logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...

The Charlatans

You cross my path

Geschreven door

The Charlatans zijn trotse overlevers uit de Manchester scene. Dit is al hun elfde plaat sedert 1990, veel wordt er niet meer om gemaald, want hip zijn ze al lang niet meer. Nu ja, in de UK kan je ook nooit veel langer dan een jaartje hip zijn. The Charlatans zullen er niet wakker van liggen, en terecht. Ze hebben immers terug een sterke plaat afgeleverd. De uiterst herkenbare Charlatans sound heeft zich in een paar straffe songs gewurmd als “A day for letting go”, “You cross my path” en “My name is despair”. Ze zijn catchy, fris, bezwerend en op en top Brits, maar nergens zeurderig.
‘You cross my path’ haalt het niveau van hun beste periode in de tweede helft van de jaren negentig, maar bij nader inzien hebben deze heren eigenlijk nooit een slechte plaat gemaakt en kunnen ze bijgevolg terugvallen op een mooi repertoire, alleen nu zijn ze vooral in de Britse pers gereduceerd tot een banaal bandje en zijn ze al lang niet meer The Next Big Thing. Maar vroeg of laat overkomt het al die hippe groepjes. Als de Arctic Monkeys binnen 15 jaar hun pakweg twaalfde plaat uitbrengen zal daar ook niemand meer van wakker liggen, wat niet wil zeggen dat het misschien hun zoveelste meesterwerkje zal zijn. Om maar te zeggen, ervaren ratten als The Charlatans maken nog steeds bijzonder goede platen, ook al heeft niemand dat gemerkt, ‘You cros my path’ is het levende bewijs.

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Killing Joke

Killing Joke’s hellevuur nog lang niet uitgedoofd

Geschreven door

Elk einde is een nieuw begin. Althans, dat moeten Jaz Coleman en zijn voormalige Killing Joke kornuiten vorig jaar hebben gedacht op de begrafenis van hun voormalige bassist Paul Raven. Samen met Raven werden ook een aantal oude vetes en meningsverschillen begraven, bandleden van het eerste uur Paul Ferguson (drums) en Martin ‘Youth’ Glover (bas) keerden terug op het oude nest, en als eerbetoon aan hun overleden makker werden prompt plannen gesmeed voor een tournee voorafgaand aan de komende release van een nieuw album in de originele bezetting. Een korte concertenreeks brengt de groep langs 11 steden tussen Tokyo en New York, waarbij telkens twee avonden op rij volgens de ‘rewind’ formule een aantal van hun klassieke albums integraal worden voorgesteld. Het is dan ook een understatement van formaat om te stellen dat ondergetekende reeds maanden reikhalzend uit keek naar de set die afgelopen maandagavond op het programma stond. Want geef toe, wanneer op één avond met ‘Killing Joke’ en ‘What’s THIS for…!’ twee van de meest invloedrijke albums van de 80ies de revue passeren lijkt een muzikaal orgasme wel heel erg dichtbij…

