelfde kwaliteit als ‘Death Magnetic’ zou ook al heel goed zijn voor mij.

Heather Nova

Onthaasten met Heather Nova

Geschreven door

Wanneer Heather Nova het exotische Bermuda inruilt voor het sombere Brussel willen we daar maar al te graag bij zijn. Gedurende twee jaar was ze ‘Lost’ ergens in de Atlantische Oceaan. Naar eigen zeggen om de kippen te voeren en haar inmiddels vierjarig zoontje Sebastian op te voeden. Ondertussen werkte Heather ook aan een nieuw album, dat de titel ‘The Jasmine Flower’ meekreeg. Om dit zevende studioalbum te promoten stond Heather Nova op de bühne van een uitverkochte Ancienne Belgique.

Support-act van dienst was de alternatieve indie rockband Scarce. Zelden heb ik zo’n misplaatst voorprogramma gezien. Velen namen de vlucht tot de bar want het half uurtje Scarce was dan ook een echte beproeving. Dit potsierlijke trio bakte er totaal niets van. Slechte songs en een ‘f**k off’ podiumattitude die nergens op leek. Enkel met de knotsgekke podiumbewegingen van bassite Joyce Raskin konden we ons nog aardig amuseren.

Het was dan ook een echte bevrijding toen Heather Nova even na negenen het podium op kwam enkel met een akoestische gitaar. Opener “Ride” uit het nieuwe album werd meteen één van de hoogtepunten van de avond. Melancholisch, ingetogen….Heather Nova op haar best. Zelfs vanuit de verte zag ze er adembenemend uit in een strak wit geborduurd bloemenkleedje…en ja hoor die kristalheldere engelenstem heeft ze nog steeds.
De band kwam op het podium en een stuwende versie van “Heart And Shoulder” werd ingezet. Nova’s begeleidingsband was trouwens in topvorm. Vooral het geniale drumspel van Geoff Dugmore en het wat vreemde, subtiele gitaarspel van gitariste Berit Fridahl waren bij momenten groots. Een volgend hoogtepunt was “Motherland” dat werd opgedragen aan alle moeders in de zaal. Ook het doorbraakalbum ‘Oyster’ kwam ruim aan bod. Het bovenaardse “Heal” en het poppy “Walk This World” werden gepassioneerd opgevoerd.
Tijdens “Fool For You” uit ‘Storm’ nam Heather plaats achter de piano. Alweer een erg intens, emotievol moment.
Halverwege de set bracht Heather twee akoestische songs uit haar nieuwe album. “Beautiful Storm” & “Maybe Tomorrow” staan op het nieuwe ‘The Jasmine Flower’, een album dat voorlopig in België enkel digitaal te downloaden is.
De hit “Someone New” die ontstond door een samenwerking met de Zweedse indiepop band Eskobar stond ook op de setlist. Al is de versie van Heather Nova eerder flauw en te ongeïnspireerd. Zorgde wel voor kippenvel was een ontketende versie van Nova’s allerbeste song, “Island”. Verbazingwekkend loopzuiver gezongen. “Winter Blue”, waarin flarden zaten van Don Henley’s “Boys Of Summer” sloot de mooie evenwichtige live set af. Heather Nova kwam onder luid applaus nog eenmaal terug en nam met een rockende versie van “Renegade” definitief afscheid van Brussel. Een song die ze eerder opnam met Electronic Dance DJ André Tanneberger (ATB).

Heather Nova live kan men gerust weinig verrassend, noch vernieuwend noemen. Wel is Heather Nova nog steeds in staat om ons even uit dit jachtige leven te ontvoeren…naar een wereld vol muzikale schoonheid en eenvoud. La Nova blijft een bewonderswaardige dame waarvoor mijn adoratie onvoorwaardelijk blijft!

Setlist: *Ride *Heart And Shoulder *Blood Of Me *Motherland *All I Need *Not Only Human *Heal *Walk This World *Fool For You *Redbird *Beautiful Storm *Maybe Tomorrow *Someone New *I Wanna Be Your Light *London Rain *Island *Like Lovers Do *Winter Blue *Paper Cup *Renegade