Frontman Jaz Coleman, die alleen al omwille van de overdadige eyeliner veel weg had van een vogelverschrikker aan de vooravond van Halloween, begroette het AB publiek met samengevouwen handen en slenterde voorzichtig naar het midden van het podium als betrof het een hogepriester die het altaar opzocht voor wat een occulte misviering zou worden. Dit alles bleek de perfecte inleider voor de resonerende synth intro van “Requiem” (niet toevallig ‘hymne aan de doden’), het onnavolgbare openingsnummer uit het titelloze Killing Joke debuut (’80). Wat volgde uit dit album was bepaald indrukwekkend te noemen: de opzwepende drive van het onverslijtbare “Wardance”, de pastorale pracht van “Tomorrow’s World”, de strakke punkwave van “Complications” en de unieke crossover van metal en funk in het instrumentale “Bloodsport”. Gitarist Kevin ‘Geordie’ Walker kneep deze vroege 80ies klassiekers nonchalant en met schijnbaar gemak uit zijn gitaar, maar het was vooral de bezwerende grafstem van Coleman die de originele Killing Joke sound hier deed herleven.
Op het tweede Killing Joke album ‘What’s THIS for…!’ (’81) bleek het groepsgeluid duidelijk geëvolueerd; de ritmesectie kreeg een meer prominente rol toebedeeld waardoor de nummers meer repetitief en hypnotiserend gingen klinken. Live bleek nog maar eens waarom het meer dan stevige openingsnummer “The Fall of Because” door velen als prototype voor de latere industrial metal van Ministry, Prong, NIN en Young Gods wordt beschouwd. De tribal drums van Ferguson op “Tension” en “Follow the Leaders” drongen diep door tot in de onderbuik, maar even goed werd het publiek meegesleurd door Coleman’s panische angstgevoelens tijdens “Unspeakable”, “Madness” en “Who Told You How?”. Als een vreemde eend in de bijt tussen al dit klassiek werk uit de begindagen van Killing Joke dook plots “Eighties” in de setlist op, een bijna vergeten single uit ’84 wiens memorabele baslijn een decennium later ongevraagd werd geleend door Nirvana’s Chris Novoselic voor de wereldhit “Come as You Are”.
Persoonlijke favoriet “The Wait” uit het debuutalbum werd opgespaard tot het einde van Killing Joke’s flashback naar de gitzwarte 80ies, dus moest de groep echt wel een verdomd goede reden vinden om aan hun meer dan geslaagde eerste avond in de AB een bisronde te breien. De plots heel serene Coleman vond die ook tijdens wat hij aankondigde als ‘a moment of reflection’ voor zijn overleden vriend en strijdmakker Paul Raven. Verrassing alom toen de groep vervolgens als eerbetoon aan Raven “Love Like Blood” inzette, zondermeer hun grootste commercieel succes dat de laatste jaren echter angstvallig uit de setlist werd geweerd. Met “Change”, het meer dan puike B-kantje van “Requiem”, goten Coleman & co het laatste restje olie op het muzikale hellevuur.

Het nog lichtjes nasmeulend publiek werd bij het aanfloepen van de zaallichten ietwat brutaal uit Killing Joke’s teletijdsmachine geslingerd. Door hun onvoorwaardelijke inzet tijdens dit soort trips tussen hemel en hel dwingt de groep na drie decennia duidelijk nog steeds tonnen respect af. We kunnen onze nieuwsgierigheid naar het volgende muzikale inferno op het komende album nauwelijks in bedwang houden!

Organisatie: AB, Brussel

The Wombats

Pittig strakke gitaarrock van het Britse The Wombats

Geschreven door

Het Britse trio The Wombats uit Liverpool kon op geen betere wijze het laatste zomerse weekend van september besluiten. Een energieke, strakke, korte set, waarbij hun doorbraakplaat ‘A guide to love, loss & desperation’ in een snelvaart tempo werd voorgesteld.

Klonk het op Pukkelpop eerder wat rommelig en rammelend, dan was het in de Handelsbeurs voor een goede 200 man, fris, pittig, gedreven, opzwepend, broeierig en ontspannen, gedragen door de hyperkinetische schreeuwzang van Matthew Murphy. De samenzang in de refreinen, de ‘oohs’ en de ‘aahs’ en de grapjes tussen de nummers door, onderstreepten de jeugdige onbezonnenheid en speelsheid van de band.
Tijdens hun clubtournee waren ze al één van hun knuffeldiertjes kwijt, waardoor ze hun tweede beestje met alle plezier koesterden; met een duracell batterij klapte het beestje mee in het bekende materiaal “Let’s dance to Joy Division” en “Backfire at the disco”. Op het podium verscheen zelfs een gigantische opblaasbare Marsupilami (?), wat het spelplezier van het trio bevestigde.
Het tempo werd in het begin met “Kill the director”, “Lost in the post” en “Here comes the anxiety” hoog gehouden. Slepender klonken “Party in a forest (where’s Laura?)” en “How to pack your bags”, één van de twee nieuwe songs, om dan opnieuw in overdrive te gaan met “Moving to New York”. Vooraan werd stevig gedanst door het jong publiekje.
”Patricia the stripper” en de tweede nieuwe “My circuit board city” hadden een puike opbouw, en op het uiterst sfeervolle “Little Miss Pipedream” lieten ze de jongeren wegdromen wat hun eerste natte droom kon worden.

Een fijn concertje van een jong bandje, die er flink tegenaan ging, en in de bis een vleugje elektronica op “My first wedding” toevoegde en op “Backfire at the disco” een gemaskeerd bal insinueerde…

Support act was het Australische Kitchen Knife Wife, die het publiek makkelijk op z’n hand kreeg met hun aanstekelijke maar inspiratieloze gitaarpop dito samenzang. Een bedreven pianotoets zorgde voor variatie binnen hun sound, maar kon de meubelen niet redden …

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Hellacopters

The Hellacopters: strak, hard en potig ‘Farewell’ concert

Geschreven door

De avond begon met The Paranoiacs. Helaas en sorry voor Rafke, we hebben hen niet aan het werk gezien wegens een beetje later binnengekomen. Toch fijn dat The Paranoiacs mochten openen voor The Hellacopters, hier stonden ze in ieder geval meer op hun plaats dan in fuckin’ Eurosong.

Demented Are Go, daar hadden wij nog nooit van gehoord, maar enig zoekwerk leert ons dat die gasten al hun eerste plaat maakten in 1986. Al die tijd in de underground gebleven, dus. Is ook niet verwonderlijk met een nogal beperkt genre die wordt omschreven als psychobilly, al zouden wij meer gewagen van punkabilly, of zelfs metalbilly. Een soort Cramps meets  Melvins, maar dan zonder de gekheid en inspiratie van de eerste en de zwartgalligheid van de tweede. De heren zagen er uit als waren ze net weggelopen van de set van een comic-horror movie. Het grootste deel van hun budget gaat waarschijnlijk naar verfbussen, liters haarlak en strijkijzerschoenen met zolen waarin je makkelijk een set petanque-ballen kan bewaren.
Muzikaal klonk het een beetje simpel, maar wel efficiënt en vooral rechtdoor. De songs zijn geen hoogvliegers en zijn bovendien ook niet zo goed van mekaar te onderscheiden, maar we zagen wel een vrolijke bende die hard doorramde en het publiek kon opzwepen en aanzetten toch een hartig potje pogo.

Op naar het, volgens henzelf dan, laatste optreden op de Belgisch podia van The Hellacopters.  Ja ja, we kennen dat, nu een final farewell tournee doen om na drie jaar terug te komen met een reünie tour. Maar kom, ’t was misschien maar goed ook dat dit hun laatste  optreden was, want ze vlogen er in dat het geen naam had. Het warm water hebben deze Zweeds rockers zeker niet uitgevonden, hun handelsmerk is gewoon een stampende combinatie van hard rock en garage rock, maar wel lichtjes fantastisch. De songs zijn nooit te lang, net als de vinnige gitaarsoli die er in zitten en de keyboards rollen naarstig doorheen de vette sound. Allemaal uiterst sympathiek, strak, hard en potig. Een sound die we ook wel eens bij The Datsuns vaststellen –dit terzijde, ook The Datsuns zijn door dezelfde organisatie van Democrazy geboekt in november,  check die agenda- en bij The Nomads, landgenoten en grote voorbeelden van The Hellacopters. Het publiek was niet zo talrijk opgekomen deze avond, maar het kolkte en stoomde wel in de Vooruit, de band perste er een gloeiende portie rocklava uit en kwam als dank voor een welgemeend stevig onthaal twee maal terug.  Kortom, The Hellacopters stonden garant voor een avondje heerlijke no-nonsense rock’n’roll  met gierende gitaren en een fel beukende ritmesectie.

Weer een groepje die we gaan missen, tot aan de reünie wel te verstaan. Ondertussen in afwachting plaatjes draaien als ‘Grande Rock’ en ‘High visibility’ en de luchtgitaar laten gieren dat het een lust is. Vooral doen!