Organisatie: Live Nation

Stereolab

Chemical Cords

Geschreven door

Het Britse Stereolab brengt al 15 jaar lang een vertrouwde psychedelische poptrip, onder de onderkoelde zang van Laetita Sadier. Sadier blijft een productief beestje, want de naast de band is ze nog bezig met een eigen project Monade.
We horen doorsnee dromerig, repetitief opbouwende songs bepaald door elektronica, piano, bleeps en strijkerpartijen, een zweverige zang en “Oohaahs” in de backing vocals, zoals op “Neon beanbag”, “One finger symphony”, “Self portrait with electric brain” en “Daisy click clack”. Een aangenaam tussendoortje is het instrumentaal krachtige “Pop molecule”. En op “Valley hi!” en “Silver sands” heeft een poppy geluid de bovenhand. De elektronica soundscapes en de in het Franse gezongen nummers van Sadier dompelen ons onder in een typisch ‘50’s Franse film sfeertje.
Binnen de indie/popelektronica weet deze band door de jaren nog steeds varianten aan te brengen, waardoor Stereolab z’n aanstekelijk fris karakter behoudt.

O’Death

Broken hymns, limbs and skin

Geschreven door

Het New Yorkse kwintet O’ Death kwam vorig jaar in de belangstelling met hun tweede cd ‘Head home’. Ze geven op hun opvallende crossover van rauw rammelende rock’n’roll, country, punk en folk er nog ne ferme lap bij!
De songs worden in een moordend tempo gespeeld; het lijken we zeemansliederen, waarbij het krachtige gitaargetokkel op de banjo, de zwierige vioolpartijen en de opzwepende strakke drums je huiskamer ombouwen tot een party zaal. Ze staan bol van verrassende wendingen en gaan van een gematigd tot een meer uptempo aanpak. Een paar songs minderen vaart en hebben eerder een broeierige opbouw.
Heerlijke muziek van een band die zich ergens tussen The Pogues en Kaizers Orchestra bevindt. Een verdiende wild card voor de dranktent te Dranouter!

Lambchop

Oh (Ohio)

Geschreven door

Nashville’s most fxx –up country band Lambchop, onder zanger/gitarist en componist Kurt Wagner is al 15 jaar bezig en al toe aan hun tiende plaat. Wagner heeft zich met z’n Lambchop een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. Slowmotionmusic en elegante haardvuursongs, die goed zijn, maar een beetje teveel van hetzelfde zijn, en dus niet meer écht verrassen. Een sfeervol, melancholisch, dromerig, somber geluid van rustig voortkabbelend materiaal, waarbij de vroegere soul en jazzy invloeden op het achterplan zijn en  Wagner er lappen tekst tegen aan gooit. In deze muzikale wereld is en blijft Lambchop koning!
Elf songs die soms markante songtitels hebben (o.a “National talk like a pirate day” en “Sharing a gibson with Martin Luther King, Jr”), maar die zich spijtig genoeg niet meer onderscheiden.

Iced Earth

Something Wicked Pt II: The crucible of man

Geschreven door

Ik kon werkelijk mijn geluk niet op toen ik het fantastische nieuws las dat Matt Barlow terug ging keren naar Iced Earth. De manier waarop Jon Schaffer Tim Owens dit nieuws heeft gemeld laten we even buiten bespreking, want bij hier doet dit helemaal niet ter sprake!
The story goes on. Dit album begint waar Framing Armageddon geëindigd was: de geboorte van Seth Abominea, die de hoofdrol zal vertolken in deze saga. Na de dramatische koorintro “In Sacred Flames” komt opener “Behold The Wicked Child”, een typisch Iced Earth nummer waarbij we al snel horen dat Matt Barlow in topform is. Bij de volgende nummers “Minions Of The Watch” en “The Revealing” merken we dat Barlow zijn stem wat gevarieerder durft te gebruiken dan op een album als ‘Something Wicked This Way Comes of Horror Show’. “A Gift Or A Curse” haalt de Pink Floyd invloeden weer naar boven en deze keer mag bandleider Jon Schaffer de lead vocals tot zich nemen, wat geen slechte keuze was overigens.
Na het wat normale “Crown Of The Fallen” krijgen we “The Dimension Gauntlet”, een lekker nummer met coole riffs en op het eind keert er zelf iets terug uit “The Coming Curse”. “I Walk Alone” kenden we al vanop de single “I Walk Among You”. Het is best wel een goed nummer, maar kan ik desondanks niet tot mijn favorieten van dit album rekenen. Welk nummer ik daar zeker wel bij kan rekenen, dat is “Harbinger Of Fate”. Dit is weer zo’n typische Iced Earth ballad met een leuk meezingrefrein en er is zelf een dramatische koorpassage, wat het nummer toch iets extra’s meegeeft.
”Crucify The King” is mid-tempo, maar desonkanks lekker heavy en de instrumentale passage doet me wat denken aan “Demons And Wizards”. Aan het volgende nummer, “Sacrificial Kingdoms” moet je toch wat wennen eer het tot je door kan dringen, maar ook dit nummer is een flinke knipoog naar “Demons And Wizards”. “Something Wicked Pt. 3” vind ik het slechtste nummer van het album, het is een saai en log nummer dat we na heel wat luisterbeurten nog steeds niet weet te boeien.
Met “Divide And Devour” krijgen we het enige up-tempo nummer van deze plaat. Heerlijk! En ook weer zo’n knallerrefrein dat blijft hangen.
Vooraleer we bij de epiloog aankomen is het eerst nog tijd voor “Come What May”, een prachtig nummer dat je qua stijl en opbouw wat kan vergelijken met “A Question Of Heaven”. Hier waarschuwt Schaffer dat de mensheid de Sethians enkel maar kan overwinnen als ze in vrede en eensgezind met elkaar kunnen samen leven. Een nummer met betekenis. Ook de zang is hier weer enorm goed, vooral de hoge uithalen wat meer naar het einde toe. Om kippenvel van te krijgen!
Kortom, Iced Earth is er weer in geslaagd een goede cd uit te brengen zonder zichzelf volledig te herhalen. Wel jammer dat de verhaallijn een open einde heeft, maar dat maakt het verhaal juist realistischer.

Riffs’n’Bips Festival 2008: vijfde editie van deze aangename mix van electro en rock

Geschreven door

De organisatoren van het Riffs’nBips Festival te Mons waren aan hun vijfde editie toe van deze gezellige happening in de Lotto Expo met een evenwichtige mix van rock en electro. Volgende bands passeerden al de revue: Vive La Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe, Magnus, Daan, The Young Gods en Agoria. Line up dit jaar: The Von Durden Party Project, Starving, White Rose Movement, Nada Surf, Arid, Cali, Front 242 en Dr Lektroluv. Een fijne, afwisselende affiche en een succesvolle formule, die 6000 belangstellenden lokte…bijna 3000 meer dan vorig jaar. Een groots succes.

Als aanzet naar de ‘grotere’ namen, werd de namiddag aangevat met The Von Durden Party Project, een beloftevol bandje die met de plaat ‘Death Discotheque’ een energieke, bedreven melodieuze rocksound spelen, ergens tussen Subways, Franz Ferdinand en Arctic Monkeys. Trouwens, om de hoek schuilde de Britpop van Blur. Kwalitatief songmateriaal van een groep die op zoek is naar een eigen identiteit.

Het andere Waalse bandje Starving, uit de eigen streek trouwens, liet de ‘80’s wave over zich heen waaien in hun melodieus traag slepende rocksongs. In de spotlights stond de zangeres Claudia die zich als een jongere Jo Lemaire of Alison Shaw (The Cranes) onderscheidde met haar hemelse vocals.

Ook het Britse White Rose Movement liet zich inspireren door de ‘80’s synthirock van The Human League, Depeche Mode en New Order, en de dreigende sounds van The Cure, Bauhaus, Killing Joke en Joy Division. Een aanstekelijke sound met een pompend beatje.

Het sympathieke New Yorkse Nada Surf, onder zanger /componist Matthew Caws, is erg populair bij onze Waalse vrienden. Hun ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ was net als het Gentse Arid een aangename verfrissing binnen die electrowave. Spijtig genoeg wordt de band te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhitje “Popular”, die ze vrij vroeg in hun set speelden. We hoorden een gevarieerde set van gitaarrock ‘met ballen’, droom’bubblegum’pop en liefdesliedjes. Snedig, hapklaar en meezingbaar! Van het sfeervolle “Inside of love”, “Always love” en “Weightless” naar de groovende rockers “Hi-Speed soul” en “Fuck it”. Caws babbelde in het Frans alsof het een koud kunstje was, wat sterk werd geapprecieerd.

En Arid kon die emotievolle rockaanpak van Nada Surf rustig verder zetten. Jasper en z’n crew zijn terug ‘alive & kicking’, na de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose. Ze hebben de langverwachte opvolger klaar ‘All things come in waves’ na ‘All is quiet now’ (’02).
Na de stevige recente rockers “When it’s over” en “Tied to to the hand”, bekoorde het kwintet alvast de jonge meisjesharten met hun instant klassiekers “Too late tonight” en “Believer”. Ze speelden een stomende set, waarbij sommige broeierige nummers als “You are”, “Body of you “ en “Why do you run” ietwat krachtiger klonken. De vocals van Jasper mogen dan uniek hoog zijn, ze blijven beperkt, wat het geheel nerveus en vervelend maakt! Arid maakte een goede act de présence in Wallonië met hun romantische zieltjes pop!