Organisatie: Democrazy, Gent

Emmylou Harris

Emmylou Harris & Band: hartverwarmende coutrypop

Geschreven door

Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 61 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar bijna veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze grande dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. En ze slaagt erin de covers op de platen een eigen toets te geven, die nauwelijks herkenbaar zijn met het originele!
Ze heeft na vijf jaar de opvolger van ‘Stumble into grace’ klaar met ‘All I intended to be’ en is met een virtuoze groep muzikanten op tournee getrokken.
Intussentijd had ze niet stilgezeten, er was de samenwerking met Mark Knopfler (‘All the roadrunning’), was op tournee met hem, en op Folkdranouter 2006 trad ze samen met enkele vriendinnen op, en tenslotte was ze te horen in talrijke gastduetten waaronder Admiral Freebee. Dit jaar werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’. Niet niks voor een dame die na al die jaren even vriendelijk en charmant voor de dag komt, en het nodige spelplezier beleeft. Ze bedankte vooraan haar oudste fan die steevast haar optredens volgt.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditioneler geluid bood intens pakkende momenten. Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobra, steelpedal, contrabas, viool en toetsen. Al meteen zette ze een gevoelige toon in met “Here I am”, “Orphan girl” en “Songbird”. In “Red Dirt Girl”, “Pancho & Lefty”, “Michelangelo” lieten ze de meer gestileerde rootsrock doorschemeren. Kimmie Rhodes stond Harris vocaal bij in de ontroerende veries van “Love & Happiness” en “Shores of white sand”. Haar muzikanten moesten vocaal niet onderdoen in “Old 5 & dimmers like” en het acapella gezongen “Bright morning star” (in de bis) . Gewoonweg schitterend.
Diep in haar verleden groef ze met de ‘70s’ old country songs “Making believe” en “If you could win your love”. Haar luistersongs zette ze kracht bij in enkele uptempo rockers als “Get Up John”. Het nieuwe – andere - ‘on the road’ werk als “How she would sing the wildwood flower”, “Take that ride” en “All that you haver is your soul” zaten netjes verdeeld binnen de set.

Kortom, muzikale levenswijsheid gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Support was Kimmie Rhodes , die al in 2006 te zien was aan de zijde van Harris op Folkdranouter, en haar vocaal bijstond. Zij was samen met haar man en zoon op tournee en liet ons een goed half uur genieten van haar indringende countrypop, waarin een glansrol was weggelegd voor de gitaarslides van haar zoon. Een mooiere inleider op Emmylou Harris konden we niet dromen …

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Queen + Paul Rodgers

Queen feat. Paul Rodgers: Queen viert overwinning samen met Paul Rodgers in Sportpaleis

Geschreven door

Afgelopen dinsdag stond de Engelse Rockband Queen in een goed gevuld Sportpaleis. De band heeft naar schatting 300 miljoen albums verkocht en behoort nog steeds tot een van de meest succesvolste bands aller tijden. Eind 1991 stierf de wereldbefaamde frontman van deze band en zo kwam er definitief een einde aan de vaste groepsbezetting die sinds 1971 dezelfde was gebleven. Na het overlijden van zanger Freddie Mercury onttrok ook bassist John Deacon zich uit het publieke leven waardoor slechts gitarist Brian May & drummer Roger Taylor onder de naam Queen doorgingen. Sinds 2000 gaven May & Taylor regelmatig acte de présence op verschillende festiviteiten. Maar de heren kwamen vooral in de publiciteit door het uitbrengen van re-recordings en het restylen van oude songs. Pas in 2004 is er de vernieuwde samenwerking met Free & Bad Company zanger Paul Rodgers. In 2005 ging de band als Queen + Paul Rodgers toeren doorheen Europa. De tour was zeer succesvol en Rodgers werd als vaste frontman ingelijfd. Midden deze maand verscheen het nieuwe studioalbum (het eerste in twaalf jaar!) ‘The Cosmos Rocks’ onder de naam Queen + Paul Rodgers met daarop aansluitend een nieuwe Europese tournee.