De Franse zanger Bruno Cali, uit Perpignan met Catalaanse roots, is in Vlaanderen een nobele onbekende, maar de man is een echte rockster in Frankrijk en Wallonië. Franse aanstekelijke rock met een sectie blazers afgewisseld met enkele intieme songs. Cali was een podiumbeest en groots entertainer … een beetje onze Vlaamse Bart Peeters. Hij flirtte met stijlen, reeg medleys aan elkaar en toonde politiek engagement. Een hyperkineet! Muzikaal niet direct my cup of tea, maar respect voor deze ‘charme’zanger.

Topact van het vijfde Riffs’n’Bips Festival was het Brusselse Front 242, een invloedrijke en baanbrekende band (opgericht in ’81 btw!) binnen de huidige dance/electro/techno/industrial scene; de gedroomde closing act van de organisatie.
Hun electronic body music kon rekenen op een trouwe fanschare.Net als op FihP te Oudenaarde zagen we hen een uitgebalanceerde set spelen; een dynamisch kwartet die het publiek opzweepte en hen onderdompelde van het pompende “Take-one” en “Welcome to Paradise” naar de trance van “Moldavia”. En met songs als een “Religion” en “Headhunter” naar een schitterende finale afstevende. Vooraan slaagden die-hards erin om te pogoën als in hun oude dagen! Spijtig dat het na een klein uur al gepasseerd was en dat sommige klassiekers in de koelkast bleven.

De pulserende, monotone techno- en electrobeats van Dr. Lektroluv, -the man with the green mask -, in maatpak, wit hemd, strik, grote bril en koptelefoon (een hoorn van een oude telefoon!) in de hand, mochten op overtuigende wijze het feestje tot vroeg in de morgen besluiten.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis – ‘A Trick Of The Tail’ Tour: Legaal en met

Geschreven door

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Motek

Met Motek een sfeervolle, ‘Duystere’ avond

Geschreven door

Er zit iets in het Vlaamse kraantjeswater dat talentvolle postrock en emo bandjes voortbrengt. De Cactus bracht vanavond een mooie selectie nieuwe talenten die aantoonden dat er iets aan het bewegen is en we wellicht van een Vlaamse underground scène kunnen spreken. Eat your heart out Holland!…HmmHmm …

Moses zijn een viertal uit Zedelgem, die al sinds 2004 bezig zijn en dit jaar een EP’tje uit hebben. (Check it out op http://www.myspace.com/thebandmoses). Ze hadden een aantal knap verlichte wereldbollen meegebracht en speelden hoofdzakelijk instrumentale, sfeervolle uitgesponnen nummers. Vooral naar het einde van de set hielden ze onze aandacht vast met epische, melodieuze songs. We raden ze aan in die richting door te gaan, omdat dit in het postrock genre de enige manier is om op te vallen tussen de vele Europese en Amerikaanse bands die door bands als Mogwai, Explosions in the Sky en andere beïnvloed zijn.

Penguins know why komen dan weer uit het Meetjesland, hebben een EP uit (verkrijgbaar aan de toog van Bilbo records), en tappen uit een heel ander vaatje. Hier kregen we geen postrock, maar noise en emo. De zanger vroeg bij de soundcheck of het luid genoeg stond, en daarna vlogen ze door de nummers van hun EP. Bij vlagen deden ze mij aan At-the-drive in denken, of aan Sonic Youth in hun meer punky nummers. Goe bezig!

Het was de tweede keer dat ik Motek kon zien dit jaar. In de MaZ kwamen ze sterker over dan deze zomer in de Wablief tent op Pukkelpop; de multimediale aanpak werkt gewoon beter in een concert zaal. Hoewel Motek duidelijk melodieuze postrock speelde, deden ze mij in hun aanpak nogal aan Tool denken: de interactie met het publiek is minimaal; en het zijn vooral de nummers en de visuals die het publiek naar een andere wereld voeren. Zo kregen we beelden van lichamen in een aquarium, die me sterk aan de op formol bewaarde mensenhaai van Damien Hirst deden denken. Hoogtepunten waren natuurlijk de single “Tryer” en het afsluitende “I am your son” van een eerdere EP, waarin Motek zijn duivels ontbond.

Playlist Motek: Swallow, Maybe, Combi collina, Epoxy, Ponderosa, Resist, Another seaman song, Immer blei, Tryer, Corvo, I am your son

Een sfeervol en geslaagd avondje Belgische Underground!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 904 van 966