Queen zonder Freddie Mercury is Queen niet meer hoor ik U al zeggen. Deels klopt deze stelling natuurlijk wel maar naar mijn mening is zanger Paul Rodgers in staat om de zware erfenis van de band met veel eerbied opnieuw live tot bij de fans te brengen. Rodgers is allesbehalve een imitatie van Mercury. Hij beschikt over een totaal ander stemgeluid en heeft ook niet dat extravagante van Freddie. Rodgers is echter wel een van de allerbeste Classic Rock zangers en verdiende zijn sporen bij bands als Free & Bad Company. Vele fans moeten er net zo over gedacht hebben want vele Queen fans van het eerste uur vonden de weg naar het Sportpaleis. Trouwens de ziel van Mercury was in het Sportpaleis uitdrukkelijk aanwezig…..je voelde hem, je hoorde hem, je zag hem.

Het concert opende met een erg bombastische visuele intro. Na al dat gedonder en geknetter werd er geopend met “Surf’s Up….School’s Out”, een nieuwe track uit het nieuwe album. Naast May, Taylor & Rodgers stonden ook nog Spike Edney (Keyboards/Vocals), Jamie Moses (Guitar/Vocals) en Danny Miranda (Bass Guitar/Vocals) op het podium. Stuk voor stuk echte rasmuzikanten! Het podium werd vrij klassiek opgebouwd met een catwalk tot in het midden van de zaal. Tevens werd er gebruik gemaakt van een indrukwekkende lichtshow samen met enkele prachtige, goed gedoseerde videoprojecties. In de openingsfase waren er nogal wat technische geluidsproblemen. Microfoons deden het niet en ook de eindmix was niet al te best, maar vanaf “Fat Bottomed Girls” werd de juiste balans gevonden en ging de zaal een eerste keer massaal uit de bol. “Another One Bites The Dust”, commercieel gezien Queen’s grootste hit, werd met veel enthousiasme uitgevoerd. Rodgers dankte het Sportpaleis voor ‘the beautiful singing’.
Nog meer vuurwerk volgde met “I Want It All” & “I Want To Break Free”. Vertrouwde songs die toch een tikkeltje anders klonken doorheen de stembanden van Rodgers.
Hierna verwelkomde Brian May ons en hij liet meteen ook weten dat reeds drie mensen (waar ik er een van ben) het nieuwe album hadden aangekocht. De nieuwe single “C-Lebrity” volgde maar het publiek reageerde hier toch een stuk terughoudender op
. Daarna was het beurt aan elk lid om zich in de kijker te spelen. Paul Rodgers deed dit met een akoestische versie van de Bad Company song “Seagull”, waarin hij vooral liet horen welke klasbak hij is! Daarna nam ‘Doctor’ Brian May plaats op de catwalk, midden in de zaal. Brian erkende niet werelds beste zanger te zijn en vroeg het publiek hem te begeleiden in het prachtige “Love Of My Life”. Deze song ontpopte zich tot een van de allermooiste, intiemste concertmomenten die ik ooit mocht beleven. Zo intens, zo warm en met zoveel respect voor de overleden zanger Freddie Mercury , die Brian May een eerste keer uitvoerig bedankte. De folksong “’39” sloot hier naadloos bij aan. Deze song werd diverse keren onderbroken en werd terug hernomen door telkens een bandlid in de uitvoering toe te voegen. Roger Taylor op basdrum werd zo tot dicht bij het publiek gebracht. De op het eerste zicht wat afwezige Taylor bewees nadien het tegengestelde door een erg gesmaakte en originele drumsolo weg te geven. Zo bespeelde hij de bascello van Danny Miranda met zijn drumsticks. Leuk was het stukje van “Under Pressure” dat in de solo verweven zat . Toen Taylor’s volledige drumkit vooraan was opgebouwd verraste hij met een stevige versie van “I’m In Love With My Car” en zong hij ook de leadvocals van de ’sad song’ “Say It’s Not True”. Deze laatste song staat ook op het nieuwe album maar werd al eerder uitgebracht ter gelegenheid van Wereld Aidsdag.
Terug met zijn allen naar het grote podium waar Paul Rodgers achter de piano had plaats genomen voor de klassieker “Bad Company”. Geen Queen song maar toch erg gewaardeerd door het publiek. “Time To Shine” werd voor de eerste maal live gespeeld maar maakte weinig indruk. Daarna liet Brian May ook nog eens horen welk bedreven gitarist hij nog steeds is.
“Bijou” & “Last Horizon” waren wondermooie ‘instrumentals’. Met “Crazy Little Thing Called Love” begon de finale die afsloot met misschien wel Queen’s bekendste song: “Bohemian Rhapsody” in een semi-live uitvoering. Freddie Mercury mocht ons vanuit de hemel (via de videoscreens) nog eens toezingen. Geen mens die het erg vond dat dit eigenlijk slechts opgenomen videobeelden waren. De Queen fan van het eerste uur genoot intens want Freddy Mercury is en blijft ongeëvenaard als frontman van Queen, ook vele jaren na zijn dood.
Bissen deed men met de knallers: “All Right Now” van Rodgers band Free, “We Will Rock You” en afsluiter “We Are The Champions”. Het Sportpaleis vierde deze overwinning voluit.

Zelden heb een band oude rockers met zoveel enthousiasme op het podium gezien. De formule Queen + Paul Rodgers is dus duidelijk een shot in de roos. Oude Queen fans erkennen in de live uitvoeringen de sound van weleer, terwijl Paul Rodgers sterk wist te overtuigen als nieuwe zanger voor de band. ‘Queen…..they are still the champions’!’

Setlist:
*Surf’s Up…Schools Out!, *Tie Your Mother Down, *Fat Bottomed Girls, *Another One Bites The Dust, *I Want It All, *I Want To Break Free, *C-Lebrity, *Seagull, *Love Of My Life, *’39, *I’m In Love With My Car, *Say Its Not True, *Bad Company , *Time To Shine, *Bijou, *Last Horizon, *Crazy Little Thing Called Love, *Show Must Go On, *Radio Ga Ga, *Bohemian Rhapsody
BIS: *Cosmos Rockin’, *All Right Now, *We Will Rock You,
*We Are The Champions

Organisatie: AJA concerts


Mauro Pawlowski

Mauro & The Grooms: aanschouwen is bezwijken

Geschreven door

Driewerf hoera, Democrazy Gent is alive and kicking! Getuige de voortreffelijke programmatie op allerhande locaties de komende maanden. We keken al een tijdje uit naar het drieluik Manngold - Johnny Berlin - Mauro & The Grooms. Niet in het minst omdat laatstgenoemden een zeldzaam najaarsconcert (dEUS trekt straks immers terug Europa in) speelden waarbij Musiczine niet kon ontbreken. Stiekem hoopten we dat de band ons opnieuw zo erg zou overdonderen als op die avond ergens in februari 2004. Een optreden dat bij ondergetekende nog altijd als 'het beste optreden ooit gezien in de Handelsbeurs' geboekstaafd staat! Zowaar geen geringe verdienste!

Mauro & The Grooms staken meteen van wal met het uitbarstende “Doing Something Right”,  het geschifte “Corruption”, het roestige “Make it Complicated” en het angstzweet veroorzakende “Fear Life” vanop de gitzwarte 'debuut'plaat 'Black Europa'. Het publiek werd koud gepakt en bezweek voor het charisma van de grootmeester en zijn bruidegommen. Na “What it takes” (die beweging van Mauro bij het uitzingen van "Walk like a rock'n'roll star"!), “Days To burn” en “Visions” was het tijd voor het lichtelijk fantastische “Trip to Beg” waarbij stilstaan onmogelijk werd en we zelfs Mauro betrapten op éénmalig loos gaan. Het grimmige “Ghost Rock” en “Slow Bones”, respectievelijk van de onmisbare 'Ghost Rock EP' en de  'Tired Of Being Young EP'(als onderdeel van 'Set Sail To Dream Riot') werkten naar een duivels hoogtepunt. Hierna zochten Mauro & Co kalmere wateren op met o.a. “Comes With A Feeling”, “Stay Awake”, “Leavin' Montreux” en “Out Of The Storm”. Een rustige, maar niet minder sferische, tip van de sluier van het nieuwe werk dat er ergens in de toekomst zit aan te komen. Na een overdonderende en asgrauwe toegift met o.a. “Weapon Of Beauty” viel het doek.
Overdonderen zoals een paar jaar geleden deed Mauro & The Grooms ons echter niet. Het was merkbaar dat de band een hele tijd niet had gespeeld. De oudere nummers waren iets minder uitgewerkt als een paar jaar terug en bezorgden ons ook minder kippenvel als toen in de Handelsbeurs. Niettemin: Mauro & The Grooms blijven imponeren! We kijken al uit naar de volgende doortocht van multitalent Mauro en zijn duivelszonen van The Grooms!

Manngold, de nieuwe Gentse formatie rond de onvermijdelijke gitarist Rodrigo Fuentealba mocht de spits afbijten. Ze deden dat op een indrukwekkende manier met een sterke instrumentale prestatie en twee simultaan spelende drummers. De muzikanten van Manngold verdienden al sporen bij bands als Motek, Vive La Fête, Gabriël Rios en het nog niet vergeten Fifty Foot Combo. Te volgen dus!

Johnny Berlin deed een slordige poging om een combinatie te maken van postpunk en 80's new wave. Hun album mag het dan wel goed doen in de lijstjes, live brachten ze een maar weinig boeiende set. Enkel single “Four” oversteeg het niveau enigszins.

Organisatie: Democrazy, Gent

Calexico

Carried to dust

Geschreven door

Het combo rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino (drums) heeft een nieuwe frisse plaat uit; ‘Carried to dust’ doet het middelmatige ‘Garden ruin’, de vorige cd, wat vergeten en concurreert met platen als ‘The black light’, ‘Hot rail’ (hun doorbraak cd) en ‘Feast of wire’. Ze bieden een ruime kijk op americana door het toevoegen van warme, exotische, zuiderse klanken, waarbij het combo creatief en broeierig klinkt; accordeon, de Spaanse gastzang van Jairo Zavala en de Mexicaans klinkende trompet van Jacob Valenzuela zijn daar verantwoordelijk voor.
Een swing en groove horen we in songs als “Victor Jara’s hands”, “Writer’s Minor Holiday”, “Inspiracion”, “House of Valparaiso” en “El Gatillo”, wat een amalgaan aan stijlen samenbrengt binnen hun kleurrijke americanapop: mariachi/latino, jazz, folk en spaghetti western. Ze wisselen dit moeiteloos af met sfeervol, ingetogen songs: “Two silver trees”, “Slowness”, “Hole in your head” en “Fractured air”.
Een klasse album en een band in topconditie. Da’s Calexico in een notendop momenteel!

The Dodos

Visiter

Geschreven door

Een ontdekking is het Californische duo The Dodos. Ze debuteren na het doodgezwegen ‘Beware of The Maniacs ‘ met ‘Visiter’, een rauw, robuust, indringend en energiek album.
Het duo speelde z’n songs in op een rammelend klinkende akoestische gitaar en een spaarzame metaalpercussie. Resultaat is een kaal lofi aandoend geluid. De bezwerende, opzwepende drumslagen vormen de rode draad in de songs. Af en toe is er een trompet of een elektronica/pianotoets te horen. Een boeiende aanpak alvast, wat het duo uiterst origineel, avontuurlijk en eigenzinnig maakt in die zompige, freakende oase van bluesrock, folk, americana en psychedelica.
De onvaste, zweverige vocals van Meric Long, de nerveuze, gejaagde ritmes en het warme geluid passen mooi in dit concept. De langere nummers als “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “Jodi”, “’The season” en “God?” zijn gewoonweg schitterend en behouden de aandacht door hun aanstekelijke ritmes, pschedelicatoets en gitaargetokkel.

Pagina 906 van 966